Category Archives: Weven

Chilkat-weven, een complexe weeftechniek uit Alaska

De Chilkat-deken is een traditionele dracht van de Tsimshian, Tlingit en Haida, stammen aan de noordwestkust van Alaska (VS) en Brits-Columbia (Canada), die wordt gedragen tijdens ceremoniële bijeenkomsten. De Chilkat-weeftechniek is een van de meest complexe weeftechnieken ter wereld, die tegenwoordig nog slechts door enkele weefsters beoefend wordt. Het is een soort van omslagdoek, voorzien van franje.

Locatie van Haines in Alaska.
Locatie van Haines in Alaska.
Oorsprong en traditie
De Chilkat-weeftechniek is waarschijnlijk ontstaan bij de Tsimshian en door onderlinge huwelijken ook terechtgekomen bij de Tlinggit en Haida. Vast staat dat deze weeftraditie al bestond toen de eerste westerlingen deze gebieden bereikten in de 18de eeuw. De techniek dankt zijn naam aan de Chilkat-stam, die leefde langs de Chilkat Rivier in Brits-Columbia en Zuidoost-Alaska en haar monding heeft bij Haines.
Een Chilkat-deken is altijd een kostbaarheid geweest, doordat het weven ervan vaak meer dan een jaar duurde. De dekens werden vooral gedragen door stamoudsten tijdens ceremoniële gelegenheden, zoals potlatch-feesten, waarbij geschenken werden gegeven.
Ook tegenwoordig worden Chilkats nog gedragen, zoals hier in Wrangell, Alaska.
Ook tegenwoordig worden Chilkats nog gedragen, zoals hier in Wrangell, Alaska.
Een Tlingit-vrouw is een Chilkat-deken aan het weven, een man toont het patroonbord - Klukwan, Alaska, 1909.
Een Tlingit-vrouw is een Chilkat-deken aan het weven, een man toont het patroonbord – Klukwan, Alaska, 1909.
Door mannen en vrouwen samen gemaakt
Aan de vervaardiging van een Chilkat-deken droegen zowel mannen als vrouwen bij, alhoewel het grootste deel van het werk, het weven/knopen, door vrouwen werd gedaan. Mannen ontwierpen het patroon, maakten een patroonbord, zetten het eenvoudige weefraam in elkaar en zorgden voor de vellen van de berggeiten, waar de wol vanaf kwam. Vrouwen verzamelden de cederbast, sponnen het garen en weefden de deken.
Traditioneel wordt een Chilkat-deken gemaakt van berggeitenwol en cederbast. De vachten van de berggeiten worden natgemaakt, heen en weer gerold en de wol wordt met de vingers van het vel afgedrukt. Daarna wordt de wol gekaard en vervolgens in de palm van de hand eerst losjes tot een draad gerold en vervolgens nogmaals om de draad compacter te maken. Twee draden worden ineen gedraaid voor de ketting. De vezels van de cederbast werden eveneens getwijnd en gebruikt voor de schering.
Een patroonbord op een cederhouten paneel (Portland Museum, VS)
Een patroonbord op een cederhouten paneel (Portland Museum, VS)
Kleur en ontwerp
De meeste Chilkat-weefsels zijn voornamelijk in donkerbruin/zwart en geel, soms komt er ook een blauwgroene kleur in voor. Geel werd bereikt met een kleurstof van een mossoort, donkerbruin door de garens te koken in urine en de bast van scheerling, de blauwgroene kleur door de garens te koken in urine en koper. Na 1890 is men overgegaan tot het gebruik van schapenwol en kunstmatige kleurstoffen. De ketting wordt nooit geverfd.
Het ontwerp van het patroon werd door mannen gedaan en bestaat uit sterk gestileerde symbolen, uitgevoerd in veel gebogen en ronde lijnen. De ontwerpen wortelen in mondeling overgebrachte verhalen, weergegeven met veel afbeeldingen van dieren en ogen als opvulling. Het ontwerp is altijd symmetrisch met een middenpaneel en zijpanelen. Het ontwerp werd in zwart op een paneel van cederhout geverfd; alleen het centrale deel en één zijpaneel, want het patroon is immers symmetrisch. De weefster bepaalt de invulling van de kleuren.
Een oude foto van een Chilkat in de maak. Let op de gewichten aan de losse kettingdraden.
Een oude foto van een Chilkat in de maak. Let op de gewichten aan de losse kettingdraden.
Geweven met slechts één kettingboom
Een Chilkat-deken wordt geweven op een weefraam met slechts één kettingboom; de ketting hangt dus los aan een dwarsbalk op twee staanders! Om het geheel enigszins handelbaar te maken worden de onderste uiteinden in bosjes gebonden en soms met gewichtjes verzwaard. De weefster zat voor het weefraam en weefde per patroondeel, zodat ze niet steeds hoefde op te schuiven. Het weven werd geheel met de vingers gedaan (getwijnd), zonder een spoel of klos. Met de hand werden twee of meer inslagdraden om de ketting gelegd. Onderaan het patroon werden enkele draden van hetzelfde materiaal als de ketting over de gehele breedte ingeweven en de overgebleven ketting werd als franje afgewerkt van enkele tientallen centimeters lang.
Het Chilkat-dansschort was een van de eerste toepassingen, gebruikt bij ceremoniële dansen. Daarna volgden de Chilkat-dekens, die het bekendst zijn, en tassen, beursjes, beenwindselen en tunieken.
Een chilkat-deken, in 2011 geveild voor $ 93.000.
Een chilkat-deken, in 2011 geveild voor $ 93.000.
Stamhoofd Anotklosh draagt hier een Chilkat-deken - Juneau, Alaska, circa 1913.
Stamhoofd Anotklosh draagt hier een Chilkat-deken – Juneau, Alaska, circa 1913.
Een met uitsterven bedreigde traditie
Deze bijzondere weeftechniek wordt al meer dan een eeuw bedreigd met uitsterven. In 1907 waren er nog maar 15 actieve weefsters. Weefster Jennie Thlunaut, die het weven van haar moeder leerde in de jaren ’90 van de 19de eeuw, was de laatste weefster op de traditionele manier. Tijdens haar leven (zij werd 96!) maakte zij 33 dekens en zes tunieken. In 1984 organiseerde zij een workshop in Haines waarbij zij de techniek doorgaf aan een groep van weefsters.
Tegenwoordig is Clarissa Rizal uit Juneau een van de bekendste weefsters van Chilkat-dekens. In juni 2016 werd zij benoemd tot National Heritage Fellow door het National Endowment for the Arts. Daarbij komt een beloning van $ 25.000. De prijs zal in september aan haar worden overhandigd in een ceremonie in de Library of Congress in Washington. Een mooie erkenning van deze bijzondere weeftraditie. Onderstaande video gaat over Clarissa Rizal en toont hoe Chilkats worden gemaakt.

Links
Sheldon Museum and Cultural Center – Chilkat Blanket
The Antique American Indian Art Show, Santa Fe – tentoonstellingsboek (PDF)
Burke Museum – Unpacking a Phrase: The Chilkat Blanket
Clarissa Rizal’s Blog
Chilkat deken, berggeit-wol en cederbast, 19de eeuw (Burke Museum, VS).
Chilkat deken, berggeit-wol en cederbast, 19de eeuw (Burke Museum, VS).
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

De ‘Tarkhan Dress’ uit oud-Egypte blijkt het oudste geweven kledingstuk ter wereld

Een in 1913 door de Engelse egyptoloog Flinders Petrie gevonden linnen hemd met V-hals blijkt na koolstofdatering het oudste geweven kledingstuk ter wereld te zijn. Het hemd, waarvan de oorspronkelijke lengte niet te bepalen is, werd in 1913 in een graf uit de Eerste Dynastie gevonden in het grafveld van Tarkhan, circa 50 km ten zuiden van Cairo, en naar Engeland verzonden. Het materiaal van het kledingstuk is geweven linnen, op het bovenstuk en de mouwen geplooid en door middel van naden getailleerd. Gezien de maat heeft het waarschijnlijk aan een tiener of slanke vrouw toebehoord.

Linnen tuniek, gevonden in een graf uit het einde van het Oude Koninkrijk (crica 2686 - 2181 voor het begin van onze jaartelling) - Petrie 1898.
Linnen tuniek, gevonden in een graf uit het einde van het Oude Koninkrijk (crica 2686 – 2181 voor het begin van onze jaartelling) – Petrie 1898.
Kleding uit het oude Egypte
Dankzij het droge klimaat in Egypte bestaan er nog redelijk wat voorbeelden van oud-Egyptische kledingstukken en ander textiel, met name in graven gevonden. Egyptische kleding was eenvoudig van model en bijna altijd van linnen gemaakt. Afhankelijk van de maatschappelijke klasse varieerde de fijnheid van het weefsel.
Omdat vlas, waar linnen van gemaakt wordt, moeilijk is te verven, was de meeste kleding in naturel kleur, hooguit voorzien van enkele draadjes gekleurd linnen ter decoratie. Soms werd het linnen gebleekt door de gewassen linnen in de zon te laten drogen. Pas in de nadagen van het Egyptische rijk werd kleding ook van wol gemaakt, maar linnen is, doordat het koel aanvoelt, veel geschikter in het Egyptische klimaat.
Model van een oud-Egyptische weverij, gevonden in de graftombe van Meketre - foto National Geographic.
Model van een oud-Egyptische weverij, gevonden in de graftombe van Meketre – foto National Geographic.
Techniek
Het Egyptische linnen stond bekend om zijn fijne kwaliteit; ze hadden een unieke techniek om heel fijne draden te spinnen. De vlasvezels werden daartoe eerst met de hand aan elkaar gedraaid, waarna twee van zulke draden in elkaar werden gedraaid. Vervolgens werden deze draden met een spintol gesponnen. De fijnste kwaliteit geweven linnen was soms bijna doorzichtig, zoals blijkt uit verhalen uit de oud-Egyptische mythologie.
Egyptisch linnen werd thuis geweven of in ateliers op het landgoed van rijkere families. Van oorsprong werd dit werk door vrouwen op horizontale weefgetouwen gedaan, dat met houten pinnen in de grond was verankerd. In het Nieuwe Rijk kwam het verticale weefgetouw in zwang en op dat getouw werd juist door mannen geweven.
De verschillende stadia van de productie van linnen in het oude Egypte.
De verschillende stadia van de productie van linnen in het oude Egypte.
Kledingstijl
De stijl van kleding varieerde weinig, of het nu door boeren of de rijken onder de bevolking werd gedragen. Mannen droegen over het algemeen een omslagdoek, die in het Oude Rijk boven de knie eindigde en in het Midden en Nieuwe Rijk tot aan de kuit reikte.
De kleding verschilde in model nauwelijks in de diverse maatschappelijke klassen, maar wel in de kwaliteit van het linnen.
De kleding verschilde in model nauwelijks in de diverse maatschappelijke klassen, maar wel in de kwaliteit van het linnen.
Vrouwen droegen strakke, enkellange gewaden die met banden over de schouder of om de hals omhoog werden gehouden. Sommige jurken hadden korte mouwen of de vrouwen droegen een omslagdoek over de schouders. Latere voorbeelden waren voorzien van verticale fijne plooien en soms franje aan de randen. Er kwamen zelden naden voor in Egyptische kleding; de kleding werd met een gordel samengehouden.
Farao’s, zoals bijvoorbeeld te zien in het graf van Toetanchamon, en priesters droegen soms dierenhuiden, met name luipaardvellen. Aan de voeten werden soms sandalen gedragen, gemaakt van leer of plantenvezel. Heel vaak ging men echter ook blootsvoets.
Kleding van het Oude tot het Nieuwe Rijk in Egypte - tekening Crystalinks.
Kleding van het Oude tot het Nieuwe Rijk in Egypte – tekening Crystalinks.
De Tarkhan Jurk
De unieke ouderdom van de Tarkhan Dress werd pas laat ontdekt. Na de vondst in 1913 door Flinders Petrie werd het kledingstuk naar Londen verscheept, waar het tot 1977 met wat andere kleding opgeslagen heeft gelegen. De kleding is toen naar het Victoria and Albert Museum gebracht voor conservering. Alhoewel ook toen al vermoed werd dat de Tarkhan Dress zeer oud was, was de techniek van koolstofdatering nog onvoldoende gevorderd om zekerheid te verschaffen.
Een team van de Universiteit van Oxford onder leiding van dr. Michael Dee gebruikte in 2015 een vezel van 2,24 mg om vast te stellen hoeveel koolstof-14 isotoop aanwezig was in de vezel. Koolstof-14 isotoop is aanwezig in alle organische materialen en neemt gedurende de tijd langzaam af. Hoe minder koolstof-14, hoe ouder het materiaal is. Uit dit onderzoek bleek dat de Tarkhan Dress gemaakt is tussen 3482 en 3102 voor het begin van onze jaartelling met 95% zekerheid. Recent is het onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Antiquity gepubliceerd.
De bovenkant en de mouwen van de Tarkhan Dress is van geplooid linnen.
De bovenkant en de mouwen van de Tarkhan Dress is van geplooid linnen.
Het kledingstuk stamt daarmee waarschijnlijk nog van voor de Eerste Dynastie en is met bijna 5500 jaar het oudste geweven kledingstuk bekend. De jurk is gemaakt van drie geweven stukken linnen met een lichtgrijs streepje, aan elkaar genaaid, en de mouwen en het bovenstuk zijn voorzien van plooien. Sporen tonen aan dat het kledingstuk ooit gedragen is. De Tarkhanjurk wordt momenteel tentoongesteld in het UCL Petrie Museum of Egyptian Archaeology in Londen.
Bronnen: University College London, Antiquity, Crystalinks.
Twee houten spindels, circa 1850 - 1750 voor het begin van onze jaartelling.
Twee houten spindels, circa 1850 – 1750 voor het begin van onze jaartelling.
Vier elegant geklede dames in geplooide lange jurken met een bediende - muurschildering in het graf van Nebamun, Thebe, 1400 voor het begin van onze jaartelling.
Vier elegant geklede dames in geplooide lange jurken met een bediende – muurschildering in het graf van Nebamun, Thebe, 1400 voor het begin van onze jaartelling.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

De geschiedenis van de Navajo’s vertaalt zich in de Navajo weefkunst

De Navajo’s zijn een van de oorspronkelijke volken uit het zuidwesten van het gebied van de tegenwoordige Verenigde Staten. Er wonen tegenwoordig circa 300.000 Navajo’s in de staten Utah, New-Mexico en Arizona. Zoals de meeste indiaanse volken hebben de Navajo’s zwaar geleden onder de kolonisatie van blanken. Opvallend is dat de geschiedenis van de Navajo’s hun weerslag heeft gehad op de ontwikkeling van hun weefkunst.

Internationaal vermaard
De klassieke Navajo-weefsels worden beschouwd tot het beste wat er internationaal wordt gemaakt en de weefsels zijn dan ook zowel in de Verenigde Staten als daarbuiten zeer gezocht. Oorspronkelijk werd er vooral geweven om kledingstukken van te maken, maar tegenwoordig maken dekens, kleden en serapes (een deken-achtige sjaal die over één schouder wordt gedragen) de hoofdmoot uit. Het meeste wordt tegenwoordig voor de handel geweven, maar nog steeds op het traditionele weefraam.
Navajo-vrouw met kinderen
Navajo-vrouw met kinderen.
Geschiedenis en ontwikkeling verweven
Algemeen wordt aangenomen dat de Navajo’s in de periode 1300 – 1650 het weven hebben geleerd van de Pueblo’s, een buurvolk in dezelfde streek. Waarschijnlijk hadden de Spaanse kolonisten de Pueblo’s toen al beïnvloed in hun weefpatronen. Terwijl de Pueblo’s zich altijd hebben beperkt tot weefsels met horizontale strepen, ontwikkelde de patronen van de Navajo’s zich echter door de eeuwen heen onder allerlei invloeden verder.
Andere Spaanse invloeden waren de vervanging van katoen met wol en het gebruik van indigo als kleurstof. Navajo’s maakten destijds een tuniek-achtig kledingstuk, hemden voor mannen, gordels, haarbanden en serape-achtige dekens om als kledingstuk te dragen.
Navajo deken met terras- en getrapte patronen, circa 1870-1880 - Brooklyn Museum
Navajo deken met terras- en getrapte patronen, circa 1870-1880 – Brooklyn Museum.
Meer dan een eeuw hebben Navajo’s en Pueblo’s dezelfde techniek gebruikt, maar vanaf het eind van de 18de eeuw ging de Navajo-weefkunst haar eigen weg. Zo ontdekten de Navajo’s dat je andere patronen dan horizontale strepen kon maken door de inslag niet over de hele breedte door te halen, maar dat je door op ieder gewenst punt te stoppen andere patronen kon maken. Deze ‘pauzes’ creëerden de schuine strepen die je op weefsels uit die tijd kunt zien.
Rond 1800 werd deze techniek gebruikt om terrasvormige en andere eenvoudige patronen te weven. Ook neigden de Navajo’s tot een sterker kleurgebruik dan de Pueblo’s. Het weefsel van de Navajo’s was zo dicht dat de stof bijna waterdicht werd en deze kwaliteit maakte toen al dat het Navajo weefwerk zeer populair was onder andere oorspronkelijke stammen. In de 19de eeuw werden Navajo dekens dan ook al in heel andere gebieden gevonden dan hun eigen habitat.
Klein formaat Navajo serape
Klein formaat Navajo serape.
Amerikaanse invloed
Toen na de Amerikaans-Mexicaanse Oorlog de Navajo’s zich opeens binnen de Verenigde Staten bevonden brak er een grootschalige oorlog uit tussen de Navajo’s en de blanken. De Navajo’s verloren deze oorlog en werden afvoerd naar een gebied in het oosten van New-Mexico en daar vijf jaar gevangen gehouden. Als vergoeding voor de verloren gegane gebieden ontvingen de Navajo’s hun levensbehoefte in spaarzame mate van de staat. Daaronder bevond zich ook een grote zending Spaanse dekens en kleding.
De noodzaak om te weven werd in deze tijd (rond 1860-1870) minder. De aanwezigheid van voldoende textiel, gecombineerd met de invloed van de Spaanse patronen, zorgde voor een ingrijpende verandering in de weefkunst van de strepen en terrasvormige patronen van de Klassieke Periode naar de driehoek- en diamantvormige patronen in de zogenaamde Overgangsperiode.
In 1868 mochten de Navajo’s terugkeren naar hun oorspronkelijke woongebieden, op voorwaarde van non-agressie. In de periode tot het einde van die eeuw werden de Navajo’s steeds meer een onderdeel van de Amerikaanse economie. Ze kregen nog steeds een jaarlijkse vergoeding in natura en de behoefte om te weven nam af. De wolproductie vond voornamelijk zijn weg naar elders in de VS. Er vestigde zich handelaren in de reservaten die voor de Navajo’s een contact vormden met de rest van de VS.
Hedendaags Navajo-kleed
Hedendaags Navajo-kleed.
Contact met de rest van de wereld
In 1882 bereikte het treinspoor New-Mexico en legden voor de Navajo’s een veel groter handelsgebied open, waarbij de handelaren als tussenpersonen optraden. Zij beïnvloeden de Navajo-wevers om meer vloerkleden te weven en zachtere kleuren te gebruiken, in de verwachting dat dit bij de niet-indiaanse kopers meer in de smaak zou vallen.
De Navajo-weefkunst heeft zich ook in de 20ste eeuw verder ontwikkeld met nieuwe patronen en ander kleurgebruik.  Indiaanse kunst is tegenwoordig populair in de VS en de Navajo-weefkunst bloeit als nooit tevoren.
Techniek
De Navajo’s gebruikten traditioneel een wolsoort met een lange vezel die vroeger met natuurlijke kleurstoffen werd gekleurd. Toen na 1880 de spoorweg hun gebied bereikte kwamen ook aniline-kleurstoffen tot hun beschikking.
De Navajo’s gebruiken een staand, houten weefraam zonder bewegende delen en zitten op de grond voor het raam, waarbij de geweven stof aan de onderkant wordt opgerold. De techniek valt goed te vergelijken met kelim-weven, maar de ketting bestaat uit één lange draad, zodat er dus geen franje aan een weefstuk ontstaat. Een gemiddelde wever besteedt iets van twee maanden tot vele jaren om een tapijt te weven, afhankelijk van de grootte natuurlijk.

Het hele proces van wol tot weven.

Mytholgie
Het weven speelde zo een belangrijke rol in het leven van de Navajo’s, dat er rond het ontstaan van deze vaardigheid een mythologisch verhaal bestond. Volgens deze legende leerde de mythologische ‘Spinnevrouw’ de Navajo’s om een weefraam te bouwen van materialen zoals hemel, aarde, zonnestralen, rotskristal en weerlicht, en hoe daarop te weven.
De weefpatronen en de weefsels hebben verder geen symbolische betekenis en de kleden worden bijvoorbeeld ook niet als gebedskleden gebruikt.
Navajo wevers aan het werk, Hubbell Trading Post, 1972
Navajo wevers aan het werk, Hubbell Trading Post, 1972.

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Ikat-weefsels van Sumba

Op het eiland Sumba, een van de Kleine Sunda-eilanden in Indonesië, wordt prachtig ikat-weefsel gemaakt. De eeuwenoude weeftraditie op dit eiland vindt men terug in de mythologie van Sumba. Tegenwoordig haalt de Cabrejou Foundation dit weefsel naar Nederland, om uit de opbrengsten van de verkoop op Sumba kleinschalige ontwikkelingsprojecten te steunen. In dit artikel gaan we wat dieper in op de weeftraditie van Sumba.

Sumba - liggingSumba is een van de Kleine Sunda-eilanden. Het behoort tot de ruigere gebieden in Indonesië, die door toeristen nog niet ontdekt zijn. Het eiland is relatief klein, nauwelijks een derde van Nederland, maar kent toch regionaal opvallende verschillen. Het oosten is droog, kaal, bekend om zijn paarden en beroemd om zijn kleurige weefsels. Het westen is groener en vruchtbaarder en de textiel die hier geproduceerd wordt heeft nooit een Hollandse kapstok of divan gesierd, doordat de weefsels minder kleurrijk zijn. Ondanks de verschillen beschouwen oost en west zich toch uitdrukkelijk als één volk, met een gezamenlijke geschiedenis, waarin wordt verteld hoe ooit een mythische voorouder, een python, het eiland heeft geweven.

Traditioneel dorp op Sumba

De symboliek van het weven op Sumba
Niet alleen in de Sumbanese mythes is het weven belangrijk, ook in het dagelijkse leven was en is de weefkunst een belangrijk onderdeel. Door de weefkunst verwierf Sumba internationale bekendheid, net als door haar paarden en sandelhout. Mede door haar schriftloze cultuur komen ideeën en waarden tot uitdrukking in weefsels. Als voorbeeld: baren en weven zijn traditioneel de belangrijkste taken van een Sumbanese vrouw. In beide gevallen creëert zij leven, zij plakt adem en naam, katoen en geest, aan elkaar. Jagen en doden zijn mannentaken, evenals het afwerken van de franje van een weefsel. Plakken en knippen, leven en dood, worden ook uitgebeeld in belangrijke mannendoeken. Het leven, de relatie tussen mensen en huizen, bevindt zich in het veilige middendeel van het doek. De dood, de jacht en de wildernis worden verbeeld in de randen van het weefsel.

Sumba - ikatweefsel

In Indonesië zijn twee belangrijke textieltradities: ikat en batik. Bij batik wordt een stof met was behandeld, zodat de delen die met was zijn bedekt bij het verven ongekleurd blijven. Dit is met name een veelvoorkomende techniek op Java. Op Sumba gebruikt men echter de ikattechniek. Dat wil zeggen dat voorafgaand aan het weven de draad geknoopt en geverfd wordt, en de geweven motieven geen duidelijke grenzen hebben – als bij batik. Op Oost-Sumba versiert men de stof met afbeeldingen van dieren en dergelijke, op West-Sumba met geometrische motieven, zoals die van de mata kari (het buffeloog) en de hura (vleesvork). Cabrejou Foundation werkt echter samen met een groep wevers van Oost-Sumba: de wevers van Waimarangu.

Een aantal stappen bij het maken van ikat-weefsel

Wat vaak vergeten wordt is het werk dat vooraf gaat aan het ‘eigenlijke’ weven. Want eerst moet er garen gekocht worden op de markt, neutrale witte draden. Met behulp van verfstoffen worden deze draden dan gekleurd. Dit gebeurt door de verf in water te koken en daarin de draden mee te laten koken. Wanneer dat gebeurd is wordt het garen in de zon te drogen gehangen en later opgerold. Een heel enkele keer wordt er een dynamo gebruikt om de draden op te rollen, meestal is het echter handwerk. Het voorbereidende werk met uitrollen en oprollen vergt hierdoor heel wat tijd.
Verschillende weeftechnieken
Ikat weven op een heupweefgetouwWanneer de gekleurde draden opgerold zijn kan het weven beginnen. Over het algemeen zijn er drie manieren.
De schering of ketting zijn de draden in het weefsel die als eerste opgespannen worden tussen twee punten, meestal in een weefraam. Dit weefraam kan vast zijn (beide zijden zijn met elkaar verbonden) of bestaan uit een gedeelte dat aan het lichaam wordt bevestigd en een ander gedeelte dat aan een vast punt (bijvoorbeeld een boom) vast zit. De wever zelf trekt de draden strak (een heupweefraam). De inslag zijn de draden die de wever vervolgens aanbrengt (weeft) tussen de opgespannen draden (schering) door.
Er zijn drie soorten ikats, afhankelijk van de methode waarbij alleen de schering, alleen de inslag of beide uit geverfde draden bestaat.
Schering-ikat
Sumba - staand weefraam met het patroon op de scheringDit is de eenvoudigste (en primitiefste) techniek waarbij alleen de schering is geverfd en de inslag effen is. Het patroon is al voor het weven zichtbaar. Bij deze soort ikat worden in verhouding veel scheringdraden dicht op elkaar gebruikt (daar staat immers het patroon op), waardoor een stugge stof ontstaat.
Inslag-ikat
Voortdurende aandacht van de wever is vereist bij deze techniek omdat het patroon tijdens het weven pas zichtbaar wordt. Alleen de inslag die de wever aanbrengt is geverfd, de opgespannen draden zijn effen van kleur. De stof is soepeler dan de schering-ikat.
Dubbele ikat
Dit is de moeilijkste techniek, omdat zowel schering als inslag voorzien zijn van een geverfd patroon. Deze ikat is het soepelst van de drie omdat er evenveel schering- als inslagdraden zijn per cm².
Over een ‘normale’ slendang (schouderdoek) doet een weefster gemiddeld een dag, maar daar is al het voorwerk dan niet bij meegerekend.
Weven voor een beter leven
Kussen van geometrisch ikatweefselTegenwoordig haalt Cabrejou Foundation een deel van deze rijke weeftraditie naar Nederland, in de vorm van geweven kussens uit Sumba. De kussens bevatten echter niet de eeuwenoude symbolen – zoals bijvoorbeeld de python, die op veel ander Sumbanees weefwerk wel te vinden is. Cabrejou Foundation heeft samen de wevers gekozen voor relatief neutrale motieven. De techniek is echter wel dezelfde als die men al eeuwen toepast.

 

Sumba - geometrisch ikatweefselCabrejou Foundation betaalt aan de wevers een eerlijke prijs voor hun weefsels, verzendt het naar Nederland en laat er hier kussens van maken. Deze worden verkocht via de website van Cabrejou en bij Veldkamp in Apeldoorn. De opbrengst hiervan wordt gebruikt om ontwikkelingsprojecten op Sumba te steunen, zoals een ziekenhuis in Melolo op Sumba. Op deze manier draagt deze eeuwenoude weeftraditie bij aan het welzijn van de plaatselijke bevolking.
Deze video geeft een beeld van het proces van afbinden, verven en weven van ikat op Sumba.

Internet
Meer informatie over de Cabrejou Foundation vindt u op hun website.
Over het weven van ikats op Sumba bestaat een DVD: The Ikats of Sumba, verkrijgbaar via www.how2dvd.co.uk.

Sumba - ikatweefsels hangen te koop

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather