Archives

Internationale Textielkunstbiënnale 2019

'Preludiu la după amiaza unui faun' van Gabriela Cristu (RO).

Wisselwerking tussen Belgische en internationale textielkunstenaars

Eind maart 2019 zal in het Belgische Haacht (prov. Vlaams-Brabant) de derde Internationale Textielkunstbiënnale plaatsvinden. Dit door Kunststichting Perspektief georganiseerde evenement is een weergave van de hedendaagse artistieke textielwereld, waarbij de focus ligt op het introduceren van textiel in andere dimensies, het ontdekken van nieuwe innovatieve mogelijkheden en contexten waarbij ruimtelijke objecten, installaties e.d. worden geïntroduceerd.

'Oglinda 82x148', werk van Maria Negreanu (RO).
‘Oglinda 82×148’, werk van Maria Negreanu (RO).
Doelstelling van deze Biënnale is om de Belgische textielkunstwereld te tonen hoe de wisselwerking is tussen Belgische en internationale textielkunstenaars. Bekende internationale textielkunstenaars en beginnende kunstenaars komen tegenover elkaar te staan met bijzonder werk in een tentoonstelling waarin hedendaagse textiel als een krachtig verbeeldend instrument haar plaats vindt.
Textielkunst uit Roemenië
Voor deze editie werden zes textielkunstenaars uit Roemenië uitgenodigd (een avant-première van Europalia waar Roemenië in 2019 centraal staat) en krijgen wij inzicht in hun werk; een uitzonderlijke mogelijkheid om in samenwerking met het Roemeens Cultureel Instituut (Boekarest/Brussel) opmerkelijke Roemeense textielkunst in België te tonen.
'Reclaiming Space - The Dads', door Kerstin Lindsrom (SE).
‘Reclaiming Space – The Dads’, door Kerstin Lindsrom (SE).
'Schedelreliek', door Annemarie Nager (BE).
‘Schedelreliek’, door Annemarie Nager (BE).
Moderne kantkunst
Een andere facet van deze Biënnale is de ruimte die de organisatie biedt voor de presentatie van de textielkunst van kunstacademies. Verwijzend naar het in 2018 in Brugge gehouden ‘Wereldkantcongres Living Lace’ werden een aantal academies uitgenodigd om de Belgische moderne kant tijdens deze tentoonstelling voor het voetlicht te brengen.
Van zaterdag 23 tot en met zondag 31 maart prijken textielwerken in het Gemeenschapscentrum verspreid over een oppervlakte van 850 m² en drie niveaus in een voor de kunstliefhebbers zeer toegankelijk evenement waarbij de diverse mogelijkheden die dit kunstambacht biedt in dit (internationaal) forum worden uitgesponnen.
'Horizon', werk van Carine Heyligen (BE).
‘Horizon’, werk van Carine Heyligen (BE).
Deelnemers
Maria Jana Bitulescu (RO), Annemie Boonen (BE), Eszter Bornemisza (HU), Marjolaine Bourgeois (CAN), Xavier Brisoux (FR), Sandra Burgess (GB), Robert Burton (GB), Pauline Buźniak (PL), Frédérique Coomans (BE), Gabriela Cristu (RO), Barbara D’Antuono (FR), Hélène De Ridder (BE), Kinga Földi (HU), Daniela Frumușeanu (RO), Mariana Voicu Grumăzescu (RO), Francisca Henneman (NL), Carine Heyligen (BE), Truus Huijbregts (NL), Marian Kastelein (NL), Kim Jeeun (KR), Anneke Klein (NL), Mieke Langenhuizen (NL), Inge Lindqvist (DK), Kerstin Lindstrom (SE), Christine Mathieu (FR), Danielle Matthys (BE), Maria Negreanu (RO), Kazimierz Pawlak (PL), Nataly Perez (CL), Mirjam Pet-Jacobs (NL), Annie Postelmans (BE), Agatha Pricopescu (RO), Anaelle Renault (BE), Ingrida Rutka (LV), Anna Sallay (HU), Tina Struthers (CAN), Rita Trefois (BE), Yveline Tropea (FR) en Dominka Walczak (PL).
Studenten
Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (DKO) Antwerpen, GABAK Liedekerke, afdeling Kant & Textiel Ninove, Académie des arts de Woluwe St Pierre en HABK Aarschot.
'Grida 2', werk van Anna Sallay (Hongarije).
‘Grida 2’, werk van Anna Sallay (Hongarije).
'Doris Hainsworth née Wilson' door Robert Burton (UK).
‘Doris Hainsworth née Wilson’ door Robert Burton (UK).
Openingstijden
Maandag t/m zaterdag 13.00 – 18.00 uur
Zondag 11.00 – 18.00 uur

Bovenste foto: ‘Preludiu la după amiaza unui faun’ van Gabriela Cristu (RO).

'TheTouch of Fire' (detail) door Daniela Frumuseanu (RO).
‘TheTouch of Fire’ (detail) door Daniela Frumuseanu (RO).
'Growth 1' door Francisca Henneman (NL).
‘Growth 1’ door Francisca Henneman (NL).
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Soft? Tactiele Dialogen

'Air Dancers' van Wiesi Will, 2018.

Onverwachte toepassingen van textiel uit het Antwerpse ModeMuseum

Momenteel is het ModeMuseum in Antwerpen gesloten voor grote renovatiewerken (heropening najaar 2020), maar heeft het MoMu wel enkele andere projecten lopen, waaronder de tentoonstelling ‘Soft? Tactiele dialogen’ in het Maurice Verbaet Center. Deze tentoonstelling gaat over de vrijheid waarmee kunstenaars zich bewegen tussen verschillende media, over onverwachte toepassingen van textiel, over tactiliteit en aversie, over texturen en de huid van sculpturen.

'Treurend vangnet' van Liberta Ferket, 1975.
‘Treurend vangnet’ van Liberta Ferket, 1975.
Belgische textielkunstenaars in de jaren ’70 en ’80
Deze tentoonstelling gaat over het werk van Belgische textielkunstenaars uit de jaren ’70 en ’80 uit de collectie van het MoMu in een inspirerende dialoog met hedendaagse kunstenaars die zich vrij uitdrukken in textiel. In de jaren ’60 en ’70 vinden zowel feministische, post-minimalistische als fiber-art kunstenaars hun weg naar textiel. Ze worden aangetrokken door de esthetische mogelijkheden, het structurele potentieel en de betekenisgevende kracht van dit ‘zachtere’ materiaal.
Het intuïtieve of militante gebruik van textiel – een materiaal dat traditioneel geassocieerd wordt met commerciële of industriële toepassingen – oefent druk uit op de strenge scheiding tussen de ‘echte’ en de toegepaste kunst. Juist door de associatie van textiel met ‘vrouwenwerk’ of ‘decoratie’ gebruiken feministische kunstenaressen het om de machtsverhoudingen binnen de kunstwereld aan de kaak te stellen.
Horizon flexibles, Tapta, 1976.
Horizon flexibles, Tapta, 1976.
Ook Belgische kunstenaars zoals Veerle Dupont, Suzannah Olieux, Hetty Van Boekhout, Liberta Ferket en Edith Van Driessche drukten zich in de jaren ’70 en ’80 uit in textiel. Hun oeuvre vormt een bijzondere deelcollectie van MoMu. Het werk van de Belgisch-Poolse textielkunstenares Tapta, een bekendere generatiegenoot, is deel van de ‘Collectie Verbaet’, een private kunstcollectie die focust op Belgische moderne naoorlogse kunst.
Hoewel deze textielkunstenaars zich vaak in de marge van de kunstwereld bewogen, waren hun aanhoudende inspanningen cruciaal voor de acceptatie van textiel als medium voor hedendaagse kunst.
'Animal Mask' van Christoph Hefti, 2016.
‘Animal Mask’ van Christoph Hefti, 2016.
Dialoog tussen twee generaties in de textielkunst
In ‘Soft?’ presenteert MoMu het werk van deze eerste generatie voor het eerst in dialoog met hedendaagse kunstenaars als Kati Heck, Nel Aerts, Anton Cotteleer, Sven ‘t Jolle, Klaas Rommelaere, Christoph Hefti, Stéphanie Baechler, Ermias Kifleyesus, Gommaar Gilliams, Wiesi Will en Kirstin Arndt.
'Beautiful Seeds' van Ermias Kifleyesus, 2011.
‘Beautiful Seeds’ van Ermias Kifleyesus, 2011.
De jongste generatie drukt zich probleemloos en vrij uit in textiel, vaak in combinatie met andere media. Deze vrijheid danken ze aan de strijd van die eerste generatie en aan de veranderde perceptie binnen de kunstkritiek dat de artistieke kwaliteit van het werk van kunstenaars weinig te maken heeft met tijl of medium, maar juist met hun artistieke intentie.
‘Soft?’ gaat over de vrijheid waarmee kunstenaars zich bewegen tussen verschillende media, over onverwachte toepassingen van textiel, over tactiliteit en aversie, over texturen en de huid van sculpturen.
Openingstijden
Vrijdag t/m zondag 13.00 – 18.00 uur

Bovenste foto: ‘Air Dancers’ van Wiesi Will, 2018.

'Schutzengel of Painting' van Kati Heck, 2015.
‘Schutzengel of Painting’ van Kati Heck, 2015.
'Proberen de goede ganzenhouder te zijn' (detail), Anton Cotteleer, 2012.
‘Proberen de goede ganzenhouder te zijn’ (detail), Anton Cotteleer, 2012.
'Future' van Klaas Rommelaere, 2018.
‘Future’ van Klaas Rommelaere, 2018.
'Animal Mask' van Christoph Hefti (detail), 2016.
‘Animal Mask’ van Christoph Hefti (detail), 2016.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Label it: Trademarks in Fashion

Label it

In het kader van de Stadstriënnale Hasselt/Genk, een multidisciplinair kunstenfestival dat kunst, design en mode verenigt, brengt Modemuseum Hasselt van 1 oktober 2016 tot en met 12 februari 2017 ‘Label it: Trademarks in Fashion’. Aan de hand van drie luiken en specifieke case studies verkent deze expo het systeem van trademarks, identiteit en de kopie- en counterfeitindustrie in de mode. De tentoonstelling brengt echter geen louter één op één verhaal van echt en nep, maar gaat dieper in op trademarks als juridische en sociale constructie.

label-it-foto-2Wat maakt een merk? Wat construeert de identiteit van een modehuis? Op deze vragen tracht ‘Label it ‘een antwoord te presenteren aan de hand van topstukken van dito ontwerpers uit de eigen collectie en uit de verzamelingen van nationale en internationale musea en modehuizen.
De oorsprong van het merk in de mode
Het eerste luik van de tentoonstelling heeft een historische focus, waarbij het systeem van kopiëren en licenties onder de loep genomen worden. De basis hiervan gaat terug tot het Parijs van de jaren 1850 en is te danken aan Charles Frederick Worth. Deze beroemde ontwerper wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de haute couture en stond aan de basis van de Chambre Syndicale de la Haute Couture. Deze belangenorganisatie had als doel haar leden en hun creaties te beschermen.
Merklabel van Charles Frederick Worth.
Merklabel van Charles Frederick Worth.
Worth naaide als een van de eerste de naam van zijn modehuis in zijn creaties en presenteerde ontwerpen tijdens modeshows. Dit bracht een niet eerder geziene kopieerindustrie teweeg. In de eerste decennia van de twintigste eeuw bundelden verschillende ontwerpers zoals Madeleine Vionnet, Jacques Doucet, Jeanne Lanvin, Jeanne Paquin en vele anderen hun krachten om zich te beschermen tegen deze illegale praktijken. Tevergeefs echter. Toen ontwerper Paul Poiret rond 1917 een bezoek bracht aan de Verenigde Staten merkte hij tot zijn grote ontsteltenis dat zijn ontwerpen in minder kwalitatieve materialen tegen spotprijzen te koop werden aangeboden.
Het ontstaan van licenties
Er werden ingenieuze licentiesystemen uitgedacht, waarbij de ontwerper toestemming gaf – tegen betaling – om ontwerpen te kopiëren. Schetsen, toiles en patronen werden verkocht aan nationale en internationale handelaars en grootwarenhuizen. België speelde een belangrijke rol in de verspreiding van de laatste modes, die gedicteerd werden door ontwerpers in Parijs, omwille van de geografisch gunstige ligging en taalovereenkomst. In de expositie wordt Belgiës spilfunctie extra in de verf gezet.
Cristobal Balenciaga.
Cristobal Balenciaga.
Het historische verhaal gaat verder met ronkende namen als Chanel in de jaren 20 en Dior en Balenciaga eind jaren 40 – begin jaren 50. Deze drie ontwerpers hadden een geheel persoonlijke en uiteenlopende visie op de kopieerindustrie. Balenciaga bijvoorbeeld weerde alle pers van zijn modeshows en presenteerde later dan de andere grote huizen om illegale praktijken tegen te gaan. We eindigen in de jaren 60 wanneer de modewereld op zijn grondvesten davert door het toenemende belang van de ready-to-wear industrie.
Trademark als sociale constructie
Luik twee van ‘Label it’ bekijkt het systeem van de trademarks als sociale constructie. Hier gaat alle aandacht naar het DNA van modehuizen. Denken we maar aan breigoed bij Christian Wijnants en Missoni, kleurgebruik bij Dries Van Noten en zwarttonen bij Ann Demeulemeester, historische referenties bij Alexander McQueen, Olivier Theyskens en Vivienne Westwood en jeugd bij Raf Simons. In dit onderdeel wordt het belang van de designer voor de identiteit van een merk ook in de verf gezet en specifiek aan de hand van het Maison Margiela.
Het beroemde logo van Louis Vuitton.
Het beroemde logo van Louis Vuitton.
Logohijacking
Logomania en logohijacking vormen het laatste luik van de expo. Hier wordt dieper ingegaan op het gebruik en het kapen van logo’s. Centraal hierbij staan huizen als Louis Vuitton, Hermès en Gucci. Bij logohijacking wordt gekeken naar het hergebruik van logo’s in nieuwe contexten. Bijzonder dankbare voorbeelden leveren het werk van onder meer Raf Simons, Viktor & Rolf, Demna Gvasalia voor Vetements en Balenciaga, en Jeremy Scott voor Moschino.
Hermès-logo.
Hermès-logo.
‘Label it. Trademarks in Fashion’ brengt het bijzondere werk samen van ontwerpers en huizen als Alexander McQueen, Olivier Theyskens, Christian Dior, Louis Vuitton, Hermès, Dries Van Noten, Maison Margiela, Balenciaga, Vetements, Coco Chanel, Moschino, Christian Wijnants, Missoni, Ann Salens, Ann Demeulemeester, Viktor & Rolf en Raf Simons.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Just Married, een geschiedenis van het huwelijk

Bruidsjapon, 1957.

Met de bruidsjurk als leidraad, belicht ‘Just Married, een geschiedenis van het huwelijk’ alle aspecten van die Grote Dag. Hierbij zijn tientallen bruidsjurken en bijpassende accessoires door de eeuwen heen te zien.

Trouwen in het rood en zwart - foto E. Danhier.
Trouwen in het rood en zwart – foto E. Danhier.
Bruidsjapon met bloemenkroon en sluier, Yves Saint Laurent, 1985 - foto E. Danhier.
Bruidsjapon met bloemenkroon en sluier, Yves Saint Laurent, 1985 – foto E. Danhier.
Wit was niet altijd vanzelfsprekend
Vóór wit in de 19de eeuw in de mode komt, kan de bruidsjurk zowat alle kleuren hebben. De kerk pleitte in die tijd voor wit als symbool van maagdelijkheid. Nadat Koningin Victoria van Engeland (1840) en de Franse Keizerin Eugénie (1852) in het wit trouwden, raakte het gebruik al snel wijdverbreid in de bemiddelde kringen en in de steden, en met enige vertraging bij de andere sociale lagen en op het platteland.
Met het vrijer worden van de zeden veranderde ook de betekenis van het huwelijk, maar de traditie van trouwen in het wit bleef al die tijd overeind. Sommige bruiden geven de voorkeur aan zwart, zodat ze de jurk later nog kunnen gebruiken, of als teken van rouw.
Andere tijden, andere kleuren
Na de Eerste Wereldoorlog maakt het zwart plaats voor tussentinten zoals grijs, beige en paars. Die schakeringen zijn dan al in zwang voor tweede huwelijken en voor huwelijken op rijpere leeftijd. Met de decennia worden de conventies minder dwingend. Vandaag kiest men zelf of men het liefst in het wit dan wel in kleur trouwt.
Bruidsjapon, 1895, en reproductie van een publiciteitsaffiche voor Maison Perry - foto E. Danhier.
Bruidsjapon, 1895, en reproductie van een publiciteitsaffiche voor Maison Perry – foto E. Danhier.
Lange tijd was de snit van de bruidsjapon een aangepaste interpretatie van de avondjurk. De bruidsjurk volgde de mode, maar onderscheidde zich door de kleur, de sleep en de sluier. In de jaren ’70 ging de bruidsjurk haar eigen weg. Ze scheurde zich los van de heersende mode en werd een genre op zich. Vaak geeft dat uitdrukking aan de droom van de prinses voor één dag.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur
De bruidsjurk, een geschiedenis van de mode - foto E. Danhier.
De bruidsjurk, een geschiedenis van de mode – foto E. Danhier.
Accessoires - foto E. Danhier.
Accessoires – foto E. Danhier.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather