Archives

Wonder women – sterke vrouwen in de mode

Iris van Herpen, 'Wilderness Embodied', haute couture collectie winter 2013 - foto Petrovsky & Ramone.

De doorbraak van vrouwelijke modeontwerpers in een mannenwereld

Coco Chanel, 1935 - foto Man Ray.
Coco Chanel, 1935 – foto Man Ray.

‘Dat naaistertje’, zo werd de befaamde Coco Chanel minachtend omschreven door haar tijdgenoot Paul Poiret. Hij viel haar aan op haar vrouw-zijn, maar feitelijk zag hij haar als grote concurrent. Tijden zijn veranderd. Nooit eerder stonden er zoveel vrouwelijke ontwerpers aan het hoofd van een modehuis als momenteel. Een perfect moment voor een tentoonstelling waarin sterke vrouwen in de mode centraal staan. Wonder women, dit voorjaar te zien in het  Modemuseum Hasselt, is de eerste tentoonstelling in de modegeschiedenis die volledig is gewijd aan vrouwelijke ontwerpers.

Dior (Maria Grazia Chiuri), voorjaar-zomer 2017 ready-to-wear en voorjaar-zomer 2017 haute couture - foto Petrovsky & Ramone.
Dior (Maria Grazia Chiuri), voorjaar-zomer 2017 ready-to-wear en voorjaar-zomer 2017 haute couture – foto Petrovsky & Ramone.
Waarin onderscheidt een vrouwelijke modeontwerpster zich?
Ontwerpen zij anders voor vrouwen dan hun mannelijke collega’s? Wat is hun invloed? Wat betekent vrouw-zijn voor hun creaties? En wat is hun visie op mode? In deze tentoonstelling kunt u zelf beoordelen waarin – en óf – een vrouwelijke modeontwerpster zich onderscheidt van haar mannelijke collega’s. Er is werk te zien van Coco Chanel, Jeanne Lanvin, Elsa Schiaparelli, Mary Quant, Vivienne Westwood, Sonia Rykiel, Miuccia Prada, Maria Grazia Chiuri (Dior), Nederlandse grootheden als Fong Leng, Sheila de Vries en Iris van Herpen en vele anderen.
De foto waarop Katherine Hamnett in protestshirt Margareth Thatcher de hand schudt.
De foto waarop Katherine Hamnett in protestshirt Margareth Thatcher de hand schudt.
Politiek activisme in de mode
Maria Grazia Chiuri voor Dior, Miuccia Prada, Vivienne Westwood, Rei Kawakubo (Comme des Garçons), Sarah Burton voor Alexander McQueen en tot voor kort Phoebe Philo voor Céline; stuk voor stuk powervrouwen. Met hun ontwerpen domineren ze de hedendaagse catwalks en sommigen zijn ware voorvechters van de vrouwenrechten of spreken zich expliciet politiek uit.
Zo bestormde Kawakubo in de jaren ’70 de Parijse catwalk met de naam Comme des Garçons, wat letterlijk ‘net als de jongens’ betekent. Westwood is al haar hele carrière politiek geëngageerd en zet zich in voor verschillende politieke overtuigingen en het milieu. Katherine Hamnett gebruikte in de jaren ’80 het T-shirt als medium om zich uit te drukken. De foto waarop zij in protestshirt Margareth Thatcher de hand schudt, is wereldberoemd.
Chiara Ferrangi draagt Dior bij aankomst Dior Haute-Couture show, 2017, Parijs - foto Edward Berthelot.
Chiara Ferrangi draagt Dior bij aankomst Dior Haute-Couture show, 2017, Parijs – foto Edward Berthelot.
Meer recent verwees Maria Grazia Chiuri in haar eerste collectie voor Dior naar een lezing en publicatie van activiste en schrijfster Chimamanda Ngochi Adichie: ‘We Should all be Feminists’. Dit statement drukte zij voor de Spring 2017 collection op T-shirts die werden gedragen bij een op de New Look geïnspireerd ensemble. Ook een jaar later stelde Chiuri een prikkelende vraag via een T-shirtopdruk: ‘Why Are There No Great Women Artists?’ Chiuri zelf geeft aan dat de opkomst van Donald Trump, de women’s protest marches en de #metoo-beweging haar engagement in het publieke debat hebben aangewakkerd. Dat geldt ook voor Angela Missoni (Missoni). Voor haar najaarscollectie 2017 bracht ze zogenaamde ‘pussy hats’, ontworpen als protest tegen Donald Trump, van de straat naar de catwalk.
Mary Katrantzou, collectie zomer 2018 - foto Petrovsky & Ramone.
Mary Katrantzou, collectie zomer 2018 – foto Petrovsky & Ramone.
Givenchy (Clare Waight Keller), ready-to-wear voorjaar-zomer 2018 - foto Petrovsky & Ramone.
Givenchy (Clare Waight Keller), ready-to-wear voorjaar-zomer 2018 – foto Petrovsky & Ramone.
Mode was ooit een mannenwereld
Met zulke krachtige vrouwen die niet alleen prachtige ontwerpen maken, maar ook lef tonen en duidelijke statements niet schuwen, is het nauwelijks nog voor te stellen dat de eerste vrouwelijke ontwerpers zich staande moesten houden in een mannenwereld. Tot aan de afschaffing van de gilden, na de Franse revolutie, was het kleermakersvak een mannenambacht, evenals dat van borduurder en rijglijfmaker. Vrouwen werkten als wollen- of linnennaaisters aan vrouwengarderobes, maakten onderkleding en kinderkleding of mooie decoraties voor japonnen. In de negentiende eeuw werkten steeds meer vrouwen als ‘couturière’, Frans voor ‘naaister’. Er moest echter een man aan te pas komen om het beroep een ‘upgrade’ te geven, want het was de Engelsman Charles Frederick Worth die de term ‘couturier’ in het leven riep. Niet lang daarna volgden vrouwelijke couturiers met een eigen couturehuis, zoals Jeanne Paquin en Jeanne Lanvin en later Gabriëlle ‘Coco’ Chanel, Madeleine Vionnet, Madame Grès (Alix Barton) en Elsa Schiaparelli. Als ware femmes fatales maakten deze dames, als hen dat zo uitkwam, handig gebruik van hun vrouwelijkheid. Zij zetten hun vrouw-zijn in om aan te geven dat alleen zij in staat waren ten volle te begrijpen hoe je het beste een vrouwenlichaam kunt kleden.
Comme des Garçons - foto Petrovsky & Ramone.
Comme des Garçons – foto Petrovsky & Ramone.
Na de Tweede Wereldoorlog verschenen visionaire ontwerpers als Mary Quant, Sonia Rykiel en Barbara Hulanicki (Biba) ten tonele. En ook deze jonge garde had volop aandacht voor vrouwelijkheid en comfort. De wikkeljurk die Diane von Fürstenberg in de jaren ’70 ontwierp lijkt nu zo vanzelfsprekend, maar was destijds een revolutie.
De tentoonstelling ‘Wonder women – Sterke vrouwen in de mode’ bevat werk van een indrukwekkende lijst vrouwelijke (inter)nationale ontwerpers. Naast wereldberoemde namen komen in de tentoonstelling ook vrouwen aan bod die achter de schermen van menig modehuis verstrekkende invloed hebben of hadden, maar compleet onbekend zijn in de modegeschiedenis.
Publicatie
Er verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus (Nederlands- en Engelstalig) bij uitgeverij Waanders & De Kunst met medewerking van modejournalist Georgette Koning (isbn 9789462622098).
De tentoonstelling was eerder te zien in het Haags Gemeentemuseum onder de titel Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Iris van Herpen, ‘Wilderness Embodied’, haute couture collectie winter 2013 – foto Petrovsky & Ramone.

Olsthoorn * Vanderwilt, collectie 2018 - foto Petrovsky & Ramone.
Olsthoorn * Vanderwilt, collectie 2018 – foto Petrovsky & Ramone.
Stella McCartney - foto Petrovsky & Ramone.
Stella McCartney – foto Petrovsky & Ramone.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Christian Dior, designer of dreams

Écarlate middagjurk, herfst-winter 1955 Haute Couture collectie, Y line - foto Laziz Hamani.

De blijvende invloed van Christian Dior op de mode

In februari 2019 opent het Victoria & Albert Museum de meest uitgebreide tentoonstelling die ooit in het Verenigd Koninkrijk over het modehuis Dior is gehouden. Een periode overbruggend van 1947 tot heden, toont ‘Christian Dior: Designer of Dreams’ de geschiedenis en impact van één van de meest invloedrijke couturiers uit de 20ste eeuw, Christian Dior, en de zes artistiek directeuren die hem hebben opgevolgd, om zo de blijvende invloed van het modehuis te laten zien.

Christian Dior met model Sylvie, circa 1948.
Christian Dior met model Sylvie, circa 1948.
Christian Dior en Groot-Brittannië
Gebaseerd op de tentoonstelling ‘Christian Dior: Couturier du Rêve’, georganiseerd door het Musée des Arts Décoratifs in Parijs, is de tentoonstelling opnieuw vormgegeven voor het Victoria & Albert Museum (V&A). Een aan de tentoonstelling toegevoegd deel laat voor het eerst de fascinatie van de ontwerper voor de Britse cultuur zien. Dior bewonderde de grootsheid van de grote landhuizen en tuinen van Groot-Brittannië, evenals de Britse oceaanschepen, waaronder de Queen Mary. Hij had ook een voorkeur voor Savile Row-maatpakken. In 1947 organiseerde hij zijn eerste Britse modeshow in het Savoy Hotel in Londen en in 1952 richtte hij Christian Dior Londen op.
Deze tentoonstelling onderzoekt de creatieve samenwerking van Dior met invloedrijke Britse fabrikanten en zijn meest opmerkelijke Britse klanten, van auteur Nancy Mitford tot balletdanseres Margot Fonteyn. Een hoogtepunt is de Christian Dior-jurk, gedragen door prinses Margaret voor haar 21ste verjaardagsfeest, in bruikleen van het Museum of London. Het laat ook de spectaculaire modeshows van Dior herleven die gehouden werden in de meest luxueuze paleizen van het Verenigd Koninkrijk, waaronder Blenheim Palace in 1954.
Prinses Margaret van Engeland (1930-2002) - foto Cecil Beaton (1904-80), Londen, GB, 1951.
Prinses Margaret van Engeland (1930-2002) – foto Cecil Beaton (1904-80), Londen, GB, 1951.
Schets van Christian Dior voor model Londres, herfst-winter 1950 Haute Couture collectie.
Schets van Christian Dior voor model Londres, herfst-winter 1950 Haute Couture collectie.
Meer dan tweehonderd Haute Couture-kledingstukken
Ontleend aan de uitgebreide Dior-archieven toont de tentoonstelling ook hoogtepunten uit de Couture-collecties van wereldklasse, waaronder de iconische Bar Suit, in 1960 door het Huis van Dior aan het museum geschonken. De tentoonstelling presenteert meer dan vijfhonderd objecten met meer dan tweehonderd zeldzame Haute Couture-kledingstukken, naast accessoires, modefotografie, film, parfum, make-up, illustraties, tijdschriften en de persoonlijke bezittingen van Christian Dior.
De tentoonstelling belicht Dior’s visie op vrouwelijkheid, zowel op het gebied van kleding, accessoires als geuren. Bloemen zijn typerend voor het modehuis en hebben het silhouet, borduurwerk en stofbedrukking geïnspireerd, maar ook de lancering van Miss Dior in 1947, de eerste geur gecreëerd naast de eerste show.
Iedere opvolger heeft zijn eigen interpretatie
Van tuinbouw tot wereldwijde reizen en decoratieve kunst uit de 18de eeuw, de show onthult de inspiratiebronnen die de esthetiek van het huis van Dior hebben bepaald. Van de gewaagde ontwerpen van Yves Saint Laurent tot de rationele stijl van Marc Bohan, de flamboyance van Gianfranco Ferré, de uitbundigheid van John Galliano, het minimalisme van Raf Simons en de feministische visie van Maria Grazia Chiuri over mode, de tentoonstelling laat zien hoe elk opeenvolgend artistiek directeur trouw is gebleven aan Dior’s visie op Haute Couture, terwijl hij zijn eigen creatieve gevoel aan het Huis gaf.
John Galliano voor Christian Dior, Haute Couture, herfst-winter 2004 - foto Laziz Hamani.
John Galliano voor Christian Dior, Haute Couture, herfst-winter 2004 – foto Laziz Hamani.
Christian Dior's 'bar suit' 1947 - foto Willy Maywald.
Christian Dior’s ‘bar suit’ 1947 – foto Willy Maywald.
Tim Reeve, adjunct-directeur van het V&A, vertelt: “’Christian Dior: Designer of Dreams’ eert een van de meest ingenieuze en iconische ontwerpers in de modegeschiedenis. Deze enorm populaire tentoonstelling uit Parijs, die de grootste modetentoonstelling is die het V&A sinds Alexander McQueen organiseert, zal een nieuw licht werpen op de fascinatie van Dior voor Groot-Brittannië. Het V&A bezit een van de grootste en belangrijkste modecollecties ter wereld en we zijn verheugd dat we voor deze spectaculaire tentoonstelling hoogtepunten uit onze toonaangevende collectie kunnen onthullen naast die van het opmerkelijke archief van het Huis van Dior.”
Herdefiniëring van het vrouwelijk silhouet
Oriole Cullen, mode- en textielcurator bij het V&A: “In 1947 veranderde Christian Dior het gezicht van de mode met zijn ‘new look’, die het vrouwelijke silhouet opnieuw definieerde en de naoorlogse Parijse mode-industrie nieuw leven in blies.
Vestiging van Christian Dior, Avenue Montaigne 30, Parijs, circa 1947.
Vestiging van Christian Dior, Avenue Montaigne 30, Parijs, circa 1947.
Het erkende de belangrijke bijdrage van Dior aan de geschiedenis van het modeontwerp al vroeg in zijn carrière en verwierf vanaf de jaren vijftig zijn schetsen en kledingstukken. De invloed van Christian Dior’s ontwerpstijl was allesdoordringend en hielp om een tijdperk te definiëren. Op hun eigen manier heeft elk van de opeenvolgende artistieke directeuren van Dior aan de ontwerpen van Dior gerefereerd en deze geherinterpreteerd en de erfenis van de oprichter voortgezet, zo ervoor zorgend dat het Huis van Christian Dior in de voorhoede staat van de mode van vandaag. Meer dan zeventig jaar na de oprichting zal deze V&A-tentoonstelling de blijvende invloed van het Huis van Dior eren en de relatie van Dior met Groot-Brittannië helpen ontdekken.”
Openingstijden
Dagelijks 10.00 – 17.45 uur
Vrijdag 10.00 – 22.00 uur

Bovenste foto: Écarlate middagjurk, herfst-winter 1955 Haute Couture collectie, Y line – foto Laziz Hamani.

Pérou korte avondjurk, herfst-winter 1954 Haute Couture collectie, H line - foto Laziz Hamani.
Pérou korte avondjurk, herfst-winter 1954 Haute Couture collectie, H line – foto Laziz Hamani.
Christian Dior (1905–57), Avril, jurk, Haute Couture, lente-zomer 1955, A Line - foto Laziz Hamani.
Christian Dior (1905–57), Avril, jurk, Haute Couture, lente-zomer 1955, A Line – foto Laziz Hamani.
Christian Dior met model Lucky, circa 1955.
Christian Dior met model Lucky, circa 1955.

 

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Contemporary fashion

Overzichtsfoto van de tentoonstelling met traditioneel en hedendaags ontwerp, het laatste van Alexander van Slobbe - foto Marieke Bosma.

Traditionele klederdracht met een moderne interpretatie

Hedendaagse ontwerpers beschouwen traditionele ambachten en handwerktechnieken uit de klederdracht nog steeds als inspiratiebron van waaruit nieuwe en frisse ideeën ontwikkeld kunnen worden. Ze geven een nieuw ontwerpstuk identiteit en traditionele kwaliteit. In de tentoonstelling Contemporary Fashion toont Het Klederdrachtmuseum hoe hedendaagse ontwerpers inspiratie hebben geput uit traditionele klederdracht.

Ontwerp van Bas Kosters naast een traditioneel kostuum uit Marken - foto Marieke Bosma.
Ontwerp van Bas Kosters naast een traditioneel kostuum uit Marken – foto Marieke Bosma.
Nederlandse modeontwerpers zoals onder andere Tess van Zalinge, Bas Kosters, Kasper Jongejan, David Laport, Meeta Mastani en Marlies Vissers, Elke Wierenga en Walter van Beirendonck (België) hebben ontwerpen uit hun collectie beschikbaar gesteld aan Het Klederdrachtmuseum. Aangevuld met bijzondere bruiklenen van onder andere Alexander van Slobbe, Viktor & Rolf, Mattijs van Bergen, Elisabeth van der Helm en Antoine Peters uit de collecties van het Zuiderzee museum (expositie ‘Gejaagd door de wind’) en het Zeeuws museum (expositie ‘Handwerk’) werd een unieke tentoonstelling samengesteld waar de hedendaagse ontwerpen te zien zijn naast de traditionele kostuums waarop het is geïnspireerd.
Pronkzucht 
In de Nederlandse klederdracht golden strikte sociale regels: men moest zich kleden volgens stand, beroep en burgerlijke staat. Toch was er ook ruimte voor individuele variatie. Via handwerk, borduursels en variaties in stof kon men de beuk, de kraplap en andere onderdelen van het kostuum toch een uniek en persoonlijk karakter meegeven. Het ging er dan vooral om wie er bijvoorbeeld de mooiste kraplap kon maken of de grootste muts; anderen deden dat weer na. Pronkzucht was een grote aanjager binnen de ontwikkeling van de Nederlandse klederdracht.
Drie voorbeelden van ontwerpen van Alexander van Slobbe - foto Marieke Bosma.
Drie voorbeelden van ontwerpen van Alexander van Slobbe – foto Marieke Bosma.
Jasje met Staphorster stipwerk, ontwerp van Walter Van Beirendonck - foto Marieke Bosma.
Jasje met Staphorster stipwerk, ontwerp van Walter Van Beirendonck – foto Marieke Bosma.
Internationale invloed
Opvallend in de klederdrachten is het gebruik van kleurrijke sitsen stoffen die via de handel uit India en via de VOC in de Nederlandse klederdracht terecht kwamen. Zo werd de klederdracht een symbool van behoud en bescherming van de eigen cultuur en tradities. Nederland liet zien dat zij een wereldse natie was, waar men open stond voor invloeden van buitenaf door bijvoorbeeld het gebruik van borduursels uit Scandinavië (zoals in Marken).
Het teruggaan naar eeuwenoude tradities van specifieke stofbedrukking en textielbewerkingen zien we ook al jaren terug bij veel ontwerpers die in Parijs showen. Zo werkte bijvoorbeeld Walter van Beirendonck en John Galliano van Huize Margiela beide met de Staphorst Stipwerk-techniek waarmee zij de stoffen van hun herencollecties lieten bedrukken door Gerard van Oosten. David Laport laat in een witte plooien jurk heel mooi zijn Zeeuwse roots terugkomen waarbij een duidelijke inspiratie van de Zeeuwse kappen terug te zien is.
De inrichting van de expositie en de catalogus is verzorgd door studenten van Nimeto, MBO vakonderwijs voor creatieve ruimtelijke inrichting.
Geherinterpreteerde mutsen van Elizabeth van der Helm - foto Marieke Bosma.
Geherinterpreteerde mutsen van Elizabeth van der Helm – foto Marieke Bosma.
Ontwerp Tess van Zalinge - foto Tomek Dersu
Ontwerp Tess van Zalinge – foto Tomek Dersu
Het Klederdrachtmuseum
Het museum is gevestigd in een 17de-eeuws grachtenpand in het centrum van Amsterdam. In zeven kamers verrast het museum u met een explosie van kleuren, stijlen en designs van Nederlandse klederdrachten. Omdat klederdracht op korte termijn uit het straatbeeld verdwijnt en het aantal dragers afneemt, ziet het museum het als haar taak om dit zoveel mogelijk te behouden en beheren om zo niet ook de kennis, ambachten, technieken en de verhalen verloren te laten gaan.
Openingstijden
Maandag t/m zondag 10.00 – 18.00 uur

Bovenste foto: Overzichtsfoto van de tentoonstelling met traditioneel en hedendaags ontwerp, het laatste van Alexander van Slobbe – foto Marieke Bosma.

Drie voorbeelden van ontwerpen van Alexander van Slobbe - foto Marieke Bosma.
Drie voorbeelden van ontwerpen van Alexander van Slobbe – foto Marieke Bosma.
Klompen, maar dan anders, ontwerp Viktor&Rolf.
Klompen, maar dan anders, ontwerp Viktor&Rolf.
Drie ontwerpen van Tess van Zalinge - foto Marieke Bosma.
Drie ontwerpen van Tess van Zalinge – foto Marieke Bosma.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Mata Hari – Lady of Fashion

Mode uit de jaren 1900-1930

In Museum Pakhuis Koophandel in Leeuwarden vindt momenteel een tentoonstelling plaats over Mata Hari, exotisch danseres en vermeend spionne uit het begin van de vorige eeuw, en de mode in de jaren 1900-1930. Naar aanleiding van het herdenkingsjaar van haar executie (in 1917) zien we in deze expositie eens een keer een andere kant van Mata Hari. Door de grote belangstelling is de tentoonstelling verlengd tot 30 april 2019.

Mata Hari op het schip Hollandia onderweg naar Engeland, september 1916.
Mata Hari op het schip Hollandia onderweg naar Engeland, september 1916.
Mata Hari als modekoningin
Dankzij portretten en afbeeldingen in modetijdschriften weten we hoe Mata Hari (in 1876 in Leeuwarden geboren als Margaretha Geertruida Zelle) zich kleedde. Tot aan het einde van haar leven ging Mata Hari goed en volgens de laatste mode gekleed. Veel van haar verdiende geld werd uitgegeven aan peperdure jurken. We weten dat zij een omvangrijke garderobe moet hebben gehad, want als zij in september 1916 op doorreis naar Nederland in Falmouth, Engeland aangehouden wordt voor spionage wordt haar bagage onderzocht. Deze bestond uit tien hutkoffers. Men spreekt over een zeer professionele garderobe met meerdere jurken, waaiers, schoenen, bontstola’s en sieraden.
Mata Hari als covermodel van het tijdschrift Nouvelle Mode.
Mata Hari als covermodel van het tijdschrift Nouvelle Mode.
In haar beginperiode heeft zij geprobeerd om als mannequin aan de slag te gaan. Zo zou zij waarschijnlijk gewerkt hebben als mannequin voor het modehuis Hirsch & Cie te Amsterdam. Zeker is dat zij later klant was van dit modehuis, waar ook de koninginnen Emma, Wilhelmina en Juliana hun kleding kochten. Het modehuis Hirsch introduceerde als eerste haute couture naar Frans voorbeeld in Nederland. Hirsch & Cie heeft bestaan van 1882 tot 1976 en was gevestigd aan het Leidseplein in Amsterdam, waar het prachtige Hirschgebouw nog steeds staat.
Foto van het interieur van modehuis Hirsch & Cie.
Foto van het interieur van modehuis Hirsch & Cie.
Mata Hari gekleed in kleding van het modehuis Hirsch, geschilderd door Isaac Israëls (Kröller-Müller Museum).
Mata Hari gekleed in kleding van het modehuis Hirsch, geschilderd door Isaac Israëls (Kröller-Müller Museum).
Van Isaac Israëls bestaat een schilderij waarop Mata Hari geschilderd is met kleding van het modehuis Hirsch aan. Margaretha Zelle, dochter van een winkelier in hoeden, werd als klein meisje al gezien in prachtige jurkjes en zo werd zij later naast de bekende danseres Mata Hari ook een ‘lady of fashion’. Zelfs op de dag van haar executie, 15 oktober 1917, zorgde zij ervoor goed gekleed te gaan. Zij droeg een grijze, zijden japon, kostbaar bont om de schouders, opengewerkte kousen en een parelketting om haar hals. Mata Hari, de Lady of Fashion, stierf in stijl.
Modebeeld uit de periode 1900-1930
Het modebeeld van 1900 – 1920 laat kleding zien met lange rokken, gedragen met hooggesloten blouses. Natuurlijk kon het korset met walvisbaleinen niet ontbreken. Na 1920 verandert dit modebeeld sterk. De roklengte kwam nu halverwege de kuit. De taille was laag en avondjurken hadden vaak een blote rug. Het silhouet werd slank en jongensachtig, het haar werd kort geknipt. De bekende pothoed maakt het beeld helemaal af om die typische jaren ’20 look te krijgen. En het korset verdween.
Mata Hari in 1914.
Mata Hari in 1914.
Mata Hari in een jurk van Buzenet, 1910.
Mata Hari in een jurk van Buzenet, 1910.
Uit deze latere periode zullen naast kleding ook enkele tassen, toebehorend aan de dochter van Mata Hari, Non MacLeod, te zien zijn.
Openingstijden
Woensdag t/m zondag 13.00 – 17.00 uur
In januari alleen op zondag
Mata Hari als exotisch danseres (foto ingekleurd door Klimbim).
Mata Hari als exotisch danseres (foto ingekleurd door Klimbim).
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Across Japan

De wisselwerking tussen Japanse en westerse mode

Dit jaar bestaat de Japanse Tuin in Hasselt 25 jaar. Ter gelegenheid hiervan wordt in Hasselt aandacht besteed aan diverse aspecten van de Japanse cultuur. Het Modemuseum Hasselt toont in een grote tentoonstelling de wisselwerking tussen de Japanse en westerse mode.

Undercover door Jun Takahashi, lente/zomer 2005 – foto EtienneTordoir.
Modemuseum Hasselt toont het sterke merk, dat de Japanse mode sinds de vroege jaren ’80 geworden is. Ze zet de toon voor modetrends wereldwijd, in streetwear en couture. De collecties van de Japanse ontwerpers Yohji Yamamoto en Rei Kawakubo in Parijs in de vroege jaren ’80 vormen een keerpunt in de geschiedenis. Met hun rafelige, loszittende en gescheurde zwarte ontwerpen schudden ze de kledingindustrie grondig door elkaar en introduceren ze een totaal nieuw modeconcept. Het Westen richt de ogen op Japan en pikt een oude, interculturele dialoog opnieuw op.
Impact op de westerse mode
Karolien De Clippel, conservator van het Modemuseum Hasselt: ‘In de jaren tachtig van de twintigste eeuw introduceren de Japanse avant-garde ontwerpers intrigerende innovaties met een onmiskenbare impact op de westerse mode. Ze geven een radicaal nieuwe uitdrukking aan creativiteit en dagen gevestigde noties van status en seksualiteit uit. Westerse ontwerpers laten zich niet onbetuigd en antwoorden hierop met eigen interpretaties van de ‘Japanse’ esthetiek.’
Vijf thema’s
De klemtoon van de expositie ligt voornamelijk op de mode van de laatste vijfendertig jaar, maar er is ook aandacht voor de historische context. De fascinatie voor Japan in het Westen is niets nieuws en kent een lange traditie die teruggaat tot de 17de eeuw. ‘Across Japan’ exploreert deze unieke kruisbestuiving tussen Japanse en westerse mode aan de hand van vijf thema’s:
Dit herkennen wij direct als typisch Japans.
Dit herkennen wij direct als typisch Japans.
Japonisme
Dit onderdeel toont de invloed van de Japanse mode en esthetiek op de westerse mode door de eeuwen heen. Het verhaal start rond 1850, wanneer Japan na een lange periode van isolatie opengesteld wordt voor de internationale handel en exclusief voor de westerse markt vervaardigde kamerjassen exporteert. Vanaf dan kijkt het Westen geregeld naar Japan voor inspiratie. Stofmotieven, materialen en snit van Japanse kleding worden geïntegreerd in de heersende mode en verbonden met bepaalde historische gebeurtenissen die een bijzondere aandacht voor Japan stimuleren.
De echte doorbraak komt er met de wereldtentoonstelling van 1862 in Londen en 1867 in Parijs, waar ook Japanse kleding en accessoires zoals kimono’s, waaiers en parasols te zien zijn die meteen hebbedingen en inspiratiebronnen worden voor westerse ontwerpers en hun publiek. In 1910 wakkert de Anglo-Japanse tentoonstelling in Londen de voorliefde voor Japanse kimono’s en stoffen aan. De rechte snit van de fameuze flapperjurken uit de jaren twintig zou zelfs teruggaan naar de kimonosnit. Ook in de decennia erna blijven westerse ontwerpers zoals Madeleine Vionnet, Balenciaga en Gernreich zich graag laven aan Japan.
Comme des Garçons door Rei Kawakubo, lente/zomer 2014 - foto Etienne Tordoir.
Comme des Garçons door Rei Kawakubo, lente/zomer 2014 – foto Etienne Tordoir.
Wabi-sabi, het imperfecte
In het begin van de jaren 1980 krijgt de wisselwerking tussen het Westen en Japan een nieuwe invulling. De impact van Rei Kawakubo en Yohji Yamamoto op een nieuwe westerse stijl met wortels in de Japanse cultuur is groot. Zij verrassen met hun Japanse esthetiek van ‘wabi-sabi’. Deze visie op schoonheid gaat uit van het imperfecte, onafgewerkte en vergankelijke en vindt beslag in de zogenaamde beggarlook: armzalige, asymmetrische, losse silhouetten met gaten in monochroom zwart (en ook wit).
Deze radicale visie rekent af met het westerse schoonheidsideaal dat staat voor aansluitend, afgewerkt en rijkelijk versierd. Bijkomende terugkerende elementen van deze nieuwe schoonheid zijn de bulten en gedrochtelijke vormen, de gedeconstructiveerde patronen en het binnenstebuiten-effect. De deconstructivistische ontwerpen van Martin Margiela en de zwarte, geraffineerde looks van Ann Demeulemeester zijn mooie illustraties van deze kruisbestuiving.
Ma: ‘ruim in de jas’
‘Ma’ is het Japanse woord voor ‘ruimte tussen twee structurele delen’. In de context van mode verwijst het naar de ruimte tussen kledingstuk en lichaam, van de schouders tot op de voeten. In tegenstelling tot het Westen waar kleding traditioneel strak zit als een tweede huid, creëert Japan een extra dimensie, die bevrijdend is. Denk maar aan de kimono. Kenmerken als oversized, vlakke snit, genderneutraliteit en vervagende grenzen tussen man en vrouw zijn allen te relateren aan de invulling van ‘ma’. Mooie voorbeelden hiervan vinden we terug in de ontwerpen van Rei Kawakubo, Yohji Yamamoto, Delpozo en Maison Margiela.
Maison Margiela Artisanal door John Galliano, herfst 2015 couture - foto Paolo Roversi, Vogue Italia.
Maison Margiela Artisanal door John Galliano, herfst 2015 couture – foto Paolo Roversi, Vogue Italia.
Gi-jutsu: technologie
‘Gi-jutsu’ betekent ‘technologie’, ‘techniek’. Van oudsher blinkt Japanse kleding uit in het technische vernuft, uniek materiaalgebruik en bijzondere verftechnieken. In dit deel van de tentoonstelling worden hedendaagse staaltjes getoond van deze technologische virtuositeit, de liefde voor materialen en stoffen, de kleurrijke prints, uitzonderlijke verftechnieken zoals tie-dyeing, revolutionaire constructietechnieken zoals origami; allemaal elementen die onafscheidelijk zijn van de uiteindelijke vorm van het kledingstuk. Heel representatief voor dit deel zijn de techno-couture van Watanabe, Iris van Herpen en Hishinuma, maar ook van Riccardo Tisci voor Givenchy.
Junya Watanabe, Techno-couture collectie, herfst/winter 2000-2001 - foto Etienne Tordoir.
Junya Watanabe, Techno-couture collectie, herfst/winter 2000-2001 – foto Etienne Tordoir.
Kawaii
‘Kawaii’ verwijst naar het erotische, het schattige en het bevreemdende dat typerend is voor de coole Japanse mode sinds de jaren 1990. Sinds omstreeks 2000 is ‘kawaii’ niet langer een exclusief kenmerk van streetwear, maar is het ook een belangrijke bron van inspiratie voor de ‘high couture’, zowel bij Japanse als bij westerse ontwerpers zoals Undercover, Westwood, Bernhard Wilhelm en niet in het minst bij een aanstormend talent als Niels Peeraer.
Kawaii-mode is uniek Japans - foto Tokyo Fashion News.
Kawaii-mode is uniek Japans – foto Tokyo Fashion News.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur

 

Overzichtsfoto van de tentoonstelling.
Overzichtsfoto van de tentoonstelling.
Givenchy haute couture door Riccardo Tisci, lente/zomer 2011 - foto Willy Vanderperre.
Givenchy haute couture door Riccardo Tisci, lente/zomer 2011 – foto Willy Vanderperre.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Shapes of Fashion – Nordic Artwear

Nikoline Liv Andersen, Kun Engle har Vinger - foto Signe Vilstrup.

Kan iemand gekleed gaan in een sculptuur? De tentoonstelling ‘Shapes of Fashion’, deze winter in het Zweeds Textielmuseum in Borås, verkent de grens tussen mode-ontwerp en kunst. Te zien zijn ruim vijftig unieke werkstukken van twaalf Scandinavische mode-ontwerpers die op verschillende manieren de grens verleggen van wat een kledingstuk kan uitdrukken.

Een ontwerp van Pia Wallen.
Een ontwerp van Pia Wallen.
Sprookjesachtige vormen en draagbare beeldhouwwerken
De geselecteerde werkstukken tonen de verschillende benaderingen van het lichaam en draagbaarheid van de twaalf ontwerpers. U ziet hier glinsterende, sprookjesachtige vormen, draagbare beeldhouwwerken en dramatische danskostuums waarin creativiteit de vrije hand krijgt. De met de hand gemaakte kledingstukken zijn geplooid, gebreid, gevilt, met de laser gesneden, geverfd en met de hand genaaid. Als materiaal komt u onder andere textiel, papier, leer, garens, pailletten, veren en kralen tegen. De tentoonstelling beoogt het bestaande beeld van wat een kledingstuk kan zijn wezenlijk te veranderen.
Nikoline Liv Andersen is de ontwerpster van het kostuum dat door de IJslandse zangeres Björk in 2015 op haar tournee gedragen werd.
Nikoline Liv Andersen is de ontwerpster van het kostuum dat door de IJslandse zangeres Björk in 2015 op haar tournee gedragen werd.
Dat mode een creatieve activiteit is met zowel een esthetisch als praktisch perspectief is niet nieuw, maar is een kledingstuk daarmee ook een kunstwerk? In de afgelopen jaren is de grens tussen vluchtige mode en serieuze kunst steeds meer vervaagd en heeft mode een nieuwe status gekregen. Internationaal wordt in alle belangrijke musea (tot het Rijksmuseum aan toe) mode tentoongesteld en deze trekken een groot publiek. Modeshows krijgen veel aandacht en wetenschappelijk onderzoek van de mode tonen het belang ervan aan, variërend van het economisch belang tot aan die in geslachtstheorieën. Mode als concept is ‘en vogue’ en een onderwerp dat serieus wordt genomen.
Cay Bond, curator van Shapes of Fashion.
Cay Bond, curator van Shapes of Fashion.
Kunst op hoog niveau
‘Mode is een expressie van de tijd en vandaag zijn er zoveel spannende nieuwe uitdrukkingsvormen van een nieuwe generatie die experimenteert voor de toekomst. De werken in deze tentoonstelling vertegenwoordigen kunst op een hoog niveau en de makers verdienen aandacht voor hun kennis en artistieke creativiteit’ zegt Cay Bond, curator, trendwatcher en schrijfster. Zij heeft deze twaalf Scandinavische ontwerpers geselecteerd op hun ambitie om in de volle breedte expressie, materiaal, techniek en benadering van het lichaam en draagbaarheid te laten zien. Deze unieke werkstukken zijn met de hand gemaakt, waarbij de vrije expressie centraal stond bij ontwerp en vervaardiging.
Alle getoonde werken op Shapes of Fashion zijn met de hand gemaakt.
Alle getoonde werken op Shapes of Fashion zijn met de hand gemaakt.
In totaal zijn er vijftig werken te zien, waaronder glinsterende sprookjesachtige stukken van Nikoline Liv Andersen, sculpturen van gevouwen papier van Bea Szenfeld, dramatische danskostuums van Astrid Olsson en Lee Cotter, architectonische stukken van Tonje Plur en moderne sjamaankostuums van Elina Määttinen. Verder zijn er nog werkstukken te zien van de Zweedse ontwerpers Augusta Chavarria Persson, WIHLJA (Carolina Rönnberg), Martin Bergström, Pia Wallen en Sandra Backlund, en uit Denemarken Ann-Sofie Madsen en Henrik Vibskov. De meerderheid van de deelnemers is gevestigd ontwerper en internationaal actief.
Sculptuur van gevouwen papier van Bea Szenfeld.
Sculptuur van gevouwen papier van Bea Szenfeld.
Het lichaam krijgt de ruimte en zakelijke mogelijkheden creëren nieuwe concepten. Shapes of Fashion toont een lange traditie van draagbare en verplaatsbare kunst, waar pioniers als Sonia Delaunay de weg hebben gebaand. Op deze tentoonstelling wordt getoond hoe mode, performance art en kunst samengaan en nieuwe innovatieve wegen inslaat.
Openingstijden
Dinsdag, woensdag en vrijdag 12.00 – 17.00 uur
Donderdag 12.00 – 19.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 16.00 uur

Bovenste foto: Nikoline Liv Andersen, ‘Kun Engle har Vinger’ – foto Signe Vilstrup.

Nordic Artwear - WILHJA, ‘Corb’ - foto Henrik Bengtsson.
Nordic Artwear – WILHJA, ‘Corb’ – foto Henrik Bengtsson.
Detail van een ontwerp van Augusta Chavarria Persson.
Detail van een ontwerp van Augusta Chavarria Persson.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Label it: Trademarks in Fashion

Label it

In het kader van de Stadstriënnale Hasselt/Genk, een multidisciplinair kunstenfestival dat kunst, design en mode verenigt, brengt Modemuseum Hasselt van 1 oktober 2016 tot en met 12 februari 2017 ‘Label it: Trademarks in Fashion’. Aan de hand van drie luiken en specifieke case studies verkent deze expo het systeem van trademarks, identiteit en de kopie- en counterfeitindustrie in de mode. De tentoonstelling brengt echter geen louter één op één verhaal van echt en nep, maar gaat dieper in op trademarks als juridische en sociale constructie.

label-it-foto-2Wat maakt een merk? Wat construeert de identiteit van een modehuis? Op deze vragen tracht ‘Label it ‘een antwoord te presenteren aan de hand van topstukken van dito ontwerpers uit de eigen collectie en uit de verzamelingen van nationale en internationale musea en modehuizen.
De oorsprong van het merk in de mode
Het eerste luik van de tentoonstelling heeft een historische focus, waarbij het systeem van kopiëren en licenties onder de loep genomen worden. De basis hiervan gaat terug tot het Parijs van de jaren 1850 en is te danken aan Charles Frederick Worth. Deze beroemde ontwerper wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de haute couture en stond aan de basis van de Chambre Syndicale de la Haute Couture. Deze belangenorganisatie had als doel haar leden en hun creaties te beschermen.
Merklabel van Charles Frederick Worth.
Merklabel van Charles Frederick Worth.
Worth naaide als een van de eerste de naam van zijn modehuis in zijn creaties en presenteerde ontwerpen tijdens modeshows. Dit bracht een niet eerder geziene kopieerindustrie teweeg. In de eerste decennia van de twintigste eeuw bundelden verschillende ontwerpers zoals Madeleine Vionnet, Jacques Doucet, Jeanne Lanvin, Jeanne Paquin en vele anderen hun krachten om zich te beschermen tegen deze illegale praktijken. Tevergeefs echter. Toen ontwerper Paul Poiret rond 1917 een bezoek bracht aan de Verenigde Staten merkte hij tot zijn grote ontsteltenis dat zijn ontwerpen in minder kwalitatieve materialen tegen spotprijzen te koop werden aangeboden.
Het ontstaan van licenties
Er werden ingenieuze licentiesystemen uitgedacht, waarbij de ontwerper toestemming gaf – tegen betaling – om ontwerpen te kopiëren. Schetsen, toiles en patronen werden verkocht aan nationale en internationale handelaars en grootwarenhuizen. België speelde een belangrijke rol in de verspreiding van de laatste modes, die gedicteerd werden door ontwerpers in Parijs, omwille van de geografisch gunstige ligging en taalovereenkomst. In de expositie wordt Belgiës spilfunctie extra in de verf gezet.
Cristobal Balenciaga.
Cristobal Balenciaga.
Het historische verhaal gaat verder met ronkende namen als Chanel in de jaren 20 en Dior en Balenciaga eind jaren 40 – begin jaren 50. Deze drie ontwerpers hadden een geheel persoonlijke en uiteenlopende visie op de kopieerindustrie. Balenciaga bijvoorbeeld weerde alle pers van zijn modeshows en presenteerde later dan de andere grote huizen om illegale praktijken tegen te gaan. We eindigen in de jaren 60 wanneer de modewereld op zijn grondvesten davert door het toenemende belang van de ready-to-wear industrie.
Trademark als sociale constructie
Luik twee van ‘Label it’ bekijkt het systeem van de trademarks als sociale constructie. Hier gaat alle aandacht naar het DNA van modehuizen. Denken we maar aan breigoed bij Christian Wijnants en Missoni, kleurgebruik bij Dries Van Noten en zwarttonen bij Ann Demeulemeester, historische referenties bij Alexander McQueen, Olivier Theyskens en Vivienne Westwood en jeugd bij Raf Simons. In dit onderdeel wordt het belang van de designer voor de identiteit van een merk ook in de verf gezet en specifiek aan de hand van het Maison Margiela.
Het beroemde logo van Louis Vuitton.
Het beroemde logo van Louis Vuitton.
Logohijacking
Logomania en logohijacking vormen het laatste luik van de expo. Hier wordt dieper ingegaan op het gebruik en het kapen van logo’s. Centraal hierbij staan huizen als Louis Vuitton, Hermès en Gucci. Bij logohijacking wordt gekeken naar het hergebruik van logo’s in nieuwe contexten. Bijzonder dankbare voorbeelden leveren het werk van onder meer Raf Simons, Viktor & Rolf, Demna Gvasalia voor Vetements en Balenciaga, en Jeremy Scott voor Moschino.
Hermès-logo.
Hermès-logo.
‘Label it. Trademarks in Fashion’ brengt het bijzondere werk samen van ontwerpers en huizen als Alexander McQueen, Olivier Theyskens, Christian Dior, Louis Vuitton, Hermès, Dries Van Noten, Maison Margiela, Balenciaga, Vetements, Coco Chanel, Moschino, Christian Wijnants, Missoni, Ann Salens, Ann Demeulemeester, Viktor & Rolf en Raf Simons.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Game Changers – het 20ste-eeuwse silhouet heruitgevonden

Issey Miyake, 1990-2015, foto Francis Giacobetti.

De tentoonstelling ‘Game Changers – het 20ste-eeuwse silhouet heruitgevonden’ bekijkt het grensverleggende werk van modeontwerper Cristóbal Balenciaga. Zijn vernieuwende ontwerpen zorgden in het midden van de 20ste eeuw voor het ontstaan van een nieuw silhouet waarbij het lichaam meer bewegingsruimte krijgt en architecturale volumes ontstaan. Samen met de pioniers van de jaren 1920–30 en later ook de ontwerpers uit de jaren 1980–90 zorgde hij voor een alternatief voor het heersende zandlopersilhouet. Deze groep ‘Game Changers’ bekeek de 20ste-eeuwse mode vanuit een nieuw perspectief.

Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Mark Segal, model Monika Sawicka.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Mark Segal, model Monika Sawicka.
Cristobal Balenciaga, herfst-winter 1950, foto Balenciaga Archives.
Cristobal Balenciaga, herfst-winter 1950, foto Balenciaga Archives.
Invloeden uit Japan, zoals de kimono, zorgen aan het begin van de 20ste eeuw voor de bevrijding van de vrouw uit haar nauwe korset. Modeontwerpers zoals Madeleine Vionnet, Paul Poiret, Coco Chanel en Cristóbal Balenciaga geven in de jaren 1920–30 elk op hun manier vorm aan deze vrijheid door zowel technische innovaties als moderne ideeën over vrouwelijkheid. Aan het einde van de 20ste eeuw worden de grenzen van het vrouwelijk silhouet verder afgetast door Japanse en Belgische ontwerpers als Issey Miyake, Yohji Yamamoto, Comme des Garçons, Ann Demeulemeester en Martin Margiela. Zij maken ruimte voor nieuwe vormen en lichaamscontouren en geven een nieuwe invulling aan wat als mode kan beschouwd worden.
Cristóbal Balenciaga (1895–1972).
Cristóbal Balenciaga (1895–1972).
Cristóbal Balenciaga
Centraal in de tentoonstelling staat de Baskische modeontwerper Cristóbal Balenciaga (1895–1972), die als scharnierfiguur tussen beide periodes de architect van de vernieuwing is. Zijn patronen en werk krijgen de hoofdrol. De andere ontwerpers die aan bod komen werkten vergelijkbare radicale ideeën elk op hun eigen manier verder uit en verlegden zo mee de grenzen van het klassieke vrouwelijk silhouet.
Mode wordt op deze manier meer dan een opeenvolging van trends; mode wordt een manier om lichaam, ruimte en beweging vorm te geven. De ‘Body Meets Dress, Dress Meets Body’ collectie uit 1997 van Rei Kawakubo (Comme des Garçons) toont in welke mate deze nieuwe vormtaal een deel is geworden van het modebeeld.
Georgina Godley Sport Couture, herfst-winter 1990, foto Georgina Godley.
Georgina Godley Sport Couture, herfst-winter 1990, foto Georgina Godley.
‘Haute Couture is like an orchestra, whose conductor is Balenciaga. We other couturiers are the musicians and we follow the direction he gives.’ – Christian Dior.
Comme des Garçons, Body meets Dress, Dress meets Body, lente-zomer 1997, foto Yannis Vlamos.
Comme des Garçons, Body meets Dress, Dress meets Body, lente-zomer 1997, foto Yannis Vlamos.
De expo verenigt honderd unieke couture- en prêt-à-porter-silhouetten van onder andere Cristóbal Balenciaga, Paul Poiret, Madeleine Vionnet, Gabrielle Chanel, maar ook Issey Miyake, Ann Demeulemeester, Comme des Garçons, Yohji Yamamoto en Maison Martin Margiela, met bruiklenen van prestigieuze collecties van het museum van het Fashion Institute of Technology in New York, V&A Londen, MUDE Lisboa en het Musée Galliera in Parijs.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 18.00 uur.

 

Issey Miyake, 1990-2015, foto Francis Giacobetti.
Issey Miyake, 1990-2015, foto Francis Giacobetti.
Ann Demeulemeester, lente-zomer 2009, foto Dan en Corinne Lecca.
Ann Demeulemeester, lente-zomer 2009, foto Dan en Corinne Lecca.
Cristobal Balenciaga, herfst-winter 1958, foto Balenciaga Archives.
Cristobal Balenciaga, herfst-winter 1958, foto Balenciaga Archives.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Sophie Delaporte.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Sophie Delaporte.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Mark Segal, model Monika Sawicka.
Comme des Garçons, herfst-winter 2012-13, foto Mark Segal, model Monika Sawicka.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather