Archives

Betoverend China

Vrouwen van de 100-birds-Miao in feestkleding, Wuji, Rongjiang - foto Wu Zeng Ou.

Kostuums, sieraden, gebruiksvoorwerpen en accessoires van de Miao en Dong

Van 13 november 2018 tot en met 27 januari 2019 is in Museum Rijswijk de tentoonstelling ‘Betoverend China’ te zien met voorwerpen uit de collectie van Mieke Gorter. Zij organiseert samen met haar touroperator en gids Wu Zeng Ou, zelf een Dong, al jaren culturele reizen naar het zuidwesten van China, waar de volkeren van de Miao en Dong leven. Overal waar zij komt gaat zij op zoek naar verborgen schatten. In de loop der jaren bouwde zij zo een prachtige collectie op van kostuums, sieraden, accessoires en gebruiksvoorwerpen.

Een Dong-vrouw kalandert een doek, dat eerst met indigo is geverfd, Si Zhai, Liping Country - foto Wu Zeng Ou.
Een Dong-vrouw kalandert een doek, dat eerst met indigo is geverfd, Si Zhai, Liping Country – foto Wu Zeng Ou.
Etnische minderheden in China
In het bergachtig zuidwesten, in de provincie Guizhou, wonen verschillende etnische minderheden. De Miao is een van de grootste groepen (9 miljoen mensen). Zij wonen verspreid over dit grote gebied met andere minderheden, zoals de Dong (3 miljoen). In totaal worden er in de Volksrepubliek China 56 etnische groepen erkend.
Long-horn Miao.
Long-horn Miao.
Miao
In de loop van de geschiedenis verspreidden de Miao zich over het zuiden China. In alle dorpen waar zij wonen dragen zij verschillende soorten kleding en versieringen. Er zijn ongeveer tweehonderd verschillende Miao kostuums. De Miao worden vaak vernoemd naar hun kleding. Zo zijn er bijvoorbeeld de Long-horn Miao, de Long-skirt Miao, de Red-embroidery Miao en de Tin-embroidery Miao.
De Miao komen ook voor in Vietnam, waar ze Meo worden genoemd, en in Laos, waar ze als Hmong worden aangeduid.

 

Long-skirt Miao.
Long-skirt Miao.
Dong
In tegenstelling tot de Miao, die veelal in de bergen wonen, vindt men de Dong dichtbij de rivieren in een gebied langs de grens van de Zuid-Chinese provincies Guangxi, Hunan en Guizhou. Zij staan bekend om de prachtige houten bruggen en torens. Ze worden beschouwd als de meest noordoostelijke van de Thai-volken en zij spreken dan ook een taal die verwant is aan het Thai. In het verleden zijn er nogal eens spanningen geweest tussen de Dong en de Han-Chinezen, die de meerderheid in China vormen. Inmiddels zijn er succesvol programma’s opgezet om de taal en cultuur van de Dong te behouden.
Chengyang Wind- en Regen-brug, een typisch voorbeeld van Dong-architectuur.
Chengyang Wind- en Regen-brug, een typisch voorbeeld van Dong-architectuur.
De Miao en de Dong vinden altijd wel een reden om feest te vieren – een huwelijk, geboorte of een huis dat ingewijd wordt – waarvoor ze hun mooiste kleding aantrekken. De vrouwen zijn zeer bedreven in verschillende handwerktechnieken, zoals weven, verven met natuurlijke indigo, batikken en borduren (daar zijn ze het meest bekend van). Hoofddeksels, kragen, jasjes, rokken, schorten en babydraagzakken, alles wordt uitbundig versierd met borduursels. De feestkleding wordt bekroond met uitbundige zilveren haarpinnen en halssieraden.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag van 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Vrouwen van de 100-birds-Miao in feestkleding, Wuji, Rongjiang – foto Wu Zeng Ou.

Video waarin wordt getoond hoe de Long-horn Miao hun typische hoofddracht creëren. 

Vrouwen van het Dong-volk in hun prachtige kostuums.
Vrouwen van het Dong-volk in hun prachtige kostuums.
Miao borduurwerk, Guizhou - foto Rachel Winslow, Smithsonian Institute.
Miao borduurwerk, Guizhou – foto Rachel Winslow, Smithsonian Institute.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Anni Albers in het Tate Modern

Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.

Tentoonstelling over de Duits-Amerikaanse weefster Anni Albers

Het museum Tate Modern in Londen organiseert in samenwerking met Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen een tentoonstelling met textielwerken van de Duitse kunstenares Anni Albers. Nadat deze tentoonstelling tot september 2018 in Düsseldorf te zien was is deze nu naar Londen verhuisd. Ruim tweehonderd geselecteerde werken uit Europese en Amerikaanse musea worden bijeengebracht, waaronder treffende voorbeelden van haar abstract-geometrisch textielwerken, haar ‘pictorial weavings’, tekeningen, drukgrafiek, stoffenmateriaal en documenten en artikelen die haar vakmanschap illustreren.

Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 - foto Helen M. Post.
Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 – foto Helen M. Post.
Beginjaren in het Bauhaus
Anni Albers werd op 12 juni 1899 in Berlijn geboren in een gegoede joodse familie als Anneliese Fleischmann. Zij was van jongs af aan geïnteresseerd in kunst, schilderde in haar jeugd en studeerde onder de impressionist Martin Brandenburg van 1916 tot 1919. Uiteindelijk raakte ze hierin ontmoedigd toen de Oostenrijkse kunstenaar Oskar Kokoschka haar vroeg waarom ze eigenlijk schilderde. In 1922 begon zij met haar studie textielontwerp aan het Bauhaus in Weimar en Dessau. In eerste instantie had de richting glaskunst haar voorkeur, maar niet alle studies stonden destijds open voor vrouwen, waardoor zij – in eerste instantie met tegenzin – begon met weven. Zo volgde zij onder meer de speciale ‘Vorkurs’ van de Zwitserse kunstdocent Johannes Itten, en van de Duitse kunstenaar en architect Georg Muche. Haar toekomstige echtgenoot Josef Albers studeerde ook aan het Bauhaus, zij trouwden in 1925.
Dankzij haar lerares Gunta Stölzl raakte zij echter al snel geboeid door de weeftechniek en begon zij geometrische ontwerpen te maken. Legde zij zich aanvankelijk toe op het handweven, na de verhuizing van de Bauhaus naar Dessau in 1926 experimenteerde zij meer met machinaal weven. In die tijd verlegde het Bauhaus het accent meer van kunst naar het product en Albers ontwikkelde verschillende stoffen met speciale eigenschappen, zoals duurzaamheid, lichtweerkaatsing, geluidsdemping en kreukresistentie.
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Vertrek naar de Verenigde Staten
Nadat het Bauhaus in 1933 onder druk van de Nazi’s werd gesloten, vertrok Anni met haar man, de Duits-Amerikaanse kunstschilder Josef Albers, vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme naar de Verenigde Staten, waar beiden gingen doceren aan het befaamde Black Mountain College in Asheville, Noord-Carolina tot 1949. In 1949 werd Anni Albers de eerste ontwerper die een solotentoonstelling kreeg in het Museum of Modern Art in New York. Deze tentoonstelling voor het MoMA reisde van 1951 tot en met 1953 door de VS, waarmee Albers haar naam als een van de belangrijkste ontwerpsters van haar tijd definitief vestigde. Gedurende deze jaren maakte zij ook regelmatig reizen naar Mexico en Zuid-Amerika en werd een enthousiaste verzamelaar van pre-Columbiaanse kunst.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Het boek 'On Weaving' (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Het boek ‘On Weaving’ (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Eigen studio
In 1949 verhuisde zij met haar man naar Connecticut en richtte een studio in haar huis in. Zij ontving een opdracht van Gropius om een collectie van beddenspreien en ander textiel voor Harvard te ontwerpen. In de jaren ’50 werkte ze aan ontwerpen van stoffen voor massaproductie en creëerde een groot deel van haar ‘pictorial weavings’. Het merendeel van haar weefwerk maakte zij in de periode tussen 1950 en 1994 toen zij in Connecticut woonde.
Pas in 1963 ging zij met druktechniek aan de slag en maakte ze tijd voor het schrijven van een boek dat in 1965 onder de titel ‘On Weaving’ verscheen en dat nog steeds als een standaardwerk over weven geldt.
In 1976 had Anni Albers twee belangrijke tentoonstellingen in haar geboorteland Duitsland en in de twintig jaar daarna verschillende tentoonstellingen van haar ontwerpwerk. Ze ontving een handvol eredoctoraten en andere prijzen. Ze bleef naar Zuid-Amerika en Europa reizen en onderwees tot haar overlijden op 9 mei 1994 in Orange, Connecticut.
Huidige tentoonstelling
Onder het oeuvre dat wordt tentoongesteld in Londen onder meer wandkleden (Wandbehang, 1924), pictorial weavings (With Verticals, 1946, Black-White-Gold I, 1950 en Thickly Settled, 1957) en het bijzondere Six Prayers, een werk gemaakt in opdracht van het Joods Museum in New York om de zes miljoen doden tijdens de Holocaust te herdenken. Centraal in de tentoonstelling staat een verkenning van Albers’s baanbrekende publicatie ‘On Weaving’ uit 1965 en het brede bronnenmateriaal dat ze daarvoor heeft verzameld om het boek te maken.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
De ontwerpers van de tentoonstelling hebben muren in stof gemaakt en speciale vitrines voor het werk gebouwd. Omdat textiel gevoelig is voor licht zijn de galerijen gedimd. In de laatste ruimte kunnen bezoekers garen en textielmonsters aanraken en zien hoe het werk gecreëerd wordt in een video van een deskundige wever van de Albers Foundation.

Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Openingstijden
Zondag t/m donderdag 10.00 – 18.00 uur
Vrijdag en zaterdag 10.00 – 22.00 uur

Bovenste foto: Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.

With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Metamorfose weeft geometrisch

Paulien van Asperen, Agam-o-weave.

Acht weefsters geven een invulling aan het thema geometrie, stereometrie en lijnen

Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die om de zes weken bij elkaar komt om elkaar te inspireren tot nieuw weefwerk rond een gekozen thema. Na hun debuuttentoonstelling ‘Lijnenspel’ in Museum het Leids Wevershuis volgt nu – met twee leden meer – een nieuwe expositie in Stroomhuis Neerijnen.

Het thema voor deze expositie is ‘geometrie, stereometrie en lijnen’. Iedere weefster in de groep heeft haar eigen stijl en voorkeur voor bepaalde materialen, wat blijkt uit de individuele werkstukken op de tentoonstelling. Er wordt gewerkt met katoen, wol, linnen, polyester en koperdraad, zowel twee- als driedimensionaal. Voor deze expositie heeft de groep echter ook een gezamenlijk kunstwerk gemaakt.
Ank Hazelhoff, Regenboogcirkel.
Ank Hazelhoff, Regenboogcirkel.
Metamorfose bestaat uit de volgende weefsters:
Ank Hazelhoff (Neerijnen)
Na ervaring opgedaan te hebben met vele handvaardigheden, zoals boetseren, houtbewerken en zilversmeden, en het halen van haar coupeusediploma, kwam Ank Hazelhoff in aanraking met weven. Begin jaren ’80 heeft zij een beginnerscursus gevolgd. Hierna ging het in een stroomversnelling. Diverse andere cursussen volgden. Zij volgde een driejarige cursus miniatuurweven bij Bep ten Ancher. Hier leerde zij veel over vormgeving, maar miste het weefgetouw en volgde daarom daarna de driejarige weefopleiding in Gouda bij Marijke Dekkers. Hier heeft zij haar weg gevonden door het kunnen maken van twee- en driedimensionale weefsels. ‘Het is boeiend om als het ware te boetseren met draden en zo een beeld te vormen. Extra is dat je ook kleur kunt toevoegen.’
Tonny van den Berg, Wafels.
Tonny van den Berg, Wafels.
Tonny van den Berg (Haaften)
De interesse in weven is bij Tonny van den Berg begonnen rond de jaren ’60. Zij woonde in Delft waar Wil Pennings een mooi weefatelier had. Regelmatig liep zij bij haar langs om te kijken wat voor prachtige lappen zij nu weer op het weefgetouw had staan. De weefsels waren meestal van wol met een mooi kleurverloop. Rond 1978 heeft zij een weefgetouw aangeschaft met het idee om ook van die mooie lappen te gaan weven, maar daar waren wel enige cursussen voor nodig. Eerst bij Marian Stubenitsky in Wageningen en daarna bij Marijke Dekkers in Gouda. ‘Met weven heb ik een knipperlichtverhouding; jaren kan het weefgetouw leeg staan om vervolgens weer de draad op te pakken (letterlijk en figuurlijk).’
Lia Rath, Banden in Rietveldkleuren.
Lia Rath, Banden in Rietveldkleuren.
Lia Rath (Aalten)
Lia Rath weeft al meer dan 25 jaar en heeft haar weefopleiding in Gent (België) genoten, aangevuld met diverse cursussen. De eerste vijftien weefjaren is zij voornamelijk bezig geweest met het weven van kleding, die samen met het werk van twee collega’s in een eigen winkel verkocht werd. Nu is zij voor een groot deel bezig met het enthousiasmeren van nieuwe of herintredende weefsters en is zij zelf met eigen werk een andere weg ingeslagen, waardoor er weer andere facetten van het weven belicht worden. Zij vindt het leuk om met andere materialen dan de gewone weefgarens bezig te zijn.
Thera Berkhout, Kleurbollen.
Thera Berkhout, Kleurbollen.
Thera Berkhout (Son en Breugel)
In 1980 begon Thera Berkhout met weven. Haar echtgenoot attendeerde haar op een weefgetouwtje en zei: ‘dat is echt wat voor jou’. Vanaf de eerste dag vond zij het geweldig. Daarna heeft zij diverse cursussen gevolgd. ln 1990 leerde zij Dini Cameron kennen, die het weefprogramma Pro Weave ontwikkelde. Dat boeide haar enorm en zo werd zij de eerste tester in Nederland van dat programma. Dit doet zij nog steeds als er weer iets aan het programma wordt verbeterd. Als technisch weefster wil zij niets weten van koperdraad, maar de techniek en het gebruik van de computer interesseert haar des te meer. Zo komt zij, met het gebruik van de computer en het weefprogramma, op haar 32-schachts weefgetouw tot haar werkstukken.
Marijke Scheepstra, Buizen, gekleurd garen en koperdraad.
Marijke Scheepstra, Buizen, gekleurd garen en koperdraad.
Marijke Scheepstra (Westervoort)
Rond 2000 las Marijke Scheepstra in het plaatselijk krantje van Duiven over een weefwerkplaats in Zevenaar. Haar interesse was gewekt en al snel ging zij daar kennis maken en kon zij genieten van de rijke ervaring van de dames aldaar. Aangevuld met de basislessen van Riek Bruggink kon het avontuur met draden beginnen. Inmiddels is zij al vele jaren bezig om de combinatie van draden met verschillende materialen uit te proberen op het weefgetouw. Haar voorkeur gaat uit naar weefwerk in combinatie met metaal- of koperdraad om daarbij vanuit het platte weefwerk een ruimtelijk object te maken.
Nel Vervoorn-Kooijman (Lochem)
Ruim veertig jaar geleden begon Nel Vervoorn met het spinnen van wol op een Louet spinnewiel en snel daarna heeft zij een weefgetouw geleend om de gesponnen wol te weven. De eerste basislessen over het weven heeft zij bij Gerda van de Markt (M en M) in Twello gevolgd. Haar echtgenoot Theo is in 1978 bij Louet gaan werken en heeft haar de taak toebedacht om elk nieuw weefgetouw uit te proberen en voor de showroom en de beurzen de getrouwen van een weefwerk te voorzien. Doordat de interesse voor het weven bleef groeien, is zij de opleiding Kunstzinnige Vorming voor het vak Weven gaan volgen. Recentelijk (2013-2016) heeft zij de Kunstopleiding bij Academie ‘de Werker‘ in Groningen gevolgd. Haar weefwerk is zowel functioneel als decoratief. Zij werkt met maximaal 32 schachten en diverse materiaalsoorten.
Het gezamenlijke werkstuk van weefgroep Metamorfose (detail).
Het gezamenlijke werkstuk van weefgroep Metamorfose (detail).
Paulien van Asperen (Kampen)
Paulien van Asperen keek altijd bij haar wevende schoonmoeder mee. Toen die in 2005 overleed heeft zij haar hele weefboedel gekregen en ging zij direct aan de slag. Zij begon met een introductiecursus. Na één les was zij al gegrepen door de oneindige mogelijkheden van technieken, materialen en kleuren. Daarna heeft zij binnen haar huidige weefkring De Kaardebol in Zwolle les gehad.
Sindsdien volgt zij elke winter meerdere weefcursussen en weeft vrijwel dagelijks, naast haar baan. Eerst weefde zij vooral sjaals en dekens, nu met name objecten. Weven geeft haar de mogelijkheid om ideeën, visuele elementen uit de wereld om haar heen en inspiratiebronnen uit de kunst om te zetten in concrete weefsels. Wat haar echt fascineert zijn repetitieve abstracte elementen die beweging en diepte suggereren of zelfs optisch misleidend zijn. Om deze elementen in kleur en textuur en verschuivende, maar repetitieve patronen te rangschikken vindt zij heel spannend.
Marijke Jochijms, Follow the line.
Marijke Jochijms, Follow the line.
Marijke Jochijms (Westervoort)
Al vanaf haar jeugd heeft Marijke Jochijms allerlei textiele technieken toegepast, maar vanaf de jaren ’90 heeft zij zich gespecialiseerd in de weeftechniek. Na de driejarige weefopleiding in Gent is zij zich steeds meer gaan toeleggen op de experimentele weefkunst. Zij houdt ervan uitdagingen aan te gaan en te onderzoeken wat mogelijk is binnen het kader van het getouw, steeds zoekend naar nieuwe materialen om te verwerken in het weefwerk. Zij heeft gewerkt met foto’s, allerlei papier en cassetteband, de afgelopen periode onder andere met spijkers en boomschors.
Naast haar kunstzinnige werk vindt zij het ook heerlijk om gewoon in het ritme van het weven te komen en bijvoorbeeld mooi gekleurde sjaals te weven. Naast het creëren van eigen weefwerk was zij twintig jaar als docent verbonden aan de Vakopleiding Weven Karmijn in Driebergen (vakopleiding weven voor mensen met een beperking) en heeft zij vijftien jaar de weefgroep in het Nederlands Openluchtmuseum begeleid.
Openingstijden
Donderdag t/m zondag 12.00 – 16.00 uur
Na 31 maart dinsdag t/m zondag van 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Paulien van Asperen, Agam-o-weave.

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Tetraëder – weven en splitsvlechten

Werk van Marijk Dekkers.

Triotentoonstelling in splitsvlechten en weven

In Museum het Leids Wevershuis is tot 29 april een tentoonstelling te zien van werkstukken uitgevoerd in splitsvlechten en weven, gemaakt door Marijk Dekkers, Annie Lavrijssen en Marina L. van Dobben de Bruyn.

Weven is de gemeenschappelijke basis van deze drie kunstenaars, maar elk ontwikkelde en specialiseerde zich in een eigen richting. Splitsvlechten (ply split braiding) is een techniek om met koord patronen te vlechten. Annie Lavrijssen creëert monumentale textiele kunst, Marijk Dekkers vlecht manden in genoemde splitsvlechttechniek en Marina van Dobben de Bruyn maakt geometrische dubbelweefsels.
Aardlagen door Annie Lavrijssen, dubbel corduroy-techniek, tweeluik (2 x 80 x 60 cm), gemaakt van aan repen geknipte restantlapjes.
Aardlagen door Annie Lavrijssen, dubbel corduroy-techniek, tweeluik (2 x 80 x 60 cm), gemaakt van aan repen geknipte restantlapjes.
Annie Lavrijssen-de Haan
Spinnenweb door Annie Lavrijssen, geweven op een zelf getimmerd raam, circa 3,5 m breed, gemaakt van scheringresten van een tapijtfabriek.
Spinnenweb door Annie Lavrijssen, geweven op een zelf getimmerd raam, circa 3,5 m breed, gemaakt van scheringresten van een tapijtfabriek.
Annie Lavrijssen volgde de open weefopleiding bij ‘de Werkschuit’ te Gouda, diverse workshops en de HBO-opleiding monumentale kunst te Arendonk, waarin zij in de hoogste graad afstudeerde. Haar huis in Etten-Leur ademt textielkunst uit en zij is in de stille uren altijd te vinden in haar atelier, achter haar weefgetouw of buiten bij het verfbad.
Lavrijssen is actief bij weefkring Foudia, textielgroep Kameleon, kunstgroep de Bikkels en Tetraëder. Met deze groepen worden onderling de werkstukken en technieken besproken en exposities gehouden. Haar creaties bevatten diverse technieken. Bij de wand- en vloerkleden is de techniek ‘dubbel corduroy’ toegepast en bij de raambekleding de techniek ‘Ausbrenner’. Zij streeft er altijd naar gebruikte materialen te verwerken. Veel van haar werk bestaat uit toegepaste textielkunst.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 32 cm, materiaal breikatoen 8/4.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 32 cm, materiaal breikatoen 8/4.
Marijk Dekkers
Marijk Dekkers (website) volgde de NS-opleiding (voor kunstnaaldwerk en handwerktechnieken) en diverse bijscholingen voor onder andere weven, spinnen en splitsvlechten (ply-split braiding). Zij gaf jarenlang weeflessen door heel Nederland en schreef diverse artikelen in het blad Weven.
Sinds 2004 vlecht zij objecten in de splitsvlechttechniek. In plaats van gewoon vlechten, waarbij materialen over en onder elkaar gaan, worden bij splitsvlechten koorden door elkaar getrokken, waardoor meer samenhang in de werkstukken ontstaat.
Dekkers noemt haar objecten ‘Ruimte voor gedachten’. De rode draad in haar werken is een onzichtbaar vervolgverhaal, als gevolg van de weerkerende vraag ‘Wat als…?’ Daaruit ontstaan ideeën voor nieuwe vormen, ordeningen, kleurencombinaties, structuren en garens.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Zwart/wit 1', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Zwart/wit 1’, dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn.
Marina L. van Dobben de Bruyn.
Marina L. van Dobben de Bruyn
De kleurrijke dubbelweefsels van Marina van Dobben de Bruyn (website) worden gekenmerkt door hun grote dieptewerking. Deze ontstond tot nu toe door zowel haar vormen als kleurgebruik. Haar nieuwe uitdaging is om dit ook in zwart en wit te bereiken. Ze wordt daarbij geholpen door haar bouwkundige achtergrond aangevuld in de 90er jaren door de driejarige Open Weefopleiding in Gouda o.l.v. Marijke Dekkers.
Op deze expositie hangen een hele serie nieuwe weefsels die uit een zwarte en een witte laag bestaan die met elkaar vervlochten zijn. Af en toe kan ze het toch niet laten om daar ook kleur aan toe te voegen, maar ze blijft haar abstracte vormentaal gebruiken met af en toe een vleugje herkenbaarheid.
Naast haar weefsels heeft Van Dobben de Bruyn ook veel geëxposeerd met haar foto’s waarbij abstractie en vergankelijkheid een thema zijn. Ook haar unieke genummerde halssieraden van gerecycled glas en brons met oude handelskralen en halfedelstenen vormen veel aftrek. Deze zijn niet op de expositie aanwezig, maar na een telefoontje bent u altijd welkom in haar atelier.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Glas in lood', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Glas in lood’, dubbelweefsel.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur
Tijdens de expositie zal elk weekend één van de kunstenaars aanwezig zijn.

Bovenste foto: Werk van Marijk Dekkers, hoogte 22 cm, materiaal Nm 34/2 katoen en lurex.

Werk van Marijk Dekkers, hoogte 14 cm, materiaal Nm 34/2 katoen.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 14 cm, materiaal Nm 34/2 katoen.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Verstedelijking', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Verstedelijking’, dubbelweefsel.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather