Archives

Soft? Tactiele Dialogen

'Air Dancers' van Wiesi Will, 2018.

Onverwachte toepassingen van textiel uit het Antwerpse ModeMuseum

Momenteel is het ModeMuseum in Antwerpen gesloten voor grote renovatiewerken (heropening najaar 2020), maar heeft het MoMu wel enkele andere projecten lopen, waaronder de tentoonstelling ‘Soft? Tactiele dialogen’ in het Maurice Verbaet Center. Deze tentoonstelling gaat over de vrijheid waarmee kunstenaars zich bewegen tussen verschillende media, over onverwachte toepassingen van textiel, over tactiliteit en aversie, over texturen en de huid van sculpturen.

'Treurend vangnet' van Liberta Ferket, 1975.
‘Treurend vangnet’ van Liberta Ferket, 1975.
Belgische textielkunstenaars in de jaren ’70 en ’80
Deze tentoonstelling gaat over het werk van Belgische textielkunstenaars uit de jaren ’70 en ’80 uit de collectie van het MoMu in een inspirerende dialoog met hedendaagse kunstenaars die zich vrij uitdrukken in textiel. In de jaren ’60 en ’70 vinden zowel feministische, post-minimalistische als fiber-art kunstenaars hun weg naar textiel. Ze worden aangetrokken door de esthetische mogelijkheden, het structurele potentieel en de betekenisgevende kracht van dit ‘zachtere’ materiaal.
Het intuïtieve of militante gebruik van textiel – een materiaal dat traditioneel geassocieerd wordt met commerciële of industriële toepassingen – oefent druk uit op de strenge scheiding tussen de ‘echte’ en de toegepaste kunst. Juist door de associatie van textiel met ‘vrouwenwerk’ of ‘decoratie’ gebruiken feministische kunstenaressen het om de machtsverhoudingen binnen de kunstwereld aan de kaak te stellen.
Horizon flexibles, Tapta, 1976.
Horizon flexibles, Tapta, 1976.
Ook Belgische kunstenaars zoals Veerle Dupont, Suzannah Olieux, Hetty Van Boekhout, Liberta Ferket en Edith Van Driessche drukten zich in de jaren ’70 en ’80 uit in textiel. Hun oeuvre vormt een bijzondere deelcollectie van MoMu. Het werk van de Belgisch-Poolse textielkunstenares Tapta, een bekendere generatiegenoot, is deel van de ‘Collectie Verbaet’, een private kunstcollectie die focust op Belgische moderne naoorlogse kunst.
Hoewel deze textielkunstenaars zich vaak in de marge van de kunstwereld bewogen, waren hun aanhoudende inspanningen cruciaal voor de acceptatie van textiel als medium voor hedendaagse kunst.
'Animal Mask' van Christoph Hefti, 2016.
‘Animal Mask’ van Christoph Hefti, 2016.
Dialoog tussen twee generaties in de textielkunst
In ‘Soft?’ presenteert MoMu het werk van deze eerste generatie voor het eerst in dialoog met hedendaagse kunstenaars als Kati Heck, Nel Aerts, Anton Cotteleer, Sven ‘t Jolle, Klaas Rommelaere, Christoph Hefti, Stéphanie Baechler, Ermias Kifleyesus, Gommaar Gilliams, Wiesi Will en Kirstin Arndt.
'Beautiful Seeds' van Ermias Kifleyesus, 2011.
‘Beautiful Seeds’ van Ermias Kifleyesus, 2011.
De jongste generatie drukt zich probleemloos en vrij uit in textiel, vaak in combinatie met andere media. Deze vrijheid danken ze aan de strijd van die eerste generatie en aan de veranderde perceptie binnen de kunstkritiek dat de artistieke kwaliteit van het werk van kunstenaars weinig te maken heeft met tijl of medium, maar juist met hun artistieke intentie.
‘Soft?’ gaat over de vrijheid waarmee kunstenaars zich bewegen tussen verschillende media, over onverwachte toepassingen van textiel, over tactiliteit en aversie, over texturen en de huid van sculpturen.
Openingstijden
Vrijdag t/m zondag 13.00 – 18.00 uur

Bovenste foto: ‘Air Dancers’ van Wiesi Will, 2018.

'Schutzengel of Painting' van Kati Heck, 2015.
‘Schutzengel of Painting’ van Kati Heck, 2015.
'Proberen de goede ganzenhouder te zijn' (detail), Anton Cotteleer, 2012.
‘Proberen de goede ganzenhouder te zijn’ (detail), Anton Cotteleer, 2012.
'Future' van Klaas Rommelaere, 2018.
‘Future’ van Klaas Rommelaere, 2018.
'Animal Mask' van Christoph Hefti (detail), 2016.
‘Animal Mask’ van Christoph Hefti (detail), 2016.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Kleur & abstractie – generaties in dialoog

Overzicht tentoonstelling, werken: muur links naar rechts: Rafaël Rozendaal, ‘Abstract Browsing 17 08 10X’, Peter Struycken, ‘'Boulez -22 -30 mei 04 -06 maart 05 -03.bmp', Ria van Eyk, ‘zonder titel’. Voorgrond: Heleen Klopper, ‘3d tapijt’. Foto Josefina Eikenaar.

Twee generaties kunstenaars verkennen kleur en vorm in textiel

Tot 3 maart 2019 is in het Textielmuseum in Tilburg in de expositie ‘Kleur & abstractie – generaties in dialoog’ een breed spectrum aan abstracte textiele werken te zien vanaf de jaren 1960 tot nu. Twee generaties kunstenaars en vormgevers treden met hun werken in een dialoog. Er wordt zowel werk getoond van de oudere generatie kunstenaars die het thema kleur en abstractie in het medium textiel verkent, als ook werk van de jongere generatie die geïnteresseerd is in het onderwerp. In enkele films, middels schetsen en stalen wordt ook het maakproces van een aantal kunstenaars belicht. Een primeur zijn de werken van Rafaël Rozendaal en Formafantasma, gemaakt in opdracht van het Textielmuseum.

Boulez-22 -30 mei 04 -06 maart 05 -03.bmp van Peter Struycken, 2004-2005, 272 x 160 cm - foto Joep Vogels.
Boulez-22 -30 mei 04 -06 maart 05 -03.bmp van Peter Struycken, 2004-2005, 272 x 160 cm – foto Joep Vogels.
Generaties in dialoog
Vierkanten en strepen in helderrood, roze, lichtblauw, turquoise en citroengeel voegen zich tot een immense, kleurrijke blokkendoos. De Nederlands-Braziliaanse kunstenaar Rafaël Rozendaal (*1980) creëert een hallucinerende kleurervaring met zijn vijf meter brede, geweven wandwerk ‘Abstract Browsing’ (2017). Rozendaal, woonachtig in New York, heeft in korte tijd naam gemaakt als internetkunstenaar gespecialiseerd in kleur en licht.
Sinds enkele jaren transformeert hij computerbeelden in het TextielLab tot felgekleurde geweven doeken. Hij treedt daarmee in de voetsporen van de Nederlandse meester van het kleurexperiment Peter Struycken (*1939). Zijn doeken ademen dynamiek en muzikaliteit. Al in 1969 gebruikt Struycken de computer voor het genereren van zijn kunst. In het TextielLab is hij een van de eerste kunstenaars die zich systematisch verdiept in de kleurmogelijkheden van computer-vervaardigde weefsels.
‘Zonder titel’ door Ria van Eyk, 1977-1978, 212 x 35 cm - foto Josefina Eikenaar.
‘Zonder titel’ door Ria van Eyk, 1977-1978, 212 x 35 cm – foto Josefina Eikenaar.
Amoeba van Studio Bertjan Pot, 2015, 393 x 252 cm - foto Moooi Carpets.
Amoeba van Studio Bertjan Pot, 2015, 393 x 252 cm – foto Moooi Carpets.
De rol van kleur
Kleuren roepen stemmingen op, zonder dat we ons daar op het moment van waarneming bewust van zijn. Zelfs bij een blind persoon verhoogt de hartslag bij het binnentreden in een rode ruimte. Beeldend kunstenaars gebruiken kleuren om formele en persoonlijke redenen, om uitdrukking te geven aan een emotie of een spirituele ervaring of om met de kijker te communiceren. Peter Struycken, Ria van Eyk, Lam de Wolf, geboren tussen 1939 – 1955, behoren tot de oudere generatie van kunstenaars die het thema kleur en abstractie in het medium textiel verkent. De jongere generatie die is geïnteresseerd in het onderwerp kleur en abstractie wordt vertegenwoordigd door kunstenaars als Reinoud van Vught en Rafaël Rozendaal maar ook vormgevers als Bertjan Pot en het Eindhovense duo Raw Color. Reinoud van Vught (*1960) hanteert, vergeleken met Struycken en Rozendaal, een zacht kleurpalet en een meer ambachtelijke werkwijze. Zijn poëtische wandkleden in subtiele natuurlijke tinten vinden hun oorsprong in een serie grote tekeningen waarin hij experimenteert met verf en water.
Driedimensionaliteit in textiel
Textiel in de kunst stond lange tijd synoniem voor het tweedimensionale vlak van wandkleden. De emancipatie van textiel als medium in de beeldende kunst vanaf de jaren ’60 brengt daar verandering in. Er ontstaan driedimensionale textiele werken en installaties: geweven sculpturen, doeken in latex gedompeld en materiaalexperimenten met synthetische garens, metaaldraad, sisal en hennep. De keuze voor textiel zorgt voor een bijzondere, visuele en fysieke ervaring. Désirée Scholten-van de Rivière en Loes van der Horst, maar ook Harry Boom, Lam de Wolf en Marjan Bijlenga zijn Nederlandse pioniers in het verkennen van de vormende mogelijkheden van textiel.
Fransje Killaars, ‘Hemelbed’ - foto Josefina Eikenaar.
Fransje Killaars, ‘Hemelbed’ – foto Josefina Eikenaar.
‘Zonder titel’ (detail) door Ria van Eyk, 1977-1978, 212 x 35 cm - foto Victor E. Nieuwenhuys.
‘Zonder titel’ (detail) door Ria van Eyk, 1977-1978, 212 x 35 cm – foto Victor E. Nieuwenhuys.
Vandaag de dag pakt een jongere generatie de draad op. Naast ambachtelijke technieken gebruiken zij de computer om complexe textiele structuren te creëren. ‘High Twist Wool / Silver Ellipse’ (2016), een weefsel van de Berlijnse kunstenaar Ursula Wagner, is er een goed voorbeeld van. Haar elegante draperie is opgebouwd uit meerdere lagen en neemt een driedimensionale vorm aan door een slim samenspel van garens en bindingen. Het Italiaanse ontwerpersduo Formafantasma deed onderzoek naar de toepassingen van licht met betrekking tot reflectie, schaduw, kleur en ruimte. Door het gebruik van spiegels en andere optische instrumenten ontstaan interessante visuele effecten. Achter het artistieke uiterlijk van de serie minimale lichtobjecten zit een high-tech, functionele benadering tot design verscholen.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Overzicht tentoonstelling, werken: muur links naar rechts: Rafaël Rozendaal, ‘Abstract Browsing 17 08 10X’, Peter Struycken, ‘’Boulez -22 -30 mei 04 -06 maart 05 -03.bmp’, Ria van Eyk, ‘zonder titel’. Voorgrond: Heleen Klopper, ‘3d tapijt’. Foto Josefina Eikenaar.

Rood van Désirée Scholten, 1975, 300 x 155 cm - foto Josefina Eikenaar.
Rood van Désirée Scholten, 1975, 300 x 155 cm – foto Josefina Eikenaar.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Merk- en Stoplappen rond de Oosterschelde

Borduurlap in Biedermeierstijl uit 1854 'MvdE', bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.

Oude merk- en stoplappen en hun maaksters

Het Historisch Museum de Bevelanden toont vanaf 8 december 2017 merk- en stoplappen van het Stadhuismuseum Zierikzee, aangevuld met werk uit eigen collectie. Rond de Oosterschelde worden al generaties lang prachtige borduurwerken gemaakt. Reden om een aantal van deze werken, waaronder lappen uit de periode tussen 1740 en begin 1800, eens extra voor het voetlicht te brengen.

Stoplap uit 1754, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
Stoplap uit 1754, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
Stoplap uit 1918, door Jo Put in het Burger Weeshuis te Zierikzee gemaakt, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
Stoplap uit 1918, door Jo Put in het Burger Weeshuis te Zierikzee gemaakt, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
Merklappen
Genealogie vormt de rode draad in deze tentoonstelling. Mede hierdoor komt de aandacht te liggen op het handwerkonderwijs en het begrip stoplap. Bij stoplappen leerde men op een lap diverse technieken om delicate stoffen te herstellen, bijvoorbeeld bij damast tafellinnen. Op goede naaischolen en ook in de weeshuizen leerden meisjes op die manier een vaardigheid waarmee ze zich later in hun onderhoud konden voorzien. Om deze techniek te leren werd in de stof een gat gemaakt en met contrasterende kleuren (om de fouten, maar ook hoe het echt moet, goed te kunnen zien) de desbetreffende weeftechniek geoefend. Deze lappen werden meestal gemaakt door meisjes van 12 jaar en ouder.
Merklap uit 1771 door Barbara Haringman uit Middelburg, particulier bezit.
Merklap uit 1771 door Barbara Haringman uit Middelburg, particulier bezit. Geb.* 16-11-1759 Colijnsplaat † 21-01-1828 Middelburg. Zij huwt op 12-9-1790 te Colijnsplaat met Jacobus de Koning. Zij krijgt handwerkles van Maria van der Baan , *4-1-1745 †12-1-1773 Zierikzee.
De maaksters en hun onderwijzeressen
Gezocht is naar de genealogische gegevens van de maaksters en hun families die in deze tentoonstelling, door middel van hun werk, hun eigen verhaal vertellen. Bij de zoektocht naar de herkomst van deze lappen is gebleken dat moeder (1743) en dochter (1771) bijvoorbeeld dezelfde motieven gebruiken. Voor de liefhebbers van antieke merklappen een unieke kans om deze met elkaar te kunnen vergelijken.
Ook een stukje onderwijs over het begrip stoplap wordt hierdoor belicht. Op een aantal lappen wordt naast de naam van de maakster ook de onderwijzeres genoemd. Daardoor wordt het handwerkonderwijs in de weeshuizen van Zierikzee en Goes zichtbaar gemaakt.
Stoplap, in 1799 te Middelburg gemaakt door Sentina Fokker, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
Stoplap, in 1799 te Middelburg gemaakt door Sentina Fokker, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
‘Merk- en stoplappen rond de Oosterschelde’ is opgebouwd met een deel van de collectie van het Stadhuismuseum te Zierikzee, een aantal particuliere lappen uit Noord-Beveland, aangevuld met merk- en stoplappen uit de collectie van het Historisch Museum De Bevelanden.
Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Borduurlap in Biedermeierstijl uit 1854 ‘MvdE’, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.

Merklap uit 1796, waarschijnlijk van het eiland Tholen, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
Merklap uit 1796, waarschijnlijk van het eiland Tholen, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee. Midden op de lap staan in de kerk de initialen a b v en het jaartal 1796 geborduurd. Aan de onderzijde van de lap is een huis met een gesloten poort met daarop een haan en naast de
poort een waterput geborduurd.
Merklap uit 1760 'MPA MF', bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
Merklap uit 1760 ‘MPA MF’, bruikleen Stadhuismuseum Zierikzee.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Geschilderd met de naaimachine

Busstation Luga.

Realistische afbeeldingen in textiel van Adinka Tellegen

Momenteel is in Museum het Leids Wevershuis een tentoonstelling te zien van werken van Adinka Tellegen. Het opvallende van deze geheel in textiel uitgevoerde afbeeldingen is dat op een afstand gezien deze kunstwerken er helemaal niet als textiel uitzien. Pas wanneer je deze werken van dichtbij bekijkt zie je dat ze zijn opgebouwd uit vele lagen lapjes, machinaal stikwerk en transparante lapjes om nuances en schaduwen te creëren.

Adinka Tellegen.
Adinka Tellegen.
Adinka Tellegen (*Brielle 1948) heeft in de jaren ’60 aan de Gerrit Rietveldacademie te Amsterdam een opleiding edelsmeden en daarna grafiek gevolgd, waarna ze overstapte op Slavische talen (Russisch) aan de Universiteit van Amsterdam. Hoewel haar affiniteit tot textiel altijd groot is geweest, hebben haar activiteiten op dat gebied zich lange tijd beperkt tot gelegenheidswerkstukken. Pas op latere leeftijd heeft ze zich er volledig aan overgegeven in het besef dat het voor haar de meest eigen manier is om zich uit te drukken.
Klimmuur Odessa ‘Skalodrom'.
Klimmuur Odessa ‘Skalodrom’.
Techniek
Haar doelstelling is om in textiel te schilderen, en wel zodanig dat op het eerste gezicht niet meteen duidelijk is dat het genaaid is, en vaak ook niet op het tweede. Ze werkt op basis van een foto die door haarzelf gemaakt moet zijn. Dat laatste is essentieel; kleur is een belangrijk element in haar werk.
De ondergrond is kaasdoek, waarop de grondlaag wordt aangebracht door middel van uitgeknipte stukjes stof in ongeveer de kleur en vorm van de afbeelding. Op deze ondergrond wordt het doek ‘geschilderd’ door er met de zig-zag-steek van de naaimachine in de benodigde kleuren overheen te gaan. Met behulp van tal van transparante stoffen worden de nuances en schaduwen aangebracht. Al werkend wordt het doek dikker en stijver.
Harondel.
Harondel.
Natuurgetrouwe weergave
Zij streeft opzettelijk een precieze, natuurgetrouwe weergave na, waar het materiaal zich eigenlijk niet toe leent. Het is een uitdaging dat toch voor elkaar te krijgen en een tijdrovende bezigheid, al was het maar omdat het werk voortdurend onder de naaimachine vandaan gehaald moet worden om het op afstand te kunnen beoordelen of het beoogde effect bereikt wordt. Gemiddeld doet zij een half jaar over een doek.
In 2015 heeft zij werk ingezonden voor de internationale expositie in de Pieterskerk in Leiden voor het Textielfestival van 2015. Ze werd genomineerd en wist de 2de prijs te behalen met haar werk ‘Schiermonnikoog’. Een uitgebreid interview met veel foto’s van haar werk is te zien op TextileArtist.org.
Schiermonnikoog.
Schiermonnikoog.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur
Campneuseville.
Campneuseville.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather