Archives

Tetraëder – weven en splitsvlechten

Werk van Marijk Dekkers.

Triotentoonstelling in splitsvlechten en weven

In Museum het Leids Wevershuis is tot 29 april een tentoonstelling te zien van werkstukken uitgevoerd in splitsvlechten en weven, gemaakt door Marijk Dekkers, Annie Lavrijssen en Marina L. van Dobben de Bruyn.

Weven is de gemeenschappelijke basis van deze drie kunstenaars, maar elk ontwikkelde en specialiseerde zich in een eigen richting. Splitsvlechten (ply split braiding) is een techniek om met koord patronen te vlechten. Annie Lavrijssen creëert monumentale textiele kunst, Marijk Dekkers vlecht manden in genoemde splitsvlechttechniek en Marina van Dobben de Bruyn maakt geometrische dubbelweefsels.
Aardlagen door Annie Lavrijssen, dubbel corduroy-techniek, tweeluik (2 x 80 x 60 cm), gemaakt van aan repen geknipte restantlapjes.
Aardlagen door Annie Lavrijssen, dubbel corduroy-techniek, tweeluik (2 x 80 x 60 cm), gemaakt van aan repen geknipte restantlapjes.
Annie Lavrijssen-de Haan
Spinnenweb door Annie Lavrijssen, geweven op een zelf getimmerd raam, circa 3,5 m breed, gemaakt van scheringresten van een tapijtfabriek.
Spinnenweb door Annie Lavrijssen, geweven op een zelf getimmerd raam, circa 3,5 m breed, gemaakt van scheringresten van een tapijtfabriek.
Annie Lavrijssen volgde de open weefopleiding bij ‘de Werkschuit’ te Gouda, diverse workshops en de HBO-opleiding monumentale kunst te Arendonk, waarin zij in de hoogste graad afstudeerde. Haar huis in Etten-Leur ademt textielkunst uit en zij is in de stille uren altijd te vinden in haar atelier, achter haar weefgetouw of buiten bij het verfbad.
Lavrijssen is actief bij weefkring Foudia, textielgroep Kameleon, kunstgroep de Bikkels en Tetraëder. Met deze groepen worden onderling de werkstukken en technieken besproken en exposities gehouden. Haar creaties bevatten diverse technieken. Bij de wand- en vloerkleden is de techniek ‘dubbel corduroy’ toegepast en bij de raambekleding de techniek ‘Ausbrenner’. Zij streeft er altijd naar gebruikte materialen te verwerken. Veel van haar werk bestaat uit toegepaste textielkunst.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 32 cm, materiaal breikatoen 8/4.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 32 cm, materiaal breikatoen 8/4.
Marijk Dekkers
Marijk Dekkers (website) volgde de NS-opleiding (voor kunstnaaldwerk en handwerktechnieken) en diverse bijscholingen voor onder andere weven, spinnen en splitsvlechten (ply-split braiding). Zij gaf jarenlang weeflessen door heel Nederland en schreef diverse artikelen in het blad Weven.
Sinds 2004 vlecht zij objecten in de splitsvlechttechniek. In plaats van gewoon vlechten, waarbij materialen over en onder elkaar gaan, worden bij splitsvlechten koorden door elkaar getrokken, waardoor meer samenhang in de werkstukken ontstaat.
Dekkers noemt haar objecten ‘Ruimte voor gedachten’. De rode draad in haar werken is een onzichtbaar vervolgverhaal, als gevolg van de weerkerende vraag ‘Wat als…?’ Daaruit ontstaan ideeën voor nieuwe vormen, ordeningen, kleurencombinaties, structuren en garens.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Zwart/wit 1', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Zwart/wit 1’, dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn.
Marina L. van Dobben de Bruyn.
Marina L. van Dobben de Bruyn
De kleurrijke dubbelweefsels van Marina van Dobben de Bruyn (website) worden gekenmerkt door hun grote dieptewerking. Deze ontstond tot nu toe door zowel haar vormen als kleurgebruik. Haar nieuwe uitdaging is om dit ook in zwart en wit te bereiken. Ze wordt daarbij geholpen door haar bouwkundige achtergrond aangevuld in de 90er jaren door de driejarige Open Weefopleiding in Gouda o.l.v. Marijke Dekkers.
Op deze expositie hangen een hele serie nieuwe weefsels die uit een zwarte en een witte laag bestaan die met elkaar vervlochten zijn. Af en toe kan ze het toch niet laten om daar ook kleur aan toe te voegen, maar ze blijft haar abstracte vormentaal gebruiken met af en toe een vleugje herkenbaarheid.
Naast haar weefsels heeft Van Dobben de Bruyn ook veel geëxposeerd met haar foto’s waarbij abstractie en vergankelijkheid een thema zijn. Ook haar unieke genummerde halssieraden van gerecycled glas en brons met oude handelskralen en halfedelstenen vormen veel aftrek. Deze zijn niet op de expositie aanwezig, maar na een telefoontje bent u altijd welkom in haar atelier.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Glas in lood', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Glas in lood’, dubbelweefsel.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur
Tijdens de expositie zal elk weekend één van de kunstenaars aanwezig zijn.

Bovenste foto: Werk van Marijk Dekkers, hoogte 22 cm, materiaal Nm 34/2 katoen en lurex.

Werk van Marijk Dekkers, hoogte 14 cm, materiaal Nm 34/2 katoen.
Werk van Marijk Dekkers, hoogte 14 cm, materiaal Nm 34/2 katoen.
Marina L. van Dobben de Bruyn, 'Verstedelijking', dubbelweefsel.
Marina L. van Dobben de Bruyn, ‘Verstedelijking’, dubbelweefsel.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Noordelijke ziel

Compositie op Grove Jute 32, acryl op jute, 118 x 102 cm.

Werk van Françoise Stoop in acryl en jute

Het Hollandse landschap vormt een belangrijke inspiratiebron voor Françoise Stoop (1963). In haar kunstwerken verwerkt ze het verticale ritme van bomenrijen en de horizontale lijnen van de horizon. Ze schildert in subtiele kleuren op loshangend jute, waardoor elk werk een driedimensionaal aspect heeft. Tot 7 januari 2018 is een keuze uit haar oeuvre te zien in Kasteel het Nijenhuis.

Compositie op Grove Jute 52, acryl op jute, 200 x 140 cm.
Compositie op Grove Jute 52, acryl op jute, 200 x 140 cm.
Compositie op Grove Jute 57, acryl op jute, 117 x 130 cm.
Compositie op Grove Jute 57, acryl op jute, 117 x 130 cm.
Inspiratie
Niet alleen het vroege werk van Piet Mondriaan inspireert de kunstenares, ook de eenvoud van zijn latere composities zijn belangrijk voor Françoise Stoop. Net als hij viert ze de oneindigheid en de strenge ordening, maar anders dan bij Mondriaan zijn haar doeken niet opgespannen, maar hangen ze los binnen een raamwerk of zijn eromheen geboetseerd als reliëfs. Daarmee voegt ze een dimensie toe. Het bepaalt mede de vorm van het schilderij en door deze materiaalkeuze heeft haar werk iets eigenzinnigs, een zekere vrijheidsdrang, alsof het elk moment uit de lijst kan springen. Het werk is troostend bedoeld; een beetje ‘slow-art’.
Techniek
De kleuren van een schilderij worden langzaam opgebouwd door lagen over elkaar aan te brengen. De drager van het werk is vaak jute, soms van de rol, soms is het een aardappelzak. De naad van zo’n aardappelzak, soms zelfs de structuur die ontstaat als de aardappelzak niet strak wordt opgespannen, maakt deel uit van het beeld. De jute wordt geïmpregneerd met een transparante kunsthars. Ook de impregnatie is beeldbepalend: waar de kunsthars wordt aangebracht, komt de verf op de stof te liggen en waar de kunsthars niet zit, zakt de verf door de grove mazen van de jute heen. Op het werk zit olie- en acrylverf, gouache, Chinese- en noteninkt.
Françoise Stoop.
Françoise Stoop.
Françoise Stoop heeft haar opleiding gevolgd aan de Rietveldacademie en privé-leraren in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Momenteel is zij ook bezig met keramiek; op zoek naar de perfecte kom met het perfecte glazuur. De kom is een van de meest archaïsche vormen die wij kennen.
Françoise Stoop was met haar werk ‘Januari’ eerder vertegenwoordigd in Museum de Fundatie. Op de tentoonstelling ‘Gevaar en Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme’ (2015/2016) hing dit werk naast William Turner en twee vroege werken van Piet Mondriaan.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: ‘Compositie op Grove Jute 32’, acryl op jute, 118 x 102 cm.

Compositie op Grove Jute 37-1, acryl op jute, 81 x 43 cm.
Compositie op Grove Jute 37-1, acryl op jute, 81 x 43 cm.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Museum Het Leids Wevershuis in Stijl

Ria Notenboom - Labyrint.

Weven, quilten en vilten in de stijl van De Stijl

In 2017 wordt landelijk het 100-jarig jubileum van De Stijl gevierd onder de naam ‘Mondriaan to Dutch Design’. Zeker tien steden doen hieraan mee, waaronder natuurlijk Leiden, van waaruit Theo van Doesburg deze vernieuwende (kunst)beweging in 1917 oprichtte met het tijdschrift ‘De Stijl’. Ook Museum Het Leids Wevershuis geeft vorm aan dit thema met exposities en een Weverswerkplaats in Stijl.

Karin Koning - Wol.kom.
Karin Koning – Wol.kom.
Waarheid en zuiverheid in ontwerp
De Stijl hanteerde ‘strenge’ principes wat betreft kleur (rood, geel en blauw, naast zwart wit en grijs) en vorm (alleen rechte lijnen en hoeken), principes die uiteindelijk alleen door Piet Mondriaan tot het einde toe zijn gehanteerd. Het idee hierachter was dat je door het gebruik van heldere kleuren en rechte lijnen een harmonie creëerde volgens de wetten van het heelal. De kunstwerken lieten derhalve niet het willekeurige humeur van de kunstenaar zien, maar hielpen het publiek op weg naar waarheid en zuiverheid.
Marjo Looijen - De Stijl 3D.
Marjo Looijen – De Stijl 3D.
Als groep viel De Stijl al snel uiteen, toen na de dood van Van Doesburg, in 1931, het maandblad ‘De Stijl’ ophield te verschijnen. Mede door toedoen van de echtgenote van Van Doesburg hebben de ideeën van De Stijl internationaal veel bekendheid gekregen en navolging gevonden.
Margreet Manhoudt - Lijnen vlakken kleuren naar Mondriaan.
Margreet Manhoudt – Lijnen vlakken kleuren naar Mondriaan.
Henny van der Linden - Planeet Mondriaan.
Henny van der Linden – Planeet Mondriaan.
Expositie en wedstrijd
De tentoonstelling ‘Museum Het Leids Wevershuis in Stijl’ bestaat uit circa zeventig werken van kunstenaars uit het hele land in de technieken weven, quilten en vilten. De werkstukken voldoen aan een aantal voorwaarden. Voor het kleurgebruik geldt de beperking dat alleen de heldere kleuren rood, geel, blauw en groen (groen is een kleine afwijking op de regels van De Stijl) gebruikt mogen worden, en de ‘non’-kleuren zwart, wit en grijs. De lijnen in het werk dienen recht te zijn. Voor het formaat is de richtlijn 60 cm bij 60 cm. Het werk mag ook ruimtelijk zijn.
De circa zeventig deelnemers dingen allemaal mee naar de publieksprijs van 200 euro, te besteden in een quilt-, vilt- of weefwinkel. De winnaar zal na afloop van de expositie (24 september) bekend gemaakt worden op de site van het museum. Onder degenen die hun stem hebben uitgebracht wordt elke maand een ‘Stijlvolle’ handgeweven theedoek verloot.
Klazien Jorritsma - Rietveld.
Klazien Jorritsma – Rietveld.
Riek Bruggink - De Stijl 2.
Riek Bruggink – De Stijl 2.
Demonstraties
Op donderdag 29 juni, 13 en 27 juli, 10 en 24 augustus en 6 september wordt er een demonstratie miniatuurweven gegeven door Els van der Kaaden en Fija Fredrikze.
Weverswerkplaats in Stijl
Het gehele jaar 2017 zal de weefruimte in het museum in het teken staan van De Stijl. Op het antieke weefgetouw worden theedoeken geweven in heldere kleuren rood, geel, blauw en groen, al dan niet in combinatie met zwart, wit of grijs. Er zal een zo ruim mogelijk aanbod zijn van Stijlvolle theedoeken. Behalve in het wevershuis zelf zullen de weefsters van het wevershuis de nodige thuisarbeid verrichten om het aanbod zoveel mogelijk op peil te krijgen en te houden.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur

Bovenste foto: Ria Notenboom – Labyrint.

Anneke Schoone - Compositie in geel en grijs.
Anneke Schoone – Compositie in geel en grijs.
Koos de Wachter - Dimensies en vrijheden.
Koos de Wachter – Dimensies en vrijheden.
Tineke van Iwaarden - De Stijl toegepast.
Tineke van Iwaarden – De Stijl toegepast.
Corrie van Leeuwen - Vliegeren met Mondriaan.
Corrie van Leeuwen – Vliegeren met Mondriaan.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Françoise Grossen Selects

Françoise Grossen - Voorbeeld van haar werk.

Beeldhouwwerken van kabels door Françoise Grossen

Momenteel vindt in het Museum of Arts and Design in New York een tentoonstelling plaats van werk van de Zwitserse textielkunstenares Françoise Grossen (Neuchatel, 1943), aangevuld met door haar geselecteerd werk van andere kunstenaars, onder de titel ‘Françoise Grossen Selects’. De tentoonstelling maakt deel uit van een serie van zes in dit museum die onze perceptie van wat mogelijk is met een traditionele techniek wezenlijk veranderd hebben.

Françoise Grossen, Inchworm (spannerrups/landmeter) - foto Textile Forum.
Françoise Grossen, Inchworm (spannerrups/landmeter) – foto Textile Forum.
Françoise Grossen, Schild, 1968, sisaltouw - foto John Bigelow Taylor.
Françoise Grossen, Schild, 1968, sisaltouw – foto John Bigelow Taylor.
In de jaren ’60 verwierp Françoise Grossen het traditionele rechtlijnige weefgetouw dat het hedendaagse weven toen beperkte tot een intuïtieve benadering van de draad en die resulteerde in de creatie van grootschalige draadvormen, opgebouwd uit knopen, lussen, vlechtingen en wendingen. Op dat moment werd garen nog steeds geassocieerd met gebruiksvoorwerpen of ornamenten, in plaats van met beeldende kunst, en Grossen’s losse, driedimensionale behandeling van het medium werd beschouwd als een revolutionaire stap die de traditionele hiërarchie, waarbij het vakmanschap ondergeschikt was aan de kunst, zou verstoren.
Innovatie in textielkunst
Een aantal andere kunstenaars uit de jaren ’60 en ’70, waaronder Eva Hesse, Sheila Hicks en Magdalena Abakanowicz, begon ook met textiel op een innovatieve manier te werken en ze deelde de interesse van Grossen in het wordingsproces zelf en het verlangen om op een medium-onafhankelijke manier om te gaan met alledaagse materialen zoals koord, touw, kabel en vlechtwerk. Het proces als een esthetische waarde in de kunstwereld van de jaren ’60 en ’70 bood een kader voor dit baanbrekende werk. Grossen vond ook inspiratie in van kabels en koorden gemaakte bouwkundige structuren en objecten, zoals kabelbruggen, de Peruaanse quipu, scheepskabels en natuurlijke vormen, zoals het uitwendige skelet van insecten.
Overzicht van de tentoonstelling - foto Butcher Walsh.
Overzicht van de tentoonstelling – foto Butcher Walsh.
Françoise Grossen, Zwaan, 1967, sisaltouw - foto John Bigelow Taylor.
Françoise Grossen, Zwaan, 1967, sisaltouw – foto John Bigelow Taylor.
Van draadkunst via kabels naar beeldhouwkunst
Haar aanpak bestaat altijd uit het vertalen van deze inspiratiebronnen in abstracte vormen door middel van een cumulatieve, repetitieve aanpak die ze omschrijft als ‘touw op touw, vlecht na vlecht’. Door deze methodische aanpak krijgt haar werk vorm en verschuift en muteert in vormen die op een elegante wijze het thema transformeren van het natuurlijke en culturele bij de verwerking van draden naar utilitaire kabel, om het vervolgens in haar werk te verheffen tot een medium voor beeldhouwkunst.
Françoise Grossen (midden) met de Zwitserse consul bij de opening van de tentoonstelling.
Françoise Grossen (midden) met de Zwitserse consul bij de opening van de tentoonstelling.
Grossen heeft uit de vaste collectie van het Museum of Arts and Design (MAD) een selectie gemaakt van onder andere manden en werkstukken van textiel, hout en metaal en combineerde deze met haar eigen touwsculpturen. Met een voorkeur voor elementaire methoden uit de bouw als taal van abstractie, benadrukt Grossen’s selectie een benadering van hedendaagse beeldhouwkunst die zich richt op de directe transformatie van het materiaal en koppelt deze aan een bredere discussie over manieren om iets te maken in cultuur in de ruimste betekenis van het woord.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 18.00 uur
Donderdag en vrijdag 10.00 – 21.00 uur
Overzichtsfoto van de tentoonstelling - foto Butcher Walsh.
Overzichtsfoto van de tentoonstelling – foto Butcher Walsh.
Werk van Françoise Grossen - foto Butcher Walsh.
Werk van Françoise Grossen – foto Butcher Walsh.
Françoise Grossen, Symbiosis III, 1974, manillatouw - foto Butcher Walsh.
Françoise Grossen, Symbiosis III, 1974, manillatouw – foto Butcher Walsh.
Françoise Grossen, Contact III, 1977 - foto Joshua White.
Françoise Grossen, Contact III, 1977 – foto Joshua White.
Werk van Françoise Grossen.
Werk van Françoise Grossen.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather