Archives

Opus anglicanum, het mooiste borduurwerk voor kerk en koningen

In 2017 vond in het Londense Victoria & Albert Museum een grote tentoonstelling plaats over opus anglicanum, middeleeuws Engels borduurwerk uit de 12de tot 14de eeuw. Een mooie gelegenheid om wat meer te schrijven over dit rijke borduurwerk, waarmee onder andere kerkelijke en koninklijke kleding werd versierd.

Detail van een antependium, Engels, 1315-1335.
Detail van een antependium, Engels, 1315-1335.
Er is niet veel over
Kledingstukken in opus anglicanum (Latijn voor ‘Engels werk’) zijn zeldzaam; wat er nog over is zijn meestal kerkelijke kledingstukken, omdat bisschoppen vaak in rijke kleding werden begraven. Eeuwen later vond men, bij de opening van hun graven, nog goed bewaarde kledingstukken met opus anglicanum. Sommige stukken werden verborgen door Engelse katholieke families toen veel vernietigd werd tijdens de Reformatie. Delen van kazuifels en koorkappen zijn soms bewaard gebleven omdat ze in stukken werden geknipt en een andere toepassing kregen, bijvoorbeeld in een antependium (altaarkleed) of als boekomslag.
Paus Innocentius IV (1195 – 1254) was een groot verzamelaar van kerkelijke kledingstukken in opus anglicanum. Een Vaticaanse inventarislijst uit 1295 vermeldt 113 stukken in opus anglicanum.
Wereldse toepassingen van opus anglicanum zijn helemaal zeldzaam; het werd eenvoudigweg afgedragen en weggegooid. Opus anglicanum werd nogal eens als diplomatieke gift geschonken en raakte zo verspreid over Europa.
Opus anglicanum - Borduurwerk van luipaarden, gemaakt voor Edward III van Engeland - Museum van Cluny, Nationaal Museum van de Middeleeuwen, Parijs.
Opus anglicanum – Borduurwerk van luipaarden, gemaakt voor Edward III van Engeland – Museum van Cluny, Nationaal Museum van de Middeleeuwen, Parijs.
Wat is opus anglicanum?
Opus anglicanum is rijk Engels borduurwerk in glanzende zijde, goud- en zilverdraad op een ondergrond van fijn linnen en fluweel. Met het borduurwerk werden vlakken en lijnen gecreëerd die uiteindelijk afbeeldingen vormen. Door het gebruik van vuldraden onder het goud- en zilverdraad ontstaat een reliëfrijk werk, dat door het glanzende zijde-, goud- en zilverdraad een extra effect krijgt. De afbeeldingen bestaat voor de kerkelijke kleding natuurlijk uit bijbelse taferelen, voor het wereldlijke werk ook uit dierlijke, florale en heraldieke motieven.
Detail van de Syon Cope, 1310-1320 - Victoria & Albert Museum, London.
Detail van de Syon Cope, 1310-1320 – Victoria & Albert Museum, London.
Techniek
Eigenlijk bestaat opus anglicanum uit twee technieken: stiksteken waarmee met zijden garen lijntjes worden geborduurd, zowel als vlakvulling als om contouren aan te geven, en het opnaaien van goud- en zilverdraad over dikke draden katoen, zodat deze vlakken enigszins een reliëf vormen. Als ondergrond wordt een fijne, dichtgeweven linnen gebruikt. Dit werd gespannen op een borduurraam om het borduren te vergemakkelijken.
Lijntjes van stiksteken
De stiksteken voor de lijntjes worden geborduurd met een glanzende, ongetwijnde (gedraaide) zijde garen die een mooie glans geeft, kenmerkend voor opus anglicanum. De meer voorkomende getwijnde borduurgaren glanst veel minder, ook omdat deze garen vaak van een kortere vezel wordt vervaardigd.
Engel, detail van een kazuivel, Engels, 15de eeuw - Metropolitan Museum of Art, New York.
Engel, detail van een kazuivel, Engels, 15de eeuw – Metropolitan Museum of Art, New York.
De lijntjes van stiksteken worden gebruikt om de contouren van de afbeeldingen aan te geven en om kleurvlakken aan te brengen op het naturel gekleurde linnen, bijvoorbeeld vlakken in visgraat- en chevronpatroon voor de kleding van de afgebeelde personen, maar bijvoorbeeld ook lijntjes die bijvoorbeeld een gezicht meer diepte geven of de groeirichting van haar toont.
Couching
Voor het goud- en zilverborduursel wordt een techniek gebruikt die in het Engels couching heet. Hierbij wordt op het linnen in een bepaald patroon dikke, katoenen draden aangebracht. Over deze onderlaag worden vlak naast elkaar de gouden draden gelegd en deze worden met een dunne garen vastgezet op het linnen. Op deze manier liggen de gouden draden als het ware op een kussentje, wat een mooi reliëfeffect geeft. Gouddraad bestaat uit smalle strookjes bladgoud, die gewikkeld zijn om een zijden draad.
De Syon-Cope (koorkap), 1310-1320 - Victoria & Albert Museum, London.
De Syon-Cope (koorkap), 1310-1320 – Victoria & Albert Museum, London.
De Steeple-Aston-koorkap, 1310-1340, detail van een engel te paard met een luit, de oudste bestaande afbeelding van dit instrument - Victoria & Albert Museum, London.
De Steeple-Aston-koorkap, 1310-1340, detail van een engel te paard met een luit, de oudste bestaande afbeelding van dit instrument – Victoria & Albert Museum, London.
Als u deze mooie techniek zelf eens wilt beoefenen mag ik graag verwijzen naar de uitgebreide beschrijving van Sidney Eileen op haar website, waar ook verwijzingen staan naar leveranciers van de benodigde materialen. De website is in het Engels.
Vindplaats
Voorbeelden van opus anglicanum zijn in het bezit van het Cloisters Museum in New York, het Victoria & Albert Museum in London en in de kathedraal Saint-Étienne de Sens in Bourgondië, Frankrijk.

Bovenste foto: De Butler-Bowden-cope (koorkap), 1330-1350, V&A Museum.

Impressie hoe opus anglicanum wordt gemaakt – video V&A Museum.

De Chichester-Constable-kazuivel, circa 1335-1345, foto The Metropolitan Museum of Art Art.
De Chichester-Constable-kazuivel, circa 1335-1345, foto The Metropolitan Museum of Art Art.
Opus anglicanum, tentoonstelling in het Victoria & Albert Museum, overzichtsfoto.
Opus anglicanum, tentoonstelling in het Victoria & Albert Museum, overzichtsfoto.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Seide – Textile Pracht aus 2000 Jahren

Italiaanse of Spaanse zijden stof, 15de eeuw.

Het Duitse Textielmuseum Krefeld presenteert meer dan 240 zijden objecten uit de eigen collectie. De oudste stukken zijn ongeveer tweeduizend jaar oud en dateren uit de tijd van de Han-dynastie in China. Uit de eerste helft van de 20ste eeuw wordt avond-, cocktail- en trouwkleding getoond van zijde en haute couture jurken van Madeleine Vionnet, Christian Dior en Pierre Balmain.

Perzische zijde, 17de eeuw.
Perzische zijde, 17de eeuw.
Naast de beweging van handelsgoederen en ambachtslieden langs de befaamde Zijderoute, richt de tentoonstelling zich ook op de ontwikkeling en verfijning van het zijdeweven, de ontwikkeling van ontwerp en mode en van de smaak van de gebruiker hiervan. Het Duitse Textielmuseum Krefeld is één van ’s werelds belangrijkste collecties van historische kostbare textiel en kleding. De collectie bevat nu bijna 30.000 objecten uit de hele wereld, van de oudheid tot heden.
Zijden jurk, circa 1900 - 1910.
Zijden jurk, circa 1900 – 1910.
Unieke stukken voor het eerst te zien
De nieuwe tentoonstelling in het ‘Haus am Andreasmarkt’ is bijna twee jaar in voorbereiding geweest, van het eerste idee tot de voltooiing in het eigen restauratieatelier. ‘We openen onze schatkamer’, zegt museumdirecteur dr Annette Schieck. In de afgelopen weken hebben zeven restaurateurs in de werkplaats aan talrijke tentoonstellingsstukken gewerkt. Daaronder acht kledingstukken die voor het eerst in het openbaar te zien zijn. Het gaat om zijden jurken uit de 18de tot de vroeg-20ste eeuw, waarvan de snit en versiering representatief zijn voor hun respectievelijke tijdperk.
De tentoonstelling in het Duitse textielmuseum is verdeeld in twee delen: op de begane grond kunnen bezoekers op hun eigen manier de Zijderoute volgen. De geselecteerde objecten zijn uit gebieden langs de Zijderoute, die van China via de Middellandse Zee naar Italië en tenslotte in de moderne tijd tot Krefeld, de fluweel- en zijdestad, loopt. Onder de tentoongestelde werken zijn onder andere archeologische vondsten uit China en de late periode van het oude Egypte, textiel uit de islamitische tijd van het Nabije Oosten, middeleeuwse Italiaanse zijde, zijden borduurwerk en gewaden, deels uit Krefeld, Franse zijde en Art Nouveau-textiel.
Italiaanse zijden lampas, 15de eeuw.
Italiaanse zijden lampas, 15de eeuw.
Zijden borduurwerk.
Zijden borduurwerk.
Demonstratie goudborduurwerk
Op de eerste etage worden kleding en gewaden gepresenteerd, maar ook ongewone voorwerpen zoals kaarten van kunstzijde (rayon), die Britse parachutisten in de Tweede Wereldoorlog als gids bij zich hadden. Daarnaast is er een atelier voor goudborduurwerk ingericht. Tijdens de tentoonstelling zal er op een aantal zondagen goudborduurwerk uit 1500 met zijden en goudborduursel worden nagemaakt om een indruk te geven van deze techniek.
Op deze tentoonstelling zal een uitgebreid programma van evenementen worden aangeboden. Zo zal er tijdens de tentoonstelling in juli een project met studenten van de Academie voor Mode en Design uit Düsseldorf zijn. Op woensdag en zondag om 14.30 uur zijn er openbare rondleidingen. Rondleidingen voor groepen kunnen tevens georganiseerd worden. Bezoekers kunnen bij de kassa een verklarende woordenlijst van de tentoonstelling krijgen, naast een boekje met toelichting.
Openingstijden
1 april t/m 31 oktober dinsdag t/m zondag 10.00 – 18.00 uur
1 november t/m 31 maart dinsdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur
Fragment van een Tibettaanse mandala, 1330-1332.
Fragment van een Tibettaanse mandala, 1330-1332.
Zijden weefstof met bloeiende bloemen, circa 1900.
Zijden weefstof met bloeiende bloemen, circa 1900.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Yatak, chapan en chekman: traditionele overjassen uit Centraal-Azië

In het ruige landschap van Centraal-Azië hebben sinds prehistorische tijden mensen rondgetrokken: herdersstammen met hun kudden, maar ook handelskaravanen langs de bekende zijderoute tussen China en het Midden-Oosten. Het klimaat in dit gebied kent grote uitschieters, waardoor degelijke kleding een absolute noodzaak is. De mannen in deze landen dragen lange mantels over hun kleding, waarbij de uitvoering kleurrijker en het materiaal duurder is naarmate de bezitter aanzienlijker is. U hebt allemaal wel eens zo’n jas gezien: de Afghaanse president Hamid Karzai draagt er altijd een bij officiële gelegenheden.

Kaart van de Ferghana-vallei in Oezbekistan en TadjikistanCentraal-Azië is een gebied ruwweg tussen het noorden van Iran en het westen van China. Alhoewel de definitie van het gebied varieert, gaat men over het algemeen uit van de landen die op ‘stan’ eindigen: Kazachstan, Kirgizstan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan, alle voormalige Sovjet-republieken. Het gebied is niet erg geschikt voor landbouw – het bestaat voornamelijk uit bergen, steppen en woestijnen – en wordt al duizenden jaren doorkruist door herdersvolken, op zoek naar graasgebieden voor hun kudden. Daarnaast is het een kruispunt van diverse culturen met eeuwenoude handelsroutes, bekend onder de naam zijderoute. Met iedereen altijd onderweg was het belangrijk dat alle benodigdheden voor het dagelijkse leven makkelijk vervoerd konden worden, verpakt in tassen en stoffen. Door deze behoefte ontstond hier al vroeg een textielindustrie.
Ontstaan van een ikat-traditie
Met name in de Ferghana-vallei, gelegen in het westen van het tegenwoordige Oezbekistan, ontstond zo’n 2500 jaar geleden een rijke textielindustrie, waarbij vooral katoen en zijde het basismateriaal vormde. De teelt van de zijderupsen was traditioneel vrouwenwerk, terwijl de mannen de cocons kookten om de draad af te wikkelen. De gesponnen garens werden door garenververs, vaak joden, gekleurd door middel van de ikat-afbindmethode. Hierbij worden delen van de garens afgedekt, waarbij de niet-afgedekte delen wel een kleur krijgen en de afgedekte delen hun oorspronkelijke kleur behouden. Traditioneel leverde iedere garenverver één kleur, wat maakte dat naarmate een stof meer kleuren bevatte deze steeds kostbaarder werd. De gekleurde garens gingen daarna terug naar de families die de zijde hadden geteeld, om vervolgens geweven te worden.
Hamid Karzai met een gestreepte chapanDe ikat-stoffen werden in de regel in een combinatie van zijde en katoen geweven, waarbij de ketting van ikat-gekleurde zijde was en de inslag van een monochrome katoen. Hieraan ligt een islamitische motivatie ten grondslag: men gaf er de voorkeur aan dat de huid voornamelijk met de katoen in contact kwam in plaats van met de zijde, waarvan men de aanraking te sensueel achtte. Het ontwerp van de stoffen werd in heldere kleuren uitgevoerd: roze, geel, lila, groen, rood, blauw en zwart. Daarmee contrasteerden deze kleurrijke ikat-stoffen met het wat grauwe landschap. Abstracte motieven, zoals grote concentrische cirkels en diagonale strepen, waren gebruikelijk. Eeuwenlang is deze textieltechniek in en rond de Ferghana-vallei uitgevoerd. Pas tijdens het Sovjet-tijdperk, toen grote groepen Turkmenen naar Afghanistan vluchtten, ontstond ook daar een zijde-industrie. De jas van Hamid Karzai is dus eigenlijk niet inheems.
Verschillende soorten khalat
De traditionele overjas of khalat, van voren open, lengte vaak tot over de knie en met lange mouwen, uitgevoerd in ikatstof of van geborduurd velours, was vaak een schenking van een lokale vorst aan zijn ondergeschikten en gasten, volgens de moslimtraditie om een jas als geschenk aan een welkome bezoeker te geven, een blijk van gastvrijheid. Het woord khalat stamt van het Arabische khilat, dat kledingstuk betekent. Het woord khalat wordt daarnaast ook gebruikt voor de ceremonie van het aanbieden van de mantel.

Chapan van ikat uit Oezbekistan, begin 20ste eeuw

Terwijl de gewone man meestal een gestreepte khalat droeg, toonden de voornamen hun rijkdom door diverse ikat-khalats over elkaar te dragen. Men onderscheidt drie soorten khalats:
  • de yatak, een dunne zomerjas;
  • de chapan is een gevoerde winterjas (Vergelijk de overeenkomst met het Russische woord kaftan en het Poolse woord zupan, welke in beide gevallen als kledingstuk voortkomen uit de chapan. Het woord chapan wordt ten onrechte nog wel eens voor alle Centraal-Aziatische jassen gebruikt.);
  • de chekman is een jas van schapenvel of kamelenhaar, gevoerd met katoen, zijde of een combinatie daarvan.
Afghaanse chapan uit de 20ste eeuwIn alle drie de gevallen is de khalat aan de randen afgewerkt met geweven of geborduurde banden, sheyraz geheten. De khalat wordt gedragen over een lang overhemd en een broek, terwijl als schoeisel vaak laarzen gebruikelijk zijn. Een muts van astrakan of een tyubiteika, een met borduurwerk versierd mutsje, completeert het geheel. Vaak doet men de khalat niet ‘aan’, maar slaat men deze losjes om de schouders, dus met de armen niet in de mouwen. We komen ook regelmatig khalats tegen met mouwen die bijna net zo lang als de jas zijn; bijzonder onpraktisch om daar de armen in te hebben!
Khalats hebben geen zakken. Toiletartikelen, aanstekers en kleine, bewerkte tasjes werden aan een riem gedragen. De tasjes waren meestal met borduurwerk versierd, waarbij iedere stam zijn eigen patronen had.
De uitvoering van de khalat is afhankelijk van de maatschappelijke status van de drager. Zo droegen de vroegere vorsten in deze gebieden khalats van velours, vaak versierd met borduursel van goud- en zilverdraad. Goudbrokaat khalats met zijden ikatvoering of jassen van velours waren gereserveerd voor prinsen en hoge hoffunctionarissen. Leden van de stedelijke elite droegen zijden ikatjassen. De gewone stedelingen, boeren en nomaden dragen katoenen khalats, die meestal gestreept zijn.

Khalat uit Boekhara van zijdebrocaat, laat 19de eeuw

Mohammed Alim Khan van Boekhara draagt een chapan van zijde uit eigen atelierDe indrukwekkendste khalats zijn uitgevoerd in velours van kasjmier wol, versierd met goud- en zilverborduurwerk en gevoerd met ikatstof, een symbool van rijkdom en macht van de drager. Sommige khans (plaatselijke vorsten), zoals die van Boekhara, hadden eigen ateliers waar deze vervaardigd werden. Het rijke borduurwerk met goud- en zilverdraad werd uitgevoerd door mannen, omdat men geloofde dat vrouwenhanden het gouddraad zouden aantasten. Tegenwoordig wordt het borduurwerk in deze streek in ateliers juist door vrouwen gemaakt.
Een khalat kopen
Traditionele khalats komt men nog wel eens tegen op veilingen van onder andere het veilinghuis Christies en in vooraanstaande textielgalerieën. Verkoopprijzen liggen dan tussen de € 400 en €3.000, sterk afhankelijk van ouderdom en kwaliteit. In Amsterdam verkoopt de in Centraal-Aziatische textiel gespecialiseerde galerie Shirdak khalats. Via het internet vindt u ook wel webwinkels die khalats en charpans verkopen, maar deze zijn dan meestal van met moderne technieken gefabriceerde stoffen gemaakt en dus lang niet zo interessant.
Meer informatie
Boek
Asian Costumes and Textiles, Skira Editore, Milaan, ISBN 88-8118-971-2
Internet
Artikel over alle uitingen van de Oezbeekse cultuur
Online galerie 30meeting.com, Charleston, SC, Verenigde Staten
Oezbeekse nationale kleding
Shirdak Silkroad Textile

Chapan van ikat, Oezbekistan, 19de eeuw

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Haagse Hofmode met prachtige handwerkdetails

 

Eind 2007 vond in het Haags Gemeentemuseum ‘Haagse Hofmode’ plaats, een indrukwekkende tentoonstelling over de kleding en de hofcultuur van de afgelopen eeuwen. Opvallend, naast de haast on-Nederlandse rijkdom van de kleding, zijn de prachtige ornamenten in diverse soorten handwerk waar deze kleding mee is gedecoreerd. Voor handwerksters beslist een interessante tentoonstelling, vooral ook om op de details te letten.

Kleding uit een rijk verleden
Wanneer je in Nederland rondkijkt, lijkt het er wel op of op het gebied van kleding de middelmatigheid de norm is en onze kledingcultuur zich beperkt tot de vale spijkerbroek en de slobbertrui. Dat dit ooit anders is geweest, lezen we dan wel in de Haagse romans van Louis Couperus, maar we kunnen het ons nauwelijks meer voorstellen. Op de tentoonstelling Haagse Hofmode konden we een blik werpen in de chique salons van Den Haag in het – soms zelfs recente – verleden.

Haagse Hofmode: wandelkleding

Door de aanwezigheid van hof, adel, politiek en ambassades, was La Haye mondain en internationaal georiënteerd. Het wereldse karakter van de stad blijkt uit de bewaard gebleven japonnen van hofdames, dames-du-palais en anderen die in hofkringen verkeerden.
U ziet hier prachtige kleding van toonaangevend Haagse, Indische en buitenlandse modehuizen, eens gedragen aan het hof of tijdens inhuldigingen, diners, bals, en zelfs in geval van rouw.
Subtiele regels
Haagse Hofmode: avondjapon (details)Veel stukken komen uit particuliere collecties, waaronder die van jonkvrouwe Henriëtte van de Poll, eens hofdame van koningin Emma. Haar bewaard gebleven correspondentie biedt een intieme blik achter de schermen van het paleis. Hieruit blijkt duidelijk dat mode voor dames uit de hogere kringen een serieuze zaak was. Er waren vele subtiele regels voor hoe men zich bij welke gelegenheid diende te kleden. We komen begrippen tegen die ons tegenwoordig nauwelijks meer iets zeggen, zoals manteau de cour of demi-montante. En hoe ging men eigenlijk gekleed in ‘lichte rouw’ of wat konden we verwachten wanneer ‘décolleté verplicht’ was?
Haagse Hofmode: avondjapon met sleep, gedecoreerd met goudborduurselDe kledingstukken stammen uit de 18de tot 20ste eeuw, waardoor de ontwikkeling van de mode door de jaren heen goed is te volgen. Ook bijzondere creaties van hofleveranciers, zoals het bekende Maison Kühne en Maison De Bonneterie, waren op deze tentoonstelling te zien. Ook kledingstukken van enkele sterren uit het Haagse uitgaansleven van weleer ontbraken niet, zoals van Fie Carelsen (1890 -1975), grande dame van het toneel en Else Rijkens (1898 – 1953), een concertzangeres van internationale faam.
Haagse Hofmode: galajaponBehalve de prachtige materialen die vaak gebruikt werden voor deze exclusieve kleding, verdient het de bijzondere details van deze kleding in ogenschouw te nemen, uitgevoerd in verfijnd handwerk, zoals borduurwerk, kant, applicaties en goudborduursel. Ook dat maakt deze kleding voor handwerksters zo interessant. Op de foto’s bij dit artikel krijgt u een indruk hiervan.
Bij de tentoonstelling verscheen een rijk geïllustreerde catalogus, eveneens getiteld Haagse Hofmode, welke nog steeds te koop is (Uitgeverij Waanders, ISBN-13: 9789040084133).

Haagse Hofmode - omslag van de catalogus

 

 

 

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather