Laden Evenementen

« Alle Evenementen

  • Dit event is voorbij.

Alles heeft ritme van Weefcollectief Metamorfose

11 mei - 9 juni

Werk van Marijke Jochijms.

Acht benaderingen van het thema ‘ritme’ in de weefkunst

Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die elkaar inspireert tot nieuw weefwerk. Jaarlijks exposeren zij rond een bepaald thema. Het thema van dit jaar is ‘Ritme’. Ritme is een specifieke herhaling, zowel in de tijd als in de ruimte, die een zeker patroon of regelmaat vertoont. Ritme in de weefkunst uit zich in het ritme van een patroon, van het kleurgebruik, in de afwisseling van materialen, en zelfs in de beweging zelf.

Weefcollectief Metamorfose
Metamorfose is een groep van acht enthousiaste weefsters die om de zes weken bij elkaar komt en elkaar inspireert tot nieuw weefwerk. Ze bespreken ieders werk uitgebreid en geven daar hun kijk op. Omdat hun textiele achtergronden heel verschillend zijn, leren ze zo van elkaar om buiten hun eigen kaders te denken. Zo rekken ze hun verbeelding op en komen tot andere resultaten.
Iedereen in de groep heeft haar eigen stijl en voorkeuren. Waar de één start vanuit een inspiratie, begint de ander vanuit een vorm of bepaalde materialen. Sommigen van hen maken eerst ontwerpen in papier of karton of beginnen met schilderen of tekenen, anderen starten direct met weven. Ze weven met o.a. katoen, wol, linnen, polyester, koperdraad en paardenhaar, zowel twee- als driedimensionaal en op getouwen van vier tot 32 schachten.
De weefsters van Metamorfose zijn: Paulien van Asperen, Tonny van den Berg, Thera Berkhout, Ank Hazelhoff, Marijke Jochijms, Lia Rath, Marijke Scheepstra en Nel Vervoorn.
Paulien van Asperen, Onderzoek in kleur 2. Een werkstuk uit een serie van vier, geweven in een zelf ontwikkelde variant op de Zomer- & Wintertechniek. De gebruikte materialen zijn katoen in de ketting en wol in de inslag. Voor het ontwerp werd zij geïnspireerd door de verticale en horizontale belijning van woontorens in Oslo.
Paulien van Asperen, Onderzoek in kleur 2. Een werkstuk uit een serie van vier, geweven in een zelf ontwikkelde variant op de Zomer- & Wintertechniek. De gebruikte materialen zijn katoen in de ketting en wol in de inslag. Voor het ontwerp werd zij geïnspireerd door de verticale en horizontale belijning van woontorens in Oslo.
Paulien van Asperen
Weven geeft Van Asperen de mogelijkheid om ideeën, visuele elementen uit de wereld om haar heen en inspiratiebronnen uit de kunst om te zetten in concrete weefsels. Weven betekent voor haar ontwerpen maken, die omzetten naar technische werktekeningen en kiezen welke materialen, texturen en kleuren zij wil gebruiken om het juiste effect te bereiken.
Wat haar erg boeit zijn repeterende abstracte elementen die visueel een eigen leven gaan leiden of zelfs optisch misleidend voor het oog kunnen zijn. De ordening van die elementen in kleur en textuur en verschuivende, maar repeterende patronen spreekt haar aan.
Tonny van den Berg, Wafels. De wafel is behalve een gebakken koek met ruitjes erin ook een weefbinding. Een wafelbinding is een structuurweefsel. De kenmerkende vierkante kuiltjes die ontstaan door het samentrekken van langere ketting- en inslagflotteringen vormen een volumineus, absorberend, elastisch weefsel. In dit werkstuk is de wafelbinding extreem uitvergroot en daarmee uit de context van het gebruiksvoorwerp getrokken.
Tonny van den Berg, Wafels. De wafel is behalve een gebakken koek met ruitjes erin ook een weefbinding. Een wafelbinding is een structuurweefsel. De kenmerkende vierkante kuiltjes die ontstaan door het samentrekken van langere ketting- en inslagflotteringen vormen een volumineus, absorberend, elastisch weefsel. In dit werkstuk is de wafelbinding extreem uitvergroot en daarmee uit de context van het gebruiksvoorwerp getrokken.
Tonny van den Berg
De interesse van Van den Berg in weven is begonnen rond de jaren ’60. Zij woonde in Delft, waar Wil Pennings op het Oude Delft een mooi weefatelier runde. Regelmatig liep zij bij haar langs om te kijken wat voor prachtige lappen zij weer op het weefgetouw had staan. De weefsels waren meestal van wol met een mooi kleurverloop. Een lust voor het oog.
Rond 1978 heeft zij een weefgetouw aangeschaft met het idee om ook van die mooie lappen te weven, maar daar waren wel enige cursussen voor nodig. Eerst bij Marian Stubenitsky in Wageningen en daarna bij Marijke Dekkers in Gouda. Met weven heeft zij een knipperlichtverhouding. Jaren kan het weefgetouw leeg staan om vervolgens weer de draad op te pakken (letterlijk en figuurlijk).
Thera Berkhout
In 1980 begon Berkhout met weven. Huub, haar echtgenoot, attendeerde haar op een weefgetouwtje dat in Arachne stond en zei: ‘Dat is echt wat voor jou’ en van de eerste dag af vond zij het geweldig.
Daarna heeft zij diverse cursussen gevolgd, o.a. een cursus in Tilburg, die door de Federatie Landelijk Weef Kontakt werd georganiseerd (nu Weefnetwerk). In 1990 leerde zij Dini Cameron uit Canada kennen. Zij ontwikkelde het weefprogramma Pro Weave. Dat boeide haar enorm en zo werd zij de eerste tester in Nederland van dit weefprogramma. Dit doet zij nog steeds als er weer iets aan het programma wordt verbeterd.
Als technisch weefster wil zij niets van koperdraad e.d. weten. De techniek en het gebruik van de computer interesseert haar veel meer. Zo komt zij met gebruik van de computer en het weegprogramma op haar 32-schachts weefgetouw tot haar werkstukken.
Thera Berkhout, Keltische knoop. Een werkstuk geïnspireerd op de gestileerde grafische voorstellingen van knopen, gebruikt voor versiering, overgenomen door de oude Kelten. Een verweven patroon binnen een weefsel. De gebruikte techniek is Beiderwand en het gebruikte materiaal Egyptisch katoen in de ketting en cottolin in de inslag.
Thera Berkhout, Keltische knoop. Een werkstuk geïnspireerd op de gestileerde grafische voorstellingen van knopen, gebruikt voor versiering, overgenomen door de oude Kelten. Een verweven patroon binnen een weefsel. De gebruikte techniek is Beiderwand en het gebruikte materiaal Egyptisch katoen in de ketting en cottolin in de inslag.
Ank Hazelhoff, Bloem. Deze bloem is geweven met koperdraad en diverse tinten glanskatoen en is na het weven in model gevouwen op lijnen die in het patroon van het weefsel zitten.
Ank Hazelhoff, Bloem. Deze bloem is geweven met koperdraad en diverse tinten glanskatoen en is na het weven in model gevouwen op lijnen die in het patroon van het weefsel zitten.
Ank Hazelhoff
Na vele handvaardigheden, zoals boetseren, houtbewerken, zilversmeden en kleding maken, kwam Hazelhoff in aanraking met weven. Nu kon zij iets van draad tot kledingstuk maken. Begin jaren ’80 ging zij in de buurt een beginnerscursus volgen. Hierna ging alles in een stroomversnelling. Diverse andere cursussen volgden, o.a. een driejarige opleiding miniatuurweven. Hier leerde zij veel over vormgeving, maar miste daarbij vaak het weefgetouw.
Daarna volgde zij een driejarige weefopleiding in Gouda bij Marijke Dekkers. Hier heeft zij haar weg gevonden met het kunnen maken van 2- en 3-dimensionale weefsels door het gebruiken van koperdraad in het weefsel. Het is boeiend om als het ware te boetseren met draden en zo een beeld te vormen. Extra bij het weven is dat er door de draden kleur aan kan toegevoegd worden.
Marijke Jochijms
Al vanaf haar jeugd heeft Jochijms allerlei textiele technieken toegepast, maar vanaf de jaren ’90 heeft zij zich gespecialiseerd in de weeftechniek. Na de driejarige weefopleiding in Gent is zij zich meer gaan toeleggen op de experimentele weefkunst.
Marijke Jochijms, Glitters. Dit kleine ingelijste werkstuk is geweven in een variatie op de linnenbinding. Het gebruikte materiaal is katoen, blauw glitterdraad en stroken holografisch karton.
Marijke Jochijms, Glitters. Dit kleine ingelijste werkstuk is geweven in een variatie op de linnenbinding. Het gebruikte materiaal is katoen, blauw glitterdraad en stroken holografisch karton.
Zij houdt van uitdagingen aan te gaan en te onderzoeken wat mogelijk is binnen het kader van het getouw. Zij is steeds zoekend naar nieuwe materialen om te verwerken in haar weefwerk. Zo heeft zij regelmatig gewerkt met foto’s, allerlei papier en cassettebandjes. De afgelopen periode heeft zij o.a. gewerkt met spijkers en boomschors.
Maar naast haar kunstzinnige werk vindt zij het ook heerlijk om gewoon in het ritme van het weven te komen en bijvoorbeeld mooi gekleurde sjaals te weven. Naast het creëren van haar eigen weefwerk was zij twintig jaar verbonden als docent aan de vakopleiding ‘Weven Karmijn’ in Driebergen (vakopleiding voor mensen met een beperking) en daarnaast heeft zij vijftien jaar de weefgroep in het Nederlands Openluchtmuseum begeleidt. Zij werkte mee aan verschillende exposities, regionaal en landelijk.
Lia Rath, Object met paardenhaar. Het uitgangspunt voor dit werkstuk was het paardenhaar. Rath heeft daar een open weefsel van gemaakt, waar zoveel mogelijk van het materiaal te zien is en men niet afgeleid wordt door kleur, vandaar haar keuze voor zwart/wit. Naast paardenhaar heeft zij ook katoen gebruikt.
Lia Rath, Object met paardenhaar. Het uitgangspunt voor dit werkstuk was het paardenhaar. Rath heeft daar een open weefsel van gemaakt, waar zoveel mogelijk van het materiaal te zien is en men niet afgeleid wordt door kleur, vandaar haar keuze voor zwart/wit. Naast paardenhaar heeft zij ook katoen gebruikt.
Lia Rath
Rath weeft al meer dan 25 jaar en heeft haar weefopleiding in Gent genoten, aangevuld met diverse cursussen. De eerste vijftien weefjaren is zij voornamelijk bezig geweest met het weven van kleding, dat verkocht werd samen met twee collega’s in een eigen winkel.
Nu is zij voor een groot deel bezig met het enthousiasmeren van nieuwe of herintredende weefsters en is zij zelf met haar eigen werk een andere weg ingeslagen, waardoor er weer andere facetten van het weven belicht worden. Zij vindt het leuk om met andere materialen dan de gewone weefgarens bezig te zijn en door andere leden van het weefcollectief Metamorfose geïnspireerd en gestimuleerd te worden.
Marijke Scheepstra, Magisch vierkant. Het werkstuk is samengesteld door bandjes van 3 cm breed te weven. De weeftechniek is linnenbinding, uitgevoerd in verschillende kleuren borduurkatoen en koperdraad. Daarna heeft zij de bandjes gevouwen in blokformaat en het geheel samengevoegd tot een compositie in kleur met verschillende hoogtes.
Marijke Scheepstra, Magisch vierkant. Het werkstuk is samengesteld door bandjes van 3 cm breed te weven. De weeftechniek is linnenbinding, uitgevoerd in verschillende kleuren borduurkatoen en koperdraad. Daarna heeft zij de bandjes gevouwen in blokformaat en het geheel samengevoegd tot een compositie in kleur met verschillende hoogtes.
Marijke Scheepstra
Rond 2000 las Scheepstra in het plaatselijk krantje van Duiven over een weefwerkplaats in Zevenaar. Haar interesse was gewekt en al snel ging zij daar kennis maken en kon ze genieten van de rijke ervaring van de dames aldaar. Aangevuld met basislessen van Riek Bruggink kon haar avontuur beginnen.
Inmiddels is zij al jaren bezig om de combinatie van draden met verschillende materialen uit te proberen op haar weefgetouw. Haar voorkeur gaat uit naar weefwerk in combinatie met metaal of koperdraad en daar dan vanuit het platte vlak een ruimtelijk object te maken.
Nel Vervoorn
Ruim 40 jaar geleden is Vervoorn begonnen met spinnen van wol op een Louët spinnewiel en heeft al snel daarna een weefgetouw van haar moeder geleend om de gesponnen wol te weven. Dit was het begin van haar wevend leven. De eerste basislessen over weven heeft zij in Twello gevolgd. Haar man Theo is in 1978 bij Louët gaan werken en aan haar de schone taak om elk nieuw ontworpen weefgetouw uit te proberen en voor de showroom en beurzen de getouwen van weefwerk te voorzien.
De interesse voor het weven bleef groeien en zij is de opleiding Kunstzinnige Vorming voor het vak weven gaan volgen. In 2013-2016 volgde de kunstopleiding bij Academie de Werker te Groningen. Ook dat geeft weer extra verdieping aan haar werk. Haar werk is zowel functioneel als decoratief en zij werkt met maximaal 32 schachten en divers materiaal. Met de Week van het Weven in 2012 heeft zij met Ank Hazelhoff bij Louët een duo-expositie gehad.
Nel Vervoorn, Bergen en dalen. Het werkstuk is een netwerkdubbelweefsel met 32 schachten geweven, uitgevoerd in veel verschillende kleuren cottolin. De inspiratie komt van een geabstraheerd schilderij.
Nel Vervoorn, Bergen en dalen. Het werkstuk is een netwerkdubbelweefsel met 32 schachten geweven, uitgevoerd in veel verschillende kleuren cottolin. De inspiratie komt van een geabstraheerd schilderij.
Twee locaties
De tentoonstelling ‘Alles heeft ritme’ is op twee locaties in Westervoort te zien. Behalve in Huize Vredenburg (gegevens onderaan) is een deel van de expositie ook te zien in restaurant Huis ter West, Zuidelijke Parallelweg 3, 6931 EN Westervoort. Daar kunt u ook een consumptie gebruiken.
Openingstijden
Huize Vredenburg: zaterdag en zondag 14.00 – 17.00 uur
Huis ter West: alle dagen 10.00 – 23.00 uur

Bovenste foto: Werk van Marijke Jochijms.

Marijke Jochijms, sjaal. Deze sjaal is geweven in de schijndubbeltechniek. Het gebruikte materiaal is gemerceriseerde katoen in verschillende tinten bruin, beige, groen en geel, geïnspireerd op de herfst en de kleuren van de boombladeren.
Marijke Jochijms, sjaal. Deze sjaal is geweven in de schijndubbeltechniek. Het gebruikte materiaal is gemerceriseerde katoen in verschillende tinten bruin, beige, groen en geel, geïnspireerd op de herfst en de kleuren van de boombladeren.

Aantal keren gelezen: 1227.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *