Archives

Alles heeft ritme van Weefcollectief Metamorfose

Werk van Marijke Jochijms.

Acht benaderingen van het thema ‘ritme’ in de weefkunst

Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die elkaar inspireert tot nieuw weefwerk. Jaarlijks exposeren zij rond een bepaald thema. Het thema van dit jaar is ‘Ritme’. Ritme is een specifieke herhaling, zowel in de tijd als in de ruimte, die een zeker patroon of regelmaat vertoont. Ritme in de weefkunst uit zich in het ritme van een patroon, van het kleurgebruik, in de afwisseling van materialen, en zelfs in de beweging zelf.

Weefcollectief Metamorfose
Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die om de zes weken bij elkaar komt en elkaar inspireert tot nieuw weefwerk. Ze bespreken ieders werk uitgebreid en geven daar hun kijk op. Omdat hun textiele achtergronden heel verschillend zijn, leren ze zo van elkaar om buiten hun eigen kaders te denken. Zo rekken ze hun verbeelding op en komen tot andere resultaten.
Iedereen in de groep heeft haar eigen stijl en voorkeuren. Waar de één start vanuit een inspiratie, begint de ander vanuit een vorm of bepaalde materialen. Sommigen van hen maken eerst ontwerpen in papier of karton of beginnen met schilderen of tekenen, anderen starten direct met weven. Ze weven met o.a. katoen, wol, linnen, polyester, koperdraad en paardenhaar, zowel twee- als driedimensionaal en op getouwen van vier tot 32 schachten.
De weefsters van Metamorfose zijn: Paulien van Asperen, Tonny van den Berg, Thera Berkhout, Ank Hazelhoff, Marijke Jochijms, Lia Rath, Marijke Scheepstra en Nel Vervoorn.
Paulien van Asperen, Onderzoek in kleur 2. Een werkstuk uit een serie van vier, geweven in een zelf ontwikkelde variant op de Zomer- & Wintertechniek. De gebruikte materialen zijn katoen in de ketting en wol in de inslag. Voor het ontwerp werd zij geïnspireerd door de verticale en horizontale belijning van woontorens in Oslo.
Paulien van Asperen, Onderzoek in kleur 2. Een werkstuk uit een serie van vier, geweven in een zelf ontwikkelde variant op de Zomer- & Wintertechniek. De gebruikte materialen zijn katoen in de ketting en wol in de inslag. Voor het ontwerp werd zij geïnspireerd door de verticale en horizontale belijning van woontorens in Oslo.
Paulien van Asperen
Weven geeft Van Asperen de mogelijkheid om ideeën, visuele elementen uit de wereld om haar heen en inspiratiebronnen uit de kunst om te zetten in concrete weefsels. Weven betekent voor haar ontwerpen maken, die omzetten naar technische werktekeningen en kiezen welke materialen, texturen en kleuren zij wil gebruiken om het juiste effect te bereiken.
Wat haar erg boeit zijn repeterende abstracte elementen die visueel een eigen leven gaan leiden of zelfs optisch misleidend voor het oog kunnen zijn. De ordening van die elementen in kleur en textuur en verschuivende, maar repeterende patronen spreekt haar aan.
Tonny van den Berg, Wafels. De wafel is behalve een gebakken koek met ruitjes erin ook een weefbinding. Een wafelbinding is een structuurweefsel. De kenmerkende vierkante kuiltjes die ontstaan door het samentrekken van langere ketting- en inslagflotteringen vormen een volumineus, absorberend, elastisch weefsel. In dit werkstuk is de wafelbinding extreem uitvergroot en daarmee uit de context van het gebruiksvoorwerp getrokken.
Tonny van den Berg, Wafels. De wafel is behalve een gebakken koek met ruitjes erin ook een weefbinding. Een wafelbinding is een structuurweefsel. De kenmerkende vierkante kuiltjes die ontstaan door het samentrekken van langere ketting- en inslagflotteringen vormen een volumineus, absorberend, elastisch weefsel. In dit werkstuk is de wafelbinding extreem uitvergroot en daarmee uit de context van het gebruiksvoorwerp getrokken.
Tonny van den Berg
De interesse van Van den Berg in weven is begonnen rond de jaren ’60. Zij woonde in Delft, waar Wil Pennings op het Oude Delft een mooi weefatelier runde. Regelmatig liep zij bij haar langs om te kijken wat voor prachtige lappen zij weer op het weefgetouw had staan. De weefsels waren meestal van wol met een mooi kleurverloop. Een lust voor het oog.
Rond 1978 heeft zij een weefgetouw aangeschaft met het idee om ook van die mooie lappen te weven, maar daar waren wel enige cursussen voor nodig. Eerst bij Marian Stubenitsky in Wageningen en daarna bij Marijke Dekkers in Gouda. Met weven heeft zij een knipperlichtverhouding. Jaren kan het weefgetouw leeg staan om vervolgens weer de draad op te pakken (letterlijk en figuurlijk).
Thera Berkhout
In 1980 begon Berkhout met weven. Huub, haar echtgenoot, attendeerde haar op een weefgetouwtje dat in Arachne stond en zei: ‘Dat is echt wat voor jou’ en van de eerste dag af vond zij het geweldig.
Daarna heeft zij diverse cursussen gevolgd, o.a. een cursus in Tilburg, die door de Federatie Landelijk Weef Kontakt werd georganiseerd (nu Weefnetwerk). In 1990 leerde zij Dini Cameron uit Canada kennen. Zij ontwikkelde het weefprogramma Pro Weave. Dat boeide haar enorm en zo werd zij de eerste tester in Nederland van dit weefprogramma. Dit doet zij nog steeds als er weer iets aan het programma wordt verbeterd.
Als technisch weefster wil zij niets van koperdraad e.d. weten. De techniek en het gebruik van de computer interesseert haar veel meer. Zo komt zij met gebruik van de computer en het weegprogramma op haar 32-schachts weefgetouw tot haar werkstukken.
Thera Berkhout, Keltische knoop. Een werkstuk geïnspireerd op de gestileerde grafische voorstellingen van knopen, gebruikt voor versiering, overgenomen door de oude Kelten. Een verweven patroon binnen een weefsel. De gebruikte techniek is Beiderwand en het gebruikte materiaal Egyptisch katoen in de ketting en cottolin in de inslag.
Thera Berkhout, Keltische knoop. Een werkstuk geïnspireerd op de gestileerde grafische voorstellingen van knopen, gebruikt voor versiering, overgenomen door de oude Kelten. Een verweven patroon binnen een weefsel. De gebruikte techniek is Beiderwand en het gebruikte materiaal Egyptisch katoen in de ketting en cottolin in de inslag.
Ank Hazelhoff, Bloem. Deze bloem is geweven met koperdraad en diverse tinten glanskatoen en is na het weven in model gevouwen op lijnen die in het patroon van het weefsel zitten.
Ank Hazelhoff, Bloem. Deze bloem is geweven met koperdraad en diverse tinten glanskatoen en is na het weven in model gevouwen op lijnen die in het patroon van het weefsel zitten.
Ank Hazelhoff
Na vele handvaardigheden, zoals boetseren, houtbewerken, zilversmeden en kleding maken, kwam Hazelhoff in aanraking met weven. Nu kon zij iets van draad tot kledingstuk maken. Begin jaren ’80 ging zij in de buurt een beginnerscursus volgen. Hierna ging alles in een stroomversnelling. Diverse andere cursussen volgden, o.a. een driejarige opleiding miniatuurweven. Hier leerde zij veel over vormgeving, maar miste daarbij vaak het weefgetouw.
Daarna volgde zij een driejarige weefopleiding in Gouda bij Marijke Dekkers. Hier heeft zij haar weg gevonden met het kunnen maken van 2- en 3-dimensionale weefsels door het gebruiken van koperdraad in het weefsel. Het is boeiend om als het ware te boetseren met draden en zo een beeld te vormen. Extra bij het weven is dat er door de draden kleur aan kan toegevoegd worden.
Marijke Jochijms
Al vanaf haar jeugd heeft Jochijms allerlei textiele technieken toegepast, maar vanaf de jaren ’90 heeft zij zich gespecialiseerd in de weeftechniek. Na de driejarige weefopleiding in Gent is zij zich meer gaan toeleggen op de experimentele weefkunst.
Marijke Jochijms, Glitters. Dit kleine ingelijste werkstuk is geweven in een variatie op de linnenbinding. Het gebruikte materiaal is katoen, blauw glitterdraad en stroken holografisch karton.
Marijke Jochijms, Glitters. Dit kleine ingelijste werkstuk is geweven in een variatie op de linnenbinding. Het gebruikte materiaal is katoen, blauw glitterdraad en stroken holografisch karton.
Zij houdt van uitdagingen aan te gaan en te onderzoeken wat mogelijk is binnen het kader van het getouw. Zij is steeds zoekend naar nieuwe materialen om te verwerken in haar weefwerk. Zo heeft zij regelmatig gewerkt met foto’s, allerlei papier en cassettebandjes. De afgelopen periode heeft zij o.a. gewerkt met spijkers en boomschors.
Maar naast haar kunstzinnige werk vindt zij het ook heerlijk om gewoon in het ritme van het weven te komen en bijvoorbeeld mooi gekleurde sjaals te weven. Naast het creëren van haar eigen weefwerk was zij twintig jaar verbonden als docent aan de vakopleiding ‘Weven Karmijn’ in Driebergen (vakopleiding voor mensen met een beperking) en daarnaast heeft zij vijftien jaar de weefgroep in het Nederlands Openluchtmuseum begeleidt. Zij werkte mee aan verschillende exposities, regionaal en landelijk.
Lia Rath, Object met paardenhaar. Het uitgangspunt voor dit werkstuk was het paardenhaar. Rath heeft daar een open weefsel van gemaakt, waar zoveel mogelijk van het materiaal te zien is en men niet afgeleid wordt door kleur, vandaar haar keuze voor zwart/wit. Naast paardenhaar heeft zij ook katoen gebruikt.
Lia Rath, Object met paardenhaar. Het uitgangspunt voor dit werkstuk was het paardenhaar. Rath heeft daar een open weefsel van gemaakt, waar zoveel mogelijk van het materiaal te zien is en men niet afgeleid wordt door kleur, vandaar haar keuze voor zwart/wit. Naast paardenhaar heeft zij ook katoen gebruikt.
Lia Rath
Rath weeft al meer dan 25 jaar en heeft haar weefopleiding in Gent genoten, aangevuld met diverse cursussen. De eerste vijftien weefjaren is zij voornamelijk bezig geweest met het weven van kleding, dat verkocht werd samen met twee collega’s in een eigen winkel.
Nu is zij voor een groot deel bezig met het enthousiasmeren van nieuwe of herintredende weefsters en is zij zelf met haar eigen werk een andere weg ingeslagen, waardoor er weer andere facetten van het weven belicht worden. Zij vindt het leuk om met andere materialen dan de gewone weefgarens bezig te zijn en door andere leden van het weefcollectief Metamorfose geïnspireerd en gestimuleerd te worden.
Marijke Scheepstra, Magisch vierkant. Het werkstuk is samengesteld door bandjes van 3 cm breed te weven. De weeftechniek is linnenbinding, uitgevoerd in verschillende kleuren borduurkatoen en koperdraad. Daarna heeft zij de bandjes gevouwen in blokformaat en het geheel samengevoegd tot een compositie in kleur met verschillende hoogtes.
Marijke Scheepstra, Magisch vierkant. Het werkstuk is samengesteld door bandjes van 3 cm breed te weven. De weeftechniek is linnenbinding, uitgevoerd in verschillende kleuren borduurkatoen en koperdraad. Daarna heeft zij de bandjes gevouwen in blokformaat en het geheel samengevoegd tot een compositie in kleur met verschillende hoogtes.
Marijke Scheepstra
Rond 2000 las Scheepstra in het plaatselijk krantje van Duiven over een weefwerkplaats in Zevenaar. Haar interesse was gewekt en al snel ging zij daar kennis maken en kon ze genieten van de rijke ervaring van de dames aldaar. Aangevuld met basislessen van Riek Bruggink kon haar avontuur beginnen.
Inmiddels is zij al jaren bezig om de combinatie van draden met verschillende materialen uit te proberen op haar weefgetouw. Haar voorkeur gaat uit naar weefwerk in combinatie met metaal of koperdraad en daar dan vanuit het platte vlak een ruimtelijk object te maken.
Nel Vervoorn
Ruim 40 jaar geleden is Vervoorn begonnen met spinnen van wol op een Louët spinnewiel en heeft al snel daarna een weefgetouw van haar moeder geleend om de gesponnen wol te weven. Dit was het begin van haar wevend leven. De eerste basislessen over weven heeft zij in Twello gevolgd. Haar man Theo is in 1978 bij Louët gaan werken en aan haar de schone taak om elk nieuw ontworpen weefgetouw uit te proberen en voor de showroom en beurzen de getouwen van weefwerk te voorzien.
De interesse voor het weven bleef groeien en zij is de opleiding Kunstzinnige Vorming voor het vak weven gaan volgen. In 2013-2016 volgde de kunstopleiding bij Academie de Werker te Groningen. Ook dat geeft weer extra verdieping aan haar werk. Haar werk is zowel functioneel als decoratief en zij werkt met maximaal 32 schachten en divers materiaal. Met de Week van het Weven in 2012 heeft zij met Ank Hazelhoff bij Louët een duo-expositie gehad.
Nel Vervoorn, Bergen en dalen. Het werkstuk is een netwerkdubbelweefsel met 32 schachten geweven, uitgevoerd in veel verschillende kleuren cottolin. De inspiratie komt van een geabstraheerd schilderij.
Nel Vervoorn, Bergen en dalen. Het werkstuk is een netwerkdubbelweefsel met 32 schachten geweven, uitgevoerd in veel verschillende kleuren cottolin. De inspiratie komt van een geabstraheerd schilderij.
Twee locaties
De tentoonstelling ‘Alles heeft ritme’ is op twee locaties in Westervoort te zien. Behalve in Huize Vredenburg (gegevens onderaan) is een deel van de expositie ook te zien in restaurant Huis ter West, Zuidelijke Parallelweg 3, 6931 EN Westervoort. Daar kunt u ook een consumptie gebruiken.
Openingstijden
Huize Vredenburg: zaterdag en zondag 14.00 – 17.00 uur
Huis ter West: alle dagen 10.00 – 23.00 uur

Bovenste foto: Werk van Marijke Jochijms.

Marijke Jochijms, sjaal. Deze sjaal is geweven in de schijndubbeltechniek. Het gebruikte materiaal is gemerceriseerde katoen in verschillende tinten bruin, beige, groen en geel, geïnspireerd op de herfst en de kleuren van de boombladeren.
Marijke Jochijms, sjaal. Deze sjaal is geweven in de schijndubbeltechniek. Het gebruikte materiaal is gemerceriseerde katoen in verschillende tinten bruin, beige, groen en geel, geïnspireerd op de herfst en de kleuren van de boombladeren.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Weven en verbeelden

'Agam-o-weave' van Paulien van Asperen (detail).

Weefwerk en brons in het Kerkje van Persingen

In het weekend van 13 en 14 april 2019 vindt in het pittoreske Kerkje van Persingen een tentoonstelling plaats van weefwerk van Anneke Kersten en Paulien van Asperen en bronzen van Bets Kusters.

'Kleurrijk' van Anneke Kersten.
‘Kleurrijk’ van Anneke Kersten.
Het kerkje van Persingen.
Het kerkje van Persingen.
Anneke Kersten (Nijmegen) heeft zich in de textielkunst ontwikkeld door een weefopleiding in Oregon, Verenigde Staten en het Textielmuseum in Tilburg. Door gebruik van koperdraad en andere verrassende materialen geeft zij kleur en vorm aan haar weefobjecten.
Paulien van Asperen (Kampen) zet haar fascinatie voor repetitieve abstracte elementen uit de kunst en architectuur om in weefwerk. Door kleur- en materiaalgebruik creëert ze beweging en diepte en gaan de doorgaans geometrische patronen visueel een eigen leven leiden.
De grote liefde voor de natuur in combinatie met architectuur zijn de inspiratie en kracht voor Bets Kusters (Nijmegen) om haar emoties te ‘verbeelden’. Abstracte vormen met een enigszins ruwe afwerking zijn kenmerkend, ze laat de vaak schitterend gekleurde, ruwe en eerlijke giethuid spreken, waarbij de warmte van het brons zichtbaar is.
Openingstijden
Zaterdag en zondag 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: ‘Agam-o-weave’ van Paulien van Asperen.

'Agam-o-weave' van Paulien van Asperen.
‘Agam-o-weave’ van Paulien van Asperen.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Inca dress code

Tentoonstelling van zeldzaam Inca-textiel uit de precolumbiaanse tijd

Het Museum Kunst & Geschiedenis (voorheen het Jubelparkmuseum) heeft momenteel een grote tentoonstelling over de precolumbiaanse textielkunst der Inca’s. Behalve textiel zijn er ook prachtige ornamenten en sieraden te zien. De tentoonstelling is tot 24 maart 2019 te zien.

Dit kleine zilveren vrouwelijke figuurtje is omwikkeld met twee lagen weefsel die door een kleine gordel en tupu (metalen speld) worden samengehouden. De figuur houdt verband met het capacocha-ritueel. Zilver, veren, lamawol, katoen, 14 x 8,5 cm, periode 1450 - 1532 CE.
Dit kleine zilveren vrouwelijke figuurtje is omwikkeld met twee lagen weefsel die door een kleine gordel en tupu (metalen speld) worden samengehouden. De figuur houdt verband met het capacocha-ritueel. Zilver, veren, lamawol, katoen, 14 x 8,5 cm, periode 1450 – 1532 CE.
Textiel in de precolumbiaanse tijd
Textiel diende natuurlijk voor het maken van kleding en om de muren in bepaalde woningen te bekleden, maar het was bij de Inca’s bovenal een teken van rijkdom. Het werd beschouwd als een waardevol bezit dat stond voor financiële welstand. Het was dan ook een geliefd geschenk bij diplomatieke uitwisselingen of bij offerandes aan de goden. De eerste Spaanse ontdekkingsreizigers hadden meteen grote bewondering voor de kwaliteit van de textielproductie en maakten geregeld de vergelijking met de Europese zijdeweefsels.
De stoffen ontleenden hun waarde niet zozeer aan de snit, die door het gebruikte type weefgetouw noodgedwongen eenvoudig bleef, maar aan de kwaliteit van de vezels, de rijkelijke decoratie en de diversiteit van kleuren en gebruikte symbolen. De drager van een kledingstuk gaf hiermee te kennen wat zijn sociale positie was en tot welke groep hij behoorde. Hij bracht ook een religieuze boodschap over.
In tijden van conflicten vormden kledingstukken en textiel ook een begeerde oorlogsbuit. Krijgsgevangenen werden van hun kledij ontdaan als teken van onderwerping en vernedering, terwijl de overwinnaar zich de kledingstukken toeëigende of aan de goden schonk. De leider van de onderworpen groep werd verplicht dezelfde kleding als de overwinnaar aan te trekken ten teken van zijn nieuwe ondergeschiktheid.
Met katoen geborduurde lamawollen mantel, versierd met een mythologische scène die verband houdt met voorouders en de vrouwelijke vruchtbaarheid. Nasca-beschaving, circa 100 - 600 CE, 255 x 93 cm.
Met katoen geborduurde lamawollen mantel, versierd met een mythologische scène die verband houdt met voorouders en de vrouwelijke vruchtbaarheid. Nasca-beschaving, circa 100 – 600 CE, 255 x 93 cm.
Hoedje met vier punten van lamawol, Tiwanaku-beschaving, periode 600 - 900 CE.
Hoedje met vier punten van lamawol, Tiwanaku-beschaving, periode 600 – 900 CE.
Weefsels in de precolumbiaanse tijd waren goederen die over grote afstand circuleerden. Via diplomatieke weg of door veroveringen konden textielweefsels, veel meer dan aardewerk, soms grote afstanden afleggen. Dit maakt het toewijzen van bepaalde archeologische stukken aan de juiste cultuur niet eenvoudig.
De textielweefkunst doet zijn intrede in de Andes aan het begin van het 6de millennium BCE, nog voor men er aardewerk produceert en de metallurgie beheerst. Gedurende de vele eeuwen die voorafgaan aan de komst van de Europeanen zal ze voortdurend onderhevig zijn aan vernieuwing en technische verfijning.
Dodenmasker van Huaca de la Luna. Mochica-beschaving, goud, koper, schelpen en steen, 26 cm hoog, circa 100 - 600 CE.
Dodenmasker van Huaca de la Luna. Mochica-beschaving, goud, koper, schelpen en steen, 26 cm hoog, circa 100 – 600 CE.
Textiel als een verheven kunstvorm
In tegenstelling tot vele andere beschavingen, zagen de Andesculturen textiel als een van de hogere kunsten, in die mate zelfs dat het textiel, met zijn maakproces en iconografie, andere kunstvormen zoals ceramiek en architectuur heeft beïnvloed. We weten eveneens dat textiel een belangrijke symbolische en sacrale betekenis had. Zo zijn er ‘offers’ bekend van weefsels die men in brand stak om de goden te behagen. Belangrijke overledenen werden letterlijk ingepakt in meerdere, soms tot twaalf, lagen textiel.
De teksten van de eerste Spanjaarden lichten ons eveneens in over de sterke controle die de Inca-vorst uitoefende over de grondstoffen zoals katoen en wol. Hij beschikte ook over spinnerijen en textielateliers die voor zijn rekening werkten en die de allerfijnste weefsels produceerden met een iconografie waarin hij als heerser werd afgebeeld. Het ging dan ook om een hogere hofkunst die gebonden was aan heel strikte regels.
Unku, lamawol en katoen, Chancay of Chimu, periode 1100 - 1450 CE, 142 x 46 cm.
Unku, lamawol en katoen, Chancay of Chimu, periode 1100 – 1450 CE, 142 x 46 cm.
Inca-textiel nauwelijks bekend
Terwijl we de verschillende samenlevingen in de Andes (Peru, Bolivia en Chili) goed kennen aan de hand van hun aardewerk, metaalproductie en mummies, heeft men een minder duidelijk beeld van de wijze waarop de bewoners van de Andes leefden en gekleed waren. Welke vezels gebruikten ze? Over welke kleurstoffen beschikten ze? Hoe werden de weefsels vervaardigd? Wat droegen ze aan hun voeten?
Paar Inca-schoenen van lamaleer en alpacawol, 1450 - 1532 CE, 24 x 10 cm.
Paar Inca-schoenen van lamaleer en alpacawol, 1450 – 1532 CE, 24 x 10 cm.
Deze tentoonstelling is een gelegenheid om kennis te maken met de prachtige weefsels, de vernuftigheid van bepaalde motieven en de schitterende, bonte kleuren die de stoffen en veren uit de precolumbiaanse periode (de periode voor de ‘ontdekking’ van Amerika) tot op heden behielden. Het Museum Kunst & Geschiedenis wilde Andesbewoners van toen als het ware ‘aankleden’ door hun garderobe (schoeisel, kleding, haartooi en sieraden) tentoon te stellen en hen aan de bezoekers voor te stellen in hun dagelijkse bezigheden. Met dit doel voor ogen is de tentoonstelling in drie delen opgesplitst.
Materialen, technieken, omstandigheden
In het eerste deel wordt informatie aangereikt die nodig is om een juist inzicht te krijgen in de kwaliteit van de voorwerpen en om ze naar waarde te schatten. Het museum geeft uitleg bij de verschillende beschikbare vezels, kleurstoffen en de manier waarop de draden voor het weven werden verkregen. Er zal een katoenveld te zien zijn, evenals opgezette lama’s en alpaca’s en balen wol die de bezoekers mogen aanraken. Verder wordt de manier waarop weefsels werden gemaakt getoond, welke soorten weefsel er toen bestonden en op welke manier men ze versierde. Ook de tijdslijn en de geografie van de Andes worden hier voorgesteld, wat een goede inleiding is voor het tweede deel van de tentoonstelling.
Mantel, vermoedelijk dodenmantel, van blauwe lamawollen stof met 53 met katoenen garen geborduurde motieven in telkens tien kleuren. Paracas-beschaving, circa 200 BCE - 100 CE, 240 x 88 cm.
Mantel, vermoedelijk dodenmantel, van blauwe lamawollen stof met 53 met katoenen garen geborduurde motieven in telkens tien kleuren. Paracas-beschaving, circa 200 BCE – 100 CE, 240 x 88 cm.
Inca-hoofdtooi van veren en plantaardige vezels, periode 1450 - 1532 CE, 34 x 26 cm.
Inca-hoofdtooi van veren en plantaardige vezels, periode 1450 – 1532 CE, 34 x 26 cm.
Eenheid en verdeeldheid wisselen elkaar af
In dit deel, het corpus van de tentoonstelling, worden de verschillende producties van textiel, sieraden en tooi uit de Andes voorgesteld in chronologische en geografische volgorde. De expositie toont ongeveer tweehonderd objecten, waaronder een aantal bijzonder goed geconserveerde voorwerpen en topstukken uit verschillende Europese musea en privéverzamelingen. De chronologie van Peru is opgebouwd uit periodes die men ‘Horizon’ en ‘Tussenperiode’ noemt. Een Horizon is een periode waarin de macht en invloedssfeer van een bepaalde beschaving zich over heel Peru uitstrekt. In de zogenaamde Tussenperiodes leven meerdere beschavingen met hun regionale kenmerken en verscheidenheid naast elkaar. Met andere woorden: in de vroege Peruaanse geschiedenis wisselen periodes van betrekkelijke culturele eenheid (Horizon) af met periodes van grote regionale diversiteit (Tussenperiode). Deze Tussenperiodes zijn gekenmerkt door een opeenvolging van kleine koninkrijken die zich uitstrekken van noord naar zuid.
Grote cocatas versierd met gestileerde vogels, lamawol en katoen, periode 1450 - 1532 CE, 81 x 89 cm.
Grote cocatas versierd met gestileerde vogels, lamawol en katoen, periode 1450 – 1532 CE, 81 x 89 cm.
De koloniale en postkoloniale periode
Het derde en laatste deel van de tentoonstelling is gewijd aan het textiel en de tooi uit de koloniale en postkoloniale periode. Hier wordt vooral de voortzetting van de precolumbiaanse traditie belicht. De Europeanen arriveren in 1521 in het huidige Peru en zullen de gewoontes en gebruiken van de volkeren die er leven grondig doen veranderen. Her en der vinden gevechten plaats, waarbij twee verschillende beschavingen, ook op gebied van bewapening, oog in oog komen te staan. Er volgt een lange overgangsperiode van kruisbestuiving tussen de culturen, wat zich ook zal uiten in de kunstproductie en in de kleding. De handwevers van vandaag weven nog steeds op de traditionele manier en maken gebruik van eeuwenoude motieven. De prachtige verzameling weefsels en kledij uit de jaren 1940, die de Koninklijke Musea van Kunst en Geschiedenis bezitten, wordt hier getoond. Het is een van de oudste en rijkste etnografische collecties die bekend is en die jammer genoeg slechts zelden voor het publiek te zien is.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 9.30 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 10.00 – 17.00 uur
Unku, een tuniek in Chuquibamba-stijl van lamawol en katoen. Inca-beschaving, periode 1450 - 1532 CE, 55 x 96 cm.
Unku, een tuniek in Chuquibamba-stijl van lamawol en katoen. Inca-beschaving, periode 1450 – 1532 CE, 55 x 96 cm.
Lendendoek van katoen en veren. Wari-beschaving, periode 600 - 900 CE, 20 x 41 cm.
Lendendoek van katoen en veren. Wari-beschaving, periode 600 – 900 CE, 20 x 41 cm.
Unku met veren, Peru, late Inca-beschaving, tussen 1450 - 1532.
Unku met veren, Peru, late Inca-beschaving, tussen 1450 – 1532.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Handwerk en quiltdagen 2018

Het Textielplein.

Combinatie van textielevenementen in de Brabanthallen

De Handwerk en Quiltdagen kenmerken zich dit jaar door een sterke uitbreiding en vernieuwing. Ten eerste vindt deze combinatie van beurs en tentoonstelling dit jaar plaats in de Brabanthallen in Den Bosch (vorig jaar was dat in Nieuwegein). Bovendien worden de Handwerk en Quiltdagen gecombineerd met de ViltExpo en Textiel Plus Arts & Crafts tot een groot textielfestijn. Dit jaar dus een veel breder en uitgebreider aanbod.

De ViltExpo vond in eerdere jaren als gespecialiseerde viltbeurs plaats in Arnhem. De oorsprong van Textiel Plus Arts & Crafts gaat verder terug; in 2012 vonden voor de laatste keer de Textiel Plus Kunstdagen plaats in Deventer, dit jaar krijgt dit evenement van het tijdschrift Textiel Plus een revival.
Wandkleed van Lia Meiborg.
Wandkleed van Lia Meiborg.
Heilige huisjes 2 door Anna van Bohemen.
Heilige huisjes 2 door Anna van Bohemen.
Beurs
De Handwerk en Quiltdagen zijn verhuisd naar de Brabanthallen om een aanzienlijk groter aantal standhouders de ruimte te bieden: 135, terwijl dat er vorig jaar nog 85 waren. Grote landelijke leveranciers, maar ook kleinere specialisten verkopen een enorm aanbod aan materiaal en benodigdheden. Liefhebbers van breien, haken, quilten, patchwork, vilten, borduren, weven en spinnen kunnen hun hart ophalen.
Exposities
Dit jaar stellen gerenommeerde, professionele Nederlandse kunstenaars zich voor. Monika Loster, Marianne van Heeswijk, Anna van Bohemen, Hella van ’t Hof, Lia de Jonghe, Linda van Kerkhof, Madelon de la Rive Box, Marjolein Burbank, Sandra Mackus en Rosa Verloop zetten beproefde textiele technieken in om maatschappelijke, maar ook persoonlijke thema’s uit te dragen. Krachtige boodschappen worden verpakt in zacht textiel. Kunst die vragen stelt. ‘Stof’ die tot nadenken stemt.
Koe in de zon, koe in de regen, wandkleed van Madelon de la Rive Box.
Koe in de zon, koe in de regen, wandkleed van Madelon de la Rive Box.
Art quilt van Eke Krug.
Art quilt van Eke Krug.
Daarnaast is er dit jaar een nieuw onderdeel bij gekomen: Textiel Plus Arts & Crafts. In samenwerking met het magazine TxP (Textiel Plus), een toonaangevend tijdschrift voor textielkunst, zijn de Textiel Plus Kunstdagen nieuw leven ingeblazen.
Textiel Plus Arts & Crafts is een inspirerende kunstmarkt met onder andere handgemaakte producten, brei-, haak- en viltpakketten, kleding, accessoires, vintage knopen, kralen en veren, kunst en sieraden van textiel. Daarnaast is er een groot en uitgebreid materiaalaanbod van handgeverfde wol, ruwe wol, (wol)vezels, viscose, zijde, handgeverfde garens, zoals yak, kashmir en ander ecovriendelijk materiaal, materialen t.b.v. Broderie d’Art, handgeverfde patchworkstoffen, viltmateriaal, naaldvlies en Afrikaanse stoffen.
Dierenmandala van Reinier Jonkheer.
Dierenmandala van Reinier Jonkheer.
ViltExpo
Ook de ViltExpo, georganiseerd in Arnhem van 2015 tot en met 2017, is dit jaar onderdeel geworden van het evenement. Vele viltkunstenaars en winkeliers presenteren hun kunst en materialen, wat bezoekers in alle leeftijdscategorieën zal aanspreken.
TxP Wedstrijd
Er wordt dit jaar voor het eerst een textielkunstwedstrijd georganiseerd. Het hele jaar door hebben kunstenaars van alle niveaus gewerkt aan een kunstwerk waarbij een persoonlijk object, waarmee zij zich emotioneel verbonden voelden, centraal staat. De inzendingen van maar liefst 118 kunstenaars worden tijdens het evenement beoordeeld door de vakjury en vormen samen een prachtige expositie. Natuurlijk mag ook het publiek een stem uitbrengen.
Viltwerk van Annemie Koenen.
Viltwerk van Annemie Koenen.
Workshops en demonstraties
Er zijn weer talloze uiteenlopende workshops en demonstraties om aan deel te nemen. De nieuwste technieken en laatste trends komen uitgebreid aan bod. Kijk mee over de schouders van de professionals, kies een workshop die bij u past en doe mee. Niet alleen leerzaam, maar ook nog eens ontzettend gezellig.
Textielplein
Alle belangrijke textielverenigingen van Nederland zijn vertegenwoordigd op het centraal gelegen Textielplein. Daar treft u ook de STIDOC-mantel aan die eerder dit jaar is gemaakt na intensieve samenwerking tussen de verenigingen en die is gepresenteerd tijdens de OIDFA, het internationale kantevenement. Tijdens de Handwerk en Quiltdagen gaan de verenigingen ‘live’ aan een tweede mantel werken, waaraan alle bezoekers mee kunnen helpen. Want ‘meedoen’ staat dit jaar centraal.
Openingstijden
Dagelijks 10.00 – 17.00 uur
Werk van Sandra Mackus.
Werk van Sandra Mackus.
Limus van Linda van Kerkhof.
Limus van Linda van Kerkhof.
Gevilt sieraad van Charlotte Molenaar.
Gevilt sieraad van Charlotte Molenaar.
Werk van Hanneke van Broekhoven.
Werk van Hanneke van Broekhoven.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Betoverend China

Vrouwen van de 100-birds-Miao in feestkleding, Wuji, Rongjiang - foto Wu Zeng Ou.

Kostuums, sieraden, gebruiksvoorwerpen en accessoires van de Miao en Dong

Van 13 november 2018 tot en met 27 januari 2019 is in Museum Rijswijk de tentoonstelling ‘Betoverend China’ te zien met voorwerpen uit de collectie van Mieke Gorter. Zij organiseert samen met haar touroperator en gids Wu Zeng Ou, zelf een Dong, al jaren culturele reizen naar het zuidwesten van China, waar de volkeren van de Miao en Dong leven. Overal waar zij komt gaat zij op zoek naar verborgen schatten. In de loop der jaren bouwde zij zo een prachtige collectie op van kostuums, sieraden, accessoires en gebruiksvoorwerpen.

Een Dong-vrouw kalandert een doek, dat eerst met indigo is geverfd, Si Zhai, Liping Country - foto Wu Zeng Ou.
Een Dong-vrouw kalandert een doek, dat eerst met indigo is geverfd, Si Zhai, Liping Country – foto Wu Zeng Ou.
Etnische minderheden in China
In het bergachtig zuidwesten, in de provincie Guizhou, wonen verschillende etnische minderheden. De Miao is een van de grootste groepen (9 miljoen mensen). Zij wonen verspreid over dit grote gebied met andere minderheden, zoals de Dong (3 miljoen). In totaal worden er in de Volksrepubliek China 56 etnische groepen erkend.
Long-horn Miao.
Long-horn Miao.
Miao
In de loop van de geschiedenis verspreidden de Miao zich over het zuiden China. In alle dorpen waar zij wonen dragen zij verschillende soorten kleding en versieringen. Er zijn ongeveer tweehonderd verschillende Miao kostuums. De Miao worden vaak vernoemd naar hun kleding. Zo zijn er bijvoorbeeld de Long-horn Miao, de Long-skirt Miao, de Red-embroidery Miao en de Tin-embroidery Miao.
De Miao komen ook voor in Vietnam, waar ze Meo worden genoemd, en in Laos, waar ze als Hmong worden aangeduid.

 

Long-skirt Miao.
Long-skirt Miao.
Dong
In tegenstelling tot de Miao, die veelal in de bergen wonen, vindt men de Dong dichtbij de rivieren in een gebied langs de grens van de Zuid-Chinese provincies Guangxi, Hunan en Guizhou. Zij staan bekend om de prachtige houten bruggen en torens. Ze worden beschouwd als de meest noordoostelijke van de Thai-volken en zij spreken dan ook een taal die verwant is aan het Thai. In het verleden zijn er nogal eens spanningen geweest tussen de Dong en de Han-Chinezen, die de meerderheid in China vormen. Inmiddels zijn er succesvol programma’s opgezet om de taal en cultuur van de Dong te behouden.
Chengyang Wind- en Regen-brug, een typisch voorbeeld van Dong-architectuur.
Chengyang Wind- en Regen-brug, een typisch voorbeeld van Dong-architectuur.
De Miao en de Dong vinden altijd wel een reden om feest te vieren – een huwelijk, geboorte of een huis dat ingewijd wordt – waarvoor ze hun mooiste kleding aantrekken. De vrouwen zijn zeer bedreven in verschillende handwerktechnieken, zoals weven, verven met natuurlijke indigo, batikken en borduren (daar zijn ze het meest bekend van). Hoofddeksels, kragen, jasjes, rokken, schorten en babydraagzakken, alles wordt uitbundig versierd met borduursels. De feestkleding wordt bekroond met uitbundige zilveren haarpinnen en halssieraden.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag van 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Vrouwen van de 100-birds-Miao in feestkleding, Wuji, Rongjiang – foto Wu Zeng Ou.

Video waarin wordt getoond hoe de Long-horn Miao hun typische hoofddracht creëren. 

Vrouwen van het Dong-volk in hun prachtige kostuums.
Vrouwen van het Dong-volk in hun prachtige kostuums.
Miao borduurwerk, Guizhou - foto Rachel Winslow, Smithsonian Institute.
Miao borduurwerk, Guizhou – foto Rachel Winslow, Smithsonian Institute.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Anni Albers in het Tate Modern

Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.

Tentoonstelling over de Duits-Amerikaanse weefster Anni Albers

Het museum Tate Modern in Londen organiseert in samenwerking met Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen een tentoonstelling met textielwerken van de Duitse kunstenares Anni Albers. Nadat deze tentoonstelling tot september 2018 in Düsseldorf te zien was is deze nu naar Londen verhuisd. Ruim tweehonderd geselecteerde werken uit Europese en Amerikaanse musea worden bijeengebracht, waaronder treffende voorbeelden van haar abstract-geometrisch textielwerken, haar ‘pictorial weavings’, tekeningen, drukgrafiek, stoffenmateriaal en documenten en artikelen die haar vakmanschap illustreren.

Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 - foto Helen M. Post.
Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 – foto Helen M. Post.
Beginjaren in het Bauhaus
Anni Albers werd op 12 juni 1899 in Berlijn geboren in een gegoede joodse familie als Anneliese Fleischmann. Zij was van jongs af aan geïnteresseerd in kunst, schilderde in haar jeugd en studeerde onder de impressionist Martin Brandenburg van 1916 tot 1919. Uiteindelijk raakte ze hierin ontmoedigd toen de Oostenrijkse kunstenaar Oskar Kokoschka haar vroeg waarom ze eigenlijk schilderde. In 1922 begon zij met haar studie textielontwerp aan het Bauhaus in Weimar en Dessau. In eerste instantie had de richting glaskunst haar voorkeur, maar niet alle studies stonden destijds open voor vrouwen, waardoor zij – in eerste instantie met tegenzin – begon met weven. Zo volgde zij onder meer de speciale ‘Vorkurs’ van de Zwitserse kunstdocent Johannes Itten, en van de Duitse kunstenaar en architect Georg Muche. Haar toekomstige echtgenoot Josef Albers studeerde ook aan het Bauhaus, zij trouwden in 1925.
Dankzij haar lerares Gunta Stölzl raakte zij echter al snel geboeid door de weeftechniek en begon zij geometrische ontwerpen te maken. Legde zij zich aanvankelijk toe op het handweven, na de verhuizing van de Bauhaus naar Dessau in 1926 experimenteerde zij meer met machinaal weven. In die tijd verlegde het Bauhaus het accent meer van kunst naar het product en Albers ontwikkelde verschillende stoffen met speciale eigenschappen, zoals duurzaamheid, lichtweerkaatsing, geluidsdemping en kreukresistentie.
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Vertrek naar de Verenigde Staten
Nadat het Bauhaus in 1933 onder druk van de Nazi’s werd gesloten, vertrok Anni met haar man, de Duits-Amerikaanse kunstschilder Josef Albers, vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme naar de Verenigde Staten, waar beiden gingen doceren aan het befaamde Black Mountain College in Asheville, Noord-Carolina tot 1949. In 1949 werd Anni Albers de eerste ontwerper die een solotentoonstelling kreeg in het Museum of Modern Art in New York. Deze tentoonstelling voor het MoMA reisde van 1951 tot en met 1953 door de VS, waarmee Albers haar naam als een van de belangrijkste ontwerpsters van haar tijd definitief vestigde. Gedurende deze jaren maakte zij ook regelmatig reizen naar Mexico en Zuid-Amerika en werd een enthousiaste verzamelaar van pre-Columbiaanse kunst.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Het boek 'On Weaving' (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Het boek ‘On Weaving’ (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Eigen studio
In 1949 verhuisde zij met haar man naar Connecticut en richtte een studio in haar huis in. Zij ontving een opdracht van Gropius om een collectie van beddenspreien en ander textiel voor Harvard te ontwerpen. In de jaren ’50 werkte ze aan ontwerpen van stoffen voor massaproductie en creëerde een groot deel van haar ‘pictorial weavings’. Het merendeel van haar weefwerk maakte zij in de periode tussen 1950 en 1994 toen zij in Connecticut woonde.
Pas in 1963 ging zij met druktechniek aan de slag en maakte ze tijd voor het schrijven van een boek dat in 1965 onder de titel ‘On Weaving’ verscheen en dat nog steeds als een standaardwerk over weven geldt.
In 1976 had Anni Albers twee belangrijke tentoonstellingen in haar geboorteland Duitsland en in de twintig jaar daarna verschillende tentoonstellingen van haar ontwerpwerk. Ze ontving een handvol eredoctoraten en andere prijzen. Ze bleef naar Zuid-Amerika en Europa reizen en onderwees tot haar overlijden op 9 mei 1994 in Orange, Connecticut.
Huidige tentoonstelling
Onder het oeuvre dat wordt tentoongesteld in Londen onder meer wandkleden (Wandbehang, 1924), pictorial weavings (With Verticals, 1946, Black-White-Gold I, 1950 en Thickly Settled, 1957) en het bijzondere Six Prayers, een werk gemaakt in opdracht van het Joods Museum in New York om de zes miljoen doden tijdens de Holocaust te herdenken. Centraal in de tentoonstelling staat een verkenning van Albers’s baanbrekende publicatie ‘On Weaving’ uit 1965 en het brede bronnenmateriaal dat ze daarvoor heeft verzameld om het boek te maken.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
De ontwerpers van de tentoonstelling hebben muren in stof gemaakt en speciale vitrines voor het werk gebouwd. Omdat textiel gevoelig is voor licht zijn de galerijen gedimd. In de laatste ruimte kunnen bezoekers garen en textielmonsters aanraken en zien hoe het werk gecreëerd wordt in een video van een deskundige wever van de Albers Foundation.

Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Openingstijden
Zondag t/m donderdag 10.00 – 18.00 uur
Vrijdag en zaterdag 10.00 – 22.00 uur

Bovenste foto: Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.

With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Metamorfose weeft geometrisch

Paulien van Asperen, Agam-o-weave.

Acht weefsters geven een invulling aan het thema geometrie, stereometrie en lijnen

Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die om de zes weken bij elkaar komt om elkaar te inspireren tot nieuw weefwerk rond een gekozen thema. Na hun debuuttentoonstelling ‘Lijnenspel’ in Museum het Leids Wevershuis volgt nu – met twee leden meer – een nieuwe expositie in Stroomhuis Neerijnen.

Het thema voor deze expositie is ‘geometrie, stereometrie en lijnen’. Iedere weefster in de groep heeft haar eigen stijl en voorkeur voor bepaalde materialen, wat blijkt uit de individuele werkstukken op de tentoonstelling. Er wordt gewerkt met katoen, wol, linnen, polyester en koperdraad, zowel twee- als driedimensionaal. Voor deze expositie heeft de groep echter ook een gezamenlijk kunstwerk gemaakt.
Ank Hazelhoff, Regenboogcirkel.
Ank Hazelhoff, Regenboogcirkel.
Metamorfose bestaat uit de volgende weefsters:
Ank Hazelhoff (Neerijnen)
Na ervaring opgedaan te hebben met vele handvaardigheden, zoals boetseren, houtbewerken en zilversmeden, en het halen van haar coupeusediploma, kwam Ank Hazelhoff in aanraking met weven. Begin jaren ’80 heeft zij een beginnerscursus gevolgd. Hierna ging het in een stroomversnelling. Diverse andere cursussen volgden. Zij volgde een driejarige cursus miniatuurweven bij Bep ten Ancher. Hier leerde zij veel over vormgeving, maar miste het weefgetouw en volgde daarom daarna de driejarige weefopleiding in Gouda bij Marijke Dekkers. Hier heeft zij haar weg gevonden door het kunnen maken van twee- en driedimensionale weefsels. ‘Het is boeiend om als het ware te boetseren met draden en zo een beeld te vormen. Extra is dat je ook kleur kunt toevoegen.’
Tonny van den Berg, Wafels.
Tonny van den Berg, Wafels.
Tonny van den Berg (Haaften)
De interesse in weven is bij Tonny van den Berg begonnen rond de jaren ’60. Zij woonde in Delft waar Wil Pennings een mooi weefatelier had. Regelmatig liep zij bij haar langs om te kijken wat voor prachtige lappen zij nu weer op het weefgetouw had staan. De weefsels waren meestal van wol met een mooi kleurverloop. Rond 1978 heeft zij een weefgetouw aangeschaft met het idee om ook van die mooie lappen te gaan weven, maar daar waren wel enige cursussen voor nodig. Eerst bij Marian Stubenitsky in Wageningen en daarna bij Marijke Dekkers in Gouda. ‘Met weven heb ik een knipperlichtverhouding; jaren kan het weefgetouw leeg staan om vervolgens weer de draad op te pakken (letterlijk en figuurlijk).’
Lia Rath, Banden in Rietveldkleuren.
Lia Rath, Banden in Rietveldkleuren.
Lia Rath (Aalten)
Lia Rath weeft al meer dan 25 jaar en heeft haar weefopleiding in Gent (België) genoten, aangevuld met diverse cursussen. De eerste vijftien weefjaren is zij voornamelijk bezig geweest met het weven van kleding, die samen met het werk van twee collega’s in een eigen winkel verkocht werd. Nu is zij voor een groot deel bezig met het enthousiasmeren van nieuwe of herintredende weefsters en is zij zelf met eigen werk een andere weg ingeslagen, waardoor er weer andere facetten van het weven belicht worden. Zij vindt het leuk om met andere materialen dan de gewone weefgarens bezig te zijn.
Thera Berkhout, Kleurbollen.
Thera Berkhout, Kleurbollen.
Thera Berkhout (Son en Breugel)
In 1980 begon Thera Berkhout met weven. Haar echtgenoot attendeerde haar op een weefgetouwtje en zei: ‘dat is echt wat voor jou’. Vanaf de eerste dag vond zij het geweldig. Daarna heeft zij diverse cursussen gevolgd. ln 1990 leerde zij Dini Cameron kennen, die het weefprogramma Pro Weave ontwikkelde. Dat boeide haar enorm en zo werd zij de eerste tester in Nederland van dat programma. Dit doet zij nog steeds als er weer iets aan het programma wordt verbeterd. Als technisch weefster wil zij niets weten van koperdraad, maar de techniek en het gebruik van de computer interesseert haar des te meer. Zo komt zij, met het gebruik van de computer en het weefprogramma, op haar 32-schachts weefgetouw tot haar werkstukken.
Marijke Scheepstra, Buizen, gekleurd garen en koperdraad.
Marijke Scheepstra, Buizen, gekleurd garen en koperdraad.
Marijke Scheepstra (Westervoort)
Rond 2000 las Marijke Scheepstra in het plaatselijk krantje van Duiven over een weefwerkplaats in Zevenaar. Haar interesse was gewekt en al snel ging zij daar kennis maken en kon zij genieten van de rijke ervaring van de dames aldaar. Aangevuld met de basislessen van Riek Bruggink kon het avontuur met draden beginnen. Inmiddels is zij al vele jaren bezig om de combinatie van draden met verschillende materialen uit te proberen op het weefgetouw. Haar voorkeur gaat uit naar weefwerk in combinatie met metaal- of koperdraad om daarbij vanuit het platte weefwerk een ruimtelijk object te maken.
Nel Vervoorn-Kooijman (Lochem)
Ruim veertig jaar geleden begon Nel Vervoorn met het spinnen van wol op een Louet spinnewiel en snel daarna heeft zij een weefgetouw geleend om de gesponnen wol te weven. De eerste basislessen over het weven heeft zij bij Gerda van de Markt (M en M) in Twello gevolgd. Haar echtgenoot Theo is in 1978 bij Louet gaan werken en heeft haar de taak toebedacht om elk nieuw weefgetouw uit te proberen en voor de showroom en de beurzen de getrouwen van een weefwerk te voorzien. Doordat de interesse voor het weven bleef groeien, is zij de opleiding Kunstzinnige Vorming voor het vak Weven gaan volgen. Recentelijk (2013-2016) heeft zij de Kunstopleiding bij Academie ‘de Werker‘ in Groningen gevolgd. Haar weefwerk is zowel functioneel als decoratief. Zij werkt met maximaal 32 schachten en diverse materiaalsoorten.
Het gezamenlijke werkstuk van weefgroep Metamorfose (detail).
Het gezamenlijke werkstuk van weefgroep Metamorfose (detail).
Paulien van Asperen (Kampen)
Paulien van Asperen keek altijd bij haar wevende schoonmoeder mee. Toen die in 2005 overleed heeft zij haar hele weefboedel gekregen en ging zij direct aan de slag. Zij begon met een introductiecursus. Na één les was zij al gegrepen door de oneindige mogelijkheden van technieken, materialen en kleuren. Daarna heeft zij binnen haar huidige weefkring De Kaardebol in Zwolle les gehad.
Sindsdien volgt zij elke winter meerdere weefcursussen en weeft vrijwel dagelijks, naast haar baan. Eerst weefde zij vooral sjaals en dekens, nu met name objecten. Weven geeft haar de mogelijkheid om ideeën, visuele elementen uit de wereld om haar heen en inspiratiebronnen uit de kunst om te zetten in concrete weefsels. Wat haar echt fascineert zijn repetitieve abstracte elementen die beweging en diepte suggereren of zelfs optisch misleidend zijn. Om deze elementen in kleur en textuur en verschuivende, maar repetitieve patronen te rangschikken vindt zij heel spannend.
Marijke Jochijms, Follow the line.
Marijke Jochijms, Follow the line.
Marijke Jochijms (Westervoort)
Al vanaf haar jeugd heeft Marijke Jochijms allerlei textiele technieken toegepast, maar vanaf de jaren ’90 heeft zij zich gespecialiseerd in de weeftechniek. Na de driejarige weefopleiding in Gent is zij zich steeds meer gaan toeleggen op de experimentele weefkunst. Zij houdt ervan uitdagingen aan te gaan en te onderzoeken wat mogelijk is binnen het kader van het getouw, steeds zoekend naar nieuwe materialen om te verwerken in het weefwerk. Zij heeft gewerkt met foto’s, allerlei papier en cassetteband, de afgelopen periode onder andere met spijkers en boomschors.
Naast haar kunstzinnige werk vindt zij het ook heerlijk om gewoon in het ritme van het weven te komen en bijvoorbeeld mooi gekleurde sjaals te weven. Naast het creëren van eigen weefwerk was zij twintig jaar als docent verbonden aan de Vakopleiding Weven Karmijn in Driebergen (vakopleiding weven voor mensen met een beperking) en heeft zij vijftien jaar de weefgroep in het Nederlands Openluchtmuseum begeleid.
Openingstijden
Donderdag t/m zondag 12.00 – 16.00 uur
Na 31 maart dinsdag t/m zondag van 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Paulien van Asperen, Agam-o-weave.

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Tetraëder – weven en splitsvlechten

Werk van Marijk Dekkers.

Triotentoonstelling in splitsvlechten en weven

In Museum het Leids Wevershuis is tot 29 april een tentoonstelling te zien van werkstukken uitgevoerd in splitsvlechten en weven, gemaakt door Marijk Dekkers, Annie Lavrijssen en Marina L. van Dobben de Bruyn.

Weven is de gemeenschappelijke basis van deze drie kunstenaars, maar elk ontwikkelde en specialiseerde zich in een eigen richting. Splitsvlechten (ply split braiding) is een techniek om met koord patronen te vlechten. Annie Lavrijssen creëert monumentale textiele kunst, Marijk Dekkers vlecht manden in genoemde splitsvlechttechniek en Marina van Dobben de Bruyn maakt geometrische dubbelweefsels.
Aardlagen door Annie Lavrijssen, dubbel corduroy-techniek, tweeluik (2 x 80 x 60 cm), gemaakt van aan repen geknipte restantlapjes.
Aardlagen door Annie Lavrijssen, dubbel corduroy-techniek, tweeluik (2 x 80 x 60 cm), gemaakt van aan repen geknipte restantlapjes.
Annie Lavrijssen-de Haan
Spinnenweb door Annie Lavrijssen, geweven op een zelf getimmerd raam, circa 3,5 m breed, gemaakt van scheringresten van een tapijtfabriek.
Spinnenweb door Annie Lavrijssen, geweven op een zelf getimmerd raam, circa 3,5 m breed, gemaakt van scheringresten van een tapijtfabriek.
Annie Lavrijssen volgde de open weefopleiding bij ‘de Werkschuit’ te Gouda, diverse workshops en de HBO-opleiding monumentale kunst te Arendonk, waarin zij in de hoogste graad afstudeerde. Haar huis in Etten-Leur ademt textielkunst uit en zij is in de stille uren altijd te vinden in haar atelier, achter haar weefgetouw of buiten bij het verfbad.
Lavrijssen is actief bij weefkring Foudia, textielgroep Kameleon, kunstgroep de Bikkels en Tetraëder. Met deze groepen worden onderling de werkstukken en technieken besproken en exposities gehouden. Haar creaties bevatten diverse technieken. Bij de wand- en vloerkleden is de techniek ‘dubbel corduroy’ toegepast en bij de raambekleding de techniek ‘Ausbrenner’. Zij streeft er altijd naar gebruikte materialen te verwerken. Veel van haar werk bestaat uit toegepaste textielkunst.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 32 cm, materiaal breikatoen 8/4.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 32 cm, materiaal breikatoen 8/4.
Marijk Dekkers
Marijk Dekkers (website) volgde de NS-opleiding (voor kunstnaaldwerk en handwerktechnieken) en diverse bijscholingen voor onder andere weven, spinnen en splitsvlechten (ply-split braiding). Zij gaf jarenlang weeflessen door heel Nederland en schreef diverse artikelen in het blad Weven.
Sinds 2004 vlecht zij objecten in de splitsvlechttechniek. In plaats van gewoon vlechten, waarbij materialen over en onder elkaar gaan, worden bij splitsvlechten koorden door elkaar getrokken, waardoor meer samenhang in de werkstukken ontstaat.
Dekkers noemt haar objecten ‘Ruimte voor gedachten’. De rode draad in haar werken is een onzichtbaar vervolgverhaal, als gevolg van de weerkerende vraag ‘Wat als…?’ Daaruit ontstaan ideeën voor nieuwe vormen, ordeningen, kleurencombinaties, structuren en garens.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Zwart/wit 1', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Zwart/wit 1’, dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn.
Marina L. van Dobben de Bruyn.
Marina L. van Dobben de Bruyn
De kleurrijke dubbelweefsels van Marina van Dobben de Bruyn (website) worden gekenmerkt door hun grote dieptewerking. Deze ontstond tot nu toe door zowel haar vormen als kleurgebruik. Haar nieuwe uitdaging is om dit ook in zwart en wit te bereiken. Ze wordt daarbij geholpen door haar bouwkundige achtergrond aangevuld in de 90er jaren door de driejarige Open Weefopleiding in Gouda o.l.v. Marijke Dekkers.
Op deze expositie hangen een hele serie nieuwe weefsels die uit een zwarte en een witte laag bestaan die met elkaar vervlochten zijn. Af en toe kan ze het toch niet laten om daar ook kleur aan toe te voegen, maar ze blijft haar abstracte vormentaal gebruiken met af en toe een vleugje herkenbaarheid.
Naast haar weefsels heeft Van Dobben de Bruyn ook veel geëxposeerd met haar foto’s waarbij abstractie en vergankelijkheid een thema zijn. Ook haar unieke genummerde halssieraden van gerecycled glas en brons met oude handelskralen en halfedelstenen vormen veel aftrek. Deze zijn niet op de expositie aanwezig, maar na een telefoontje bent u altijd welkom in haar atelier.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Glas in lood', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Glas in lood’, dubbelweefsel.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur
Tijdens de expositie zal elk weekend één van de kunstenaars aanwezig zijn.

Bovenste foto: Werk van Marijk Dekkers, hoogte 22 cm, materiaal Nm 34/2 katoen en lurex.

Werk van Marijk Dekkers, hoogte 14 cm, materiaal Nm 34/2 katoen.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 14 cm, materiaal Nm 34/2 katoen.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Verstedelijking', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Verstedelijking’, dubbelweefsel.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather