Archives

Metamorfose weeft geometrisch

Paulien van Asperen, Agam-o-weave.

Acht weefsters geven een invulling aan het thema geometrie, stereometrie en lijnen

Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die om de zes weken bij elkaar komt om elkaar te inspireren tot nieuw weefwerk rond een gekozen thema. Na hun debuuttentoonstelling ‘Lijnenspel’ in Museum het Leids Wevershuis volgt nu – met twee leden meer – een nieuwe expositie in Stroomhuis Neerijnen.

Het thema voor deze expositie is ‘geometrie, stereometrie en lijnen’. Iedere weefster in de groep heeft haar eigen stijl en voorkeur voor bepaalde materialen, wat blijkt uit de individuele werkstukken op de tentoonstelling. Er wordt gewerkt met katoen, wol, linnen, polyester en koperdraad, zowel twee- als driedimensionaal. Voor deze expositie heeft de groep echter ook een gezamenlijk kunstwerk gemaakt.
Ank Hazelhoff, Regenboogcirkel.
Ank Hazelhoff, Regenboogcirkel.
Metamorfose bestaat uit de volgende weefsters:
Ank Hazelhoff (Neerijnen)
Na ervaring opgedaan te hebben met vele handvaardigheden, zoals boetseren, houtbewerken en zilversmeden, en het halen van haar coupeusediploma, kwam Ank Hazelhoff in aanraking met weven. Begin jaren ’80 heeft zij een beginnerscursus gevolgd. Hierna ging het in een stroomversnelling. Diverse andere cursussen volgden. Zij volgde een driejarige cursus miniatuurweven bij Bep ten Ancher. Hier leerde zij veel over vormgeving, maar miste het weefgetouw en volgde daarom daarna de driejarige weefopleiding in Gouda bij Marijke Dekkers. Hier heeft zij haar weg gevonden door het kunnen maken van twee- en driedimensionale weefsels. ‘Het is boeiend om als het ware te boetseren met draden en zo een beeld te vormen. Extra is dat je ook kleur kunt toevoegen.’
Tonny van den Berg, Wafels.
Tonny van den Berg, Wafels.
Tonny van den Berg (Haaften)
De interesse in weven is bij Tonny van den Berg begonnen rond de jaren ’60. Zij woonde in Delft waar Wil Pennings een mooi weefatelier had. Regelmatig liep zij bij haar langs om te kijken wat voor prachtige lappen zij nu weer op het weefgetouw had staan. De weefsels waren meestal van wol met een mooi kleurverloop. Rond 1978 heeft zij een weefgetouw aangeschaft met het idee om ook van die mooie lappen te gaan weven, maar daar waren wel enige cursussen voor nodig. Eerst bij Marian Stubenitsky in Wageningen en daarna bij Marijke Dekkers in Gouda. ‘Met weven heb ik een knipperlichtverhouding; jaren kan het weefgetouw leeg staan om vervolgens weer de draad op te pakken (letterlijk en figuurlijk).’
Lia Rath, Banden in Rietveldkleuren.
Lia Rath, Banden in Rietveldkleuren.
Lia Rath (Aalten)
Lia Rath weeft al meer dan 25 jaar en heeft haar weefopleiding in Gent (België) genoten, aangevuld met diverse cursussen. De eerste vijftien weefjaren is zij voornamelijk bezig geweest met het weven van kleding, die samen met het werk van twee collega’s in een eigen winkel verkocht werd. Nu is zij voor een groot deel bezig met het enthousiasmeren van nieuwe of herintredende weefsters en is zij zelf met eigen werk een andere weg ingeslagen, waardoor er weer andere facetten van het weven belicht worden. Zij vindt het leuk om met andere materialen dan de gewone weefgarens bezig te zijn.
Thera Berkhout, Kleurbollen.
Thera Berkhout, Kleurbollen.
Thera Berkhout (Son en Breugel)
In 1980 begon Thera Berkhout met weven. Haar echtgenoot attendeerde haar op een weefgetouwtje en zei: ‘dat is echt wat voor jou’. Vanaf de eerste dag vond zij het geweldig. Daarna heeft zij diverse cursussen gevolgd. ln 1990 leerde zij Dini Cameron kennen, die het weefprogramma Pro Weave ontwikkelde. Dat boeide haar enorm en zo werd zij de eerste tester in Nederland van dat programma. Dit doet zij nog steeds als er weer iets aan het programma wordt verbeterd. Als technisch weefster wil zij niets weten van koperdraad, maar de techniek en het gebruik van de computer interesseert haar des te meer. Zo komt zij, met het gebruik van de computer en het weefprogramma, op haar 32-schachts weefgetouw tot haar werkstukken.
Marijke Scheepstra, Buizen, gekleurd garen en koperdraad.
Marijke Scheepstra, Buizen, gekleurd garen en koperdraad.
Marijke Scheepstra (Westervoort)
Rond 2000 las Marijke Scheepstra in het plaatselijk krantje van Duiven over een weefwerkplaats in Zevenaar. Haar interesse was gewekt en al snel ging zij daar kennis maken en kon zij genieten van de rijke ervaring van de dames aldaar. Aangevuld met de basislessen van Riek Bruggink kon het avontuur met draden beginnen. Inmiddels is zij al vele jaren bezig om de combinatie van draden met verschillende materialen uit te proberen op het weefgetouw. Haar voorkeur gaat uit naar weefwerk in combinatie met metaal- of koperdraad om daarbij vanuit het platte weefwerk een ruimtelijk object te maken.
Nel Vervoorn-Kooijman (Lochem)
Ruim veertig jaar geleden begon Nel Vervoorn met het spinnen van wol op een Louet spinnewiel en snel daarna heeft zij een weefgetouw geleend om de gesponnen wol te weven. De eerste basislessen over het weven heeft zij bij Gerda van de Markt (M en M) in Twello gevolgd. Haar echtgenoot Theo is in 1978 bij Louet gaan werken en heeft haar de taak toebedacht om elk nieuw weefgetouw uit te proberen en voor de showroom en de beurzen de getrouwen van een weefwerk te voorzien. Doordat de interesse voor het weven bleef groeien, is zij de opleiding Kunstzinnige Vorming voor het vak Weven gaan volgen. Recentelijk (2013-2016) heeft zij de Kunstopleiding bij Academie ‘de Werker‘ in Groningen gevolgd. Haar weefwerk is zowel functioneel als decoratief. Zij werkt met maximaal 32 schachten en diverse materiaalsoorten.
Het gezamenlijke werkstuk van weefgroep Metamorfose (detail).
Het gezamenlijke werkstuk van weefgroep Metamorfose (detail).
Paulien van Asperen (Kampen)
Paulien van Asperen keek altijd bij haar wevende schoonmoeder mee. Toen die in 2005 overleed heeft zij haar hele weefboedel gekregen en ging zij direct aan de slag. Zij begon met een introductiecursus. Na één les was zij al gegrepen door de oneindige mogelijkheden van technieken, materialen en kleuren. Daarna heeft zij binnen haar huidige weefkring De Kaardebol in Zwolle les gehad.
Sindsdien volgt zij elke winter meerdere weefcursussen en weeft vrijwel dagelijks, naast haar baan. Eerst weefde zij vooral sjaals en dekens, nu met name objecten. Weven geeft haar de mogelijkheid om ideeën, visuele elementen uit de wereld om haar heen en inspiratiebronnen uit de kunst om te zetten in concrete weefsels. Wat haar echt fascineert zijn repetitieve abstracte elementen die beweging en diepte suggereren of zelfs optisch misleidend zijn. Om deze elementen in kleur en textuur en verschuivende, maar repetitieve patronen te rangschikken vindt zij heel spannend.
Marijke Jochijms, Follow the line.
Marijke Jochijms, Follow the line.
Marijke Jochijms (Westervoort)
Al vanaf haar jeugd heeft Marijke Jochijms allerlei textiele technieken toegepast, maar vanaf de jaren ’90 heeft zij zich gespecialiseerd in de weeftechniek. Na de driejarige weefopleiding in Gent is zij zich steeds meer gaan toeleggen op de experimentele weefkunst. Zij houdt ervan uitdagingen aan te gaan en te onderzoeken wat mogelijk is binnen het kader van het getouw, steeds zoekend naar nieuwe materialen om te verwerken in het weefwerk. Zij heeft gewerkt met foto’s, allerlei papier en cassetteband, de afgelopen periode onder andere met spijkers en boomschors.
Naast haar kunstzinnige werk vindt zij het ook heerlijk om gewoon in het ritme van het weven te komen en bijvoorbeeld mooi gekleurde sjaals te weven. Naast het creëren van eigen weefwerk was zij twintig jaar als docent verbonden aan de Vakopleiding Weven Karmijn in Driebergen (vakopleiding weven voor mensen met een beperking) en heeft zij vijftien jaar de weefgroep in het Nederlands Openluchtmuseum begeleid.
Openingstijden
Donderdag t/m zondag 12.00 – 16.00 uur
Na 31 maart dinsdag t/m zondag van 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Paulien van Asperen, Agam-o-weave.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather