Archives

Bògòlanfini, de ‘modderdoeken’ uit Mali

In Mali (West-Afrika) wordt een speciaal soort doeken gemaakt, bògòlanfini, van aan elkaar genaaide stroken handgeweven katoen, die vervolgens geverfd worden met een bijzondere techniek, waarbij gebruik wordt gemaakt van gefermenteerde modder. De bògòlanfini behoren de laatste decennia tot het populairste Afrikaanse textiel en een groot deel van de productie wordt dan ook geëxporteerd. Ondanks de groeiende vraag is de traditionele, arbeidsintensieve techniek behouden gebleven.

Leefgebied van de Bambara in Mali.
Leefgebied van de Bambara in Mali.
Traditie van een West-Afrikaans volk
De bògòlanfini (ook wel: bogolan) is een textiele traditie van de Bambara (ook wel Bamana of Banmana), een volk in West-Afrika, vooral in Mali, maar ook in Burkina Faso, Guinee en Senegal, met een eigen taal en cultuur. Van 1712 tot 1861 bestond er ook een Bambara Keizerrijk. Archeologische vondsten in deze regio hebben aangetoond dat de verfstoffen die gebruikt worden voor bògòlanfini al in de twaalfde eeuw bekend waren.
Op deze foto is nog goed te zien dat de bògòlanfini is vervaardigd van meerdere stroken stof.
Op deze foto is nog goed te zien dat de bògòlanfini is vervaardigd van meerdere stroken stof.
Maar wat is een bògòlanfini precies? Het is een katoenen lap, meestal zo’n één bij anderhalve meter groot, gedecoreerd met geometrische patronen in zwart of bruintinten op een lichte, naturelkleurige ondergrond. De betekenis in de taal van de Bambara is samengesteld uit bògò ‘aarde’ of ‘modder’, lan ‘met’ of ‘door middel van’ en fini ‘stof’. De lap wordt door mannen gedragen als hemd tijdens de jacht en door vrouwen als omslagdoek. Wat een bògòlanfini werkelijk onderscheidend maakt is de techniek waarmee deze geverfd wordt.
Wever (guessé dala) van de smalle stroken katoenen stof.
Wever (guessé dala) van de smalle stroken katoenen stof.
Mannen en vrouwen hebben ieder hun eigen taak
De katoen wordt traditioneel gesponnen met een spindel door vrouwen. De gesponnen katoen wordt door mannen in stroken van ongeveer 10-15 cm breed op een handweefgetouw geweven. De stroken worden dan aan elkaar gestikt tot lappen van ongeveer één bij anderhalve meter, tegenwoordig soms ook groter. De vrouwen zorgen vervolgens voor de decoratie, gebaseerd op eeuwenoude tradities waarbij de uiteindelijke doelstelling, bijvoorbeeld bescherming tijdens de jacht of het afweren van kwade geesten bij vrouweninitiatie, het leitmotiv vormt.
De katoenen lappen worden geverfd met modder, waardoor de bògòlanfini ook wel bekend staan als ‘mud cloths’. De lappen worden hiertoe eerst gewassen in gekookt water en vervolgens gedroogd. Dan wordt de stof ondergedompeld in een vloeistof die de bladeren van de inheemse Bogolon-boom bevat. Deze vloeistof kleurt de katoen donkergeel en maakt dat de stof de uiteindelijke kleurstof absorbeert. Het is een soort fixeermiddel.
De decoratie van bògòlanfini wordt traditioneel door vrouwen gedaan.
De decoratie van bògòlanfini wordt traditioneel door vrouwen gedaan.
Geverfd met gefermenteerde modder
Als kleurstof wordt een soort leem gebruikt die een hoog ijzergehalte heeft en die afkomstig is van de oever van plaatselijke rivieren. Deze leem heeft minstens een jaar in aardewerken potten staan fermenteren, waardoor deze een zwarte kleur heeft gekregen. De modder wordt met stokjes, riet of soms een borsteltje op de stof aangebracht. De modder reageert met het fixeer in de stof. Als de modder opgedroogd is wordt de stof gewassen en in de zon gedroogd. Om de kleur donkerder te maken wordt dit proces meerdere malen herhaald, waardoor het ook mogelijk is om met meerdere kleurschakeringen te werken, van lichtbruin tot zwart.
Als de kleur uiteindelijk de gewenste diepte heeft bereikt wordt de lap gewassen in een vloeistof die gierstzemelen en pinda’s bevat, waardoor de kleur gefixeerd wordt en op de niet-geverfde delen het geel van de eerste fixeer verdwijnt en de oorspronkelijke naturelkleur van het katoen weer te zien is. Na vier tot zeven dagen is de lap dan klaar.
Soms wordt de leem aangebracht met een borsteltje.
Soms wordt de leem aangebracht met een borsteltje.
Decoratie
De decoratie van de bògòlanfini is niet zomaar versiering, maar heeft een betekenis. Het zijn abstracte of semi-abstracte afbeeldingen van alledaags voorwerpen of elementen uit de natuur. De populairste afbeeldingen symboliseren belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Bambara of het succes van helden.
Ook de richting van de patronen is geen toeval; voor vrouwen is het patroon horizontaal, omdat de bògòlanfini om het lichaam wordt gewikkeld, terwijl van de lap voor mannen een hemd wordt gemaakt en de stof verticaal wordt gedragen en het patroon daarop wordt aangepast. Jagers geloven dat de patronen doordrongen zijn van ‘nyama’ en deze de jager tijdens de jacht zullen beschermen. Nyama staat voor energie of levenskracht.
Een moderne toepassing van bògòlanfini.
Een moderne toepassing van bògòlanfini.
Textiel met toekomst
Terwijl veel textieltradities langzaam uitsterven, maakt de bògòlanfini sinds de onafhankelijkheid van Mali (1960) juist een gestage opmars door. Nationaal is kleding van bògòlanfini vaak te zien bij overheidsbijeenkomsten. De bògòlanfini wordt tegenwoordig gezien als typisch Malinees in plaats van alleen maar van de Bambara.
Internationaal is de bògòlanfini bekend geworden door de in Mali geboren mode-ontwerper Chris Seydou (Seydou Nourou Doumbia). Opgeleid in Kati (Mali) en Abidjan (Ivoorkust), vertrok hij in 1971 naar Parijs en werkte daar onder andere voor Yves Saint-Laurent. Terug in Abidjan (1981) ging hij van bògòlanfini westerse kleding, zoals jasjes en minirokken, maken en vermarktte hij die in de VS en Europa. Ook westerse couturiers, zoals Oscar de la Renta, gebruikten de bògòlanfini of in ieder geval de typische decoratie daarvan in hun mode.
Behalve in mode komen we de bògòlanfini tegenwoordig ook in westerse interieurs tegen, omdat de stof en vooral de decoratie zo typisch Afrikaans of ‘etnografisch’ op ons over komt. In Mali wordt een groot deel van de productie door toeristen gekocht of geëxporteerd. De bògòlanfini is daarmee een blijvertje.
Boeken over bògòlanfini
Bogolanfini Mud Cloth (met cd-rom) door Sam Hilu, isbn 978-0764321870
African Mud Cloth. The Bogolanfini Art Tradition of Gneli Traore of Mali door Pascal James Imperato

bogolanfini-bogolanfini-mud-cloth-schiffer-books-sam-hilu-irwin-hersey-9780764321870bogolanfini-african-mud-cloth-the-bogolanfini-art-tradition-of-gneli-traore-of-mali

 

Bògòlanfini - Smithsonian National Museum.
Bògòlanfini – Smithsonian National Museum.
Kussens bekleed met bògòlanfini.
Kussens bekleed met bògòlanfini.

Verschillende voorbeelden van bògòlanfini van de Coopérative de Femmes à Djenné (Franstalige video).

Bògòlanfini in Djenné, Mali.
Bògòlanfini in Djenné, Mali.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Vlisco: African Fashion on a Global Stage

Vlisco - Tentoonstellingsbeeld.

Stoffen uit Helmond bepalen de mode in een groot deel van Afrika

Momenteel vindt in het Philadelphia Museum of Art in de VS een tentoonstelling plaats over de stoffen van de beroemde Nederlandse producent Vlisco uit Helmond. Vlisco uit Helmond? Ja, alhoewel Vlisco in Nederland of Europa nauwelijks een markt heeft, kent iedereen in West- en Centraal-Afrika dit merk. Al tientallen jaren worden bij uitstek deze stoffen gebruikt om de sensationele Afrikaanse kleding te maken waar de kleuren vanaf spatten.

Voorbeelden van kleding door Afrikaanse ontwerpers, uitgevoerd in Vlisco-stoffen.
Voorbeelden van kleding door Afrikaanse ontwerpers, uitgevoerd in Vlisco-stoffen.
Vlisco, sinds 1846
Van oorsprong opgericht door een Duitse emigrant, nam in 1846 Pieter Fentener van Vlissingen de fabriek over en concentreerde zich op de export van katoenen, op batik geïnspireerde stoffen naar Nederlands-Indië. Afrikaanse KNIL-soldaten die terugkeerden naar hun vaderland namen wat lappen stof mee, die daar zeer in de smaak vielen. Doordat de koloniale overheid in Indië de lokale producenten beschermden, vond Vlisco in Afrika vanaf 1876 een belangrijke nieuwe exportmarkt en ging daarna snel, vaak in samenwerking met lokale handelaren, speciaal voor de Afrikaanse markt stoffen ontwerpen.
In oorsprong werd de katoenen stof met handstempels van een patroon voorzien. In 1906 kocht Vlisco een wasdrukmachine, waardoor de stoffen veel goedkoper gemaakt konden worden. De bedrukte patronen werden nog tot 1993 met handstempels nabewerkt, waardoor iedere lap stof een uniek karakter had. Na 1993 worden de stoffen geheel machinaal gemaakt. De naam ‘Vlisco’ werd overigens pas in 1970 ingevoerd en is een afkorting van Fentener van Vlissingen & Co. Sinds 2006 heeft Vlisco ook eigen winkels en produceert het ook mode en accessoires. De stoffen zijn internationaal bekend onder de noemer ‘Dutch wax fabrics’.
De Vlisco-stoffen passen zich aan de lokale smaak aan in de verschillende Afrikaanse landen.
De Vlisco-stoffen passen zich aan de lokale smaak aan in de verschillende Afrikaanse landen.
De rol van Vlisco in Afrika
Curator van de tentoonstelling Annette Y. Friedland vertelt: ‘De wasbedrukte stoffen zijn lang verbonden aan Centraal- en West-Afrika en hebben een verrassende geschiedenis die echt wereldwijd is. Veel van deze patronen vertellen verhalen en beelden die Afrika’s verleden weerspiegelen en de toekomst verbeelden. Voor deze speciale presentatie in Philadelphia herdenken we het grensoverschrijdende karakter van Vlisco door de klassieke ontwerpen van het bedrijf te laten zien, hoe deze klassiekers vernieuwd worden en nieuwe eigentijdse patronen gecreëerd worden. We laten tevens zien hoe de mode-ontwerpers in West-Afrika en andere delen van de wereld de Vlisco-stoffen tegenwoordig gebruiken.’
Het Happy Family-patroon.
Het Happy Family-patroon.
Wanneer een stof de fabriek verlaat wordt deze in het algemeen slechts aangeduid met een voorraadnummer. De vrouwen die er in handelen in de openluchtmarkten in Afrikaanse steden en hun klanten geven de patronen namen die geïnspireerd zijn door de actualiteit, politiek, religie en materiële cultuur. De tentoonstelling verkent de manieren waarop dergelijke patronen maatschappelijke betekenis verwerven, status en waarde krijgen en cultureel geassimileerd worden in de Afrikaanse samenleving, en onderzoekt hoe ontwerpen vele interpretaties kunnen hebben, afhankelijk van waar ze worden gebruikt.
Het Alfabet-patroon staat symbool voor onderwijs.
Het Alfabet-patroon staat symbool voor onderwijs.
Patronen met een betekenis
Onder de klassieke patronen vindt u onder andere het ‘Happy Family-ei-motief’, dat een beeld van een kip, omringd door haar kuikens en aanstaande kuikens (eieren), als verwijzingen op het belang van het gezin. Het ‘Gevallen Boom-patroon’ fungeert als een visuele vervanger voor een spreekwoord dat eenheid en kracht weergeeft in Ghana. Het ‘Alphabet-ontwerp’ symboliseert de waarde die Afrikanen leggen op onderwijs, en ‘Zwaluwen’, een symbool van geluk, verwijst naar de vergankelijkheid van rijkdom. Het klassieke Zwaluwen-patroon werd gedragen door stewardessen van Air Afrique in de jaren ’70. Het bijzondere patroon is geherinterpreteerd en staat nu symbool voor de globalisering.
Het Zwaluwen-patroon werd in de jaren 70 gebruikt door Air Afrique voor de kleding van het kabinepersoneel.
Het Zwaluwen-patroon werd in de jaren 70 gebruikt door Air Afrique voor de kleding van het kabinepersoneel.
Het ‘Oog-patroon’, een van de langstlopende Europese ontwerpen voor de Afrikaanse markt, verschijnt op de tentoonstelling in meerdere varianten en kleuren. Het oorspronkelijke ontwerp van 1904 door de Haarlemse Katoenmaatschappij werd geïnspireerd door de Egyptische god Horus, een symbool van bescherming, koninklijke macht en een goede gezondheid. Sommige van de oog-patronen waren bedoeld om in stilte de interesse in een huwelijkskandidaat te communiceren. In Nigeria wordt het originele patroon ‘ogen’ genoemd, in Ivoorkust heet het ‘Bull’s Eye’ genoemd en wordt gedragen door een vrouw die bij een man wil opvallen. In Ivoorkust drukt het klassieke ‘Jumping Horse-patroon’ rivaliteit tussen bijvrouwen uit. Igbo vrouwen in Nigeria gebruiken dit ontwerp om de eenheid van de familie uit te dragen tijdens de jaarlijkse vrouwenbijeenkomst.
Op de wanden is een deel van de ruim 4.000 ontwerpen die Vlisco voor de Afrikaanse markt heeft gemaakt te zien.
Op de wanden is een deel van de ruim 4.000 ontwerpen die Vlisco voor de Afrikaanse markt heeft gemaakt te zien.
Geliefd bij Afrikaanse mode-ontwerpers
Weergegeven op modepoppen in het centrum van de galerie is een installatie van hedendaagse ontwerpen die met behulp van de Vlisco-stoffen zijn gemaakt door Afrikaanse, diaspora en andere internationale ontwerpers. Een van Nigeria’s meest vooraanstaande modeontwerpers, Lanre da Silva Ajayi, die bekend staat om haar ultra-vrouwelijke ontwerpen en elegante gebruik van prints, heeft samengewerkt met Vlisco bij tal van projecten, waaronder een galajurk die te zien is in de tentoonstelling. Dit ensemble van de ontwerpster wordt gemaakt in een beperkte oplage met een glinsterende gouden opdruk en versierd met de voor de ontwerpster kenmerkende kralen en pailletten. Eigenaar en creatief directeur Araba Stephens Akompi van het Ghanese modehuis Stylista heeft patronen met een Spaanse waaier herleid tot een flamenco-stijl jurk met een typisch Afrikaanse twist. Stylista ziet deze gala-jurk als een evolutie van de traditionele Ghanese blouse met bijpassende rok.
Ontwerpen van Inge van Lierop.
Ontwerpen van Inge van Lierop.
Nederlandse mode-ontwerpen voor Afrika
De tentoonstelling toont ensembles door chef-modeontwerpster van Vlisco’s 2008-2016 collecties Inge van Lierop, die verantwoordelijk is voor het vertalen van elke seizoensgebonden concept in stijlvolle ensembles, gebruikt voor marketingdoeleinden. Een strapless, tweedelige trouwjurk, gemaakt van twee kleurencombinaties van hetzelfde patroon, is versierd met kralen, zoals de sluier, die werd geborduurd in India. Een opnieuw vormgegeven mini-jurk, gemaakt in de late jaren ’60-stijl, is een eerbetoon aan die tijd, toen het ontwerp voor het eerst populair werd. Het klassieke ‘Angelina-patroon’, geassocieerd met de dashiki – een losse tuniek, gedragen door mannen en vrouwen – werd bijgewerkt en gekleurd in lichtgevende pastels voor een meer eigentijdse uitstraling.
Deze tentoonstelling in het Perelman Building van het museum is er één uit een serie van vijf, gewijd aan de cultuur van het Afrikaanse continent. Philadelphia is wat ver weg, maar de aandacht aan deze bijzondere stoffen van Nederlandse komaf in de Verenigde Staten is het vermelden waard en de stoffen en ontwerpen zijn een feest om naar te kijken.
Allemaal tassen als patroon.
Allemaal tassen als patroon.
Openingstijden
Dinsdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur
Locatie
Het Philadelphia Museum of Art heeft verschillende gebouwen; deze tentoonstelling vindt plaats in de Joan Spain Gallery, eerste etage, Perelman Building.
Toch al kleurrijk wordt de combinatie van meerdere stoffen in één kledingstuk bijna 'over the top'.
Toch al kleurrijk wordt de combinatie van meerdere stoffen in één kledingstuk bijna ‘over the top’.
Behalve dat de stoffen heel kleurrijk zijn, bevatten ze soms details die je pas bij een tweede blik ziet.
Behalve dat de stoffen heel kleurrijk zijn, bevatten ze soms details die je pas bij een tweede blik ziet.
Afbeeldingen van naaimachines op de stof.
Afbeeldingen van naaimachines op de stof.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather