Archives

Weven ‘2.0’

Geweven schaal gemaakt door Roos Cox.

Zodra een techniek een totale vernieuwing heeft doorgemaakt noemt men dit vaak versie 2.0. Anneke Kersten en Roos Cox hebben dit toegepast op het weven, door zowel in de techniek van het weven als de materiaalkeuze vernieuwende stappen te zetten. Vandaar dat de nieuwe tentoonstelling in het Leids Wevershuis, waar het resultaat van hun werk wordt getoond, ‘Weven 2.0’ heet.

Werk van Anneke Kersten.
Werk van Anneke Kersten.
Anneke Kersten (Nijmegen) heeft zich ontwikkeld in de textielkunst door een weefopleiding in Oregon, VS en het Textielmuseum in Tilburg. De basis van haar werk is het gebruik van verschillende materialen, zoals metaaldraden, papier, hennep, linnen en cottonlin, hout, verf en lijm. De weeftechnieken gebruikt zij als middel om haar inspiraties vorm te geven. Opvallend is het kleurgebruik: Anneke laat zich inspireren door kleur, vorm en structuur van landschappen en de geometrische kunst, altijd gecombineerd met een vleugje humor. Zowel haar ruimtelijk als vlak werk laten de veelzijdigheid van weefkunst zien.
Roos Cox (Lent) begon al met weven toen ze 10 jaar was. Zij heeft weeflessen gevolgd bij Erica de Ruiter aan het Cultureel Centrum de Lindenberg in Nijmegen. Later, tijdens de tweejarige cursus getouwweven in Tilburg, heeft zij haar kennis verder verdiept en gestructureerd. Roos wordt geïnspireerd door bijzondere materialen zoals papier en paardenhaar, die ze het liefst zelf verft. Naast de gebruikelijke garens gebruikt ze ook hennep, vis- en metaaldraad en kerstboomlampjes. In haar weefsels zoekt ze naar ritme, ruimte en beweging.
Werk van Anneke Kersten.
Werk van Anneke Kersten.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur

Bovenste foto: geweven schaal gemaakt door Roos Cox.

Weven 2.0 - Weefwerk ‘Draden in beweging’ van Anneke Kersten.
Weven 2.0 – Weefwerk ‘Draden in beweging’ van Anneke Kersten.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Crinolines & cie, de bourgeoisie in vol ornaat (1850- 1890)

Crinolines et Cie.

Aanvankelijk was de crinoline een onderrok die was verstevigd met paardenhaar (crin, vandaar de Franse naam ‘crinoline’) en baleinen, en daardoor een uiterst stijve structuur had. Naderhand werd de onderrok wijder door het gebruik van concentrische hoepels, eerst van riet en later van metaal.

Japon voor een jongedame, rond 1882.
Japon voor een jongedame, rond 1882.
Dit nieuwe type werd vanaf 1854 industrieel geproduceerd in Engeland en Frankrijk. De dames kregen daarmee meer speelruimte voor hun benen, maar die waren nu soms ook op een ongepaste manier te zien. Voor hun eerbaarheid droegen de dames daarom linnen pantalons, die ze vroeger alleen bij het dansen en het paardrijden aantrokken.
Er bestaan allerlei soorten onderrokken met hoepels, variërend van modellen waar de hoepels zijn verbonden met linten, zodat ze een beweeglijk geheel vormen, tot stoffen onderrokken waar hoepels zijn ingenaaid. Hun vorm evolueerde met de tijd, de mode en de technische innovaties, maar altijd gaven ze het silhouet iets extravagants.
Ghémar L.-J, Eugénie Doche (la Dame aux Camélias), inspirator van A. Dumas 1860-1862 (Eric Van Laethem collectie).
Ghémar L.-J, Eugénie Doche (la Dame aux Camélias), inspirator van A. Dumas 1860-1862 (Eric Van Laethem collectie).
Naar analogie worden zij hoepeljurken genoemd en hebben ze hoepelrokken. Ze worden nog benadrukt door de portretten-visitekaartjes uit Brusselse ateliers. Deze kleine foto’s (6 x 9 cm) die in 1854 een uitvinding waren van André Disden, gaven de bourgeoisie de kans om haar sociale succes in de kijker te plaatsen.
Openingstijden
Maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 14.00 – 17.00 uur
Avondtoilet, 1876.
Avondtoilet, 1876.
Baljurk.
Baljurk.

 

 

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather