Vertaallijst breitermen Engels – Nederlands

Er zijn helaas niet meer zoveel goede Nederlandstalige boeken over breien, terwijl er heel veel keuze is in Engelstalige (Engelse, Amerikaanse, Australische) breiboeken. Ook wanneer u goed Engels spreekt kunnen de ‘vaktermen’ in deze boeken of op het internet even voor problemen zorgen. Met deze woordenlijst zult u zich het jargon snel eigen maken en hebben die Engelstalige breibeschrijvingen geen geheimen meer voor u.

Engels
Nederlands
1′
1 foot, 30,48 cm
1″
1 inch, 2,54 cm
Alternate
afwisselen, elke tweede naald
Alternately
afwisselend
Approximately
ongeveer
Armhole
armsgat
Back
rugpand
Background colour
achtergrondkleur
Beginning
begin met
Bobble
nop
Border
rand (ingebreid)
Button
knoop
Buttonhole
knoopsgat
Cable
kabel
Cable Needle
kabelnaald
Cardigan
vest
Cast off
afkanten
Cast on
opzetten
Chart
teltekening
Circular needle
rondbreinaald
Circular knitting
rondbreien
Colour
kleur
Continue
verdergaan
Cross
kruisen
Cuff
mouwboord, manchet
Decrease
minderen
Description
beschrijving
Double pointed needles
naalden zonder knop
Drop a stitch
een steek laten vallen
Edge
kant, rand
Edge stitch
kantsteek
Finishing
afwerken
Following
volgende
Front
voorpand
G
gram
Garter stitch
ribbelsteek
Gauge
stekenproef
Gusset
inzetdeel
Hem
zoom
Inch
inch, 2,54 cm
Increase
meerderen
1 knit
1 recht
Knit 2 stitches together
2 st recht samenbreien
Knit into back
gedraaid recht breien
Knit up
rechtbreiend opnemen
Knit
recht (i.p.v. averecht)
Leave remaining stitches
resterende steken bewaren
Loop
lus
Make 1
1 steek meerderen
Making up
afwerken
Measurements
afmetingen
Moss Stitch
gerstekorrelsteek
Neck
nek, hals
Needles
naalden
Next row
volgende toer
Pass slip stitch over
overhalen
Pattern
patroon
1 purl
1 averecht
Purl into back
gedraaid averechts breien
Purl
averechtse steek
Remaining
resterend
Repeat
herhalen
Rib
boordsteek
Right side
goede kant van het werk
Right side row
rechte toer
Row
toer
Rows
naalden, toeren (als aantal in breiwerk)
Seam
naad
Sew
naaien, stikken
Shape
vorm
Shoulder
schouder
Size
maat
Sleeve
mouw
Slip
afhalen
Stitch
steek
Stitch holder
stekenhouder
Stocking Stitch
tricotsteek
Tension
stekenproef
Through back of loop
achter insteken
Through
door, doorheen
Time
maal, keer
Together
samen
Turn
omkeren
Twist stitches
steken kruisen
Wrap
omslag
Wrong side
verkeerde kant van het werk
Wrong side row
averechte toer
Yarn
garen
Yarn forward
draad voor het werk
Yarn back
draad achter het werk
Afkortingen
Engels
Nederlands
k
r – recht
m 1 k
m 1 r – meerder 1 steek recht
p
av – averecht
rs
gk – goede kant van het werk
st(s)
st(n) – steken
sl
afh – afgehaalde steek van de linker naar de rechter naald
tbl
ai – achter insteken
tog
sm – samen
wrap st
omsl – omslaan
ws
vk – verkeerde kant van het werk
Ontbreken er nog breitermen of hebt u tips en adviezen over het werken met Engelstalige breibeschrijvingen? Geef dan een reactie op dit artikel en laat anderen van uw kennis profiteren.

 


Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Hoe de Amish geïnspireerd werden door de Welsh quilts

De Amish quilts zijn een van de bekendste quiltsoorten. Dat is opvallend, want de Amish hadden geen quilttraditie voordat zij zich in Amerika vestigden. De quilts uit Wales, die wellicht minder bekend zijn, maar een veel oudere oorsprong hebben, tonen opvallende overeenkomsten met die van de Amish. Het is zeer aannemelijk dat de immigranten uit Wales de Amish hebben geïnspireerd in hun quilttechniek. Overigens is er sprake van een wederzijdse inspiratie; de Welsh hebben in de 19de eeuw op hun beurt elementen van de Amish quilttraditie overgenomen.

De Amish
Quiltende Amish vrouw De Amish is een protestantse geloofsgemeenschap van volgelingen van Zwitserse en Zuid-Duitse oorsprong, die in het begin van de 18de eeuw naar de staat Pennsylvania zijn geëmigreerd. Ze hebben een traditionele leefwijze, waarin godsdienst, pacifisme, een hecht gezin, een eenvoudige leefwijze en afwijzing van moderne invloeden centraal staan. Ze spreken onderling een Hoogduits dialect, het ‘Pennsilfaani-Deitsch’, ze leven in agrarische gemeenschappen en dragen traditionele Duitse boerenkleding.
Rond 1870 begonnen de Amish quilts te maken, daarvoor werden quilts als ‘te modern’ en ‘te werelds’ beschouwd. In de eerste jaren waren de quilts van één – donkere – kleur stof gemaakt. In de jaren daarna werden er ook andere kleuren in een quilt toegelaten. In veel gevallen werd er binnen de Amish gemeenschap overlegd welke kleuren aanvaardbaar waren. Hoe zijn de Amish echter met het quilten in contact gekomen? Hier komen de Welsh (de inwoners van Wales) in het verhaal.
Emigratie uit Wales
PennsylvaniaWales is een van oorsprong tamelijk arm en geïsoleerd deel van Groot-Brittannië. De industriële revolutie in de tweede helft van de 18de eeuw veranderde dit. De vondst van minerale grondstoffen en de industrieën die daaromheen ontstonden zorgden ervoor dat Wales via spoorwegen werd verbonden met Engeland, waaronder de havensteden Liverpool en Bristol. De behoefte aan ervaren arbeiders in Amerika trok veel immigranten uit Wales aan, maar aangezien er in Wales zelf ook voldoende werk was, keerden velen later terug. Veel Welsh vestigden zich in Amerika in de staat Pennsylvania.
Welsh quiltAlhoewel de oudst bekende quilt in Wales stamt uit de 18de eeuw, wordt algemeen aangenomen dat het maken van quilts in Wales een veel oudere traditie is. Quilts werden echter in die tijd niet voor de sier gemaakt, maar waren echte gebruiksvoorwerpen; de quilts van toen waren eenvoudigweg versleten voordat ze ooit de interesse van verzamelaars konden wekken. Met name de wollen quilts eindigden hun leven in Wales nogal eens als paardendeken!
Het is wel zeker dat de Welsh de traditie van het quilten mee naar Amerika namen en het kan geen toeval zijn dat de Amish begonnen met quilten toen veel Welsh zich juist in dezelfde tijd in Pennsylvania vestigden.
Welsh Quilts
Alhoewel er veel tijdsgebonden, regionale en persoonlijke invloeden zijn, kun je over het algemeen stellen dat de Welsh quilt uitblinkt in de complexe en gedetailleerde stikselpatronen, terwijl er voor het patchwork minder aandacht is. In Wales wordt het patchwork als minder belangrijk beschouwd dan het quilten. Men onderscheidt drie soorten Welsh quilts:
Wollen quilts
Quiltpatroon 'Welsh heart'Alhoewel verzamelaars tegenwoordig belangstelling hebben in alle Welsh quilts, is die voor de wollen quilts, die worden beschouwd als de meest oorspronkelijke Welsh quilts, het grootste. Deze quilts zijn vaak geheel een product van huisnijverheid, gemaakt van zelfgeweven wollen flannel en gevuld met schapenwol die aan heggen op het land was blijven hangen. Het is ook in deze quilts dat de overeenkomst tussen de Welsh en de Amish ontwerpen het opvallendst zijn. Zo zijn er veel Welsh quilts te vinden waarin een typisch Amerikaans blokpatroon is gebruikt, ongetwijfeld onder invloed van terugkerende emigranten.
Katoenen quilts en quilts van diverse stoffen
Rond 1840 ontstond de productie van machinaal geprinte katoen in Engeland, die ook naar Wales werd geëxporteerd. De productie van quilts nam daarna in Wales toe. De medaillon- of frame-quilt wordt het meest geassocieerd met Welsh patchwork. Toch bepalen de quiltpatronen de identiteit van een Welsh quilt (de stoffen waren immers Engels).

Welsh quilt uit circa 1900

Quilts van één stof
Vanaf 1880 kwamen effen, gesatineerde katoenen stoffen in de mode voor het maken van quilts in Wales. Door de glans van deze stof kwamen de quiltpatronen beter uit dan op enig ander soort stof.
Opbloei van de productie
In 1928 werd de Rural Industries Board (Lokale Nijverheidsraad) opgericht ter bevordering van de nijverheid in gebieden die getroffen waren door de economische crisis. Deze ontwikkeling is van doorslaggevende invloed geweest op de productie en kwaliteit van de Welsh quilt. Deze Raad benaderde zoveel mogelijk ervaren quiltsters en vroeg hen nieuwe quiltsters te vinden en/of hen op te leiden. De doelstelling was om een hoge kwaliteit quilt te maken om als luxe artikel te verkopen in meer welvarende gebieden.
Dat veranderde de motivatie om een quilt te maken geheel: in plaats van een eenvoudig huishoudelijk gebruiksartikel werd de quilt nu een decoratief product, gewaardeerd om zijn esthetische schoonheid. De artistieke kwaliteit van de Welsh quilt steeg hierdoor aanzienlijk. Bovendien werd het maken van quilts nu een manier om het gezinsinkomen te vergroten, wat zeer welkom was in deze moeilijke jaren. De productie van quilts in Wales steeg hierdoor enorm en de Welsh quilt kreeg in veel ruimere kring bekendheid.
Hedendaagse Welsh quiltGedurende de oorlogsjaren dienden veel Britse mannen in het leger en kregen vrouwen een groter aandeel in de industriële productie van de oorlogseconomie. Er was daardoor geen tijd meer om quilts te maken. Ook na de oorlog namen slechts weinig vrouwen het quilten weer ter hand. Pas eind jaren 60, toen Laura Ashley de eerste stoffenfabriek in Wales opende, bloeide het quilten weer op door het stijgend aanbod van geschikte stoffen, mede dankzij de persoonlijke belangstelling voor quilten en patchwork van Laura Ashley.
De hoge kwaliteit van de Welsh quilt werd veroorzaakt doordat quilten in Wales een professie was en niet, zoals in Noord-Amerika, een hobby en sociale bezigheid. De quilts die verkocht werden, werden gewaardeerd om hun artistieke kwaliteiten en werden zorgvuldig behandeld, waardoor ze de tand des tijds goed doorstonden, dit in tegenstelling tot oude Welsh quilts, die gebruikt werden en daardoor geleidelijk versleten.
Het maken van een Welsh quilt
Welsh quiltpatroonTraditioneel gebruikten Welsh quiltsters een rechthoekig houten frame. De basisvorm van de quilt was vaak een rechthoek met een medaillon in het centrum van een rechthoekig middendeel, omgeven met twee randen van verschillende breedte en vierkanten op de hoeken daarvan. Daarna werden, meestal met kleermakerskrijt, de ontwerpen afgetekend op de stof. Voor cirkels werden vaak eenvoudige huishoudelijke objecten, zoals borden, gebruikt. Voor meer complexe patronen werden mallen gemaakt.
Welsh quiltpatroon uit 1809U zou wellicht verwachten dat bij deze professionele productie men zich het niet al te moeilijk maakte met complexe patronen en meer oog hadden voor een hoge productie, maar veel quiltsters waren trots op hun vaardigheid en ontwikkelden hun eigen, persoonlijke stijl. Over het algemeen kopieerde men geen patronen van anderen, tenzij deze binnen de familiekring of aan leerlingen werden doorgegeven.
Het ontwerp van een Welsh quilt typeert zich door de bijzondere combinatie van een georganiseerde structuur en de nodige improvisatie. Men werkte meestal van rechts naar links over de volle lengte van de quilt en had er geen moeite mee om het patroon aan het eind zo te manipuleren dat men toch goed uitkwam. Ondanks de professionele achtergrond maakte men zich niet al te veel zorgen over fouten in het ontwerp, wat het plezier van het maken van deze fraaie quilts zeker ten goede kwam.
Meer informatie
Typisch Welsh patroon: de Welsh fanWebsites
Amish Retail http://www.amishretail.com/amishquilts.html
The Welsh Quilt Centre http://www.welshquilts.com/
Boeken
Making Welsh Quilts, Mary Jenkins en Clare Claridge, Krause Publications
Welsh Quilts, Jen Jones, Towy Publishing
Musea
Museum of Welsh Live, Cardiff
The Quilt Association, Powys
The Quilters’ Guild, Halifax, West Yorkshire

 


Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

De rijkdom aan traditionele borduurstijlen in Marokko

Terwijl het meeste oorspronkelijke borduurwerk in veel landen van het platteland komt, is borduren in Marokko een stedelijke aangelegenheid. En wellicht denkt u bij mooi, traditioneel borduurwerk aan de Balkan, India of China, u zult versteld staan van de verfijndheid en rijkdom van het Marokkaanse borduren. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt in zeven verschillende stijlen, genoemd naar de steden waar deze beoefend werden. Werden, want terwijl een eeuw geleden in bijvoorbeeld Fez nog meer dan 2000 borduurateliers bestonden, is het traditionele Marokkaanse borduren zo goed als verdwenen.

Culturele oorsprong
Marokkaans-joodse trouwjurkDe oorsprong van het Marokkaanse borduurwerk gaat waarschijnlijk terug tot de achtste eeuw en is beïnvloed door twee culturele stromingen: enerzijds de verfijndere Spaans-Moorse invloed uit Andalusië (Spanje en Marokko waren bijna duizend jaar cultureel nauw met elkaar verbonden) en anderzijds de eenvoudiger en meer oorspronkelijke cultuur van de inheemse stammen in Noord-Afrika, zoals de Berbers. Gedurende de eeuwen ontwikkelde de Spaans-Moorse stijl tot de ‘officiële’ Marokkaanse kunst, maar wel sterk beïnvloed door de volkskunst van de Berber-stammen. Deze Marokkaanse kunst is duidelijk een Arabisch / Islamitische kunst, met een sterke voorkeur voor florale en geometrische motieven. Gedurende de eeuwen is de borduurkunst daarnaast mede beïnvloed door joodse vluchtelingen uit Spanje en Turkse en Kaukasische vrouwen die in Marokkaanse harems waren beland.
Borduren van jongs af aan
Marokkaans meisje bezig aan een borduurwerk in de stijl van AzemmourHet borduren werd traditioneel uitgevoerd door vrouwen uit de hogere en middenklasse in de Marokkaanse steden. Van zeer jong af leerden meisjes borduren en werkten vaak jarenlang aan hun uitzet. Denkt u daarbij aan beddengoed, gordijnen, kussens en kleding. Met borduren onderscheidde je je maatschappelijk; vrouwen uit de hogere klasse versierden hun kleding met rijk borduurwerk en decoreerden hun huis met prachtig versierde kussen en gordijnen. Sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 is de westerse invloed in interieur en kleding echter steeds groter geworden en het traditionele borduurwerk geleidelijk zo goed als verdwenen.
Meisjes leerden het borduren niet van hun moeder, zoals elders vaak het geval was, maar bij een ma’allemat, een ervaren borduurkunstenares. Deze ma’allemat bezochten de rijkere meisjes thuis om les te geven, terwijl meisjes uit de lagere klassen les kregen in de ateliers. Het onderwijs in borduren was vaak gratis, maar een deel van de werkstukken werd eigendom van de ma’allemat, die ze doorverkocht.
Techniek en materiaal
Alhoewel de kruissteek sporadisch in delen van een borduurwerk voorkomt, bestaat het meeste Marokkaanse borduurwerk uit een oneindige hoeveelheid hele fijne platsteekjes en soms rijgsteekjes. Meestal werd er geborduurd met zuiver zijde. Aangezien de waarde van borduurwerk vaak werd bepaald door het gewicht aan zijde, werd er soms zelfs met vier draden tegelijk geborduurd. De zijde was meestal afkomstig uit India of Europa en werd ter plaatse door gespecialiseerde ateliers geverfd met natuurlijke grondstoffen. Kleuren op aniline-basis werden minder gebruikt, omdat deze sneller verbleekten bij wassen of blootstelling aan zonlicht.
Detail van een borduurwerk in de stijl van FezMeestal werd uit Europa geïmporteerde katoenen stof gebruikt, vaak ook linnen en een enkele keer zijde. Gewoonlijk werd het patroon globaal direct op de stof geschetst, waarna de vlakken werden ingevuld met geometrische patronen in hele kleine platsteekjes. Dit laatste werd uit het hoofd gedaan, dus zonder teltekeningen of iets dergelijks; de decoratie ontstond geleidelijk door de steekjes uit te tellen over twee tot vier weefseldraden. Wanneer u de foto’s bekijkt begrijpt u wel wat een ongelooflijke prestatie dat was.
Het werkstuk werd in de regel aan drie kanten vastgezet op een kussen; vanaf de vierde kant werd het werk tijdens het borduren opgelicht. Alleen in Fez gebruikte men een borduurframe. Tegenwoordig ziet men ook wel dat een borduurring wordt gebruikt.
Regionale kenmerken
Wie de borduurkunst van Marokko bestudeert, maakt als het ware een reis langs de Marokkaanse steden, welke alle hun zeer specifieke, eigen borduurstijl hebben. In totaal onderscheiden we zeven duidelijk verschillende borduurstijlen, die we hieronder zullen toelichten.

Kaart van Marokko

Tétouan
Tetouan - joods gewaadDeze plaats werd gesticht in het begin van de 14de eeuw. Na de val van het koninkrijk Granada in 1492 verplaatste de Spaans-Moorse cultuur zich vooral naar Tétouan, waardoor het de bijnaam van ‘Granada’s dochter’ kreeg. Deze cultuur werd later sterk beïnvloed door joodse en Turkse immigranten. De Andalusische vluchtelingen handhaafden in hun borduurwerk de Spaans-Moorse tradities, welke zelf weer van Koptische en Oriëntaalse komaf was. Een kleine gemeenschap van vluchtelingen uit Algiers bracht een Turks geïnspireerd borduurwerk met zich mee, die het borduurwerk van Tétouan eveneens heeft beïnvloed.
Kussenhoes uit TetouaneIn Tétouan werd over het algemeen op fijnere stoffen geborduurd dan elders in Marokko, zoals fijn geweven linnen en zijde. Deze stoffen waren meestal ivoor- of zandkleurig, soms zacht- of goudgeel. Dit borduurwerk is vrolijk en veelkleurig, waarbij de grotere designs in fellere kleuren wordt uitgevoerd en de secondaire elementen in zachtere tinten. Een uniek werkstuk voor Tétouan-borduurwerk is de tenchifa, een doek dat over een spiegel werd gehangen gedurende de wittebroodsweken, om het kwade oog af te weren.
Chechaouen
Borduurwerk uit Chechaouen: AridDit plaatsje, dat in 1471 gesticht werd, is van het begin af een toevluchtsoord van Andalusiërs geweest. Dit is duidelijk te zien in de middeleeuwse kasba, de huizen en een wijk met de naam Rif-el-Andalous. De laatste instroom van vluchtelingen uit Andalusië vond begin 17de eeuw plaats en bestond uit Spaanse moslims en joden. De invloed is overduidelijk wanneer men Spaans-Moors borduurwerk in de musea van Madrid en Barcelona vergelijkt met dat uit Chechaouen.
Borduurwerk uit Chechaouen werd met name gebruikt voor de decoratie van interieurstoffen. Een veelvoorkomend stuk is een soort loper voor op een kastje, met een symmetrisch patroon. Meestal werd er naturel of gebleekt linnen gebruikt, later meer katoen. Dit borduurwerk doet aan tapisserie denken; de stof is geheel met vierkante vlakjes zijde bedekt. Het kleurengamma van de borduurzijde is beperkt tot groen, blauw, geel en rood. Soms vinden we stukken waar gouddraad in is verwerkt; dit was het monopolie van de joodse bevolking van Chechaouen.

Marokko: stadsgezicht Fez

Fez
Borduurwerk van Fez uit de 19de eeuwDeze van oorsprong door hoofdzakelijk Berbers bewoonde stad, gesticht in het jaar 809, kreeg in de negende en tiende eeuw een grote toeloop van vluchtelingen uit Andalusië en Tunesië. De stad beleefde een grote bloei in de dertiende eeuw, die vele handelaren, kunstenaars en wetenschappers uit de wijde regio aantrok. Daarnaast had Fez de grootste joodse gemeenschap van Noord-Afrika, die harmonieus samenleefde met de islamitische bevolking.
Jonge vrouw in Fez bezig met borduurwerk op een borduurringDe meest voorkomende vorm van Fez -borduursel wordt terz del ghorza (puntsteek) genoemd, gebaseerd op een verticale, horizontale en diagonale rijgsteek, maar daarnaast komen ook andere steken voor. Fez borduurwerk wordt altijd uitgevoerd in één kleur zijde, meestal zwart, bruin of rood. Het werk wordt uitgevoerd op een laag borduurframe op ivoorkleurige of ongebleekte fijne katoen of linnen. Het is aftelbaar borduurwerk dat niet omkeerbaar is. Het borduurwerk wordt gebruikt om allerlei huishoudelijk linnen te decoreren: spreien, tafelkleden, kussens, gordijnen en kleding. Het borduursel is ongelooflijk gedetailleerd en de vervaardiging van een enkel stuk duurde soms jaren.

Borduurwerk uit Fez

Meknès
De plaats Meknès is meer dan duizend jaar oud en genoemd naar de Berberstam Meknassis. In het midden van de 14de eeuw vestigden zich een aantal Andalusische families zich in Meknès, voornamelijk afkomstig uit Cordoba en Sevilla . Zij hadden een belangrijke invloed op de handel en kunst in Meknès, onder andere op het gebied van mozaïek, houtbewerking en natuurlijk het borduurwerk.
Borduurwerk uit MeknesBorduurwerk uit Meknès is technisch en uiterlijk vergelijkbaar met dat van Salé en Fez, de dichtstbijzijnde andere plaatsen. Terz meknassi (onomkeerbaar aftelbaar borduurwerk) wordt gemaakt met een groot aantal kleuren: rood, geel, oranje, groen, bruin, zwart en soms blauw. Het wordt geborduurd op een uiterst fijne, roomkleurige mousseline. Echt aftelbaar borduurwerk op zulke fijne stof is niet mogelijk, dus de borduurster zal het moeten hebben van esthetisch inzicht en precisie. Opvallend is de invulling van grote vlakken met een ontelbaar aantal kleine stipjes in verschillende kleuren en regelmatige patronen.
Rabat
De hoofdstad van Marokko, Rabat, heeft in haar lange geschiedenis tijden van enorme rijkdom gekend, afgewisseld met betrekkelijke onbetekenendheid. In de 17de eeuw moedigde sultan Mulay Zaydan de als moedig en vechtlustig bekend staande Hornacheros uit de Spaanse provincie Badajos aan om zich in Rabat te vestigen. Zij verklaarden zich echter spoedig zelfstandig en werden de belangrijkste bevolkingsgroep in Rabat. Dit verklaart waarom de borduursters van deze stad hun techniek en inspiratie ontleenden aan hun Moorse voorouders en de Spaanse renaissance.

Borduurwerk uit Rabat: detail van een trouwgordijn

Het borduurwerk van Rabat valt in twee groepen te onderscheiden. Enerzijds het monochrome borduurwerk, uitgevoerd in een robuuste kleur, zoals rood, donkerblauw en geel, anderzijds de soort die uitgevoerd is in vele, contrasterende kleuren. Als ondergrond werd gebruikgemaakt van katoen of een witte of écrukleurige mousseline en soms op zijde. Waar bij het hele oude borduurwerk uit Rabat uit de decoraties nog vaag een sterk gestileerde, menselijke vorm is af te leiden, is het latere borduurwerk puur op plantaardige motieven gebaseerd. De meest gebruikte steek is de satijnsteek.

Groot borduurwerk uit Rabat

Salé
Borduurwerk uit SaléGesticht in de 12de eeuw en gelegen tegenover Rabat aan de monding van de Bou Regreg rivier, onderhield Salé nauwe handelscontacten met Venetië, Genua, Engeland en Nederland. De rijkdom van deze stad groeide verder met de komst van vluchtelingen uit Spanje in de 17de eeuw. De geschiedenis van de stad is terug te vinden in de diverse invloeden op het Salé borduurwerk.
Alhoewel het kleurgebruik in Salé borduurwerk overeenkomsten vertoont met dat van het nabijgelegen Rabat, is de techniek veel meer beïnvloed door dat van Chechaouen, met het gebruik van de rijgsteek, bouclé en kruissteek. Deurgordijnen werden in bouclé geborduurd, zodat het ontwerp aan beide zijden te zien was, terwijl op bijvoorbeeld kussens onomkeerbare technieken werden gebruikt. Ook in Salé vinden we zowel monochrome als veelkleurige motieven, maar dan in geometrische patronen, zoals vierkanten, diamanten, drie- en zeshoeken.
Azemmour
Van deze plaats aan de monding van een van Marokko’s grootste rivieren valt de oorsprong niet meer te traceren, maar het is waarschijnlijk dat Azemmour al in de tijd van Carthago bestond. Deze plaats heeft enige tijd nauwe banden met Portugal onderhouden en er heeft lange tijd een rijke, joodse gemeenschap bestaan, die inmiddels verdwenen is, maar die wel belangrijke invloed heeft gehad op het borduurwerk van Azemmour.

Borduurwerk uit Azemmour

Het borduurwerk van Azemmour is wezenlijk anders dan al het andere wat in Marokko wordt aangetroffen. Er werd gebruik gemaakt van stroken écru linnen, tussen de 10 en 50 cm breed en gebruikt als wanddecoratie en voor de afwerking van gordijnen en matrassen. Traditioneel werd het gemaakt door joodse vrouwen in rode en donkerblauwe zijde. De ondergrond is geheel bedekt met borduursel, zodat het eigenlijke patroon wordt gevormd door de niet geborduurde delen van de stof. Zeer ongebruikelijk voor Marokkaans en islamitische kunst zijn de figuratieve ontwerpen, zoals vogels en andere dieren. Deze uitgespaarde patronen worden dan omlijnd met zwart. In sommige opzichten doet het denken aan 16de eeuws borduurwerk uit Spanje en Italië.
Neergang en wedergeboorte
Marokkaanse geborduurde sandalenTerwijl borduurwerk vroeger een overheersend onderdeel van het Marokkaanse interieur was, is de laatste decennia de smaak dusdanig veranderd en verwesterd, dat men nog maar zelden een stuk borduurwerk in een Marokkaans huis zal tegenkomen. Ditzelfde geldt natuurlijk voor kleding; de rijk geborduurde traditionele kleding, met name van de rijkere bevolkingslaag, bestaat zo goed als niet meer. Daarnaast is het tijdrovende met de hand borduren ook nog eens vervangen door de borduurmachine.
Veel antiek borduurwerk heeft zijn weg gevonden naar Europese en Amerikaanse verzamelaars, zodat het in Marokko zeldzaam is geworden. Het goede nieuws is dat de belangstelling van verzamelaars en toeristen het vervaardigen van traditioneel Marokkaans borduurwerk weer commercieel interessant heeft gemaakt. Voor deze groep wordt in kleine ateliers tegenwoordig weer fraai, traditioneel borduurwerk gemaakt, maar de tijden dat in Fez meer dan 2000 borduurateliers floreerden zullen niet meer terugkeren.
Meer informatie
Boeken
Moroccan Textile Embroidery door Isabelle Denamur
Les Broderies Marocaines door Jean-Pierre Bernes
Broderies Marocaines door Marie-france Vivier
The Fabric of Moroccan Life door Niloo Imami Paydar

Internet
Boutique Majid, met veel afbeeldingen van antiek Marokkaans borduurwerk.

Groot borduurwerk in de stijl van Chechaouen

Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

De bijzondere naaldkunst van Jane Hall

 

Van jongs af aan was Jane Hall graag in de vrije natuur, waar ze oog had voor alles wat leefde – plant en dier – en haar fantasie de vrije loop liet. Tijdens haar studie aan het Loughborough College of Art and Design moedigde haar begeleidster haar aan haar liefde voor de natuur te combineren met een intuïtief gebruik van materiaal en verwerking, zonder zich daarbij te binden aan één specifieke handwerktechniek. Je zou de naaldkunst van Jane Hall borduurwerk kunnen noemen, maar bij nadere beschouwing ervan blijkt het toch een combinatie van veel meer technieken.

De textielkunstenares werkt full-time aan haar naaldkunstwerken, weergaven van stukjes natuur. Ze houdt tentoonstellingen, maar haar werkstukken zijn ook te vinden in openbare en particuliere collecties. Daarnaast geeft ze presentaties over haar werk. Dat is de openbare kant van Jane Hall, maar in dit artikel willen we ‘een kijkje in de keuken’ bieden.
Jane Hall in de vrije natuurHaar atelier is een bijzonder schilderachtige plek: je vindt er letterbakken vol met schelpen, vlinders, steentjes, blaadjes en veren, in de vensterbank liggen bossen takjes, elders staan manden vol met stoffen, de kleuren bij elkaar passend gesorteerd. In een cederhouten kistje vinden we haar gereedschap: naalden en spelden, verschillende scharen, klosjes, een bundeltje gouddraad. Meer ligt her-en-der verspreid, o.a. op haar werktafel voor het raam (profiterend van het heldere daglicht en het uitzicht op de tuin).
Haar atelier is de plek waar haar werkstukken gecreëerd worden, maar de vrije natuur, die eigenlijk al buiten in de tuin begint, is haar inspiratiebron. Wanneer ze op ‘veldonderzoek’ gaat heeft ze haar rugzak gepakt met een schetsboek, potloden, een fototoestel met statief en macrolens; van alles om haar indruk vast te leggen voor later.
Materialen en gereedschap
Thuisgekomen zoekt ze de geschikte materialen uit. Jane Hall heeft een voorliefde voor zijde; het is een natuurlijk materiaal dat goed past bij de onderwerpen die ze wil uitbeelden. Hele lichte soorten, zoals habotai, chiffon en organza voor bloemen en blaadjes, of zijden satijn voor meer glanzende effecten, bijvoorbeeld bij de bloemen van sneeuwklokjes. Geverfde stoffen worden gebruikt om alle kleurvariëteiten weer te geven zoals je die in de natuur tegenkomt.
Ook als garen geeft ze de voorkeur aan zijde; gesplitst in heel fijne draadjes voor de fijnste details of zwaarder garen wanneer een natuurlijke weergave daarom vraagt. Daarnaast gebruikt ze mooie, oude gouddraad uit Frankrijk en draad Jane Hall - 'Herfstreflectie'van puur goud uit Japan, maar ook synthetische garens met een hoge glans. Metaaldraad wordt gebruikt wanneer stevigheid vereist is, soms omwonden met fijn zijdelint, bijvoorbeeld om de pootjes van insecten na te bootsen. Ook kralen, zaadjes, stukjes schelp of veren worden gebruikt.
Afhankelijk van de grootte van haar werkstuk gebruikt ze een borduurring of een frame met vloerstatief als ondersteuning van haar werk. Hele fijne en vlijmscherpe schaartjes zijn noodzakelijk voor het knippen van de fijne details van haar werk, maar ze gebruikt ook wel eens een kaars om een laatste, overgebleven stukje stof weg te smelten. Verder gebruikt ze handgemaakte naalden met platte ogen, zodat de fijne stoffen niet beschadigd raken.
Werkstukken
Haar werkstukken zijn geïnspireerd door de natuur, zowel het bos, het open veld of iets wat ze aan het strand of aan de waterkant heeft gezien. Een bosje bloemen, een vlinder, kever of libelle, een stuk boombast met een motje dat er op uitrust, herfstige bladeren; de inspiratie die de natuur biedt is eindeloos en kan allemaal in textiel worden v
De textielkunstenares werkt full-time aan haar naaldkunstwerken, weergaven van stukjes natuur. Ze houdt tentoonstellingen, maar haar werkstukken zijn ook te vinden in openbare en particuliere collecties. Daarnaast geeft ze presentaties over haar werk. Dat is de openbare kant van Jane Hall, maar in dit artikel willen we ‘een kijkje in de keuken’ bieden.
Haar atelier is een bijzonder schilderachtige plek: je vindt er letterbakken vol met schelpen, vlinders, steentjes, blaadjes en veren, in de vensterbank liggen bossen takjes, elders staan manden vol met stoffen, de kleuren bij elkaar passend gesorteerd. In een cederhouten kistje vinden we haar gereedschap: naalden en spelden, verschillende scharen, klosjes, een bundeltje gouddraad. Meer ligt her-en-der verspreid, o.a. op haar werktafel voor het raam (profiterend van het heldere daglicht en het uitzicht op de tuin).
Haar atelier is de plek waar haar werkstukken gecreëerd worden, maar de vrije natuur, die eigenlijk al buiten in de tuin begint, is haar inspiratiebron. Wanneer ze op ‘veldonderzoek’ gaat heeft ze haar rugzak gepakt met een schetsboek, potloden, een fototoestel met statief en macrolens; van alles om haar indruk vast te leggen voor later.
Materialen en gereedschap
Jane Hall - achtergrond van geverfde stofThuisgekomen zoekt ze de geschikte materialen uit. Jane Hall heeft een voorliefde voor zijde; het is een natuurlijk materiaal dat goed past bij de onderwerpen die ze wil uitbeelden. Hele lichte soorten, zoals habotai, chiffon en organza voor bloemen en blaadjes, of zijden satijn voor meer glanzende effecten, bijvoorbeeld bij de bloemen van sneeuwklokjes. Geverfde stoffen worden gebruikt om alle kleurvariëteiten weer te geven zoals je die in de natuur tegenkomt.
Ook als garen geeft ze de voorkeur aan zijde; gesplitst in heel fijne draadjes voor de fijnste details of zwaarder garen wanneer een natuurlijke weergave daarom vraagt. Daarnaast gebruikt ze mooie, oude gouddraad uit Frankrijk en draad van puur goud uit Japan, maar ook synthetische garens met een hoge glans. Metaaldraad wordt gebruikt wanneer stevigheid vereist is, soms omwonden met fijn zijdelint, bijvoorbeeld om de pootjes van insecten na te bootsen. Ook kralen, zaadjes, stukjes schelp of veren worden gebruikt.
Afhankelijk van de grootte van haar werkstuk gebruikt ze een borduurring of een frame met vloerstatief als ondersteuning van haar werk. Hele fijne en vlijmscherpe schaartjes zijn noodzakelijk voor het knippen van de fijne details van haar werk, maar ze gebruikt ook wel eens een kaars om een laatste, overgebleven stukje stof weg te smelten. Verder gebruikt ze handgemaakte naalden met platte ogen, zodat de fijne stoffen niet beschadigd raken.
Werkstukken
Haar werkstukken zijn geïnspireerd door de natuur, zowel het bos, het open veld of iets wat ze aan het strand of aan de waterkant heeft gezien. Een bosje bloemen, een vlinder, kever of libelle, een stuk boombast met een motje dat er op uitrust, herfstige bladeren; de inspiratie die de natuur biedt is eindeloos en kan allemaal in textiel vormgegeven.

Jane Hall - vlinders

Een prachtig voorbeeld zijn de vlinders van Jane Hall. De vleugels worden vaak gemaakt van handgekleurde zijde en versierd met gouddraad. De grotere exemplaren hebben vleugels van contrasterende lagen zijde en soms stukjes veer, waarbij in de bovenste laag gaatjes worden geknipt om de daaronder liggende laag te tonen, de gaatjes afgewerkt met gouddraad. Erg mooi is het effect van pauwenveer, zoals dat glanst door gaatjes in de mattere zijde. Het lichaampje zelf bestaat uit metaaldraad, omwikkeld met gerafeld zijdeband. Voor de ogen gebruikt ze de kleinste kraaltjes, terwijl het geheel van onderen wordt versterkt met metaaldraad.
Jane Hall - boterbloemenOok bloemen worden uiterst gedetailleerd weergegeven; de blaadjes van zijde, de stamper of de meeldraden gemaakt van zijdedraad met een knoopje aan het uiteinde of van gerafelde, zijden chiffon. Blaadjes en meeldraden worden uiterst voorzichtig bevestigd aan de steel, gemaakt van metaaldraad, omwikkeld met zijde. De basistechniek van knippen en bevestigen van de onderdelen valt wel te begrijpen, maar waar het op aankomt is het zeer voorzichtig omgaan met deze kwetsbare materialen, want deze fijne stoffen raken snel beschadigd. Het is geen wonder dat het soms uren duurt om een mooie bloem te maken.
Jane Hall - lila vlinderAlle onderdelen worden samengevoegd tot een natuurlijke compositie: een paar bloemen in het gras met een vlinder erboven, geel geworden bladeren in de herfst met een glanzende kever erop, wat klimop, hangend voor een raam. Ook hier weer zijn de mogelijkheden eindeloos. Als achtergrond van zo’n diorama wordt vaak een handbeschilderd stuk stof gebruikt.
Het werk van Jane Hall is regelmatig te zien op tentoonstellingen, maar die zijn voornamelijk in Engeland. Ze heeft een eigen website, toepasselijk Cloth of Nature geheten en in 2006 is bij Search Press een schitterend boek van haar hand verschenen: The Art & Embroidery of Jane Hall. De foto’s bij dit artikel, alle van Jane Hall, komen uit dit boek.

Jane Hall - libelle

 


Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather