Archives

Sits, katoen in bloei

Zonnehoed met sitsen voering, geknipt uit een grote palempore met een bloeiende boom. India circa 1730 - foto Fotostudio Noorderblik.

Glanzende gebloemde katoen uit India, hier gebracht door de VOC

Sits (ook bekend onder de Engelse naam chintz) is een glanzende katoenen stof, versierd met handgeschilderde bloempatronen, afkomstig uit India. De stof werd vanaf 1602 geïntroduceerd in Europa door zeelieden van de VOC, die de sits meebrachten op de terugreis van de Oost. Het Fries Museum te Leeuwarden heeft een van de grootste collecties oude sitsen en heeft nu een speciale tentoonstelling gewijd aan deze bijzondere textielvorm.

Sitsen vrouwenjak, met dubbele vestpandjes en sitsen vrouwenrok met grote motieven, gedragen circa 1765 - foto Fotostudio Noorderblik.
Sitsen vrouwenjak, met dubbele vestpandjes en sitsen vrouwenrok met grote motieven, gedragen circa 1765 – foto Fotostudio Noorderblik.
Van India naar Europa
De eerste kennismaking van Europeanen met sits ontstond doordat de Portugezen deze meebrachten uit India. Het was meteen een sensatie, want de katoenen sits was veel zachter en soepeler dan de tot dan in Europa gangbare linnen en wollen stoffen. De naam ‘sits’ en het Engelse ‘chintz’ komt voort uit het Perzische ‘chitta’, dat ‘bedrukt’ betekent. Voor de goedkopere sits uit India werden de contouren van de patronen namelijk bedrukt met blokstempels.
Sits werd al lange tijd in het oosten gebruikt als ruilmiddel tegen bijvoorbeeld specerijen. De Indiase producenten pasten daarom hun motieven aan voor de diverse markten, zoals China, Indonesië tot zelfs Egypte aan toe. De VOC nam in eerste instantie de sits van India mee naar het tegenwoordige Indonesië om deze als ruilmiddel te gebruiken tegen specerijen. Sommige zeelieden smokkelden echter ook wat sits mee naar Nederland, waar deze kleurrijke stoffen snel in de smaak vielen. Vanaf 1664 gaf de VOC opdracht om de sits als handelswaar mee te nemen naar Nederland.
Overzichtsfoto tentoonstelling met klederdracht - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling met klederdracht – foto Erikjan Koopmans.
Sitsen Hindeloper wentke (vrouwenjas) voor de lichte rouw. India 1750 - 1800 - foto Fotostudio Noorderblik.
Sitsen Hindeloper wentke (vrouwenjas) voor de lichte rouw. India 1750 – 1800 – foto Fotostudio Noorderblik.
Klederdracht
Met name in Friesland viel de sits zeer in de smaak en werden er allerlei kledingstukken van gemaakt, maar bijvoorbeeld ook gebruikt voor spreien en wandbespanning. Voor veel lokale klederdracht, zoals in Hindeloopen, werd sits gebruikt. Toen uiteindelijk de mode veranderde en de gebloemde patronen uit de gratie raakten omdat de voorkeur veranderde naar kleding van effen stoffen, wist sits zich in klederdracht te handhaven. In bijvoorbeeld de klederdracht van Bunschoten-Spakenburg wordt sits tot op vandaag gebruikt.
Omdat sits als importartikel kostbaar was begon men in de tweede helft van de 17de eeuw in Europa sits zelf te bedrukken. In 1678 werd in Amersfoort de eerste katoendrukkerij geopend, waarbij men als basis de katoenen stof uit India gebruikte. Pas rond 1750 bereikte men een vergelijkbare kwaliteit van het origineel uit India. Toen na 1760 de eerste mechanische spinmachines werden uitgevonden begon men ook in Europa katoen te weven. De prijzen daalden daardoor aanzienlijk en de sits werd onder brede lagen in de bevolking populair. In Nederland bleef men echter op uit India geïmporteerde katoen drukken en prijsde men zich uiteindelijk uit de markt.
Sitsen palempore met bloemen - foto Fries Museum.
Sitsen palempore met bloemen – foto Fries Museum.
Hoe wordt sits gemaakt?
We gaan even terug naar het origineel: de handbeschilderde sits uit India. Kenmerkend voor sits is het gebruik van beitsen om de plantaardige kleurstoffen te hechten aan de vezels en het gebruik van afdekmateriaal zoals (bijen)was. Iedere kleur wordt apart opgebracht, waarbij de delen van de stof die niet met die kleur bedekt mogen worden afgedekt worden met was (vergelijkbaar met batik uit Indonesië). Tussen de verschillende kleurbaden moet de stof telkens gewassen en in de zon gebleekt worden.
De kleuren worden in een vaste volgorde aangebracht, waarbij de sterkste kleuren (die dus het vaakst gewassen worden) eerst worden opgebracht en de zwakkere kleuren later. De kleuren worden gevormd door de diverse beitsen, zoals ijzernat, aluin en tinzout, te combineren met natuurlijke kleurstoffen zoals indigo, meekrap en geelwortel (kurkuma). Wanneer alle kleuren aangebracht zijn wordt de stof nabehandeld met rijstwater en vervolgens gepolijst, zodat deze glanzend wordt. Deze glans verdwijnt echter wanneer de stof gewassen wordt, omdat de was, die de glans veroorzaakt, oplost.
Overzichtsfoto met op de achtergrond enkele wapenpalempores - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto met op de achtergrond enkele wapenpalempores – foto Erikjan Koopmans.
Hindelooper wentke (vrouwenjas) onderdeel van Hindelooper vrouwenkostuum. India, 1725-1750 - foto Fries Museum.
Hindelooper wentke (vrouwenjas) onderdeel van Hindelooper vrouwenkostuum. India, 1725-1750 – foto Fries Museum.
Patronen
Sits is gedecoreerd met bloempatronen, een exotische versiering die tot dan in Europa nauwelijks voorkwam. De patronen zijn zeker niet altijd natuurgetrouw, omdat vaak uit één tak verschillende soorten bloemen voortsproten. De Indiase makers speelden sterk in op de smaak van hun exportmarkten en hadden voor verschillende landen verschillende decors. Als uiteindelijk de handel met de VOC opbloeit neemt men vanuit Europa patronen mee om die in India te laten verwerken. Een typische Europese toepassing zijn de enorme wapenpalempores (spreien met een familiewapen).
Topstukken in het Fries Museum
Het Fries Museum beschikt over een omvangrijke collectie sits in goede staat. Een van de topstukken is een 18de-eeuwse kimono. De stof en het kledingstuk zijn Indiaas, het model is Japans (Nederland had in die tijd als enige een handelspost in Japan, Decima bij Nagasaki) en de drager was een rijke Hollander. De kimono is driehonderd jaar geleden beschilderd, maar ziet er nog steeds uit als nieuw. Het laat als geen ander collectiestuk zien dat in de ogenschijnlijk simpele katoenen stof diverse culturen samenkomen. Een ander topstuk is een wandkleed uit de 17de eeuw, de oudste sits in Nederland, met leeuwen, mythische vogels en amoureuze taferelen.
Detail van sitsen tafelkleed, beschilderd met fabeldieren en figuurscènes. Zuid-India, circa 1650 - foto Fotostudio Noorderblik.
Detail van sitsen tafelkleed, beschilderd met fabeldieren en figuurscènes. Zuid-India, circa 1650 – foto Fotostudio Noorderblik.
Boek bij de tentoonstelling.
Boek bij de tentoonstelling.
Activiteiten en publicatie
Rond de tentoonstelling zijn er verschillende activiteiten. Op meerdere momenten zijn er rondleidingen, lezingen en workshops te volgen. In samenwerking met Crafts Council Nederland wordt er een driedaagse masterclass gegeven. Voor wie zich verder in de sitsen wil verdiepen is er een boek over de tentoonstelling en achtergronden gepubliceerd, geschreven door curator Gieneke Arnolli.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur

Bovenste foto: Zonnehoed met sitsen voering, geknipt uit een grote palempore met een bloeiende boom. India circa 1730 – foto Fotostudio Noorderblik.

Werken van Barbara Broekman, Linda Valkeman en Fransje Killaars - foto Erikjan Koopmans.
Werken van Barbara Broekman, Linda Valkeman en Fransje Killaars – foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling – foto Erikjan Koopmans.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

‘Reisstof’ uit Oman en Venezuela

Wayuu uit Venezuela.

De makers van de tentoongestelde werken in deze boeiende tentoonstelling zijn nomadenvolken uit Oman en de Wayuu Indianen uit de Guajira, het noordelijke grensgebied van Venezuela en Colombia. Mirja Wark verzamelde deze kleding en gebruiksvoorwerpen. Textiel en vakmanschap staan centraal.

Traditionele kleding uit Oman.
Traditionele kleding uit Oman.
Textielkunst van rondtrekkende volken
Beide volken leven in een natuur met een beperkt aantal ingetogen kleuren. Zij compenseren dit door hun kleding, gebruiksvoorwerpen, tuigage voor de pakezels en schoenen intens kleurrijk te maken. Op het gebied van weven, textielbewerking, borduren en leerbewerking hebben ze een hoog vakmanschap ontwikkeld, en dat in een omgeving zonder stromend water en elektriciteit. Opmerkelijk is ook dat ze geen vaste woonplaatsen hebben en alles vervoeren op hun ezels, inclusief hun weefgetouwen.
Bijzonder is de versierde gordel, of si’ira, die de Wayuu-vrouwen weven voor de lendendoek van hun mannen en zonen. Zij maken deze op eenvoudige rechtopstaande getouwen met toepassing van een groot aantal hoog-ontwikkelde textieltechnieken. Met eindeloos geduld manipuleren zij gestaag hun ketting en inslag en creëren zo hun kleurige en buitengewoon kloeke en evenwichtige ontwerpen.
Weefwerk uit Oman.
Weefwerk uit Oman.
Steun voor traditionele technieken
In Oman zorgt Sultan Qaboos er voor dat zijn onderdanen hun historische tradities blijven kennen en waarderen. Er zijn steunprogramma’s voor werkers in traditionele ambachten zoals voor zilversmeden, indigotelers, wevers, pottenbakkers, mandenvlechters en leerbewerkers.
Weefstof.
Weefstof.
De expositie toont kleding, gebruiksvoorwerpen, sieraden, ezelstuig en tassen. Van de Wayuu uit Venezuela zijn ook nog schoenen en hangmatten te zien. Tevens krijgt u een beeld van de leefwijze van deze nomadenvolken
Mirja Wark
Mirja Wark is weefkunstenaar en weven is haar grote passie. Zij woonde in Venezuela, Oman, Syrië en Libië en onderzocht in die landen traditionele textieltechnieken en is stukken gaan verzamelen.
Zij volgde diverse internationale opleidingen in weven en kunstweven, runde zes jaar de handweefschool De Binding in Utrecht, organiseerde textielreizen, ontwierp weefkunstwerken en schreef Si’ira, een boek over een bijzondere gordel, geweven door de Wayuu, en bijdragen in onder meer het tijdschrift Handwerken Zonder Grenzen
Openingstijden
Van 1 april tot 1 oktober dinsdag t/m zondag van 11.00 – 17.00 uur
Van 1 oktober tot 1 april dinsdag t/m zondag van 14.00 – 17.00 uur
Het museum is gesloten op algemeen erkende feestdagen
Wayuu in vol ornaat.
Wayuu in vol ornaat.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Sashiko, een eeuwenoude Japanse techniek om met stekenpatronen stof te decoreren

Sashiko is een traditionele wijze om stof te versterken met stikselpatronen, met name met wit garen op indigo stof. Het is een traditie die stamt uit de 17de eeuw en die verspreid over heel Japan voorkomt. Alhoewel we die lichte steekjes op donkerblauwe stof nu heel decoratief vinden, is de oorspronkelijke reden om dit te doen veel prozaïscher: puur ter versterking van de (handgeweven) stof, om slijtage te maskeren of om bij het watteren van de stof de diverse lagen goed aan elkaar te naaien.

Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Oorsprong
Eeuwen geleden weefden Japanse boeren hun stof met de hand van plantaardige vezels, zoals hennep. Deze stoffen waren niet erg sterk, terwijl de boerenkleding wel aan stevige slijtage onderhevig was. Ter versterking werd de stof met indigo geverfd en van fijne stekenpatronen voorzien, om de stof goed bij elkaar te houden. Sashiko betekent ‘kleine steekjes’. Daarnaast werden meerdere lagen stof op elkaar met steekjes vastgemaakt en soms gewatteerd om de kleding warmer te maken.
Alhoewel de techniek om stof te versterken met kleine steekjes in veel Aziatische culturen voorkomt, associëren we deze techniek toch vooral met China en Japan. Tegenwoordig ligt het accent vooral op het decoratieve element en wordt Sashiko ook veel toegepast op woningtextiel, zoals kussens en gordijnen. Ook zien we nu ook wel Sashiko op andere kleuren stof dan indigo toegepast worden.
Seikaiha Sashiko.
Seikaiha Sashiko.
Drie soorten Sashiko
Sashiko wordt in veel districten toegepast. Tegenwoordig onderscheiden we drie technieken die duidelijk van elkaar verschillen.
Moyouzashi of eenvoudig Sashiko
Dit is de bekendste techniek en vaak de techniek die we algemeen als Sashiko aanduiden. Afkomstig uit het noorden van Japan, bestaat deze techniek uit geborduurde rechte of gebogen rijen rijgsteken, waarbij de steken elkaar niet mogen kruisen.
Diverse voorbeelden van Hitomezashi Sashiko.
Diverse voorbeelden van Hitomezashi Sashiko.
Hitomezashi Sashiko
Bij deze techniek worden de stekenpatronen gemaakt op basis van een ruitpatroon. Daaruit volgt vanzelf dat er bij Hitomezashi Sashiko geen gebogen lijnen voorkomen. In tegenstelling tot bij Moyouzashi Sashiko mogen bij deze techniek de steken elkaar wel kruisen of elkaar raken. Terwijl Moyouzashi meer een indruk van rijen steken geeft, zie je bij Hitomezashi meer losse steekjes, waardoor dit ook wel één-steek-Sashiko genoemd wordt.
Een voorbeeld van Kogin Sashiko.
Een voorbeeld van Kogin Sashiko.
Kogin Sashiko
Bij deze techniek wordt met indigo geverfde linnen stof met linnen garen voorzien van geometrische patronen door middel van horizontale steken. Er wordt gewerkt met een lange draad en het is zaak om secuur de steken te tellen. Bij deze techniek wordt de blauwe stof het meest bedekt met stikselpatronen.
Materiaal
In het algemeen gebruikt men voor Sashiko als ondergrond gelijkmatig, vast geweven katoenen stof. Het helpt wanneer de stof aftelbaar is, zodat u de steken mooi regelmatig over telkens hetzelfde aantal draden kunt maken. Traditioneel is de stof indigoblauw. Het is verstandig om de stof voor het borduren te wassen; het is zo jammer als het contrast tussen het witte borduursel en de blauwe ondergrond vervaagd is omdat de stof tijdens de eerste wasbeurt kleur afgaf.
Hoe donkerder blauw de stof, hoe mooier de steken uitkomen.
Hoe donkerder blauw de stof, hoe mooier de steken uitkomen.
U kunt een enkele laag stof gebruiken, bijvoorbeeld wanneer u er daarna een kussen mee bekleedt, een dubbele laag of tussen de twee lagen een laag watten leggen, voor een gewatteerd jasje bijvoorbeeld. Was en strijk de stof voor gebruik. Strijk de stof aan de achterzijde, want indigostof kan soms gaan glanzen wanneer u op de goede kant strijkt.
Het garen dat speciaal voor Sashiko wordt gemaakt is zwaarder dan quiltgaren. Dit garen is via postorder en in een speciaalzaak te koop. Anders kunt u gebruik maken van fijn haakgaren of katoenen perlégaren, nr. 5 bijvoorbeeld. Meestal knipt men het garen van tevoren in draden van 45-50 cm.
Patroon op de stof brengen
Breng het patroon aan op de goede zijde van de stof. Neem een paar cm extra stof, omdat het stiksel soms veroorzaakt dat de stof wat inloopt. Teken het patroon met een kleermakerskrijt of quiltpotlood op de stof, waarbij u eventueel gebruik maakt van kleermakerscarbonpapier of een tafel met een (ver)lichte achtergrond. Wees zeer zorgvuldig met het aanbrengen van het patroon, want door de fijne stiksels wordt iedere fout direct zichtbaar. U kunt een patroon kopen of zelf een patroon ontwerpen.
Verschillende Sashiko-patronen.
Verschillende Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Het borduren
De schoonheid van Sashiko zit in de eenvoud van de steken, een eenvoudige rijgsteek, meestal 2-4 steken per cm. Het aantal steken is afhankelijk van de stof die u gebruikt: grovere stof vraagt om grotere steken. Belangrijk is dat iedere steek een gelijke lengte heeft. Het is niet gebruikelijk bij Sashiko om een knoopje in het uiteinde te leggen; meestal begint men met een paar stiksteken en gaat er dan overheen met de rijgsteek. Een overgebleven uiteinde wordt zo kort mogelijk afgeknipt. Bent u aan het eind van de draad voor het eind van de stekenrij, dan maakt u met de volgende draad eerst een paar steekjes over het laatste stukje van de vorige draad.
Het op de stof getekende patroon wordt zorgvuldig met gelijkmatige steekjes overdekt. Let erop dat kruisende steken elkaar nooit 'overlappen'.
Het op de stof getekende patroon wordt zorgvuldig met gelijkmatige steekjes overdekt. Let erop dat kruisende steken elkaar nooit ‘overlappen’.
Het is gebruikelijk om een groot aantal steken op de naald te houden; ervaren Sashiko-makers hebben vaak 7-10 cm stof op de naald. Bij gebogen lijnen kan dat natuurlijk niet, dan houdt u slechts 2-3 steken op de naald. Als de stof gaat golven rekt u deze voorzichtig even uit totdat die weer vlak is.
De steken worden zoveel mogelijk continu gemaakt, zonder onderbrekingen. Een commercieel Sashikopatroon geeft meestal aan in welke volgorde u het patroon maakt. In de regel maakt men de steken van de buitenkant naar het midden van de stof. Bij Moyouzashi Shasiko maakt u geen steken over elkaar heen; bij kruisende stekenrijen slaat u bij het kruispunt een stukje stof over en gaat net zover van het kruispunt weer verder.
Jasje, voorzien van diverse Sashiko-patronen.
Jasje, voorzien van diverse Sashiko-patronen.
Meer informatie
Sashiko Handboek van Susan Briscoe.Susan Briscoe is een Engelse auteur die veel heeft bijgedragen aan de bekendheid van Sashiko in het westen. Van haar hand is het Sashiko Handboek ook in het Nederlands uitgebracht, door Veltman Uitgevers (isbn 9789048311156).
Sashiko and other stitching is haar weblog.
Op de website Japan is Fun! worden Sashiko-materialen en -pakketten verkocht en vindt u ook een gedetailleerde uitleg van de werkwijze met veel foto’s.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Traditionele, indigo-geverfde stoffen uit Kano, Nigeria

Indigo - panorama over Kano
De Nigeriaanse stad Kano, gezien vanaf een heuvel.

De oude stad Kano in het noorden van Nigeria was ooit een belangrijke handelsstad waar de karavanen uit Noord-Afrika eindigden om hun inkopen te doen en deze weer dwars door de Sahara te vervoeren naar de door toearegs en berbers bevolkte gebieden. In de pre-industriële tijd was de productie van indigo-geverfde stoffen een van de belangrijkste bedrijvigheden van Kano en indigo-geverfde kleding werd in het gehele gebied van de Sahara gedragen.

Indigo - Kaart van Nigeria met Kano in het noorden
Kaart van Nigeria met Kano in het noorden.
Kano
Nog steeds is Kano een van de grootste steden van Nigeria met 1,2 miljoen inwoners. Het is het centrum van het islamitische deel van Nigeria en de laatste decennia politiek onrustig (er vonden in 2012 een aantal bomaanslagen plaats waarbij minstens honderd doden vielen). Het is een oude stad waar veel tradities bewaard bleven. Een deel van de oude, lemen ommuring is nog te zien. Noord-Nigeria wordt voornamelijk door Hausa bevolkt, die er lang geleden een aantal stadstaten stichtten, waaronder Kano.
Indigo
Al vijfhonderd jaar wordt er in Kano textiel geverfd met indigo, alhoewel vroeger deze techniek in veel meer plaatsen in West-Afrika voorkwam. Indigo is een kleurstof afkomstig van de indigo-plant (Indigofera tinctoria en Indigofera suffruticosa), een kleurstof die goed bestand is tegen wassen en slijtage. Traditioneel werd er daarom in Europa en Amerika werkkleding mee geverfd, nu bekend als jeans. Bijna overal ter wereld is indigo tegenwoordig vervangen door een chemische kleurstof.
Indigofera tinctoria de leverancier van de indigo-kleurstof
Indigofera tinctoria, de leverancier van de indigo-kleurstof.
Ook in Kano hebben de indigo-ververs veel concurrentie gekregen van industrieel vervaardigde kleding; in de koloniale tijd uit Europa en tegenwoordig goedkope geïmporteerde kleding uit China. Er zijn nu nog maar 150 indigo-putten in Kano en de laatste indigo-ververs overleven door twee markten: het toerisme en traditionele toepassingen, want bij belangrijke gelegenheden is traditionele indigo-kleding nog ‘verplicht’.
Techniek
De techniek van het indigo-verven is waarschijnlijk zo’n 500 jaar geleden geïntroduceerd door de Arabieren. Van Kano’s 150 verfputten in het atelier Kofor Mata (sinds 1898) zijn er nog een kleine vijftig in gebruik bij circa zestig indigo-ververs.
Indigo - Hausa mannen bij de indigo-verfputten in Kano
Hausa mannen bij de indigo-verfputten in Kano.
De putten zijn zo’n 4,5 meter diep en gevuld met een verfbad bestaande uit een combinatie van natuurlijke indigo, as van hout en kalium soda, die men twaalf dagen laat trekken. Tweemaal daags wordt deze mix zo’n 15 minuten stevig aangestampt met houten palen. Aan het eind worden resterende plantresten verwijderd en is de kleurstof klaar voor gebruik. De verfstof blijft zo’n jaar goed en kan aangevuld worden met organische stoffen, zoals een gele pulp van de zaden van een lokale boomsoort.
Indigo-verfputten in Kano, Noord-Nigeria
Indigo-verfputten in Kano, Nigeria.
De patronen in de stof worden gecreëerd met twee weglaattechnieken: afbinden en soms stiksels. Het afbinden wordt gedaan door knopen in de stof af te binden met concentrische cirkels. De blauwe kleur ontstaat doordat de indigo reageert met de lucht. Nadat de stof een tijd in de verfstof heeft gelegen wordt deze 30 – 45 seconden uit de verfstof gehaald en weer ondergedompeld. Dit wordt herhaald tot de stof de gewenste kleur blauw heeft bereikt.
Om lichtblauw te bereiken wordt de stof ongeveer anderhalf uur ondergedompeld en gelucht, navyblauw vergt ongeveer drie uur, licht-zwart circa vier uur en een intens donkerblauwe kleur wordt na zes uur bereikt. Indigo is een sterke kleurstof en heeft als voordeel dat het onverwarmd verwerkt kan worden. Het gebruik van een hechtmiddel is niet nodig.
Overleven
De indigoplant komt in bijna alle tropische gebieden veel voor en de traditie van indigo-verven is dan ook oorspronkelijk in grote delen van Afrika en Azië te vinden. De concurrentie van modern geproduceerde kleding heeft het traditionele indigo-verven echter geen goed gedaan.
De regering van Nigeria ondersteunt de indigo-productie omdat het aantrekkelijk is voor het toerisme, maar met een islamitische opstand gaande in naburige staten is promotie van het toerisme sowieso een hachelijke zaak. Het is daarom te hopen dat het gebruik van indigo-geverfde kleding door de eigen bevolking bij bijzondere gelegenheden deze mooie techniek in Kano in stand mag houden.
Indigo - Kofar Mata verfputten in Kano Noord-Nigeria - foto The Guardian
Kofar Mata verfputten in Kano met een voorbeeld van indigo-geverfde stof – foto The Guardian.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather