Archives

Alles heeft ritme van Weefcollectief Metamorfose

Werk van Marijke Jochijms.

Acht benaderingen van het thema ‘ritme’ in de weefkunst

Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die elkaar inspireert tot nieuw weefwerk. Jaarlijks exposeren zij rond een bepaald thema. Het thema van dit jaar is ‘Ritme’. Ritme is een specifieke herhaling, zowel in de tijd als in de ruimte, die een zeker patroon of regelmaat vertoont. Ritme in de weefkunst uit zich in het ritme van een patroon, van het kleurgebruik, in de afwisseling van materialen, en zelfs in de beweging zelf.

Weefcollectief Metamorfose
Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die om de zes weken bij elkaar komt en elkaar inspireert tot nieuw weefwerk. Ze bespreken ieders werk uitgebreid en geven daar hun kijk op. Omdat hun textiele achtergronden heel verschillend zijn, leren ze zo van elkaar om buiten hun eigen kaders te denken. Zo rekken ze hun verbeelding op en komen tot andere resultaten.
Iedereen in de groep heeft haar eigen stijl en voorkeuren. Waar de één start vanuit een inspiratie, begint de ander vanuit een vorm of bepaalde materialen. Sommigen van hen maken eerst ontwerpen in papier of karton of beginnen met schilderen of tekenen, anderen starten direct met weven. Ze weven met o.a. katoen, wol, linnen, polyester, koperdraad en paardenhaar, zowel twee- als driedimensionaal en op getouwen van vier tot 32 schachten.
De weefsters van Metamorfose zijn: Paulien van Asperen, Tonny van den Berg, Thera Berkhout, Ank Hazelhoff, Marijke Jochijms, Lia Rath, Marijke Scheepstra en Nel Vervoorn.
Paulien van Asperen, Onderzoek in kleur 2. Een werkstuk uit een serie van vier, geweven in een zelf ontwikkelde variant op de Zomer- & Wintertechniek. De gebruikte materialen zijn katoen in de ketting en wol in de inslag. Voor het ontwerp werd zij geïnspireerd door de verticale en horizontale belijning van woontorens in Oslo.
Paulien van Asperen, Onderzoek in kleur 2. Een werkstuk uit een serie van vier, geweven in een zelf ontwikkelde variant op de Zomer- & Wintertechniek. De gebruikte materialen zijn katoen in de ketting en wol in de inslag. Voor het ontwerp werd zij geïnspireerd door de verticale en horizontale belijning van woontorens in Oslo.
Paulien van Asperen
Weven geeft Van Asperen de mogelijkheid om ideeën, visuele elementen uit de wereld om haar heen en inspiratiebronnen uit de kunst om te zetten in concrete weefsels. Weven betekent voor haar ontwerpen maken, die omzetten naar technische werktekeningen en kiezen welke materialen, texturen en kleuren zij wil gebruiken om het juiste effect te bereiken.
Wat haar erg boeit zijn repeterende abstracte elementen die visueel een eigen leven gaan leiden of zelfs optisch misleidend voor het oog kunnen zijn. De ordening van die elementen in kleur en textuur en verschuivende, maar repeterende patronen spreekt haar aan.
Tonny van den Berg, Wafels. De wafel is behalve een gebakken koek met ruitjes erin ook een weefbinding. Een wafelbinding is een structuurweefsel. De kenmerkende vierkante kuiltjes die ontstaan door het samentrekken van langere ketting- en inslagflotteringen vormen een volumineus, absorberend, elastisch weefsel. In dit werkstuk is de wafelbinding extreem uitvergroot en daarmee uit de context van het gebruiksvoorwerp getrokken.
Tonny van den Berg, Wafels. De wafel is behalve een gebakken koek met ruitjes erin ook een weefbinding. Een wafelbinding is een structuurweefsel. De kenmerkende vierkante kuiltjes die ontstaan door het samentrekken van langere ketting- en inslagflotteringen vormen een volumineus, absorberend, elastisch weefsel. In dit werkstuk is de wafelbinding extreem uitvergroot en daarmee uit de context van het gebruiksvoorwerp getrokken.
Tonny van den Berg
De interesse van Van den Berg in weven is begonnen rond de jaren ’60. Zij woonde in Delft, waar Wil Pennings op het Oude Delft een mooi weefatelier runde. Regelmatig liep zij bij haar langs om te kijken wat voor prachtige lappen zij weer op het weefgetouw had staan. De weefsels waren meestal van wol met een mooi kleurverloop. Een lust voor het oog.
Rond 1978 heeft zij een weefgetouw aangeschaft met het idee om ook van die mooie lappen te weven, maar daar waren wel enige cursussen voor nodig. Eerst bij Marian Stubenitsky in Wageningen en daarna bij Marijke Dekkers in Gouda. Met weven heeft zij een knipperlichtverhouding. Jaren kan het weefgetouw leeg staan om vervolgens weer de draad op te pakken (letterlijk en figuurlijk).
Thera Berkhout
In 1980 begon Berkhout met weven. Huub, haar echtgenoot, attendeerde haar op een weefgetouwtje dat in Arachne stond en zei: ‘Dat is echt wat voor jou’ en van de eerste dag af vond zij het geweldig.
Daarna heeft zij diverse cursussen gevolgd, o.a. een cursus in Tilburg, die door de Federatie Landelijk Weef Kontakt werd georganiseerd (nu Weefnetwerk). In 1990 leerde zij Dini Cameron uit Canada kennen. Zij ontwikkelde het weefprogramma Pro Weave. Dat boeide haar enorm en zo werd zij de eerste tester in Nederland van dit weefprogramma. Dit doet zij nog steeds als er weer iets aan het programma wordt verbeterd.
Als technisch weefster wil zij niets van koperdraad e.d. weten. De techniek en het gebruik van de computer interesseert haar veel meer. Zo komt zij met gebruik van de computer en het weegprogramma op haar 32-schachts weefgetouw tot haar werkstukken.
Thera Berkhout, Keltische knoop. Een werkstuk geïnspireerd op de gestileerde grafische voorstellingen van knopen, gebruikt voor versiering, overgenomen door de oude Kelten. Een verweven patroon binnen een weefsel. De gebruikte techniek is Beiderwand en het gebruikte materiaal Egyptisch katoen in de ketting en cottolin in de inslag.
Thera Berkhout, Keltische knoop. Een werkstuk geïnspireerd op de gestileerde grafische voorstellingen van knopen, gebruikt voor versiering, overgenomen door de oude Kelten. Een verweven patroon binnen een weefsel. De gebruikte techniek is Beiderwand en het gebruikte materiaal Egyptisch katoen in de ketting en cottolin in de inslag.
Ank Hazelhoff, Bloem. Deze bloem is geweven met koperdraad en diverse tinten glanskatoen en is na het weven in model gevouwen op lijnen die in het patroon van het weefsel zitten.
Ank Hazelhoff, Bloem. Deze bloem is geweven met koperdraad en diverse tinten glanskatoen en is na het weven in model gevouwen op lijnen die in het patroon van het weefsel zitten.
Ank Hazelhoff
Na vele handvaardigheden, zoals boetseren, houtbewerken, zilversmeden en kleding maken, kwam Hazelhoff in aanraking met weven. Nu kon zij iets van draad tot kledingstuk maken. Begin jaren ’80 ging zij in de buurt een beginnerscursus volgen. Hierna ging alles in een stroomversnelling. Diverse andere cursussen volgden, o.a. een driejarige opleiding miniatuurweven. Hier leerde zij veel over vormgeving, maar miste daarbij vaak het weefgetouw.
Daarna volgde zij een driejarige weefopleiding in Gouda bij Marijke Dekkers. Hier heeft zij haar weg gevonden met het kunnen maken van 2- en 3-dimensionale weefsels door het gebruiken van koperdraad in het weefsel. Het is boeiend om als het ware te boetseren met draden en zo een beeld te vormen. Extra bij het weven is dat er door de draden kleur aan kan toegevoegd worden.
Marijke Jochijms
Al vanaf haar jeugd heeft Jochijms allerlei textiele technieken toegepast, maar vanaf de jaren ’90 heeft zij zich gespecialiseerd in de weeftechniek. Na de driejarige weefopleiding in Gent is zij zich meer gaan toeleggen op de experimentele weefkunst.
Marijke Jochijms, Glitters. Dit kleine ingelijste werkstuk is geweven in een variatie op de linnenbinding. Het gebruikte materiaal is katoen, blauw glitterdraad en stroken holografisch karton.
Marijke Jochijms, Glitters. Dit kleine ingelijste werkstuk is geweven in een variatie op de linnenbinding. Het gebruikte materiaal is katoen, blauw glitterdraad en stroken holografisch karton.
Zij houdt van uitdagingen aan te gaan en te onderzoeken wat mogelijk is binnen het kader van het getouw. Zij is steeds zoekend naar nieuwe materialen om te verwerken in haar weefwerk. Zo heeft zij regelmatig gewerkt met foto’s, allerlei papier en cassettebandjes. De afgelopen periode heeft zij o.a. gewerkt met spijkers en boomschors.
Maar naast haar kunstzinnige werk vindt zij het ook heerlijk om gewoon in het ritme van het weven te komen en bijvoorbeeld mooi gekleurde sjaals te weven. Naast het creëren van haar eigen weefwerk was zij twintig jaar verbonden als docent aan de vakopleiding ‘Weven Karmijn’ in Driebergen (vakopleiding voor mensen met een beperking) en daarnaast heeft zij vijftien jaar de weefgroep in het Nederlands Openluchtmuseum begeleidt. Zij werkte mee aan verschillende exposities, regionaal en landelijk.
Lia Rath, Object met paardenhaar. Het uitgangspunt voor dit werkstuk was het paardenhaar. Rath heeft daar een open weefsel van gemaakt, waar zoveel mogelijk van het materiaal te zien is en men niet afgeleid wordt door kleur, vandaar haar keuze voor zwart/wit. Naast paardenhaar heeft zij ook katoen gebruikt.
Lia Rath, Object met paardenhaar. Het uitgangspunt voor dit werkstuk was het paardenhaar. Rath heeft daar een open weefsel van gemaakt, waar zoveel mogelijk van het materiaal te zien is en men niet afgeleid wordt door kleur, vandaar haar keuze voor zwart/wit. Naast paardenhaar heeft zij ook katoen gebruikt.
Lia Rath
Rath weeft al meer dan 25 jaar en heeft haar weefopleiding in Gent genoten, aangevuld met diverse cursussen. De eerste vijftien weefjaren is zij voornamelijk bezig geweest met het weven van kleding, dat verkocht werd samen met twee collega’s in een eigen winkel.
Nu is zij voor een groot deel bezig met het enthousiasmeren van nieuwe of herintredende weefsters en is zij zelf met haar eigen werk een andere weg ingeslagen, waardoor er weer andere facetten van het weven belicht worden. Zij vindt het leuk om met andere materialen dan de gewone weefgarens bezig te zijn en door andere leden van het weefcollectief Metamorfose geïnspireerd en gestimuleerd te worden.
Marijke Scheepstra, Magisch vierkant. Het werkstuk is samengesteld door bandjes van 3 cm breed te weven. De weeftechniek is linnenbinding, uitgevoerd in verschillende kleuren borduurkatoen en koperdraad. Daarna heeft zij de bandjes gevouwen in blokformaat en het geheel samengevoegd tot een compositie in kleur met verschillende hoogtes.
Marijke Scheepstra, Magisch vierkant. Het werkstuk is samengesteld door bandjes van 3 cm breed te weven. De weeftechniek is linnenbinding, uitgevoerd in verschillende kleuren borduurkatoen en koperdraad. Daarna heeft zij de bandjes gevouwen in blokformaat en het geheel samengevoegd tot een compositie in kleur met verschillende hoogtes.
Marijke Scheepstra
Rond 2000 las Scheepstra in het plaatselijk krantje van Duiven over een weefwerkplaats in Zevenaar. Haar interesse was gewekt en al snel ging zij daar kennis maken en kon ze genieten van de rijke ervaring van de dames aldaar. Aangevuld met basislessen van Riek Bruggink kon haar avontuur beginnen.
Inmiddels is zij al jaren bezig om de combinatie van draden met verschillende materialen uit te proberen op haar weefgetouw. Haar voorkeur gaat uit naar weefwerk in combinatie met metaal of koperdraad en daar dan vanuit het platte vlak een ruimtelijk object te maken.
Nel Vervoorn
Ruim 40 jaar geleden is Vervoorn begonnen met spinnen van wol op een Louët spinnewiel en heeft al snel daarna een weefgetouw van haar moeder geleend om de gesponnen wol te weven. Dit was het begin van haar wevend leven. De eerste basislessen over weven heeft zij in Twello gevolgd. Haar man Theo is in 1978 bij Louët gaan werken en aan haar de schone taak om elk nieuw ontworpen weefgetouw uit te proberen en voor de showroom en beurzen de getouwen van weefwerk te voorzien.
De interesse voor het weven bleef groeien en zij is de opleiding Kunstzinnige Vorming voor het vak weven gaan volgen. In 2013-2016 volgde de kunstopleiding bij Academie de Werker te Groningen. Ook dat geeft weer extra verdieping aan haar werk. Haar werk is zowel functioneel als decoratief en zij werkt met maximaal 32 schachten en divers materiaal. Met de Week van het Weven in 2012 heeft zij met Ank Hazelhoff bij Louët een duo-expositie gehad.
Nel Vervoorn, Bergen en dalen. Het werkstuk is een netwerkdubbelweefsel met 32 schachten geweven, uitgevoerd in veel verschillende kleuren cottolin. De inspiratie komt van een geabstraheerd schilderij.
Nel Vervoorn, Bergen en dalen. Het werkstuk is een netwerkdubbelweefsel met 32 schachten geweven, uitgevoerd in veel verschillende kleuren cottolin. De inspiratie komt van een geabstraheerd schilderij.
Twee locaties
De tentoonstelling ‘Alles heeft ritme’ is op twee locaties in Westervoort te zien. Behalve in Huize Vredenburg (gegevens onderaan) is een deel van de expositie ook te zien in restaurant Huis ter West, Zuidelijke Parallelweg 3, 6931 EN Westervoort. Daar kunt u ook een consumptie gebruiken.
Openingstijden
Huize Vredenburg: zaterdag en zondag 14.00 – 17.00 uur
Huis ter West: alle dagen 10.00 – 23.00 uur

Bovenste foto: Werk van Marijke Jochijms.

Marijke Jochijms, sjaal. Deze sjaal is geweven in de schijndubbeltechniek. Het gebruikte materiaal is gemerceriseerde katoen in verschillende tinten bruin, beige, groen en geel, geïnspireerd op de herfst en de kleuren van de boombladeren.
Marijke Jochijms, sjaal. Deze sjaal is geweven in de schijndubbeltechniek. Het gebruikte materiaal is gemerceriseerde katoen in verschillende tinten bruin, beige, groen en geel, geïnspireerd op de herfst en de kleuren van de boombladeren.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Metamorfose weeft geometrisch

Paulien van Asperen, Agam-o-weave.

Acht weefsters geven een invulling aan het thema geometrie, stereometrie en lijnen

Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die om de zes weken bij elkaar komt om elkaar te inspireren tot nieuw weefwerk rond een gekozen thema. Na hun debuuttentoonstelling ‘Lijnenspel’ in Museum het Leids Wevershuis volgt nu – met twee leden meer – een nieuwe expositie in Stroomhuis Neerijnen.

Het thema voor deze expositie is ‘geometrie, stereometrie en lijnen’. Iedere weefster in de groep heeft haar eigen stijl en voorkeur voor bepaalde materialen, wat blijkt uit de individuele werkstukken op de tentoonstelling. Er wordt gewerkt met katoen, wol, linnen, polyester en koperdraad, zowel twee- als driedimensionaal. Voor deze expositie heeft de groep echter ook een gezamenlijk kunstwerk gemaakt.
Ank Hazelhoff, Regenboogcirkel.
Ank Hazelhoff, Regenboogcirkel.
Metamorfose bestaat uit de volgende weefsters:
Ank Hazelhoff (Neerijnen)
Na ervaring opgedaan te hebben met vele handvaardigheden, zoals boetseren, houtbewerken en zilversmeden, en het halen van haar coupeusediploma, kwam Ank Hazelhoff in aanraking met weven. Begin jaren ’80 heeft zij een beginnerscursus gevolgd. Hierna ging het in een stroomversnelling. Diverse andere cursussen volgden. Zij volgde een driejarige cursus miniatuurweven bij Bep ten Ancher. Hier leerde zij veel over vormgeving, maar miste het weefgetouw en volgde daarom daarna de driejarige weefopleiding in Gouda bij Marijke Dekkers. Hier heeft zij haar weg gevonden door het kunnen maken van twee- en driedimensionale weefsels. ‘Het is boeiend om als het ware te boetseren met draden en zo een beeld te vormen. Extra is dat je ook kleur kunt toevoegen.’
Tonny van den Berg, Wafels.
Tonny van den Berg, Wafels.
Tonny van den Berg (Haaften)
De interesse in weven is bij Tonny van den Berg begonnen rond de jaren ’60. Zij woonde in Delft waar Wil Pennings een mooi weefatelier had. Regelmatig liep zij bij haar langs om te kijken wat voor prachtige lappen zij nu weer op het weefgetouw had staan. De weefsels waren meestal van wol met een mooi kleurverloop. Rond 1978 heeft zij een weefgetouw aangeschaft met het idee om ook van die mooie lappen te gaan weven, maar daar waren wel enige cursussen voor nodig. Eerst bij Marian Stubenitsky in Wageningen en daarna bij Marijke Dekkers in Gouda. ‘Met weven heb ik een knipperlichtverhouding; jaren kan het weefgetouw leeg staan om vervolgens weer de draad op te pakken (letterlijk en figuurlijk).’
Lia Rath, Banden in Rietveldkleuren.
Lia Rath, Banden in Rietveldkleuren.
Lia Rath (Aalten)
Lia Rath weeft al meer dan 25 jaar en heeft haar weefopleiding in Gent (België) genoten, aangevuld met diverse cursussen. De eerste vijftien weefjaren is zij voornamelijk bezig geweest met het weven van kleding, die samen met het werk van twee collega’s in een eigen winkel verkocht werd. Nu is zij voor een groot deel bezig met het enthousiasmeren van nieuwe of herintredende weefsters en is zij zelf met eigen werk een andere weg ingeslagen, waardoor er weer andere facetten van het weven belicht worden. Zij vindt het leuk om met andere materialen dan de gewone weefgarens bezig te zijn.
Thera Berkhout, Kleurbollen.
Thera Berkhout, Kleurbollen.
Thera Berkhout (Son en Breugel)
In 1980 begon Thera Berkhout met weven. Haar echtgenoot attendeerde haar op een weefgetouwtje en zei: ‘dat is echt wat voor jou’. Vanaf de eerste dag vond zij het geweldig. Daarna heeft zij diverse cursussen gevolgd. ln 1990 leerde zij Dini Cameron kennen, die het weefprogramma Pro Weave ontwikkelde. Dat boeide haar enorm en zo werd zij de eerste tester in Nederland van dat programma. Dit doet zij nog steeds als er weer iets aan het programma wordt verbeterd. Als technisch weefster wil zij niets weten van koperdraad, maar de techniek en het gebruik van de computer interesseert haar des te meer. Zo komt zij, met het gebruik van de computer en het weefprogramma, op haar 32-schachts weefgetouw tot haar werkstukken.
Marijke Scheepstra, Buizen, gekleurd garen en koperdraad.
Marijke Scheepstra, Buizen, gekleurd garen en koperdraad.
Marijke Scheepstra (Westervoort)
Rond 2000 las Marijke Scheepstra in het plaatselijk krantje van Duiven over een weefwerkplaats in Zevenaar. Haar interesse was gewekt en al snel ging zij daar kennis maken en kon zij genieten van de rijke ervaring van de dames aldaar. Aangevuld met de basislessen van Riek Bruggink kon het avontuur met draden beginnen. Inmiddels is zij al vele jaren bezig om de combinatie van draden met verschillende materialen uit te proberen op het weefgetouw. Haar voorkeur gaat uit naar weefwerk in combinatie met metaal- of koperdraad om daarbij vanuit het platte weefwerk een ruimtelijk object te maken.
Nel Vervoorn-Kooijman (Lochem)
Ruim veertig jaar geleden begon Nel Vervoorn met het spinnen van wol op een Louet spinnewiel en snel daarna heeft zij een weefgetouw geleend om de gesponnen wol te weven. De eerste basislessen over het weven heeft zij bij Gerda van de Markt (M en M) in Twello gevolgd. Haar echtgenoot Theo is in 1978 bij Louet gaan werken en heeft haar de taak toebedacht om elk nieuw weefgetouw uit te proberen en voor de showroom en de beurzen de getrouwen van een weefwerk te voorzien. Doordat de interesse voor het weven bleef groeien, is zij de opleiding Kunstzinnige Vorming voor het vak Weven gaan volgen. Recentelijk (2013-2016) heeft zij de Kunstopleiding bij Academie ‘de Werker‘ in Groningen gevolgd. Haar weefwerk is zowel functioneel als decoratief. Zij werkt met maximaal 32 schachten en diverse materiaalsoorten.
Het gezamenlijke werkstuk van weefgroep Metamorfose (detail).
Het gezamenlijke werkstuk van weefgroep Metamorfose (detail).
Paulien van Asperen (Kampen)
Paulien van Asperen keek altijd bij haar wevende schoonmoeder mee. Toen die in 2005 overleed heeft zij haar hele weefboedel gekregen en ging zij direct aan de slag. Zij begon met een introductiecursus. Na één les was zij al gegrepen door de oneindige mogelijkheden van technieken, materialen en kleuren. Daarna heeft zij binnen haar huidige weefkring De Kaardebol in Zwolle les gehad.
Sindsdien volgt zij elke winter meerdere weefcursussen en weeft vrijwel dagelijks, naast haar baan. Eerst weefde zij vooral sjaals en dekens, nu met name objecten. Weven geeft haar de mogelijkheid om ideeën, visuele elementen uit de wereld om haar heen en inspiratiebronnen uit de kunst om te zetten in concrete weefsels. Wat haar echt fascineert zijn repetitieve abstracte elementen die beweging en diepte suggereren of zelfs optisch misleidend zijn. Om deze elementen in kleur en textuur en verschuivende, maar repetitieve patronen te rangschikken vindt zij heel spannend.
Marijke Jochijms, Follow the line.
Marijke Jochijms, Follow the line.
Marijke Jochijms (Westervoort)
Al vanaf haar jeugd heeft Marijke Jochijms allerlei textiele technieken toegepast, maar vanaf de jaren ’90 heeft zij zich gespecialiseerd in de weeftechniek. Na de driejarige weefopleiding in Gent is zij zich steeds meer gaan toeleggen op de experimentele weefkunst. Zij houdt ervan uitdagingen aan te gaan en te onderzoeken wat mogelijk is binnen het kader van het getouw, steeds zoekend naar nieuwe materialen om te verwerken in het weefwerk. Zij heeft gewerkt met foto’s, allerlei papier en cassetteband, de afgelopen periode onder andere met spijkers en boomschors.
Naast haar kunstzinnige werk vindt zij het ook heerlijk om gewoon in het ritme van het weven te komen en bijvoorbeeld mooi gekleurde sjaals te weven. Naast het creëren van eigen weefwerk was zij twintig jaar als docent verbonden aan de Vakopleiding Weven Karmijn in Driebergen (vakopleiding weven voor mensen met een beperking) en heeft zij vijftien jaar de weefgroep in het Nederlands Openluchtmuseum begeleid.
Openingstijden
Donderdag t/m zondag 12.00 – 16.00 uur
Na 31 maart dinsdag t/m zondag van 11.00 – 17.00 uur

Bovenste foto: Paulien van Asperen, Agam-o-weave.

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Lijnenspel

Marijke Scheepstra, Oranje weefsel (detail).

Debuutexpositie van weefcollectief Metamorfose

Het weefcollectief ‘Metamorfose’ heeft voor hun eerste gezamenlijke tentoonstelling een centraal thema gekozen – ‘Lijnenspel’ – en aan de hand van dit thema een aantal verrassende weefstukken gemaakt die nu in Museum het Leids Wevershuis te zien zijn.

Thera Berkhout, zonder titel 1.
Thera Berkhout, zonder titel 1.
Metamorfose
Weefcollectief Metamorfose bestaat uit de zes leden Tonny van den Berg, Thera Berkhout, Ank Hazelhoff, Lia Rath, Marijke Scheepstra en Nel Vervoorn. Allen hebben al een lange ervaring in weven en zijn bijeen gekomen om met en door elkaar inspiratie op te doen en zo tot nieuwe ideeën en weefsels te komen. Ze komen ongeveer om de zes weken bij elkaar en bespreken elkaars werk en geven daar hun kijk op.
Marijke Scheepstra, Gekleurde buizen (detail).
Marijke Scheepstra, Gekleurde buizen (detail).
Lijnenspel
Op deze manier zijn ze ook met het centrale thema ‘Lijnenspel’ aan de slag gegaan. Het thema is op een weef-technische manier benaderd en geeft door prachtig geweven strakke lijnen en mooi kleurgebruik een verrassend resultaat. Ook is te zien dat in één kleur het thema sterk tot uiting kan worden gebracht. Anderen hebben op een meer creatieve manier het thema aangepakt en hebben het twee- of driedimensionaal gemaakt. Het gebruik van materiaal is zeer gevarieerd; er is gebruik gemaakt van onder andere dunne en dikke katoenen garens, polyester, koperdraad en paardenhaar.
Thera Berkhout, zonder titel 3.
Thera Berkhout, zonder titel 3.
Ank Hazelhoff, Schelpvorm.
Ank Hazelhoff, Schelpvorm.
Op zaterdag 14 januari zijn alle weefsters aanwezig en wordt de tentoonstelling om 13.30 uur geopend door Selma Sindram. Ook op alle zondagen gedurende de tentoonstelling zal er iemand van Metamorfose aanwezig zijn om tekst en uitleg te geven.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 13.00 – 16.00 uur

Bovenste foto: Marijke Scheepstra, Oranje weefsel (detail).

Thera Berkhout, zonder titel 4.
Thera Berkhout, zonder titel 4.
Thera Berkhout, zonder titel 2.
Thera Berkhout, zonder titel 2.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Weefgoed

Werk van Anne van den Heuvel.

Moderne weefkunst staat dit voorjaar centraal in Museum de Kantfabriek met de nieuwe tentoonstelling ‘Weefgoed’, een expositie met werk van vier weefkunstenaars. De expositie is mede naar aanleiding van de Week van het Weven in 2016. Hiervoor organiseert Weefkring-Zuid Nederland van 28 mei tot en met 5 juni diverse activiteiten.

Horst en omgeving was in het verleden sterk verbonden met de weeftechniek. In het museum is te zien dat de textielnijverheid en met name het weven aan de basis lag voor de economie in de regio. Nergens in Nederland was de concentratie van thuisweverijen zo groot.
In de expositie ‘Weefgoed’ over moderne weefkunst laten Anke van Gorp (1951), Anne van de Heuvel (1970), Uta Bollmeyer(1967, Duitsland) en Ank Hazelhoff  (1942) een selectie van hun werk zien. Zij zijn ieder op hun eigen wijze en zeer divers bezig met weeftechnieken.
Werk van Anke van Gorp.
Werk van Anke van Gorp.
Anke van Gorp
Anke heeft een vierjarige basis-weefopleiding gevolgd. Ook de vilttechnieken heeft zij geleerd en zij is zich gaan toeleggen op textielobjecten in de breedste zin van het woord. Door het gebruik van verschillende materialen, kleuren en vormen in het weven en met thema’s uit de natuur vormt zij haar veelal ruimtelijke objecten. Ook haar tweedimensionale weefsels lijken te bewegen door een oneindig aantal draadpootjes.
Anne van den Heuvel
Anne is cum laude afgestudeerd aan de Kunstacademie St. Joost in Breda, o.a. voor mode-ontwerpen. Zij is cultureel ondernemer en maakt monumentale en decoratieve kunstwerken die invloed hebben op de akoestiek. Zij werkt met intense kleuren. (Bovenste foto.)
Uta Bollmeyer
Na de middelbare school heeft Ute een driejarige opleiding in handweven gevolgd. Na enkele jaren bij weverijen te hebben gewerkt, heeft ze het Masterdiploma gehaald en is gaan experimenteren om tweekleurige beelden te weven. Nu ontwerpt en weeft ze vooral portretten, dieren en planten. Ze hanteert overwegend de Beiderwand-techniek (dubbel weven).
Werk van Ank Hazelhoff.
Werk van Ank Hazelhoff.
Ank Hazelhoff
Van kinds af heeft Ank iets met textiel. Het begon met zelf kleren maken om daarna te gaan spinnen en weven. Na een driejarige weefopleiding is zij meer gaan experimenteren. Ruimtelijk werk, met afwijkende materialen zoals plastic, papier en koperdraad. Gebruikmakend van weefpatronen en kleuren vormt zij weefsels tot een twee- of driedimensionaal object. Dit leidt tot verrassende resultaten. Ank wil in haar werk laten zien wat er met weven allemaal mogelijk is.
Openingstijden
Tot 1 april dinsdag t/m zondag van 14.00 – 17.00 uur
Na 1 april dinsdag t/m zondag van 11.00 – 17.00 uur
Werk van Uta Bollmeyer.
Werk van Uta Bollmeyer.
Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather