Archives

Anni Albers in het Tate Modern

Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.

Tentoonstelling over de Duits-Amerikaanse weefster Anni Albers

Het museum Tate Modern in Londen organiseert in samenwerking met Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen een tentoonstelling met textielwerken van de Duitse kunstenares Anni Albers. Nadat deze tentoonstelling tot september 2018 in Düsseldorf te zien was is deze nu naar Londen verhuisd. Ruim tweehonderd geselecteerde werken uit Europese en Amerikaanse musea worden bijeengebracht, waaronder treffende voorbeelden van haar abstract-geometrisch textielwerken, haar ‘pictorial weavings’, tekeningen, drukgrafiek, stoffenmateriaal en documenten en artikelen die haar vakmanschap illustreren.

Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 - foto Helen M. Post.
Anni Albers in haar atelier in Black Mountain College, 1937 – foto Helen M. Post.
Beginjaren in het Bauhaus
Anni Albers werd op 12 juni 1899 in Berlijn geboren in een gegoede joodse familie als Anneliese Fleischmann. Zij was van jongs af aan geïnteresseerd in kunst, schilderde in haar jeugd en studeerde onder de impressionist Martin Brandenburg van 1916 tot 1919. Uiteindelijk raakte ze hierin ontmoedigd toen de Oostenrijkse kunstenaar Oskar Kokoschka haar vroeg waarom ze eigenlijk schilderde. In 1922 begon zij met haar studie textielontwerp aan het Bauhaus in Weimar en Dessau. In eerste instantie had de richting glaskunst haar voorkeur, maar niet alle studies stonden destijds open voor vrouwen, waardoor zij – in eerste instantie met tegenzin – begon met weven. Zo volgde zij onder meer de speciale ‘Vorkurs’ van de Zwitserse kunstdocent Johannes Itten, en van de Duitse kunstenaar en architect Georg Muche. Haar toekomstige echtgenoot Josef Albers studeerde ook aan het Bauhaus, zij trouwden in 1925.
Dankzij haar lerares Gunta Stölzl raakte zij echter al snel geboeid door de weeftechniek en begon zij geometrische ontwerpen te maken. Legde zij zich aanvankelijk toe op het handweven, na de verhuizing van de Bauhaus naar Dessau in 1926 experimenteerde zij meer met machinaal weven. In die tijd verlegde het Bauhaus het accent meer van kunst naar het product en Albers ontwikkelde verschillende stoffen met speciale eigenschappen, zoals duurzaamheid, lichtweerkaatsing, geluidsdemping en kreukresistentie.
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Wandkleed, ontworpen in 1926 in de Bauhaus-periode van Anni Albers, 203 x 119 cm (Bauhaus-Archiv Berlin).
Vertrek naar de Verenigde Staten
Nadat het Bauhaus in 1933 onder druk van de Nazi’s werd gesloten, vertrok Anni met haar man, de Duits-Amerikaanse kunstschilder Josef Albers, vanwege de opkomst van het nationaalsocialisme naar de Verenigde Staten, waar beiden gingen doceren aan het befaamde Black Mountain College in Asheville, Noord-Carolina tot 1949. In 1949 werd Anni Albers de eerste ontwerper die een solotentoonstelling kreeg in het Museum of Modern Art in New York. Deze tentoonstelling voor het MoMA reisde van 1951 tot en met 1953 door de VS, waarmee Albers haar naam als een van de belangrijkste ontwerpsters van haar tijd definitief vestigde. Gedurende deze jaren maakte zij ook regelmatig reizen naar Mexico en Zuid-Amerika en werd een enthousiaste verzamelaar van pre-Columbiaanse kunst.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Knot, 1947, gouache op papier, 43,2 x 51 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Het boek 'On Weaving' (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Het boek ‘On Weaving’ (Dover Craft Books) van Anni Albers.
Eigen studio
In 1949 verhuisde zij met haar man naar Connecticut en richtte een studio in haar huis in. Zij ontving een opdracht van Gropius om een collectie van beddenspreien en ander textiel voor Harvard te ontwerpen. In de jaren ’50 werkte ze aan ontwerpen van stoffen voor massaproductie en creëerde een groot deel van haar ‘pictorial weavings’. Het merendeel van haar weefwerk maakte zij in de periode tussen 1950 en 1994 toen zij in Connecticut woonde.
Pas in 1963 ging zij met druktechniek aan de slag en maakte ze tijd voor het schrijven van een boek dat in 1965 onder de titel ‘On Weaving’ verscheen en dat nog steeds als een standaardwerk over weven geldt.
In 1976 had Anni Albers twee belangrijke tentoonstellingen in haar geboorteland Duitsland en in de twintig jaar daarna verschillende tentoonstellingen van haar ontwerpwerk. Ze ontving een handvol eredoctoraten en andere prijzen. Ze bleef naar Zuid-Amerika en Europa reizen en onderwees tot haar overlijden op 9 mei 1994 in Orange, Connecticut.
Huidige tentoonstelling
Onder het oeuvre dat wordt tentoongesteld in Londen onder meer wandkleden (Wandbehang, 1924), pictorial weavings (With Verticals, 1946, Black-White-Gold I, 1950 en Thickly Settled, 1957) en het bijzondere Six Prayers, een werk gemaakt in opdracht van het Joods Museum in New York om de zes miljoen doden tijdens de Holocaust te herdenken. Centraal in de tentoonstelling staat een verkenning van Albers’s baanbrekende publicatie ‘On Weaving’ uit 1965 en het brede bronnenmateriaal dat ze daarvoor heeft verzameld om het boek te maken.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
Anni Albers, Six Prayers, katoen, linnen, bast en zilverdraad, 1965, Jewish Museum, New York.
De ontwerpers van de tentoonstelling hebben muren in stof gemaakt en speciale vitrines voor het werk gebouwd. Omdat textiel gevoelig is voor licht zijn de galerijen gedimd. In de laatste ruimte kunnen bezoekers garen en textielmonsters aanraken en zien hoe het werk gecreëerd wordt in een video van een deskundige wever van de Albers Foundation.

Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Red and Blue Layers, 1954, katoen, 61,6 x 37,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Openingstijden
Zondag t/m donderdag 10.00 – 18.00 uur
Vrijdag en zaterdag 10.00 – 22.00 uur

Bovenste foto: Studie voor een niet-uitgevoerd wandtapijt, 1926, gouache, 38,1 x 24,8 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.

With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm - foto The Josef and Anni Albers Foundation.
With Verticals,1946, katoen en linnen, 154,9 x 118,1 cm – foto The Josef and Anni Albers Foundation.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Anni Albers, Pasture, 1958, Metropolitan Museum of Art, New York.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Chilkat-weven, een complexe weeftechniek uit Alaska

De Chilkat-deken is een traditionele dracht van de Tsimshian, Tlingit en Haida, stammen aan de noordwestkust van Alaska (VS) en Brits-Columbia (Canada), die wordt gedragen tijdens ceremoniële bijeenkomsten. De Chilkat-weeftechniek is een van de meest complexe weeftechnieken ter wereld, die tegenwoordig nog slechts door enkele weefsters beoefend wordt. Het is een soort van omslagdoek, voorzien van franje.

Read more… →

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Pop Art Fabrics & Fashion

Elvis Presley, randpatroon voor een rok, Rock n’ Roll skirts, VS - foto Target Gallery.
‘Mondrian’ damesmantel voor ‘Astromac', 1966, foto Target Gallery.
‘Mondrian’ damesmantel voor ‘Astromac’, 1966, foto Target Gallery.
In de jaren ’50 verovert een golf van rock-‘n-roll en jeugdcultuur uit Amerika de wereld. De mix van populaire beelden en muziek met kunst en mode verandert de manier waarop mensen gekleed gaan. De tentoonstelling ‘Pop Art Fabrics & Fashion’ in het Textielmuseum laat meer dan tweehonderd textiel- en modeontwerpen zien, vanaf de geboorte van de popcultuur in 1956 tot haar roerige ondergang in de loop van de jaren ’70.
Veel jonge ontwerpers maken, geïnspireerd door popart, spannende nieuwe patronen voor textiel en behang. Zelfs gerenommeerde popart-kunstenaars als Andy Warhol en internationaal geprezen modeontwerpers als Mary Quant, Pierre Cardin en Vivienne Westwood ontwerpen spectaculair ‘pop’-textiel voor mode en in huis. Van dessins met rocksterren en ‘soup cans’ tot psychedelische patronen en punkoutfits van de sixties en seventies; vooral bij een avontuurlijke jongere generatie vinden zij gretig aftrek.
Tentoonstellingsfoto met centraal de beroemde foto van Marilyn Monroe die een aardappelzak als jurkje draagt - foto Josefina Eikenaar.
Tentoonstellingsfoto met centraal de beroemde foto van Marilyn Monroe die een aardappelzak als jurkje draagt – foto Josefina Eikenaar.
‘Ice Cream Cone’ jurk, Andy Warhol (stof), Stephen Bruce (jurk), 1964, foto Target Gallery.
‘Ice Cream Cone’ jurk, Andy Warhol (stof), Stephen Bruce (jurk), 1964, foto Target Gallery.
Hoogtepunten zijn items als de ‘Potato Sack’, waarin Marilyn Monroe werd gespot, recent ontdekte dessins van Andy Warhol, ‘Space Age’ textiel van Paco Rabanne, ‘Op Art’ outfits van Mary Quant, items uit Elton Johns persoonlijke garderobe en de shocking shirts van Vivienne Westwood.
Popcultuur
Na de Tweede Wereldoorlog bloeit de levendige ‘pop’-cultuur onder jongeren in Noord-Amerika en Europa. Ontstaan buiten de gevestigde orde, manifesteert ‘Pop’ zich als een kleurrijke uitbarsting van rock-‘n-rollmuziek, mode en kunst. De cultuur kenmerkt zich door een veelheid aan gelaagde beelden en symboliek. Die beelden zijn volop aanwezig in het dagelijks leven. Ze zijn bekend via de reclame- en verpakkingsindustrie, billboardkunst, cartoons, stripboeken en via de film- en popwereld.
Het is voor het eerst dat tieners herkenbaar zijn als een op zichzelf staande groep. Zij durven taboes aan de kaak te stellen en hun kwetsbaarheid te tonen. Daarmee wijzen ze de traditionele normen en waarden van volwassenen af. Ze onderscheiden zich met een nieuwe stijl in kleding en woninginrichting, die in niets lijkt op de stijl van hun ouders.
‘Fry Up’, ontwerpster Pamla Motown, 1973-74, foto Target Gallery.
‘Fry Up’, ontwerpster Pamla Motown, 1973-74, foto Target Gallery.
‘Pop’-ontwerpers
Veel jonge, getalenteerde mode- en textielontwerpers uit de jaren ’60 laten zich inspireren door de popart-esthetiek en maken originele ontwerpen. Zelfs popart-kunstenaars met de status van Andy Warhol verdienen hun geld met textielontwerpen. Recent zijn enkele van de dessins van deze toonaangevende grafisch ontwerper uit het naoorlogse New York herontdekt. Zij worden nu voor het eerst getoond.
Ook zijn stoffen te zien van Nicky Zann, de gevierde stripboekauteur uit New York. Zijn opvallende textielontwerpen hebben veel gemeen met het werk van popart kunstenaar Roy Lichtenstein. Lichtenstein gebruikte op zijn beurt strips en cartoons van deze toonaangevende grafisch ontwerper als voornaamste inspiratiebron voor zijn kunstwerken. Van de rock-‘n-roll tot de punk uit het midden van de jaren ‘70 is de symbiotische relatie tussen ‘pop’-textiel, ‘pop’-mode en popart onmiskenbaar.
‘Love Comic’ gordijnstof, ontwerper Nicky Zann, 1970 - foto Target Gallery.
‘Love Comic’ gordijnstof, ontwerper Nicky Zann, 1970 – foto Target Gallery.
Mannenvest, gemaakt voor Elton John, 1971 - foto Target Gallery.
Mannenvest, gemaakt voor Elton John, 1971 – foto Target Gallery.
‘Op Art’ en ‘Space Age’
Er is echter meer te beleven tijdens de jaren ’60 dan alleen op popart geïnspireerde textiel en mode. Rond 1965 maken de Britse modeontwerpster Mary Quant en de Franse couturiers Pierre Cardin, André Courrèges en Paco Rabanne grote indruk met hun geometrische ontwerpen en gebruik van plastic als nieuw materiaal. De stromingen waartoe hun werk wordt gerekend, ‘Op Art’ en ‘Space Age’ styling, vallen onder de generieke term ‘pop’. Ook werk van deze ontwerpers is in de tentoonstelling te zien.
Punk en New Wave
In de jaren ’70 start Vivienne Westwood haar carrière in Londen. Haar baanbrekende ‘Punk’-ontwerpen en het radicaal nieuw gebruik van stoffen veroorzaken een revolutie in de modewereld. Het ontwerpen van ‘pop’-textiel bereikt in deze jaren zijn hoogtepunt, maar tegelijkertijd wordt het einde ervan ingeluid. Met het voortschrijden van het ‘pop’-tijdperk, gaan jongeren zich radicaal anders kleden. Hun nieuwe stijl past beter bij de relaxte, anti-autoritaire en gelijkwaardige manier waarop zij in het leven staan.
Diverse T-shirts, foto Josefina Eikenaar.
Diverse T-shirts, foto Josefina Eikenaar.
‘Soup Can’, ontwerper Lloyd Johnson, 1973, VK - fotoTarget Gallery.
‘Soup Can’, ontwerper Lloyd Johnson, 1973, VK – fotoTarget Gallery.
Dé iconen van deze stijl zijn het T-shirt en de spijkerbroek. Daarmee heb je eindeloze mogelijkheden om te laten zien waar je voor staat. De tentoonstelling toont een aantal prachtige T-shirts, met afbeeldingen van David Bowie en de rock- en punkzanger Iggy Pop, uit het ‘Punk’-tijdperk van de Britse beeldhouwer John Dove en zijn vrouw, de textielontwerpster Molly White. Hun werk uit de jaren ’70 tilt het ontwerpen van T-shirts naar het niveau van moderne kunst.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur
Tentoonstellingsoverzicht, foto Josefina Eikenaar.
Tentoonstellingsoverzicht, foto Josefina Eikenaar.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Quilt Expo en Beaujolais 2016

Quilt Expo en Beaujolais - logo

De zesde editie van de Quilt Expo en Beaujolais wordt gehouden tijdens de Textielkunst Biënnale in Beaujolais, Frankrijk. Het is een internationale tentoonstelling met meer dan 1000 werken uit 22 landen. Daarnaast is er een beurs met meer dan 60 stands.

Werk van Elena Vernidubova, Rusland.
Werk van Elena Vernidubova, Rusland.
Beaujolais mag wellicht bekend zijn als een wijnstreek ten noorden van Lyon, maar telt ook een groot aantal quilt- en patchworkverenigingen. Jaarlijks komen zij samen in de plaats St Marie aux Mines. Gezamenlijk organiseren zij nu een grote, internationale tentoonstelling, de Quilt Expo en Beaujolais.
Internationale ontwikkeling van de quilt
Tegenwoordig is de quilt geëvolueerd tot een volwaardige kunstvorm die wereldwijd wordt beoefend. Op deze tentoonstelling zijn er quilts te zien uit 22 landen, die elk hun specifieke vormen, cultuur, tradities en eigenaardigheden hebben. Dit jaar is er bovendien speciale aandacht voor quilts uit Japan en Korea.
In deze textiele werken ziet u dat deze van oorsprong Engels-Amerikaanse traditie zich wereldwijd in diverse richtingen heeft ontwikkeld. In iedere quilt kunt u iets ontdekken van de cultuur en emotie van het land waar deze gemaakt is. Een boeiende ontdekkingsreis. U ziet op een tentoonstellingsruimte van ruim 2000 m2 werken uit onder andere de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Israël, Australië, Duitsland, België, Oekraïne, Nederland, Thailand, Oman, Canada en natuurlijk Frankrijk.
'Peaceful mornings' van Bergen Rose, VS.
‘Peaceful mornings’ van Bergen Rose, VS.
Exposerende groepen en individuele quilters
Werk van Joko Sekita, Japan, gequilt en geborduurd.
Werk van Joko Sekita, Japan, gequilt en geborduurd.
Internationale groepen
Art-Igra
Challenge Textile International ‘Costumes et Traditions du Monde’ Frankrijk / Korea / Japan
Fifteen by Fifteen
International Threads
SAQA (Studio Art Quilt Associates,Inc)”Two by Twenty”
Stitched Art Textile
Nationale groepen
Duitsland : Alküns
België : Crossroads ‘Echeque et Mat’
Mexico : Quilters Mexico ‘Mayan culture challenge’
Australië : Golden Textures of Australia
Taiwan : Taiwan Art Quilt Society
Hongarije : Modern Movement
Groot-Brittannië : English Guild Contemporary Quilt ‘Elements’
Rusland : Russian Quilters ‘The Soul of Russia’
Werk van Armi Heikkinen-Daum, Zwitserland.
Werk van Armi Heikkinen-Daum, Zwitserland.
Individuele leden
Frankrijk : Maryse Allard, Pascale Bebronne, Elena Bessières, Catherine Bihl, Lydie Bilhet, France Bréchignac, Sylviane Buffenoir, Marie-Anne Croci, Jean Delafosse, Dominique Fave, Michel Galan, Galla, Chantal Garcia, Chantal Guillermet, Caroline Higgs, Marie-Christine Hourdebaigt, Jocelyne Kurc, Francine Leclercq, Isabelle Legendre, Marie Larouturou, Liz Maidment, Jocelyne Picot, Andrea Pollier, Catherine Ravera, Caroline Regnaut, Rebecca Roberts, Ina-Georgeta Statescu, Dimitri Vontzos;
Duitsland : Isabelle Wiessler, Uta Lenk;
Australië : Dijanne Cevaal, Jenny Bacon;
België : Ann Graus, Christel De Vrij;
Zuid-Korea : Yangsook Choi, Kyoungsoon Kim;
Verenigde Staten : Bergen Rose;
Nederland : Ineke van Unen, Willy Doreleijers;
Groot-Brittannië : Anne Kelly, Gillian Travis, Pat Archibald;
Rusland : Rimma Bybina, Tatiana Shmidt, Irina Tkacheva, Elena Vernidubova;
Zwitserland : Armi Heikkinen-Daum, Elisabeth Nacenta de La Croix, Elizabeth Michellod-Dutheil, Mady Tschann, Silvia Bos, Jacques Légeret.
Openingstijden
Dagelijks van 9.30 – 18.30 uur
Werk van Cathy Jack Coupland, Australië.
Werk van Cathy Jack Coupland, Australië.
Quilt van de groep Fifteen by Fifteen.
Quilt van de groep Fifteen by Fifteen.
'On The Road #3' door Willy Doreleijers, Nederland.
‘On The Road #3’ door Willy Doreleijers, Nederland.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Color Improvisations 2

Vibrant Color Bars, 2015, Ruth Bosshart Rohrbach, Zwitserland.

Met hun expressieve kleuren, geometrische vormen en grote maten doen de kunstwerken op deze tentoonstelling denken aan de abstracte schilderijen van de moderniteit. Deze artistiek ontworpen kunstwerken zijn echter niet van verf en linnen, maar van stof, gequilt in geslaagde composities met veel aandacht voor detail. Vijftig van deze art quilts van 44 kunstenaars zijn tot 28 augustus te zien in de tentoonstelling ‘Color Improvisations 2’ in het Textielmuseum Tuch + Technik in Neumünster, Duitsland. Een wereldprimeur, want al deze werken worden voor het eerst tentoongesteld.

Strange Attractor, 2015, Niraja Cheryl Lorenz, VS - foto John Higby.
Strange Attractor, 2015, Niraja Cheryl Lorenz, VS – foto John Higby.
Ongeveer twee bij twee meter hoog zijn deze werken, die een indrukwekkend inzicht geven in de hedendaagse art quilt uit de Verenigde Staten en Europa. Hoewel de moderne kunstenaars een traditionele techniek gebruiken, met verschillende lagen stof die zijn verbonden en met stiksels geaccentueerd, hebben zij zich bij de keuze van de ontwerpen bevrijd van traditionele regels en patronen. Hun werken zijn een spel van vormen en kleuren, altijd nieuw en altijd boeiend.
Logjam, 2015, Karen Schulz, VS - foto Gulezian Quicksilver.
Logjam, 2015, Karen Schulz, VS – foto Gulezian Quicksilver.
Nancy Crow
De tentoonstelling werd samengesteld door Nancy Crow, die hier ook een van haar laatste werken vertoont. Anderhalf jaar heeft de Amerikaanse quilt-icoon uit Ohio geïnvesteerd in de selectie van de werken. Alle 44 deelnemende artiesten hadden tot vijf werken ingediend. ‘Criteria voor de selectie waren: zeer goede compositie, een sterke individuele stem als kunstenaar, schoon werk en intensief gequilt. Ik denk dat we in deze tentoonstelling intenser quiltwerk zien dan in de meeste tentoonstellingen.’ Nancy Crow onderwijst al meer dan twintig jaar quilten, is bekend door tal van tentoonstellingen in de VS en Europa, workshops en boeken en heeft met haar stijl veel quilters beïnvloed.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 9.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 10.00 – 17.00 uur
Riff of Tradition, 2015, Robin Bunshaft-fan, VS - foto Michael Cevoli.
Riff of Tradition, 2015, Robin Bunshaft-fan, VS – foto Michael Cevoli.
Interactions, 2015, Gerri Spilka, VS - foto Andrew Pinkham.
Interactions, 2015, Gerri Spilka, VS – foto Andrew Pinkham.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Art Textiles: Marian Clayden

Marian Clayden, Dip Dye, 1970, ruwe katoen, gevouwen en met afdektechniek geverfd.

Het Fashion and Textile Museum in Londen houdt een overzichtstentoonstelling van de onlangs overleden textielkunstenares Marian Clayden, bestaande uit textielkunstwerken van zijde, velours, katoen en gevilte wol. Deze Britse kunstenares (1937-2015) heeft met haar psychedelische, met afdektechniek geverfde stoffen een zeer succesvol modebedrijf in de Verenigde Staten opgebouwd. Op de tentoonstelling ziet u hoe, door gebruik van Shibori verftechnieken, met eenvoudige middelen rijke en complexe effecten bereikt worden.

Marian Clayden.
Marian Clayden.
Marian Clayden werd in Preston, een belangrijke textielstad in het noorden van Engeland geboren. Van beroep was zij onderwijzeres. Toen zij echter een gezin stichtte en niet meer werkte herinnerde ze zich een cursus op school waarbij stoffen werden geverfd en bedacht dat ze dat ook eens thuis kon proberen. Ze had binnen een jaar succes met een tentoonstelling in Sydney. Alhoewel de techniek die ze gebruikte om textiel te verven in veel culturen worden toegepast, gebruikte ze zelf een naam uit Zuidoost-Azië: plangi.
Hippie-stijl
Toen ze in 1967 naar Californië verhuisde viel haar werk snel in de smaak bij de toen opkomende hippie-gemeenschap. De definitieve doorbraak kwam toen Nancy Potts, de decor-ontwerpster van de rockmusical ‘Hair’, haar werk ontdekte en ze de opdracht kreeg om voor zowel het decor als de kleding stoffen te leveren.
Shibori-werk van Marian Clayden.
Shibori-werk van Marian Clayden.
Gedurende de jaren zeventig bleef ze geverfde stoffen verkopen. In 1975 verbleef ze een jaar in Iran, wat haar stijl wezenlijk beïnvloedde. Teruggekomen in de Verenigde Staten verkocht ze steeds meer textiel aan mode-ontwerpers. Eind jaren zeventig nam ze de beslissing om zelf kleding te gaan maken van haar bijzondere stoffen. Volledig autodidact huurde zij een aantal thuiswerksters in om kleding te maken volgens eenvoudige ontwerpen, die door de handgeverfde stoffen toch bijzonder waren.
Art to wear
Om meer van het modevak te weten te komen werd ze lid van de ontwerpersgroep Fashion Network in San Francisco. Met die kennis en de steun van een investeerder groeide haar onderneming snel. Handgeverfde stoffen waren altijd haar handelsmerk geweest, maar nu kregen haar stoffen een sensationelere uitstraling, waardoor haar kleding werd aangeduid als ‘art to wear’. Langzamerhand ontwikkelde ze zich meer tot een haute couture ontwerpster en sinds 1995 verkocht ze, behalve in alle betere zaken in de VS, ook kleding naar Groot-Brittannië en Japan. Daarnaast werden haar ontwerpen ook in collecties van musea opgenomen.
Mode van Marian Clayden.
Mode van Marian Clayden.
Haar bedrijf ontwikkelde zich voorspoedig tot de crisis die werd veroorzaakt door de gebeurtenissen van 9/11. Toen zij in 2005 ernstig ziek was geworden, bleek het niet mogelijk om het bedrijf voort te zetten. Marian Clayden overleed uiteindelijk in september 2015.
Openingstijden tentoonstelling
Dinsdag t/m zaterdag 11.00 – 18.00 uur
Donderdag 11.00 – 20.00 uur
Meer van haar werk ziet u op de aan Marian Clayden gewijde website.
Een collectie mode-ontwerpen van Marian Clayden.
Een collectie mode-ontwerpen van Marian Clayden.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Sheila Hicks – Why not?

Sheila Hicks

Het TextielMuseum opent 2016 met een solotentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Sheila Hicks (1934), pionier op het gebied van textiel en kunst. Sheila Hicks is met haar oeuvre internationaal bekend door haar deelname aan grote solo- en groepsexposities. Sinds lange tijd is zij nu eindelijk weer uitgebreid in Nederland te zien. Met haar kleurrijke werk, dat varieert van monumentale, textiele installaties tot metershoge sculpturen en betoverende miniaturen, maakt zij sinds eind jaren ‘50 furore.

Zowel een gevarieerde keuze uit dit vrije werk als voorbeelden van industrieel vervaardigde stoffen en handgemaakte textiele ontwerpen zijn in de tentoonstelling te zien. Extra aandacht is er voor de speciale band die Hicks al jaren heeft met Nederland. Met foto’s, film, schetsen, tekeningen en persoonlijke documenten wordt haar reislustige en productieve leven geïllustreerd. ‘Sheila Hicks – Why Not?’ toont werk uit zeven decennia, afkomstig uit (inter)nationale museumcollecties en een speciaal voor deze tentoonstelling vervaardigd kunstwerk.
Sheila Hicks - 'The Treaty of Chromatic Zones', Parijs - foto Christobal Zanartu.
Sheila Hicks – ‘The Treaty of Chromatic Zones’, Parijs – foto Christobal Zanartu.
Wereldwijd
Sheila Hicks is van jongs af aan gefascineerd door textiel en kunst. In de jaren ‘50 wordt ze opgeleid tot schilder onder de hoede van oud-Bauhaus docent Josef Albers. In 1956 liet bekend kunsthistoricus George Kubler haar in Yale kennis maken met pre-Colombiaans weven. Na afronding van haar thesis over dit onderwerp wordt haar een studiebeurs toegekend om te gaan schilderen in Chili. Tijdens de periode die zij doorbrengt in Zuid-Amerika ontwikkelt zij een bijzondere interesse voor het werken met textiel. Deze passie brengt haar over de hele wereld, van Mexico en Zuid-Afrika tot aan Marokko en India.
Overal waar ze komt werkt ze samen en wisselt ze kennis uit met lokale ambachtslieden, fabrikanten en kunstenaars. Haar kleurrijke installaties zijn wereldwijd te bewonderen en nog altijd werkt zij aan grootschalige, textiele projecten in haar studio in Parijs. Hicks’ kunstwerken zijn opgenomen in de collecties van prestigieuze musea, waaronder het Metropolitan Museum of Art en het Museum of Modern Art in New York en het Tate Modern in Londen. Bruiklenen voor de tentoonstelling zijn afkomstig van onder andere het Centre Pompidou, Parijs, Philadelphia Museum of Art, Museum für Gestaltung, Zürich en het Stedelijk Museum, Amsterdam.
Sheila Hicks - Silk Rainforest.
Sheila Hicks – Silk Rainforest.
Hommage aan Kho Liang Ie, 1975, Stedelijk Museum
Hommage aan Kho Liang Ie, 1975, Stedelijk Museum.
Band met Nederland
Sheila Hicks heeft een speciale band opgebouwd met Nederland. Haar eerste grote solotentoonstelling is in 1974 te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Tijdens haar verblijven in Nederland maakt ze onder andere kennis met galeriehoudster Cora de Vries (bij wie ze in de jaren 1980 exposeerde) en ontwerper en designpromotor Benno Premsela.
Wat niet veel mensen weten is dat zij grote wandkleden voor de vertrekhal op Schiphol heeft gemaakt, getiteld ‘Hommage aan Kho Liang Ie’ (1975). Zij zijn te zien in de tentoonstelling, evenals de schetsen van haar indrukwekkende, etage-overstijgende installatie in het Provinciehuis van ’s-Hertogenbosch. Na de opbouw van de tentoonstelling zal deze gedocumenteerd worden en in samenwerking met Hicks zal grafisch ontwerpster Irma Boom een publicatie ontwerpen die verkrijgbaar is in de TextielShop.
De tentoonstelling
De ondertitel van de tentoonstelling Why not? is door Sheila Hicks zelf aangedragen. Zij doelt hiermee op de speelsheid en het doorzettingsvermogen, die voor haar de Hollandse mentaliteit illustreren. Eigenschappen die ook in haar eigen werk terugkomen. Kort en krachtig: waarom ook niet? In de expositie zijn autonoom werk en monumentale installaties te zien. Van Sheila Hicks’ vroegste werk uit de jaren ‘50 tot een zeer recent werk, gebaseerd op de samenwerking met een handweverij in Guatemala. Ook haar meer toegepaste opdrachten, voor een fabrikant als Momentum, passeren de revue. Bij de tentoonstelling wordt een uitgebreide randprogrammering georganiseerd.


Sheila Hicks aan het woord (Nederlands ondertiteld).

Meer informatie en veel meer foto’s van het werk van Sheila Hicks vindt u op haar website.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Olek – alles verdwijnt onder haakwerk

Het begrip ‘wildbreien’ is ook in Nederland wel bekend: het met breiwerk versieren van openbare objecten, zoals straatmeubilair, lantarenpalen, kunstobjecten en dergelijke, om zo frisse, kleurrijke accenten in het straatbeeld te brengen. Wildbreien is het tegenovergestelde van tam breien, zeg maar wat onze grootmoeders deden. Wildbreien (in het Engels: yarn bombing of knit graffiti) is waarschijnlijk in 2005 in Houston, VS, begonnen. Maar de Poolse kunstenares Olek is al sinds 2002 bezig met ‘wildhaken’ in New York en elders.

Read more… →

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather