Archives

Chinese Textiles – Ten Centuries of Masterpieces from the Met Collection

Theatermantel voor een mannelijke rol, tweede helft 18de eeuw, geborduurd met zijde op zijden gaas.

Deze tentoonstelling benadrukt het culturele belang van zijde in China. U ziet de belangrijkste en zeldzaamste textiele objecten uit de collectie van het MET. Getoond worden drie zeldzame stukken uit de Tang-dynastie (618-906), toen China het verbindingspunt was tussen enerzijds Japan en Korea en aan de andere kant Centraal-Azië en uiteindelijk tot aan de Middellandse Zee, maar het museum toont ook tapisseriën uit de 11de en 12de eeuw uit Centraal-Azië en recentere voorbeelden van deze techniek.

Rangaanduiding uit de Ching-dynasty, zijde, parels en metaaldraad op zijde geborduurd.
Rangaanduiding uit de Ching-dynasty, zijde, parels en metaaldraad op zijde geborduurd.
Ongeëvenaard fijn borduurwerk, waaronder een keizerlijk baldakijn uit de 14de eeuw, versierd met feniksen en bloemen, en een groot paneel uit de 17de of 18de eeuw met feniksen in een tuin zijn andere mooie voorbeelden van deze oude, Chinese textielkunst. Veel borduurwerk is verrijkt met goud- en zilverdraad en parels. Verder wordt er theaterkleding, hofkleding en vroege voorbeelden van aan het hof gedragen rangaanduidingen getoond.
Ceremoniële mantel voor een vrouw, zijde en metaaldraad, geborduurd op zijden satijn, eerste helft 18de eeuw.
Ceremoniële mantel voor een vrouw, zijde en metaaldraad, geborduurd op zijden satijn, eerste helft 18de eeuw.
Openingstijden
Zondag t/m donderdag 10.00 – 17.30 uur
Vrijdag en zaterdag 10.00 – 21.00 uur
Stof met florale medaillons, geweven, 8ste eeuw.
Stof met florale medaillons, geweven, 8ste eeuw.
Paneel met feniksen en bloemen, zijde en metaaldraad, geborduurd op gaas, 14de eeuw.
Paneel met feniksen en bloemen, zijde en metaaldraad, geborduurd op gaas, 14de eeuw.
Paneel met een feniks en vogels in een rotstuin, zijde en metaaldraad tapisserie, Ming-dynastie.
Paneel met een feniks en vogels in een rotstuin, zijde en metaaldraad tapisserie, Ming-dynastie.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Black & White, the dresscode of a lifetime

Tas black-and-white

Zwart en wit. Het zijn twee uitersten en tegelijkertijd passen ze goed bij elkaar. In de tentoonstelling Black and White: the dresscode of a lifetime staan zwarte en witte tassen centraal. De tentoonstelling gaat in op deze kleurtrends in de mode vanaf de 18e eeuw tot heden. Specifieke gelegenheden zoals trouwen, communie, rouwen waren bepalend voor het dragen van witte en zwarte tassen. In de roaring twenties en de jaren ’80 en ’90 was zwart-wit een geliefde en moderne combinatie. Nog steeds is zwart de meest geziene kleur voor een tas. Veilig, maar ook heel glamorous! Black and White is t/m 3 januari 2016 te zien in Tassenmuseum Hendrikje in Amsterdam.

Het elitaire zwart
Zwart spreekt al eeuwen tot de verbeelding. Het was de meest dure manier om textiel te verven en om die reden was het de meest statusgevoelige kleur. Zwart staat eeuwenlang bekend als rouwkleur. Bij rouw waren stoffen eenvoudig, zonder uitbundige versierselen. Eind 19e eeuw werd een manier gevonden om op een synthetische manier zwart te verven en werd het toegankelijk voor een breder publiek. In 1926 verscheen de befaamde little black dress van Coco Chanel. Dit wordt het icoon van de moderne vrouw. Bij het jurkje werd ook een bijpassende zwarte, leren handtas gedragen die zorgde voor een zakelijke uitstraling. De jurk is ook in de tentoonstelling te zien. Chanel heeft eraan bijgedragen dat zwart een modekleur werd.
Wit als modekleur
Ook wit was een elitaire kleur, juist omdat het lastig en duur was om de stof smetteloos wit te houden. Om kleding van de rijke stedelingen wit te krijgen, werd het in de buurt van de duinen op bleekvelden gebleekt. Wit staat tegenwoordig vooral bekend als kleur om in te trouwen. Vroeger was het voor de elite juist een rouwkleur. Bruids- of communietassen waren doorgaans ook wit. In de 19e eeuw werd wit veel gedragen door jonge meisjes. Begin 20e eeuw was het een populaire kleur voor zomerkleding en -tassen.
Zwart en wit: een perfecte harmonie
Coco Chanel zei ooit: ‘Ik vind dat zwart alles heeft, wit ook. Het zijn absolute schoonheden die in perfecte harmonie samengaan’. Zwart en wit zijn in feite geen kleuren. Het zwart absorbeert alle kleur, terwijl wit juist alle kleuren reflecteert. Zwart straalt autoriteit, zakelijkheid en betrouwbaarheid uit. Wit wordt geassocieerd met reinheid, schoonheid en vrede. Het zijn beide neutrale kleuren die zich goed laat combineren. Kortom: the dresscode of a lifetime.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Figuratie van Cobra tot Studio Job

Textielmuseum - Silent Secrets - handgeknoopt in Nepal - Walter Van Beirendonck 2013 - foto Galerie Vrouyr

De tentoonstelling ‘Figuratie; van Cobra tot Studio Job’ presenteert stoffen en objecten van een aantal belangrijke (textiel)ontwerpers en kunstenaars uit de periode 1950 tot heden. Ontwerpen zijn onder andere afkomstig van Corneille, Frits Wichard, M.C. Escher, Jeroen Vinken, Kiki van Eijk, JongeriusLab, Jaime Hayon en Studio Job. Het accent ligt op figuratieve dessins en de verschillende ontwerp- en werkprocedés, van tekening en zeefdruk tot computerschets. Opvallend in de getoonde figuratieve ontwerpen zijn de vele dier- en bloempatronen. In kleurstelling, formaat en motiefkeuze toont zich echter het individuele handschrift van de ontwerper. Humor en een flinke portie ‘joie de vivre’ spatten van veel werken af, naast verstilling en soms een duistere ondertoon.

Textielmuseum - sjaals Karel Appel en Corneille, kleed Corneille

In de Westerse schilderkunst van de twintigste eeuw wisselen fases van abstractie en figuratie elkaar af. In het textielontwerp is een vergelijkbare golfbeweging te zien. Klassieke
schilderkunstige genres zoals portret, landschap en stilleven vinden in het textielontwerp een luchtiger vertaling. De verbeelding van motieven zoals de menselijke figuur, flora en fauna toont het persoonlijk handschrift van de ontwerper maar ook stijlkenmerken van een tijdperk.
Textielmuseum - gordijn Promenade - Frits Wichard 1952 - Weverij De Ploeg - foto Joep VogelsDe Ploeg, Texoprint en Kendix
In de periode 1950-1975 ontstaan stoffen veelal in opdracht van bedrijven zoals De Ploeg, Texoprint en Kendix. Hoewel De Ploeg en Kendix ook stoffen met streng geometrische patronen uitbrengen, zijn de figuratieve motieven ongetwijfeld heel populair bij een breder publiek. Frits Wichard en Frans Dijkmeijer ontwerpen Ploegstoffen met speelse dier- en bloemmotieven, die als interieurstof in veel naoorlogse woningen te vinden zijn. De reeks katoenen ‘Multifesta’ stoffen naar ontwerp van Dijkmeijer brengt Weverij De Ploeg vanaf 1976 op de markt. Dat de stoffen voor diverse toepassingen van jurk en beddengoed tot gordijn geschikt zijn geacht, maakt ook de bijbehorende reclamecampagne duidelijk.
Textielmuseum - Zakdoek, vrouw aan tafel door Boris van Wijk - katoen zeefdruk - foto Josefina EikenaarHet bedrijf Texoprint uit Boekelo nodigt van 1958 tot 1999 regelmatig merendeels Nederlandse kunstenaars uit om relatiegeschenken te ontwerpen voor de reeks ‘With the Season’s Greetings’. Diverse Cobra-kunstenaars tekenen een kleurrijk ontwerp voor de gezeefdrukte sjaals. Voor kunstenaars als Appel, Lucebert en Wolvekamp vormen de ontwerpen voor Texoprint zeldzame uitstapjes in de wereld van het textieldesign. Corneille heeft daarentegen meer textielontwerpen afgeleverd. Het ontwerp van de sjaal ‘Les oiseaux’ (De vogels) sluit geheel aan bij zijn passie als schilder: “Mijn bewegingen op het doek worden altijd vogels, de vogel is het volmaakte beeld van de beweging.” Van Corneille zijn ook twee fraaie karpetten met vogelmotieven in de tentoonstelling opgenomen.
Kendix (Waalre), producent van exclusieve gordijnstoffen, slaat vanaf 1958 een andere richting in. Het bedrijf neemt net afgestudeerde academiestudenten aan en zoekt internationaal naar ontwerpers. Doel is stoffen ‘met een eigen gezicht’ te produceren. Van Yvonne van Uden, één van de eerste ontwerpers die Kendix aanstelt, zijn ontwerptekeningen en stoffen uit de jaren 1970 te zien met felgekleurde, door Popart geïnspireerde dessins.

Textielmuseum - Weverij De Ploeg - ontwerpen van Frits Wichard en Frans Dijkmeijer - foto Tommy de Lange

Productie in eigen beheer
Met de teloorgang van de textielindustrie en ook vanuit de wens om hun artistieke vrijheid te behouden kiezen vanaf de jaren 1980 veel ontwerpers voor productie in eigen beheer. De speelse symbolen in de stofdessins van Cubic 3 Design, de grootformaat bloempatronen op karpetten van Maarten Vrolijk en de classicistisch geïnspireerde dessins van Ravage vertegenwoordigen enkele signaturen uit de postmoderne periode. Gerwin van Vulpen en Ton Hoogerwerf, de twee ontwerpers achter het label Cubic 3 Design, zijn opgeleid als grafisch ontwerper. Hun losse schildertoets en voorkeur voor duidelijke symbolen komen terug in stofontwerpen zoals de serie ‘Lucht, Water, Aarde en Vuur’. Ook de stoffen van Maarten Vrolijk en Ravage laten een geoefende tekenhand zien.

Jaren negentig
Textielmuseum - Domestic Jewels - Kiki van Eijk 2008 - foto Frank TielemansVanaf de late jaren 1990 als ‘Dutch Design’ internationaal furore maakt, experimenteren ontwerpers met de mogelijkheden die de computer voor het ontwerpen biedt. Het handmatige schetsen wordt echter niet opgegeven. De ontwerpen van Kiki van Eijk, zoals haar chaise longue ‘Domestic Jewels‘ (2007-08), tonen een poëtische tekentoets, maar ook collages dienen als uitgangspunt voor haar figuratieve werk. De soepele tekenhand van de Spaanse ontwerper Jaime Hayon, die zich door straatcultuur, comic strips en de wondere wereld van het circus laat inspireren, blijft overeind in de geweven uitvoering van zijn wandkleden en objecten. Zijn surreëel ogend wandkleed ‘Birds’ (2013) uit de serie ‘FAUNA by Hayon’ is aanstekelijk in de feestvreugde die ervan uitgaat. Niet alleen het wandkleed, maar ook de twee maskers ‘Que pasa guey?’ (2011), geïnspireerd op de vechtmaskers van Mexicaanse worstelaars, zijn vervaardigd in het TextielLab.
Kunstenaar en textielontwerper Jeroen Vinken gaat voor zijn serie ‘Mazzo’ (boeket, 2007-10) een boeiend experiment aan. Zelfgemaakte, digitale foto-opnamen van bloemen zijn uitgangspunt. Door dit ontwerp op te rekken, te vervormen en te vervagen creëert hij zeven verschillende ontwerpen. Zij worden, met extreme lange rapporten en ingenieuze kleurtoepassingen, op een computergestuurde jacquardweefmachine geweven. Het ontwerp van de gordijnstof ‘Vases’ (2014) van JongeriusLab voor de Amerikaanse stoffenfabrikant Maharam speelt op een andere wijze met variaties op één motief. De vorm van Jongerius’ bekende porseleinen ‘Red White Vase’ voor Koninklijke Tichelaar Makkum wordt voor het dessin eindeloos herhaald.
Studio Job, meester in het recyclen van motieven, transformeert in zijn textiele dessins symbolen en beelden uit cultuur, flora en fauna tot drukke, iconische taferelen. Computertekeningen liggen eraan ten grondslag. In vloerkleed ‘Underworld’ (2013) gaan menselijke ledematen en vissen met monsterlijke bekken een vreemde dans aan als een 21ste-eeuwse groet aan Jheronimus Bosch’s ‘Tuin der Lusten’.

Textielmuseum - overzicht Figuratie - foto Tommy de Lange

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather