Archives

Sits, katoen in bloei

Zonnehoed met sitsen voering, geknipt uit een grote palempore met een bloeiende boom. India circa 1730 - foto Fotostudio Noorderblik.

Glanzende gebloemde katoen uit India, hier gebracht door de VOC

Sits (ook bekend onder de Engelse naam chintz) is een glanzende katoenen stof, versierd met handgeschilderde bloempatronen, afkomstig uit India. De stof werd vanaf 1602 geïntroduceerd in Europa door zeelieden van de VOC, die de sits meebrachten op de terugreis van de Oost. Het Fries Museum te Leeuwarden heeft een van de grootste collecties oude sitsen en heeft nu een speciale tentoonstelling gewijd aan deze bijzondere textielvorm.

Sitsen vrouwenjak, met dubbele vestpandjes en sitsen vrouwenrok met grote motieven, gedragen circa 1765 - foto Fotostudio Noorderblik.
Sitsen vrouwenjak, met dubbele vestpandjes en sitsen vrouwenrok met grote motieven, gedragen circa 1765 – foto Fotostudio Noorderblik.
Van India naar Europa
De eerste kennismaking van Europeanen met sits ontstond doordat de Portugezen deze meebrachten uit India. Het was meteen een sensatie, want de katoenen sits was veel zachter en soepeler dan de tot dan in Europa gangbare linnen en wollen stoffen. De naam ‘sits’ en het Engelse ‘chintz’ komt voort uit het Perzische ‘chitta’, dat ‘bedrukt’ betekent. Voor de goedkopere sits uit India werden de contouren van de patronen namelijk bedrukt met blokstempels.
Sits werd al lange tijd in het oosten gebruikt als ruilmiddel tegen bijvoorbeeld specerijen. De Indiase producenten pasten daarom hun motieven aan voor de diverse markten, zoals China, Indonesië tot zelfs Egypte aan toe. De VOC nam in eerste instantie de sits van India mee naar het tegenwoordige Indonesië om deze als ruilmiddel te gebruiken tegen specerijen. Sommige zeelieden smokkelden echter ook wat sits mee naar Nederland, waar deze kleurrijke stoffen snel in de smaak vielen. Vanaf 1664 gaf de VOC opdracht om de sits als handelswaar mee te nemen naar Nederland.
Overzichtsfoto tentoonstelling met klederdracht - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling met klederdracht – foto Erikjan Koopmans.
Sitsen Hindeloper wentke (vrouwenjas) voor de lichte rouw. India 1750 - 1800 - foto Fotostudio Noorderblik.
Sitsen Hindeloper wentke (vrouwenjas) voor de lichte rouw. India 1750 – 1800 – foto Fotostudio Noorderblik.
Klederdracht
Met name in Friesland viel de sits zeer in de smaak en werden er allerlei kledingstukken van gemaakt, maar bijvoorbeeld ook gebruikt voor spreien en wandbespanning. Voor veel lokale klederdracht, zoals in Hindeloopen, werd sits gebruikt. Toen uiteindelijk de mode veranderde en de gebloemde patronen uit de gratie raakten omdat de voorkeur veranderde naar kleding van effen stoffen, wist sits zich in klederdracht te handhaven. In bijvoorbeeld de klederdracht van Bunschoten-Spakenburg wordt sits tot op vandaag gebruikt.
Omdat sits als importartikel kostbaar was begon men in de tweede helft van de 17de eeuw in Europa sits zelf te bedrukken. In 1678 werd in Amersfoort de eerste katoendrukkerij geopend, waarbij men als basis de katoenen stof uit India gebruikte. Pas rond 1750 bereikte men een vergelijkbare kwaliteit van het origineel uit India. Toen na 1760 de eerste mechanische spinmachines werden uitgevonden begon men ook in Europa katoen te weven. De prijzen daalden daardoor aanzienlijk en de sits werd onder brede lagen in de bevolking populair. In Nederland bleef men echter op uit India geïmporteerde katoen drukken en prijsde men zich uiteindelijk uit de markt.
Sitsen palempore met bloemen - foto Fries Museum.
Sitsen palempore met bloemen – foto Fries Museum.
Hoe wordt sits gemaakt?
We gaan even terug naar het origineel: de handbeschilderde sits uit India. Kenmerkend voor sits is het gebruik van beitsen om de plantaardige kleurstoffen te hechten aan de vezels en het gebruik van afdekmateriaal zoals (bijen)was. Iedere kleur wordt apart opgebracht, waarbij de delen van de stof die niet met die kleur bedekt mogen worden afgedekt worden met was (vergelijkbaar met batik uit Indonesië). Tussen de verschillende kleurbaden moet de stof telkens gewassen en in de zon gebleekt worden.
De kleuren worden in een vaste volgorde aangebracht, waarbij de sterkste kleuren (die dus het vaakst gewassen worden) eerst worden opgebracht en de zwakkere kleuren later. De kleuren worden gevormd door de diverse beitsen, zoals ijzernat, aluin en tinzout, te combineren met natuurlijke kleurstoffen zoals indigo, meekrap en geelwortel (kurkuma). Wanneer alle kleuren aangebracht zijn wordt de stof nabehandeld met rijstwater en vervolgens gepolijst, zodat deze glanzend wordt. Deze glans verdwijnt echter wanneer de stof gewassen wordt, omdat de was, die de glans veroorzaakt, oplost.
Overzichtsfoto met op de achtergrond enkele wapenpalempores - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto met op de achtergrond enkele wapenpalempores – foto Erikjan Koopmans.
Hindelooper wentke (vrouwenjas) onderdeel van Hindelooper vrouwenkostuum. India, 1725-1750 - foto Fries Museum.
Hindelooper wentke (vrouwenjas) onderdeel van Hindelooper vrouwenkostuum. India, 1725-1750 – foto Fries Museum.
Patronen
Sits is gedecoreerd met bloempatronen, een exotische versiering die tot dan in Europa nauwelijks voorkwam. De patronen zijn zeker niet altijd natuurgetrouw, omdat vaak uit één tak verschillende soorten bloemen voortsproten. De Indiase makers speelden sterk in op de smaak van hun exportmarkten en hadden voor verschillende landen verschillende decors. Als uiteindelijk de handel met de VOC opbloeit neemt men vanuit Europa patronen mee om die in India te laten verwerken. Een typische Europese toepassing zijn de enorme wapenpalempores (spreien met een familiewapen).
Topstukken in het Fries Museum
Het Fries Museum beschikt over een omvangrijke collectie sits in goede staat. Een van de topstukken is een 18de-eeuwse kimono. De stof en het kledingstuk zijn Indiaas, het model is Japans (Nederland had in die tijd als enige een handelspost in Japan, Decima bij Nagasaki) en de drager was een rijke Hollander. De kimono is driehonderd jaar geleden beschilderd, maar ziet er nog steeds uit als nieuw. Het laat als geen ander collectiestuk zien dat in de ogenschijnlijk simpele katoenen stof diverse culturen samenkomen. Een ander topstuk is een wandkleed uit de 17de eeuw, de oudste sits in Nederland, met leeuwen, mythische vogels en amoureuze taferelen.
Detail van sitsen tafelkleed, beschilderd met fabeldieren en figuurscènes. Zuid-India, circa 1650 - foto Fotostudio Noorderblik.
Detail van sitsen tafelkleed, beschilderd met fabeldieren en figuurscènes. Zuid-India, circa 1650 – foto Fotostudio Noorderblik.
Boek bij de tentoonstelling.
Boek bij de tentoonstelling.
Activiteiten en publicatie
Rond de tentoonstelling zijn er verschillende activiteiten. Op meerdere momenten zijn er rondleidingen, lezingen en workshops te volgen. In samenwerking met Crafts Council Nederland wordt er een driedaagse masterclass gegeven. Voor wie zich verder in de sitsen wil verdiepen is er een boek over de tentoonstelling en achtergronden gepubliceerd, geschreven door curator Gieneke Arnolli.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur

Bovenste foto: Zonnehoed met sitsen voering, geknipt uit een grote palempore met een bloeiende boom. India circa 1730 – foto Fotostudio Noorderblik.

Werken van Barbara Broekman, Linda Valkeman en Fransje Killaars - foto Erikjan Koopmans.
Werken van Barbara Broekman, Linda Valkeman en Fransje Killaars – foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling - foto Erikjan Koopmans.
Overzichtsfoto tentoonstelling – foto Erikjan Koopmans.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Bloei, ondergang en wedergeboorte van de Indiase textieltraditie

Van 3 oktober 2015 tot 10 januari 2016 vindt in het Victoria & Albert Museum in Londen een tentoonstelling plaats over de rijke Indiase textieltraditie, met tweehonderd prachtige – meest handgemaakte – voorbeelden daarvan. Achter al die pracht gaat het verhaal schuil van de ondergang van een ambachtelijke industrie ten tijde van de koloniale overheersing van India. Meer dan zestig jaar na de onafhankelijkheid van India zien we pas weer een opbloei van een vakmanschap, dat eens een wereldwijde bewondering afdwong.

Stof van geweven zijde en gouddraad uit Gujarat voor de Thaise markt - Victoria & Albert Museum
Stof van geweven zijde en gouddraad uit Gujarat voor de Thaise markt.
Meer dan twee millennia werd er vanuit Zuid-Azië prachtig textiel geëxporteerd naar de hele bereikbare wereld: handgeweven stoffen, borduurwerk, chintzes en meer. Op de tentoonstelling vinden we onder andere drie van de oudste voorbeelden van Indiaas textiel uit de derde eeuw van onze jaartelling. De Indiase textielateliers stemden hun producten vaak af op hun exportmarkt. Zo zien we een ceremonieel doek in stempeltechniek uit Gujarat, gemaakt in de 14de eeuw voor de Indonesische markt en voorbeelden van zakdoeken uit de 18de en 19de eeuw, bekend onder de naam bandanas, uit Madras en Bengalen, zoals die naar het Midden Oosten, West-Afrika en Groot Brittannië werden geëxporteerd.
Europa ontdekt het Indiase textiel
In de 17de tot 19de eeuw groeide de populariteit van Indiaas textiel in Europa enorm, met name voor chintz. Een groep van prachtige muurdecoraties, beddengoed, mantels en jurken in chintz laat zien hoe traditionele Indiase technieken en patronen zo werden aangepast dat deze bij Europeanen in de smaak vielen. Als toonaangevend voorbeeld zien we een set beddengordijnen, gemaakt voor de Oostenrijkse prins Eugen (1663 – 1736), bewijs dat Indiase gekleurde katoenen stoffen tot in de hoogste kringen in Europa waren doorgedrongen.
Vloerkleed - geschilderde en geverfde katoen - Coromandelkust, ca. 1630 - Victoria & Albert Museum
Vloerkleed – geschilderde en geverfde katoen – Coromandelkust, ca. 1630.
De industriële revolutie
In de 19de eeuw werden de rollen echter geleidelijk omgedraaid. Met de opkomst van de industrialisatie in Europa werd het mogelijk om op grote schaal en tegen lage kosten imitaties van Indiase stoffen te produceren, waarmee de Indiase markt werd overstroomd. Dit had dramatische gevolgen voor de ambachtelijke Indiase textielproductie, die nog geheel op handwerk was gebaseerd. Een ontwikkeling overigens die in Nederland niet onbekend is, met de Twentse textielindustrie die op grote schaal voor Nederlands-Indië ‘katoentjes’ ging produceren.
Mahatma Gandhi spint garen voor khadi.
Beroemde foto van Mahatma Gandhi die garen spint voor khadi.
Deze ontwikkeling, waarbij de Europese industrie een zeer verstorende invloed op de Indiase lokale economie had, beïnvloede mede de ontwikkeling van een nationaal gevoel voor zelfstandigheid van India. De Swadeshi (‘eigen land’) Beweging riep de Indiase bewoners op om geen buitenlandse producten meer te kopen en de lokale productie en economie te ondersteunen. Aan het begin van de 20ste eeuw ontwikkelde Indiaas textiel zich tot een aansprekend symbool voor het verzet tegen de Britse overheersing.
In de dertiger jaren versnelde deze ontwikkeling toen Mahatma Gandhi het Indiase volk vroeg om zelf met de hand garen te spinnen en te weven om een stof te produceren die lokaal bekend stond als khadi. Spinnen, weven en het dragen van khadi werd zo een symbool van de onafhankelijksbeweging. Op de tentoonstelling wordt een selectie van hedendaagse kleding, gemaakt van khadi, getoond, waaruit blijkt dat deze invloed zich tot het heden uitstrekt.
Ajrakh-stijl jasje door Rajesh Pratap Singh, digitaal bedrukt linnen, New Delhi 2010 - Victoria & Albert Museum
Ajrakh-stijl jasje door Rajesh Pratap Singh, digitaal bedrukt linnen, New Delhi 2010.
Een nieuwe start
Sinds de vijftiger jaren zijn er initiatieven ontwikkeld om de cultuur van lokale handgemaakte textielproducten te bevorderen. Rijke trouwkleding en filmkostuums hebben het traditionele handwerk weer onder de aandacht gebracht. Als voorbeeld zien we een set trouwkleding van een van Indiase voornaamste ontwerpers, Sabyasachi Mukherjee. De invloed van traditioneel handwerk is onmiskenbaar op de hedendaagse catwalk in India, maar ook internationaal, met voorbeelden van stukken van bekende luxemerken als Hermès en Isabel Marant. Er wordt hedendaags Indiase textielkunst getoond om te illustreren hoe traditionele natuurlijke verfstoffen, borduurwerk en handmatig aangebrachte patronen worden gebruikt om decoratieve textielvormen te creëren.
Hedendaagse sari's - The Fabric of India - Victoria & Albert Museum
Hedendaagse sari’s.
De tentoonstelling rondt af met voorbeelden van de herboren Indiase textieltraditie. De sari, de traditionele kleding voor de Indiase vrouw, is door Indiase ontwerpers nieuw leven ingeblazen door een combinatie van modern design met een unieke Indiase identiteit. Een selectie van bijzondere hedendaagse sari’s vormt het bewijs van de wederopkomst van een eeuwenoude traditie.
Tent van Tipu Sultan, totaaloverzicht, laat-Mughal, ca. 1725 - 1750, Victoria & Albert Museum
Tent van Tipu Sultan, totaaloverzicht, laat-Mughal, ca. 1725 – 1750.
De tent van Tipu Sultan, 1725 – 1750
Een enorme tent, ooit gebruikt door Tipu Sultan (1750 – 1799), de koning van Mysore. De tent heeft een oppervlakte van 58 m2 en toont een prachtig ontwerp met florale motieven op bedrukte chintz. De tnet kwam in bezit van Edward Lord Clive en goeverneur van Madras na de slag bij Seringapatam in 1799, toen Tipu Sultan werd verslagen en veel van zijn bezittingen als oorlogsbuit naar Groot Brittannië werden verscheept.
Wandkleed uit Gujarat, diverse stoffen geappliceerd op katoenen ondergrond - Victoria & Albert Museum
Wandkleed uit Gujarat, diverse stoffen geappliceerd op katoenen ondergrond.
Wandbekleding, 20ste eeuw
Een enorm wandkleed uit landelijk Gujarat, per toeval ontdekt in de jaren negentig op een grote hoop op de stoep in New York en in 1994 gedoneerd aan het Victoria & Albert Musuem. Deze wandbekleding voor een gehele kamer is geconserveerd door een team van het museum en wordt voor het eerst geëxposeerd. Het stelt een parade van mensen en olifanten voor, met verschillende stoffen geappliceerd op een katoenen ondergrond.
Huwelijksensemble - Sabyasachi Mukherjee 2015 - Victoria & Albert Museum
Huwelijksensemble – Sabyasachi Mukherjee 2015.
Huwelijksensemble, Sabyasachi Mukherjee, 2015
Dit huwelijksensemble is speciaal gemaakt voor de tentoonstelling The Fabric of India door de Indiase top-designer Sabyasachi Mukherjee. Gemaakt van handgeweven stoffen, gedecoreerd met kralen en pailletten. Het borduurwerk is ambachtelijk gemaakt in West-Bengalen.

Alle tentoonstellingsfoto’s © Victoria & Albert Museum.

 

 

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

The Fabric of India

Tent van Tipu Sultan, laat-Mughal, ca. 1725 - 1750, Victoria & Albert Museum
Uitgebreide tentoonstelling van de Indiase textieltraditie met ruim tweehonderd geëxposeerde objecten van de derde eeuw tot heden, waarbij getoond wordt hoe de Indiase textielkunst zich door de eeuwen ontwikkelde, mede onder invloed van buitenlandse exportmarkten. Allerlei vormen van Indiaas textiel werden gedurende twee millennia geëxporteerd naar de hele toenmalig bekende wereld. Ook in Europa was Indiaas textiel, met name chintz, tot in de hoogste kringen populair.
Terwijl in de 19de eeuw de Indiase ambachtelijke productie van handmatig vervaardigd textiel bijna verdrongen werd door goedkoop, industrieel vervaardigd textiel uit Europa, zien we de laatste decennia weer een opbloei van deze oude technieken, gecombineerd met hedendaags design.

Deze video toont meer van de tentoongestelde objecten op The Fabric of India. (video van Drapers)

Een uitgebreid artikel over de ontwikkeling van de Indiase textieltraditie vindt u hier.

Kostuum uit Lucknow, 19de eeuw, geborduurde zijde geappliceerd met gouddraad - Victoria & Albert Museum

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather