Archives

Ornamentale patronen

Trijp tafelkleed in de stijl van de Amsterdamse School, ontwerper onbekend, circa 1915-1935 - foto Tommy de Lange.

Trijpweefsels (velours) van de Amsterdamse School

Fluweelzachte kleden op tafel, achter de kapstok, op de schoorsteen of de sofa: tegenwoordig vind je ze niet meer in het interieur. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw was dat heel anders. De zogenoemde trijpkleden, ook wel bekend als velours d’Utrecht, werden veel toegepast in interieurs van de Amsterdamse School. Naar verluidt zou de stof in de 17de eeuw als eerste in Utrecht zijn geweven.

Trijp gordijn ‘Paardenbloem’, toegeschreven aan Chris Lebeau, circa 1920-1935 - foto Tommy de Lange.
Trijp gordijn ‘Paardenbloem’, toegeschreven aan Chris Lebeau, circa 1920-1935 – foto Tommy de Lange.
De tentoonstelling ‘Ornamentale Patronen’ laat een breed beeld zien van de grote verscheidenheid aan Amsterdamse School trijpkleden, gordijnstoffen, wandbespanningen en meubelbekleding uit de collectie van het TextielMuseum. De schijnwerper wordt vooral gericht op de vele samenwerkingen met kunstenaars uit de periode van circa 1917 tot 1935. Daarnaast komt de geschiedenis van de trijpweverijen Schellens & Marto, Léo Schellens en de Hengelosche Trijpweverij aan bod en worden er verschillende decoratietechnieken belicht. Zo is er een unieke trijpwals met een dessin van Theo Nieuwenhuis, een houten drukblok met een ontwerp van Chris Lebeau en een rijke selectie aan patroontekeningen te zien.
Een eeuwenoude techniek nieuw leven ingeblazen
Trijp, een in onbruik geraakt woord, is een poolweefsel – zoals ook pluche, fluweel en moquette – waarvan de opstaande haren uit mohair (van de angorageit) bestaan. Hoewel de geschiedenis van het weven van deze stoffen ver terug gaat, werden trijpkleden eind 19de eeuw aanvankelijk vooral gemaakt door de Eindhovense fabriek Schellens & Marto. Deze weverij blies in 1887 nieuw leven in het vrijwel verloren gegane ambacht van het trijp weven.
Trijp tafelkleed met dessin ‘Siwo’ en ontwerptekening van Sikko van der Woude, uitvoering Schellens & Marto, Eindhoven, circa 1920-1930 - foto Tommy de Lange.
Trijp tafelkleed met dessin ‘Siwo’ en ontwerptekening van Sikko van der Woude, uitvoering Schellens & Marto, Eindhoven, circa 1920-1930 – foto Tommy de Lange.
De Hengelosche Trijpweverij in de jaren '20.
De Hengelosche Trijpweverij in de jaren ’20.
Andere weverijen, zoals de Hengelosche Trijpweverij en Léo Schellens, ook in Eindhoven, volgden. Het enigszins ouderwetse imago van de stof werd opgefrist met moderne dessins in de stijl van de art nouveau en de Amsterdamse School, ontworpen door Nederlandse sierkunstenaars als Theo Nieuwenhuis, Chris Lebeau, Carel (C.A.) Lion Cachet en Jaap Gidding.
De expressieve en kleurrijke patronen in de stijl van de Amsterdamse School sloegen niet alleen bij de interieurontwerpers aan, maar ook bij een breder publiek. De zijdeachtige glans van de trijp, de soepelheid en het rijke kleurenpalet droegen zeker bij aan hun populariteit. De stof werd eveneens veel gebruikt voor de inrichting van passagiersschepen, theaters en spoorwegrijtuigen. Door het gebruik van sterke mohair garens was zij zeer slijtvast en gaat ook bij intensief gebruik vaak tientallen jaren mee.
Trijp tafelkleed, toegeschreven aan Willem Retera Wzn. 1925 - foto Tommy de Lange.
Trijp tafelkleed, toegeschreven aan Willem Retera Wzn. 1925 – foto Tommy de Lange.
Interieur scheerderij en perserij N.V. Eindhovensche Trijpfabrieken Schellens & Marto, Eindhoven, 1947.
Interieur scheerderij en perserij N.V. Eindhovensche Trijpfabrieken Schellens & Marto, Eindhoven, 1947.
Twee manieren om trijp van een patroon te voorzien
Trijp bestaat uit twee materialen: katoen voor de onderliggende stof en mohair voor de pool. Om effen trijp van een patroon te voorzien bestaan er twee methoden: persen of scheren. Bij het persen wordt het patroon aangebracht door een deel van de pool met een hete wals één kant op te persen (of de verschillende delen van het patroon tegengesteld te persen), waardoor de glans door de lichtval van de geperste en ongeperste delen verschillend is. Bij scheren wordt de pool plaatselijk iets korter geschoren, waardoor de kortere pool iets lichter toont dan de ongeschoren pool. Dit effect wordt vaak benadrukt door de onderliggende stof in een van de pool afwijkende kleur te verven.
Fauteuil met trijpbekleding door Jaap Gidding, trijp van Léo Schellens & Co., Eindhoven, circa 1920-1925 - foto Tommy de Lange.
Fauteuil met trijpbekleding door Jaap Gidding, trijp van Léo Schellens & Co., Eindhoven, circa 1920-1925 – foto Tommy de Lange.
Publicatie
Bij de tentoonstelling verschijnt een uitvoerig gedocumenteerde publicatie (uitgave TextielMuseum, auteurs Emma Järvenpää, Caroline Boot). De tentoonstelling en de publicatie zijn mede mogelijk gemaakt door de Stichting Vrienden van het TextielMuseum en Léo Schellens b.v.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Trijp tafelkleed in de stijl van de Amsterdamse School, ontwerper onbekend, circa 1915-1935 – foto Tommy de Lange.

Overzicht tentoonstelling ‘Ornamentale patronen’ - foto Tommy de Lange.
Overzicht tentoonstelling ‘Ornamentale patronen’ – foto Tommy de Lange.
Interieur in de stijl van de Amsterdamse School met twee fauteuils gestoffeerd met trijpbekleding, ontwerper Jacobus Hellendoorn, circa 1925 - Collectie Het Nieuwe Instituut, Rotterdam.
Interieur in de stijl van de Amsterdamse School met twee fauteuils gestoffeerd met trijpbekleding, ontwerper Jacobus Hellendoorn, circa 1925 – Collectie Het Nieuwe Instituut, Rotterdam.
Overzicht tentoonstelling ‘Ornamentale patronen’ - foto Tommy de Lange.
Overzicht tentoonstelling ‘Ornamentale patronen’ – foto Tommy de Lange.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Rafelranden van schoonheid

Heringa / Van Kalsbeek, Armor - foto Tommy de Lange.

Textiele experimenten in opdracht van het museum
Kunstenaars die voor een opdrachtgever werken ervaren altijd wel iets van sturing; de opdrachtgever heeft bij het geven van zijn of haar opdracht altijd wel al iets in gedachten. Nieuwe wegen in de kunst worden zelden in opdracht gebaand. Het Textielmuseum biedt kunstenaars echter de kans om te experimenteren en te onderzoeken en heeft aan hen zo de kans vernieuwend bezig te zijn. De tentoonstelling ‘Rafelranden van schoonheid’ toont recent werk van een aantal kunstenaars dat zijn eigen weg mocht zoeken.

Textielkunst in ongebonden opdracht
Het collectie-opdrachtenbeleid van het Textielmuseum biedt kunstenaars en vormgevers de mogelijkheid tot onderzoek en experiment. De resultaten hiervan worden gepresenteerd op de tentoonstelling ‘Rafelranden van schoonheid’. Deze expositie toont textiele installaties, interactieve beelden en films van Heringa/Van Kalsbeek, Bart Hess, Nan Groot Antink, Tanja Smeets en Karin van Dam. De werken zijn in het TextielLab, de bijzondere werkplaats van het Textielmuseum, gemaakt.
Maarten van Kalsbeek in zijn atelier.
Maarten van Kalsbeek in zijn atelier.
Heringa/Van Kalsbeek
Heringa/Van Kalsbeek (respectievelijk 1966 en 1962) zijn bekend van hun expressieve kleurrijke sculpturen met een sterke fysieke aanwezigheid. Voor hun project in het TextielLab lieten de kunstenaars zich inspireren door hun eigen verzameling etnografica en natuurlijke fenomenen. Hun monumentale speelse sculptuur ‘Armor’ bestaat uit een metalen constructie, opgetuigd met gelaserde, met hars overgoten vleugels van canvas, felrode pompons en bonte blikjes. Het beeld is een afgeleide van de rijk versierde hoofdtooien van traditionele Chinese bruiden. Het werk is verleidelijk mooi op het eerste gezicht, maar ‘rauw en imperfect’ aan de achterzijde. Deze spanning tussen front- en backstage, tussen aantrekking en afstoting, loopt als een rode draad door hun werk.
Tanja Smeets, Nebula and the Soft Machine - foto Tommy de Lange.
Tanja Smeets, Nebula and the Soft Machine – foto Tommy de Lange.
Tanja Smeets werkend in het TextielLab, afdeling breien - foto Josefina Eikenaar.
Tanja Smeets werkend in het TextielLab, afdeling breien – foto Josefina Eikenaar.
Tanja Smeets
De installaties van kunstenares Tanja Smeets (1963) lijken langs muren en plafonds de ruimte in te groeien. Associaties met zwammen en paddenstoelen komen op bij het zien van de ingetogen witte en soms felgekleurde structuren. In het TextielLab ontdekte Tanja Smeets de mogelijkheden van laser- en breitechniek. Met beide technieken realiseerde zij haar installatie ‘Nebula and the Soft Machine’. Uit industrieel vilt liet zij grillige basisvormen snijden, van minuscuul naar steeds meer uitvergroot. De elementen slingeren in elkaar verstrengeld omhoog. In het midden lijkt het materiaal te ontploffen, als een uitbarsting van een stofwolk (‘Nebula’). Het gebreide onderdeel van de installatie, ‘Soft Machine’, doet denken aan een plant, met knoppen die zich willekeurig verspreiden. De installatie wekt de suggestie uit te kunnen groeien tot een oneindig landschap.
Bart Hess, Veins 1 - foto Josefina Eikelaar.
Bart Hess, Veins 1 – foto Josefina Eikelaar.
Bart Hess
Multi-talent Bart Hess (1984) beweegt zich op het gebied van beeldende kunst, (mode)vormgeving en performance. Voor deze opdracht wilde hij interactieve ‘huiden’ creëren, die een subtiele beweging vertonen in reactie op het publiek. Beeldende inspiratie was de zachte puls van testikels. De driedelige installatie toont licht bewegende, kronkelende structuren die de beschouwer fascineren. Voor de basisstructuur zijn vele meters koord gevlochten. Bart Hess bedacht samen met de productontwikkelaar van de afdeling Passement tal van nieuwe mogelijkheden van koordvlechten. In zijn atelier is het stelsel van koorden gecombineerd met siliconengietsels, die zakken vormen, of als matglanzende huid over het geheel liggen.
Nan Groot Antink
De focus in het werk van Nan Groot Antink (1954) ligt op het verven met natuurlijke kleurstoffen. Sinds 1990 maakt zij haar eigen verfstoffen uit in- en uitheemse verfplanten. Hiermee schildert ze en ze laat zich in de keuze van planten inspireren door haar omgeving. Voor de opdracht van het Textielmuseum selecteerde de kunstenaar, op basis van de vegetatie die vóór de bouw van het museum op het terrein te vinden was, zeven verfplanten. Het weven van stoffen met verschillende natuurlijke garens, was een nieuwe stap in haar oeuvre.
Nan Groot Antink, Vezels, bindingen en verfplanten - foto Josefina Eikenaar.
Nan Groot Antink, Vezels, bindingen en verfplanten – foto Josefina Eikenaar.
Voor het verfproces maakte ze gebruik van urine, geïnspireerd door een verhaal van haar oma, over de Tilburgse fabrieksarbeiders die met hun urinekruiken over straat liepen. De urine gebruikten ze in het verleden in de textielfabrieken tijdens het verfproces als fixeermiddel. Daarom startte Nan Groot Antink haar werk met de oproep aan de mannelijke medewerkers van het museum om hun ochtendurine in potjes af te leveren. De ‘oogst’ werd gebruikt om de verf beter aan het doek te laten hechten. De installatie, bestaande uit zeven lange banen stof, toont subtiele kleurschakeringen en roept een serene stilte op.
Karin van Dam, The Polyp form of the Red Eye Medusa 2 - foto Tom Haartsen.
Karin van Dam, The Polyp form of the Red Eye Medusa 2 – foto Tom Haartsen.
Karin van Dam, Traveling Cities anno 2014 - foto Tom Haartsen.
Karin van Dam, Traveling Cities anno 2014 – foto Tom Haartsen.
Karin van Dam
De sculpturen en installaties van Karin van Dam (1959) hangen vaak in de ruimte als vreemde satellieten en droomverschijningen. Haar bouwstenen zijn industriële materialen, in combinatie met pvc en textiel. In ‘Rafelranden van Schoonheid’ toont zij de installatie ‘The Polyp Form of the Red Eye Medusa 2’. Dit werk is geïnspireerd door een verleidelijk mooie, maar heel giftige kwal, de Red Eye Medusa. De schelpvormen van zwarte polyesterdraad met oranje kleuraccenten, die Karin van Dam in het TextielLab ontwikkelde, zijn de basiselementen voor haar installatie. Deze toont een fraai, maar ook enigszins onheilspellend beeld doordat het zweeft door de ruimte, kruipt over de grond en zich nestelt in de balken.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Heringa / Van Kalsbeek, Armor – foto Tommy de Lange.

Korte video van Tanja Smeets aan het werk.

Bart Hess, Spine - foto Josefina Eikenaar.
Bart Hess, Spine – foto Josefina Eikenaar.
Bart Hess werkend in het TextielLab afdeling passement - foto Josefina Eikenaar.
Bart Hess werkend in het TextielLab afdeling passement – foto Josefina Eikenaar.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Weven ‘2.0’

Geweven schaal gemaakt door Roos Cox.

Zodra een techniek een totale vernieuwing heeft doorgemaakt noemt men dit vaak versie 2.0. Anneke Kersten en Roos Cox hebben dit toegepast op het weven, door zowel in de techniek van het weven als de materiaalkeuze vernieuwende stappen te zetten. Vandaar dat de nieuwe tentoonstelling in het Leids Wevershuis, waar het resultaat van hun werk wordt getoond, ‘Weven 2.0’ heet.

Werk van Anneke Kersten.
Werk van Anneke Kersten.
Anneke Kersten (Nijmegen) heeft zich ontwikkeld in de textielkunst door een weefopleiding in Oregon, VS en het Textielmuseum in Tilburg. De basis van haar werk is het gebruik van verschillende materialen, zoals metaaldraden, papier, hennep, linnen en cottonlin, hout, verf en lijm. De weeftechnieken gebruikt zij als middel om haar inspiraties vorm te geven. Opvallend is het kleurgebruik: Anneke laat zich inspireren door kleur, vorm en structuur van landschappen en de geometrische kunst, altijd gecombineerd met een vleugje humor. Zowel haar ruimtelijk als vlak werk laten de veelzijdigheid van weefkunst zien.
Roos Cox (Lent) begon al met weven toen ze 10 jaar was. Zij heeft weeflessen gevolgd bij Erica de Ruiter aan het Cultureel Centrum de Lindenberg in Nijmegen. Later, tijdens de tweejarige cursus getouwweven in Tilburg, heeft zij haar kennis verder verdiept en gestructureerd. Roos wordt geïnspireerd door bijzondere materialen zoals papier en paardenhaar, die ze het liefst zelf verft. Naast de gebruikelijke garens gebruikt ze ook hennep, vis- en metaaldraad en kerstboomlampjes. In haar weefsels zoekt ze naar ritme, ruimte en beweging.
Werk van Anneke Kersten.
Werk van Anneke Kersten.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur

Bovenste foto: geweven schaal gemaakt door Roos Cox.

Weven 2.0 - Weefwerk ‘Draden in beweging’ van Anneke Kersten.
Weven 2.0 – Weefwerk ‘Draden in beweging’ van Anneke Kersten.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Switch – Dutch Design on the move 1990 – 2015

Switch - Dutch Design on the move.

Een stoel gemaakt van vodden en een bundel zwarte kabels met gloeilampen als kroonluchter: deze onconventionele ontwerpen slaan in 1993 tijdens de meubelbeurs in Milaan in als een bom. De concep­tuele, humoristische ontwerpen die het platform Droog Design vanaf die tijd in Milaan presenteert, maken internationaal furore. ‘Switch – Dutch Design on the Move 1990 – 2015’ biedt een inspirerend en gevarieerd overzicht van 25 jaar ‘Dutch Design’. Aan de hand van de thema’s duurzaamheid, ambacht & innovatie, poëzie & verhalen en ontwerpend onderzoek’ worden textiele producten, meubels en installaties van spraakmakende ontwerpers gepresenteerd.

Knotted chair, ontwerp Marcel Wanders. 1995.
Knotted chair, ontwerp Marcel Wanders. 1995.
Ontwerpers als Tejo Remy, Marcel Wanders, Hella Jongerius en Jurgen Bey zetten duurzaamheid, ambacht en innovatie op de vormgevingsagenda en creëren een aantal iconische ontwerpen. De ‘Knotted Chair’ van Marcel Wanders uit 1995 – een macramé-constructie van high-tech touw – is één van de bekendste voorbeelden. Een jongere generatie ontwerpers, veelal opgeleid aan de Design Academy Eindhoven, intensiveert het onderzoek naar materiaal en techniek. Textiel wordt hierdoor als discipline opnieuw op de kaart gezet.
Duurzaamheid
Het thema duurzaamheid is in de afgelopen 25 jaar door ontwerpers nadrukkelijk geagendeerd. Gezien de grote milieuvervuiling en de sociale misstanden die met de textielproductie gepaard gaan is dit een bijzonder urgent onderwerp. Naast de ‘Voddenstoel’ (bovenste foto) van Tejo Remy en zijn recentere werk met gerecycled textiel, is de ‘Garenmachine’ van Atelier NL te zien. Deze illustreert hoe van bonen en aardappelen biologisch afbreekbaar garen kan worden vervaardigd.
Het belang van de kringloop kenmerkt ook het werk van Claudy Jongstra, die eind jaren ’90 bekend wordt met vilten doeken voor het interieur. Zij beschikt niet alleen over een eigen schapenkudde en een tuin met verfplanten, maar ook over een speciaal ontwikkelde robot voor het viltwerk. Op die manier houdt de ontwerper de productie van het begin tot het einde in eigen hand.
Jufferbank, ontwerp Piet Hein Eek.
Jufferbank, ontwerp Piet Hein Eek.
Ambacht & Innovatie
De kruisbestuiving tussen ambacht en innovatie is een ander kenmerk van ‘Dutch Design’. Een voorbeeld is de samenwerking tussen textielontwerper Christie van der Haak en productontwerper Piet Hein Eek. De modulaire houten ‘Jufferbank’ van Eek is bekleed met 25 meter geweven meubelstof. Op het gebied van innovatieve materialen is het ‘dry tech’-project representatief, een initiatief van Droog Design uit 1995. Een kleine groep ontwerpers experimenteert in het kader van dit project met technische garens en textielcomposieten. Marcel Wanders ontwikkelt er zijn ‘Knotted Chair’. Hella Jongerius, die aan het project deelneemt, zal haar kennis later inzetten voor het ontwerp van de ‘Kasese Sheep Chair’. De klapstoel bestaat uit met carbon versterkte kunststof met een zitting van vervilte schapenwol, van de hand van Claudy Jongstra.
Kiki karpet, ontwerp van Kiki van Eijk.
Kiki karpet, ontwerp van Kiki van Eijk.
Poëzie & Verhalen
De verhalende en poëtische kwaliteit van producten is een andere eigenschap van ’Dutch Design’. Ontwerpers als Ineke Hans, Wieki Somers en Kiki van Eijk nemen persoonlijke verhalen en culturele symbolen als uitgangspunt. Kiki van Eijk weet met haar eindexamenwerk ‘Kiki karpet’ de ogen van de pers op zich te richten. Het vloerkleed met rozenpatroon lijkt op een sterk uitvergroot borduurwerk. Zij laat zich inspireren door 19de-eeuwse poppenhuizen, gedecoreerd met zorgvuldig gemaakte borduursels. Het spel met herkenbare motieven beheerst ook Studio Job. Het project ‘Labyrinth’ bestaat uit huishoud- en interieurtextiel. Het getufte karpet, geweven tafelgoed, de geweven en geprinte interieurstoffen dragen allen hetzelfde groen-witte doolhofpatroon.
Labyrinth, karpet ontworpen door Studio Job, 2007.
Labyrinth, karpet ontworpen door Studio Job, 2007.
Ontwerpend onderzoek
De beginjaren van ‘Dutch Design’ zijn gekenmerkt door ontwerpen met een heldere, conceptuele signatuur. Voortbordurend op de conceptuele benadering van design, is in de afgelopen tien jaar een nieuwe vorm van ontwerpend onderzoek ontstaan. Daarin speelt het documenteren van processen, de samenwerking met andere disciplines en het verwerken van historische of wetenschappelijk feiten een grotere rol. In de tentoonstelling ‘Switch’ worden projecten van de Oostenrijkse ontwerper Sonja Bäumel, Raw Color, Studio Formafantasma en Studio Makkink & Bey getoond. Van het Italiaanse duo Formafantasma is een wandkleed uit de serie ‘Colony’ te zien, waarin zij de koloniale geschiedenis van Italië in Noord-Afrika verwerken.
‘Switch – Dutch Design on the Move 1990-2015 toont ontwerpen uit de collectie van het TextielMuseum van Atelier NL, Sonja Bäumel, Kiki van Eijk, Van Eijk & Van der Lubbe, Glithero, Christie van der Haak/ Piet Hein Eek, JongeriusLab, Claudy Jongstra , Manon van Kouswijk, Christien Meindertsma, Karin Otjes, Bertjan Pot, Raw Color, Tejo Remy & René Veenhuizen, Studio Formafantasma, Studio Ineke Hans, Studio Job, Studio Makkink & Bey, Studio MKGK, Studio Wieki Somers en Marcel Wanders.
Design te koop
Bijna alle ontwerpers die te zien zijn in Switch hebben samengewerkt met het museum voor het eigen label ‘by TextielMuseum’ om huiselijk textiel te ontwerpen. ‘By TextielMuseum’ maakt ‘Dutch Design’ voor iedereen bereikbaar. Het assortiment bestaat uit ontwerpen van onder andere Studio Job, Studio Makkink & Bey, Kiki van Eijk, Van Eijk & Van der Lubbe en Jongeriuslab en is te koop in de museumwinkel.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather