Archives

Draad & Dracht

Mansrok uit 1830.

Steken, stoppen en stikken in Zeeland

Historisch Museum de Bevelanden te Goes opent vanaf 14 december 2018 de nieuwe wisselexpositie ‘Draad & Dracht – steken, stoppen en stikken in Zeeland’. Deze expositie toont het prachtige handwerk waarmee de streekdracht in de Bevelanden in Zeeland is versierd. Door het maken van merk- en stoplappen leerden jonge meisjes al snel verschillende stop- en siersteken om bijvoorbeeld hemden te voorzien van mooie sierranden. Een ruime selectie van de merklappencollectie van het museum is in deze tentoonstelling te zien. Bijzonder is ook de versierde mansrok uit 1830.

Borduurrand.
Borduurrand.
Draad
Het leren van verschillende stoptechnieken en het maken van merklappen was vroeger een vast onderdeel van de opleiding van jonge meisjes in Zeeland. Merklappen werden veelal gemaakt door meisjes, variërend in leeftijd van 5 tot 14 jaar, als oefening voor het borduren en merken van het later door hen te maken linnengoed of kledingstukken. In deze expositie zijn verschillende van deze merklappen en borduurwerken tentoongesteld. Moeders, dochters en dienstmeiden naaiden ondergoed, beuken, rokken en schorten en versierden de kleding met borduurwerk. (Een beuk is een onderdeel van de Zeeuwse klederdracht dat op het bovenlijf gedragen wordt. Elders in Nederland worden vergelijkbare kledingstukken kraplap genoemd.) Ook halsboorden en manchetten werden met speciale borduursteken afgewerkt.
Ook bijzonder is de rode mansrok uit 1830 met geborduurde letters S.J. v.L. De mansrok, uit particuliere bruikleen, is waarschijnlijk afkomstig uit Kwadendamme, maar werd op meerdere plaatsen in Zeeland gedragen.
Meisje in Noord-Bevelandse dracht door Marinus Zwigtman, circa 1845.
Meisje in Noord-Bevelandse dracht door Marinus Zwigtman, circa 1845.
Dracht
Het museum heeft zeer recent een bijzonder schilderij aan kunnen kopen van een meisje in Noord-Bevelandse streekdracht, geschilderd door Marinus Zwigtman (ca. 1845). Dit is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de gemeente Noord- Beveland. In deze expositie is het schilderij voor het eerst te zien. Typisch voor die tijd is de manier waarop het kindermutsje werd geplooid. Op het hoofd draagt het meisje een witte muts, met rond het gezicht een aantal stroken die in pijpplooitjes gelegd zijn.
Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 11.00 -17.00 uur
Zaterdag en zondag 13.00 – 17.00 uur
Van 1 oktober t/m 31 maart zondags gesloten

Bovenste foto: Mansrok uit 1830.

Geborduurde hemdrand.
Geborduurde hemdrand.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Zo heurt het (niet!): het versleten linnengoed van de barones

Verschillende merken 'SOB' van de linnenuitzet van Wilhelmina Cornelia barones Schimmelpenninck van der Oye uit 1901.

Tentoonstelling over versleten, kapot en gerepareerd linnengoed

Kunsthistorica Sanny de Zoete uit Delft heeft zich gespecialiseerd in antiek linnen damast. Museum het Leids Wevershuis heeft met Sanny de Zoete als gastconservatrice een bijzondere tentoonstelling ingericht over versleten, kapot en gerepareerd linnengoed, die te zien is tot 12 augustus.

Linnengoed is onze ‘derde huid’; we drogen ons er aan af, we slapen er tussen en vroeger aten we van gedekte tafels; ook de gewone man dekte de tafel met een tafellaken. In heden en verleden, hier en nu, ver weg en dichtbij, gebruiken mensen elke dag huishoudtextiel. Helaas raakt deze ‘derde huid’ in de vergetelheid, ons tegenwoordige linnengoed (gemaakt van katoen) is spotgoedkoop en als er een gaatje in verschijnt, gooien we het weg. Dat was heel anders in het verleden; het werd in tijden van schaarste en/of armoede veelvuldig gerepareerd en hersteld. Normaliter werd dat heel mooi gedaan; meisjes leerden al op jonge leeftijd hoe ze hun huishoudtextiel moesten stoppen. In de praktijk gaat het er soms heel anders aan toe en ook dat is op deze tentoonstelling te zien.
Versteld pyjamajasje en wafeldoeken, met trouwfoto Odette Graber en Asueer Jacob baron Schimmelpenninck van der Oye, 7 november 1945.
Versteld pyjamajasje en wafeldoeken, met trouwfoto Odette Graber en Asueer Jacob baron Schimmelpenninck van der Oye, 7 november 1945.
Linnengoed eindeloos verstellen
Sanny de Zoete verzamelt behalve het mooie linnengoed van welgestelde families ook kapot en versleten linnen, want dat vertelt een heel eigen verhaal over duurzaamheid, zuinigheid, en noodzaak. Door deze visie op linnengoed bleef een deel van een adellijke linnenuitzet bewaard met tot op de draad versleten tafellakens, servetten, beddenlakens, slopen, stofdoeken, theedoeken en handdoeken. Het is niet mooi gerepareerd, totaal niet zelfs, het is zo lelijk hersteld dat het ons aller verbazing wekt. Hoe kun je nog een servet gebruiken dat van de stoppen aan elkaar hangt, hoe kun je stof afnemen met een stofdoek waar slierten gerafelde randen aan hangen.
De tentoonstelling wordt om dit versleten linnengoed gebouwd door in stalenboeken te laten zien hoe het linnen er uitzag toen het nog nieuw was. Door stoplappen toe te voegen om te laten zien hoe het wel gerepareerd had moeten worden. Door rekeningen te laten zien hoe duur het linnen vroeger was. In vergelijking met nu: een mooi linnen servet kostte begin 1900 f 4,50, dat was net zo veel als het dagloon van drie dagen van een vrouw die het linnen stopt! Een eenvoudig servet kostte een dagloon van de stopster. Museum het Leids Wevershuis levert, met haar authentieke uitstraling, een ultiem decor voor deze bijzondere expositie.
Sanny de Zoete maakt sinds 1997 tentoonstellingen met musea in binnen- en buitenland over linnengoed. Deze trekken altijd veel publiek en worden goed bezocht. Ze werkte in 2015/2016 mee aan de zeer succesvolle tentoonstelling ‘Nederland dineert’ in het Haags Gemeentemuseum. Het Museum of Fine Arts in Boston kreeg eveneens in 2015/2016 een bruikleen van 17de-eeuws damast voor de tentoonstelling ‘Class distinctions, Dutch painting in the age of Rembrandt and Vermeer’. De Zoete schreef artikelen voor de bijbehorende publicaties. Het Rubenshuis in Antwerpen herbergt een langdurig bruikleen 17de-eeuws linnengoed van De Zoete.
Verstelde kussensloop van Odette Graber (voor 1945).
Verstelde kussensloop van Odette Graber (voor 1945).
Linnengoed van barones Schimmelpenninck van der Oye
‘Ach kind, zo heurt het toch niet,’ zou Wilhelmina Cornelia barones Schimmelpenninck van der Oye-de Beaufort gezegd hebben als ze het verstelde linnengoed van haar schoondochter Odette had gezien. De Zwitserse verpleegster Odette is zuinig, heel zuinig op het weinige linnengoed dat ze heeft als ze op 7 november 1945 trouwt met Asueer Jacob baron Schimmelpenninck van der Oye. Ze leerde hem kennen toen hij in 1937/38 vanwege zijn tuberculose in de Zwitserse Alpen kwam kuren en ze werden verliefd. Maar voordat ze konden trouwen brak de oorlog uit en zo duurde het nog zes jaar voor Odette landt op Schiphol waar Jaap haar opwacht met anjers in zijn hand.
De oorlog is net voorbij, er is gebrek aan alles en zeker ook aan huishoudtextiel. Een linnen uitzet is niet aan de orde. Waarschijnlijk krijgt ze daarom van Wilhelmina lakens, slopen, handdoeken, een paar tafellakens en servetten, alles gemerkt SOB, die nog van Wilhelmina’s eigen linnenuitzet uit 1901 dateren. Samen met het weinige linnen dat Odette van zichzelf heeft en dat gemerkt is met OG (voor Odette Graber) begint Odette een nieuw leven in Nederland. De lakens en slopen slijten en Odette repareert en repareert. Ze zet er lappen op, ze knipt er een versleten stuk af, naait een kantje en een tussenzetsel om de boel weer aan elkaar te krijgen. Ze stikt op de naaimachine de gaten in de slopen van haar schoonmoeder net zo lang heen en weer tot de boel gestopt is, maar o wat doet ze dat lelijk. Het doet pijn aan onze ogen. Ze heeft nooit geleerd hoe ze haar linnengoed moet verstellen en stoppen.
Stalenboeken voor huishoudtextiel met versleten stofdoek van de barones.
Stalenboeken voor huishoudtextiel met versleten stofdoek van de barones.
Het linnengoed vertelt een verhaal
Dat we dit totaal versleten linnen nu kunnen zien, is te danken aan de zorgvuldigheid van haar nicht. Deze zag de ‘schoonheid’ en het verhaal over de noodzakelijke zuinigheid die niet alleen gewone mensen treft, maar ook in adellijke kringen heerste. Ze bewaarde het na de dood van Jaap en Odette en gaf het meer dan twintig jaar geleden aan Sanny de Zoete, want zij verzamelt niet alleen het mooie linnengoed van welgestelde families, maar ook kapot en versleten huishoudtextiel van rijk en arm. De tentoonstelling wordt om dit versleten linnengoed gebouwd door in stalenboeken te laten zien hoe het linnen er uitzag toen het nog nieuw was. Door stop- en verstellappen toe te voegen, want: zo heurt het wel! Wilhelmina’s linnenuitzet uit 1901 was van een prachtige kwaliteit linnen en zal zeker meer gekost hebben dan het jaarloon van f 425,00 dat sigarenmaker Leendert Kos verdiende, die in 1900 in het wevershuis woonde.
Interieur van het Wevershuis.
Interieur van het Wevershuis.
In Museum Het Leids Wevershuis wordt nooit de pronkzucht van de rijken verteld. Hier is de geschiedenis van de armen zichtbaar; in de muren zitten scheuren, achter het behang komt de jute onderlaag tevoorschijn, in het gangetje en de voorkamer is het ijzig koud. Uit de enige kraan in het huis komt alleen koud water. In dit huis zullen vroeger ook de lakens versteld zijn, de handdoeken gestopt. Maar ze bleven niet bewaard. Dit wevershuis, waar weefsters nog elke dag weven, vormt met haar authentieke uitstraling, een ultiem decor voor deze bijzondere expositie. Hier ontmoeten armoede en zuinigheid elkaar en vertellen samen het verhaal van een tijd waarin linnengoed, onze derde huid, een belangrijke plaats in het leven van arm en rijk innam.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur
Rondleidingen
Op vrijdag 25, zaterdag 26 mei en vrijdag 22 en zaterdag 23 juni van 11.00 -12.00 uur verzorgt Sanne de Zoete rondleidingen met de uitleg en bijzondere verhalen rond het tentoongestelde linnengoed. Een rondleiding kost € 7,50 per persoon, inschrijven kunt u hier.

Alle hier afgebeelde foto’s: Collectie Sanny de Zoete, Delft. Bovenste foto: Verschillende merken ‘SOB’ van de linnenuitzet van Wilhelmina Cornelia barones Schimmelpenninck van der Oye uit 1901.

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Schone BorduurKunst

Merklappen en borduurwerken van de Vlaamse Lapzussen

Het Historisch Museum de Bevelanden te Goes toont tot 28 oktober een internationale tentoonstelling van de collectie merklappen van de Lapzussen uit Kontich in België. De Lapzussen zijn verbonden aan de Koninklijke Kring voor Heemkunde van Kontich. De succesvolle lapzussengroep bestaat nu ruim tien jaar en telt circa dertig leden. De Lapzussen staan voornamelijk bekend om hun zeer kleurrijke, gevarieerde en zeer fijne werk.

Lapzussen
De Koninklijke Kring voor Heemkunde van Kontich bezit een verzameling merklappen die tot de belangrijkste van West-Europa behoort. De groeiende lokale en regionale belangstelling rond deze collectie resulteerde in 2004 in de oprichting van een aparte merklappengroep door Hilde Schollen. De vraag was gekomen van enkele dames voor wie merklappen maken geen hobby, maar een passie is. De groep startte met veertien leden. In 2005 kregen ze een prachtige naam: ‘Lapzussen’, met dank aan bestuurslid Chris Claes. In 2014 vierden ze het 10-jarig bestaan. Ondertussen zijn ze met een dertigtal. Ze noemen zichzelf geen handwerkclubje, maar wie nooit borduurde wordt met raad en daad bijgestaan door ervaren borduursters, onder andere over symboliek, opspannen, oude technieken en materialen. Ze leerden steken maken die nu wat uit de mode zijn, zoals diverse stopsteken en de rococosteek.
Merklap door Jeaninne Bortolin.
Merklap door Jeaninne Bortolin.
Stoplap door Hilde Schollen.
Stoplap door Hilde Schollen.
Elke maand komen de Lapzussen samen voor een avondvergadering in het Documentatiecentrum van de Kontichse Kring voor Heemkunde. Daar worden nieuwtjes uitgewisseld, nieuwe boeken besproken, elkaars geborduurde merklappen bewonderd en leren ze weer wat bij over merklappen: geschiedenis, symboliek, oude handwerktechnieken en materialen.
Hilde Schollen was hier het lichtend voorbeeld: zij had een uitgebreide kennis van merklappen in het algemeen en van de collectie van de Koninklijke Kring voor Heemkunde in het bijzonder. Voor de groep was haar overlijden in maart 2013 dan ook een groot verlies. Haar opvolgster, Erica Uten, behartigt nu de belangen van de Lapzussen en zet de lijn van Hilde Schollen voort.
Een aantal van de Lapzussen is ook lid van Merkwaardig, de Nederlandse vereniging van merklapliefhebbers, en is daar aanwezig op de bijeenkomsten in Nijkerk.
Een aantal Lapzussen met een grote pronkrol.
Een aantal Lapzussen met een grote pronkrol.
Collectie van merklappen in Kontich
Een ander hoogtepunt was de tentoonstelling van de museumcollectie in 2008 in de kapel van Altena (Kontich). Het was een hoop werk voor Hilde Schollen en de bestuursleden van de Kring, maar het mocht worden gezien. Voor die gelegenheid borduurden de Lapzussen een pronkrol en waren er een aantal van hun eigen geborduurde merklappen te bezichtigen. Ze kregen heel veel positieve reacties van de bezoekers uit binnen- en buitenland, zowel voor de oude als de nieuwe borduurwerken.
Uitgebreide internationale belangstelling en uitstraling kreeg de verzameling in 2010, toen de volledige verzameling kon tentoongesteld worden in de Grote of Maria Magdalenakerk in Goes. Ruim 12.000 bezoekers kwamen ervan genieten.
Biedermeier borduurpatronen door Godelieve Steensels.
Biedermeier borduurpatronen door Godelieve Steensels.
In 2014 en 2015 hebben een aantal Lapzussen ijverig gewerkt aan het minutieus opnaaien van de merklappen in de collectie. De lappen kregen vervolgens een nieuwe lijst en het is prachtig om ze nu te zien hangen in de oud-textielzaal van het Kontichs Museum voor Heem- en Oudheidkunde. Ook de grote verzameling pronkrollen werd onder handen genomen en die worden nu op een nieuwe, solide manier bewaard voor het nageslacht (en voor iedereen die nu het museum bezoekt).
Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 13.00 – 17.00 uur

Borduurraam met borduurwerk.
Borduurraam met borduurwerk.
Dutch flowers, ontwerp door Inguna Krastina.
Dutch flowers, ontwerp door Inguna Krastina.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Merklappen en letterdoeken ‘yn ‘t Mienskipshûs’

Een deel van de verzameling van Aukje de Boer bij haar thuis.

Expositie van de verzameling van Aukje de Boer – Holwerda

Aukje de Boer – Holwerda, afkomstig uit Niawier, Friesland, houdt zich al sinds 1975 bezig met borduren. Al jaren verzamelt zij oude merk-, letter-, stop- en oefenlappen en oud naaigerei. Sommige exemplaren zijn meer dan 150 jaar oud. Een bijzonder onderdeel van de verzameling zijn de zogenaamde schoollapjes, op school gemaakte werkstukken van jonge meisjes, traditioneel in rood borduurgaren geborduurd.

Deel van de verzameling van oude schoollapjes.
Deel van de verzameling van oude schoollapjes.
De kerk van Metslawier is nu een gemeenschapshuis, Mienskipshûs.
De kerk van Metslawier is nu een gemeenschapshuis, Mienskipshûs.
Daarnaast maakt zij merklappen naar eigen ontwerp en gebruikt haar eigen kleuren steeds weer. De merklappen zijn ingelijst in oude lijsten en ze heeft er inmiddels meer dan honderd.
Over de tentoonstelling zegt zij: ‘Dat nu mijn merklappen in de kerk van mijn geboortegrond mogen hangen vind ik een hele eer. Ik hoop dan ook dat de belangstellenden van de expositie net zo van mijn merklappen en letterdoeken zullen genieten als ik zelf elke dag doe.’ De voormalige hervormde kerk van Metslawier uit 1776 is fraai gerestaureerd en tegenwoordig ingericht als gemeenschapshuis: Mienskipshûs.
Uitleg en speciale dagen
In het openingsweekend en op 5, 6 en 26 mei is Aukje de Boer op de tentoonstelling aanwezig om uitleg over de collectie te geven. In het weekend van 5 en 6 mei wordt er speciale aandacht gegeven aan pronkrollen, meterslange borduurwerken waar de maakster een proeve van bekwaamheid op aflegde door zoveel mogelijk verschillende borduurtechnieken erin te verwerken. Op 26 mei is er een speciale Randje-per-week-dag in samenwerking met atelier Soed Idee van 10.30 tot 15.00 uur.
Op 26 mei is er een Randje-per-week-dag.
Op 26 mei is er een Randje-per-week-dag.
Openingstijden
Zaterdag en zondag 13.30 – 17.00 uur
Een merklap uit 1876, de maakster was 13 jaar oud.
Een merklap uit 1876, de maakster was 13 jaar oud.
Merklapje uit 1900, de maakster was toen 10 jaar oud.
Merklapje uit 1900, de maakster was toen 10 jaar oud.
De tentoonstellingsruimte nu in de kerk uit 1776.
De tentoonstellingsruimte nu in de kerk uit 1776.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather