Archives

Inca dress code

Tentoonstelling van zeldzaam Inca-textiel uit de precolumbiaanse tijd

Het Museum Kunst & Geschiedenis (voorheen het Jubelparkmuseum) heeft momenteel een grote tentoonstelling over de precolumbiaanse textielkunst der Inca’s. Behalve textiel zijn er ook prachtige ornamenten en sieraden te zien. De tentoonstelling is tot 24 maart 2019 te zien.

Dit kleine zilveren vrouwelijke figuurtje is omwikkeld met twee lagen weefsel die door een kleine gordel en tupu (metalen speld) worden samengehouden. De figuur houdt verband met het capacocha-ritueel. Zilver, veren, lamawol, katoen, 14 x 8,5 cm, periode 1450 - 1532 CE.
Dit kleine zilveren vrouwelijke figuurtje is omwikkeld met twee lagen weefsel die door een kleine gordel en tupu (metalen speld) worden samengehouden. De figuur houdt verband met het capacocha-ritueel. Zilver, veren, lamawol, katoen, 14 x 8,5 cm, periode 1450 – 1532 CE.
Textiel in de precolumbiaanse tijd
Textiel diende natuurlijk voor het maken van kleding en om de muren in bepaalde woningen te bekleden, maar het was bij de Inca’s bovenal een teken van rijkdom. Het werd beschouwd als een waardevol bezit dat stond voor financiële welstand. Het was dan ook een geliefd geschenk bij diplomatieke uitwisselingen of bij offerandes aan de goden. De eerste Spaanse ontdekkingsreizigers hadden meteen grote bewondering voor de kwaliteit van de textielproductie en maakten geregeld de vergelijking met de Europese zijdeweefsels.
De stoffen ontleenden hun waarde niet zozeer aan de snit, die door het gebruikte type weefgetouw noodgedwongen eenvoudig bleef, maar aan de kwaliteit van de vezels, de rijkelijke decoratie en de diversiteit van kleuren en gebruikte symbolen. De drager van een kledingstuk gaf hiermee te kennen wat zijn sociale positie was en tot welke groep hij behoorde. Hij bracht ook een religieuze boodschap over.
In tijden van conflicten vormden kledingstukken en textiel ook een begeerde oorlogsbuit. Krijgsgevangenen werden van hun kledij ontdaan als teken van onderwerping en vernedering, terwijl de overwinnaar zich de kledingstukken toeëigende of aan de goden schonk. De leider van de onderworpen groep werd verplicht dezelfde kleding als de overwinnaar aan te trekken ten teken van zijn nieuwe ondergeschiktheid.
Met katoen geborduurde lamawollen mantel, versierd met een mythologische scène die verband houdt met voorouders en de vrouwelijke vruchtbaarheid. Nasca-beschaving, circa 100 - 600 CE, 255 x 93 cm.
Met katoen geborduurde lamawollen mantel, versierd met een mythologische scène die verband houdt met voorouders en de vrouwelijke vruchtbaarheid. Nasca-beschaving, circa 100 – 600 CE, 255 x 93 cm.
Hoedje met vier punten van lamawol, Tiwanaku-beschaving, periode 600 - 900 CE.
Hoedje met vier punten van lamawol, Tiwanaku-beschaving, periode 600 – 900 CE.
Weefsels in de precolumbiaanse tijd waren goederen die over grote afstand circuleerden. Via diplomatieke weg of door veroveringen konden textielweefsels, veel meer dan aardewerk, soms grote afstanden afleggen. Dit maakt het toewijzen van bepaalde archeologische stukken aan de juiste cultuur niet eenvoudig.
De textielweefkunst doet zijn intrede in de Andes aan het begin van het 6de millennium BCE, nog voor men er aardewerk produceert en de metallurgie beheerst. Gedurende de vele eeuwen die voorafgaan aan de komst van de Europeanen zal ze voortdurend onderhevig zijn aan vernieuwing en technische verfijning.
Dodenmasker van Huaca de la Luna. Mochica-beschaving, goud, koper, schelpen en steen, 26 cm hoog, circa 100 - 600 CE.
Dodenmasker van Huaca de la Luna. Mochica-beschaving, goud, koper, schelpen en steen, 26 cm hoog, circa 100 – 600 CE.
Textiel als een verheven kunstvorm
In tegenstelling tot vele andere beschavingen, zagen de Andesculturen textiel als een van de hogere kunsten, in die mate zelfs dat het textiel, met zijn maakproces en iconografie, andere kunstvormen zoals ceramiek en architectuur heeft beïnvloed. We weten eveneens dat textiel een belangrijke symbolische en sacrale betekenis had. Zo zijn er ‘offers’ bekend van weefsels die men in brand stak om de goden te behagen. Belangrijke overledenen werden letterlijk ingepakt in meerdere, soms tot twaalf, lagen textiel.
De teksten van de eerste Spanjaarden lichten ons eveneens in over de sterke controle die de Inca-vorst uitoefende over de grondstoffen zoals katoen en wol. Hij beschikte ook over spinnerijen en textielateliers die voor zijn rekening werkten en die de allerfijnste weefsels produceerden met een iconografie waarin hij als heerser werd afgebeeld. Het ging dan ook om een hogere hofkunst die gebonden was aan heel strikte regels.
Unku, lamawol en katoen, Chancay of Chimu, periode 1100 - 1450 CE, 142 x 46 cm.
Unku, lamawol en katoen, Chancay of Chimu, periode 1100 – 1450 CE, 142 x 46 cm.
Inca-textiel nauwelijks bekend
Terwijl we de verschillende samenlevingen in de Andes (Peru, Bolivia en Chili) goed kennen aan de hand van hun aardewerk, metaalproductie en mummies, heeft men een minder duidelijk beeld van de wijze waarop de bewoners van de Andes leefden en gekleed waren. Welke vezels gebruikten ze? Over welke kleurstoffen beschikten ze? Hoe werden de weefsels vervaardigd? Wat droegen ze aan hun voeten?
Paar Inca-schoenen van lamaleer en alpacawol, 1450 - 1532 CE, 24 x 10 cm.
Paar Inca-schoenen van lamaleer en alpacawol, 1450 – 1532 CE, 24 x 10 cm.
Deze tentoonstelling is een gelegenheid om kennis te maken met de prachtige weefsels, de vernuftigheid van bepaalde motieven en de schitterende, bonte kleuren die de stoffen en veren uit de precolumbiaanse periode (de periode voor de ‘ontdekking’ van Amerika) tot op heden behielden. Het Museum Kunst & Geschiedenis wilde Andesbewoners van toen als het ware ‘aankleden’ door hun garderobe (schoeisel, kleding, haartooi en sieraden) tentoon te stellen en hen aan de bezoekers voor te stellen in hun dagelijkse bezigheden. Met dit doel voor ogen is de tentoonstelling in drie delen opgesplitst.
Materialen, technieken, omstandigheden
In het eerste deel wordt informatie aangereikt die nodig is om een juist inzicht te krijgen in de kwaliteit van de voorwerpen en om ze naar waarde te schatten. Het museum geeft uitleg bij de verschillende beschikbare vezels, kleurstoffen en de manier waarop de draden voor het weven werden verkregen. Er zal een katoenveld te zien zijn, evenals opgezette lama’s en alpaca’s en balen wol die de bezoekers mogen aanraken. Verder wordt de manier waarop weefsels werden gemaakt getoond, welke soorten weefsel er toen bestonden en op welke manier men ze versierde. Ook de tijdslijn en de geografie van de Andes worden hier voorgesteld, wat een goede inleiding is voor het tweede deel van de tentoonstelling.
Mantel, vermoedelijk dodenmantel, van blauwe lamawollen stof met 53 met katoenen garen geborduurde motieven in telkens tien kleuren. Paracas-beschaving, circa 200 BCE - 100 CE, 240 x 88 cm.
Mantel, vermoedelijk dodenmantel, van blauwe lamawollen stof met 53 met katoenen garen geborduurde motieven in telkens tien kleuren. Paracas-beschaving, circa 200 BCE – 100 CE, 240 x 88 cm.
Inca-hoofdtooi van veren en plantaardige vezels, periode 1450 - 1532 CE, 34 x 26 cm.
Inca-hoofdtooi van veren en plantaardige vezels, periode 1450 – 1532 CE, 34 x 26 cm.
Eenheid en verdeeldheid wisselen elkaar af
In dit deel, het corpus van de tentoonstelling, worden de verschillende producties van textiel, sieraden en tooi uit de Andes voorgesteld in chronologische en geografische volgorde. De expositie toont ongeveer tweehonderd objecten, waaronder een aantal bijzonder goed geconserveerde voorwerpen en topstukken uit verschillende Europese musea en privéverzamelingen. De chronologie van Peru is opgebouwd uit periodes die men ‘Horizon’ en ‘Tussenperiode’ noemt. Een Horizon is een periode waarin de macht en invloedssfeer van een bepaalde beschaving zich over heel Peru uitstrekt. In de zogenaamde Tussenperiodes leven meerdere beschavingen met hun regionale kenmerken en verscheidenheid naast elkaar. Met andere woorden: in de vroege Peruaanse geschiedenis wisselen periodes van betrekkelijke culturele eenheid (Horizon) af met periodes van grote regionale diversiteit (Tussenperiode). Deze Tussenperiodes zijn gekenmerkt door een opeenvolging van kleine koninkrijken die zich uitstrekken van noord naar zuid.
Grote cocatas versierd met gestileerde vogels, lamawol en katoen, periode 1450 - 1532 CE, 81 x 89 cm.
Grote cocatas versierd met gestileerde vogels, lamawol en katoen, periode 1450 – 1532 CE, 81 x 89 cm.
De koloniale en postkoloniale periode
Het derde en laatste deel van de tentoonstelling is gewijd aan het textiel en de tooi uit de koloniale en postkoloniale periode. Hier wordt vooral de voortzetting van de precolumbiaanse traditie belicht. De Europeanen arriveren in 1521 in het huidige Peru en zullen de gewoontes en gebruiken van de volkeren die er leven grondig doen veranderen. Her en der vinden gevechten plaats, waarbij twee verschillende beschavingen, ook op gebied van bewapening, oog in oog komen te staan. Er volgt een lange overgangsperiode van kruisbestuiving tussen de culturen, wat zich ook zal uiten in de kunstproductie en in de kleding. De handwevers van vandaag weven nog steeds op de traditionele manier en maken gebruik van eeuwenoude motieven. De prachtige verzameling weefsels en kledij uit de jaren 1940, die de Koninklijke Musea van Kunst en Geschiedenis bezitten, wordt hier getoond. Het is een van de oudste en rijkste etnografische collecties die bekend is en die jammer genoeg slechts zelden voor het publiek te zien is.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 9.30 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 10.00 – 17.00 uur
Unku, een tuniek in Chuquibamba-stijl van lamawol en katoen. Inca-beschaving, periode 1450 - 1532 CE, 55 x 96 cm.
Unku, een tuniek in Chuquibamba-stijl van lamawol en katoen. Inca-beschaving, periode 1450 – 1532 CE, 55 x 96 cm.
Lendendoek van katoen en veren. Wari-beschaving, periode 600 - 900 CE, 20 x 41 cm.
Lendendoek van katoen en veren. Wari-beschaving, periode 600 – 900 CE, 20 x 41 cm.
Unku met veren, Peru, late Inca-beschaving, tussen 1450 - 1532.
Unku met veren, Peru, late Inca-beschaving, tussen 1450 – 1532.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Die Spitzen der Gesellschaft

Kanten hofmode uit Frankrijk - foto Susanne Stauss.

Collectie van historisch kant in het Textielmuseum St. Gallen

De tentoonstelling Kant en Status (‘Die Spitzen der Gesellschaft’) in het Textielmuseum van St. Gallen in Zwitserland is gewijd aan historisch kant uit de periode van 1500 tot 1800. Deze verfijnde textielkunst werd eeuwenlang exclusief voor de hoogste maatschappelijke klassen, zoals de adel en geestelijkheid, gemaakt. Toen er in Oost-Zwitserland een textielindustrie ontstond, verzamelden de fabrikanten van industrieel kant van overal uit Europa voorbeelden van de mooiste kant, om als inspiratie te dienen voor hun machinaal geproduceerde kant. Uiteindelijk zijn veel van deze historische stukken beland in het Textielmuseum St. Gallen.

Kraag, Italiaans, circa 1690 - 1715 - foto Michael Rast.
Kraag, Italiaans, circa 1690 – 1715 – foto Michael Rast.
Kant is een fascinerend materiaal: filigrainwerk, maar dan gemaakt van het fijnste garen. Al in het midden van de zestiende eeuw werd kant populair in heel Europa, waar het eeuwenlang gebruikt zou worden om de rijke kleding van de wereldlijke en kerkelijke machthebbers te versieren. Dit fraaie, opengewerkte textiel zou nooit meer de sfeer van luxe kwijtraken; ook de hedendaagse haute-couture ontwerpers maken graag gebruik van de verfijnde transparantie van kant.
Voorbeelden van kant zoals dat aan het hof werd gedragen - foto Susanne Stauss.
Voorbeelden van kant zoals dat aan het hof werd gedragen – foto Susanne Stauss.
Antependium (altaarvoorhang), 1695 - 1710 - foto Michael Rast.
Antependium (altaarvoorhang), 1695 – 1710 – foto Michael Rast.
Historische kantmode aan koninklijke hoven
De tentoonstelling ‘Kant en Status’ concentreert zich met name op de historische kantmode, zoals die gedragen werd aan de koninklijke hoven van Frankrijk en Spanje, die in de genoemde periode richtinggevend waren voor politiek, cultuur en mode in Europa. De expositie bevat meer dan 160 historische stukken uit diverse tijdperken en in diverse stijlen, waardoor de ontwikkeling van kant van het begin van de zestiende eeuw tot aan het eind van de achttiende goed te volgen is. Onder de tentoongestelde stukken bevinden zich de zelden getoonde kazuifel en antependium die oorspronkelijk in eigendom van het Spaanse koningshuis waren.
Het Textielmuseum St. Gallen dankt haar uitgelezen kantcollectie aan de bloeiende Oost-Zwitserse textielindustrie, die in de laat-19de eeuw haar borduurwerk naar de hele wereld exporteerde. De beroemde ‘St. Gallen-kant’ was gebaseerd en geïnspireerd door historische voorbeelden van kant, die speciaal voor dit doel door de fabrikanten verzameld werd, om ze op kantmachines te kunnen namaken. Veel van deze kanten verzamelstukken, aangevuld met andere historische exemplaren, worden nu bewaard in het Textielmuseum St. Gallen, waar ze met een inventaris van ruim 5.000 kanten objecten nu een bijzondere, internationaal toonaangevende collectie vormen.
Inzetstuk, Italiaans, 1580 - 1620 - foto Michael Rast.
Inzetstuk, Italiaans, 1580 – 1620 – foto Michael Rast.
Schouderdoek, Italiaans, circa 1700 - foto Michael Rast.
Schouderdoek, Italiaans, circa 1700 – foto Michael Rast.
Van exclusief naar massagoed
De arbeidsintensieve vervaardiging van kant was eeuwenlang vrouwenwerk. Zij vormde een huisnijverheid waarin allerlei technieken, zoals klos- en naaldkant, maar ook haakwerk en macramé, gebruikt werden. Belangrijke centra voor de kantproductie lagen in Italië, Frankrijk en de Verenigde Nederlanden, van waaruit het kostbare handwerk door heel Europa verhandeld werd.
Lange tijd was het dragen van kant exclusief gereserveerd voor de elite: de adel en de geestelijkheid. Dit lag zowel aan de hoge prijs als aan de manier waarop kleding gedragen werd, die een belangrijke invloed uitoefende op de mode, en dat niet alleen aan het hof. Het eerste veranderde geleidelijk na de Franse Revolutie en het begin van de industrialisatie, die belangrijke politieke, sociale en economische omwentelingen in heel Europa in gang zette. De verandering van handmatige naar gemechaniseerde productie maakte van een exclusief handwerk uiteindelijk een betaalbaar massaproduct.
Catalogus 'Historische Spitzen, die Leopold-Iklé-Sammlung im Textilmuseum St. Gallen'.
Catalogus ‘Historische Spitzen, die Leopold-Iklé-Sammlung im Textilmuseum St. Gallen’.
Activiteiten rond de tentoonstelling
Rond de expositie ‘Kant en Status’ zijn er diverse activiteiten, zoals lezingen, rondleidingen, workshops en een educatief programma voor scholen, georganiseerd door het museum. Daarnaast publiceert Arnoldsche Art Publishers de catalogus ‘Historische Spitzen. Die Leopold-Iklé-Sammlung im Textilmuseum St. Gallen (isbn 978-3897905337), te koop voor € 58 in de detailhandel en tijdens de tentoonstelling in de museumwinkel voor de speciale prijs van CHF 48.
Openingstijden
Dagelijks 10.00 – 15.00 uur

Bovenste foto: Kanten hofmode uit Frankrijk – foto Susanne Stauss.

Overzichtsfoto van de tentoonstelling met afbeeldingen van kant op schilderijen - foto Susanne Stauss.
Overzichtsfoto van de tentoonstelling met afbeeldingen van kant op schilderijen – foto Susanne Stauss.
Uiteinde van een das, Frankrijk of Venetië, circa 1690 - foto Michael Rast.
Uiteinde van een das, Frankrijk of Venetië, circa 1690 – foto Michael Rast.
Kanten kraag en manchetten uit Spanje - foto Susanne Stauss.
Kanten kraag en manchetten uit Spanje – foto Susanne Stauss.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

De rijkdom aan traditionele borduurstijlen in Marokko

Terwijl het meeste oorspronkelijke borduurwerk in veel landen van het platteland komt, is borduren in Marokko een stedelijke aangelegenheid. En wellicht denkt u bij mooi, traditioneel borduurwerk aan de Balkan, India of China, u zult versteld staan van de verfijndheid en rijkdom van het Marokkaanse borduren. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt in zeven verschillende stijlen, genoemd naar de steden waar deze beoefend werden. Werden, want terwijl een eeuw geleden in bijvoorbeeld Fez nog meer dan 2000 borduurateliers bestonden, is het traditionele Marokkaanse borduren zo goed als verdwenen.

Culturele oorsprong
Marokkaans-joodse trouwjurkDe oorsprong van het Marokkaanse borduurwerk gaat waarschijnlijk terug tot de achtste eeuw en is beïnvloed door twee culturele stromingen: enerzijds de verfijndere Spaans-Moorse invloed uit Andalusië (Spanje en Marokko waren bijna duizend jaar cultureel nauw met elkaar verbonden) en anderzijds de eenvoudiger en meer oorspronkelijke cultuur van de inheemse stammen in Noord-Afrika, zoals de Berbers. Gedurende de eeuwen ontwikkelde de Spaans-Moorse stijl tot de ‘officiële’ Marokkaanse kunst, maar wel sterk beïnvloed door de volkskunst van de Berber-stammen. Deze Marokkaanse kunst is duidelijk een Arabisch / Islamitische kunst, met een sterke voorkeur voor florale en geometrische motieven. Gedurende de eeuwen is de borduurkunst daarnaast mede beïnvloed door joodse vluchtelingen uit Spanje en Turkse en Kaukasische vrouwen die in Marokkaanse harems waren beland.
Borduren van jongs af aan
Marokkaans meisje bezig aan een borduurwerk in de stijl van AzemmourHet borduren werd traditioneel uitgevoerd door vrouwen uit de hogere en middenklasse in de Marokkaanse steden. Van zeer jong af leerden meisjes borduren en werkten vaak jarenlang aan hun uitzet. Denkt u daarbij aan beddengoed, gordijnen, kussens en kleding. Met borduren onderscheidde je je maatschappelijk; vrouwen uit de hogere klasse versierden hun kleding met rijk borduurwerk en decoreerden hun huis met prachtig versierde kussen en gordijnen. Sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 is de westerse invloed in interieur en kleding echter steeds groter geworden en het traditionele borduurwerk geleidelijk zo goed als verdwenen.
Meisjes leerden het borduren niet van hun moeder, zoals elders vaak het geval was, maar bij een ma’allemat, een ervaren borduurkunstenares. Deze ma’allemat bezochten de rijkere meisjes thuis om les te geven, terwijl meisjes uit de lagere klassen les kregen in de ateliers. Het onderwijs in borduren was vaak gratis, maar een deel van de werkstukken werd eigendom van de ma’allemat, die ze doorverkocht.
Techniek en materiaal
Alhoewel de kruissteek sporadisch in delen van een borduurwerk voorkomt, bestaat het meeste Marokkaanse borduurwerk uit een oneindige hoeveelheid hele fijne platsteekjes en soms rijgsteekjes. Meestal werd er geborduurd met zuiver zijde. Aangezien de waarde van borduurwerk vaak werd bepaald door het gewicht aan zijde, werd er soms zelfs met vier draden tegelijk geborduurd. De zijde was meestal afkomstig uit India of Europa en werd ter plaatse door gespecialiseerde ateliers geverfd met natuurlijke grondstoffen. Kleuren op aniline-basis werden minder gebruikt, omdat deze sneller verbleekten bij wassen of blootstelling aan zonlicht.
Detail van een borduurwerk in de stijl van FezMeestal werd uit Europa geïmporteerde katoenen stof gebruikt, vaak ook linnen en een enkele keer zijde. Gewoonlijk werd het patroon globaal direct op de stof geschetst, waarna de vlakken werden ingevuld met geometrische patronen in hele kleine platsteekjes. Dit laatste werd uit het hoofd gedaan, dus zonder teltekeningen of iets dergelijks; de decoratie ontstond geleidelijk door de steekjes uit te tellen over twee tot vier weefseldraden. Wanneer u de foto’s bekijkt begrijpt u wel wat een ongelooflijke prestatie dat was.
Het werkstuk werd in de regel aan drie kanten vastgezet op een kussen; vanaf de vierde kant werd het werk tijdens het borduren opgelicht. Alleen in Fez gebruikte men een borduurframe. Tegenwoordig ziet men ook wel dat een borduurring wordt gebruikt.
Regionale kenmerken
Wie de borduurkunst van Marokko bestudeert, maakt als het ware een reis langs de Marokkaanse steden, welke alle hun zeer specifieke, eigen borduurstijl hebben. In totaal onderscheiden we zeven duidelijk verschillende borduurstijlen, die we hieronder zullen toelichten.

Kaart van Marokko

Tétouan
Tetouan - joods gewaadDeze plaats werd gesticht in het begin van de 14de eeuw. Na de val van het koninkrijk Granada in 1492 verplaatste de Spaans-Moorse cultuur zich vooral naar Tétouan, waardoor het de bijnaam van ‘Granada’s dochter’ kreeg. Deze cultuur werd later sterk beïnvloed door joodse en Turkse immigranten. De Andalusische vluchtelingen handhaafden in hun borduurwerk de Spaans-Moorse tradities, welke zelf weer van Koptische en Oriëntaalse komaf was. Een kleine gemeenschap van vluchtelingen uit Algiers bracht een Turks geïnspireerd borduurwerk met zich mee, die het borduurwerk van Tétouan eveneens heeft beïnvloed.
Kussenhoes uit TetouaneIn Tétouan werd over het algemeen op fijnere stoffen geborduurd dan elders in Marokko, zoals fijn geweven linnen en zijde. Deze stoffen waren meestal ivoor- of zandkleurig, soms zacht- of goudgeel. Dit borduurwerk is vrolijk en veelkleurig, waarbij de grotere designs in fellere kleuren wordt uitgevoerd en de secondaire elementen in zachtere tinten. Een uniek werkstuk voor Tétouan-borduurwerk is de tenchifa, een doek dat over een spiegel werd gehangen gedurende de wittebroodsweken, om het kwade oog af te weren.
Chechaouen
Borduurwerk uit Chechaouen: AridDit plaatsje, dat in 1471 gesticht werd, is van het begin af een toevluchtsoord van Andalusiërs geweest. Dit is duidelijk te zien in de middeleeuwse kasba, de huizen en een wijk met de naam Rif-el-Andalous. De laatste instroom van vluchtelingen uit Andalusië vond begin 17de eeuw plaats en bestond uit Spaanse moslims en joden. De invloed is overduidelijk wanneer men Spaans-Moors borduurwerk in de musea van Madrid en Barcelona vergelijkt met dat uit Chechaouen.
Borduurwerk uit Chechaouen werd met name gebruikt voor de decoratie van interieurstoffen. Een veelvoorkomend stuk is een soort loper voor op een kastje, met een symmetrisch patroon. Meestal werd er naturel of gebleekt linnen gebruikt, later meer katoen. Dit borduurwerk doet aan tapisserie denken; de stof is geheel met vierkante vlakjes zijde bedekt. Het kleurengamma van de borduurzijde is beperkt tot groen, blauw, geel en rood. Soms vinden we stukken waar gouddraad in is verwerkt; dit was het monopolie van de joodse bevolking van Chechaouen.

Marokko: stadsgezicht Fez

Fez
Borduurwerk van Fez uit de 19de eeuwDeze van oorsprong door hoofdzakelijk Berbers bewoonde stad, gesticht in het jaar 809, kreeg in de negende en tiende eeuw een grote toeloop van vluchtelingen uit Andalusië en Tunesië. De stad beleefde een grote bloei in de dertiende eeuw, die vele handelaren, kunstenaars en wetenschappers uit de wijde regio aantrok. Daarnaast had Fez de grootste joodse gemeenschap van Noord-Afrika, die harmonieus samenleefde met de islamitische bevolking.
Jonge vrouw in Fez bezig met borduurwerk op een borduurringDe meest voorkomende vorm van Fez -borduursel wordt terz del ghorza (puntsteek) genoemd, gebaseerd op een verticale, horizontale en diagonale rijgsteek, maar daarnaast komen ook andere steken voor. Fez borduurwerk wordt altijd uitgevoerd in één kleur zijde, meestal zwart, bruin of rood. Het werk wordt uitgevoerd op een laag borduurframe op ivoorkleurige of ongebleekte fijne katoen of linnen. Het is aftelbaar borduurwerk dat niet omkeerbaar is. Het borduurwerk wordt gebruikt om allerlei huishoudelijk linnen te decoreren: spreien, tafelkleden, kussens, gordijnen en kleding. Het borduursel is ongelooflijk gedetailleerd en de vervaardiging van een enkel stuk duurde soms jaren.

Borduurwerk uit Fez

Meknès
De plaats Meknès is meer dan duizend jaar oud en genoemd naar de Berberstam Meknassis. In het midden van de 14de eeuw vestigden zich een aantal Andalusische families zich in Meknès, voornamelijk afkomstig uit Cordoba en Sevilla . Zij hadden een belangrijke invloed op de handel en kunst in Meknès, onder andere op het gebied van mozaïek, houtbewerking en natuurlijk het borduurwerk.
Borduurwerk uit MeknesBorduurwerk uit Meknès is technisch en uiterlijk vergelijkbaar met dat van Salé en Fez, de dichtstbijzijnde andere plaatsen. Terz meknassi (onomkeerbaar aftelbaar borduurwerk) wordt gemaakt met een groot aantal kleuren: rood, geel, oranje, groen, bruin, zwart en soms blauw. Het wordt geborduurd op een uiterst fijne, roomkleurige mousseline. Echt aftelbaar borduurwerk op zulke fijne stof is niet mogelijk, dus de borduurster zal het moeten hebben van esthetisch inzicht en precisie. Opvallend is de invulling van grote vlakken met een ontelbaar aantal kleine stipjes in verschillende kleuren en regelmatige patronen.
Rabat
De hoofdstad van Marokko, Rabat, heeft in haar lange geschiedenis tijden van enorme rijkdom gekend, afgewisseld met betrekkelijke onbetekenendheid. In de 17de eeuw moedigde sultan Mulay Zaydan de als moedig en vechtlustig bekend staande Hornacheros uit de Spaanse provincie Badajos aan om zich in Rabat te vestigen. Zij verklaarden zich echter spoedig zelfstandig en werden de belangrijkste bevolkingsgroep in Rabat. Dit verklaart waarom de borduursters van deze stad hun techniek en inspiratie ontleenden aan hun Moorse voorouders en de Spaanse renaissance.

Borduurwerk uit Rabat: detail van een trouwgordijn

Het borduurwerk van Rabat valt in twee groepen te onderscheiden. Enerzijds het monochrome borduurwerk, uitgevoerd in een robuuste kleur, zoals rood, donkerblauw en geel, anderzijds de soort die uitgevoerd is in vele, contrasterende kleuren. Als ondergrond werd gebruikgemaakt van katoen of een witte of écrukleurige mousseline en soms op zijde. Waar bij het hele oude borduurwerk uit Rabat uit de decoraties nog vaag een sterk gestileerde, menselijke vorm is af te leiden, is het latere borduurwerk puur op plantaardige motieven gebaseerd. De meest gebruikte steek is de satijnsteek.

Groot borduurwerk uit Rabat

Salé
Borduurwerk uit SaléGesticht in de 12de eeuw en gelegen tegenover Rabat aan de monding van de Bou Regreg rivier, onderhield Salé nauwe handelscontacten met Venetië, Genua, Engeland en Nederland. De rijkdom van deze stad groeide verder met de komst van vluchtelingen uit Spanje in de 17de eeuw. De geschiedenis van de stad is terug te vinden in de diverse invloeden op het Salé borduurwerk.
Alhoewel het kleurgebruik in Salé borduurwerk overeenkomsten vertoont met dat van het nabijgelegen Rabat, is de techniek veel meer beïnvloed door dat van Chechaouen, met het gebruik van de rijgsteek, bouclé en kruissteek. Deurgordijnen werden in bouclé geborduurd, zodat het ontwerp aan beide zijden te zien was, terwijl op bijvoorbeeld kussens onomkeerbare technieken werden gebruikt. Ook in Salé vinden we zowel monochrome als veelkleurige motieven, maar dan in geometrische patronen, zoals vierkanten, diamanten, drie- en zeshoeken.
Azemmour
Van deze plaats aan de monding van een van Marokko’s grootste rivieren valt de oorsprong niet meer te traceren, maar het is waarschijnlijk dat Azemmour al in de tijd van Carthago bestond. Deze plaats heeft enige tijd nauwe banden met Portugal onderhouden en er heeft lange tijd een rijke, joodse gemeenschap bestaan, die inmiddels verdwenen is, maar die wel belangrijke invloed heeft gehad op het borduurwerk van Azemmour.

Borduurwerk uit Azemmour

Het borduurwerk van Azemmour is wezenlijk anders dan al het andere wat in Marokko wordt aangetroffen. Er werd gebruik gemaakt van stroken écru linnen, tussen de 10 en 50 cm breed en gebruikt als wanddecoratie en voor de afwerking van gordijnen en matrassen. Traditioneel werd het gemaakt door joodse vrouwen in rode en donkerblauwe zijde. De ondergrond is geheel bedekt met borduursel, zodat het eigenlijke patroon wordt gevormd door de niet geborduurde delen van de stof. Zeer ongebruikelijk voor Marokkaans en islamitische kunst zijn de figuratieve ontwerpen, zoals vogels en andere dieren. Deze uitgespaarde patronen worden dan omlijnd met zwart. In sommige opzichten doet het denken aan 16de eeuws borduurwerk uit Spanje en Italië.
Neergang en wedergeboorte
Marokkaanse geborduurde sandalenTerwijl borduurwerk vroeger een overheersend onderdeel van het Marokkaanse interieur was, is de laatste decennia de smaak dusdanig veranderd en verwesterd, dat men nog maar zelden een stuk borduurwerk in een Marokkaans huis zal tegenkomen. Ditzelfde geldt natuurlijk voor kleding; de rijk geborduurde traditionele kleding, met name van de rijkere bevolkingslaag, bestaat zo goed als niet meer. Daarnaast is het tijdrovende met de hand borduren ook nog eens vervangen door de borduurmachine.
Veel antiek borduurwerk heeft zijn weg gevonden naar Europese en Amerikaanse verzamelaars, zodat het in Marokko zeldzaam is geworden. Het goede nieuws is dat de belangstelling van verzamelaars en toeristen het vervaardigen van traditioneel Marokkaans borduurwerk weer commercieel interessant heeft gemaakt. Voor deze groep wordt in kleine ateliers tegenwoordig weer fraai, traditioneel borduurwerk gemaakt, maar de tijden dat in Fez meer dan 2000 borduurateliers floreerden zullen niet meer terugkeren.
Meer informatie
Boeken
Moroccan Textile Embroidery door Isabelle Denamur
Les Broderies Marocaines door Jean-Pierre Bernes
Broderies Marocaines door Marie-france Vivier
The Fabric of Moroccan Life door Niloo Imami Paydar

Internet
Boutique Majid, met veel afbeeldingen van antiek Marokkaans borduurwerk.

Groot borduurwerk in de stijl van Chechaouen

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather