Archives

Christian Dior, designer of dreams

Écarlate middagjurk, herfst-winter 1955 Haute Couture collectie, Y line - foto Laziz Hamani.

De blijvende invloed van Christian Dior op de mode

In februari 2019 opent het Victoria & Albert Museum de meest uitgebreide tentoonstelling die ooit in het Verenigd Koninkrijk over het modehuis Dior is gehouden. Een periode overbruggend van 1947 tot heden, toont ‘Christian Dior: Designer of Dreams’ de geschiedenis en impact van één van de meest invloedrijke couturiers uit de 20ste eeuw, Christian Dior, en de zes artistiek directeuren die hem hebben opgevolgd, om zo de blijvende invloed van het modehuis te laten zien.

Christian Dior met model Sylvie, circa 1948.
Christian Dior met model Sylvie, circa 1948.
Christian Dior en Groot-Brittannië
Gebaseerd op de tentoonstelling ‘Christian Dior: Couturier du Rêve’, georganiseerd door het Musée des Arts Décoratifs in Parijs, is de tentoonstelling opnieuw vormgegeven voor het Victoria & Albert Museum (V&A). Een aan de tentoonstelling toegevoegd deel laat voor het eerst de fascinatie van de ontwerper voor de Britse cultuur zien. Dior bewonderde de grootsheid van de grote landhuizen en tuinen van Groot-Brittannië, evenals de Britse oceaanschepen, waaronder de Queen Mary. Hij had ook een voorkeur voor Savile Row-maatpakken. In 1947 organiseerde hij zijn eerste Britse modeshow in het Savoy Hotel in Londen en in 1952 richtte hij Christian Dior Londen op.
Deze tentoonstelling onderzoekt de creatieve samenwerking van Dior met invloedrijke Britse fabrikanten en zijn meest opmerkelijke Britse klanten, van auteur Nancy Mitford tot balletdanseres Margot Fonteyn. Een hoogtepunt is de Christian Dior-jurk, gedragen door prinses Margaret voor haar 21ste verjaardagsfeest, in bruikleen van het Museum of London. Het laat ook de spectaculaire modeshows van Dior herleven die gehouden werden in de meest luxueuze paleizen van het Verenigd Koninkrijk, waaronder Blenheim Palace in 1954.
Prinses Margaret van Engeland (1930-2002) - foto Cecil Beaton (1904-80), Londen, GB, 1951.
Prinses Margaret van Engeland (1930-2002) – foto Cecil Beaton (1904-80), Londen, GB, 1951.
Schets van Christian Dior voor model Londres, herfst-winter 1950 Haute Couture collectie.
Schets van Christian Dior voor model Londres, herfst-winter 1950 Haute Couture collectie.
Meer dan tweehonderd Haute Couture-kledingstukken
Ontleend aan de uitgebreide Dior-archieven toont de tentoonstelling ook hoogtepunten uit de Couture-collecties van wereldklasse, waaronder de iconische Bar Suit, in 1960 door het Huis van Dior aan het museum geschonken. De tentoonstelling presenteert meer dan vijfhonderd objecten met meer dan tweehonderd zeldzame Haute Couture-kledingstukken, naast accessoires, modefotografie, film, parfum, make-up, illustraties, tijdschriften en de persoonlijke bezittingen van Christian Dior.
De tentoonstelling belicht Dior’s visie op vrouwelijkheid, zowel op het gebied van kleding, accessoires als geuren. Bloemen zijn typerend voor het modehuis en hebben het silhouet, borduurwerk en stofbedrukking geïnspireerd, maar ook de lancering van Miss Dior in 1947, de eerste geur gecreëerd naast de eerste show.
Iedere opvolger heeft zijn eigen interpretatie
Van tuinbouw tot wereldwijde reizen en decoratieve kunst uit de 18de eeuw, de show onthult de inspiratiebronnen die de esthetiek van het huis van Dior hebben bepaald. Van de gewaagde ontwerpen van Yves Saint Laurent tot de rationele stijl van Marc Bohan, de flamboyance van Gianfranco Ferré, de uitbundigheid van John Galliano, het minimalisme van Raf Simons en de feministische visie van Maria Grazia Chiuri over mode, de tentoonstelling laat zien hoe elk opeenvolgend artistiek directeur trouw is gebleven aan Dior’s visie op Haute Couture, terwijl hij zijn eigen creatieve gevoel aan het Huis gaf.
John Galliano voor Christian Dior, Haute Couture, herfst-winter 2004 - foto Laziz Hamani.
John Galliano voor Christian Dior, Haute Couture, herfst-winter 2004 – foto Laziz Hamani.
Christian Dior's 'bar suit' 1947 - foto Willy Maywald.
Christian Dior’s ‘bar suit’ 1947 – foto Willy Maywald.
Tim Reeve, adjunct-directeur van het V&A, vertelt: “’Christian Dior: Designer of Dreams’ eert een van de meest ingenieuze en iconische ontwerpers in de modegeschiedenis. Deze enorm populaire tentoonstelling uit Parijs, die de grootste modetentoonstelling is die het V&A sinds Alexander McQueen organiseert, zal een nieuw licht werpen op de fascinatie van Dior voor Groot-Brittannië. Het V&A bezit een van de grootste en belangrijkste modecollecties ter wereld en we zijn verheugd dat we voor deze spectaculaire tentoonstelling hoogtepunten uit onze toonaangevende collectie kunnen onthullen naast die van het opmerkelijke archief van het Huis van Dior.”
Herdefiniëring van het vrouwelijk silhouet
Oriole Cullen, mode- en textielcurator bij het V&A: “In 1947 veranderde Christian Dior het gezicht van de mode met zijn ‘new look’, die het vrouwelijke silhouet opnieuw definieerde en de naoorlogse Parijse mode-industrie nieuw leven in blies.
Vestiging van Christian Dior, Avenue Montaigne 30, Parijs, circa 1947.
Vestiging van Christian Dior, Avenue Montaigne 30, Parijs, circa 1947.
Het erkende de belangrijke bijdrage van Dior aan de geschiedenis van het modeontwerp al vroeg in zijn carrière en verwierf vanaf de jaren vijftig zijn schetsen en kledingstukken. De invloed van Christian Dior’s ontwerpstijl was allesdoordringend en hielp om een tijdperk te definiëren. Op hun eigen manier heeft elk van de opeenvolgende artistieke directeuren van Dior aan de ontwerpen van Dior gerefereerd en deze geherinterpreteerd en de erfenis van de oprichter voortgezet, zo ervoor zorgend dat het Huis van Christian Dior in de voorhoede staat van de mode van vandaag. Meer dan zeventig jaar na de oprichting zal deze V&A-tentoonstelling de blijvende invloed van het Huis van Dior eren en de relatie van Dior met Groot-Brittannië helpen ontdekken.”
Openingstijden
Dagelijks 10.00 – 17.45 uur
Vrijdag 10.00 – 22.00 uur

Bovenste foto: Écarlate middagjurk, herfst-winter 1955 Haute Couture collectie, Y line – foto Laziz Hamani.

Pérou korte avondjurk, herfst-winter 1954 Haute Couture collectie, H line - foto Laziz Hamani.
Pérou korte avondjurk, herfst-winter 1954 Haute Couture collectie, H line – foto Laziz Hamani.
Christian Dior (1905–57), Avril, jurk, Haute Couture, lente-zomer 1955, A Line - foto Laziz Hamani.
Christian Dior (1905–57), Avril, jurk, Haute Couture, lente-zomer 1955, A Line – foto Laziz Hamani.
Christian Dior met model Lucky, circa 1955.
Christian Dior met model Lucky, circa 1955.

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Label it: Trademarks in Fashion

Label it

In het kader van de Stadstriënnale Hasselt/Genk, een multidisciplinair kunstenfestival dat kunst, design en mode verenigt, brengt Modemuseum Hasselt van 1 oktober 2016 tot en met 12 februari 2017 ‘Label it: Trademarks in Fashion’. Aan de hand van drie luiken en specifieke case studies verkent deze expo het systeem van trademarks, identiteit en de kopie- en counterfeitindustrie in de mode. De tentoonstelling brengt echter geen louter één op één verhaal van echt en nep, maar gaat dieper in op trademarks als juridische en sociale constructie.

label-it-foto-2Wat maakt een merk? Wat construeert de identiteit van een modehuis? Op deze vragen tracht ‘Label it ‘een antwoord te presenteren aan de hand van topstukken van dito ontwerpers uit de eigen collectie en uit de verzamelingen van nationale en internationale musea en modehuizen.
De oorsprong van het merk in de mode
Het eerste luik van de tentoonstelling heeft een historische focus, waarbij het systeem van kopiëren en licenties onder de loep genomen worden. De basis hiervan gaat terug tot het Parijs van de jaren 1850 en is te danken aan Charles Frederick Worth. Deze beroemde ontwerper wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de haute couture en stond aan de basis van de Chambre Syndicale de la Haute Couture. Deze belangenorganisatie had als doel haar leden en hun creaties te beschermen.
Merklabel van Charles Frederick Worth.
Merklabel van Charles Frederick Worth.
Worth naaide als een van de eerste de naam van zijn modehuis in zijn creaties en presenteerde ontwerpen tijdens modeshows. Dit bracht een niet eerder geziene kopieerindustrie teweeg. In de eerste decennia van de twintigste eeuw bundelden verschillende ontwerpers zoals Madeleine Vionnet, Jacques Doucet, Jeanne Lanvin, Jeanne Paquin en vele anderen hun krachten om zich te beschermen tegen deze illegale praktijken. Tevergeefs echter. Toen ontwerper Paul Poiret rond 1917 een bezoek bracht aan de Verenigde Staten merkte hij tot zijn grote ontsteltenis dat zijn ontwerpen in minder kwalitatieve materialen tegen spotprijzen te koop werden aangeboden.
Het ontstaan van licenties
Er werden ingenieuze licentiesystemen uitgedacht, waarbij de ontwerper toestemming gaf – tegen betaling – om ontwerpen te kopiëren. Schetsen, toiles en patronen werden verkocht aan nationale en internationale handelaars en grootwarenhuizen. België speelde een belangrijke rol in de verspreiding van de laatste modes, die gedicteerd werden door ontwerpers in Parijs, omwille van de geografisch gunstige ligging en taalovereenkomst. In de expositie wordt Belgiës spilfunctie extra in de verf gezet.
Cristobal Balenciaga.
Cristobal Balenciaga.
Het historische verhaal gaat verder met ronkende namen als Chanel in de jaren 20 en Dior en Balenciaga eind jaren 40 – begin jaren 50. Deze drie ontwerpers hadden een geheel persoonlijke en uiteenlopende visie op de kopieerindustrie. Balenciaga bijvoorbeeld weerde alle pers van zijn modeshows en presenteerde later dan de andere grote huizen om illegale praktijken tegen te gaan. We eindigen in de jaren 60 wanneer de modewereld op zijn grondvesten davert door het toenemende belang van de ready-to-wear industrie.
Trademark als sociale constructie
Luik twee van ‘Label it’ bekijkt het systeem van de trademarks als sociale constructie. Hier gaat alle aandacht naar het DNA van modehuizen. Denken we maar aan breigoed bij Christian Wijnants en Missoni, kleurgebruik bij Dries Van Noten en zwarttonen bij Ann Demeulemeester, historische referenties bij Alexander McQueen, Olivier Theyskens en Vivienne Westwood en jeugd bij Raf Simons. In dit onderdeel wordt het belang van de designer voor de identiteit van een merk ook in de verf gezet en specifiek aan de hand van het Maison Margiela.
Het beroemde logo van Louis Vuitton.
Het beroemde logo van Louis Vuitton.
Logohijacking
Logomania en logohijacking vormen het laatste luik van de expo. Hier wordt dieper ingegaan op het gebruik en het kapen van logo’s. Centraal hierbij staan huizen als Louis Vuitton, Hermès en Gucci. Bij logohijacking wordt gekeken naar het hergebruik van logo’s in nieuwe contexten. Bijzonder dankbare voorbeelden leveren het werk van onder meer Raf Simons, Viktor & Rolf, Demna Gvasalia voor Vetements en Balenciaga, en Jeremy Scott voor Moschino.
Hermès-logo.
Hermès-logo.
‘Label it. Trademarks in Fashion’ brengt het bijzondere werk samen van ontwerpers en huizen als Alexander McQueen, Olivier Theyskens, Christian Dior, Louis Vuitton, Hermès, Dries Van Noten, Maison Margiela, Balenciaga, Vetements, Coco Chanel, Moschino, Christian Wijnants, Missoni, Ann Salens, Ann Demeulemeester, Viktor & Rolf en Raf Simons.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Sheila Hicks – Why not?

Sheila Hicks

Het TextielMuseum opent 2016 met een solotentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Sheila Hicks (1934), pionier op het gebied van textiel en kunst. Sheila Hicks is met haar oeuvre internationaal bekend door haar deelname aan grote solo- en groepsexposities. Sinds lange tijd is zij nu eindelijk weer uitgebreid in Nederland te zien. Met haar kleurrijke werk, dat varieert van monumentale, textiele installaties tot metershoge sculpturen en betoverende miniaturen, maakt zij sinds eind jaren ‘50 furore.

Zowel een gevarieerde keuze uit dit vrije werk als voorbeelden van industrieel vervaardigde stoffen en handgemaakte textiele ontwerpen zijn in de tentoonstelling te zien. Extra aandacht is er voor de speciale band die Hicks al jaren heeft met Nederland. Met foto’s, film, schetsen, tekeningen en persoonlijke documenten wordt haar reislustige en productieve leven geïllustreerd. ‘Sheila Hicks – Why Not?’ toont werk uit zeven decennia, afkomstig uit (inter)nationale museumcollecties en een speciaal voor deze tentoonstelling vervaardigd kunstwerk.
Sheila Hicks - 'The Treaty of Chromatic Zones', Parijs - foto Christobal Zanartu.
Sheila Hicks – ‘The Treaty of Chromatic Zones’, Parijs – foto Christobal Zanartu.
Wereldwijd
Sheila Hicks is van jongs af aan gefascineerd door textiel en kunst. In de jaren ‘50 wordt ze opgeleid tot schilder onder de hoede van oud-Bauhaus docent Josef Albers. In 1956 liet bekend kunsthistoricus George Kubler haar in Yale kennis maken met pre-Colombiaans weven. Na afronding van haar thesis over dit onderwerp wordt haar een studiebeurs toegekend om te gaan schilderen in Chili. Tijdens de periode die zij doorbrengt in Zuid-Amerika ontwikkelt zij een bijzondere interesse voor het werken met textiel. Deze passie brengt haar over de hele wereld, van Mexico en Zuid-Afrika tot aan Marokko en India.
Overal waar ze komt werkt ze samen en wisselt ze kennis uit met lokale ambachtslieden, fabrikanten en kunstenaars. Haar kleurrijke installaties zijn wereldwijd te bewonderen en nog altijd werkt zij aan grootschalige, textiele projecten in haar studio in Parijs. Hicks’ kunstwerken zijn opgenomen in de collecties van prestigieuze musea, waaronder het Metropolitan Museum of Art en het Museum of Modern Art in New York en het Tate Modern in Londen. Bruiklenen voor de tentoonstelling zijn afkomstig van onder andere het Centre Pompidou, Parijs, Philadelphia Museum of Art, Museum für Gestaltung, Zürich en het Stedelijk Museum, Amsterdam.
Sheila Hicks - Silk Rainforest.
Sheila Hicks – Silk Rainforest.
Hommage aan Kho Liang Ie, 1975, Stedelijk Museum
Hommage aan Kho Liang Ie, 1975, Stedelijk Museum.
Band met Nederland
Sheila Hicks heeft een speciale band opgebouwd met Nederland. Haar eerste grote solotentoonstelling is in 1974 te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Tijdens haar verblijven in Nederland maakt ze onder andere kennis met galeriehoudster Cora de Vries (bij wie ze in de jaren 1980 exposeerde) en ontwerper en designpromotor Benno Premsela.
Wat niet veel mensen weten is dat zij grote wandkleden voor de vertrekhal op Schiphol heeft gemaakt, getiteld ‘Hommage aan Kho Liang Ie’ (1975). Zij zijn te zien in de tentoonstelling, evenals de schetsen van haar indrukwekkende, etage-overstijgende installatie in het Provinciehuis van ’s-Hertogenbosch. Na de opbouw van de tentoonstelling zal deze gedocumenteerd worden en in samenwerking met Hicks zal grafisch ontwerpster Irma Boom een publicatie ontwerpen die verkrijgbaar is in de TextielShop.
De tentoonstelling
De ondertitel van de tentoonstelling Why not? is door Sheila Hicks zelf aangedragen. Zij doelt hiermee op de speelsheid en het doorzettingsvermogen, die voor haar de Hollandse mentaliteit illustreren. Eigenschappen die ook in haar eigen werk terugkomen. Kort en krachtig: waarom ook niet? In de expositie zijn autonoom werk en monumentale installaties te zien. Van Sheila Hicks’ vroegste werk uit de jaren ‘50 tot een zeer recent werk, gebaseerd op de samenwerking met een handweverij in Guatemala. Ook haar meer toegepaste opdrachten, voor een fabrikant als Momentum, passeren de revue. Bij de tentoonstelling wordt een uitgebreide randprogrammering georganiseerd.


Sheila Hicks aan het woord (Nederlands ondertiteld).

Meer informatie en veel meer foto’s van het werk van Sheila Hicks vindt u op haar website.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather