Archives

Nederlandse Breidagen

Overzicht beurs.

Altijd gedacht dat er plaats is voor een breibeurs in Nederland. Met ruim 65 standhouders en meer dan 50 workshops bewijzen de Nederlandse Breidagen met een volwassen beurs dat die plaats ruimschoots verdiend is. Gedurende twee dagen kan heel breiend Nederland (en daarbuiten) zijn voorraad breiwol aanvullen, veel nieuwe technieken leren en in de tussentijd ook nog een boel leuke contacten opdoen. De Nederlandse Breidagen worden dit jaar op 21 en 22 oktober gehouden in de IJsselhallen in Zwolle.

Isabell Kraemer.
Isabell Kraemer.
Isabell Kraemer
Zoals altijd is er een ‘guest of honour’ op de Nederlandse Breidagen. Deze keer is dat de Duitse, hedendaagse brei-ontwerpster Isabell Kraemer. Isabell staat bekend om haar moderne ontwerpen die naadloos en topdown gebreid worden (met vaak prachtige grafische streeppatronen). Haar ontwerpen zijn ‘simpel’, heel goed draagbaar en zonder veel versiering.
Ontwerp Phillipa van Isabell Kraemer.
Ontwerp Phillipa van Isabell Kraemer.
Het breien van haar ontwerpen is een plezier. Goed geschreven patronen die u uitdagen om net een iets andere constructie of techniek toe te passen. Haar werk laat zich omschrijven als ‘tijdloos en klassiek, altijd met een kleine twist’. De ontwerpen zijn geschreven in een grote range van maten. Ze is ook ontwerpster voor het garenmerk Quince & Co (ook op de beurs verkrijgbaar).
Op beide dagen van de Breidagen geeft Isabell Kraemer een lezing, waarbij ze wat meer verteld over haar inspiratie en werkwijze bij het ontwerpen en waarbij veel van haar werkstukken te zien zijn, en een ‘Knit-In’, waarbij u onder begeleiding van haar een van haar ontwerpen kunt breien. Voor meer informatie en aanmelden kijkt u op de website van de Nederlandse Breidagen.
Vest in de dubbelbreitechniek.
Vest in de dubbelbreitechniek.
Workshops
Er is aan tientallen workshops deel te nemen, de meeste op beide dagen. Het gaat wat ver om ze alle hier uitgebreid toe te lichten, maar dit zijn er een paar die opvielen:
De Vlotte Knot: dubbel breien
Bij dubbel breien (of double knitting in het Engels) wordt de binnen- en de buitenkant tegelijkertijd gebreid. Het is een techniek waarmee u een kledingstuk kunt breien met twee kleuren dat aan beide zijden gedragen kan worden. U creëert met dubbel breien in één werkstuk als het ware twee versies van een ontwerp, vaak een lichte en donkere versie. De workshop wordt gegeven door Heleen van de Lagemaat.
Fair Isle breien en de knipbies.
Fair Isle breien en de knipbies.
Wieke van Keulen: Fair Isle
Tijdens de workshop Fair Isle komt u van alles te weten over de Fair Isle breitechniek, het maken van toverbollen en het werken met een knipbies. Tijdens deze workshop leert u te breien met twee draden, waarbij u in iedere hand één draad houdt. Bij de Fair Isle techniek raken de draden niet door de war.
Naaldbinden.
Naaldbinden.
Sandra Moek: naaldbinden
Een kennismaking met het naaldbinden, de voorloper van het haken en breien. Naaldbinden (Zweeds: Nålbindning) is een duizenden jaren oude techniek. In de workshop leert u hoe een lapje gemaakt wordt met een losse draad en een naald. Lussen worden gevormd en met elkaar verbonden waardoor een stof ontstaat die amper uit te halen valt. Met deze techniek worden van oudsher voornamelijk kokervormige voorwerpen gemaakt, zoals een sok, muts, want en dergelijke. Ook is het mogelijk heel kunstzinnig met deze techniek bezig te zijn.
Kantbreien.
Kantbreien.
Ditte van der Schuit: kantbreien voor beginners
Workshop voor breiers die met ontzag naar kantbreiwerk kijken en denken dat het voor hen te moeilijk is. In deze workshop ontdekt u dat het toch niet zo moeilijk is als u denkt. Het principe van kantbreien is dat u een gaatjespatroon breit met relatief dun garen op relatief dikke pennen. Tijdens de workshop gaat u aan de slag met een eenvoudig patroon, u leert het lezen van een teltekening (chart), het maken van basiskantsteken (gaatjes en minderingen) en het aanbrengen van een veiligheidslijntje, zodat u altijd weer terug kunt naar dat punt in het breiwerk waar het nog klopte.
Mitered squares of om de hoek breien.
Mitered squares of om de hoek breien.
Hetty de Jong: mitered squares
Mitered squares of om de hoek breien is een eenvoudige en erg leuke techniek om platte vierkantjes te breien die u tijdens het breien aan elkaar kunt zetten. ‘Mitered’ betekent zoiets als ‘in verstek’. Als u naar de foto kijkt van het project in deze techniek snapt u meteen waarom het zo heet. Door op een bepaalde manier te minderen ontstaan deze lapjes, die u heel goed kunt maken met allerlei restjes garen.
Bohus stickning.
Bohus stickning.
Loret Karman: introductie in Bohus stickning
Bohus, een van oorsprong Zweedse kleur/breitechniek uit de jaren ’30, is bezig aan een opmars. Het Bohus-breiwerk en de breisters die eraan werkten kennen een bijzondere ontstaansgeschiedenis. Door te werken met rechte en averechte steken op beide kanten ontstaat een spannende textuur in het breiwerk.
Tunisch haken.
Tunisch haken.
Mara Maakt: Tunisch haken
Tunisch haken is bijzonder haakwerk. Het is een vorm van haken die lijkt op breien waarbij u alle haaksteken op de naald zet. U gebruikt hiervoor een lange haaknaald met een knop. Tunisch haakwerk geeft een hele mooie steek, waarop u eventueel naderhand kruissteekjes kunt borduren. In deze workshop leert u de rechte en averechte steek van het tunisch haken. Zodra u de basis van de Tunische haaksteek onder de knie hebt zijn de variaties eindeloos.
Lezing van Stella Ruhe: Visserstruien, een zoektocht
Visserstruien, het eerste boek van Stella Ruhe.
Visserstruien, het eerste boek van Stella Ruhe.
De lezing gaat over het onderzoek vanaf 2012 tot nu naar de bijna uit het collectieve geheugen verdwenen handgebreide visserstruien, die in de periode 1850-1930 uitsluitend door vissers als bovengoed werden gedragen. Daarin werd ook duidelijk dat de truien niet uit hun context van de visserij en hun tijd gehaald konden worden, omdat ze alles te maken hebben met onder meer de haringvangst op de Noordzee en de ontwikkelingen in de visserij in de tweede helft van de negentiende eeuw. Ook de leefomstandigheden van de vissers en hun families en het keiharde werken op de loggers en de beugsloepen door mannen én kinderen zijn onder de loep genomen en leverden schrijnende en dappere verhalen op.
De unieke vondsten van inmiddels zo’n 160 onderscheiden truien op oude foto’s met hun betekenisvolle motieven, geven een prachtig beeld van dit bijzondere, door vrouwen gebreide erfgoed, waar bijna niets van bewaard is gebleven (de visserstrui was werkgoed dat totaal werd versleten). Een bijzondere lezing over truien, visserij, kinderarbeid en het leven in de negentiende eeuw in omstandigheden waar wij ons geen voorstelling meer van kunnen maken. Stella Ruhe heeft al drie boeken over Nederlandse visserstruien op haar naam staan.
Zo'n vest moet een plezier zijn om te breien.
Zo’n vest moet een plezier zijn om te breien.
Er is nog veel meer te doen
De kern van de Nederlandse Breidagen is natuurlijk de beurs met zo’n 65 standhouders, waar u uw wolvoorraad kunt aanvullen, allerlei andere benodigdheden vindt en boeken kunt kopen over welhaast iedere brei- en haaktechniek.
Heeft u problemen met een breiwerk of vragen over een bepaalde techniek? Een team van ervaren breideskundigen kan u ter plekke helpen, dus neem uw breiwerk mee.
Voor hen die geïnteresseerd zijn in het breien van sokken is op beide dagen Aal Pasma aanwezig met een grote sokkenbreitafel waar u kunt aanschuiven en meebreien. Er is plek voor tien breiers tegelijkertijd. Om mee te doen moet u kunnen rondbreien en een stekenmarkeerder en vijf sokkenbreinaalden van 2,5 mm meenemen.
Workshop sokkenbreien.
Workshop sokkenbreien.
Het is alles bij elkaar een uitgebreid programma dat voor iedere breister en haakster wel iets interessants biedt. Al reden om op deze twee dagen naar Zwolle af te reizen.
Openingstijden
Vrijdag en zaterdag van 10.00 – 17.00 uur
Gebreid aan tafel.
Gebreid aan tafel.
En heel veel wol.
En heel veel wol.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Fair Isle breien, ontstaan op een kruispunt van scheepvaartroutes

Fair Isle is een beroemde techniek om al rondbreiend jacquardbreiwerk te maken, waarbij het basiskenmerk is dat er nooit meer dan twee kleuren in één rij (toer) voorkomen. Deze techniek dankt zijn naam aan een piepklein eilandje in de Noordzee met tegenwoordig slechts zestig inwoners: Fair Isle. Hoe kan het dat een techniek die nu wereldwijd bekend is ontstaan is in zo een uithoek? Dat is een boeiend verhaal.

Luchtfoto van Fair Isle.
Luchtfoto van Fair Isle.
Een eilandje in de oceaan
Fair Isle is het meest zuidelijke van de Shetland Eilanden, die ongeveer op de grens van de Noordzee en de Atlantische Oceaan liggen. Fair Isle is het meest afgelegen eiland van Groot-Brittannië en ligt ongeveer even ver van het vasteland van Schotland als van Bergen in Noorwegen. Het eilandje is nog geen 8 km2 groot, maar ondanks dat al sinds het Bronzen Tijdperk bewoond. In ‘betere tijden’ woonden er meer dan 400 mensen op, tegenwoordig ongeveer zestig. Fair Isle was oorspronkelijk onderdeel van het Noors-Deense koninkrijk (de oud-Noorse naam is Friðarey), maar werd in 1648 Schots en vervolgens in 1707 Brits.
Fair Isle is van nature een arm eiland. Landbouw is alleen mogelijk binnen ommuurde percelen, om de gewassen tegen de altijd aanwezige zeewind te beschermen. Verder leven de bewoners van schapenteelt en visserij. De schapen op Fair Isle geven een mooie, zachte kwaliteit wol af, die ongeschikt is om te weven, maar waar wel heel goed mee gebreid kan worden. Al eeuwenlang wordt er hier door de vrouwelijke bevolking gebreid op alle momenten dat er geen tijd aan de landbouw besteed hoeft te worden (‘s avonds en ‘s winters). De productie overtreft de eigen behoefte verre, dus werd een groot deel geëxporteerd.
Locatie van de Shetland Eilanden.
Locatie van de Shetland Eilanden.
Inspiratie van overzee
Strategisch gelegen tussen Schotland en Noorwegen liggen de Shetlands van oudsher op een aantal belangrijke zeevaartroutes, onder andere van de Hanze, van de Nederlandse haringvloot en van ieder schip dat het Kanaal van Dover, waar menig zeeslag zich afspeelde, wilde ontlopen. Ook de beroemde Spaanse Armada kwam, op de vlucht van een gecombineerd Nederlands-Engelse vloot, om Schotland heen langs de Shetlands. Het commandoschip van de Armada, El Gran Grifón, strandde in 1588 zelfs op de kust van Fair Isle en brak in tweeën. De ongeveer 200 bemanningsleden die dit overleefden brachten een akelige winter op het eiland door, waarbij een deel door de bewoners werden vermoord.
Fair Isle trui met het bekende OXO-patroon - foto jgthi.com.
Fair Isle trui met het bekende OXO-patroon – foto jgthi.com.
Een hardnekkig verhaal doet de ronde dat de overlevenden van El Gran Grifón de bewoners van Fair Isle leerden te jacquardbreien en hen ook de kenmerkende patronen bijbrachten die nu als typisch Fair Isle breiwerk bekend staan. Alhoewel het niet ongebruikelijk was dat zeelieden breiden wanneer ze niet aan dek nodig waren, bestaat er geen wetenschappelijk bewijs dat de Spaanse zeelieden de bewoners van Fair Isle hebben geïnspireerd tot het nu bekende meerkleurige breiwerk. Er is geen enkele bron die bevestigt dat er voor 1850 op de Shetlands of Fair Isle überhaupt meerkleurig werd gebreid.
Uit nood geboren
De oudste afbeelding van Fair Isle breiwerk met het bekende OXO-patroon (zie hieronder bij ‘patronen’) stamt uit 1857. Het is een Nederlandse lithografie met de afbeelding van twee schippers die een gebreide muts met een Fair Isle-patroon dragen. Op de Shetlands werd van oudsher effen breiwerk gemaakt en veelal verhandeld met zeelui die de Shetlands aandeden en dit ruilden tegen goederen die niet op de Shetlands verkrijgbaar waren. In de 19de eeuw ontdekte men echter een methode om machinaal breiwerk te maken, waardoor de productie van effen breiwerk zich naar het vasteland van Groot-Brittannië verplaatste en de vraag naar handgebreide artikelen op de Shetlands ineenstortte.
Shetlands kantbreiwerk - foto Fiddle Stick Knitting.
Shetlands kantbreiwerk – foto Fiddle Stick Knitting.
Op ‘mainland Shetland’ stapte men toen geleidelijk over op kant- of kunstbreiwerk, dat toen nog niet machinaal gemaakt kon worden. Met name de gebreide kanten sjaals werden in het Victoriaanse tijdperk erg populair onder de gegoede burgerij. Op Fair Isle, het meest afgelegen eiland van de Shetlands, ging men het langste door met effen breiwerk. De oudste voorbeelden van Fair Isle breiwerk zoals we dat nu kennen stammen alle van rond 1850. Het bekende OXO-patroon is duidelijk herkenbaar en de breiwerken zijn technisch hoogstaand. Ze zijn echter niet gemaakt van Shetlands wol. Het meest aannemelijke is dat ze afkomstig zijn van een van de landen rond de Oostzee; Finland of Estland bijvoorbeeld.
Over het algemeen wordt nu aangenomen dat de bewoners van zeelieden enkele voorbeelden van dit Baltische breiwerk in handen kregen en hierdoor geïnspireerd raakten. Immers, ook jacquardbreiwerk kon toen nog niet machinaal gemaakt worden, dus dit was een mooie vervanging van het niet meer commerciële effen breiwerk. De eerste foto’s en schriftelijke getuigenissen van het typische Fair Isle breiwerk duiken op vanaf 1880.
De Prince of Wales in Fair Isle-trui maakte deze techniek op slag beroemd.
De Prince of Wales in Fair Isle-trui maakte deze techniek op slag beroemd.
Fair Isle wordt beroemd
Aan het begin van de 20ste eeuw was Fair Isle breiwerk nauwelijks bekend. Zeelieden en toeristen namen het soms mee als een soort exotisch souvenir van een ver weg gelegen eiland; volkskunst en dus allesbehalve modieus. Twintig jaar later wilde iedereen een Fair Isle trui. Daar lag een doorslaggevende marketingactie aan ten grondslag, iets wat we tegenwoordig ‘product placement’ zouden noemen: in 1921 bood de handelaar James A. Smith van Lerwick, Shetland, aan de Prince of Wales (de latere koning Edward VIII), een Fair Isle trui aan. De prins droeg deze trui op de St. Andrews Golf Club en is met die trui ook op een schilderij vereeuwigd. Als trendsetter op het gebied van mode is de Prince of Wales doorslaggevend geweest bij het beroemd worden van Fair Isle breiwerk.
Shetland en Fair Isle
De aanduidingen ‘Shetland’ en ‘Fair Isle’ voor breiwerk lopen op een verwarrende manier door elkaar. Toen rond het midden van de 19de eeuw de vraag naar handgebreid effen breiwerk daalde door de opkomst van machinaal breiwerk, stapten de bewoners van Shetland over op kantbreiwerk en die van Fair Isle op hun versie van jacquardbreiwerk. Medio 1910 werd het echter mogelijk om ook kantbreiwerk machinaal te maken en bleef er slechts een beperkte vraag over naar het allerfijnste handgemaakte kantbreiwerk van Shetland. Nadat in de twintiger jaren het Fair Isle breien zo populair werd ging men ook op de Shetlands dit breiwerk maken. Die hooguit 200 breisters op Fair Isle konden de vraag immers bij lange niet aan. Maar ook als dit jacquardbreiwerk in de stijl van Fair Isle van Shetland komt, noemt men dit toch Fair Isle breiwerk.
Tel het maar na: altijd slechts twee kleuren op een rij.
Tel het maar na: altijd slechts twee kleuren op een rij.
Wat weinig mensen weten is dat er ook jacquardbreiwerk bestaat in een eigen traditie van (mainland) Shetland. Het gaat hier om heel eenvoudige patronen, altijd maar één patroon per werkstuk, in maximaal twee kleuren. Dit breiwerk werd hoofdzakelijk voor eigen gebruik gemaakt.
Techniek
Het meerkleurige Fair Isle breien wordt gemaakt met een techniek die in het Engels ‘stranded knitting’ wordt genoemd en in Nederland jacquardbreiwerk of inbreiwerk. Daarbij worden twee kleuren garen afgewisseld: één wordt gebreid, de andere kleur loopt aan de achterkant mee. De gedetailleerde Fair Isle-patronen zorgen ervoor dat er vaak van kleur wordt gewisseld en de lussen aan de achterkant daardoor kort blijven. Doordat er twee draden per toer worden gebruikt levert dit extra dik en warm breiwerk op; niet echt geschikt voor dikke garens dus.


Jacquardbreien (Engels: stranded knitting) – video KnitPicks.

Fair Isle wordt per definitie rondgebreid. Dat heeft als voordeel dat de goede kant van het breiwerk tijdens het breien altijd zichtbaar blijft en er dus goed zicht is op de patronen die ontstaan. Het levert bovendien een minimum aan naden op, waardoor er een mooier eindresultaat is.
Teltekening van diverse Fair Isle motieven - afbeelding Alexandru Remus.
Teltekening van diverse Fair Isle motieven – afbeelding Alexandru Remus.
Patronen
Fair Isle patronen zijn geometrische patronen met maximaal twee kleuren op een rij; één kleur wordt gebreid, de ander loopt achterlangs. De patronen zijn zo opgebouwd dat er zeer regelmatig van kleur wordt gewisseld. De langste overspanning van één kleur is maximaal zeven steken. Zo blijven de lussen van de niet gebreide kleur aan de achterkant kort, wat een mooi, regelmatig breiwerk oplevert.
Veel gebruikte patronen is het zogenaamde OXO-patroon, achthoeken en x-en die elkaar afwisselen, en de Noorse ster. Daarnaast zijn er ontelbaar veel andere patronen, waarvan het kenmerk veelal is dat ze symmetrisch, dubbel-symmetrisch of zelfs vierzijdig symmetrisch zijn. Een ander kenmerk van Fair Isle breiwerk is dat de patronen doorlopen; ze worden niet halverwege aan het eind afgebroken. Dat betekent dat ieder patroon in een werkstuk deelbaar moet zijn op het totaal aantal steken van één rij: als de omvang van een trui 280 steken telt kunt u dus gebruik maken van patronen die 7, 8, 14 of 28 steken breed zijn, maar niet een van 16 steken. Goed rekenwerk vooraf is dus belangrijk.
Fair Isle patronen, in drie banen komt het OXO-motief voor.
Fair Isle patronen, in drie banen komt het OXO-motief voor.
Kleuren
Er liepen op Fair Isle oorspronkelijk schapen rond in allerlei kleuren, zelfs meer dan we tegenwoordig kunnen voorstellen. Met de introductie van kunstmatige kleurstoffen zijn de schapen tegenwoordig allemaal lichtbeige, een kleur die zich goed laat verven. Ondanks de oneindige beschikbaarheid van kleuren garens blijven twee regels overeind: 1) nooit meer dan twee kleuren op een rij, en 2) de kleuren volgen de symmetrie van het patroon, dus als een patroon 17 rijen hoog is en op rij 1 wordt bruin en groen gebruikt, dan komen die twee kleuren ook weer in rij 17 terug.
Fair Isle baret.
Fair Isle baret.
Binnen die twee regels is verder van alles mogelijk en deze hoeven dan ook geen beperking van uw creativiteit te zijn. Veel Fair Isle breistukken bevatten tot 20 kleuren, alhoewel een trui in slechts twee kleuren nog steeds een Fair Isle trui kan zijn. Alhoewel de mogelijkheden sinds de invoering van geverfde garens onnoemelijk vergroot zijn, geeft men over het algemeen de voorkeur aan ‘natuurlijke’ kleuren. Wat zeg nu zelf: zo’n mooie, traditionele Fair Isle trui in fluorescerende kleuren, dat geeft toch geen pas?
Boeken
Alice Starmore – Book of Fair Isle Knitting
Ann Feitelson – The Art of Fair Isle Knitting
Sheila McGregor – Traditional Fair Isle Knitting
Websites
KnitPicks – Fair Isle or Stranded Knitting
Virtual Yarns – breipakketten van o.a. Fair Isle werkstukken van Alice Starmore
Het oudst bekend boek met Fair Isle-patronen - foto Shetland Museum.
Het oudst bekend boek met Fair Isle-patronen – foto Shetland Museum.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Riho Toomra: kunstbreiwerken van een rocker

Riho Tomra

Het Veenkoloniaal Museum Veendam toont vanaf zondag 4 oktober tot en met zondag 10 januari 2016 een overzicht van de kunstbreiwerken van hardrock- en heavy-metalliefhebber Riho Toomra (1963) uit Estland. Zo ruig als zijn muzieksmaak is, zo subtiel is zijn breiwerk. De eerste helft van de twintigste eeuw was kunstbreien, oftewel het breien van kant, een populaire bezigheid. De laatste jaren is het echter steeds meer in de vergetelheid geraakt.

Herbert Niebling
Herbert Niebling.
Toomra leerde het als tiener van zijn oma. Sindsdien is hij de kunst van het kantbreiwerk altijd blijven beoefenen. Met naald en draad maakt hij grote kleden van wit haakkatoen (nr. 20). Het is een tijdrovend werk: over één kleed doet Toomra twee tot drie maanden. Hij gebruikt daarbij eerst vijf sokkennaalden. Na vijftig rijen gaat hij over op rondbreinaalden.
De grote inspiratiebron van Toomra is de Duitser Herbert Niebling (1903-1966). Niebling zette vanaf de jaren dertig het kunstbreien weer op de kaart. Hij maakte een groot aantal patronen, die werden verspreid in tijdschriften. Velen pakten toen het kunstbreien op. Alle patronen die Toomra gebruikt zijn het ontwerp van Niebling.
Werk van Riho Toomra in het Veenkoloniaal Museum.
Kunstbreiwerk van Riho Toomra in het Veenkoloniaal Museum.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather