Archives

Chris Lebeau – Flora & Fauna

Tafelkleed met rozet-ornament van vissen met platen uit J.H. Boot, Het styleeren en toepassen van natuurvormen in vlakornament. Ontwerp van Chris Lebeau uit 1904 - foto Josefina Eikenaar.

Ontwerpen van damast en meubelstoffen in art nouveau-stijl

Van pauwen tot ibissen, van paardenbloem tot esdoorn: in de tentoonstelling ‘Chris Lebeau – Flora en Fauna’ beleeft u de planten- en dierenwereld zoals sierkunstenaar Chris Lebeau (1878-1945) deze nauwkeurig naar zijn hand zet. Met de natuur als inspiratiebron ontwerpt hij fraaie en vernieuwende patronen voor damast, batik en trijp in de stijl van de art nouveau. Om te illustreren hoe de ontwerper leert om natuurvormen te stileren en als ‘vlakornament’ weer te geven, zijn historische voorbeeldboeken gepresenteerd. De veelzijdigheid van Lebeau als ‘textielkunstenaar’ staat in de tentoonstelling in de DamastWeverij van het Textielmuseum centraal.

Chris Lebeau, zelfportret uit 1933.
Chris Lebeau, zelfportret uit 1933.
Natuur als inspiratiebron
Aan het begin van de twintigste eeuw is de natuur de belangrijkste inspiratiebron voor sier- en nijverheidskunstenaars in Nederland. Uit onvrede met de slechte kwaliteit van industrieel gemaakte producten vindt er internationaal een vernieuwing plaats binnen het vakgebied.
Het navolgen van historische (neo)stijlen en het tekenen naar modellen en voorbeeldboeken maakt plaats voor het ontwerpen van vlakornamenten: motieven worden teruggebracht tot een simpel lijnenspel. Internationaal ontstaat een stijl die wordt aangeduid met art nouveau of jugendstil.
Ook op teken- en nijverheidsopleidingen wordt het roer omgegooid. In 1904 gaat Chris Lebeau, in Amsterdam opgeleid, lesgeven op de Haarlemse Kunstnijverheidsschool. Hij trekt met zijn leerlingen de duinen in en bezoekt dierentuin Artis. Het ‘natuurtekenen’ wordt steeds gangbaarder op de opleidingen. De echte plant wordt bestudeerd vanuit verschillende hoeken; de gekozen bloem of bladeren worden in een passende meetkundige vorm gevat en als vlakornamenten gestileerd.
Tafellaken ‘Zwaantje’ (dessinnr. 521) door Chris Lebeau, geweven door E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven in 1906 - foto Joep Vogels.
Tafellaken ‘Zwaantje’ (dessinnr. 521) door Chris Lebeau, geweven door E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven in 1906 – foto Joep Vogels.
Ontwerpen ‘op systeem’
Anders dan de zwierige art nouveau stijl die vooral bij onze zuiderburen in trek is, ontstaat in Nederland een soberder stijl. Kenmerkend is een geometrische vlakverdeling en strakke opbouw. Wiskundige ontwerpmethoden liggen eraan ten grondslag. Deze methodiek wordt ontwerpen ‘op systeem’ genoemd. Lebeau tekent doorgaans voor zijn ontwerpen eerst een raster. Daarna werkt hij hier gestileerde flora- en faunamotieven op uit. Bij zijn damasten herschikt hij voor tafellaken, servet of vingerdoekje telkens de basisvormen, aangepast aan het formaat.
Tafellaken en vingerdoekje ‘Klimop’ (dessin 513) met platen uit A. A. Tekelenburg, Handleiding bij het ontwerpen van motieven naar plantvormen. Ontwerp Chris Lebeau, uitvoering E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven (damast), 1910 - foto Josefina Eikenaar.
Tafellaken en vingerdoekje ‘Klimop’ (dessin 513) met platen uit A. A. Tekelenburg, Handleiding bij het ontwerpen van motieven naar plantvormen. Ontwerp Chris Lebeau, uitvoering E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven (damast), 1910 – foto Josefina Eikenaar.
Samenwerkingen met textielfabrikanten
Lebeaus technieken en tekeningen vallen in de smaak bij textielbedrijven, zoals linnenfabrikant Van Dissel en de trijpfabrikanten Schellens & Marto en Léo Schellens, allen in Eindhoven gevestigd. De glanzende trijpen (mohair velours) meubelbekleding wordt met zijn bloem- en diermotieven bedrukt.
De samenwerking met Van Dissel resulteert in bijna zestig ontwerpen voor tafeldamast, die in een periode van bijna vier decennia zijn uitgebracht. Ook is hij een meester in het batikprocédé, een techniek waarin hij een grote hoeveelheid werken heeft gemaakt.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland gebruikte Lebeau zijn vakkennis voor het vervalsen van documenten ten behoeve van onderduikers. In november 1943 werd hij gearresteerd wegens hulp aan Joodse Nederlanders. Hij kon in vrijheid komen als hij zou beloven geen illegaal werk meer te verrichten. Dat aanbod wees hij af. Uiteindelijk overleed hij door uitputting in concentratiekamp Dachau, vijf dagen voor het eind van de Tweede Wereldoorlog.
Servet ‘Pauw’ (dessinnr. 526) met kopje, schotel en bord met pauwen (eierschaalporselein) van Samuel Schellink (1912). Damast door E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven uit 1908 - foto Josefina Eikenaar.
Servet ‘Pauw’ (dessinnr. 526) met kopje, schotel en bord met pauwen (eierschaalporselein) van Samuel Schellink (1912). Damast door E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven uit 1908 – foto Josefina Eikenaar.
Tafellaken en servet ‘Ibis’ (dessinnr. 522) door Chris Lebeau, damast geweven door E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven in 1908 - foto Joep Vogels.
Tafellaken en servet ‘Ibis’ (dessinnr. 522) door Chris Lebeau, damast geweven door E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven in 1908 – foto Joep Vogels.
DamastWeverij
In dit deel van het Textielmuseum staan authentieke 19de-eeuwse jacquardgetouwen, waar vroeger het damast op werd geweven. Een film uit 1935 toont hoe dat gebeurde bij de NV Linnenfabrieken van Dissel & Zonen in Eindhoven. Zelfs Chris Lebeau is er op te zien, werkend aan één van zijn laatste ontwerpen, ‘Cyclamen’. Ook wapperen er oude en nieuwe damasten, die te drogen hangen na een grondige wasbeurt. In de DamastWasserij kunt u namelijk op verantwoorde wijze tafelgoed laten wassen en opmaken.
Uit de TextielShop
In 2016 gaf ‘by TextielMuseum’ Iris Toonen en Elske van Heeswijk van Studio Prelude de opdracht het klassieke linnengoed ‘Visschen’ (nr. 561) van sierkunstenaar Chris Lebeau (1878 – 1945) te herinterpreteren en een ontwerp te maken met nieuwe kleuren en materialen. Ze verdiepten zich in de verschillende bindingen en herontdekten op die manier het art nouveau dessin. Het resultaat zijn prachtige eigentijdse producten, waarin een echo van het verleden doorklinkt. Het tafelgoed is verkrijgbaar in de TextielShop van het museum.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Tafelkleed met rozet-ornament van vissen met platen uit J.H. Boot, Het styleeren en toepassen van natuurvormen in vlakornament. Ontwerp van Chris Lebeau uit 1904 – foto Josefina Eikenaar.

Ontwerptekening en meubelstof ‘Fauna’, trijp geweven door Schellens & Marto, Eindhoven in 1930 - foto Tommy de Lange.
Ontwerptekening en meubelstof ‘Fauna’, trijp geweven door Schellens & Marto, Eindhoven in 1930 – foto Tommy de Lange.
Servet ‘Visschen’ (dessinnr. 561) met stalenboek, damast geweven door E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven in 1926 - foto Joep Vogels.
Servet ‘Visschen’ (dessinnr. 561) met stalenboek, damast geweven door E.J.F. van Dissel & Zn., Eindhoven in 1926 – foto Joep Vogels.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Ornamentale patronen

Trijp tafelkleed in de stijl van de Amsterdamse School, ontwerper onbekend, circa 1915-1935 - foto Tommy de Lange.

Trijpweefsels (velours) van de Amsterdamse School

Fluweelzachte kleden op tafel, achter de kapstok, op de schoorsteen of de sofa: tegenwoordig vind je ze niet meer in het interieur. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw was dat heel anders. De zogenoemde trijpkleden, ook wel bekend als velours d’Utrecht, werden veel toegepast in interieurs van de Amsterdamse School. Naar verluidt zou de stof in de 17de eeuw als eerste in Utrecht zijn geweven.

Trijp gordijn ‘Paardenbloem’, toegeschreven aan Chris Lebeau, circa 1920-1935 - foto Tommy de Lange.
Trijp gordijn ‘Paardenbloem’, toegeschreven aan Chris Lebeau, circa 1920-1935 – foto Tommy de Lange.
De tentoonstelling ‘Ornamentale Patronen’ laat een breed beeld zien van de grote verscheidenheid aan Amsterdamse School trijpkleden, gordijnstoffen, wandbespanningen en meubelbekleding uit de collectie van het TextielMuseum. De schijnwerper wordt vooral gericht op de vele samenwerkingen met kunstenaars uit de periode van circa 1917 tot 1935. Daarnaast komt de geschiedenis van de trijpweverijen Schellens & Marto, Léo Schellens en de Hengelosche Trijpweverij aan bod en worden er verschillende decoratietechnieken belicht. Zo is er een unieke trijpwals met een dessin van Theo Nieuwenhuis, een houten drukblok met een ontwerp van Chris Lebeau en een rijke selectie aan patroontekeningen te zien.
Een eeuwenoude techniek nieuw leven ingeblazen
Trijp, een in onbruik geraakt woord, is een poolweefsel – zoals ook pluche, fluweel en moquette – waarvan de opstaande haren uit mohair (van de angorageit) bestaan. Hoewel de geschiedenis van het weven van deze stoffen ver terug gaat, werden trijpkleden eind 19de eeuw aanvankelijk vooral gemaakt door de Eindhovense fabriek Schellens & Marto. Deze weverij blies in 1887 nieuw leven in het vrijwel verloren gegane ambacht van het trijp weven.
Trijp tafelkleed met dessin ‘Siwo’ en ontwerptekening van Sikko van der Woude, uitvoering Schellens & Marto, Eindhoven, circa 1920-1930 - foto Tommy de Lange.
Trijp tafelkleed met dessin ‘Siwo’ en ontwerptekening van Sikko van der Woude, uitvoering Schellens & Marto, Eindhoven, circa 1920-1930 – foto Tommy de Lange.
De Hengelosche Trijpweverij in de jaren '20.
De Hengelosche Trijpweverij in de jaren ’20.
Andere weverijen, zoals de Hengelosche Trijpweverij en Léo Schellens, ook in Eindhoven, volgden. Het enigszins ouderwetse imago van de stof werd opgefrist met moderne dessins in de stijl van de art nouveau en de Amsterdamse School, ontworpen door Nederlandse sierkunstenaars als Theo Nieuwenhuis, Chris Lebeau, Carel (C.A.) Lion Cachet en Jaap Gidding.
De expressieve en kleurrijke patronen in de stijl van de Amsterdamse School sloegen niet alleen bij de interieurontwerpers aan, maar ook bij een breder publiek. De zijdeachtige glans van de trijp, de soepelheid en het rijke kleurenpalet droegen zeker bij aan hun populariteit. De stof werd eveneens veel gebruikt voor de inrichting van passagiersschepen, theaters en spoorwegrijtuigen. Door het gebruik van sterke mohair garens was zij zeer slijtvast en gaat ook bij intensief gebruik vaak tientallen jaren mee.
Trijp tafelkleed, toegeschreven aan Willem Retera Wzn. 1925 - foto Tommy de Lange.
Trijp tafelkleed, toegeschreven aan Willem Retera Wzn. 1925 – foto Tommy de Lange.
Interieur scheerderij en perserij N.V. Eindhovensche Trijpfabrieken Schellens & Marto, Eindhoven, 1947.
Interieur scheerderij en perserij N.V. Eindhovensche Trijpfabrieken Schellens & Marto, Eindhoven, 1947.
Twee manieren om trijp van een patroon te voorzien
Trijp bestaat uit twee materialen: katoen voor de onderliggende stof en mohair voor de pool. Om effen trijp van een patroon te voorzien bestaan er twee methoden: persen of scheren. Bij het persen wordt het patroon aangebracht door een deel van de pool met een hete wals één kant op te persen (of de verschillende delen van het patroon tegengesteld te persen), waardoor de glans door de lichtval van de geperste en ongeperste delen verschillend is. Bij scheren wordt de pool plaatselijk iets korter geschoren, waardoor de kortere pool iets lichter toont dan de ongeschoren pool. Dit effect wordt vaak benadrukt door de onderliggende stof in een van de pool afwijkende kleur te verven.
Fauteuil met trijpbekleding door Jaap Gidding, trijp van Léo Schellens & Co., Eindhoven, circa 1920-1925 - foto Tommy de Lange.
Fauteuil met trijpbekleding door Jaap Gidding, trijp van Léo Schellens & Co., Eindhoven, circa 1920-1925 – foto Tommy de Lange.
Publicatie
Bij de tentoonstelling verschijnt een uitvoerig gedocumenteerde publicatie (uitgave TextielMuseum, auteurs Emma Järvenpää, Caroline Boot). De tentoonstelling en de publicatie zijn mede mogelijk gemaakt door de Stichting Vrienden van het TextielMuseum en Léo Schellens b.v.
Openingstijden
Dinsdag t/m vrijdag 10.00 – 17.00 uur
Zaterdag en zondag 12.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Trijp tafelkleed in de stijl van de Amsterdamse School, ontwerper onbekend, circa 1915-1935 – foto Tommy de Lange.

Overzicht tentoonstelling ‘Ornamentale patronen’ - foto Tommy de Lange.
Overzicht tentoonstelling ‘Ornamentale patronen’ – foto Tommy de Lange.
Interieur in de stijl van de Amsterdamse School met twee fauteuils gestoffeerd met trijpbekleding, ontwerper Jacobus Hellendoorn, circa 1925 - Collectie Het Nieuwe Instituut, Rotterdam.
Interieur in de stijl van de Amsterdamse School met twee fauteuils gestoffeerd met trijpbekleding, ontwerper Jacobus Hellendoorn, circa 1925 – Collectie Het Nieuwe Instituut, Rotterdam.
Overzicht tentoonstelling ‘Ornamentale patronen’ - foto Tommy de Lange.
Overzicht tentoonstelling ‘Ornamentale patronen’ – foto Tommy de Lange.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Aan boord – Linnengoed voor de grote vaart, 1900-1970

Textielmuseum - tafellaken Rotterdamsche Lloyd (RL) met werkschrift fa. Elias - damastgeweven linnen door J. Elias Textielfabrieken - foto Joep Vogels

Met een rijke keuze aan tafeldamast en ander huishoudtextiel wordt in ‘Aan boord – Linnengoed voor de grote vaart’ een beeld geschetst van het linnengoed aan boord van de grote passagiersschepen van circa 1900 tot 1970. Het werd speciaal voor Nederlandse rederijen als de Holland-Amerika Lijn of de Koninklijke Hollandsche Lloyd ontworpen. De tentoonstelling toont tafeldamast uit de collectie van het TextielMuseum en serviesgoed, geïllustreerde brochures en een bijzonder scheepsmodel uit de collecties van Het Scheepvaartmuseum Amsterdam en het Maritiem Museum Rotterdam.

Linnengoed voor de grote vaart
In het eerste kwart van de 20ste eeuw groeit de passagiers- en vrachtvaart wereldwijd explosief. Nederlandse rederijen, zoals de Holland-Amerika Lijn of de Koninklijke Hollandsche Lloyd, exploiteren een netwerk van lijndiensten: van China en Japan tot Afrika en Zuid-Amerika. De schepen worden ruimer en comfortabeler. Vooral voor de 1ste klasse komen er grote en luxueuze ruimtes: een rook-, muziek- en damessalon, conversatie- en eetzalen. De versiering van het interieur krijgt steeds meer aandacht. Kunstenaars worden ingeschakeld om meubels, wanden, vloeren én linnengoed te ontwerpen. In de tentoonstelling ‘Aan boord’, toont het TextielMuseum tafeldamast en ander linnengoed met fraaie, op de scheepvaart toegesneden patronen.
Textielmuseum - tafellaken Koninklijke Hollandsche Lloyd 1929 - damastgeweven linnen - foto Joep Vogels
Tafellaken Koninklijke Hollandsche Lloyd 1929 – damastgeweven linnen – foto Joep Vogels
Van tafellaken tot closetdoek
Dineren in de 1ste klasse vindt vanzelfsprekend plaats aan met damast gedekte tafels. De Nederlandse linnenweverijen leverden in de periode 1900 tot 1970 duizenden tafellakens, servetten, vingerdoekjes, maar ook droogdoeken in allerlei vormen. Thee-, closet- en werkdoeken: alles wordt voorzien van een passend patroon of logo van de rederij. De ‘moderne’ vormgeving doet in het eerste kwart van de 20ste eeuw zijn intrede. Geen kopieën meer van historische patronen, maar textieldessins in de stijl van de art nouveau. Theo Nieuwenhuis ontwerpt in 1938 voor de KNSM (Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij) damast in art nouveau stijl; met driemaster, inktvissen en schelpen.
Zijn tijdgenoot Chris Lebeau tekent een damastpatroon met gestileerde meeuwen voor de KPM (Koninklijke Paketvaart Maatschappij). De Holland-Amerika Lijn houdt het meer ingetogen en toont meestal slechts haar logo in de stijl van de nieuwe zakelijkheid. Na de Tweede Wereldoorlog wordt er aan de vormgeving van het scheepslinnengoed minder aandacht besteed. Het passagiersvervoer loopt terug en de bestellingen bij de linnenweverijen nemen geleidelijk af, totdat omstreeks 1970 voor vele fabrieken het doek valt. Dit luidt het einde in van de productie van linnengoed in Nederland.
De tentoonstelling is opgesteld in de Damastweverij, waar authentieke 19de eeuwse jacquardgetouwen staan opgesteld waar vroeger damast op werd geweven. Een film uit 1935, waar zelfs Chris Lebeau in te zien is, toont hoe dat gebeurde bij de NV Linnenfabrieken van Dissel & Zonen in Eindhoven.
Textielmuseum - 19de eeuwse jacquardweefgetouw - foto Tommy de Lange
19de eeuwse jacquardweefgetouw – foto Tommy de Lange
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather