Archives

Alles heeft ritme van Weefcollectief Metamorfose

Werk van Marijke Jochijms.

Acht benaderingen van het thema ‘ritme’ in de weefkunst

Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die elkaar inspireert tot nieuw weefwerk. Jaarlijks exposeren zij rond een bepaald thema. Het thema van dit jaar is ‘Ritme’. Ritme is een specifieke herhaling, zowel in de tijd als in de ruimte, die een zeker patroon of regelmaat vertoont. Ritme in de weefkunst uit zich in het ritme van een patroon, van het kleurgebruik, in de afwisseling van materialen, en zelfs in de beweging zelf.

Weefcollectief Metamorfose
Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die om de zes weken bij elkaar komt en elkaar inspireert tot nieuw weefwerk. Ze bespreken ieders werk uitgebreid en geven daar hun kijk op. Omdat hun textiele achtergronden heel verschillend zijn, leren ze zo van elkaar om buiten hun eigen kaders te denken. Zo rekken ze hun verbeelding op en komen tot andere resultaten.
Iedereen in de groep heeft haar eigen stijl en voorkeuren. Waar de één start vanuit een inspiratie, begint de ander vanuit een vorm of bepaalde materialen. Sommigen van hen maken eerst ontwerpen in papier of karton of beginnen met schilderen of tekenen, anderen starten direct met weven. Ze weven met o.a. katoen, wol, linnen, polyester, koperdraad en paardenhaar, zowel twee- als driedimensionaal en op getouwen van vier tot 32 schachten.
De weefsters van Metamorfose zijn: Paulien van Asperen, Tonny van den Berg, Thera Berkhout, Ank Hazelhoff, Marijke Jochijms, Lia Rath, Marijke Scheepstra en Nel Vervoorn.
Paulien van Asperen, Onderzoek in kleur 2. Een werkstuk uit een serie van vier, geweven in een zelf ontwikkelde variant op de Zomer- & Wintertechniek. De gebruikte materialen zijn katoen in de ketting en wol in de inslag. Voor het ontwerp werd zij geïnspireerd door de verticale en horizontale belijning van woontorens in Oslo.
Paulien van Asperen, Onderzoek in kleur 2. Een werkstuk uit een serie van vier, geweven in een zelf ontwikkelde variant op de Zomer- & Wintertechniek. De gebruikte materialen zijn katoen in de ketting en wol in de inslag. Voor het ontwerp werd zij geïnspireerd door de verticale en horizontale belijning van woontorens in Oslo.
Paulien van Asperen
Weven geeft Van Asperen de mogelijkheid om ideeën, visuele elementen uit de wereld om haar heen en inspiratiebronnen uit de kunst om te zetten in concrete weefsels. Weven betekent voor haar ontwerpen maken, die omzetten naar technische werktekeningen en kiezen welke materialen, texturen en kleuren zij wil gebruiken om het juiste effect te bereiken.
Wat haar erg boeit zijn repeterende abstracte elementen die visueel een eigen leven gaan leiden of zelfs optisch misleidend voor het oog kunnen zijn. De ordening van die elementen in kleur en textuur en verschuivende, maar repeterende patronen spreekt haar aan.
Tonny van den Berg, Wafels. De wafel is behalve een gebakken koek met ruitjes erin ook een weefbinding. Een wafelbinding is een structuurweefsel. De kenmerkende vierkante kuiltjes die ontstaan door het samentrekken van langere ketting- en inslagflotteringen vormen een volumineus, absorberend, elastisch weefsel. In dit werkstuk is de wafelbinding extreem uitvergroot en daarmee uit de context van het gebruiksvoorwerp getrokken.
Tonny van den Berg, Wafels. De wafel is behalve een gebakken koek met ruitjes erin ook een weefbinding. Een wafelbinding is een structuurweefsel. De kenmerkende vierkante kuiltjes die ontstaan door het samentrekken van langere ketting- en inslagflotteringen vormen een volumineus, absorberend, elastisch weefsel. In dit werkstuk is de wafelbinding extreem uitvergroot en daarmee uit de context van het gebruiksvoorwerp getrokken.
Tonny van den Berg
De interesse van Van den Berg in weven is begonnen rond de jaren ’60. Zij woonde in Delft, waar Wil Pennings op het Oude Delft een mooi weefatelier runde. Regelmatig liep zij bij haar langs om te kijken wat voor prachtige lappen zij weer op het weefgetouw had staan. De weefsels waren meestal van wol met een mooi kleurverloop. Een lust voor het oog.
Rond 1978 heeft zij een weefgetouw aangeschaft met het idee om ook van die mooie lappen te weven, maar daar waren wel enige cursussen voor nodig. Eerst bij Marian Stubenitsky in Wageningen en daarna bij Marijke Dekkers in Gouda. Met weven heeft zij een knipperlichtverhouding. Jaren kan het weefgetouw leeg staan om vervolgens weer de draad op te pakken (letterlijk en figuurlijk).
Thera Berkhout
In 1980 begon Berkhout met weven. Huub, haar echtgenoot, attendeerde haar op een weefgetouwtje dat in Arachne stond en zei: ‘Dat is echt wat voor jou’ en van de eerste dag af vond zij het geweldig.
Daarna heeft zij diverse cursussen gevolgd, o.a. een cursus in Tilburg, die door de Federatie Landelijk Weef Kontakt werd georganiseerd (nu Weefnetwerk). In 1990 leerde zij Dini Cameron uit Canada kennen. Zij ontwikkelde het weefprogramma Pro Weave. Dat boeide haar enorm en zo werd zij de eerste tester in Nederland van dit weefprogramma. Dit doet zij nog steeds als er weer iets aan het programma wordt verbeterd.
Als technisch weefster wil zij niets van koperdraad e.d. weten. De techniek en het gebruik van de computer interesseert haar veel meer. Zo komt zij met gebruik van de computer en het weegprogramma op haar 32-schachts weefgetouw tot haar werkstukken.
Thera Berkhout, Keltische knoop. Een werkstuk geïnspireerd op de gestileerde grafische voorstellingen van knopen, gebruikt voor versiering, overgenomen door de oude Kelten. Een verweven patroon binnen een weefsel. De gebruikte techniek is Beiderwand en het gebruikte materiaal Egyptisch katoen in de ketting en cottolin in de inslag.
Thera Berkhout, Keltische knoop. Een werkstuk geïnspireerd op de gestileerde grafische voorstellingen van knopen, gebruikt voor versiering, overgenomen door de oude Kelten. Een verweven patroon binnen een weefsel. De gebruikte techniek is Beiderwand en het gebruikte materiaal Egyptisch katoen in de ketting en cottolin in de inslag.
Ank Hazelhoff, Bloem. Deze bloem is geweven met koperdraad en diverse tinten glanskatoen en is na het weven in model gevouwen op lijnen die in het patroon van het weefsel zitten.
Ank Hazelhoff, Bloem. Deze bloem is geweven met koperdraad en diverse tinten glanskatoen en is na het weven in model gevouwen op lijnen die in het patroon van het weefsel zitten.
Ank Hazelhoff
Na vele handvaardigheden, zoals boetseren, houtbewerken, zilversmeden en kleding maken, kwam Hazelhoff in aanraking met weven. Nu kon zij iets van draad tot kledingstuk maken. Begin jaren ’80 ging zij in de buurt een beginnerscursus volgen. Hierna ging alles in een stroomversnelling. Diverse andere cursussen volgden, o.a. een driejarige opleiding miniatuurweven. Hier leerde zij veel over vormgeving, maar miste daarbij vaak het weefgetouw.
Daarna volgde zij een driejarige weefopleiding in Gouda bij Marijke Dekkers. Hier heeft zij haar weg gevonden met het kunnen maken van 2- en 3-dimensionale weefsels door het gebruiken van koperdraad in het weefsel. Het is boeiend om als het ware te boetseren met draden en zo een beeld te vormen. Extra bij het weven is dat er door de draden kleur aan kan toegevoegd worden.
Marijke Jochijms
Al vanaf haar jeugd heeft Jochijms allerlei textiele technieken toegepast, maar vanaf de jaren ’90 heeft zij zich gespecialiseerd in de weeftechniek. Na de driejarige weefopleiding in Gent is zij zich meer gaan toeleggen op de experimentele weefkunst.
Marijke Jochijms, Glitters. Dit kleine ingelijste werkstuk is geweven in een variatie op de linnenbinding. Het gebruikte materiaal is katoen, blauw glitterdraad en stroken holografisch karton.
Marijke Jochijms, Glitters. Dit kleine ingelijste werkstuk is geweven in een variatie op de linnenbinding. Het gebruikte materiaal is katoen, blauw glitterdraad en stroken holografisch karton.
Zij houdt van uitdagingen aan te gaan en te onderzoeken wat mogelijk is binnen het kader van het getouw. Zij is steeds zoekend naar nieuwe materialen om te verwerken in haar weefwerk. Zo heeft zij regelmatig gewerkt met foto’s, allerlei papier en cassettebandjes. De afgelopen periode heeft zij o.a. gewerkt met spijkers en boomschors.
Maar naast haar kunstzinnige werk vindt zij het ook heerlijk om gewoon in het ritme van het weven te komen en bijvoorbeeld mooi gekleurde sjaals te weven. Naast het creëren van haar eigen weefwerk was zij twintig jaar verbonden als docent aan de vakopleiding ‘Weven Karmijn’ in Driebergen (vakopleiding voor mensen met een beperking) en daarnaast heeft zij vijftien jaar de weefgroep in het Nederlands Openluchtmuseum begeleidt. Zij werkte mee aan verschillende exposities, regionaal en landelijk.
Lia Rath, Object met paardenhaar. Het uitgangspunt voor dit werkstuk was het paardenhaar. Rath heeft daar een open weefsel van gemaakt, waar zoveel mogelijk van het materiaal te zien is en men niet afgeleid wordt door kleur, vandaar haar keuze voor zwart/wit. Naast paardenhaar heeft zij ook katoen gebruikt.
Lia Rath, Object met paardenhaar. Het uitgangspunt voor dit werkstuk was het paardenhaar. Rath heeft daar een open weefsel van gemaakt, waar zoveel mogelijk van het materiaal te zien is en men niet afgeleid wordt door kleur, vandaar haar keuze voor zwart/wit. Naast paardenhaar heeft zij ook katoen gebruikt.
Lia Rath
Rath weeft al meer dan 25 jaar en heeft haar weefopleiding in Gent genoten, aangevuld met diverse cursussen. De eerste vijftien weefjaren is zij voornamelijk bezig geweest met het weven van kleding, dat verkocht werd samen met twee collega’s in een eigen winkel.
Nu is zij voor een groot deel bezig met het enthousiasmeren van nieuwe of herintredende weefsters en is zij zelf met haar eigen werk een andere weg ingeslagen, waardoor er weer andere facetten van het weven belicht worden. Zij vindt het leuk om met andere materialen dan de gewone weefgarens bezig te zijn en door andere leden van het weefcollectief Metamorfose geïnspireerd en gestimuleerd te worden.
Marijke Scheepstra, Magisch vierkant. Het werkstuk is samengesteld door bandjes van 3 cm breed te weven. De weeftechniek is linnenbinding, uitgevoerd in verschillende kleuren borduurkatoen en koperdraad. Daarna heeft zij de bandjes gevouwen in blokformaat en het geheel samengevoegd tot een compositie in kleur met verschillende hoogtes.
Marijke Scheepstra, Magisch vierkant. Het werkstuk is samengesteld door bandjes van 3 cm breed te weven. De weeftechniek is linnenbinding, uitgevoerd in verschillende kleuren borduurkatoen en koperdraad. Daarna heeft zij de bandjes gevouwen in blokformaat en het geheel samengevoegd tot een compositie in kleur met verschillende hoogtes.
Marijke Scheepstra
Rond 2000 las Scheepstra in het plaatselijk krantje van Duiven over een weefwerkplaats in Zevenaar. Haar interesse was gewekt en al snel ging zij daar kennis maken en kon ze genieten van de rijke ervaring van de dames aldaar. Aangevuld met basislessen van Riek Bruggink kon haar avontuur beginnen.
Inmiddels is zij al jaren bezig om de combinatie van draden met verschillende materialen uit te proberen op haar weefgetouw. Haar voorkeur gaat uit naar weefwerk in combinatie met metaal of koperdraad en daar dan vanuit het platte vlak een ruimtelijk object te maken.
Nel Vervoorn
Ruim 40 jaar geleden is Vervoorn begonnen met spinnen van wol op een Louët spinnewiel en heeft al snel daarna een weefgetouw van haar moeder geleend om de gesponnen wol te weven. Dit was het begin van haar wevend leven. De eerste basislessen over weven heeft zij in Twello gevolgd. Haar man Theo is in 1978 bij Louët gaan werken en aan haar de schone taak om elk nieuw ontworpen weefgetouw uit te proberen en voor de showroom en beurzen de getouwen van weefwerk te voorzien.
De interesse voor het weven bleef groeien en zij is de opleiding Kunstzinnige Vorming voor het vak weven gaan volgen. In 2013-2016 volgde de kunstopleiding bij Academie de Werker te Groningen. Ook dat geeft weer extra verdieping aan haar werk. Haar werk is zowel functioneel als decoratief en zij werkt met maximaal 32 schachten en divers materiaal. Met de Week van het Weven in 2012 heeft zij met Ank Hazelhoff bij Louët een duo-expositie gehad.
Nel Vervoorn, Bergen en dalen. Het werkstuk is een netwerkdubbelweefsel met 32 schachten geweven, uitgevoerd in veel verschillende kleuren cottolin. De inspiratie komt van een geabstraheerd schilderij.
Nel Vervoorn, Bergen en dalen. Het werkstuk is een netwerkdubbelweefsel met 32 schachten geweven, uitgevoerd in veel verschillende kleuren cottolin. De inspiratie komt van een geabstraheerd schilderij.
Twee locaties
De tentoonstelling ‘Alles heeft ritme’ is op twee locaties in Westervoort te zien. Behalve in Huize Vredenburg (gegevens onderaan) is een deel van de expositie ook te zien in restaurant Huis ter West, Zuidelijke Parallelweg 3, 6931 EN Westervoort. Daar kunt u ook een consumptie gebruiken.
Openingstijden
Huize Vredenburg: zaterdag en zondag 14.00 – 17.00 uur
Huis ter West: alle dagen 10.00 – 23.00 uur

Bovenste foto: Werk van Marijke Jochijms.

Marijke Jochijms, sjaal. Deze sjaal is geweven in de schijndubbeltechniek. Het gebruikte materiaal is gemerceriseerde katoen in verschillende tinten bruin, beige, groen en geel, geïnspireerd op de herfst en de kleuren van de boombladeren.
Marijke Jochijms, sjaal. Deze sjaal is geweven in de schijndubbeltechniek. Het gebruikte materiaal is gemerceriseerde katoen in verschillende tinten bruin, beige, groen en geel, geïnspireerd op de herfst en de kleuren van de boombladeren.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Bekijk het van de experimentele Kant

Affiche Bekijk het van de experimentele Kant

Recent werk van de experimentele kantgroepen Experikant en KantelinK

Twee kantklosgroepen uit Nederland en België tonen in Museum Rijswijk hoe deze oude techniek op een vernieuwende en experimentele manier toegepast wordt om moderne kunstwerken met een grote transparantie te creëren. Om tot deze vernieuwende resultaten te komen wordt zowel met de techniek als de materiaalkeuze geëxperimenteerd.

Ineke de Vries, Goedgeveerd.
Ineke de Vries, Goedgeveerd.
Experikant
Experikant is een groep textielkunstenaars uit Nederland die de traditionele technieken van het kantambacht gebruikt als basis voor hun experimentele werk. Met textiele, maar ook met andere materialen, creëren zij werken die de luchtigheid en transparantie hebben van klassiek kantwerk, maar niet meer de traditionele vorm. Zij experimenteren met draden en allerlei materialen die zich tot een draad laten vormen om tot een transparant kunstwerk te komen. Het gebruik van papier, metaal, keramiek, steen en hout is daarbij een wezenlijk onderdeel van de presentatie.
Mariet Visser, 'Tee-circles' in wording, kantklossen met gebruik van golf-tees.
Mariet Visser, ‘Tee-circles’ in wording, kantklossen met gebruik van golf-tees.
Mimi Libregts, De kern 1.
Mimi Libregts, De kern 1.
Bijvoorbeeld het werk ‘Tee Circles’ van Mariet Visser is tot stand gekomen door de spelden, die gewoonlijk worden gebruikt bij het kantklossen, te vervangen door golf-tee’s. Door deze te plaatsen in een cirkel, waar tussen de draden geklost worden, is ook letterlijk een ‘Tee-circle’ ontstaan.
Van Experikant hebben wij eerder op Handwerkwereld aandacht besteed aan de tentoonstelling ‘Spitzen-Spiel’.

 

 

 

Hetty de Vries, Square (detail).
Hetty de Vries, Square (detail).
KantelinK
De leden van de groep KantelinK uit België hebben elkaar ontmoet op Haspengouwse Academie in Sint-Truiden, indertijd het enige kantwerkatelier in Belgisch-Limburg waar creatief met het medium kant werd gewerkt. Voor hun werk gaan zij uit van de traditionele kanttechnieken, maar schuwen het experiment niet. KantelinK ‘kantelt’ de kant naar hedendaagse vormen en ‘linkt’ deze aan de historische kantbeoefening in Sint-Truiden. Net als bij Experikant worden de traditionele kantslagen vaak uitgevoerd in ‘nieuwe’ materialen als metaaldraad, koord, synthetische materialen, papier of vilt. Ook ontstaan nieuwe kleurencombinaties en vaak worden de werken op veel grotere schaal en driedimensionaal uitgevoerd.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur
Bets van Zijl, 'Flowery', kantwerk van metaaldraad, 7 x 30 x 20 cm.
Bets van Zijl, ‘Flowery’, kantwerk van metaaldraad, 7 x 30 x 20 cm.
Mariet Visser, 'Tee-Circles', kantwerk, 28 x 28 x 1 cm.
Mariet Visser, ‘Tee-Circles’, kantwerk, 28 x 28 x 1 cm.
Nel Butter, Carré (detail).
Nel Butter, Carré (detail).
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Noordelijke ziel

Compositie op Grove Jute 32, acryl op jute, 118 x 102 cm.

Werk van Françoise Stoop in acryl en jute

Het Hollandse landschap vormt een belangrijke inspiratiebron voor Françoise Stoop (1963). In haar kunstwerken verwerkt ze het verticale ritme van bomenrijen en de horizontale lijnen van de horizon. Ze schildert in subtiele kleuren op loshangend jute, waardoor elk werk een driedimensionaal aspect heeft. Tot 7 januari 2018 is een keuze uit haar oeuvre te zien in Kasteel het Nijenhuis.

Compositie op Grove Jute 52, acryl op jute, 200 x 140 cm.
Compositie op Grove Jute 52, acryl op jute, 200 x 140 cm.
Compositie op Grove Jute 57, acryl op jute, 117 x 130 cm.
Compositie op Grove Jute 57, acryl op jute, 117 x 130 cm.
Inspiratie
Niet alleen het vroege werk van Piet Mondriaan inspireert de kunstenares, ook de eenvoud van zijn latere composities zijn belangrijk voor Françoise Stoop. Net als hij viert ze de oneindigheid en de strenge ordening, maar anders dan bij Mondriaan zijn haar doeken niet opgespannen, maar hangen ze los binnen een raamwerk of zijn eromheen geboetseerd als reliëfs. Daarmee voegt ze een dimensie toe. Het bepaalt mede de vorm van het schilderij en door deze materiaalkeuze heeft haar werk iets eigenzinnigs, een zekere vrijheidsdrang, alsof het elk moment uit de lijst kan springen. Het werk is troostend bedoeld; een beetje ‘slow-art’.
Techniek
De kleuren van een schilderij worden langzaam opgebouwd door lagen over elkaar aan te brengen. De drager van het werk is vaak jute, soms van de rol, soms is het een aardappelzak. De naad van zo’n aardappelzak, soms zelfs de structuur die ontstaat als de aardappelzak niet strak wordt opgespannen, maakt deel uit van het beeld. De jute wordt geïmpregneerd met een transparante kunsthars. Ook de impregnatie is beeldbepalend: waar de kunsthars wordt aangebracht, komt de verf op de stof te liggen en waar de kunsthars niet zit, zakt de verf door de grove mazen van de jute heen. Op het werk zit olie- en acrylverf, gouache, Chinese- en noteninkt.
Françoise Stoop.
Françoise Stoop.
Françoise Stoop heeft haar opleiding gevolgd aan de Rietveldacademie en privé-leraren in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Momenteel is zij ook bezig met keramiek; op zoek naar de perfecte kom met het perfecte glazuur. De kom is een van de meest archaïsche vormen die wij kennen.
Françoise Stoop was met haar werk ‘Januari’ eerder vertegenwoordigd in Museum de Fundatie. Op de tentoonstelling ‘Gevaar en Schoonheid – Turner en de traditie van het sublieme’ (2015/2016) hing dit werk naast William Turner en twee vroege werken van Piet Mondriaan.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: ‘Compositie op Grove Jute 32’, acryl op jute, 118 x 102 cm.

Compositie op Grove Jute 37-1, acryl op jute, 81 x 43 cm.
Compositie op Grove Jute 37-1, acryl op jute, 81 x 43 cm.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Kunstkant – José Besters-Uilenbroek

Spel met driehoekjes en kant - José Besters-Uilenbroek.

Moderne kantkunst met perspex en hologrampapier

Het Historisch Museum de Bevelanden toont vanaf 29 april t/m 2 april 2018 kunstwerken van José Besters-Uilenbroek uit Wierden. De expositie bestaat uit een grote variatie aan objecten waarin zij kantvormen onder andere combineert met perspex en bewerkt hologrampapier. Bijzonder is ‘Hemels’, een werkstuk geïnspireerd op het ‘hemelsgat’ in de nok van de Grote Kerk te Breda op 31 meter hoogte.

José Besters-Uilenbroek
José Besters-Uilenbroek begon in 1983 met kantklossen en maakte tijdens een van de vele cursussen die zij volgde kennis met andere kunstvormen. Deze andere disciplines gaven Besters een nieuwe kijk op haar kantontwerpen en ze vond een nieuwe balans in modern kant. Heel bewust heeft zij gekozen voor het uitdiepen en het be- en verwerken van draden. In deze periode begon zij met experimenteren en onderzoeken van materialen. Naast draden heeft zij een duidelijke voorkeur voor perspex en hologrampapier.
High Tech, kant op perspex - José Besters-Uilenbroek.
High Tech, kant op perspex – José Besters-Uilenbroek.
Ode aan Vasarely
In haar werk gebruikt zij vaak basisvormen, zoals cirkels en vierkanten. Geïnspireerd door de strakke kunst van Victor Vasarely (1908-1997, een Frans-Hongaarse kunstenaar en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de op-art) heeft zij ‘High tech’ ontworpen, een ode aan Vasarely. Het werk is opgebouwd uit 25 rode en blauwe vlakken. Haar man Co was haar behulpzaam bij het maken van een drager van perspex in etages.
José Besters-Uilenbroek heeft deelgenomen aan meerdere tentoonstellingen, meestal in groepsverband. Enkele stukken van haar werden geselecteerd voor de Internationale Kantbiënnale te Brussel met exposities in Brussel, Heidelberg en Washington.
Detail 'Waterkant', kant op perkamentpapier en perspex - José Besters-Uilenbroek.
Detail ‘Waterkant’, kant op perkamentpapier en perspex – José Besters-Uilenbroek.
In haar objecten gebruikt ze naast perspex en bewerkt hologrampapier ook ijzerdraad, autolak en glansgarens in warme tinten. Vorm, kleur en balans zijn voor haar heel belangrijk. Haar kleurgebruik is heel gedurfd en ze gaat op een bijzondere manier om met de door haar gekozen materialen. De driedimensionale vormgeving maakt haar objecten extra boeiend.
Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 11.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 13.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Spel met driehoekjes en kant – José Besters-Uilenbroek.

Hemels, drie werken - José Besters-Uilenbroek.
Hemels, drie werken – José Besters-Uilenbroek.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather