Archives

Seide – Textile Pracht aus 2000 Jahren

Italiaanse of Spaanse zijden stof, 15de eeuw.

Het Duitse Textielmuseum Krefeld presenteert meer dan 240 zijden objecten uit de eigen collectie. De oudste stukken zijn ongeveer tweeduizend jaar oud en dateren uit de tijd van de Han-dynastie in China. Uit de eerste helft van de 20ste eeuw wordt avond-, cocktail- en trouwkleding getoond van zijde en haute couture jurken van Madeleine Vionnet, Christian Dior en Pierre Balmain.

Perzische zijde, 17de eeuw.
Perzische zijde, 17de eeuw.
Naast de beweging van handelsgoederen en ambachtslieden langs de befaamde Zijderoute, richt de tentoonstelling zich ook op de ontwikkeling en verfijning van het zijdeweven, de ontwikkeling van ontwerp en mode en van de smaak van de gebruiker hiervan. Het Duitse Textielmuseum Krefeld is één van ’s werelds belangrijkste collecties van historische kostbare textiel en kleding. De collectie bevat nu bijna 30.000 objecten uit de hele wereld, van de oudheid tot heden.
Zijden jurk, circa 1900 - 1910.
Zijden jurk, circa 1900 – 1910.
Unieke stukken voor het eerst te zien
De nieuwe tentoonstelling in het ‘Haus am Andreasmarkt’ is bijna twee jaar in voorbereiding geweest, van het eerste idee tot de voltooiing in het eigen restauratieatelier. ‘We openen onze schatkamer’, zegt museumdirecteur dr Annette Schieck. In de afgelopen weken hebben zeven restaurateurs in de werkplaats aan talrijke tentoonstellingsstukken gewerkt. Daaronder acht kledingstukken die voor het eerst in het openbaar te zien zijn. Het gaat om zijden jurken uit de 18de tot de vroeg-20ste eeuw, waarvan de snit en versiering representatief zijn voor hun respectievelijke tijdperk.
De tentoonstelling in het Duitse textielmuseum is verdeeld in twee delen: op de begane grond kunnen bezoekers op hun eigen manier de Zijderoute volgen. De geselecteerde objecten zijn uit gebieden langs de Zijderoute, die van China via de Middellandse Zee naar Italië en tenslotte in de moderne tijd tot Krefeld, de fluweel- en zijdestad, loopt. Onder de tentoongestelde werken zijn onder andere archeologische vondsten uit China en de late periode van het oude Egypte, textiel uit de islamitische tijd van het Nabije Oosten, middeleeuwse Italiaanse zijde, zijden borduurwerk en gewaden, deels uit Krefeld, Franse zijde en Art Nouveau-textiel.
Italiaanse zijden lampas, 15de eeuw.
Italiaanse zijden lampas, 15de eeuw.
Zijden borduurwerk.
Zijden borduurwerk.
Demonstratie goudborduurwerk
Op de eerste etage worden kleding en gewaden gepresenteerd, maar ook ongewone voorwerpen zoals kaarten van kunstzijde (rayon), die Britse parachutisten in de Tweede Wereldoorlog als gids bij zich hadden. Daarnaast is er een atelier voor goudborduurwerk ingericht. Tijdens de tentoonstelling zal er op een aantal zondagen goudborduurwerk uit 1500 met zijden en goudborduursel worden nagemaakt om een indruk te geven van deze techniek.
Op deze tentoonstelling zal een uitgebreid programma van evenementen worden aangeboden. Zo zal er tijdens de tentoonstelling in juli een project met studenten van de Academie voor Mode en Design uit Düsseldorf zijn. Op woensdag en zondag om 14.30 uur zijn er openbare rondleidingen. Rondleidingen voor groepen kunnen tevens georganiseerd worden. Bezoekers kunnen bij de kassa een verklarende woordenlijst van de tentoonstelling krijgen, naast een boekje met toelichting.
Openingstijden
1 april t/m 31 oktober dinsdag t/m zondag 10.00 – 18.00 uur
1 november t/m 31 maart dinsdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur
Fragment van een Tibettaanse mandala, 1330-1332.
Fragment van een Tibettaanse mandala, 1330-1332.
Zijden weefstof met bloeiende bloemen, circa 1900.
Zijden weefstof met bloeiende bloemen, circa 1900.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Traditionele, indigo-geverfde stoffen uit Kano, Nigeria

Indigo - panorama over Kano
De Nigeriaanse stad Kano, gezien vanaf een heuvel.

De oude stad Kano in het noorden van Nigeria was ooit een belangrijke handelsstad waar de karavanen uit Noord-Afrika eindigden om hun inkopen te doen en deze weer dwars door de Sahara te vervoeren naar de door toearegs en berbers bevolkte gebieden. In de pre-industriële tijd was de productie van indigo-geverfde stoffen een van de belangrijkste bedrijvigheden van Kano en indigo-geverfde kleding werd in het gehele gebied van de Sahara gedragen.

Indigo - Kaart van Nigeria met Kano in het noorden
Kaart van Nigeria met Kano in het noorden.
Kano
Nog steeds is Kano een van de grootste steden van Nigeria met 1,2 miljoen inwoners. Het is het centrum van het islamitische deel van Nigeria en de laatste decennia politiek onrustig (er vonden in 2012 een aantal bomaanslagen plaats waarbij minstens honderd doden vielen). Het is een oude stad waar veel tradities bewaard bleven. Een deel van de oude, lemen ommuring is nog te zien. Noord-Nigeria wordt voornamelijk door Hausa bevolkt, die er lang geleden een aantal stadstaten stichtten, waaronder Kano.
Indigo
Al vijfhonderd jaar wordt er in Kano textiel geverfd met indigo, alhoewel vroeger deze techniek in veel meer plaatsen in West-Afrika voorkwam. Indigo is een kleurstof afkomstig van de indigo-plant (Indigofera tinctoria en Indigofera suffruticosa), een kleurstof die goed bestand is tegen wassen en slijtage. Traditioneel werd er daarom in Europa en Amerika werkkleding mee geverfd, nu bekend als jeans. Bijna overal ter wereld is indigo tegenwoordig vervangen door een chemische kleurstof.
Indigofera tinctoria de leverancier van de indigo-kleurstof
Indigofera tinctoria, de leverancier van de indigo-kleurstof.
Ook in Kano hebben de indigo-ververs veel concurrentie gekregen van industrieel vervaardigde kleding; in de koloniale tijd uit Europa en tegenwoordig goedkope geïmporteerde kleding uit China. Er zijn nu nog maar 150 indigo-putten in Kano en de laatste indigo-ververs overleven door twee markten: het toerisme en traditionele toepassingen, want bij belangrijke gelegenheden is traditionele indigo-kleding nog ‘verplicht’.
Techniek
De techniek van het indigo-verven is waarschijnlijk zo’n 500 jaar geleden geïntroduceerd door de Arabieren. Van Kano’s 150 verfputten in het atelier Kofor Mata (sinds 1898) zijn er nog een kleine vijftig in gebruik bij circa zestig indigo-ververs.
Indigo - Hausa mannen bij de indigo-verfputten in Kano
Hausa mannen bij de indigo-verfputten in Kano.
De putten zijn zo’n 4,5 meter diep en gevuld met een verfbad bestaande uit een combinatie van natuurlijke indigo, as van hout en kalium soda, die men twaalf dagen laat trekken. Tweemaal daags wordt deze mix zo’n 15 minuten stevig aangestampt met houten palen. Aan het eind worden resterende plantresten verwijderd en is de kleurstof klaar voor gebruik. De verfstof blijft zo’n jaar goed en kan aangevuld worden met organische stoffen, zoals een gele pulp van de zaden van een lokale boomsoort.
Indigo-verfputten in Kano, Noord-Nigeria
Indigo-verfputten in Kano, Nigeria.
De patronen in de stof worden gecreëerd met twee weglaattechnieken: afbinden en soms stiksels. Het afbinden wordt gedaan door knopen in de stof af te binden met concentrische cirkels. De blauwe kleur ontstaat doordat de indigo reageert met de lucht. Nadat de stof een tijd in de verfstof heeft gelegen wordt deze 30 – 45 seconden uit de verfstof gehaald en weer ondergedompeld. Dit wordt herhaald tot de stof de gewenste kleur blauw heeft bereikt.
Om lichtblauw te bereiken wordt de stof ongeveer anderhalf uur ondergedompeld en gelucht, navyblauw vergt ongeveer drie uur, licht-zwart circa vier uur en een intens donkerblauwe kleur wordt na zes uur bereikt. Indigo is een sterke kleurstof en heeft als voordeel dat het onverwarmd verwerkt kan worden. Het gebruik van een hechtmiddel is niet nodig.
Overleven
De indigoplant komt in bijna alle tropische gebieden veel voor en de traditie van indigo-verven is dan ook oorspronkelijk in grote delen van Afrika en Azië te vinden. De concurrentie van modern geproduceerde kleding heeft het traditionele indigo-verven echter geen goed gedaan.
De regering van Nigeria ondersteunt de indigo-productie omdat het aantrekkelijk is voor het toerisme, maar met een islamitische opstand gaande in naburige staten is promotie van het toerisme sowieso een hachelijke zaak. Het is daarom te hopen dat het gebruik van indigo-geverfde kleding door de eigen bevolking bij bijzondere gelegenheden deze mooie techniek in Kano in stand mag houden.
Indigo - Kofar Mata verfputten in Kano Noord-Nigeria - foto The Guardian
Kofar Mata verfputten in Kano met een voorbeeld van indigo-geverfde stof – foto The Guardian.

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Yatak, chapan en chekman: traditionele overjassen uit Centraal-Azië

In het ruige landschap van Centraal-Azië hebben sinds prehistorische tijden mensen rondgetrokken: herdersstammen met hun kudden, maar ook handelskaravanen langs de bekende zijderoute tussen China en het Midden-Oosten. Het klimaat in dit gebied kent grote uitschieters, waardoor degelijke kleding een absolute noodzaak is. De mannen in deze landen dragen lange mantels over hun kleding, waarbij de uitvoering kleurrijker en het materiaal duurder is naarmate de bezitter aanzienlijker is. U hebt allemaal wel eens zo’n jas gezien: de Afghaanse president Hamid Karzai draagt er altijd een bij officiële gelegenheden.

Kaart van de Ferghana-vallei in Oezbekistan en TadjikistanCentraal-Azië is een gebied ruwweg tussen het noorden van Iran en het westen van China. Alhoewel de definitie van het gebied varieert, gaat men over het algemeen uit van de landen die op ‘stan’ eindigen: Kazachstan, Kirgizstan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan, alle voormalige Sovjet-republieken. Het gebied is niet erg geschikt voor landbouw – het bestaat voornamelijk uit bergen, steppen en woestijnen – en wordt al duizenden jaren doorkruist door herdersvolken, op zoek naar graasgebieden voor hun kudden. Daarnaast is het een kruispunt van diverse culturen met eeuwenoude handelsroutes, bekend onder de naam zijderoute. Met iedereen altijd onderweg was het belangrijk dat alle benodigdheden voor het dagelijkse leven makkelijk vervoerd konden worden, verpakt in tassen en stoffen. Door deze behoefte ontstond hier al vroeg een textielindustrie.
Ontstaan van een ikat-traditie
Met name in de Ferghana-vallei, gelegen in het westen van het tegenwoordige Oezbekistan, ontstond zo’n 2500 jaar geleden een rijke textielindustrie, waarbij vooral katoen en zijde het basismateriaal vormde. De teelt van de zijderupsen was traditioneel vrouwenwerk, terwijl de mannen de cocons kookten om de draad af te wikkelen. De gesponnen garens werden door garenververs, vaak joden, gekleurd door middel van de ikat-afbindmethode. Hierbij worden delen van de garens afgedekt, waarbij de niet-afgedekte delen wel een kleur krijgen en de afgedekte delen hun oorspronkelijke kleur behouden. Traditioneel leverde iedere garenverver één kleur, wat maakte dat naarmate een stof meer kleuren bevatte deze steeds kostbaarder werd. De gekleurde garens gingen daarna terug naar de families die de zijde hadden geteeld, om vervolgens geweven te worden.
Hamid Karzai met een gestreepte chapanDe ikat-stoffen werden in de regel in een combinatie van zijde en katoen geweven, waarbij de ketting van ikat-gekleurde zijde was en de inslag van een monochrome katoen. Hieraan ligt een islamitische motivatie ten grondslag: men gaf er de voorkeur aan dat de huid voornamelijk met de katoen in contact kwam in plaats van met de zijde, waarvan men de aanraking te sensueel achtte. Het ontwerp van de stoffen werd in heldere kleuren uitgevoerd: roze, geel, lila, groen, rood, blauw en zwart. Daarmee contrasteerden deze kleurrijke ikat-stoffen met het wat grauwe landschap. Abstracte motieven, zoals grote concentrische cirkels en diagonale strepen, waren gebruikelijk. Eeuwenlang is deze textieltechniek in en rond de Ferghana-vallei uitgevoerd. Pas tijdens het Sovjet-tijdperk, toen grote groepen Turkmenen naar Afghanistan vluchtten, ontstond ook daar een zijde-industrie. De jas van Hamid Karzai is dus eigenlijk niet inheems.
Verschillende soorten khalat
De traditionele overjas of khalat, van voren open, lengte vaak tot over de knie en met lange mouwen, uitgevoerd in ikatstof of van geborduurd velours, was vaak een schenking van een lokale vorst aan zijn ondergeschikten en gasten, volgens de moslimtraditie om een jas als geschenk aan een welkome bezoeker te geven, een blijk van gastvrijheid. Het woord khalat stamt van het Arabische khilat, dat kledingstuk betekent. Het woord khalat wordt daarnaast ook gebruikt voor de ceremonie van het aanbieden van de mantel.

Chapan van ikat uit Oezbekistan, begin 20ste eeuw

Terwijl de gewone man meestal een gestreepte khalat droeg, toonden de voornamen hun rijkdom door diverse ikat-khalats over elkaar te dragen. Men onderscheidt drie soorten khalats:
  • de yatak, een dunne zomerjas;
  • de chapan is een gevoerde winterjas (Vergelijk de overeenkomst met het Russische woord kaftan en het Poolse woord zupan, welke in beide gevallen als kledingstuk voortkomen uit de chapan. Het woord chapan wordt ten onrechte nog wel eens voor alle Centraal-Aziatische jassen gebruikt.);
  • de chekman is een jas van schapenvel of kamelenhaar, gevoerd met katoen, zijde of een combinatie daarvan.
Afghaanse chapan uit de 20ste eeuwIn alle drie de gevallen is de khalat aan de randen afgewerkt met geweven of geborduurde banden, sheyraz geheten. De khalat wordt gedragen over een lang overhemd en een broek, terwijl als schoeisel vaak laarzen gebruikelijk zijn. Een muts van astrakan of een tyubiteika, een met borduurwerk versierd mutsje, completeert het geheel. Vaak doet men de khalat niet ‘aan’, maar slaat men deze losjes om de schouders, dus met de armen niet in de mouwen. We komen ook regelmatig khalats tegen met mouwen die bijna net zo lang als de jas zijn; bijzonder onpraktisch om daar de armen in te hebben!
Khalats hebben geen zakken. Toiletartikelen, aanstekers en kleine, bewerkte tasjes werden aan een riem gedragen. De tasjes waren meestal met borduurwerk versierd, waarbij iedere stam zijn eigen patronen had.
De uitvoering van de khalat is afhankelijk van de maatschappelijke status van de drager. Zo droegen de vroegere vorsten in deze gebieden khalats van velours, vaak versierd met borduursel van goud- en zilverdraad. Goudbrokaat khalats met zijden ikatvoering of jassen van velours waren gereserveerd voor prinsen en hoge hoffunctionarissen. Leden van de stedelijke elite droegen zijden ikatjassen. De gewone stedelingen, boeren en nomaden dragen katoenen khalats, die meestal gestreept zijn.

Khalat uit Boekhara van zijdebrocaat, laat 19de eeuw

Mohammed Alim Khan van Boekhara draagt een chapan van zijde uit eigen atelierDe indrukwekkendste khalats zijn uitgevoerd in velours van kasjmier wol, versierd met goud- en zilverborduurwerk en gevoerd met ikatstof, een symbool van rijkdom en macht van de drager. Sommige khans (plaatselijke vorsten), zoals die van Boekhara, hadden eigen ateliers waar deze vervaardigd werden. Het rijke borduurwerk met goud- en zilverdraad werd uitgevoerd door mannen, omdat men geloofde dat vrouwenhanden het gouddraad zouden aantasten. Tegenwoordig wordt het borduurwerk in deze streek in ateliers juist door vrouwen gemaakt.
Een khalat kopen
Traditionele khalats komt men nog wel eens tegen op veilingen van onder andere het veilinghuis Christies en in vooraanstaande textielgalerieën. Verkoopprijzen liggen dan tussen de € 400 en €3.000, sterk afhankelijk van ouderdom en kwaliteit. In Amsterdam verkoopt de in Centraal-Aziatische textiel gespecialiseerde galerie Shirdak khalats. Via het internet vindt u ook wel webwinkels die khalats en charpans verkopen, maar deze zijn dan meestal van met moderne technieken gefabriceerde stoffen gemaakt en dus lang niet zo interessant.
Meer informatie
Boek
Asian Costumes and Textiles, Skira Editore, Milaan, ISBN 88-8118-971-2
Internet
Artikel over alle uitingen van de Oezbeekse cultuur
Online galerie 30meeting.com, Charleston, SC, Verenigde Staten
Oezbeekse nationale kleding
Shirdak Silkroad Textile

Chapan van ikat, Oezbekistan, 19de eeuw

 

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

De rijkdom aan traditionele borduurstijlen in Marokko

Terwijl het meeste oorspronkelijke borduurwerk in veel landen van het platteland komt, is borduren in Marokko een stedelijke aangelegenheid. En wellicht denkt u bij mooi, traditioneel borduurwerk aan de Balkan, India of China, u zult versteld staan van de verfijndheid en rijkdom van het Marokkaanse borduren. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt in zeven verschillende stijlen, genoemd naar de steden waar deze beoefend werden. Werden, want terwijl een eeuw geleden in bijvoorbeeld Fez nog meer dan 2000 borduurateliers bestonden, is het traditionele Marokkaanse borduren zo goed als verdwenen.

Culturele oorsprong
Marokkaans-joodse trouwjurkDe oorsprong van het Marokkaanse borduurwerk gaat waarschijnlijk terug tot de achtste eeuw en is beïnvloed door twee culturele stromingen: enerzijds de verfijndere Spaans-Moorse invloed uit Andalusië (Spanje en Marokko waren bijna duizend jaar cultureel nauw met elkaar verbonden) en anderzijds de eenvoudiger en meer oorspronkelijke cultuur van de inheemse stammen in Noord-Afrika, zoals de Berbers. Gedurende de eeuwen ontwikkelde de Spaans-Moorse stijl tot de ‘officiële’ Marokkaanse kunst, maar wel sterk beïnvloed door de volkskunst van de Berber-stammen. Deze Marokkaanse kunst is duidelijk een Arabisch / Islamitische kunst, met een sterke voorkeur voor florale en geometrische motieven. Gedurende de eeuwen is de borduurkunst daarnaast mede beïnvloed door joodse vluchtelingen uit Spanje en Turkse en Kaukasische vrouwen die in Marokkaanse harems waren beland.
Borduren van jongs af aan
Marokkaans meisje bezig aan een borduurwerk in de stijl van AzemmourHet borduren werd traditioneel uitgevoerd door vrouwen uit de hogere en middenklasse in de Marokkaanse steden. Van zeer jong af leerden meisjes borduren en werkten vaak jarenlang aan hun uitzet. Denkt u daarbij aan beddengoed, gordijnen, kussens en kleding. Met borduren onderscheidde je je maatschappelijk; vrouwen uit de hogere klasse versierden hun kleding met rijk borduurwerk en decoreerden hun huis met prachtig versierde kussen en gordijnen. Sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 is de westerse invloed in interieur en kleding echter steeds groter geworden en het traditionele borduurwerk geleidelijk zo goed als verdwenen.
Meisjes leerden het borduren niet van hun moeder, zoals elders vaak het geval was, maar bij een ma’allemat, een ervaren borduurkunstenares. Deze ma’allemat bezochten de rijkere meisjes thuis om les te geven, terwijl meisjes uit de lagere klassen les kregen in de ateliers. Het onderwijs in borduren was vaak gratis, maar een deel van de werkstukken werd eigendom van de ma’allemat, die ze doorverkocht.
Techniek en materiaal
Alhoewel de kruissteek sporadisch in delen van een borduurwerk voorkomt, bestaat het meeste Marokkaanse borduurwerk uit een oneindige hoeveelheid hele fijne platsteekjes en soms rijgsteekjes. Meestal werd er geborduurd met zuiver zijde. Aangezien de waarde van borduurwerk vaak werd bepaald door het gewicht aan zijde, werd er soms zelfs met vier draden tegelijk geborduurd. De zijde was meestal afkomstig uit India of Europa en werd ter plaatse door gespecialiseerde ateliers geverfd met natuurlijke grondstoffen. Kleuren op aniline-basis werden minder gebruikt, omdat deze sneller verbleekten bij wassen of blootstelling aan zonlicht.
Detail van een borduurwerk in de stijl van FezMeestal werd uit Europa geïmporteerde katoenen stof gebruikt, vaak ook linnen en een enkele keer zijde. Gewoonlijk werd het patroon globaal direct op de stof geschetst, waarna de vlakken werden ingevuld met geometrische patronen in hele kleine platsteekjes. Dit laatste werd uit het hoofd gedaan, dus zonder teltekeningen of iets dergelijks; de decoratie ontstond geleidelijk door de steekjes uit te tellen over twee tot vier weefseldraden. Wanneer u de foto’s bekijkt begrijpt u wel wat een ongelooflijke prestatie dat was.
Het werkstuk werd in de regel aan drie kanten vastgezet op een kussen; vanaf de vierde kant werd het werk tijdens het borduren opgelicht. Alleen in Fez gebruikte men een borduurframe. Tegenwoordig ziet men ook wel dat een borduurring wordt gebruikt.
Regionale kenmerken
Wie de borduurkunst van Marokko bestudeert, maakt als het ware een reis langs de Marokkaanse steden, welke alle hun zeer specifieke, eigen borduurstijl hebben. In totaal onderscheiden we zeven duidelijk verschillende borduurstijlen, die we hieronder zullen toelichten.

Kaart van Marokko

Tétouan
Tetouan - joods gewaadDeze plaats werd gesticht in het begin van de 14de eeuw. Na de val van het koninkrijk Granada in 1492 verplaatste de Spaans-Moorse cultuur zich vooral naar Tétouan, waardoor het de bijnaam van ‘Granada’s dochter’ kreeg. Deze cultuur werd later sterk beïnvloed door joodse en Turkse immigranten. De Andalusische vluchtelingen handhaafden in hun borduurwerk de Spaans-Moorse tradities, welke zelf weer van Koptische en Oriëntaalse komaf was. Een kleine gemeenschap van vluchtelingen uit Algiers bracht een Turks geïnspireerd borduurwerk met zich mee, die het borduurwerk van Tétouan eveneens heeft beïnvloed.
Kussenhoes uit TetouaneIn Tétouan werd over het algemeen op fijnere stoffen geborduurd dan elders in Marokko, zoals fijn geweven linnen en zijde. Deze stoffen waren meestal ivoor- of zandkleurig, soms zacht- of goudgeel. Dit borduurwerk is vrolijk en veelkleurig, waarbij de grotere designs in fellere kleuren wordt uitgevoerd en de secondaire elementen in zachtere tinten. Een uniek werkstuk voor Tétouan-borduurwerk is de tenchifa, een doek dat over een spiegel werd gehangen gedurende de wittebroodsweken, om het kwade oog af te weren.
Chechaouen
Borduurwerk uit Chechaouen: AridDit plaatsje, dat in 1471 gesticht werd, is van het begin af een toevluchtsoord van Andalusiërs geweest. Dit is duidelijk te zien in de middeleeuwse kasba, de huizen en een wijk met de naam Rif-el-Andalous. De laatste instroom van vluchtelingen uit Andalusië vond begin 17de eeuw plaats en bestond uit Spaanse moslims en joden. De invloed is overduidelijk wanneer men Spaans-Moors borduurwerk in de musea van Madrid en Barcelona vergelijkt met dat uit Chechaouen.
Borduurwerk uit Chechaouen werd met name gebruikt voor de decoratie van interieurstoffen. Een veelvoorkomend stuk is een soort loper voor op een kastje, met een symmetrisch patroon. Meestal werd er naturel of gebleekt linnen gebruikt, later meer katoen. Dit borduurwerk doet aan tapisserie denken; de stof is geheel met vierkante vlakjes zijde bedekt. Het kleurengamma van de borduurzijde is beperkt tot groen, blauw, geel en rood. Soms vinden we stukken waar gouddraad in is verwerkt; dit was het monopolie van de joodse bevolking van Chechaouen.

Marokko: stadsgezicht Fez

Fez
Borduurwerk van Fez uit de 19de eeuwDeze van oorsprong door hoofdzakelijk Berbers bewoonde stad, gesticht in het jaar 809, kreeg in de negende en tiende eeuw een grote toeloop van vluchtelingen uit Andalusië en Tunesië. De stad beleefde een grote bloei in de dertiende eeuw, die vele handelaren, kunstenaars en wetenschappers uit de wijde regio aantrok. Daarnaast had Fez de grootste joodse gemeenschap van Noord-Afrika, die harmonieus samenleefde met de islamitische bevolking.
Jonge vrouw in Fez bezig met borduurwerk op een borduurringDe meest voorkomende vorm van Fez -borduursel wordt terz del ghorza (puntsteek) genoemd, gebaseerd op een verticale, horizontale en diagonale rijgsteek, maar daarnaast komen ook andere steken voor. Fez borduurwerk wordt altijd uitgevoerd in één kleur zijde, meestal zwart, bruin of rood. Het werk wordt uitgevoerd op een laag borduurframe op ivoorkleurige of ongebleekte fijne katoen of linnen. Het is aftelbaar borduurwerk dat niet omkeerbaar is. Het borduurwerk wordt gebruikt om allerlei huishoudelijk linnen te decoreren: spreien, tafelkleden, kussens, gordijnen en kleding. Het borduursel is ongelooflijk gedetailleerd en de vervaardiging van een enkel stuk duurde soms jaren.

Borduurwerk uit Fez

Meknès
De plaats Meknès is meer dan duizend jaar oud en genoemd naar de Berberstam Meknassis. In het midden van de 14de eeuw vestigden zich een aantal Andalusische families zich in Meknès, voornamelijk afkomstig uit Cordoba en Sevilla . Zij hadden een belangrijke invloed op de handel en kunst in Meknès, onder andere op het gebied van mozaïek, houtbewerking en natuurlijk het borduurwerk.
Borduurwerk uit MeknesBorduurwerk uit Meknès is technisch en uiterlijk vergelijkbaar met dat van Salé en Fez, de dichtstbijzijnde andere plaatsen. Terz meknassi (onomkeerbaar aftelbaar borduurwerk) wordt gemaakt met een groot aantal kleuren: rood, geel, oranje, groen, bruin, zwart en soms blauw. Het wordt geborduurd op een uiterst fijne, roomkleurige mousseline. Echt aftelbaar borduurwerk op zulke fijne stof is niet mogelijk, dus de borduurster zal het moeten hebben van esthetisch inzicht en precisie. Opvallend is de invulling van grote vlakken met een ontelbaar aantal kleine stipjes in verschillende kleuren en regelmatige patronen.
Rabat
De hoofdstad van Marokko, Rabat, heeft in haar lange geschiedenis tijden van enorme rijkdom gekend, afgewisseld met betrekkelijke onbetekenendheid. In de 17de eeuw moedigde sultan Mulay Zaydan de als moedig en vechtlustig bekend staande Hornacheros uit de Spaanse provincie Badajos aan om zich in Rabat te vestigen. Zij verklaarden zich echter spoedig zelfstandig en werden de belangrijkste bevolkingsgroep in Rabat. Dit verklaart waarom de borduursters van deze stad hun techniek en inspiratie ontleenden aan hun Moorse voorouders en de Spaanse renaissance.

Borduurwerk uit Rabat: detail van een trouwgordijn

Het borduurwerk van Rabat valt in twee groepen te onderscheiden. Enerzijds het monochrome borduurwerk, uitgevoerd in een robuuste kleur, zoals rood, donkerblauw en geel, anderzijds de soort die uitgevoerd is in vele, contrasterende kleuren. Als ondergrond werd gebruikgemaakt van katoen of een witte of écrukleurige mousseline en soms op zijde. Waar bij het hele oude borduurwerk uit Rabat uit de decoraties nog vaag een sterk gestileerde, menselijke vorm is af te leiden, is het latere borduurwerk puur op plantaardige motieven gebaseerd. De meest gebruikte steek is de satijnsteek.

Groot borduurwerk uit Rabat

Salé
Borduurwerk uit SaléGesticht in de 12de eeuw en gelegen tegenover Rabat aan de monding van de Bou Regreg rivier, onderhield Salé nauwe handelscontacten met Venetië, Genua, Engeland en Nederland. De rijkdom van deze stad groeide verder met de komst van vluchtelingen uit Spanje in de 17de eeuw. De geschiedenis van de stad is terug te vinden in de diverse invloeden op het Salé borduurwerk.
Alhoewel het kleurgebruik in Salé borduurwerk overeenkomsten vertoont met dat van het nabijgelegen Rabat, is de techniek veel meer beïnvloed door dat van Chechaouen, met het gebruik van de rijgsteek, bouclé en kruissteek. Deurgordijnen werden in bouclé geborduurd, zodat het ontwerp aan beide zijden te zien was, terwijl op bijvoorbeeld kussens onomkeerbare technieken werden gebruikt. Ook in Salé vinden we zowel monochrome als veelkleurige motieven, maar dan in geometrische patronen, zoals vierkanten, diamanten, drie- en zeshoeken.
Azemmour
Van deze plaats aan de monding van een van Marokko’s grootste rivieren valt de oorsprong niet meer te traceren, maar het is waarschijnlijk dat Azemmour al in de tijd van Carthago bestond. Deze plaats heeft enige tijd nauwe banden met Portugal onderhouden en er heeft lange tijd een rijke, joodse gemeenschap bestaan, die inmiddels verdwenen is, maar die wel belangrijke invloed heeft gehad op het borduurwerk van Azemmour.

Borduurwerk uit Azemmour

Het borduurwerk van Azemmour is wezenlijk anders dan al het andere wat in Marokko wordt aangetroffen. Er werd gebruik gemaakt van stroken écru linnen, tussen de 10 en 50 cm breed en gebruikt als wanddecoratie en voor de afwerking van gordijnen en matrassen. Traditioneel werd het gemaakt door joodse vrouwen in rode en donkerblauwe zijde. De ondergrond is geheel bedekt met borduursel, zodat het eigenlijke patroon wordt gevormd door de niet geborduurde delen van de stof. Zeer ongebruikelijk voor Marokkaans en islamitische kunst zijn de figuratieve ontwerpen, zoals vogels en andere dieren. Deze uitgespaarde patronen worden dan omlijnd met zwart. In sommige opzichten doet het denken aan 16de eeuws borduurwerk uit Spanje en Italië.
Neergang en wedergeboorte
Marokkaanse geborduurde sandalenTerwijl borduurwerk vroeger een overheersend onderdeel van het Marokkaanse interieur was, is de laatste decennia de smaak dusdanig veranderd en verwesterd, dat men nog maar zelden een stuk borduurwerk in een Marokkaans huis zal tegenkomen. Ditzelfde geldt natuurlijk voor kleding; de rijk geborduurde traditionele kleding, met name van de rijkere bevolkingslaag, bestaat zo goed als niet meer. Daarnaast is het tijdrovende met de hand borduren ook nog eens vervangen door de borduurmachine.
Veel antiek borduurwerk heeft zijn weg gevonden naar Europese en Amerikaanse verzamelaars, zodat het in Marokko zeldzaam is geworden. Het goede nieuws is dat de belangstelling van verzamelaars en toeristen het vervaardigen van traditioneel Marokkaans borduurwerk weer commercieel interessant heeft gemaakt. Voor deze groep wordt in kleine ateliers tegenwoordig weer fraai, traditioneel borduurwerk gemaakt, maar de tijden dat in Fez meer dan 2000 borduurateliers floreerden zullen niet meer terugkeren.
Meer informatie
Boeken
Moroccan Textile Embroidery door Isabelle Denamur
Les Broderies Marocaines door Jean-Pierre Bernes
Broderies Marocaines door Marie-france Vivier
The Fabric of Moroccan Life door Niloo Imami Paydar

Internet
Boutique Majid, met veel afbeeldingen van antiek Marokkaans borduurwerk.

Groot borduurwerk in de stijl van Chechaouen

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather