Archives

Zo heurt het (niet!): het versleten linnengoed van de barones

Verschillende merken 'SOB' van de linnenuitzet van Wilhelmina Cornelia barones Schimmelpenninck van der Oye uit 1901.

Tentoonstelling over versleten, kapot en gerepareerd linnengoed

Kunsthistorica Sanny de Zoete uit Delft heeft zich gespecialiseerd in antiek linnen damast. Museum het Leids Wevershuis heeft met Sanny de Zoete als gastconservatrice een bijzondere tentoonstelling ingericht over versleten, kapot en gerepareerd linnengoed, die te zien is tot 12 augustus.

Linnengoed is onze ‘derde huid’; we drogen ons er aan af, we slapen er tussen en vroeger aten we van gedekte tafels; ook de gewone man dekte de tafel met een tafellaken. In heden en verleden, hier en nu, ver weg en dichtbij, gebruiken mensen elke dag huishoudtextiel. Helaas raakt deze ‘derde huid’ in de vergetelheid, ons tegenwoordige linnengoed (gemaakt van katoen) is spotgoedkoop en als er een gaatje in verschijnt, gooien we het weg. Dat was heel anders in het verleden; het werd in tijden van schaarste en/of armoede veelvuldig gerepareerd en hersteld. Normaliter werd dat heel mooi gedaan; meisjes leerden al op jonge leeftijd hoe ze hun huishoudtextiel moesten stoppen. In de praktijk gaat het er soms heel anders aan toe en ook dat is op deze tentoonstelling te zien.
Versteld pyjamajasje en wafeldoeken, met trouwfoto Odette Graber en Asueer Jacob baron Schimmelpenninck van der Oye, 7 november 1945.
Versteld pyjamajasje en wafeldoeken, met trouwfoto Odette Graber en Asueer Jacob baron Schimmelpenninck van der Oye, 7 november 1945.
Linnengoed eindeloos verstellen
Sanny de Zoete verzamelt behalve het mooie linnengoed van welgestelde families ook kapot en versleten linnen, want dat vertelt een heel eigen verhaal over duurzaamheid, zuinigheid, en noodzaak. Door deze visie op linnengoed bleef een deel van een adellijke linnenuitzet bewaard met tot op de draad versleten tafellakens, servetten, beddenlakens, slopen, stofdoeken, theedoeken en handdoeken. Het is niet mooi gerepareerd, totaal niet zelfs, het is zo lelijk hersteld dat het ons aller verbazing wekt. Hoe kun je nog een servet gebruiken dat van de stoppen aan elkaar hangt, hoe kun je stof afnemen met een stofdoek waar slierten gerafelde randen aan hangen.
De tentoonstelling wordt om dit versleten linnengoed gebouwd door in stalenboeken te laten zien hoe het linnen er uitzag toen het nog nieuw was. Door stoplappen toe te voegen om te laten zien hoe het wel gerepareerd had moeten worden. Door rekeningen te laten zien hoe duur het linnen vroeger was. In vergelijking met nu: een mooi linnen servet kostte begin 1900 f 4,50, dat was net zo veel als het dagloon van drie dagen van een vrouw die het linnen stopt! Een eenvoudig servet kostte een dagloon van de stopster. Museum het Leids Wevershuis levert, met haar authentieke uitstraling, een ultiem decor voor deze bijzondere expositie.
Sanny de Zoete maakt sinds 1997 tentoonstellingen met musea in binnen- en buitenland over linnengoed. Deze trekken altijd veel publiek en worden goed bezocht. Ze werkte in 2015/2016 mee aan de zeer succesvolle tentoonstelling ‘Nederland dineert’ in het Haags Gemeentemuseum. Het Museum of Fine Arts in Boston kreeg eveneens in 2015/2016 een bruikleen van 17de-eeuws damast voor de tentoonstelling ‘Class distinctions, Dutch painting in the age of Rembrandt and Vermeer’. De Zoete schreef artikelen voor de bijbehorende publicaties. Het Rubenshuis in Antwerpen herbergt een langdurig bruikleen 17de-eeuws linnengoed van De Zoete.
Verstelde kussensloop van Odette Graber (voor 1945).
Verstelde kussensloop van Odette Graber (voor 1945).
Linnengoed van barones Schimmelpenninck van der Oye
‘Ach kind, zo heurt het toch niet,’ zou Wilhelmina Cornelia barones Schimmelpenninck van der Oye-de Beaufort gezegd hebben als ze het verstelde linnengoed van haar schoondochter Odette had gezien. De Zwitserse verpleegster Odette is zuinig, heel zuinig op het weinige linnengoed dat ze heeft als ze op 7 november 1945 trouwt met Asueer Jacob baron Schimmelpenninck van der Oye. Ze leerde hem kennen toen hij in 1937/38 vanwege zijn tuberculose in de Zwitserse Alpen kwam kuren en ze werden verliefd. Maar voordat ze konden trouwen brak de oorlog uit en zo duurde het nog zes jaar voor Odette landt op Schiphol waar Jaap haar opwacht met anjers in zijn hand.
De oorlog is net voorbij, er is gebrek aan alles en zeker ook aan huishoudtextiel. Een linnen uitzet is niet aan de orde. Waarschijnlijk krijgt ze daarom van Wilhelmina lakens, slopen, handdoeken, een paar tafellakens en servetten, alles gemerkt SOB, die nog van Wilhelmina’s eigen linnenuitzet uit 1901 dateren. Samen met het weinige linnen dat Odette van zichzelf heeft en dat gemerkt is met OG (voor Odette Graber) begint Odette een nieuw leven in Nederland. De lakens en slopen slijten en Odette repareert en repareert. Ze zet er lappen op, ze knipt er een versleten stuk af, naait een kantje en een tussenzetsel om de boel weer aan elkaar te krijgen. Ze stikt op de naaimachine de gaten in de slopen van haar schoonmoeder net zo lang heen en weer tot de boel gestopt is, maar o wat doet ze dat lelijk. Het doet pijn aan onze ogen. Ze heeft nooit geleerd hoe ze haar linnengoed moet verstellen en stoppen.
Stalenboeken voor huishoudtextiel met versleten stofdoek van de barones.
Stalenboeken voor huishoudtextiel met versleten stofdoek van de barones.
Het linnengoed vertelt een verhaal
Dat we dit totaal versleten linnen nu kunnen zien, is te danken aan de zorgvuldigheid van haar nicht. Deze zag de ‘schoonheid’ en het verhaal over de noodzakelijke zuinigheid die niet alleen gewone mensen treft, maar ook in adellijke kringen heerste. Ze bewaarde het na de dood van Jaap en Odette en gaf het meer dan twintig jaar geleden aan Sanny de Zoete, want zij verzamelt niet alleen het mooie linnengoed van welgestelde families, maar ook kapot en versleten huishoudtextiel van rijk en arm. De tentoonstelling wordt om dit versleten linnengoed gebouwd door in stalenboeken te laten zien hoe het linnen er uitzag toen het nog nieuw was. Door stop- en verstellappen toe te voegen, want: zo heurt het wel! Wilhelmina’s linnenuitzet uit 1901 was van een prachtige kwaliteit linnen en zal zeker meer gekost hebben dan het jaarloon van f 425,00 dat sigarenmaker Leendert Kos verdiende, die in 1900 in het wevershuis woonde.
Interieur van het Wevershuis.
Interieur van het Wevershuis.
In Museum Het Leids Wevershuis wordt nooit de pronkzucht van de rijken verteld. Hier is de geschiedenis van de armen zichtbaar; in de muren zitten scheuren, achter het behang komt de jute onderlaag tevoorschijn, in het gangetje en de voorkamer is het ijzig koud. Uit de enige kraan in het huis komt alleen koud water. In dit huis zullen vroeger ook de lakens versteld zijn, de handdoeken gestopt. Maar ze bleven niet bewaard. Dit wevershuis, waar weefsters nog elke dag weven, vormt met haar authentieke uitstraling, een ultiem decor voor deze bijzondere expositie. Hier ontmoeten armoede en zuinigheid elkaar en vertellen samen het verhaal van een tijd waarin linnengoed, onze derde huid, een belangrijke plaats in het leven van arm en rijk innam.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur
Rondleidingen
Op vrijdag 25, zaterdag 26 mei en vrijdag 22 en zaterdag 23 juni van 11.00 -12.00 uur verzorgt Sanne de Zoete rondleidingen met de uitleg en bijzondere verhalen rond het tentoongestelde linnengoed. Een rondleiding kost € 7,50 per persoon, inschrijven kunt u hier.

Alle hier afgebeelde foto’s: Collectie Sanny de Zoete, Delft. Bovenste foto: Verschillende merken ‘SOB’ van de linnenuitzet van Wilhelmina Cornelia barones Schimmelpenninck van der Oye uit 1901.

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Aan boord – Linnengoed voor de grote vaart, 1900-1970

Textielmuseum - tafellaken Rotterdamsche Lloyd (RL) met werkschrift fa. Elias - damastgeweven linnen door J. Elias Textielfabrieken - foto Joep Vogels

Met een rijke keuze aan tafeldamast en ander huishoudtextiel wordt in ‘Aan boord – Linnengoed voor de grote vaart’ een beeld geschetst van het linnengoed aan boord van de grote passagiersschepen van circa 1900 tot 1970. Het werd speciaal voor Nederlandse rederijen als de Holland-Amerika Lijn of de Koninklijke Hollandsche Lloyd ontworpen. De tentoonstelling toont tafeldamast uit de collectie van het TextielMuseum en serviesgoed, geïllustreerde brochures en een bijzonder scheepsmodel uit de collecties van Het Scheepvaartmuseum Amsterdam en het Maritiem Museum Rotterdam.

Linnengoed voor de grote vaart
In het eerste kwart van de 20ste eeuw groeit de passagiers- en vrachtvaart wereldwijd explosief. Nederlandse rederijen, zoals de Holland-Amerika Lijn of de Koninklijke Hollandsche Lloyd, exploiteren een netwerk van lijndiensten: van China en Japan tot Afrika en Zuid-Amerika. De schepen worden ruimer en comfortabeler. Vooral voor de 1ste klasse komen er grote en luxueuze ruimtes: een rook-, muziek- en damessalon, conversatie- en eetzalen. De versiering van het interieur krijgt steeds meer aandacht. Kunstenaars worden ingeschakeld om meubels, wanden, vloeren én linnengoed te ontwerpen. In de tentoonstelling ‘Aan boord’, toont het TextielMuseum tafeldamast en ander linnengoed met fraaie, op de scheepvaart toegesneden patronen.
Textielmuseum - tafellaken Koninklijke Hollandsche Lloyd 1929 - damastgeweven linnen - foto Joep Vogels
Tafellaken Koninklijke Hollandsche Lloyd 1929 – damastgeweven linnen – foto Joep Vogels
Van tafellaken tot closetdoek
Dineren in de 1ste klasse vindt vanzelfsprekend plaats aan met damast gedekte tafels. De Nederlandse linnenweverijen leverden in de periode 1900 tot 1970 duizenden tafellakens, servetten, vingerdoekjes, maar ook droogdoeken in allerlei vormen. Thee-, closet- en werkdoeken: alles wordt voorzien van een passend patroon of logo van de rederij. De ‘moderne’ vormgeving doet in het eerste kwart van de 20ste eeuw zijn intrede. Geen kopieën meer van historische patronen, maar textieldessins in de stijl van de art nouveau. Theo Nieuwenhuis ontwerpt in 1938 voor de KNSM (Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij) damast in art nouveau stijl; met driemaster, inktvissen en schelpen.
Zijn tijdgenoot Chris Lebeau tekent een damastpatroon met gestileerde meeuwen voor de KPM (Koninklijke Paketvaart Maatschappij). De Holland-Amerika Lijn houdt het meer ingetogen en toont meestal slechts haar logo in de stijl van de nieuwe zakelijkheid. Na de Tweede Wereldoorlog wordt er aan de vormgeving van het scheepslinnengoed minder aandacht besteed. Het passagiersvervoer loopt terug en de bestellingen bij de linnenweverijen nemen geleidelijk af, totdat omstreeks 1970 voor vele fabrieken het doek valt. Dit luidt het einde in van de productie van linnengoed in Nederland.
De tentoonstelling is opgesteld in de Damastweverij, waar authentieke 19de eeuwse jacquardgetouwen staan opgesteld waar vroeger damast op werd geweven. Een film uit 1935, waar zelfs Chris Lebeau in te zien is, toont hoe dat gebeurde bij de NV Linnenfabrieken van Dissel & Zonen in Eindhoven.
Textielmuseum - 19de eeuwse jacquardweefgetouw - foto Tommy de Lange
19de eeuwse jacquardweefgetouw – foto Tommy de Lange
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather