Archives

Label it: Trademarks in Fashion

Label it

In het kader van de Stadstriënnale Hasselt/Genk, een multidisciplinair kunstenfestival dat kunst, design en mode verenigt, brengt Modemuseum Hasselt van 1 oktober 2016 tot en met 12 februari 2017 ‘Label it: Trademarks in Fashion’. Aan de hand van drie luiken en specifieke case studies verkent deze expo het systeem van trademarks, identiteit en de kopie- en counterfeitindustrie in de mode. De tentoonstelling brengt echter geen louter één op één verhaal van echt en nep, maar gaat dieper in op trademarks als juridische en sociale constructie.

label-it-foto-2Wat maakt een merk? Wat construeert de identiteit van een modehuis? Op deze vragen tracht ‘Label it ‘een antwoord te presenteren aan de hand van topstukken van dito ontwerpers uit de eigen collectie en uit de verzamelingen van nationale en internationale musea en modehuizen.
De oorsprong van het merk in de mode
Het eerste luik van de tentoonstelling heeft een historische focus, waarbij het systeem van kopiëren en licenties onder de loep genomen worden. De basis hiervan gaat terug tot het Parijs van de jaren 1850 en is te danken aan Charles Frederick Worth. Deze beroemde ontwerper wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de haute couture en stond aan de basis van de Chambre Syndicale de la Haute Couture. Deze belangenorganisatie had als doel haar leden en hun creaties te beschermen.
Merklabel van Charles Frederick Worth.
Merklabel van Charles Frederick Worth.
Worth naaide als een van de eerste de naam van zijn modehuis in zijn creaties en presenteerde ontwerpen tijdens modeshows. Dit bracht een niet eerder geziene kopieerindustrie teweeg. In de eerste decennia van de twintigste eeuw bundelden verschillende ontwerpers zoals Madeleine Vionnet, Jacques Doucet, Jeanne Lanvin, Jeanne Paquin en vele anderen hun krachten om zich te beschermen tegen deze illegale praktijken. Tevergeefs echter. Toen ontwerper Paul Poiret rond 1917 een bezoek bracht aan de Verenigde Staten merkte hij tot zijn grote ontsteltenis dat zijn ontwerpen in minder kwalitatieve materialen tegen spotprijzen te koop werden aangeboden.
Het ontstaan van licenties
Er werden ingenieuze licentiesystemen uitgedacht, waarbij de ontwerper toestemming gaf – tegen betaling – om ontwerpen te kopiëren. Schetsen, toiles en patronen werden verkocht aan nationale en internationale handelaars en grootwarenhuizen. België speelde een belangrijke rol in de verspreiding van de laatste modes, die gedicteerd werden door ontwerpers in Parijs, omwille van de geografisch gunstige ligging en taalovereenkomst. In de expositie wordt Belgiës spilfunctie extra in de verf gezet.
Cristobal Balenciaga.
Cristobal Balenciaga.
Het historische verhaal gaat verder met ronkende namen als Chanel in de jaren 20 en Dior en Balenciaga eind jaren 40 – begin jaren 50. Deze drie ontwerpers hadden een geheel persoonlijke en uiteenlopende visie op de kopieerindustrie. Balenciaga bijvoorbeeld weerde alle pers van zijn modeshows en presenteerde later dan de andere grote huizen om illegale praktijken tegen te gaan. We eindigen in de jaren 60 wanneer de modewereld op zijn grondvesten davert door het toenemende belang van de ready-to-wear industrie.
Trademark als sociale constructie
Luik twee van ‘Label it’ bekijkt het systeem van de trademarks als sociale constructie. Hier gaat alle aandacht naar het DNA van modehuizen. Denken we maar aan breigoed bij Christian Wijnants en Missoni, kleurgebruik bij Dries Van Noten en zwarttonen bij Ann Demeulemeester, historische referenties bij Alexander McQueen, Olivier Theyskens en Vivienne Westwood en jeugd bij Raf Simons. In dit onderdeel wordt het belang van de designer voor de identiteit van een merk ook in de verf gezet en specifiek aan de hand van het Maison Margiela.
Het beroemde logo van Louis Vuitton.
Het beroemde logo van Louis Vuitton.
Logohijacking
Logomania en logohijacking vormen het laatste luik van de expo. Hier wordt dieper ingegaan op het gebruik en het kapen van logo’s. Centraal hierbij staan huizen als Louis Vuitton, Hermès en Gucci. Bij logohijacking wordt gekeken naar het hergebruik van logo’s in nieuwe contexten. Bijzonder dankbare voorbeelden leveren het werk van onder meer Raf Simons, Viktor & Rolf, Demna Gvasalia voor Vetements en Balenciaga, en Jeremy Scott voor Moschino.
Hermès-logo.
Hermès-logo.
‘Label it. Trademarks in Fashion’ brengt het bijzondere werk samen van ontwerpers en huizen als Alexander McQueen, Olivier Theyskens, Christian Dior, Louis Vuitton, Hermès, Dries Van Noten, Maison Margiela, Balenciaga, Vetements, Coco Chanel, Moschino, Christian Wijnants, Missoni, Ann Salens, Ann Demeulemeester, Viktor & Rolf en Raf Simons.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Bloei, ondergang en wedergeboorte van de Indiase textieltraditie

Van 3 oktober 2015 tot 10 januari 2016 vindt in het Victoria & Albert Museum in Londen een tentoonstelling plaats over de rijke Indiase textieltraditie, met tweehonderd prachtige – meest handgemaakte – voorbeelden daarvan. Achter al die pracht gaat het verhaal schuil van de ondergang van een ambachtelijke industrie ten tijde van de koloniale overheersing van India. Meer dan zestig jaar na de onafhankelijkheid van India zien we pas weer een opbloei van een vakmanschap, dat eens een wereldwijde bewondering afdwong.

Stof van geweven zijde en gouddraad uit Gujarat voor de Thaise markt - Victoria & Albert Museum
Stof van geweven zijde en gouddraad uit Gujarat voor de Thaise markt.
Meer dan twee millennia werd er vanuit Zuid-Azië prachtig textiel geëxporteerd naar de hele bereikbare wereld: handgeweven stoffen, borduurwerk, chintzes en meer. Op de tentoonstelling vinden we onder andere drie van de oudste voorbeelden van Indiaas textiel uit de derde eeuw van onze jaartelling. De Indiase textielateliers stemden hun producten vaak af op hun exportmarkt. Zo zien we een ceremonieel doek in stempeltechniek uit Gujarat, gemaakt in de 14de eeuw voor de Indonesische markt en voorbeelden van zakdoeken uit de 18de en 19de eeuw, bekend onder de naam bandanas, uit Madras en Bengalen, zoals die naar het Midden Oosten, West-Afrika en Groot Brittannië werden geëxporteerd.
Europa ontdekt het Indiase textiel
In de 17de tot 19de eeuw groeide de populariteit van Indiaas textiel in Europa enorm, met name voor chintz. Een groep van prachtige muurdecoraties, beddengoed, mantels en jurken in chintz laat zien hoe traditionele Indiase technieken en patronen zo werden aangepast dat deze bij Europeanen in de smaak vielen. Als toonaangevend voorbeeld zien we een set beddengordijnen, gemaakt voor de Oostenrijkse prins Eugen (1663 – 1736), bewijs dat Indiase gekleurde katoenen stoffen tot in de hoogste kringen in Europa waren doorgedrongen.
Vloerkleed - geschilderde en geverfde katoen - Coromandelkust, ca. 1630 - Victoria & Albert Museum
Vloerkleed – geschilderde en geverfde katoen – Coromandelkust, ca. 1630.
De industriële revolutie
In de 19de eeuw werden de rollen echter geleidelijk omgedraaid. Met de opkomst van de industrialisatie in Europa werd het mogelijk om op grote schaal en tegen lage kosten imitaties van Indiase stoffen te produceren, waarmee de Indiase markt werd overstroomd. Dit had dramatische gevolgen voor de ambachtelijke Indiase textielproductie, die nog geheel op handwerk was gebaseerd. Een ontwikkeling overigens die in Nederland niet onbekend is, met de Twentse textielindustrie die op grote schaal voor Nederlands-Indië ‘katoentjes’ ging produceren.
Mahatma Gandhi spint garen voor khadi.
Beroemde foto van Mahatma Gandhi die garen spint voor khadi.
Deze ontwikkeling, waarbij de Europese industrie een zeer verstorende invloed op de Indiase lokale economie had, beïnvloede mede de ontwikkeling van een nationaal gevoel voor zelfstandigheid van India. De Swadeshi (‘eigen land’) Beweging riep de Indiase bewoners op om geen buitenlandse producten meer te kopen en de lokale productie en economie te ondersteunen. Aan het begin van de 20ste eeuw ontwikkelde Indiaas textiel zich tot een aansprekend symbool voor het verzet tegen de Britse overheersing.
In de dertiger jaren versnelde deze ontwikkeling toen Mahatma Gandhi het Indiase volk vroeg om zelf met de hand garen te spinnen en te weven om een stof te produceren die lokaal bekend stond als khadi. Spinnen, weven en het dragen van khadi werd zo een symbool van de onafhankelijksbeweging. Op de tentoonstelling wordt een selectie van hedendaagse kleding, gemaakt van khadi, getoond, waaruit blijkt dat deze invloed zich tot het heden uitstrekt.
Ajrakh-stijl jasje door Rajesh Pratap Singh, digitaal bedrukt linnen, New Delhi 2010 - Victoria & Albert Museum
Ajrakh-stijl jasje door Rajesh Pratap Singh, digitaal bedrukt linnen, New Delhi 2010.
Een nieuwe start
Sinds de vijftiger jaren zijn er initiatieven ontwikkeld om de cultuur van lokale handgemaakte textielproducten te bevorderen. Rijke trouwkleding en filmkostuums hebben het traditionele handwerk weer onder de aandacht gebracht. Als voorbeeld zien we een set trouwkleding van een van Indiase voornaamste ontwerpers, Sabyasachi Mukherjee. De invloed van traditioneel handwerk is onmiskenbaar op de hedendaagse catwalk in India, maar ook internationaal, met voorbeelden van stukken van bekende luxemerken als Hermès en Isabel Marant. Er wordt hedendaags Indiase textielkunst getoond om te illustreren hoe traditionele natuurlijke verfstoffen, borduurwerk en handmatig aangebrachte patronen worden gebruikt om decoratieve textielvormen te creëren.
Hedendaagse sari's - The Fabric of India - Victoria & Albert Museum
Hedendaagse sari’s.
De tentoonstelling rondt af met voorbeelden van de herboren Indiase textieltraditie. De sari, de traditionele kleding voor de Indiase vrouw, is door Indiase ontwerpers nieuw leven ingeblazen door een combinatie van modern design met een unieke Indiase identiteit. Een selectie van bijzondere hedendaagse sari’s vormt het bewijs van de wederopkomst van een eeuwenoude traditie.
Tent van Tipu Sultan, totaaloverzicht, laat-Mughal, ca. 1725 - 1750, Victoria & Albert Museum
Tent van Tipu Sultan, totaaloverzicht, laat-Mughal, ca. 1725 – 1750.
De tent van Tipu Sultan, 1725 – 1750
Een enorme tent, ooit gebruikt door Tipu Sultan (1750 – 1799), de koning van Mysore. De tent heeft een oppervlakte van 58 m2 en toont een prachtig ontwerp met florale motieven op bedrukte chintz. De tnet kwam in bezit van Edward Lord Clive en goeverneur van Madras na de slag bij Seringapatam in 1799, toen Tipu Sultan werd verslagen en veel van zijn bezittingen als oorlogsbuit naar Groot Brittannië werden verscheept.
Wandkleed uit Gujarat, diverse stoffen geappliceerd op katoenen ondergrond - Victoria & Albert Museum
Wandkleed uit Gujarat, diverse stoffen geappliceerd op katoenen ondergrond.
Wandbekleding, 20ste eeuw
Een enorm wandkleed uit landelijk Gujarat, per toeval ontdekt in de jaren negentig op een grote hoop op de stoep in New York en in 1994 gedoneerd aan het Victoria & Albert Musuem. Deze wandbekleding voor een gehele kamer is geconserveerd door een team van het museum en wordt voor het eerst geëxposeerd. Het stelt een parade van mensen en olifanten voor, met verschillende stoffen geappliceerd op een katoenen ondergrond.
Huwelijksensemble - Sabyasachi Mukherjee 2015 - Victoria & Albert Museum
Huwelijksensemble – Sabyasachi Mukherjee 2015.
Huwelijksensemble, Sabyasachi Mukherjee, 2015
Dit huwelijksensemble is speciaal gemaakt voor de tentoonstelling The Fabric of India door de Indiase top-designer Sabyasachi Mukherjee. Gemaakt van handgeweven stoffen, gedecoreerd met kralen en pailletten. Het borduurwerk is ambachtelijk gemaakt in West-Bengalen.

Alle tentoonstellingsfoto’s © Victoria & Albert Museum.

 

 

 

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather