De ‘Tarkhan Dress’ uit oud-Egypte blijkt het oudste geweven kledingstuk ter wereld

Een in 1913 door de Engelse egyptoloog Flinders Petrie gevonden linnen hemd met V-hals blijkt na koolstofdatering het oudste geweven kledingstuk ter wereld te zijn. Het hemd, waarvan de oorspronkelijke lengte niet te bepalen is, werd in 1913 in een graf uit de Eerste Dynastie gevonden in het grafveld van Tarkhan, circa 50 km ten zuiden van Cairo, en naar Engeland verzonden. Het materiaal van het kledingstuk is geweven linnen, op het bovenstuk en de mouwen geplooid en door middel van naden getailleerd. Gezien de maat heeft het waarschijnlijk aan een tiener of slanke vrouw toebehoord.

Linnen tuniek, gevonden in een graf uit het einde van het Oude Koninkrijk (crica 2686 - 2181 voor het begin van onze jaartelling) - Petrie 1898.
Linnen tuniek, gevonden in een graf uit het einde van het Oude Koninkrijk (crica 2686 – 2181 voor het begin van onze jaartelling) – Petrie 1898.
Kleding uit het oude Egypte
Dankzij het droge klimaat in Egypte bestaan er nog redelijk wat voorbeelden van oud-Egyptische kledingstukken en ander textiel, met name in graven gevonden. Egyptische kleding was eenvoudig van model en bijna altijd van linnen gemaakt. Afhankelijk van de maatschappelijke klasse varieerde de fijnheid van het weefsel.
Omdat vlas, waar linnen van gemaakt wordt, moeilijk is te verven, was de meeste kleding in naturel kleur, hooguit voorzien van enkele draadjes gekleurd linnen ter decoratie. Soms werd het linnen gebleekt door de gewassen linnen in de zon te laten drogen. Pas in de nadagen van het Egyptische rijk werd kleding ook van wol gemaakt, maar linnen is, doordat het koel aanvoelt, veel geschikter in het Egyptische klimaat.
Model van een oud-Egyptische weverij, gevonden in de graftombe van Meketre - foto National Geographic.
Model van een oud-Egyptische weverij, gevonden in de graftombe van Meketre – foto National Geographic.
Techniek
Het Egyptische linnen stond bekend om zijn fijne kwaliteit; ze hadden een unieke techniek om heel fijne draden te spinnen. De vlasvezels werden daartoe eerst met de hand aan elkaar gedraaid, waarna twee van zulke draden in elkaar werden gedraaid. Vervolgens werden deze draden met een spintol gesponnen. De fijnste kwaliteit geweven linnen was soms bijna doorzichtig, zoals blijkt uit verhalen uit de oud-Egyptische mythologie.
Egyptisch linnen werd thuis geweven of in ateliers op het landgoed van rijkere families. Van oorsprong werd dit werk door vrouwen op horizontale weefgetouwen gedaan, dat met houten pinnen in de grond was verankerd. In het Nieuwe Rijk kwam het verticale weefgetouw in zwang en op dat getouw werd juist door mannen geweven.
De verschillende stadia van de productie van linnen in het oude Egypte.
De verschillende stadia van de productie van linnen in het oude Egypte.
Kledingstijl
De stijl van kleding varieerde weinig, of het nu door boeren of de rijken onder de bevolking werd gedragen. Mannen droegen over het algemeen een omslagdoek, die in het Oude Rijk boven de knie eindigde en in het Midden en Nieuwe Rijk tot aan de kuit reikte.
De kleding verschilde in model nauwelijks in de diverse maatschappelijke klassen, maar wel in de kwaliteit van het linnen.
De kleding verschilde in model nauwelijks in de diverse maatschappelijke klassen, maar wel in de kwaliteit van het linnen.
Vrouwen droegen strakke, enkellange gewaden die met banden over de schouder of om de hals omhoog werden gehouden. Sommige jurken hadden korte mouwen of de vrouwen droegen een omslagdoek over de schouders. Latere voorbeelden waren voorzien van verticale fijne plooien en soms franje aan de randen. Er kwamen zelden naden voor in Egyptische kleding; de kleding werd met een gordel samengehouden.
Farao’s, zoals bijvoorbeeld te zien in het graf van Toetanchamon, en priesters droegen soms dierenhuiden, met name luipaardvellen. Aan de voeten werden soms sandalen gedragen, gemaakt van leer of plantenvezel. Heel vaak ging men echter ook blootsvoets.
Kleding van het Oude tot het Nieuwe Rijk in Egypte - tekening Crystalinks.
Kleding van het Oude tot het Nieuwe Rijk in Egypte – tekening Crystalinks.
De Tarkhan Jurk
De unieke ouderdom van de Tarkhan Dress werd pas laat ontdekt. Na de vondst in 1913 door Flinders Petrie werd het kledingstuk naar Londen verscheept, waar het tot 1977 met wat andere kleding opgeslagen heeft gelegen. De kleding is toen naar het Victoria and Albert Museum gebracht voor conservering. Alhoewel ook toen al vermoed werd dat de Tarkhan Dress zeer oud was, was de techniek van koolstofdatering nog onvoldoende gevorderd om zekerheid te verschaffen.
Een team van de Universiteit van Oxford onder leiding van dr. Michael Dee gebruikte in 2015 een vezel van 2,24 mg om vast te stellen hoeveel koolstof-14 isotoop aanwezig was in de vezel. Koolstof-14 isotoop is aanwezig in alle organische materialen en neemt gedurende de tijd langzaam af. Hoe minder koolstof-14, hoe ouder het materiaal is. Uit dit onderzoek bleek dat de Tarkhan Dress gemaakt is tussen 3482 en 3102 voor het begin van onze jaartelling met 95% zekerheid. Recent is het onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Antiquity gepubliceerd.
De bovenkant en de mouwen van de Tarkhan Dress is van geplooid linnen.
De bovenkant en de mouwen van de Tarkhan Dress is van geplooid linnen.
Het kledingstuk stamt daarmee waarschijnlijk nog van voor de Eerste Dynastie en is met bijna 5500 jaar het oudste geweven kledingstuk bekend. De jurk is gemaakt van drie geweven stukken linnen met een lichtgrijs streepje, aan elkaar genaaid, en de mouwen en het bovenstuk zijn voorzien van plooien. Sporen tonen aan dat het kledingstuk ooit gedragen is. De Tarkhanjurk wordt momenteel tentoongesteld in het UCL Petrie Museum of Egyptian Archaeology in Londen.
Bronnen: University College London, Antiquity, Crystalinks.
Twee houten spindels, circa 1850 - 1750 voor het begin van onze jaartelling.
Twee houten spindels, circa 1850 – 1750 voor het begin van onze jaartelling.
Vier elegant geklede dames in geplooide lange jurken met een bediende - muurschildering in het graf van Nebamun, Thebe, 1400 voor het begin van onze jaartelling.
Vier elegant geklede dames in geplooide lange jurken met een bediende – muurschildering in het graf van Nebamun, Thebe, 1400 voor het begin van onze jaartelling.




Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Het Wandtapijt van de Apocalyps uit 1382, het grootste geweven wandkleed ter wereld

In het westen van Frankrijk, aan de rivier de Maine, ligt in de stad Angers een imposant kasteel uit de 13de eeuw, het Château d’Angers, ooit het stamslot van de hertogen van Anjou, een van de belangrijkste adellijke families van Frankrijk. Op het 25.000 m2 grote terrein van het kasteel bevindt zich een speciale galerij, gebouwd om het Tenture de l’Apocalypse (het Wandtapijt van de Apocalyps) tentoon te stellen. Dit bijzondere wandtapijt is in de jaren 1377 tot 1382 geweven in opdracht van Louis I, hertog van Anjou. Met een lengte van 103 meter en hoogte van 4,5 meter is het Wandtapijt van de Apocalyps het grootste geweven wandtapijt ter wereld.

Luchtfoto van het Château d'Angers.
Luchtfoto van het Château d’Angers.
Geschiedenis van het ontstaan
De plaats Angers werd in 1204 veroverd door de Franse koning Phillipe II en in de jaren 1240-1250 liet zijn kleinzoon, koning Louis IX, op de plaats van een eeuwenoud fort het enorme kasteel van Angers bouwen, 25.000 m2 groot en voorzien van 17 massieve torens. Het kasteel werd het stamslot van de hertogen van Anjou, waaruit zowel het Engelse koningshuis Plantagenêt als het koningshuis Anjou-Sicilië zou voortkomen. Alhoewel het kasteel in de 800 jaar sindsdien vele slagen en oorlogen heeft meegemaakt en tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd raakte, zijn de muren en torens nog steeds indrukwekkend.
St. Michael bevecht de draak.
St. Michael bevecht de draak.
De Derde Ruiter van de Apocalyps, Dieu et majesté.
De Derde Ruiter van de Apocalyps, Dieu et majesté.
Het Tenture de l’Apocalypse werd gemaakt in opdracht van Louis I, hertog van Anjou en broer van koning Charles V (‘de Wijze’) van Frankrijk. Hij gaf medio 1375 aan zijn Vlaamse hofschilder Jan van Bondolf (Jean Bondol) opdracht om de tekeningen voor het kleed te maken (de kartons, zoals die als basis voor het weven van een wandtapijt werden gebruikt) en het wandtapijt werd in slechts vijf jaar, tussen 1377 en 1382, in Parijs in het atelier van Nicholas Bataille geweven.
Een combinatie van legende en realiteit
De afbeelding van de Apocalyps is een weergave van de Openbaringen van Johannes uit waarschijnlijk de eerste eeuw van onze jaartelling. Zoals alle oude weergaven van Bijbelse taferelen zijn ook de afbeeldingen op dit wandtapijt sterk beïnvloed door die tijd, met name door de gebeurtenissen tijdens de Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland (1337-1453). Op veel afbeeldingen is te zien welke verschrikkingen de oorlog aanrichtte.
Tenture de l'Apocalypse, weergave van de verschrikkingen van de Honderdjarige Oorlog - foto Remi Jouan.
Tenture de l’Apocalypse, weergave van de verschrikkingen van de Honderdjarige Oorlog – foto Remi Jouan.
Het wandtapijt bestond van oorsprong uit zes delen van 24 meter breed en 6,1 meter hoog. Ieder deel begon met een grote afbeelding over de gehele hoogte van het tapijt en werd opgevolgd door twee horizontale rijen van ieder zeven afbeeldingen, 90 in totaal dus. Hiervan hebben slechts 71 afbeeldingen de eeuwen overleefd.
Twee detailopnamen van het tapijt, een haas dat in en uit zijn hol kruipt - foto Jean-Pierre Dalbéra.
Twee detailopnamen van het tapijt, een konijn dat in en uit zijn hol kruipt – foto Jean-Pierre Dalbéra.
De Vierde Ruiter van de Apocalyps, de Dood.
De Vierde Ruiter van de Apocalyps, de Dood.
Materiaal en afbeeldingen
Het tapijt is geweven met wollen en zijden garens en aangevuld met goud- en zilverdraad. De dominante kleuren zijn rood, blauw en beige, ondersteund met groen en oranje. De kleuren zijn in de loop der eeuwen natuurlijk wat fletser geworden, maar de afbeeldingen zijn nog steeds duidelijk te onderscheiden.
Jan van Bondolf’s ontwerp is in de stijl van de toenmalige Frans-Vlaamse school, met levendige, realistische figuren op iets groter dan menselijk formaat op een rustige achtergrond. De figuren stralen veel energie uit en zijn zeer indrukwekkend, mede door het formaat van het tapijt. Voor zijn tijd is het ontwerp redelijk vooruitstrevend, wat bijvoorbeeld te zien is aan de Vierde Ruiter van de Apocalyps, de Dood. Deze is afgebeeld als een lijk in sterke mate van ontbinding, hetgeen Engelse invloed verraadt, in tegenstelling tot de Franse gewoonte om de Dood als een gewone ruiter af te beelden.
La Grande Prostituée sur les eaux, afbeelding uit het vijfde deel van het kleed - foto Jean-Pierre Dalbéra.
La Grande Prostituée sur les eaux, afbeelding uit het vijfde deel van het kleed – foto Jean-Pierre Dalbéra.
Een wonder dat het tapijt nog bestaat
De hertogen van Anjou hebben het tapijt ongeveer een eeuw in bezit gehouden. In 1480 vermaakte hertog René van Anjou het tapijt aan de Kathedraal van Angers, waar het verbleef tot de Franse Revolutie. Tijdens de Franse Revolutie werd de kathedraal geplunderd en het tapijt in stukken geknipt en voor allerlei doeleinden gebruikt: als vloerkleed, isolatiemateriaal in muren en om sinaasappelbomen tijdens de winter af te dekken om ze tegen de vorst te beschermen. Overigens werden in die tijd veel wandtapijten verbrand om het goud en zilver eruit terug te winnen en te gelde te maken.
De overgebleven 71 delen werden in 1848 ontdekt, hersteld en in 1870 aan de kathedraal teruggegeven en daar weer tentoongesteld. De omstandigheden in de kathedraal waren verre van ideaal en in 1954 werd het tapijt teruggebracht naar de originele verblijfplaats, het Château d’Angers, en daar tentoongesteld in een speciale galerij, ontworpen door de architect Bernard Vitry. Aan het eind van de vorige eeuw is deze galerij verder verbeterd met professionele verlichting en klimaatbehandeling, zodat het wandtapijt nu onder ideale omstandigheden de toekomst met vertrouwen kan tegemoetzien.
Lees en zie hier hoe een wandtapijt wordt geweven.
37 afbeeldingen van het Tenture de l’Apocalypse.
La Bête de la Mer, het monster uit de zee - foto Kimon Berlin.
La Bête de la Mer, het monster uit de zee – foto Kimon Berlin.




Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Sashiko, een eeuwenoude Japanse techniek om met stekenpatronen stof te decoreren

Sashiko is een traditionele wijze om stof te versterken met stikselpatronen, met name met wit garen op indigo stof. Het is een traditie die stamt uit de 17de eeuw en die verspreid over heel Japan voorkomt. Alhoewel we die lichte steekjes op donkerblauwe stof nu heel decoratief vinden, is de oorspronkelijke reden om dit te doen veel prozaïscher: puur ter versterking van de (handgeweven) stof, om slijtage te maskeren of om bij het watteren van de stof de diverse lagen goed aan elkaar te naaien.

Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Oorsprong
Eeuwen geleden weefden Japanse boeren hun stof met de hand van plantaardige vezels, zoals hennep. Deze stoffen waren niet erg sterk, terwijl de boerenkleding wel aan stevige slijtage onderhevig was. Ter versterking werd de stof met indigo geverfd en van fijne stekenpatronen voorzien, om de stof goed bij elkaar te houden. Sashiko betekent ‘kleine steekjes’. Daarnaast werden meerdere lagen stof op elkaar met steekjes vastgemaakt en soms gewatteerd om de kleding warmer te maken.
Alhoewel de techniek om stof te versterken met kleine steekjes in veel Aziatische culturen voorkomt, associëren we deze techniek toch vooral met China en Japan. Tegenwoordig ligt het accent vooral op het decoratieve element en wordt Sashiko ook veel toegepast op woningtextiel, zoals kussens en gordijnen. Ook zien we nu ook wel Sashiko op andere kleuren stof dan indigo toegepast worden.
Seikaiha Sashiko.
Seikaiha Sashiko.
Drie soorten Sashiko
Sashiko wordt in veel districten toegepast. Tegenwoordig onderscheiden we drie technieken die duidelijk van elkaar verschillen.
Moyouzashi of eenvoudig Sashiko
Dit is de bekendste techniek en vaak de techniek die we algemeen als Sashiko aanduiden. Afkomstig uit het noorden van Japan, bestaat deze techniek uit geborduurde rechte of gebogen rijen rijgsteken, waarbij de steken elkaar niet mogen kruisen.
Diverse voorbeelden van Hitomezashi Sashiko.
Diverse voorbeelden van Hitomezashi Sashiko.
Hitomezashi Sashiko
Bij deze techniek worden de stekenpatronen gemaakt op basis van een ruitpatroon. Daaruit volgt vanzelf dat er bij Hitomezashi Sashiko geen gebogen lijnen voorkomen. In tegenstelling tot bij Moyouzashi Sashiko mogen bij deze techniek de steken elkaar wel kruisen of elkaar raken. Terwijl Moyouzashi meer een indruk van rijen steken geeft, zie je bij Hitomezashi meer losse steekjes, waardoor dit ook wel één-steek-Sashiko genoemd wordt.
Een voorbeeld van Kogin Sashiko.
Een voorbeeld van Kogin Sashiko.
Kogin Sashiko
Bij deze techniek wordt met indigo geverfde linnen stof met linnen garen voorzien van geometrische patronen door middel van horizontale steken. Er wordt gewerkt met een lange draad en het is zaak om secuur de steken te tellen. Bij deze techniek wordt de blauwe stof het meest bedekt met stikselpatronen.
Materiaal
In het algemeen gebruikt men voor Sashiko als ondergrond gelijkmatig, vast geweven katoenen stof. Het helpt wanneer de stof aftelbaar is, zodat u de steken mooi regelmatig over telkens hetzelfde aantal draden kunt maken. Traditioneel is de stof indigoblauw. Het is verstandig om de stof voor het borduren te wassen; het is zo jammer als het contrast tussen het witte borduursel en de blauwe ondergrond vervaagd is omdat de stof tijdens de eerste wasbeurt kleur afgaf.
Hoe donkerder blauw de stof, hoe mooier de steken uitkomen.
Hoe donkerder blauw de stof, hoe mooier de steken uitkomen.
U kunt een enkele laag stof gebruiken, bijvoorbeeld wanneer u er daarna een kussen mee bekleedt, een dubbele laag of tussen de twee lagen een laag watten leggen, voor een gewatteerd jasje bijvoorbeeld. Was en strijk de stof voor gebruik. Strijk de stof aan de achterzijde, want indigostof kan soms gaan glanzen wanneer u op de goede kant strijkt.
Het garen dat speciaal voor Sashiko wordt gemaakt is zwaarder dan quiltgaren. Dit garen is via postorder en in een speciaalzaak te koop. Anders kunt u gebruik maken van fijn haakgaren of katoenen perlégaren, nr. 5 bijvoorbeeld. Meestal knipt men het garen van tevoren in draden van 45-50 cm.
Patroon op de stof brengen
Breng het patroon aan op de goede zijde van de stof. Neem een paar cm extra stof, omdat het stiksel soms veroorzaakt dat de stof wat inloopt. Teken het patroon met een kleermakerskrijt of quiltpotlood op de stof, waarbij u eventueel gebruik maakt van kleermakerscarbonpapier of een tafel met een (ver)lichte achtergrond. Wees zeer zorgvuldig met het aanbrengen van het patroon, want door de fijne stiksels wordt iedere fout direct zichtbaar. U kunt een patroon kopen of zelf een patroon ontwerpen.
Verschillende Sashiko-patronen.
Verschillende Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Het borduren
De schoonheid van Sashiko zit in de eenvoud van de steken, een eenvoudige rijgsteek, meestal 2-4 steken per cm. Het aantal steken is afhankelijk van de stof die u gebruikt: grovere stof vraagt om grotere steken. Belangrijk is dat iedere steek een gelijke lengte heeft. Het is niet gebruikelijk bij Sashiko om een knoopje in het uiteinde te leggen; meestal begint men met een paar stiksteken en gaat er dan overheen met de rijgsteek. Een overgebleven uiteinde wordt zo kort mogelijk afgeknipt. Bent u aan het eind van de draad voor het eind van de stekenrij, dan maakt u met de volgende draad eerst een paar steekjes over het laatste stukje van de vorige draad.
Het op de stof getekende patroon wordt zorgvuldig met gelijkmatige steekjes overdekt. Let erop dat kruisende steken elkaar nooit 'overlappen'.
Het op de stof getekende patroon wordt zorgvuldig met gelijkmatige steekjes overdekt. Let erop dat kruisende steken elkaar nooit ‘overlappen’.
Het is gebruikelijk om een groot aantal steken op de naald te houden; ervaren Sashiko-makers hebben vaak 7-10 cm stof op de naald. Bij gebogen lijnen kan dat natuurlijk niet, dan houdt u slechts 2-3 steken op de naald. Als de stof gaat golven rekt u deze voorzichtig even uit totdat die weer vlak is.
De steken worden zoveel mogelijk continu gemaakt, zonder onderbrekingen. Een commercieel Sashikopatroon geeft meestal aan in welke volgorde u het patroon maakt. In de regel maakt men de steken van de buitenkant naar het midden van de stof. Bij Moyouzashi Shasiko maakt u geen steken over elkaar heen; bij kruisende stekenrijen slaat u bij het kruispunt een stukje stof over en gaat net zover van het kruispunt weer verder.
Jasje, voorzien van diverse Sashiko-patronen.
Jasje, voorzien van diverse Sashiko-patronen.
Meer informatie
Sashiko Handboek van Susan Briscoe.Susan Briscoe is een Engelse auteur die veel heeft bijgedragen aan de bekendheid van Sashiko in het westen. Van haar hand is het Sashiko Handboek ook in het Nederlands uitgebracht, door Veltman Uitgevers (isbn 9789048311156).
Sashiko and other stitching is haar weblog.
Op de website Japan is Fun! worden Sashiko-materialen en -pakketten verkocht en vindt u ook een gedetailleerde uitleg van de werkwijze met veel foto’s.




Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Olek – alles verdwijnt onder haakwerk

Het begrip ‘wildbreien’ is ook in Nederland wel bekend: het met breiwerk versieren van openbare objecten, zoals straatmeubilair, lantarenpalen, kunstobjecten en dergelijke, om zo frisse, kleurrijke accenten in het straatbeeld te brengen. Wildbreien is het tegenovergestelde van tam breien, zeg maar wat onze grootmoeders deden. Wildbreien (in het Engels: yarn bombing of knit graffiti) is waarschijnlijk in 2005 in Houston, VS, begonnen. Maar de Poolse kunstenares Olek is al sinds 2002 bezig met ‘wildhaken’ in New York en elders.

Olek - St+art Delhi Street Art Festival.
Olek – St+art Delhi Street Art Festival.
Olek
Olek werd in 1978 als Agata Oleksiak geboren in Silezië, het industriële hart van Polen, en groeide op in de grijze nadagen van het Oost-Europese communisme. Er was in die tijd bijna niets te koop en als meisje moest ze maar zien dat ze zich vermaakte met wat er was. Ze leerde haken, want wat garens waren er altijd wel. Kleding was ook nauwelijks te koop, laat staan leuke, maar kleermaaksters waren er genoeg en ze zorgde dat ze een opvallende garderobe verzamelde. Ook nu is er geen foto van haar te vinden waarin ze niet schittert in kleurrijke, vrouwelijke kleding.
New York
De sfeer in het Polen van toen was verstikkend en het was voor Olek (haar latere artiestennaam) wel duidelijk dat ze hier niet gelukkig zou worden. In 2000 emigreerde ze naar de Verenigde Staten; ze was 22. Ze ging wonen in New York en had, zoals de meeste immigranten, allerlei baantjes. Om een verblijfsvergunning te krijgen moest ze een opleiding volgen, dus volgde ze een kunstopleiding op het LaGuardia Community College.
The Future of Fashion is Now in het Museum Boijmans Van Beuningen
The Future of Fashion is Now in het Museum Boijmans Van Beuningen.
Toen ze opdracht kreeg voor haar eerste show was dit een stevige uitdaging; ze had nog nooit een sculptuur van textiel gemaakt. Ze kocht in een knakenwinkel allerlei materiaal, zonder nog een techniek in gedachten te hebben. ‘Waarom niet haken?’, dacht ze, en voorzag het zwembad van het college van haakwerk. Een kunstenares was geboren.
Volledig ingehaakte trein, Łódź, Polen - 2013.
Volledig ingehaakte trein, Łódź, Polen – 2013.
Straatkunst
Hoe is de keuze voor straatkunst, voor yarn bombing gekomen? In galerieën is er altijd het gevecht om ruimte tussen kunstenaars, want de ruimte is beperkt. Buiten is de ruimte onbeperkt en werken kunstenaars juist vaak samen. Toen ze een keer een ladder van een vriendin uit verveling van haakwerk had voorzien en die ladder vervolgens op diverse plaatsen in het straatbeeld ging fotograferen was haar kunstvorm definitief gekozen.
Olek is een uitgesproken en politiek en maatschappelijk geëngageerde vrouw. Haken is haar manier om misstanden aan de kaak te stellen: de vervuiling van de oceanen, de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen, de discriminatie van homoseksuelen, het grootkapitaal. Maar ze relativeert het ook: ‘ik hoop dat ik veel inspireer, maar ook als ik iemand een glimlach op het gezicht tover, denk ik dat ik als artiest wat bereikt heb’.
Wall Street's Charging Bull werd in 2011 tijdelijk van een jas voorzien.
Wall Street’s Charging Bull werd in 2011 tijdelijk van een jas voorzien.
Vijftien jaar verder heeft Olek inmiddels overal ter wereld haar haakwerk op straat gebracht: St. Petersburg(Galleria), Istanboel (de auto van de galerie-eigenaar), Delhi, Rotterdam (Museum Boijmans Van Beuningen), Łódź (de trein), Santiago de Chile (de obelisk), Londen, New York natuurlijk (onder andere Wall Street’s Charging Bull), Sevilla en nog veel meer plaatsen.
Primavera - Hecho En Casa 3, Santiago de Chile.
Primavera – Hecho En Casa 3, Santiago de Chile.
Werkwijze
Alhoewel Olek meestal werkt met dikke garens in altijd felle kleuren is het onmogelijk om alles zelf te haken wanneer er grote oppervlakten bekleed moeten worden. Ze heeft dan ook een team van helpers en veel wordt in de studio voorbereid. Uiteindelijk moet het echter wel op het object zelf met de hand worden aangebracht en bij grote objecten komen er nog wel eens hoogwerkers bij te hulp. Ze werkt niet met ritssluitingen of knopen; alles wordt aan elkaar vastgehaakt of gestikt.
Alles kan behaakt worden
Van de kleinste objecten, zoals fruit, glazen of schoenen, tot mensen, hele interieurs, vervoersmiddelen, standbeelden of delen van gebouwen worden door Olek van haakwerk voorzien. Tijdens een opening van een tentoonstelling zijn er vaak modellen aanwezig die helemaal ‘ingehaakt’ zijn. Hoogtevrees lijkt ze niet te hebben, wanneer je ziet hoe ze met een hoogwerker een obelisk in Santiago de Chile of de gevel van een galerie in St. Petersburg inpakt.
Collective Design - Todd Merrill Studio, 2015.
Collective Design – Todd Merrill Studio, 2015.
De haakkunst van Olek lijkt een trend te volgen waarbij kunstenaressen het handwerken van hun moeders of grootmoeders oppakken en deze op een geheel vernieuwende wijze gebruiken, niet alleen als decoratief element, maar ook om een politiek of maatschappelijk statement te maken, waarbij juist een als typisch ‘vrouwelijk’ beschouwd medium als handwerken wordt gebruikt om dat standpunt een onmiskenbare vrouwelijke signatuur mee te geven.

Interview met Olek – video KQED Arts School..

Olek volop bezig met de installatie The Future of Fashion is Now - Rotterdam, 2014.
Olek volop bezig met de installatie The Future of Fashion is Now – Rotterdam, 2014.
Collective Design - Todd Merrill Studio - New York, 2015.
Collective Design – Todd Merrill Studio – New York, 2015.
Reality: What a Concept! in het Soho Grand Hotel - New York, 2014.
Reality: What a Concept! in het Soho Grand Hotel – New York, 2014.
There is no such thing as part freedom - New York, 2014.
There is no such thing as part freedom – New York, 2014.




Deel dit artikel
FacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwitterredditpinterestlinkedintumblrmailby feather