Archives

Across Japan

De wisselwerking tussen Japanse en westerse mode

Dit jaar bestaat de Japanse Tuin in Hasselt 25 jaar. Ter gelegenheid hiervan wordt in Hasselt aandacht besteed aan diverse aspecten van de Japanse cultuur. Het Modemuseum Hasselt toont in een grote tentoonstelling de wisselwerking tussen de Japanse en westerse mode.

Undercover door Jun Takahashi, lente/zomer 2005 – foto EtienneTordoir.
Modemuseum Hasselt toont het sterke merk, dat de Japanse mode sinds de vroege jaren ’80 geworden is. Ze zet de toon voor modetrends wereldwijd, in streetwear en couture. De collecties van de Japanse ontwerpers Yohji Yamamoto en Rei Kawakubo in Parijs in de vroege jaren ’80 vormen een keerpunt in de geschiedenis. Met hun rafelige, loszittende en gescheurde zwarte ontwerpen schudden ze de kledingindustrie grondig door elkaar en introduceren ze een totaal nieuw modeconcept. Het Westen richt de ogen op Japan en pikt een oude, interculturele dialoog opnieuw op.
Impact op de westerse mode
Karolien De Clippel, conservator van het Modemuseum Hasselt: ‘In de jaren tachtig van de twintigste eeuw introduceren de Japanse avant-garde ontwerpers intrigerende innovaties met een onmiskenbare impact op de westerse mode. Ze geven een radicaal nieuwe uitdrukking aan creativiteit en dagen gevestigde noties van status en seksualiteit uit. Westerse ontwerpers laten zich niet onbetuigd en antwoorden hierop met eigen interpretaties van de ‘Japanse’ esthetiek.’
Vijf thema’s
De klemtoon van de expositie ligt voornamelijk op de mode van de laatste vijfendertig jaar, maar er is ook aandacht voor de historische context. De fascinatie voor Japan in het Westen is niets nieuws en kent een lange traditie die teruggaat tot de 17de eeuw. ‘Across Japan’ exploreert deze unieke kruisbestuiving tussen Japanse en westerse mode aan de hand van vijf thema’s:
Dit herkennen wij direct als typisch Japans.
Dit herkennen wij direct als typisch Japans.
Japonisme
Dit onderdeel toont de invloed van de Japanse mode en esthetiek op de westerse mode door de eeuwen heen. Het verhaal start rond 1850, wanneer Japan na een lange periode van isolatie opengesteld wordt voor de internationale handel en exclusief voor de westerse markt vervaardigde kamerjassen exporteert. Vanaf dan kijkt het Westen geregeld naar Japan voor inspiratie. Stofmotieven, materialen en snit van Japanse kleding worden geïntegreerd in de heersende mode en verbonden met bepaalde historische gebeurtenissen die een bijzondere aandacht voor Japan stimuleren.
De echte doorbraak komt er met de wereldtentoonstelling van 1862 in Londen en 1867 in Parijs, waar ook Japanse kleding en accessoires zoals kimono’s, waaiers en parasols te zien zijn die meteen hebbedingen en inspiratiebronnen worden voor westerse ontwerpers en hun publiek. In 1910 wakkert de Anglo-Japanse tentoonstelling in Londen de voorliefde voor Japanse kimono’s en stoffen aan. De rechte snit van de fameuze flapperjurken uit de jaren twintig zou zelfs teruggaan naar de kimonosnit. Ook in de decennia erna blijven westerse ontwerpers zoals Madeleine Vionnet, Balenciaga en Gernreich zich graag laven aan Japan.
Comme des Garçons door Rei Kawakubo, lente/zomer 2014 - foto Etienne Tordoir.
Comme des Garçons door Rei Kawakubo, lente/zomer 2014 – foto Etienne Tordoir.
Wabi-sabi, het imperfecte
In het begin van de jaren 1980 krijgt de wisselwerking tussen het Westen en Japan een nieuwe invulling. De impact van Rei Kawakubo en Yohji Yamamoto op een nieuwe westerse stijl met wortels in de Japanse cultuur is groot. Zij verrassen met hun Japanse esthetiek van ‘wabi-sabi’. Deze visie op schoonheid gaat uit van het imperfecte, onafgewerkte en vergankelijke en vindt beslag in de zogenaamde beggarlook: armzalige, asymmetrische, losse silhouetten met gaten in monochroom zwart (en ook wit).
Deze radicale visie rekent af met het westerse schoonheidsideaal dat staat voor aansluitend, afgewerkt en rijkelijk versierd. Bijkomende terugkerende elementen van deze nieuwe schoonheid zijn de bulten en gedrochtelijke vormen, de gedeconstructiveerde patronen en het binnenstebuiten-effect. De deconstructivistische ontwerpen van Martin Margiela en de zwarte, geraffineerde looks van Ann Demeulemeester zijn mooie illustraties van deze kruisbestuiving.
Ma: ‘ruim in de jas’
‘Ma’ is het Japanse woord voor ‘ruimte tussen twee structurele delen’. In de context van mode verwijst het naar de ruimte tussen kledingstuk en lichaam, van de schouders tot op de voeten. In tegenstelling tot het Westen waar kleding traditioneel strak zit als een tweede huid, creëert Japan een extra dimensie, die bevrijdend is. Denk maar aan de kimono. Kenmerken als oversized, vlakke snit, genderneutraliteit en vervagende grenzen tussen man en vrouw zijn allen te relateren aan de invulling van ‘ma’. Mooie voorbeelden hiervan vinden we terug in de ontwerpen van Rei Kawakubo, Yohji Yamamoto, Delpozo en Maison Margiela.
Maison Margiela Artisanal door John Galliano, herfst 2015 couture - foto Paolo Roversi, Vogue Italia.
Maison Margiela Artisanal door John Galliano, herfst 2015 couture – foto Paolo Roversi, Vogue Italia.
Gi-jutsu: technologie
‘Gi-jutsu’ betekent ‘technologie’, ‘techniek’. Van oudsher blinkt Japanse kleding uit in het technische vernuft, uniek materiaalgebruik en bijzondere verftechnieken. In dit deel van de tentoonstelling worden hedendaagse staaltjes getoond van deze technologische virtuositeit, de liefde voor materialen en stoffen, de kleurrijke prints, uitzonderlijke verftechnieken zoals tie-dyeing, revolutionaire constructietechnieken zoals origami; allemaal elementen die onafscheidelijk zijn van de uiteindelijke vorm van het kledingstuk. Heel representatief voor dit deel zijn de techno-couture van Watanabe, Iris van Herpen en Hishinuma, maar ook van Riccardo Tisci voor Givenchy.
Junya Watanabe, Techno-couture collectie, herfst/winter 2000-2001 - foto Etienne Tordoir.
Junya Watanabe, Techno-couture collectie, herfst/winter 2000-2001 – foto Etienne Tordoir.
Kawaii
‘Kawaii’ verwijst naar het erotische, het schattige en het bevreemdende dat typerend is voor de coole Japanse mode sinds de jaren 1990. Sinds omstreeks 2000 is ‘kawaii’ niet langer een exclusief kenmerk van streetwear, maar is het ook een belangrijke bron van inspiratie voor de ‘high couture’, zowel bij Japanse als bij westerse ontwerpers zoals Undercover, Westwood, Bernhard Wilhelm en niet in het minst bij een aanstormend talent als Niels Peeraer.
Kawaii-mode is uniek Japans - foto Tokyo Fashion News.
Kawaii-mode is uniek Japans – foto Tokyo Fashion News.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur

 

Overzichtsfoto van de tentoonstelling.
Overzichtsfoto van de tentoonstelling.
Givenchy haute couture door Riccardo Tisci, lente/zomer 2011 - foto Willy Vanderperre.
Givenchy haute couture door Riccardo Tisci, lente/zomer 2011 – foto Willy Vanderperre.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Game Changers – het 20ste-eeuwse silhouet heruitgevonden

Issey Miyake, 1990-2015, foto Francis Giacobetti.

De tentoonstelling ‘Game Changers – het 20ste-eeuwse silhouet heruitgevonden’ bekijkt het grensverleggende werk van modeontwerper Cristóbal Balenciaga. Zijn vernieuwende ontwerpen zorgden in het midden van de 20ste eeuw voor het ontstaan van een nieuw silhouet waarbij het lichaam meer bewegingsruimte krijgt en architecturale volumes ontstaan. Samen met de pioniers van de jaren 1920–30 en later ook de ontwerpers uit de jaren 1980–90 zorgde hij voor een alternatief voor het heersende zandlopersilhouet. Deze groep ‘Game Changers’ bekeek de 20ste-eeuwse mode vanuit een nieuw perspectief.

Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Mark Segal, model Monika Sawicka.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Mark Segal, model Monika Sawicka.
Cristobal Balenciaga, herfst-winter 1950, foto Balenciaga Archives.
Cristobal Balenciaga, herfst-winter 1950, foto Balenciaga Archives.
Invloeden uit Japan, zoals de kimono, zorgen aan het begin van de 20ste eeuw voor de bevrijding van de vrouw uit haar nauwe korset. Modeontwerpers zoals Madeleine Vionnet, Paul Poiret, Coco Chanel en Cristóbal Balenciaga geven in de jaren 1920–30 elk op hun manier vorm aan deze vrijheid door zowel technische innovaties als moderne ideeën over vrouwelijkheid. Aan het einde van de 20ste eeuw worden de grenzen van het vrouwelijk silhouet verder afgetast door Japanse en Belgische ontwerpers als Issey Miyake, Yohji Yamamoto, Comme des Garçons, Ann Demeulemeester en Martin Margiela. Zij maken ruimte voor nieuwe vormen en lichaamscontouren en geven een nieuwe invulling aan wat als mode kan beschouwd worden.
Cristóbal Balenciaga (1895–1972).
Cristóbal Balenciaga (1895–1972).
Cristóbal Balenciaga
Centraal in de tentoonstelling staat de Baskische modeontwerper Cristóbal Balenciaga (1895–1972), die als scharnierfiguur tussen beide periodes de architect van de vernieuwing is. Zijn patronen en werk krijgen de hoofdrol. De andere ontwerpers die aan bod komen werkten vergelijkbare radicale ideeën elk op hun eigen manier verder uit en verlegden zo mee de grenzen van het klassieke vrouwelijk silhouet.
Mode wordt op deze manier meer dan een opeenvolging van trends; mode wordt een manier om lichaam, ruimte en beweging vorm te geven. De ‘Body Meets Dress, Dress Meets Body’ collectie uit 1997 van Rei Kawakubo (Comme des Garçons) toont in welke mate deze nieuwe vormtaal een deel is geworden van het modebeeld.
Georgina Godley Sport Couture, herfst-winter 1990, foto Georgina Godley.
Georgina Godley Sport Couture, herfst-winter 1990, foto Georgina Godley.
‘Haute Couture is like an orchestra, whose conductor is Balenciaga. We other couturiers are the musicians and we follow the direction he gives.’ – Christian Dior.
Comme des Garçons, Body meets Dress, Dress meets Body, lente-zomer 1997, foto Yannis Vlamos.
Comme des Garçons, Body meets Dress, Dress meets Body, lente-zomer 1997, foto Yannis Vlamos.
De expo verenigt honderd unieke couture- en prêt-à-porter-silhouetten van onder andere Cristóbal Balenciaga, Paul Poiret, Madeleine Vionnet, Gabrielle Chanel, maar ook Issey Miyake, Ann Demeulemeester, Comme des Garçons, Yohji Yamamoto en Maison Martin Margiela, met bruiklenen van prestigieuze collecties van het museum van het Fashion Institute of Technology in New York, V&A Londen, MUDE Lisboa en het Musée Galliera in Parijs.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 18.00 uur.

 

Issey Miyake, 1990-2015, foto Francis Giacobetti.
Issey Miyake, 1990-2015, foto Francis Giacobetti.
Ann Demeulemeester, lente-zomer 2009, foto Dan en Corinne Lecca.
Ann Demeulemeester, lente-zomer 2009, foto Dan en Corinne Lecca.
Cristobal Balenciaga, herfst-winter 1958, foto Balenciaga Archives.
Cristobal Balenciaga, herfst-winter 1958, foto Balenciaga Archives.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Sophie Delaporte.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Sophie Delaporte.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Mark Segal, model Monika Sawicka.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Mark Segal, model Monika Sawicka.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather