Archives

Anni Albers in het Tate Modern

Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.

Tentoonstelling over de Duits-Amerikaanse weefster Anni Albers

Het museum Tate Modern in Londen organiseert in samenwerking met Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen een tentoonstelling met textielwerken van de Duitse kunstenares Anni Albers. Nadat deze tentoonstelling tot september 2018 in Düsseldorf te zien was is deze nu naar Londen verhuisd. Ruim tweehonderd geselecteerde werken uit Europese en Amerikaanse musea worden bijeengebracht, waaronder treffende voorbeelden van haar abstract-geometrisch textielwerken, haar ‘pictorial weavings’, tekeningen, drukgrafiek, stoffenmateriaal en documenten en artikelen die haar vakmanschap illustreren.

Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 - foto Helen M. Post.
Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 – foto Helen M. Post.
Beginjaren in het Bauhaus
Anni Albers werd op 12 juni 1899 in Berlijn geboren in een gegoede joodse familie als Anneliese Fleischmann. Zij was van jongs af aan geïnteresseerd in kunst, schilderde in haar jeugd en studeerde onder de impressionist Martin Brandenburg van 1916 tot 1919. Uiteindelijk raakte ze hierin ontmoedigd toen de Oostenrijkse kunstenaar Oskar Kokoschka haar vroeg waarom ze eigenlijk schilderde. In 1922 begon zij met haar studie textielontwerp aan het Bauhaus in Weimar en Dessau. In eerste instantie had de richting glaskunst haar voorkeur, maar niet alle studies stonden destijds open voor vrouwen, waardoor zij – in eerste instantie met tegenzin – begon met weven. Zo volgde zij onder meer de speciale ‘Vorkurs’ van de Zwitserse kunstdocent Johannes Itten, en van de Duitse kunstenaar en architect Georg Muche. Haar toekomstige echtgenoot Josef Albers studeerde ook aan het Bauhaus, zij trouwden in 1925.
Dankzij haar lerares Gunta Stölzl raakte zij echter al snel geboeid door de weeftechniek en begon zij geometrische ontwerpen te maken. Legde zij zich aanvankelijk toe op het handweven, na de verhuizing van de Bauhaus naar Dessau in 1926 experimenteerde zij meer met machinaal weven. In die tijd verlegde het Bauhaus het accent meer van kunst naar het product en Albers ontwikkelde verschillende stoffen met speciale eigenschappen, zoals duurzaamheid, lichtweerkaatsing, geluidsdemping en kreukresistentie.
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Vertrek naar de Verenigde Staten
Nadat het Bauhaus in 1933 onder druk van de Nazi’s werd gesloten, vertrok Anni met haar man, de Duits-Amerikaanse kunstschilder Josef Albers, vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme naar de Verenigde Staten, waar beiden gingen doceren aan het befaamde Black Mountain College in Asheville, Noord-Carolina tot 1949. In 1949 werd Anni Albers de eerste ontwerper die een solotentoonstelling kreeg in het Museum of Modern Art in New York. Deze tentoonstelling voor het MoMA reisde van 1951 tot en met 1953 door de VS, waarmee Albers haar naam als een van de belangrijkste ontwerpsters van haar tijd definitief vestigde. Gedurende deze jaren maakte zij ook regelmatig reizen naar Mexico en Zuid-Amerika en werd een enthousiaste verzamelaar van pre-Columbiaanse kunst.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Het boek 'On Weaving' (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Het boek ‘On Weaving’ (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Eigen studio
In 1949 verhuisde zij met haar man naar Connecticut en richtte een studio in haar huis in. Zij ontving een opdracht van Gropius om een collectie van beddenspreien en ander textiel voor Harvard te ontwerpen. In de jaren ’50 werkte ze aan ontwerpen van stoffen voor massaproductie en creëerde een groot deel van haar ‘pictorial weavings’. Het merendeel van haar weefwerk maakte zij in de periode tussen 1950 en 1994 toen zij in Connecticut woonde.
Pas in 1963 ging zij met druktechniek aan de slag en maakte ze tijd voor het schrijven van een boek dat in 1965 onder de titel ‘On Weaving’ verscheen en dat nog steeds als een standaardwerk over weven geldt.
In 1976 had Anni Albers twee belangrijke tentoonstellingen in haar geboorteland Duitsland en in de twintig jaar daarna verschillende tentoonstellingen van haar ontwerpwerk. Ze ontving een handvol eredoctoraten en andere prijzen. Ze bleef naar Zuid-Amerika en Europa reizen en onderwees tot haar overlijden op 9 mei 1994 in Orange, Connecticut.
Huidige tentoonstelling
Onder het oeuvre dat wordt tentoongesteld in Londen onder meer wandkleden (Wandbehang, 1924), pictorial weavings (With Verticals, 1946, Black-White-Gold I, 1950 en Thickly Settled, 1957) en het bijzondere Six Prayers, een werk gemaakt in opdracht van het Joods Museum in New York om de zes miljoen doden tijdens de Holocaust te herdenken. Centraal in de tentoonstelling staat een verkenning van Albers’s baanbrekende publicatie ‘On Weaving’ uit 1965 en het brede bronnenmateriaal dat ze daarvoor heeft verzameld om het boek te maken.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
De ontwerpers van de tentoonstelling hebben muren in stof gemaakt en speciale vitrines voor het werk gebouwd. Omdat textiel gevoelig is voor licht zijn de galerijen gedimd. In de laatste ruimte kunnen bezoekers garen en textielmonsters aanraken en zien hoe het werk gecreëerd wordt in een video van een deskundige wever van de Albers Foundation.

Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Openingstijden
Zondag t/m donderdag 10.00 – 18.00 uur
Vrijdag en zaterdag 10.00 – 22.00 uur

Bovenste foto: Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.

With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Chilkat-weven, een complexe weeftechniek uit Alaska

De Chilkat-deken is een traditionele dracht van de Tsimshian, Tlingit en Haida, stammen aan de noordwestkust van Alaska (VS) en Brits-Columbia (Canada), die wordt gedragen tijdens ceremoniële bijeenkomsten. De Chilkat-weeftechniek is een van de meest complexe weeftechnieken ter wereld, die tegenwoordig nog slechts door enkele weefsters beoefend wordt. Het is een soort van omslagdoek, voorzien van franje.

Locatie van Haines in Alaska.
Locatie van Haines in Alaska.
Oorsprong en traditie
De Chilkat-weeftechniek is waarschijnlijk ontstaan bij de Tsimshian en door onderlinge huwelijken ook terechtgekomen bij de Tlinggit en Haida. Vast staat dat deze weeftraditie al bestond toen de eerste westerlingen deze gebieden bereikten in de 18de eeuw. De techniek dankt zijn naam aan de Chilkat-stam, die leefde langs de Chilkat Rivier in Brits-Columbia en Zuidoost-Alaska en haar monding heeft bij Haines.
Een Chilkat-deken is altijd een kostbaarheid geweest, doordat het weven ervan vaak meer dan een jaar duurde. De dekens werden vooral gedragen door stamoudsten tijdens ceremoniële gelegenheden, zoals potlatch-feesten, waarbij geschenken werden gegeven.
Ook tegenwoordig worden Chilkats nog gedragen, zoals hier in Wrangell, Alaska.
Ook tegenwoordig worden Chilkats nog gedragen, zoals hier in Wrangell, Alaska.
Een Tlingit-vrouw is een Chilkat-deken aan het weven, een man toont het patroonbord - Klukwan, Alaska, 1909.
Een Tlingit-vrouw is een Chilkat-deken aan het weven, een man toont het patroonbord – Klukwan, Alaska, 1909.
Door mannen en vrouwen samen gemaakt
Aan de vervaardiging van een Chilkat-deken droegen zowel mannen als vrouwen bij, alhoewel het grootste deel van het werk, het weven/knopen, door vrouwen werd gedaan. Mannen ontwierpen het patroon, maakten een patroonbord, zetten het eenvoudige weefraam in elkaar en zorgden voor de vellen van de berggeiten, waar de wol vanaf kwam. Vrouwen verzamelden de cederbast, sponnen het garen en weefden de deken.
Traditioneel wordt een Chilkat-deken gemaakt van berggeitenwol en cederbast. De vachten van de berggeiten worden natgemaakt, heen en weer gerold en de wol wordt met de vingers van het vel afgedrukt. Daarna wordt de wol gekaard en vervolgens in de palm van de hand eerst losjes tot een draad gerold en vervolgens nogmaals om de draad compacter te maken. Twee draden worden ineen gedraaid voor de ketting. De vezels van de cederbast werden eveneens getwijnd en gebruikt voor de schering.
Een patroonbord op een cederhouten paneel (Portland Museum, VS)
Een patroonbord op een cederhouten paneel (Portland Museum, VS)
Kleur en ontwerp
De meeste Chilkat-weefsels zijn voornamelijk in donkerbruin/zwart en geel, soms komt er ook een blauwgroene kleur in voor. Geel werd bereikt met een kleurstof van een mossoort, donkerbruin door de garens te koken in urine en de bast van scheerling, de blauwgroene kleur door de garens te koken in urine en koper. Na 1890 is men overgegaan tot het gebruik van schapenwol en kunstmatige kleurstoffen. De ketting wordt nooit geverfd.
Het ontwerp van het patroon werd door mannen gedaan en bestaat uit sterk gestileerde symbolen, uitgevoerd in veel gebogen en ronde lijnen. De ontwerpen wortelen in mondeling overgebrachte verhalen, weergegeven met veel afbeeldingen van dieren en ogen als opvulling. Het ontwerp is altijd symmetrisch met een middenpaneel en zijpanelen. Het ontwerp werd in zwart op een paneel van cederhout geverfd; alleen het centrale deel en één zijpaneel, want het patroon is immers symmetrisch. De weefster bepaalt de invulling van de kleuren.
Een oude foto van een Chilkat in de maak. Let op de gewichten aan de losse kettingdraden.
Een oude foto van een Chilkat in de maak. Let op de gewichten aan de losse kettingdraden.
Geweven met slechts één kettingboom
Een Chilkat-deken wordt geweven op een weefraam met slechts één kettingboom; de ketting hangt dus los aan een dwarsbalk op twee staanders! Om het geheel enigszins handelbaar te maken worden de onderste uiteinden in bosjes gebonden en soms met gewichtjes verzwaard. De weefster zat voor het weefraam en weefde per patroondeel, zodat ze niet steeds hoefde op te schuiven. Het weven werd geheel met de vingers gedaan (getwijnd), zonder een spoel of klos. Met de hand werden twee of meer inslagdraden om de ketting gelegd. Onderaan het patroon werden enkele draden van hetzelfde materiaal als de ketting over de gehele breedte ingeweven en de overgebleven ketting werd als franje afgewerkt van enkele tientallen centimeters lang.
Het Chilkat-dansschort was een van de eerste toepassingen, gebruikt bij ceremoniële dansen. Daarna volgden de Chilkat-dekens, die het bekendst zijn, en tassen, beursjes, beenwindselen en tunieken.
Een chilkat-deken, in 2011 geveild voor $ 93.000.
Een chilkat-deken, in 2011 geveild voor $ 93.000.
Stamhoofd Anotklosh draagt hier een Chilkat-deken - Juneau, Alaska, circa 1913.
Stamhoofd Anotklosh draagt hier een Chilkat-deken – Juneau, Alaska, circa 1913.
Een met uitsterven bedreigde traditie
Deze bijzondere weeftechniek wordt al meer dan een eeuw bedreigd met uitsterven. In 1907 waren er nog maar 15 actieve weefsters. Weefster Jennie Thlunaut, die het weven van haar moeder leerde in de jaren ’90 van de 19de eeuw, was de laatste weefster op de traditionele manier. Tijdens haar leven (zij werd 96!) maakte zij 33 dekens en zes tunieken. In 1984 organiseerde zij een workshop in Haines waarbij zij de techniek doorgaf aan een groep van weefsters.
Tegenwoordig is Clarissa Rizal uit Juneau een van de bekendste weefsters van Chilkat-dekens. In juni 2016 werd zij benoemd tot National Heritage Fellow door het National Endowment for the Arts. Daarbij komt een beloning van $ 25.000. De prijs zal in september aan haar worden overhandigd in een ceremonie in de Library of Congress in Washington. Een mooie erkenning van deze bijzondere weeftraditie. Onderstaande video gaat over Clarissa Rizal en toont hoe Chilkats worden gemaakt.

Links
Sheldon Museum and Cultural Center – Chilkat Blanket
The Antique American Indian Art Show, Santa Fe – tentoonstellingsboek (PDF)
Burke Museum – Unpacking a Phrase: The Chilkat Blanket
Clarissa Rizal’s Blog
Chilkat deken, berggeit-wol en cederbast, 19de eeuw (Burke Museum, VS).
Chilkat deken, berggeit-wol en cederbast, 19de eeuw (Burke Museum, VS).
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Pop Art Fabrics & Fashion

Elvis Presley, randpatroon voor een rok, Rock n’ Roll skirts, VS - foto Target Gallery.
‘Mondrian’ damesmantel voor ‘Astromac', 1966, foto Target Gallery.
‘Mondrian’ damesmantel voor ‘Astromac’, 1966, foto Target Gallery.
In de jaren ’50 verovert een golf van rock-‘n-roll en jeugdcultuur uit Amerika de wereld. De mix van populaire beelden en muziek met kunst en mode verandert de manier waarop mensen gekleed gaan. De tentoonstelling ‘Pop Art Fabrics & Fashion’ in het Textielmuseum laat meer dan tweehonderd textiel- en modeontwerpen zien, vanaf de geboorte van de popcultuur in 1956 tot haar roerige ondergang in de loop van de jaren ’70.
Veel jonge ontwerpers maken, geïnspireerd door popart, spannende nieuwe patronen voor textiel en behang. Zelfs gerenommeerde popart-kunstenaars als Andy Warhol en internationaal geprezen modeontwerpers als Mary Quant, Pierre Cardin en Vivienne Westwood ontwerpen spectaculair ‘pop’-textiel voor mode en in huis. Van dessins met rocksterren en ‘soup cans’ tot psychedelische patronen en punkoutfits van de sixties en seventies; vooral bij een avontuurlijke jongere generatie vinden zij gretig aftrek.
Tentoonstellingsfoto met centraal de beroemde foto van Marilyn Monroe die een aardappelzak als jurkje draagt - foto Josefina Eikenaar.
Tentoonstellingsfoto met centraal de beroemde foto van Marilyn Monroe die een aardappelzak als jurkje draagt – foto Josefina Eikenaar.
‘Ice Cream Cone’ jurk, Andy Warhol (stof), Stephen Bruce (jurk), 1964, foto Target Gallery.
‘Ice Cream Cone’ jurk, Andy Warhol (stof), Stephen Bruce (jurk), 1964, foto Target Gallery.
Hoogtepunten zijn items als de ‘Potato Sack’, waarin Marilyn Monroe werd gespot, recent ontdekte dessins van Andy Warhol, ‘Space Age’ textiel van Paco Rabanne, ‘Op Art’ outfits van Mary Quant, items uit Elton Johns persoonlijke garderobe en de shocking shirts van Vivienne Westwood.
Popcultuur
Na de Tweede Wereldoorlog bloeit de levendige ‘pop’-cultuur onder jongeren in Noord-Amerika en Europa. Ontstaan buiten de gevestigde orde, manifesteert ‘Pop’ zich als een kleurrijke uitbarsting van rock-‘n-rollmuziek, mode en kunst. De cultuur kenmerkt zich door een veelheid aan gelaagde beelden en symboliek. Die beelden zijn volop aanwezig in het dagelijks leven. Ze zijn bekend via de reclame- en verpakkingsindustrie, billboardkunst, cartoons, stripboeken en via de film- en popwereld.
Het is voor het eerst dat tieners herkenbaar zijn als een op zichzelf staande groep. Zij durven taboes aan de kaak te stellen en hun kwetsbaarheid te tonen. Daarmee wijzen ze de traditionele normen en waarden van volwassenen af. Ze onderscheiden zich met een nieuwe stijl in kleding en woninginrichting, die in niets lijkt op de stijl van hun ouders.
‘Fry Up’, ontwerpster Pamla Motown, 1973-74, foto Target Gallery.
‘Fry Up’, ontwerpster Pamla Motown, 1973-74, foto Target Gallery.
‘Pop’-ontwerpers
Veel jonge, getalenteerde mode- en textielontwerpers uit de jaren ’60 laten zich inspireren door de popart-esthetiek en maken originele ontwerpen. Zelfs popart-kunstenaars met de status van Andy Warhol verdienen hun geld met textielontwerpen. Recent zijn enkele van de dessins van deze toonaangevende grafisch ontwerper uit het naoorlogse New York herontdekt. Zij worden nu voor het eerst getoond.
Ook zijn stoffen te zien van Nicky Zann, de gevierde stripboekauteur uit New York. Zijn opvallende textielontwerpen hebben veel gemeen met het werk van popart kunstenaar Roy Lichtenstein. Lichtenstein gebruikte op zijn beurt strips en cartoons van deze toonaangevende grafisch ontwerper als voornaamste inspiratiebron voor zijn kunstwerken. Van de rock-‘n-roll tot de punk uit het midden van de jaren ‘70 is de symbiotische relatie tussen ‘pop’-textiel, ‘pop’-mode en popart onmiskenbaar.
‘Love Comic’ gordijnstof, ontwerper Nicky Zann, 1970 - foto Target Gallery.
‘Love Comic’ gordijnstof, ontwerper Nicky Zann, 1970 – foto Target Gallery.
Mannenvest, gemaakt voor Elton John, 1971 - foto Target Gallery.
Mannenvest, gemaakt voor Elton John, 1971 – foto Target Gallery.
‘Op Art’ en ‘Space Age’
Er is echter meer te beleven tijdens de jaren ’60 dan alleen op popart geïnspireerde textiel en mode. Rond 1965 maken de Britse modeontwerpster Mary Quant en de Franse couturiers Pierre Cardin, André Courrèges en Paco Rabanne grote indruk met hun geometrische ontwerpen en gebruik van plastic als nieuw materiaal. De stromingen waartoe hun werk wordt gerekend, ‘Op Art’ en ‘Space Age’ styling, vallen onder de generieke term ‘pop’. Ook werk van deze ontwerpers is in de tentoonstelling te zien.
Punk en New Wave
In de jaren ’70 start Vivienne Westwood haar carrière in Londen. Haar baanbrekende ‘Punk’-ontwerpen en het radicaal nieuw gebruik van stoffen veroorzaken een revolutie in de modewereld. Het ontwerpen van ‘pop’-textiel bereikt in deze jaren zijn hoogtepunt, maar tegelijkertijd wordt het einde ervan ingeluid. Met het voortschrijden van het ‘pop’-tijdperk, gaan jongeren zich radicaal anders kleden. Hun nieuwe stijl past beter bij de relaxte, anti-autoritaire en gelijkwaardige manier waarop zij in het leven staan.
Diverse T-shirts, foto Josefina Eikenaar.
Diverse T-shirts, foto Josefina Eikenaar.
‘Soup Can’, ontwerper Lloyd Johnson, 1973, VK - fotoTarget Gallery.
‘Soup Can’, ontwerper Lloyd Johnson, 1973, VK – fotoTarget Gallery.
Dé iconen van deze stijl zijn het T-shirt en de spijkerbroek. Daarmee heb je eindeloze mogelijkheden om te laten zien waar je voor staat. De tentoonstelling toont een aantal prachtige T-shirts, met afbeeldingen van David Bowie en de rock- en punkzanger Iggy Pop, uit het ‘Punk’-tijdperk van de Britse beeldhouwer John Dove en zijn vrouw, de textielontwerpster Molly White. Hun werk uit de jaren ’70 tilt het ontwerpen van T-shirts naar het niveau van moderne kunst.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur
Tentoonstellingsoverzicht, foto Josefina Eikenaar.
Tentoonstellingsoverzicht, foto Josefina Eikenaar.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Quilt Expo en Beaujolais 2016

Quilt Expo en Beaujolais - logo

De zesde editie van de Quilt Expo en Beaujolais wordt gehouden tijdens de Textielkunst Biënnale in Beaujolais, Frankrijk. Het is een internationale tentoonstelling met meer dan 1000 werken uit 22 landen. Daarnaast is er een beurs met meer dan 60 stands.

Werk van Elena Vernidubova, Rusland.
Werk van Elena Vernidubova, Rusland.
Beaujolais mag wellicht bekend zijn als een wijnstreek ten noorden van Lyon, maar telt ook een groot aantal quilt- en patchworkverenigingen. Jaarlijks komen zij samen in de plaats St Marie aux Mines. Gezamenlijk organiseren zij nu een grote, internationale tentoonstelling, de Quilt Expo en Beaujolais.
Internationale ontwikkeling van de quilt
Tegenwoordig is de quilt geëvolueerd tot een volwaardige kunstvorm die wereldwijd wordt beoefend. Op deze tentoonstelling zijn er quilts te zien uit 22 landen, die elk hun specifieke vormen, cultuur, tradities en eigenaardigheden hebben. Dit jaar is er bovendien speciale aandacht voor quilts uit Japan en Korea.
In deze textiele werken ziet u dat deze van oorsprong Engels-Amerikaanse traditie zich wereldwijd in diverse richtingen heeft ontwikkeld. In iedere quilt kunt u iets ontdekken van de cultuur en emotie van het land waar deze gemaakt is. Een boeiende ontdekkingsreis. U ziet op een tentoonstellingsruimte van ruim 2000 m2 werken uit onder andere de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Israël, Australië, Duitsland, België, Oekraïne, Nederland, Thailand, Oman, Canada en natuurlijk Frankrijk.
'Peaceful mornings' van Bergen Rose, VS.
‘Peaceful mornings’ van Bergen Rose, VS.
Exposerende groepen en individuele quilters
Werk van Joko Sekita, Japan, gequilt en geborduurd.
Werk van Joko Sekita, Japan, gequilt en geborduurd.
Internationale groepen
Art-Igra
Challenge Textile International ‘Costumes et Traditions du Monde’ Frankrijk / Korea / Japan
Fifteen by Fifteen
International Threads
SAQA (Studio Art Quilt Associates,Inc)”Two by Twenty”
Stitched Art Textile
Nationale groepen
Duitsland : Alküns
België : Crossroads ‘Echeque et Mat’
Mexico : Quilters Mexico ‘Mayan culture challenge’
Australië : Golden Textures of Australia
Taiwan : Taiwan Art Quilt Society
Hongarije : Modern Movement
Groot-Brittannië : English Guild Contemporary Quilt ‘Elements’
Rusland : Russian Quilters ‘The Soul of Russia’
Werk van Armi Heikkinen-Daum, Zwitserland.
Werk van Armi Heikkinen-Daum, Zwitserland.
Individuele leden
Frankrijk : Maryse Allard, Pascale Bebronne, Elena Bessières, Catherine Bihl, Lydie Bilhet, France Bréchignac, Sylviane Buffenoir, Marie-Anne Croci, Jean Delafosse, Dominique Fave, Michel Galan, Galla, Chantal Garcia, Chantal Guillermet, Caroline Higgs, Marie-Christine Hourdebaigt, Jocelyne Kurc, Francine Leclercq, Isabelle Legendre, Marie Larouturou, Liz Maidment, Jocelyne Picot, Andrea Pollier, Catherine Ravera, Caroline Regnaut, Rebecca Roberts, Ina-Georgeta Statescu, Dimitri Vontzos;
Duitsland : Isabelle Wiessler, Uta Lenk;
Australië : Dijanne Cevaal, Jenny Bacon;
België : Ann Graus, Christel De Vrij;
Zuid-Korea : Yangsook Choi, Kyoungsoon Kim;
Verenigde Staten : Bergen Rose;
Nederland : Ineke van Unen, Willy Doreleijers;
Groot-Brittannië : Anne Kelly, Gillian Travis, Pat Archibald;
Rusland : Rimma Bybina, Tatiana Shmidt, Irina Tkacheva, Elena Vernidubova;
Zwitserland : Armi Heikkinen-Daum, Elisabeth Nacenta de La Croix, Elizabeth Michellod-Dutheil, Mady Tschann, Silvia Bos, Jacques Légeret.
Openingstijden
Dagelijks van 9.30 – 18.30 uur
Werk van Cathy Jack Coupland, Australië.
Werk van Cathy Jack Coupland, Australië.
Quilt van de groep Fifteen by Fifteen.
Quilt van de groep Fifteen by Fifteen.
'On The Road #3' door Willy Doreleijers, Nederland.
‘On The Road #3’ door Willy Doreleijers, Nederland.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather