Archives

Weven en verbeelden

'Agam-o-weave' van Paulien van Asperen (detail).

Weefwerk en brons in het Kerkje van Persingen

In het weekend van 13 en 14 april 2019 vindt in het pittoreske Kerkje van Persingen een tentoonstelling plaats van weefwerk van Anneke Kersten en Paulien van Asperen en bronzen van Bets Kusters.

'Kleurrijk' van Anneke Kersten.
‘Kleurrijk’ van Anneke Kersten.
Het kerkje van Persingen.
Het kerkje van Persingen.
Anneke Kersten (Nijmegen) heeft zich in de textielkunst ontwikkeld door een weefopleiding in Oregon, Verenigde Staten en het Textielmuseum in Tilburg. Door gebruik van koperdraad en andere verrassende materialen geeft zij kleur en vorm aan haar weefobjecten.
Paulien van Asperen (Kampen) zet haar fascinatie voor repetitieve abstracte elementen uit de kunst en architectuur om in weefwerk. Door kleur- en materiaalgebruik creëert ze beweging en diepte en gaan de doorgaans geometrische patronen visueel een eigen leven leiden.
De grote liefde voor de natuur in combinatie met architectuur zijn de inspiratie en kracht voor Bets Kusters (Nijmegen) om haar emoties te ‘verbeelden’. Abstracte vormen met een enigszins ruwe afwerking zijn kenmerkend, ze laat de vaak schitterend gekleurde, ruwe en eerlijke giethuid spreken, waarbij de warmte van het brons zichtbaar is.
Openingstijden
Zaterdag en zondag 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: ‘Agam-o-weave’ van Paulien van Asperen.

'Agam-o-weave' van Paulien van Asperen.
‘Agam-o-weave’ van Paulien van Asperen.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Inca dress code

Tentoonstelling van zeldzaam Inca-textiel uit de precolumbiaanse tijd

Het Museum Kunst & Geschiedenis (voorheen het Jubelparkmuseum) heeft momenteel een grote tentoonstelling over de precolumbiaanse textielkunst der Inca’s. Behalve textiel zijn er ook prachtige ornamenten en sieraden te zien. De tentoonstelling is tot 24 maart 2019 te zien.

Dit kleine zilveren vrouwelijke figuurtje is omwikkeld met twee lagen weefsel die door een kleine gordel en tupu (metalen speld) worden samengehouden. De figuur houdt verband met het capacocha-ritueel. Zilver, veren, lamawol, katoen, 14 x 8,5 cm, periode 1450 - 1532 CE.
Dit kleine zilveren vrouwelijke figuurtje is omwikkeld met twee lagen weefsel die door een kleine gordel en tupu (metalen speld) worden samengehouden. De figuur houdt verband met het capacocha-ritueel. Zilver, veren, lamawol, katoen, 14 x 8,5 cm, periode 1450 – 1532 CE.
Textiel in de precolumbiaanse tijd
Textiel diende natuurlijk voor het maken van kleding en om de muren in bepaalde woningen te bekleden, maar het was bij de Inca’s bovenal een teken van rijkdom. Het werd beschouwd als een waardevol bezit dat stond voor financiële welstand. Het was dan ook een geliefd geschenk bij diplomatieke uitwisselingen of bij offerandes aan de goden. De eerste Spaanse ontdekkingsreizigers hadden meteen grote bewondering voor de kwaliteit van de textielproductie en maakten geregeld de vergelijking met de Europese zijdeweefsels.
De stoffen ontleenden hun waarde niet zozeer aan de snit, die door het gebruikte type weefgetouw noodgedwongen eenvoudig bleef, maar aan de kwaliteit van de vezels, de rijkelijke decoratie en de diversiteit van kleuren en gebruikte symbolen. De drager van een kledingstuk gaf hiermee te kennen wat zijn sociale positie was en tot welke groep hij behoorde. Hij bracht ook een religieuze boodschap over.
In tijden van conflicten vormden kledingstukken en textiel ook een begeerde oorlogsbuit. Krijgsgevangenen werden van hun kledij ontdaan als teken van onderwerping en vernedering, terwijl de overwinnaar zich de kledingstukken toeëigende of aan de goden schonk. De leider van de onderworpen groep werd verplicht dezelfde kleding als de overwinnaar aan te trekken ten teken van zijn nieuwe ondergeschiktheid.
Met katoen geborduurde lamawollen mantel, versierd met een mythologische scène die verband houdt met voorouders en de vrouwelijke vruchtbaarheid. Nasca-beschaving, circa 100 - 600 CE, 255 x 93 cm.
Met katoen geborduurde lamawollen mantel, versierd met een mythologische scène die verband houdt met voorouders en de vrouwelijke vruchtbaarheid. Nasca-beschaving, circa 100 – 600 CE, 255 x 93 cm.
Hoedje met vier punten van lamawol, Tiwanaku-beschaving, periode 600 - 900 CE.
Hoedje met vier punten van lamawol, Tiwanaku-beschaving, periode 600 – 900 CE.
Weefsels in de precolumbiaanse tijd waren goederen die over grote afstand circuleerden. Via diplomatieke weg of door veroveringen konden textielweefsels, veel meer dan aardewerk, soms grote afstanden afleggen. Dit maakt het toewijzen van bepaalde archeologische stukken aan de juiste cultuur niet eenvoudig.
De textielweefkunst doet zijn intrede in de Andes aan het begin van het 6de millennium BCE, nog voor men er aardewerk produceert en de metallurgie beheerst. Gedurende de vele eeuwen die voorafgaan aan de komst van de Europeanen zal ze voortdurend onderhevig zijn aan vernieuwing en technische verfijning.
Dodenmasker van Huaca de la Luna. Mochica-beschaving, goud, koper, schelpen en steen, 26 cm hoog, circa 100 - 600 CE.
Dodenmasker van Huaca de la Luna. Mochica-beschaving, goud, koper, schelpen en steen, 26 cm hoog, circa 100 – 600 CE.
Textiel als een verheven kunstvorm
In tegenstelling tot vele andere beschavingen, zagen de Andesculturen textiel als een van de hogere kunsten, in die mate zelfs dat het textiel, met zijn maakproces en iconografie, andere kunstvormen zoals ceramiek en architectuur heeft beïnvloed. We weten eveneens dat textiel een belangrijke symbolische en sacrale betekenis had. Zo zijn er ‘offers’ bekend van weefsels die men in brand stak om de goden te behagen. Belangrijke overledenen werden letterlijk ingepakt in meerdere, soms tot twaalf, lagen textiel.
De teksten van de eerste Spanjaarden lichten ons eveneens in over de sterke controle die de Inca-vorst uitoefende over de grondstoffen zoals katoen en wol. Hij beschikte ook over spinnerijen en textielateliers die voor zijn rekening werkten en die de allerfijnste weefsels produceerden met een iconografie waarin hij als heerser werd afgebeeld. Het ging dan ook om een hogere hofkunst die gebonden was aan heel strikte regels.
Unku, lamawol en katoen, Chancay of Chimu, periode 1100 - 1450 CE, 142 x 46 cm.
Unku, lamawol en katoen, Chancay of Chimu, periode 1100 – 1450 CE, 142 x 46 cm.
Inca-textiel nauwelijks bekend
Terwijl we de verschillende samenlevingen in de Andes (Peru, Bolivia en Chili) goed kennen aan de hand van hun aardewerk, metaalproductie en mummies, heeft men een minder duidelijk beeld van de wijze waarop de bewoners van de Andes leefden en gekleed waren. Welke vezels gebruikten ze? Over welke kleurstoffen beschikten ze? Hoe werden de weefsels vervaardigd? Wat droegen ze aan hun voeten?
Paar Inca-schoenen van lamaleer en alpacawol, 1450 - 1532 CE, 24 x 10 cm.
Paar Inca-schoenen van lamaleer en alpacawol, 1450 – 1532 CE, 24 x 10 cm.
Deze tentoonstelling is een gelegenheid om kennis te maken met de prachtige weefsels, de vernuftigheid van bepaalde motieven en de schitterende, bonte kleuren die de stoffen en veren uit de precolumbiaanse periode (de periode voor de ‘ontdekking’ van Amerika) tot op heden behielden. Het Museum Kunst & Geschiedenis wilde Andesbewoners van toen als het ware ‘aankleden’ door hun garderobe (schoeisel, kleding, haartooi en sieraden) tentoon te stellen en hen aan de bezoekers voor te stellen in hun dagelijkse bezigheden. Met dit doel voor ogen is de tentoonstelling in drie delen opgesplitst.
Materialen, technieken, omstandigheden
In het eerste deel wordt informatie aangereikt die nodig is om een juist inzicht te krijgen in de kwaliteit van de voorwerpen en om ze naar waarde te schatten. Het museum geeft uitleg bij de verschillende beschikbare vezels, kleurstoffen en de manier waarop de draden voor het weven werden verkregen. Er zal een katoenveld te zien zijn, evenals opgezette lama’s en alpaca’s en balen wol die de bezoekers mogen aanraken. Verder wordt de manier waarop weefsels werden gemaakt getoond, welke soorten weefsel er toen bestonden en op welke manier men ze versierde. Ook de tijdslijn en de geografie van de Andes worden hier voorgesteld, wat een goede inleiding is voor het tweede deel van de tentoonstelling.
Mantel, vermoedelijk dodenmantel, van blauwe lamawollen stof met 53 met katoenen garen geborduurde motieven in telkens tien kleuren. Paracas-beschaving, circa 200 BCE - 100 CE, 240 x 88 cm.
Mantel, vermoedelijk dodenmantel, van blauwe lamawollen stof met 53 met katoenen garen geborduurde motieven in telkens tien kleuren. Paracas-beschaving, circa 200 BCE – 100 CE, 240 x 88 cm.
Inca-hoofdtooi van veren en plantaardige vezels, periode 1450 - 1532 CE, 34 x 26 cm.
Inca-hoofdtooi van veren en plantaardige vezels, periode 1450 – 1532 CE, 34 x 26 cm.
Eenheid en verdeeldheid wisselen elkaar af
In dit deel, het corpus van de tentoonstelling, worden de verschillende producties van textiel, sieraden en tooi uit de Andes voorgesteld in chronologische en geografische volgorde. De expositie toont ongeveer tweehonderd objecten, waaronder een aantal bijzonder goed geconserveerde voorwerpen en topstukken uit verschillende Europese musea en privéverzamelingen. De chronologie van Peru is opgebouwd uit periodes die men ‘Horizon’ en ‘Tussenperiode’ noemt. Een Horizon is een periode waarin de macht en invloedssfeer van een bepaalde beschaving zich over heel Peru uitstrekt. In de zogenaamde Tussenperiodes leven meerdere beschavingen met hun regionale kenmerken en verscheidenheid naast elkaar. Met andere woorden: in de vroege Peruaanse geschiedenis wisselen periodes van betrekkelijke culturele eenheid (Horizon) af met periodes van grote regionale diversiteit (Tussenperiode). Deze Tussenperiodes zijn gekenmerkt door een opeenvolging van kleine koninkrijken die zich uitstrekken van noord naar zuid.
Grote cocatas versierd met gestileerde vogels, lamawol en katoen, periode 1450 - 1532 CE, 81 x 89 cm.
Grote cocatas versierd met gestileerde vogels, lamawol en katoen, periode 1450 – 1532 CE, 81 x 89 cm.
De koloniale en postkoloniale periode
Het derde en laatste deel van de tentoonstelling is gewijd aan het textiel en de tooi uit de koloniale en postkoloniale periode. Hier wordt vooral de voortzetting van de precolumbiaanse traditie belicht. De Europeanen arriveren in 1521 in het huidige Peru en zullen de gewoontes en gebruiken van de volkeren die er leven grondig doen veranderen. Her en der vinden gevechten plaats, waarbij twee verschillende beschavingen, ook op gebied van bewapening, oog in oog komen te staan. Er volgt een lange overgangsperiode van kruisbestuiving tussen de culturen, wat zich ook zal uiten in de kunstproductie en in de kleding. De handwevers van vandaag weven nog steeds op de traditionele manier en maken gebruik van eeuwenoude motieven. De prachtige verzameling weefsels en kledij uit de jaren 1940, die de Koninklijke Musea van Kunst en Geschiedenis bezitten, wordt hier getoond. Het is een van de oudste en rijkste etnografische collecties die bekend is en die jammer genoeg slechts zelden voor het publiek te zien is.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 9.30 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 10.00 – 17.00 uur
Unku, een tuniek in Chuquibamba-stijl van lamawol en katoen. Inca-beschaving, periode 1450 - 1532 CE, 55 x 96 cm.
Unku, een tuniek in Chuquibamba-stijl van lamawol en katoen. Inca-beschaving, periode 1450 – 1532 CE, 55 x 96 cm.
Lendendoek van katoen en veren. Wari-beschaving, periode 600 - 900 CE, 20 x 41 cm.
Lendendoek van katoen en veren. Wari-beschaving, periode 600 – 900 CE, 20 x 41 cm.
Unku met veren, Peru, late Inca-beschaving, tussen 1450 - 1532.
Unku met veren, Peru, late Inca-beschaving, tussen 1450 – 1532.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Anni Albers in het Tate Modern

Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.

Tentoonstelling over de Duits-Amerikaanse weefster Anni Albers

Het museum Tate Modern in Londen organiseert in samenwerking met Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen een tentoonstelling met textielwerken van de Duitse kunstenares Anni Albers. Nadat deze tentoonstelling tot september 2018 in Düsseldorf te zien was is deze nu naar Londen verhuisd. Ruim tweehonderd geselecteerde werken uit Europese en Amerikaanse musea worden bijeengebracht, waaronder treffende voorbeelden van haar abstract-geometrisch textielwerken, haar ‘pictorial weavings’, tekeningen, drukgrafiek, stoffenmateriaal en documenten en artikelen die haar vakmanschap illustreren.

Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 - foto Helen M. Post.
Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 – foto Helen M. Post.
Beginjaren in het Bauhaus
Anni Albers werd op 12 juni 1899 in Berlijn geboren in een gegoede joodse familie als Anneliese Fleischmann. Zij was van jongs af aan geïnteresseerd in kunst, schilderde in haar jeugd en studeerde onder de impressionist Martin Brandenburg van 1916 tot 1919. Uiteindelijk raakte ze hierin ontmoedigd toen de Oostenrijkse kunstenaar Oskar Kokoschka haar vroeg waarom ze eigenlijk schilderde. In 1922 begon zij met haar studie textielontwerp aan het Bauhaus in Weimar en Dessau. In eerste instantie had de richting glaskunst haar voorkeur, maar niet alle studies stonden destijds open voor vrouwen, waardoor zij – in eerste instantie met tegenzin – begon met weven. Zo volgde zij onder meer de speciale ‘Vorkurs’ van de Zwitserse kunstdocent Johannes Itten, en van de Duitse kunstenaar en architect Georg Muche. Haar toekomstige echtgenoot Josef Albers studeerde ook aan het Bauhaus, zij trouwden in 1925.
Dankzij haar lerares Gunta Stölzl raakte zij echter al snel geboeid door de weeftechniek en begon zij geometrische ontwerpen te maken. Legde zij zich aanvankelijk toe op het handweven, na de verhuizing van de Bauhaus naar Dessau in 1926 experimenteerde zij meer met machinaal weven. In die tijd verlegde het Bauhaus het accent meer van kunst naar het product en Albers ontwikkelde verschillende stoffen met speciale eigenschappen, zoals duurzaamheid, lichtweerkaatsing, geluidsdemping en kreukresistentie.
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Vertrek naar de Verenigde Staten
Nadat het Bauhaus in 1933 onder druk van de Nazi’s werd gesloten, vertrok Anni met haar man, de Duits-Amerikaanse kunstschilder Josef Albers, vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme naar de Verenigde Staten, waar beiden gingen doceren aan het befaamde Black Mountain College in Asheville, Noord-Carolina tot 1949. In 1949 werd Anni Albers de eerste ontwerper die een solotentoonstelling kreeg in het Museum of Modern Art in New York. Deze tentoonstelling voor het MoMA reisde van 1951 tot en met 1953 door de VS, waarmee Albers haar naam als een van de belangrijkste ontwerpsters van haar tijd definitief vestigde. Gedurende deze jaren maakte zij ook regelmatig reizen naar Mexico en Zuid-Amerika en werd een enthousiaste verzamelaar van pre-Columbiaanse kunst.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Het boek 'On Weaving' (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Het boek ‘On Weaving’ (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Eigen studio
In 1949 verhuisde zij met haar man naar Connecticut en richtte een studio in haar huis in. Zij ontving een opdracht van Gropius om een collectie van beddenspreien en ander textiel voor Harvard te ontwerpen. In de jaren ’50 werkte ze aan ontwerpen van stoffen voor massaproductie en creëerde een groot deel van haar ‘pictorial weavings’. Het merendeel van haar weefwerk maakte zij in de periode tussen 1950 en 1994 toen zij in Connecticut woonde.
Pas in 1963 ging zij met druktechniek aan de slag en maakte ze tijd voor het schrijven van een boek dat in 1965 onder de titel ‘On Weaving’ verscheen en dat nog steeds als een standaardwerk over weven geldt.
In 1976 had Anni Albers twee belangrijke tentoonstellingen in haar geboorteland Duitsland en in de twintig jaar daarna verschillende tentoonstellingen van haar ontwerpwerk. Ze ontving een handvol eredoctoraten en andere prijzen. Ze bleef naar Zuid-Amerika en Europa reizen en onderwees tot haar overlijden op 9 mei 1994 in Orange, Connecticut.
Huidige tentoonstelling
Onder het oeuvre dat wordt tentoongesteld in Londen onder meer wandkleden (Wandbehang, 1924), pictorial weavings (With Verticals, 1946, Black-White-Gold I, 1950 en Thickly Settled, 1957) en het bijzondere Six Prayers, een werk gemaakt in opdracht van het Joods Museum in New York om de zes miljoen doden tijdens de Holocaust te herdenken. Centraal in de tentoonstelling staat een verkenning van Albers’s baanbrekende publicatie ‘On Weaving’ uit 1965 en het brede bronnenmateriaal dat ze daarvoor heeft verzameld om het boek te maken.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
De ontwerpers van de tentoonstelling hebben muren in stof gemaakt en speciale vitrines voor het werk gebouwd. Omdat textiel gevoelig is voor licht zijn de galerijen gedimd. In de laatste ruimte kunnen bezoekers garen en textielmonsters aanraken en zien hoe het werk gecreëerd wordt in een video van een deskundige wever van de Albers Foundation.

Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Openingstijden
Zondag t/m donderdag 10.00 – 18.00 uur
Vrijdag en zaterdag 10.00 – 22.00 uur

Bovenste foto: Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.

With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Nature in the Making

Nature in the Making - Poster

Tot en met 27 november loopt in Galerie De Sleedoorn een bijzondere expositie van het werk van twee internationaal vermaarde weefsters: Agnes Hauptli en Stacey Harvey-Brown. Hun inspiratie bij deze internationale tentoonstelling is geologie.

Werk van Stacey Harvey-Brown.
Werk van Stacey Harvey-Brown.
Agnes Hauptli achter het weefgetouw.
Agnes Hauptli achter het weefgetouw.
Agnes Hauptli
Agnes Hauptli, geboren in Zwitserland, emigreerde in 1985 naar Nieuw-Zeeland waar zij woont en werkt. Zij werkte 17 jaar als meertalige gids voor groepen toeristen. Sinds zij zich het weven steeds meer eigen maakte en steeds meer onderzoek deed naar alle facetten van de weefkunst is zij vanaf 2003 volkomen gelukkig als weefster. Zij doceert en verkoopt haar weefstukken en voorziet zo in haar onderhoud.
Stacey Harvey-Brown.
Stacey Harvey-Brown.
Stacey Harvey-Brown
Stacey Harvey-Brown verhuist eind 2016 van Engeland naar Zuid-Frankrijk. Als professioneel hoboïst trad zij voor het voetlicht en gaf les en als hobby maakte zij kloskant. Toen zij echter met weven in aanraking kwam raakte zij geobsedeerd door de materie. Weven nam het langzaam maar zeker over van de muziek en na een fantastische afscheidstournee in Zuid-Frankrijk in 2006 besloot zij zich volledig te wijden aan weven voor levensonderhoud door les te geven, onderzoek te doen, technieken en structuren te ontdekken, te exposeren en boeken schrijven over weven.
Overzichtsfoto van de tentoonstelling.
Overzichtsfoto van de tentoonstelling.
Geologie als gezamenlijke inspiratie
De twee weefsters hebben elkaar in 2008 ontmoet en leren kennen in Amerika op het tweejaarlijkse Complex Weavers Congres waar beiden werkcolleges volgden. Beiden zijn geobsedeerd door geologie en ze reisden samen naar Arizona met de canyons, woestijnlandschappen, versteend hout, kloven en meer. In Virginia raakten zij onder de indruk van de verschillende kalksteengrotten die werden bezocht.
Werk van Agnes Hauptli.
Werk van Agnes Hauptli.
Nature in the Making - 1Stacey weeft graag driedimensionale vormen in naturel tinten, terwijl Agnes kleurrijke vormen maakt in het platte vlak. Beiden begonnen al in 1991 met weven; beiden hebben dezelfde interesses, dezelfde zienswijze en dezelfde denkbeelden, maar interpreteren dit ieder op hun eigen wijze. Hun gezamenlijke interesses en reizen stelt hen in staat deze bijzondere expositie te maken. De tentoonstelling ‘Nature in the Making’ reisde al van Nieuw-Zeeland naar Amerika, Engeland en Zwitserland en is nu een maand lang te zien in Nederland. Een unieke gelegenheid om het werk van beide kunstenaars te beschouwen in galerie De Sleedoorn.
Openingstijden
Dinsdag en woensdag 11.00 – 17.00 uur
Vrijdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur
Geologie is de gezamenlijke inspiratiebron.
Geologie is de gezamenlijke inspiratiebron.

Nature in the Making - 2

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather