Archives

Colour Coded

Een duidelijk op de abdij geïnspireerd kantwerkstuk van Vanessa Krushner.

Kant geïnspireerd op de kartuizer leefwijze

Mount Grace Priory, het best bewaarde kartuizer klooster in Groot-Brittannië, is de locatie én inspiratiebron van deze kanttentoonstelling, die werk toont van een aantal toonaangevende Britse kantkunstenaars. ‘Colour Coded’ toont het werk van vijftien kantklossers van de 98 Lace Group met Mount Grace Priory als inspiratiebron.

Ann Allison, voorzitster van de 98 Lace Group, met haar werk Tracery.
Ann Allison, voorzitster van de 98 Lace Group, met haar werk Tracery.
Arts & Crafts en de Middeleeuwen
Zo is het werkstuk ‘Tracery’ van Ann Allison geïnspireerd op vormen en schaduwen van de glasverdeling van de ruïne van de oude kapel. Pat Brunsdon’s werk ‘From Monks to Morris’ is beïnvloed door het behang van William Morris in de bibliotheek en middeleeuwse potten die opgegraven zijn tijdens archeologisch werk in de 20ste eeuw. Het grootste werkstuk heeft een hoogte van 176 cm. Alle werkstukken zijn met de hand gemaakt, waaraan tussen de 25 en 200 uur tijd is besteed.
Ann Allison van de 98 Lace Group vertelt: ‘Een aantal jaren geleden zag ik hier een leeg canvas op de eerste etage en realiseerde ik mij hoe mooi een tentoonstelling met ons kantkloswerk zou staan met deze unieke achtergrond. Onze kunstenaars hebben hard gewerkt, gebruik makend van de architectuur, kleuren, geschiedenis, tuinen, monnikcellen en natuur als hun inspiratie en we zijn trots op het resultaat dat wij als groep gecreëerd hebben.’
Victoria Conroy van English Heritage met werk van Pat Brunsdon in een in Arts and Crafts-stijl ingerichte kamer.
Victoria Conroy van English Heritage met werk van Pat Brunsdon in een in Arts and Crafts-stijl ingerichte kamer.
Barbara Owen, beheerder van Mount Grace Priory, voegt toe: ‘Dankzij de rijke geschiedenis van de Arts & Craft-beweging (een stroming in de kunst en industriële vormgeving in Groot-Brittannië aan het eind van de 19de eeuw – red.), heeft Mount Grace een traditie van bijzondere tentoonstellingen, zoals die gewijd aan David Morris in 2012. We zijn daarom blij met deze kanttentoonstelling en de gelegenheid om het werk te tonen van deze bijzondere artiesten. We kijken er naar uit dat de artiesten de bezoekers ontmoeten en over hun inspiratie kunnen praten, en wellicht zullen sommige bezoekers enthousiast worden over kantklossen en hun eigen kunstwerken maken.’
Bijzondere locatie
Mount Grace Priory is een door English Heritage beheerd kartuizer klooster dat in vier fasen gebouwd is tussen 1400 en 1523. Het klooster is lang geleden tot een ruïne vervallen, maar de kartuizer kerk is nog in redelijke staat en één van de monnikcellen is gerestaureerd. Kartuizer monniken leven in stilte en isolement; ze komen alleen op zondag en speciale feestdagen samen. Hun monnikcel bestaat uit een klein huisje met een tuin er omheen, omgeven door hoge muren.
Luchtfoto van Mount Grace Priory.
Luchtfoto van Mount Grace Priory.
De tentoonstelling vindt plaats in het oorspronkelijke gastenverblijf, dat in 1901 is gerestaureerd in de Arts & Crafts-stijl. Mount Grace Priory wordt beheerd door English Heritage.
Openingstijden
Dagelijks 10.00 – 18.00 uur

Bovenste foto: Een duidelijk op de abdij geïnspireerd kantwerkstuk van Vanessa Krushner.

Victoria Conroy van English Heritage met werk van Pat Brunsdon.
Victoria Conroy van English Heritage met werk van Pat Brunsdon.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Opus anglicanum, het mooiste borduurwerk voor kerk en koningen

In 2017 vond in het Londense Victoria & Albert Museum een grote tentoonstelling plaats over opus anglicanum, middeleeuws Engels borduurwerk uit de 12de tot 14de eeuw. Een mooie gelegenheid om wat meer te schrijven over dit rijke borduurwerk, waarmee onder andere kerkelijke en koninklijke kleding werd versierd.

Detail van een antependium, Engels, 1315-1335.
Detail van een antependium, Engels, 1315-1335.
Er is niet veel over
Kledingstukken in opus anglicanum (Latijn voor ‘Engels werk’) zijn zeldzaam; wat er nog over is zijn meestal kerkelijke kledingstukken, omdat bisschoppen vaak in rijke kleding werden begraven. Eeuwen later vond men, bij de opening van hun graven, nog goed bewaarde kledingstukken met opus anglicanum. Sommige stukken werden verborgen door Engelse katholieke families toen veel vernietigd werd tijdens de Reformatie. Delen van kazuifels en koorkappen zijn soms bewaard gebleven omdat ze in stukken werden geknipt en een andere toepassing kregen, bijvoorbeeld in een antependium (altaarkleed) of als boekomslag.
Paus Innocentius IV (1195 – 1254) was een groot verzamelaar van kerkelijke kledingstukken in opus anglicanum. Een Vaticaanse inventarislijst uit 1295 vermeldt 113 stukken in opus anglicanum.
Wereldse toepassingen van opus anglicanum zijn helemaal zeldzaam; het werd eenvoudigweg afgedragen en weggegooid. Opus anglicanum werd nogal eens als diplomatieke gift geschonken en raakte zo verspreid over Europa.
Opus anglicanum - Borduurwerk van luipaarden, gemaakt voor Edward III van Engeland - Museum van Cluny, Nationaal Museum van de Middeleeuwen, Parijs.
Opus anglicanum – Borduurwerk van luipaarden, gemaakt voor Edward III van Engeland – Museum van Cluny, Nationaal Museum van de Middeleeuwen, Parijs.
Wat is opus anglicanum?
Opus anglicanum is rijk Engels borduurwerk in glanzende zijde, goud- en zilverdraad op een ondergrond van fijn linnen en fluweel. Met het borduurwerk werden vlakken en lijnen gecreëerd die uiteindelijk afbeeldingen vormen. Door het gebruik van vuldraden onder het goud- en zilverdraad ontstaat een reliëfrijk werk, dat door het glanzende zijde-, goud- en zilverdraad een extra effect krijgt. De afbeeldingen bestaat voor de kerkelijke kleding natuurlijk uit bijbelse taferelen, voor het wereldlijke werk ook uit dierlijke, florale en heraldieke motieven.
Detail van de Syon Cope, 1310-1320 - Victoria & Albert Museum, London.
Detail van de Syon Cope, 1310-1320 – Victoria & Albert Museum, London.
Techniek
Eigenlijk bestaat opus anglicanum uit twee technieken: stiksteken waarmee met zijden garen lijntjes worden geborduurd, zowel als vlakvulling als om contouren aan te geven, en het opnaaien van goud- en zilverdraad over dikke draden katoen, zodat deze vlakken enigszins een reliëf vormen. Als ondergrond wordt een fijne, dichtgeweven linnen gebruikt. Dit werd gespannen op een borduurraam om het borduren te vergemakkelijken.
Lijntjes van stiksteken
De stiksteken voor de lijntjes worden geborduurd met een glanzende, ongetwijnde (gedraaide) zijde garen die een mooie glans geeft, kenmerkend voor opus anglicanum. De meer voorkomende getwijnde borduurgaren glanst veel minder, ook omdat deze garen vaak van een kortere vezel wordt vervaardigd.
Engel, detail van een kazuivel, Engels, 15de eeuw - Metropolitan Museum of Art, New York.
Engel, detail van een kazuivel, Engels, 15de eeuw – Metropolitan Museum of Art, New York.
De lijntjes van stiksteken worden gebruikt om de contouren van de afbeeldingen aan te geven en om kleurvlakken aan te brengen op het naturel gekleurde linnen, bijvoorbeeld vlakken in visgraat- en chevronpatroon voor de kleding van de afgebeelde personen, maar bijvoorbeeld ook lijntjes die bijvoorbeeld een gezicht meer diepte geven of de groeirichting van haar toont.
Couching
Voor het goud- en zilverborduursel wordt een techniek gebruikt die in het Engels couching heet. Hierbij wordt op het linnen in een bepaald patroon dikke, katoenen draden aangebracht. Over deze onderlaag worden vlak naast elkaar de gouden draden gelegd en deze worden met een dunne garen vastgezet op het linnen. Op deze manier liggen de gouden draden als het ware op een kussentje, wat een mooi reliëfeffect geeft. Gouddraad bestaat uit smalle strookjes bladgoud, die gewikkeld zijn om een zijden draad.
De Syon-Cope (koorkap), 1310-1320 - Victoria & Albert Museum, London.
De Syon-Cope (koorkap), 1310-1320 – Victoria & Albert Museum, London.
De Steeple-Aston-koorkap, 1310-1340, detail van een engel te paard met een luit, de oudste bestaande afbeelding van dit instrument - Victoria & Albert Museum, London.
De Steeple-Aston-koorkap, 1310-1340, detail van een engel te paard met een luit, de oudste bestaande afbeelding van dit instrument – Victoria & Albert Museum, London.
Als u deze mooie techniek zelf eens wilt beoefenen mag ik graag verwijzen naar de uitgebreide beschrijving van Sidney Eileen op haar website, waar ook verwijzingen staan naar leveranciers van de benodigde materialen. De website is in het Engels.
Vindplaats
Voorbeelden van opus anglicanum zijn in het bezit van het Cloisters Museum in New York, het Victoria & Albert Museum in London en in de kathedraal Saint-Étienne de Sens in Bourgondië, Frankrijk.

Bovenste foto: De Butler-Bowden-cope (koorkap), 1330-1350, V&A Museum.

Impressie hoe opus anglicanum wordt gemaakt – video V&A Museum.

De Chichester-Constable-kazuivel, circa 1335-1345, foto The Metropolitan Museum of Art Art.
De Chichester-Constable-kazuivel, circa 1335-1345, foto The Metropolitan Museum of Art Art.
Opus anglicanum, tentoonstelling in het Victoria & Albert Museum, overzichtsfoto.
Opus anglicanum, tentoonstelling in het Victoria & Albert Museum, overzichtsfoto.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Yinka Shonibare MBE / Vlisco 1:1 Un à Un

Fake Death Picture (The Suicide - Manet), 2011, digital chromogenic print.

Afrikaanse dubbeltentoonstelling in het Museum Helmond

In het Museum Helmond is momenteel een dubbeltentoonstelling te zien met een Afrikaanse sfeer: tot 12 februari is er werk te zien van de Brits-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare, die veel gebruik maakt van stoffen die het Helmondse textielbedrijf Vlisco vervaardigt voor de Afrikaanse markt. Nog een maand langer loopt de tentoonstelling over juist dit textielbedrijf.

Cannonball Heaven (detail), 2011.
Cannonball Heaven (detail), 2011.
Yinka Shonibare MBE – Paradise Beyond
Het oeuvre van de beroemde kunstenaar Yinka Shonibare MBE (Londen, 1962) wordt getypeerd door de toepassing van de kleurrijke, Afrikaans ogende stoffen en dessins van de Helmondse textielfabriek Vlisco. De ‘Dutch wax fabrics’ verwijzen in zijn installaties onder meer naar de kolonisatie van Afrika. De Vlisco-stoffen zijn gebaseerd op Indonesische batik en al meer dan een eeuw populair in West-Afrika. Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw staan de stoffen voor Afrikaanse identiteit en onafhankelijkheid en ondersteunen ze Shonibare’s motto: niets is wat het lijkt.
Van oorlog tot paradijs
In de tentoonstelling ‘Yinka Shonibare MBE – Paradise Beyond’ zijn sculpturen, installaties, collages, tekeningen, fotowerken en films uit de periode 2004-2016 te zien. De figuren in zijn werk zijn bevroren in hun beweging en gekleed in Victoriaanse kostuums, uitgevoerd in Vlisco stoffen. De kunstenaar belicht thema’s als ras, klasse, macht en migratie. Met zijn elegante, verleidelijke en humorvolle werken maakt hij deze gevoelige cultureel-maatschappelijke onderwerpen toegankelijk. Hierin speelt Shonibares interesse in de geschiedenis een belangrijke rol. De tentoonstelling laat zich lezen als een cyclus met periodes van geluk, conflict, revolutie en oorlog. De figuren zoeken naar een paradijs, verrijken zichzelf, worden verdreven, vluchten en streven opnieuw naar een paradijs. Zo herhaalt de cyclus, evenals de geschiedenis, zich telkens weer.
Little Rich Girls, 2010, Victoriaanse kinderkleding gemaakt van Dutch wax prints van Vlisco.
Little Rich Girls, 2010, Victoriaanse kinderkleding gemaakt van Dutch wax prints van Vlisco.
Yinka Shonibare (1962).
Yinka Shonibare (1962).
Yinka Shonibare werd geboren in Londen en verhuisde op 3-jarige leeftijd naar Nigeria. Hij studeerde in 1991 af aan Goldsmiths College (Londen) als één van de vertegenwoordigers van de ‘Young British Artists’. Zijn internationale doorbraak kwam met de deelname aan Documenta 11 in 2002. In 2004 werd hij genomineerd voor de prestigieuze Turner Prize en ontving in 2005 van de Britse koningin de eretitel Member of the ‘Most Excellent Order of the British Empire’ (MBE). Van 2010-2012 presenteerde hij zijn beroemd geworden ‘Nelson’s Ship in a Bottle’ op Trafalgar Square Londen. Shonibare exposeerde wereldwijd in vooraanstaande musea, en nu dus in Helmond, de thuisstad van Vlisco.
Nelson's Ship in a Bottle, 2010, Trafalgar Square, Londen.
Nelson’s Ship in a Bottle, 2010, Trafalgar Square, Londen.
Vlisco 1:1 Un à Un
In de tentoonstelling ‘Vlisco 1:1 Un à Un’ toont het textielbedrijf klassieke dessins, herinterpretaties en nieuwe ontwerpen. De expositie belicht vier aspecten: de geschiedenis van het bedrijf, productieprocessen, ontwerpprocessen en toepassing van de stoffen in mode en kunst. In deze presentatie, speciaal ontwikkeld voor het 170-jarig bestaan van Vlisco, ligt de nadruk op de boeiende visuele kwaliteiten van de stoffen en hun krachtige symboliek.
Vlisco, sinds 1846
Van oorsprong opgericht door een Duitse emigrant, nam in 1846 Pieter Fentener van Vlissingen de fabriek over en concentreerde zich op de export van katoenen, op batik geïnspireerde stoffen naar Nederlands-Indië. Afrikaanse KNIL-soldaten die terugkeerden naar hun vaderland namen wat lappen stof mee, die daar zeer in de smaak vielen. Doordat de koloniale overheid in Indië de lokale producenten beschermden, vond Vlisco in Afrika vanaf 1876 een belangrijke nieuwe exportmarkt en ging daarna snel, vaak in samenwerking met lokale handelaren, speciaal voor de Afrikaanse markt stoffen ontwerpen.
Behalve dat de stoffen heel kleurrijk zijn, bevatten ze soms details die je pas bij een tweede blik ziet.
Behalve dat de stoffen heel kleurrijk zijn, bevatten ze soms details die je pas bij een tweede blik ziet.
In oorsprong werd de katoenen stof met handstempels van een patroon voorzien. In 1906 kocht Vlisco een wasdrukmachine, waardoor de stoffen veel goedkoper gemaakt konden worden. De bedrukte patronen werden nog tot 1993 met handstempels nabewerkt, waardoor iedere lap stof een uniek karakter had. Na 1993 worden de stoffen geheel machinaal gemaakt. De naam ‘Vlisco’ werd overigens pas in 1970 ingevoerd en is een afkorting van Fentener van Vlissingen & Co. Sinds 2006 heeft Vlisco ook eigen winkels en produceert het ook mode en accessoires. De stoffen zijn internationaal bekend onder de noemer ‘Dutch wax fabrics’.
Adam and Eve, 2013 - foto Christian Glaeser.
Adam and Eve, 2013 – foto Christian Glaeser.
Rondleidingen
Bij de tentoonstellingen kunt u deelnemen aan de volgende rondleidingen: op zondag 11 december en vrijdag 20 januari. De rondleidingen starten om 14.30 uur, kosten € 2,00 en worden gegeven door de conservator. Naast de rondleidingen door de conservator zijn er tevens wekelijks instaprondleidingen op vrijdagochtend (11.00 uur) en op zondagmiddag (14.30 uur) in de Kunsthal. De kosten hiervoor zijn eveneens € 2,00 per persoon, exclusief entree. Aanmelden is niet nodig.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag van 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag van 12.00 tot 17.00 uur

Bovenste foto: Fake Death Picture (The Suicide – Manet), 2011, digital chromogenic print.

Cannonball Heaven, 2011, installatie.
Cannonball Heaven, 2011, installatie.
Alien Woman on Flying Machine, 2011,150 x 450 x 400 cm, staal, aluminium, messing, Dutch wax printed cotton, rubber.
Alien Woman on Flying Machine, 2011,150 x 450 x 400 cm, staal, aluminium, messing, Dutch wax printed cotton, rubber.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Quilt Expo en Beaujolais 2016

Quilt Expo en Beaujolais - logo

De zesde editie van de Quilt Expo en Beaujolais wordt gehouden tijdens de Textielkunst Biënnale in Beaujolais, Frankrijk. Het is een internationale tentoonstelling met meer dan 1000 werken uit 22 landen. Daarnaast is er een beurs met meer dan 60 stands.

Werk van Elena Vernidubova, Rusland.
Werk van Elena Vernidubova, Rusland.
Beaujolais mag wellicht bekend zijn als een wijnstreek ten noorden van Lyon, maar telt ook een groot aantal quilt- en patchworkverenigingen. Jaarlijks komen zij samen in de plaats St Marie aux Mines. Gezamenlijk organiseren zij nu een grote, internationale tentoonstelling, de Quilt Expo en Beaujolais.
Internationale ontwikkeling van de quilt
Tegenwoordig is de quilt geëvolueerd tot een volwaardige kunstvorm die wereldwijd wordt beoefend. Op deze tentoonstelling zijn er quilts te zien uit 22 landen, die elk hun specifieke vormen, cultuur, tradities en eigenaardigheden hebben. Dit jaar is er bovendien speciale aandacht voor quilts uit Japan en Korea.
In deze textiele werken ziet u dat deze van oorsprong Engels-Amerikaanse traditie zich wereldwijd in diverse richtingen heeft ontwikkeld. In iedere quilt kunt u iets ontdekken van de cultuur en emotie van het land waar deze gemaakt is. Een boeiende ontdekkingsreis. U ziet op een tentoonstellingsruimte van ruim 2000 m2 werken uit onder andere de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Israël, Australië, Duitsland, België, Oekraïne, Nederland, Thailand, Oman, Canada en natuurlijk Frankrijk.
'Peaceful mornings' van Bergen Rose, VS.
‘Peaceful mornings’ van Bergen Rose, VS.
Exposerende groepen en individuele quilters
Werk van Joko Sekita, Japan, gequilt en geborduurd.
Werk van Joko Sekita, Japan, gequilt en geborduurd.
Internationale groepen
Art-Igra
Challenge Textile International ‘Costumes et Traditions du Monde’ Frankrijk / Korea / Japan
Fifteen by Fifteen
International Threads
SAQA (Studio Art Quilt Associates,Inc)”Two by Twenty”
Stitched Art Textile
Nationale groepen
Duitsland : Alküns
België : Crossroads ‘Echeque et Mat’
Mexico : Quilters Mexico ‘Mayan culture challenge’
Australië : Golden Textures of Australia
Taiwan : Taiwan Art Quilt Society
Hongarije : Modern Movement
Groot-Brittannië : English Guild Contemporary Quilt ‘Elements’
Rusland : Russian Quilters ‘The Soul of Russia’
Werk van Armi Heikkinen-Daum, Zwitserland.
Werk van Armi Heikkinen-Daum, Zwitserland.
Individuele leden
Frankrijk : Maryse Allard, Pascale Bebronne, Elena Bessières, Catherine Bihl, Lydie Bilhet, France Bréchignac, Sylviane Buffenoir, Marie-Anne Croci, Jean Delafosse, Dominique Fave, Michel Galan, Galla, Chantal Garcia, Chantal Guillermet, Caroline Higgs, Marie-Christine Hourdebaigt, Jocelyne Kurc, Francine Leclercq, Isabelle Legendre, Marie Larouturou, Liz Maidment, Jocelyne Picot, Andrea Pollier, Catherine Ravera, Caroline Regnaut, Rebecca Roberts, Ina-Georgeta Statescu, Dimitri Vontzos;
Duitsland : Isabelle Wiessler, Uta Lenk;
Australië : Dijanne Cevaal, Jenny Bacon;
België : Ann Graus, Christel De Vrij;
Zuid-Korea : Yangsook Choi, Kyoungsoon Kim;
Verenigde Staten : Bergen Rose;
Nederland : Ineke van Unen, Willy Doreleijers;
Groot-Brittannië : Anne Kelly, Gillian Travis, Pat Archibald;
Rusland : Rimma Bybina, Tatiana Shmidt, Irina Tkacheva, Elena Vernidubova;
Zwitserland : Armi Heikkinen-Daum, Elisabeth Nacenta de La Croix, Elizabeth Michellod-Dutheil, Mady Tschann, Silvia Bos, Jacques Légeret.
Openingstijden
Dagelijks van 9.30 – 18.30 uur
Werk van Cathy Jack Coupland, Australië.
Werk van Cathy Jack Coupland, Australië.
Quilt van de groep Fifteen by Fifteen.
Quilt van de groep Fifteen by Fifteen.
'On The Road #3' door Willy Doreleijers, Nederland.
‘On The Road #3’ door Willy Doreleijers, Nederland.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather