Archives

Mata Hari – Lady of Fashion

Mode uit de jaren 1900-1930

In Museum Pakhuis Koophandel in Leeuwarden vindt momenteel een tentoonstelling plaats over Mata Hari, exotisch danseres en vermeend spionne uit het begin van de vorige eeuw, en de mode in de jaren 1900-1930. Naar aanleiding van het herdenkingsjaar van haar executie (in 1917) zien we in deze expositie eens een keer een andere kant van Mata Hari. Door de grote belangstelling is de tentoonstelling verlengd tot 30 april 2019.

Mata Hari op het schip Hollandia onderweg naar Engeland, september 1916.
Mata Hari op het schip Hollandia onderweg naar Engeland, september 1916.
Mata Hari als modekoningin
Dankzij portretten en afbeeldingen in modetijdschriften weten we hoe Mata Hari (in 1876 in Leeuwarden geboren als Margaretha Geertruida Zelle) zich kleedde. Tot aan het einde van haar leven ging Mata Hari goed en volgens de laatste mode gekleed. Veel van haar verdiende geld werd uitgegeven aan peperdure jurken. We weten dat zij een omvangrijke garderobe moet hebben gehad, want als zij in september 1916 op doorreis naar Nederland in Falmouth, Engeland aangehouden wordt voor spionage wordt haar bagage onderzocht. Deze bestond uit tien hutkoffers. Men spreekt over een zeer professionele garderobe met meerdere jurken, waaiers, schoenen, bontstola’s en sieraden.
Mata Hari als covermodel van het tijdschrift Nouvelle Mode.
Mata Hari als covermodel van het tijdschrift Nouvelle Mode.
In haar beginperiode heeft zij geprobeerd om als mannequin aan de slag te gaan. Zo zou zij waarschijnlijk gewerkt hebben als mannequin voor het modehuis Hirsch & Cie te Amsterdam. Zeker is dat zij later klant was van dit modehuis, waar ook de koninginnen Emma, Wilhelmina en Juliana hun kleding kochten. Het modehuis Hirsch introduceerde als eerste haute couture naar Frans voorbeeld in Nederland. Hirsch & Cie heeft bestaan van 1882 tot 1976 en was gevestigd aan het Leidseplein in Amsterdam, waar het prachtige Hirschgebouw nog steeds staat.
Foto van het interieur van modehuis Hirsch & Cie.
Foto van het interieur van modehuis Hirsch & Cie.
Mata Hari gekleed in kleding van het modehuis Hirsch, geschilderd door Isaac Israëls (Kröller-Müller Museum).
Mata Hari gekleed in kleding van het modehuis Hirsch, geschilderd door Isaac Israëls (Kröller-Müller Museum).
Van Isaac Israëls bestaat een schilderij waarop Mata Hari geschilderd is met kleding van het modehuis Hirsch aan. Margaretha Zelle, dochter van een winkelier in hoeden, werd als klein meisje al gezien in prachtige jurkjes en zo werd zij later naast de bekende danseres Mata Hari ook een ‘lady of fashion’. Zelfs op de dag van haar executie, 15 oktober 1917, zorgde zij ervoor goed gekleed te gaan. Zij droeg een grijze, zijden japon, kostbaar bont om de schouders, opengewerkte kousen en een parelketting om haar hals. Mata Hari, de Lady of Fashion, stierf in stijl.
Modebeeld uit de periode 1900-1930
Het modebeeld van 1900 – 1920 laat kleding zien met lange rokken, gedragen met hooggesloten blouses. Natuurlijk kon het korset met walvisbaleinen niet ontbreken. Na 1920 verandert dit modebeeld sterk. De roklengte kwam nu halverwege de kuit. De taille was laag en avondjurken hadden vaak een blote rug. Het silhouet werd slank en jongensachtig, het haar werd kort geknipt. De bekende pothoed maakt het beeld helemaal af om die typische jaren ’20 look te krijgen. En het korset verdween.
Mata Hari in 1914.
Mata Hari in 1914.
Mata Hari in een jurk van Buzenet, 1910.
Mata Hari in een jurk van Buzenet, 1910.
Uit deze latere periode zullen naast kleding ook enkele tassen, toebehorend aan de dochter van Mata Hari, Non MacLeod, te zien zijn.
Openingstijden
Woensdag t/m zondag 13.00 – 17.00 uur
In januari alleen op zondag
Mata Hari als exotisch danseres (foto ingekleurd door Klimbim).
Mata Hari als exotisch danseres (foto ingekleurd door Klimbim).
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Sits, katoen in bloei

Zonnehoed met sitsen voering, geknipt uit een grote palempore met een bloeiende boom. India circa 1730 - foto Fotostudio Noorderblik.

Glanzende gebloemde katoen uit India, hier gebracht door de VOC

Sits (ook bekend onder de Engelse naam chintz) is een glanzende katoenen stof, versierd met handgeschilderde bloempatronen, afkomstig uit India. De stof werd vanaf 1602 geïntroduceerd in Europa door zeelieden van de VOC, die de sits meebrachten op de terugreis van de Oost. Het Fries Museum te Leeuwarden heeft een van de grootste collecties oude sitsen en heeft nu een speciale tentoonstelling gewijd aan deze bijzondere textielvorm.

Sitsen vrouwenjak, met dubbele vestpandjes en sitsen vrouwenrok met grote motieven, gedragen circa 1765 - foto Fotostudio Noorderblik.
Sitsen vrouwenjak, met dubbele vestpandjes en sitsen vrouwenrok met grote motieven, gedragen circa 1765 – foto Fotostudio Noorderblik.
Van India naar Europa
De eerste kennismaking van Europeanen met sits ontstond doordat de Portugezen deze meebrachten uit India. Het was meteen een sensatie, want de katoenen sits was veel zachter en soepeler dan de tot dan in Europa gangbare linnen en wollen stoffen. De naam ‘sits’ en het Engelse ‘chintz’ komt voort uit het Perzische ‘chitta’, dat ‘bedrukt’ betekent. Voor de goedkopere sits uit India werden de contouren van de patronen namelijk bedrukt met blokstempels.
Sits werd al lange tijd in het oosten gebruikt als ruilmiddel tegen bijvoorbeeld specerijen. De Indiase producenten pasten daarom hun motieven aan voor de diverse markten, zoals China, Indonesië tot zelfs Egypte aan toe. De VOC nam in eerste instantie de sits van India mee naar het tegenwoordige Indonesië om deze als ruilmiddel te gebruiken tegen specerijen. Sommige zeelieden smokkelden echter ook wat sits mee naar Nederland, waar deze kleurrijke stoffen snel in de smaak vielen. Vanaf 1664 gaf de VOC opdracht om de sits als handelswaar mee te nemen naar Nederland.
Overzichtsfoto tentoonstelling met klederdracht - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling met klederdracht – foto Erikjan Koopmans.
Sitsen Hindeloper wentke (vrouwenjas) voor de lichte rouw. India 1750 - 1800 - foto Fotostudio Noorderblik.
Sitsen Hindeloper wentke (vrouwenjas) voor de lichte rouw. India 1750 – 1800 – foto Fotostudio Noorderblik.
Klederdracht
Met name in Friesland viel de sits zeer in de smaak en werden er allerlei kledingstukken van gemaakt, maar bijvoorbeeld ook gebruikt voor spreien en wandbespanning. Voor veel lokale klederdracht, zoals in Hindeloopen, werd sits gebruikt. Toen uiteindelijk de mode veranderde en de gebloemde patronen uit de gratie raakten omdat de voorkeur veranderde naar kleding van effen stoffen, wist sits zich in klederdracht te handhaven. In bijvoorbeeld de klederdracht van Bunschoten-Spakenburg wordt sits tot op vandaag gebruikt.
Omdat sits als importartikel kostbaar was begon men in de tweede helft van de 17de eeuw in Europa sits zelf te bedrukken. In 1678 werd in Amersfoort de eerste katoendrukkerij geopend, waarbij men als basis de katoenen stof uit India gebruikte. Pas rond 1750 bereikte men een vergelijkbare kwaliteit van het origineel uit India. Toen na 1760 de eerste mechanische spinmachines werden uitgevonden begon men ook in Europa katoen te weven. De prijzen daalden daardoor aanzienlijk en de sits werd onder brede lagen in de bevolking populair. In Nederland bleef men echter op uit India geïmporteerde katoen drukken en prijsde men zich uiteindelijk uit de markt.
Sitsen palempore met bloemen - foto Fries Museum.
Sitsen palempore met bloemen – foto Fries Museum.
Hoe wordt sits gemaakt?
We gaan even terug naar het origineel: de handbeschilderde sits uit India. Kenmerkend voor sits is het gebruik van beitsen om de plantaardige kleurstoffen te hechten aan de vezels en het gebruik van afdekmateriaal zoals (bijen)was. Iedere kleur wordt apart opgebracht, waarbij de delen van de stof die niet met die kleur bedekt mogen worden afgedekt worden met was (vergelijkbaar met batik uit Indonesië). Tussen de verschillende kleurbaden moet de stof telkens gewassen en in de zon gebleekt worden.
De kleuren worden in een vaste volgorde aangebracht, waarbij de sterkste kleuren (die dus het vaakst gewassen worden) eerst worden opgebracht en de zwakkere kleuren later. De kleuren worden gevormd door de diverse beitsen, zoals ijzernat, aluin en tinzout, te combineren met natuurlijke kleurstoffen zoals indigo, meekrap en geelwortel (kurkuma). Wanneer alle kleuren aangebracht zijn wordt de stof nabehandeld met rijstwater en vervolgens gepolijst, zodat deze glanzend wordt. Deze glans verdwijnt echter wanneer de stof gewassen wordt, omdat de was, die de glans veroorzaakt, oplost.
Overzichtsfoto met op de achtergrond enkele wapenpalempores - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto met op de achtergrond enkele wapenpalempores – foto Erikjan Koopmans.
Hindelooper wentke (vrouwenjas) onderdeel van Hindelooper vrouwenkostuum. India, 1725-1750 - foto Fries Museum.
Hindelooper wentke (vrouwenjas) onderdeel van Hindelooper vrouwenkostuum. India, 1725-1750 – foto Fries Museum.
Patronen
Sits is gedecoreerd met bloempatronen, een exotische versiering die tot dan in Europa nauwelijks voorkwam. De patronen zijn zeker niet altijd natuurgetrouw, omdat vaak uit één tak verschillende soorten bloemen voortsproten. De Indiase makers speelden sterk in op de smaak van hun exportmarkten en hadden voor verschillende landen verschillende decors. Als uiteindelijk de handel met de VOC opbloeit neemt men vanuit Europa patronen mee om die in India te laten verwerken. Een typische Europese toepassing zijn de enorme wapenpalempores (spreien met een familiewapen).
Topstukken in het Fries Museum
Het Fries Museum beschikt over een omvangrijke collectie sits in goede staat. Een van de topstukken is een 18de-eeuwse kimono. De stof en het kledingstuk zijn Indiaas, het model is Japans (Nederland had in die tijd als enige een handelspost in Japan, Decima bij Nagasaki) en de drager was een rijke Hollander. De kimono is driehonderd jaar geleden beschilderd, maar ziet er nog steeds uit als nieuw. Het laat als geen ander collectiestuk zien dat in de ogenschijnlijk simpele katoenen stof diverse culturen samenkomen. Een ander topstuk is een wandkleed uit de 17de eeuw, de oudste sits in Nederland, met leeuwen, mythische vogels en amoureuze taferelen.
Detail van sitsen tafelkleed, beschilderd met fabeldieren en figuurscènes. Zuid-India, circa 1650 - foto Fotostudio Noorderblik.
Detail van sitsen tafelkleed, beschilderd met fabeldieren en figuurscènes. Zuid-India, circa 1650 – foto Fotostudio Noorderblik.
Boek bij de tentoonstelling.
Boek bij de tentoonstelling.
Activiteiten en publicatie
Rond de tentoonstelling zijn er verschillende activiteiten. Op meerdere momenten zijn er rondleidingen, lezingen en workshops te volgen. In samenwerking met Crafts Council Nederland wordt er een driedaagse masterclass gegeven. Voor wie zich verder in de sitsen wil verdiepen is er een boek over de tentoonstelling en achtergronden gepubliceerd, geschreven door curator Gieneke Arnolli.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur

Bovenste foto: Zonnehoed met sitsen voering, geknipt uit een grote palempore met een bloeiende boom. India circa 1730 – foto Fotostudio Noorderblik.

Werken van Barbara Broekman, Linda Valkeman en Fransje Killaars - foto Erikjan Koopmans.
Werken van Barbara Broekman, Linda Valkeman en Fransje Killaars – foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling – foto Erikjan Koopmans.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Claudy Jongstra: Ancient Light

Kostuum van Claudy Jongstra - foto Marcel van der Vlugt.

Vanaf 26 maart presenteert het Fries Museum in Leeuwarden een grootschalige tentoonstelling over de toonaangevende kunstenares en ontwerpster Claudy Jongstra. Haar expressieve textiele werken kenmerken zich door het gebruik van natuurlijke materialen en een grote mate van tactiliteit. Ze werkt samen met nationaal en internationaal vermaarde kunstenaars, modeontwerpers en architecten en haar werk is opgenomen in belangrijke (inter)nationale museumcollecties.

Werk van Claudy Jongstra - foto Hans Jellema.
Werk van Claudy Jongstra – foto Hans Jellema.
De tentoonstelling geeft een inkijk in de wereld van Claudy Jongstra: haar inspiratiebronnen en drijfveren, haar intuïtieve en duurzame creatieve proces en laat ook nieuw werk zien. Claudy Jongstra: Ancient Light is te zien tot en met 8 januari 2017.
Nieuwe richting in Jongstra’s werk
Claudy Jongstra: Ancient Light toont het beste werk van Claudy Jongstra van de afgelopen jaren, maar onderzoekt ook de nieuwe richting in haar carrière. Het creatieve proces krijgt in de tentoonstelling ruime aandacht: bezoekers wanen zich in haar atelier en ervaren de stadia van creatie en productie. Te zien zijn schetsen, proeven en foto’s van het maakproces van de ‘mural’ voor het San Francisco Museum of Modern Art, van de kostuums voor Star Wars en van het project Farm of the World, één van de hoofdprojecten van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018. Ook vervaardigt Jongstra voor deze tentoonstelling een groot nieuw werk waarbij ze zich laat inspireren door de seizoenen. Hiermee neemt zij afstand van haar bestaande viltwerk en kiest ze een nieuwe richting met ruimtelijke textiele werken.
Een nieuwe richting in het werk van Claudy Jongstra - foto Hans Jellema
Een nieuwe richting in het werk van Claudy Jongstra – foto Hans Jellema.
Werkmaterialen van Claudy Jongstra - foto Marcel van der Vlugt.
Werkmaterialen van Claudy Jongstra – foto Marcel van der Vlugt.
Duurzaam design
In haar atelier in het Friese Spannum experimenteert Claudy Jongstra met traditionele ambachten als kaarden, spinnen en weven. Alle stappen in het productieproces zijn in eigen beheer, van de kudde schapen waarvan zij de wol verwerkt tot het vervaardigen van het vilt. In haar ververij gebruikt ze plantaardige kleurstoffen afkomstig uit gewassen als calendula, kamille en dahlia’s uit eigen biologisch-dynamische tuin.
Een duurzaam productieproces staat voorop, waarbij haar studio werkt met een zo klein mogelijke footprint, met respect voor de natuur en op basis van lokale producten en traditionele ambachten. Jongstra’s interesse in ambachtelijke productiemethoden, in groene materialen en duurzame werkwijzen en haar aandacht voor leefbaarheid, biodiversiteit en kleine gemeenschappen vertaalt zich in de tentoonstelling.
Claudy Jongsma in haar atelier.
Claudy Jongsma in haar atelier.
Internationaal bekend
Claudy Jongstra geniet nationale en internationale bekendheid. Haar werk is over de hele wereld te zien en is opgenomen in verschillende collecties, waaronder in die van het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum, het Victoria & Albert Museum London en het San Francisco Museum of Modern Art. Het Fries Museum heeft de grootste collectie werk van Claudy Jongstra. In de hal van het Fries Museum is één van haar grootste werken permanent te zien; een monumentale en beeldbepalende mural dat zij speciaal in 2013 voor het nieuwe pand heeft gemaakt.
De tentoonstelling werd ontworpen door Irma Boom en Barend Koolhaas en is gecureerd door Jorn Konijn.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur
Nieuwjaarsdag en eerste kerstdag gesloten
Website van Claudy Jongstra: www.claudyjongstra.com
Overzicht van de tentoonstelling van Claudy Jongstra - foto Hans Jellema.
Overzicht van de tentoonstelling van Claudy Jongstra – foto Hans Jellema.

Claudy Jongstra vertelt over haar werk in haar atelier in Spannum, Friesland.

Viltwerk van Claudy Jongstra - foto Hans Jellema.
Viltwerk van Claudy Jongstra – foto Hans Jellema.
Werk van Claudy Jongstra - foto Hans Jellema.
Werk van Claudy Jongstra – foto Hans Jellema.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather