Archives

Asia-Europe Fiber Art III

Yukako Sorai, Japan - Energeia, 2015.

Asia-Europe Fiber Art is een rondreizende tentoonstelling van moderne textielkunst van kunstenaars uit drie Aziatische en dertien Europese landen, waarvan de derde editie op 16 oktober 2016 begint in het Deutsches Textilmuseum in Krefeld en die vervolgens nog in 2017 in Angers, Frankrijk en in 2018 in Kėdainiai, Litouwen te zien zal zijn.

Makiko Wakisaka, Japan - Floating Oasis, 2016.
Makiko Wakisaka, Japan – Floating Oasis, 2016.
De Asia-Europe Fiber Art tentoonstellingen zijn voortgekomen uit een samenwerking tussen de kunstenaars Erny Piret uit Frankrijk en Kakuko Ishii uit Japan. De eerste editie vond plaats in de vorm van een sateliettentoonstelling van de Biënnale in Kaunas, Litouwen. Curator van de huidige editie is Marika Szaraz, een textielkunstenares die woont en werkt in Brussel.
Het concept van de tentoonstelling is gebaseerd op technische innovatie en diversiteit van het materiaal. Deelnemende kunstenaars hebben met de techniek van hun keuze geëxperimenteerd en deze geperfectioneerd. Het was belangrijk dat de Aziatische kunstenaars gebruik maakten van technieken uit hun eigen cultuur, volgens hun eigen tradities, terwijl de Europese kunstenaars hun westerse tradities en technieken gebruikten.
Installatie in het Jean Lurçat Museum in Angers, Frankrijk.
Installatie in het Jean Lurçat Museum in Angers, Frankrijk, 2011.
Marika Szàraz, België - Reflets, 1995.
Marika Szàraz, België – Reflets, 1995.
Marika Szaraz heeft gekozen voor Europese en Aziatische kunstenaars die bij het maken van kunstwerken uitgaan van hun persoonlijk onderzoek in verband met de technieken die worden gebruikt in de Europese of Aziatische cultuur; met een authentieke benadering, met creativiteit en innovatie en vaak uiteenlopende en verrassende materialen of technieken zoals kant, borduurwerk, weven en tapijtweven. Verschillende kunstenaars besloten om voor deze gelegenheid nieuw werk te creëren. Andere kunstenaars zonden juist hun belangrijkste creaties in, waarbij hun persoonlijke concept het resultaat is van onderzoek gedurende vele jaren.
Deze tentoonstelling presenteert een verscheidenheid aan textiele kunstwerken uit drie Aziatische landen (China, Japan en Zuid-Korea) en dertien Europese landen (België, Tsjechië, Finland, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Polen en Spanje). ‘Asia-Europe III’ zal textiele kunst tonen in de vorm van wandtapijten, van het plafond hangende werken, textiele sculpturen en installaties op sokkels.
Asia-Europe Fiber Art III - Overzichtsfoto tentoonstelling in het Deutsches Textilmuseum in Krefeld, Duitsland - 2014.
Asia-Europe Fiber Art III – Overzichtsfoto tentoonstelling in het Deutsches Textilmuseum in Krefeld, Duitsland – 2014.
Maria Ortega, Spanje - El abrazo (de omhelzing), 2013.
Maria Ortega, Spanje – El abrazo (de omhelzing), 2013.
Tournee
Het eerste museum dat de reizende tentoonstelling ‘Asia-Europe III’ toonde was het Deutsches Textilmuseum in Krefeld (Duitsland) van 16 oktober 2016 tot en met 2 april 2017. Daarna volgt het Central Museum of Textiles in Łódź (Polen) vanaf 7 september tot en met 12 november 2017. Het laatste museum waar deze reizende tentoonstelling te zien is is het Janina Monkute-Marks Museum in Kedainiai (nabij Kaunas, Litouwen) tussen 12 januari en 10 maart 2018.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Werk van Yukako Sorai, Japan – Energeia, 2015.

Asia-Europe Fiber Art III - Overzichtsfoto tentoonstelling in het Jean Lurçat Museum, Angers, Frankrijk - 2015.
Asia-Europe Fiber Art III – Overzichtsfoto tentoonstelling in het Jean Lurçat Museum, Angers, Frankrijk – 2015.
Blanka Sperkova, Tsjechië - Golden Egg.
Blanka Sperkova, Tsjechië – Golden Egg.
Asia-Europe Fiber Art III - Overzichtsfoto tentoonstelling in het Janina Monkute-Marks Museum in Kedainiai, Litouwen - 2012. Al deze werken vallen binnen de maat 50 x 50 x 50 cm.
Asia-Europe Fiber Art III – Overzichtsfoto tentoonstelling in het Janina Monkute-Marks Museum in Kedainiai, Litouwen – 2012. Al deze werken vallen binnen de maat 50 x 50 x 50 cm.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Johanna Schütz-Wolff – Expressive Bildteppiche und Grafik

Frau vor Landschaft (1954, foto Textil Forum).

Ter gelegenheid van de 120ste geboortedag van de Duitse kunstenares Johanna Schütz-Wolff vindt in Schloss Wiligrad in Duitsland (op de grens van voormalig Oost en West) een tentoonstelling plaats van haar wandtapijten en grafiek, georganiseerd door de Kunstvereniging Wiligrad. Met name haar wandtapijten trekken natuurlijk onze aandacht en onbewust doemt bij het zien van haar werk de vraag op in welke mate de duistere periode in de geschiedenis van haar vaderland tijdens haar carrière een rol heeft gespeeld bij haar kunstzinnige ontwikkeling.

Johanna Schütz-Wolff.
Johanna Schütz-Wolff.
Johanna Wolff werd in 1896 in Halle geboren als dochter van de architect Gustav Wolff. Alhoewel talentvol, begon haar ontwikkeling traditioneel: na een bezoek aan een presentatie voor handwerkleraressen schreef zij zich in aan de Groothertogelijke Kunstacademie van Weimar. Zij wisselde diverse malen van opleidingsinstituut en exposeerde al tijdens haar vorming, in 1916, haar eerste grafische werk. In de stijl van het expressionisme waren haar media in het begin email en houtsnedes.
Johanna Schütz-Wolff - Liegende (1924, foto Textil Forum).
Johanna Schütz-Wolff – Liegende (1924, foto Textil Forum).
Männerakt (foto Textil Forum).
Männerakt (foto Textil Forum).
De eerste wandtapijten
In 1920 kreeg zij de leiding van de nieuwe Textilwerkstatt en in de loop van de jaren ’20 begon zij de eerste wandtapijten op groot formaat te maken, beïnvloed door de laat-expressionistische kunstenaars Macke, Marc en Schmidt-Rottluff. Ze had daarbij een onorthodoxe aanpak waarbij de ketting, in tegenstelling tot bij de klassieke gobelin, een dragend beeldelement werd. Ze naaide individuele weefbanen samen en borduurde contouren over.
In 1923 trouwde zij met de theoloog Paul Schütz en twee jaar later verlieten zij Halle voor Schwabendorf. Een reis naar Egypte in 1928 had een grote invloed op haar en beïnvloedde haar werk hierna wezenlijk. In de latere twintiger jaren nam zij deel aan een groot aantal belangrijke tentoonstellingen in Duitsland. Het werk van Johanna Schütz-Wolff maakte grote indruk op de kunsthistoricus Ludwig Grote, waarbij met name haar werk ‘Männerakt’ zijn waardering kreeg (1930).
Johanna Schütz Wolff - Mutter und Kind II (1931).
Johanna Schütz Wolff – Mutter und Kind II (1931).
Nazi-tijd
Haar carrière zou zich in de jaren ’30 ongetwijfeld uitstekend verder hebben ontwikkeld, ware het niet dat de Nazi’s, met hun specifieke opvattingen over kunst, in het begin van de jaren ’30 aan de macht kwamen. In 1938 werd een wandtapijt van haar als zijnde ‘entartete kunst’ in beslag genomen. Uit angst voor vervolging vernietigde zij dertien wandtapijten uit eigen werk. Ze kreeg geen uitnodigingen meer om aan tentoonstellingen deel te nemen en sollicitaties om les te geven bleven onbeantwoord.
In de late jaren ’30 tot aan het eind van de oorlog beperkte zij zich strikt tot kerkelijke kunst, omdat daar de bemoeienis van het regiem gering was.
Johanna Schütz-Wolff - Einsamkeit (1949).
Johanna Schütz-Wolff – Einsamkeit (1949).
Naoorlogse jaren
Alhoewel je zou kunnen zeggen dat deze periode van zo’n twaalf jaar als verloren tijd beschouwd kunnen worden, zag Schütz-Wolff kans de draad moeiteloos na de oorlog op te pakken. Van haar naoorlogse werk gaat echter een bepaalde gestrengheid uit. Zij maakte veel gebruik van lijnen, vlakken en structuren. Hoofdmotief is telkens de mens, maar soms werden er ook dieren in haar composities betrokken. Je ziet een duidelijke ontwikkeling richting abstractie, alhoewel het figuratieve nooit helemaal verdwijnt.
In de jaren ’50 stapt zij meer en meer over op grafiek, met name kleurenhoutsnedes en litho’s, waarbij zij mede gebruik maakt van haar uitgebreide ervaring met wandtapijten. Behalve in Duitsland exposeert zij ook internationaal veel. Zij overlijdt in 1965 in Zuid-Beieren.
Het is moeilijk te bepalen hoe Johanna Schütz-Wolff zich als kunstenares had ontwikkeld als die duistere periode in het midden van de vorige eeuw er niet was geweest. Er is veel gezegd en geschreven over de invloed van ontbering op de creatieve ontwikkeling van kunstenaars, maar het is meestal niet duidelijk of die uiteindelijk positief of negatief is te duiden. In Duitsland is men het er echter over eens dat Schütz-Wolff een grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van een hele generatie van beeldende kunstenaars na haar. In die zin kun je zeggen dat ze de duisternis heeft overwonnen.
Meer over Johanna Schütz-Wolff en haar werk is te zijn op de aan haar gewijde website.
Openingstijden
Dinsdag t/m zaterdag 10.00 – 17.00 uur
Zondag 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Frau vor Landschaft (1954, foto Textil Forum).

Werk van Johanna Schütz-Wolff.
Werk van Johanna Schütz-Wolff.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Frida Hansen, Noors weefster van art nouveau wandtapijten

De in 1855 in de Noorse stad Stavanger geboren Frida Hansen (geboren Petersen) heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de Noorse textielkunst. Zij werd met name bekend door haar wandtapijten, die nu nog in verschillende Noorse en internationale musea te zien zijn. Overigens was zij in haar meest productieve tijd, rond het begin van de vorige eeuw, internationaal bekender dan in Noorwegen zelf, waar men vond dat haar textielkunst te weinig Noorse nationale elementen bevatte. Dat Noorwegen in 1905 onafhankelijk werd zal daarbij een rol hebben gespeeld.

Frida Hansen in 1896.
Frida Hansen in 1896.
Frederikke Boletta Petersen werd in 1855 geboren in de Noorse stad Stavanger. Door haar huwelijk in 1873 met Hans Wilhelm Severin Hansen kennen wij haar nu onder haar artiestennaam Frida Hansen. Voor haar huwelijk was zij vast van plan om kunstschilder te worden en volgde zij schilderlessen.
In 1888 ging echter het familiebedrijf failliet en vluchtte haar man voor enkele jaren naar het buitenland. De zorg voor haar gezin (met drie kinderen) kwam geheel op haar schouders. Om in het levensonderhoud te voorzien startte Hansen een borduuratelier vanuit huis. Een deel van het werk bestond uit restauratie van oude wandtapijten, wat haar belangstelling voor de weefkunst opwekte.
Libellenes dans (Dans van de Libellen), 1901, ruim 4 m breed.
Libellenes dans (Dans van de Libellen), 1901, ruim 4 m breed.
Deurgordijn, 1900 (V&A Museum, Londen).
Deurgordijn, 1900 (V&A Museum, Londen).
Oprichting eigen weefstudio
In 1889 nam Hansen deel aan de eerste weefcursus in Noorwegen en schafte zij een Oppstad weefgetouw aan. Al snel begon zij haar eigen wandtapijten te maken en had tentoonstellingen in verschillende plaatsen in Noorwegen. In 1892 verhuisde zij naar de hoofdstad en stichtte daar haar eigen weefstudio en garenververij ‘Det norske Billedvæveri’ (De Noorse afbeeldingweverij).
Traditiegetrouw is er in een tapijtweverij een rolverdeling van mensen die het ontwerp maakten en de kartonnen*, de wolververs, degenen die de ketting spanden, die het eigenlijke weven deden en die lesgaven aan leerlingen. Frida Hansen beheerste al deze vaardigheden zelf en voerde ze ook uit! Ze experimenteerde bovendien met diverse weeftechnieken en ontwikkelde een techniek waarmee delen transparant gemaakt konden worden, een techniek waar zij een patent op kreeg. Deze techniek werd met name toegepast bij portièregordijnen en kamerseparaties.
Juni (detail), 1918.
Juni (detail), 1918.
Creatieve invloeden
Hansen was in 1895 in de gelegenheid om naar het buitenland te gaan om zich in Keulen en Parijs verder te bekwamen. Zij kwam daardoor in contact met de stijl die toen in de mode was, de art nouveau (jugendstil). Een andere belangrijke invloed was van de Engelse kunstenaar William Morris, de grondlegger van de arts-and-craft-beweging en de fantasy-stijl en invloedrijk ontwerper van interieurs en boeken. De natuur was een belangrijke inspiratie voor Morris en dat zien we ook terug in de wandtapijten van Hansen.
De belangrijke internationale doorbraak voor Hansen kwam tijdens de Wereldtentoonstelling van Parijs, waar zij een gouden medaille won voor haar wandtapijt ‘Melkeveien’ (Melkweg, bovenste foto), een werk dat al aan een Duits museum verkocht was voor de tentoonstelling. Ook ander werk uit deze tijd is in de art nouveau-stijl uitgevoerd.
Rosenhaven (Rozentuin), 1901, Stavanger Kunstmuseum (foto Jonas Haarr Friestad).
Rosenhaven (Rozentuin), 1901, Stavanger Kunstmuseum (foto Jonas Haarr Friestad).
Frida Hansen op haar 75ste verjaardag in 1930.
Frida Hansen op haar 75ste verjaardag in 1930.
Huidige positie in de Noorse textielkunst
Na de eeuwwisseling raakte art nouveau op zijn retour en rond 1920 was het werk van Hansen niet meer in zwang. Vanaf 1926 tot aan haar dood werkte zij aan het Olav-wandtapijt, dat in de kathedraal van Stavanger hangt. Zij overleed op 12 maart 1931 te Oslo.
De generaties na haar hadden weinig belangstelling voor haar textielkunst. Pas in 1973 was er een grote overzichtstentoonstelling van haar werk in het Museum van Toegepaste Kunst in Oslo. Sindsdien realiseert men zich in Noorwegen dat Frida Hansen een zeer kundig textielkunstenares en pionier in haar tijd was en is de waardering voor haar tapisserieën weer gegroeid. Vorig jaar was er nog een grote tentoonstelling van haar werk in haar geboortestad Stavanger. Ook de florale motieven en het gebruik van plantaardig geverfde garens dragen in deze tijd van groter besef voor de waarde van de natuur bij aan haar populariteit.
Salomes dans, 1900, ongeveer 2 bij 7 meter.
Salomes dans, 1900, ongeveer 2 bij 7 meter.
Vilde Roser (papavers), 1899.
Vilde Roser (papavers), 1899.
Waar is werk van Frida Hansen te vinden?
Nationaal Museum – Museum van Toegepaste Kunst, Oslo
Drammen Museum, Noorwegen
Stavanger Art Museum
Koninklijk Paleis, Oslo
Nordiska Museet, Stockholm
Kathedraal van Stavanger
* Meer over de techniek van het wandtapijt weven vindt u in het artikel over Maximiliaan van der Gucht.
Danaids jar, 1914.
Danaids jar, 1914.
Faraos datter (Farao's dochter) 1897.
Faraos datter (Farao’s dochter) 1897.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather