Archives

Switch – Dutch Design on the move 1990 – 2015

Switch - Dutch Design on the move.

Een stoel gemaakt van vodden en een bundel zwarte kabels met gloeilampen als kroonluchter: deze onconventionele ontwerpen slaan in 1993 tijdens de meubelbeurs in Milaan in als een bom. De concep­tuele, humoristische ontwerpen die het platform Droog Design vanaf die tijd in Milaan presenteert, maken internationaal furore. ‘Switch – Dutch Design on the Move 1990 – 2015’ biedt een inspirerend en gevarieerd overzicht van 25 jaar ‘Dutch Design’. Aan de hand van de thema’s duurzaamheid, ambacht & innovatie, poëzie & verhalen en ontwerpend onderzoek’ worden textiele producten, meubels en installaties van spraakmakende ontwerpers gepresenteerd.

Knotted chair, ontwerp Marcel Wanders. 1995.
Knotted chair, ontwerp Marcel Wanders. 1995.
Ontwerpers als Tejo Remy, Marcel Wanders, Hella Jongerius en Jurgen Bey zetten duurzaamheid, ambacht en innovatie op de vormgevingsagenda en creëren een aantal iconische ontwerpen. De ‘Knotted Chair’ van Marcel Wanders uit 1995 – een macramé-constructie van high-tech touw – is één van de bekendste voorbeelden. Een jongere generatie ontwerpers, veelal opgeleid aan de Design Academy Eindhoven, intensiveert het onderzoek naar materiaal en techniek. Textiel wordt hierdoor als discipline opnieuw op de kaart gezet.
Duurzaamheid
Het thema duurzaamheid is in de afgelopen 25 jaar door ontwerpers nadrukkelijk geagendeerd. Gezien de grote milieuvervuiling en de sociale misstanden die met de textielproductie gepaard gaan is dit een bijzonder urgent onderwerp. Naast de ‘Voddenstoel’ (bovenste foto) van Tejo Remy en zijn recentere werk met gerecycled textiel, is de ‘Garenmachine’ van Atelier NL te zien. Deze illustreert hoe van bonen en aardappelen biologisch afbreekbaar garen kan worden vervaardigd.
Het belang van de kringloop kenmerkt ook het werk van Claudy Jongstra, die eind jaren ’90 bekend wordt met vilten doeken voor het interieur. Zij beschikt niet alleen over een eigen schapenkudde en een tuin met verfplanten, maar ook over een speciaal ontwikkelde robot voor het viltwerk. Op die manier houdt de ontwerper de productie van het begin tot het einde in eigen hand.
Jufferbank, ontwerp Piet Hein Eek.
Jufferbank, ontwerp Piet Hein Eek.
Ambacht & Innovatie
De kruisbestuiving tussen ambacht en innovatie is een ander kenmerk van ‘Dutch Design’. Een voorbeeld is de samenwerking tussen textielontwerper Christie van der Haak en productontwerper Piet Hein Eek. De modulaire houten ‘Jufferbank’ van Eek is bekleed met 25 meter geweven meubelstof. Op het gebied van innovatieve materialen is het ‘dry tech’-project representatief, een initiatief van Droog Design uit 1995. Een kleine groep ontwerpers experimenteert in het kader van dit project met technische garens en textielcomposieten. Marcel Wanders ontwikkelt er zijn ‘Knotted Chair’. Hella Jongerius, die aan het project deelneemt, zal haar kennis later inzetten voor het ontwerp van de ‘Kasese Sheep Chair’. De klapstoel bestaat uit met carbon versterkte kunststof met een zitting van vervilte schapenwol, van de hand van Claudy Jongstra.
Kiki karpet, ontwerp van Kiki van Eijk.
Kiki karpet, ontwerp van Kiki van Eijk.
Poëzie & Verhalen
De verhalende en poëtische kwaliteit van producten is een andere eigenschap van ’Dutch Design’. Ontwerpers als Ineke Hans, Wieki Somers en Kiki van Eijk nemen persoonlijke verhalen en culturele symbolen als uitgangspunt. Kiki van Eijk weet met haar eindexamenwerk ‘Kiki karpet’ de ogen van de pers op zich te richten. Het vloerkleed met rozenpatroon lijkt op een sterk uitvergroot borduurwerk. Zij laat zich inspireren door 19de-eeuwse poppenhuizen, gedecoreerd met zorgvuldig gemaakte borduursels. Het spel met herkenbare motieven beheerst ook Studio Job. Het project ‘Labyrinth’ bestaat uit huishoud- en interieurtextiel. Het getufte karpet, geweven tafelgoed, de geweven en geprinte interieurstoffen dragen allen hetzelfde groen-witte doolhofpatroon.
Labyrinth, karpet ontworpen door Studio Job, 2007.
Labyrinth, karpet ontworpen door Studio Job, 2007.
Ontwerpend onderzoek
De beginjaren van ‘Dutch Design’ zijn gekenmerkt door ontwerpen met een heldere, conceptuele signatuur. Voortbordurend op de conceptuele benadering van design, is in de afgelopen tien jaar een nieuwe vorm van ontwerpend onderzoek ontstaan. Daarin speelt het documenteren van processen, de samenwerking met andere disciplines en het verwerken van historische of wetenschappelijk feiten een grotere rol. In de tentoonstelling ‘Switch’ worden projecten van de Oostenrijkse ontwerper Sonja Bäumel, Raw Color, Studio Formafantasma en Studio Makkink & Bey getoond. Van het Italiaanse duo Formafantasma is een wandkleed uit de serie ‘Colony’ te zien, waarin zij de koloniale geschiedenis van Italië in Noord-Afrika verwerken.
‘Switch – Dutch Design on the Move 1990-2015 toont ontwerpen uit de collectie van het TextielMuseum van Atelier NL, Sonja Bäumel, Kiki van Eijk, Van Eijk & Van der Lubbe, Glithero, Christie van der Haak/ Piet Hein Eek, JongeriusLab, Claudy Jongstra , Manon van Kouswijk, Christien Meindertsma, Karin Otjes, Bertjan Pot, Raw Color, Tejo Remy & René Veenhuizen, Studio Formafantasma, Studio Ineke Hans, Studio Job, Studio Makkink & Bey, Studio MKGK, Studio Wieki Somers en Marcel Wanders.
Design te koop
Bijna alle ontwerpers die te zien zijn in Switch hebben samengewerkt met het museum voor het eigen label ‘by TextielMuseum’ om huiselijk textiel te ontwerpen. ‘By TextielMuseum’ maakt ‘Dutch Design’ voor iedereen bereikbaar. Het assortiment bestaat uit ontwerpen van onder andere Studio Job, Studio Makkink & Bey, Kiki van Eijk, Van Eijk & Van der Lubbe en Jongeriuslab en is te koop in de museumwinkel.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Figuratie van Cobra tot Studio Job

Textielmuseum - Silent Secrets - handgeknoopt in Nepal - Walter Van Beirendonck 2013 - foto Galerie Vrouyr

De tentoonstelling ‘Figuratie; van Cobra tot Studio Job’ presenteert stoffen en objecten van een aantal belangrijke (textiel)ontwerpers en kunstenaars uit de periode 1950 tot heden. Ontwerpen zijn onder andere afkomstig van Corneille, Frits Wichard, M.C. Escher, Jeroen Vinken, Kiki van Eijk, JongeriusLab, Jaime Hayon en Studio Job. Het accent ligt op figuratieve dessins en de verschillende ontwerp- en werkprocedés, van tekening en zeefdruk tot computerschets. Opvallend in de getoonde figuratieve ontwerpen zijn de vele dier- en bloempatronen. In kleurstelling, formaat en motiefkeuze toont zich echter het individuele handschrift van de ontwerper. Humor en een flinke portie ‘joie de vivre’ spatten van veel werken af, naast verstilling en soms een duistere ondertoon.

Textielmuseum - sjaals Karel Appel en Corneille, kleed Corneille

In de Westerse schilderkunst van de twintigste eeuw wisselen fases van abstractie en figuratie elkaar af. In het textielontwerp is een vergelijkbare golfbeweging te zien. Klassieke
schilderkunstige genres zoals portret, landschap en stilleven vinden in het textielontwerp een luchtiger vertaling. De verbeelding van motieven zoals de menselijke figuur, flora en fauna toont het persoonlijk handschrift van de ontwerper maar ook stijlkenmerken van een tijdperk.
Textielmuseum - gordijn Promenade - Frits Wichard 1952 - Weverij De Ploeg - foto Joep VogelsDe Ploeg, Texoprint en Kendix
In de periode 1950-1975 ontstaan stoffen veelal in opdracht van bedrijven zoals De Ploeg, Texoprint en Kendix. Hoewel De Ploeg en Kendix ook stoffen met streng geometrische patronen uitbrengen, zijn de figuratieve motieven ongetwijfeld heel populair bij een breder publiek. Frits Wichard en Frans Dijkmeijer ontwerpen Ploegstoffen met speelse dier- en bloemmotieven, die als interieurstof in veel naoorlogse woningen te vinden zijn. De reeks katoenen ‘Multifesta’ stoffen naar ontwerp van Dijkmeijer brengt Weverij De Ploeg vanaf 1976 op de markt. Dat de stoffen voor diverse toepassingen van jurk en beddengoed tot gordijn geschikt zijn geacht, maakt ook de bijbehorende reclamecampagne duidelijk.
Textielmuseum - Zakdoek, vrouw aan tafel door Boris van Wijk - katoen zeefdruk - foto Josefina EikenaarHet bedrijf Texoprint uit Boekelo nodigt van 1958 tot 1999 regelmatig merendeels Nederlandse kunstenaars uit om relatiegeschenken te ontwerpen voor de reeks ‘With the Season’s Greetings’. Diverse Cobra-kunstenaars tekenen een kleurrijk ontwerp voor de gezeefdrukte sjaals. Voor kunstenaars als Appel, Lucebert en Wolvekamp vormen de ontwerpen voor Texoprint zeldzame uitstapjes in de wereld van het textieldesign. Corneille heeft daarentegen meer textielontwerpen afgeleverd. Het ontwerp van de sjaal ‘Les oiseaux’ (De vogels) sluit geheel aan bij zijn passie als schilder: “Mijn bewegingen op het doek worden altijd vogels, de vogel is het volmaakte beeld van de beweging.” Van Corneille zijn ook twee fraaie karpetten met vogelmotieven in de tentoonstelling opgenomen.
Kendix (Waalre), producent van exclusieve gordijnstoffen, slaat vanaf 1958 een andere richting in. Het bedrijf neemt net afgestudeerde academiestudenten aan en zoekt internationaal naar ontwerpers. Doel is stoffen ‘met een eigen gezicht’ te produceren. Van Yvonne van Uden, één van de eerste ontwerpers die Kendix aanstelt, zijn ontwerptekeningen en stoffen uit de jaren 1970 te zien met felgekleurde, door Popart geïnspireerde dessins.

Textielmuseum - Weverij De Ploeg - ontwerpen van Frits Wichard en Frans Dijkmeijer - foto Tommy de Lange

Productie in eigen beheer
Met de teloorgang van de textielindustrie en ook vanuit de wens om hun artistieke vrijheid te behouden kiezen vanaf de jaren 1980 veel ontwerpers voor productie in eigen beheer. De speelse symbolen in de stofdessins van Cubic 3 Design, de grootformaat bloempatronen op karpetten van Maarten Vrolijk en de classicistisch geïnspireerde dessins van Ravage vertegenwoordigen enkele signaturen uit de postmoderne periode. Gerwin van Vulpen en Ton Hoogerwerf, de twee ontwerpers achter het label Cubic 3 Design, zijn opgeleid als grafisch ontwerper. Hun losse schildertoets en voorkeur voor duidelijke symbolen komen terug in stofontwerpen zoals de serie ‘Lucht, Water, Aarde en Vuur’. Ook de stoffen van Maarten Vrolijk en Ravage laten een geoefende tekenhand zien.

Jaren negentig
Textielmuseum - Domestic Jewels - Kiki van Eijk 2008 - foto Frank TielemansVanaf de late jaren 1990 als ‘Dutch Design’ internationaal furore maakt, experimenteren ontwerpers met de mogelijkheden die de computer voor het ontwerpen biedt. Het handmatige schetsen wordt echter niet opgegeven. De ontwerpen van Kiki van Eijk, zoals haar chaise longue ‘Domestic Jewels‘ (2007-08), tonen een poëtische tekentoets, maar ook collages dienen als uitgangspunt voor haar figuratieve werk. De soepele tekenhand van de Spaanse ontwerper Jaime Hayon, die zich door straatcultuur, comic strips en de wondere wereld van het circus laat inspireren, blijft overeind in de geweven uitvoering van zijn wandkleden en objecten. Zijn surreëel ogend wandkleed ‘Birds’ (2013) uit de serie ‘FAUNA by Hayon’ is aanstekelijk in de feestvreugde die ervan uitgaat. Niet alleen het wandkleed, maar ook de twee maskers ‘Que pasa guey?’ (2011), geïnspireerd op de vechtmaskers van Mexicaanse worstelaars, zijn vervaardigd in het TextielLab.
Kunstenaar en textielontwerper Jeroen Vinken gaat voor zijn serie ‘Mazzo’ (boeket, 2007-10) een boeiend experiment aan. Zelfgemaakte, digitale foto-opnamen van bloemen zijn uitgangspunt. Door dit ontwerp op te rekken, te vervormen en te vervagen creëert hij zeven verschillende ontwerpen. Zij worden, met extreme lange rapporten en ingenieuze kleurtoepassingen, op een computergestuurde jacquardweefmachine geweven. Het ontwerp van de gordijnstof ‘Vases’ (2014) van JongeriusLab voor de Amerikaanse stoffenfabrikant Maharam speelt op een andere wijze met variaties op één motief. De vorm van Jongerius’ bekende porseleinen ‘Red White Vase’ voor Koninklijke Tichelaar Makkum wordt voor het dessin eindeloos herhaald.
Studio Job, meester in het recyclen van motieven, transformeert in zijn textiele dessins symbolen en beelden uit cultuur, flora en fauna tot drukke, iconische taferelen. Computertekeningen liggen eraan ten grondslag. In vloerkleed ‘Underworld’ (2013) gaan menselijke ledematen en vissen met monsterlijke bekken een vreemde dans aan als een 21ste-eeuwse groet aan Jheronimus Bosch’s ‘Tuin der Lusten’.

Textielmuseum - overzicht Figuratie - foto Tommy de Lange

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather