Category Archives: Textiel verven

Bògòlanfini, de ‘modderdoeken’ uit Mali

In Mali (West-Afrika) wordt een speciaal soort doeken gemaakt, bògòlanfini, van aan elkaar genaaide stroken handgeweven katoen, die vervolgens geverfd worden met een bijzondere techniek, waarbij gebruik wordt gemaakt van gefermenteerde modder. De bògòlanfini behoren de laatste decennia tot het populairste Afrikaanse textiel en een groot deel van de productie wordt dan ook geëxporteerd. Ondanks de groeiende vraag is de traditionele, arbeidsintensieve techniek behouden gebleven.

Leefgebied van de Bambara in Mali.
Leefgebied van de Bambara in Mali.
Traditie van een West-Afrikaans volk
De bògòlanfini (ook wel: bogolan) is een textiele traditie van de Bambara (ook wel Bamana of Banmana), een volk in West-Afrika, vooral in Mali, maar ook in Burkina Faso, Guinee en Senegal, met een eigen taal en cultuur. Van 1712 tot 1861 bestond er ook een Bambara Keizerrijk. Archeologische vondsten in deze regio hebben aangetoond dat de verfstoffen die gebruikt worden voor bògòlanfini al in de twaalfde eeuw bekend waren.
Op deze foto is nog goed te zien dat de bògòlanfini is vervaardigd van meerdere stroken stof.
Op deze foto is nog goed te zien dat de bògòlanfini is vervaardigd van meerdere stroken stof.
Maar wat is een bògòlanfini precies? Het is een katoenen lap, meestal zo’n één bij anderhalve meter groot, gedecoreerd met geometrische patronen in zwart of bruintinten op een lichte, naturelkleurige ondergrond. De betekenis in de taal van de Bambara is samengesteld uit bògò ‘aarde’ of ‘modder’, lan ‘met’ of ‘door middel van’ en fini ‘stof’. De lap wordt door mannen gedragen als hemd tijdens de jacht en door vrouwen als omslagdoek. Wat een bògòlanfini werkelijk onderscheidend maakt is de techniek waarmee deze geverfd wordt.
Wever (guessé dala) van de smalle stroken katoenen stof.
Wever (guessé dala) van de smalle stroken katoenen stof.
Mannen en vrouwen hebben ieder hun eigen taak
De katoen wordt traditioneel gesponnen met een spindel door vrouwen. De gesponnen katoen wordt door mannen in stroken van ongeveer 10-15 cm breed op een handweefgetouw geweven. De stroken worden dan aan elkaar gestikt tot lappen van ongeveer één bij anderhalve meter, tegenwoordig soms ook groter. De vrouwen zorgen vervolgens voor de decoratie, gebaseerd op eeuwenoude tradities waarbij de uiteindelijke doelstelling, bijvoorbeeld bescherming tijdens de jacht of het afweren van kwade geesten bij vrouweninitiatie, het leitmotiv vormt.
De katoenen lappen worden geverfd met modder, waardoor de bògòlanfini ook wel bekend staan als ‘mud cloths’. De lappen worden hiertoe eerst gewassen in gekookt water en vervolgens gedroogd. Dan wordt de stof ondergedompeld in een vloeistof die de bladeren van de inheemse Bogolon-boom bevat. Deze vloeistof kleurt de katoen donkergeel en maakt dat de stof de uiteindelijke kleurstof absorbeert. Het is een soort fixeermiddel.
De decoratie van bògòlanfini wordt traditioneel door vrouwen gedaan.
De decoratie van bògòlanfini wordt traditioneel door vrouwen gedaan.
Geverfd met gefermenteerde modder
Als kleurstof wordt een soort leem gebruikt die een hoog ijzergehalte heeft en die afkomstig is van de oever van plaatselijke rivieren. Deze leem heeft minstens een jaar in aardewerken potten staan fermenteren, waardoor deze een zwarte kleur heeft gekregen. De modder wordt met stokjes, riet of soms een borsteltje op de stof aangebracht. De modder reageert met het fixeer in de stof. Als de modder opgedroogd is wordt de stof gewassen en in de zon gedroogd. Om de kleur donkerder te maken wordt dit proces meerdere malen herhaald, waardoor het ook mogelijk is om met meerdere kleurschakeringen te werken, van lichtbruin tot zwart.
Als de kleur uiteindelijk de gewenste diepte heeft bereikt wordt de lap gewassen in een vloeistof die gierstzemelen en pinda’s bevat, waardoor de kleur gefixeerd wordt en op de niet-geverfde delen het geel van de eerste fixeer verdwijnt en de oorspronkelijke naturelkleur van het katoen weer te zien is. Na vier tot zeven dagen is de lap dan klaar.
Soms wordt de leem aangebracht met een borsteltje.
Soms wordt de leem aangebracht met een borsteltje.
Decoratie
De decoratie van de bògòlanfini is niet zomaar versiering, maar heeft een betekenis. Het zijn abstracte of semi-abstracte afbeeldingen van alledaags voorwerpen of elementen uit de natuur. De populairste afbeeldingen symboliseren belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de Bambara of het succes van helden.
Ook de richting van de patronen is geen toeval; voor vrouwen is het patroon horizontaal, omdat de bògòlanfini om het lichaam wordt gewikkeld, terwijl van de lap voor mannen een hemd wordt gemaakt en de stof verticaal wordt gedragen en het patroon daarop wordt aangepast. Jagers geloven dat de patronen doordrongen zijn van ‘nyama’ en deze de jager tijdens de jacht zullen beschermen. Nyama staat voor energie of levenskracht.
Een moderne toepassing van bògòlanfini.
Een moderne toepassing van bògòlanfini.
Textiel met toekomst
Terwijl veel textieltradities langzaam uitsterven, maakt de bògòlanfini sinds de onafhankelijkheid van Mali (1960) juist een gestage opmars door. Nationaal is kleding van bògòlanfini vaak te zien bij overheidsbijeenkomsten. De bògòlanfini wordt tegenwoordig gezien als typisch Malinees in plaats van alleen maar van de Bambara.
Internationaal is de bògòlanfini bekend geworden door de in Mali geboren mode-ontwerper Chris Seydou (Seydou Nourou Doumbia). Opgeleid in Kati (Mali) en Abidjan (Ivoorkust), vertrok hij in 1971 naar Parijs en werkte daar onder andere voor Yves Saint-Laurent. Terug in Abidjan (1981) ging hij van bògòlanfini westerse kleding, zoals jasjes en minirokken, maken en vermarktte hij die in de VS en Europa. Ook westerse couturiers, zoals Oscar de la Renta, gebruikten de bògòlanfini of in ieder geval de typische decoratie daarvan in hun mode.
Behalve in mode komen we de bògòlanfini tegenwoordig ook in westerse interieurs tegen, omdat de stof en vooral de decoratie zo typisch Afrikaans of ‘etnografisch’ op ons over komt. In Mali wordt een groot deel van de productie door toeristen gekocht of geëxporteerd. De bògòlanfini is daarmee een blijvertje.
Boeken over bògòlanfini
Bogolanfini Mud Cloth (met cd-rom) door Sam Hilu, isbn 978-0764321870
African Mud Cloth. The Bogolanfini Art Tradition of Gneli Traore of Mali door Pascal James Imperato

bogolanfini-bogolanfini-mud-cloth-schiffer-books-sam-hilu-irwin-hersey-9780764321870bogolanfini-african-mud-cloth-the-bogolanfini-art-tradition-of-gneli-traore-of-mali

 

Bògòlanfini - Smithsonian National Museum.
Bògòlanfini – Smithsonian National Museum.
Kussens bekleed met bògòlanfini.
Kussens bekleed met bògòlanfini.

Verschillende voorbeelden van bògòlanfini van de Coopérative de Femmes à Djenné (Franstalige video).

Bògòlanfini in Djenné, Mali.
Bògòlanfini in Djenné, Mali.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Traditionele, indigo-geverfde stoffen uit Kano, Nigeria

Indigo - panorama over Kano
De Nigeriaanse stad Kano, gezien vanaf een heuvel.

De oude stad Kano in het noorden van Nigeria was ooit een belangrijke handelsstad waar de karavanen uit Noord-Afrika eindigden om hun inkopen te doen en deze weer dwars door de Sahara te vervoeren naar de door toearegs en berbers bevolkte gebieden. In de pre-industriële tijd was de productie van indigo-geverfde stoffen een van de belangrijkste bedrijvigheden van Kano en indigo-geverfde kleding werd in het gehele gebied van de Sahara gedragen.

Indigo - Kaart van Nigeria met Kano in het noorden
Kaart van Nigeria met Kano in het noorden.
Kano
Nog steeds is Kano een van de grootste steden van Nigeria met 1,2 miljoen inwoners. Het is het centrum van het islamitische deel van Nigeria en de laatste decennia politiek onrustig (er vonden in 2012 een aantal bomaanslagen plaats waarbij minstens honderd doden vielen). Het is een oude stad waar veel tradities bewaard bleven. Een deel van de oude, lemen ommuring is nog te zien. Noord-Nigeria wordt voornamelijk door Hausa bevolkt, die er lang geleden een aantal stadstaten stichtten, waaronder Kano.
Indigo
Al vijfhonderd jaar wordt er in Kano textiel geverfd met indigo, alhoewel vroeger deze techniek in veel meer plaatsen in West-Afrika voorkwam. Indigo is een kleurstof afkomstig van de indigo-plant (Indigofera tinctoria en Indigofera suffruticosa), een kleurstof die goed bestand is tegen wassen en slijtage. Traditioneel werd er daarom in Europa en Amerika werkkleding mee geverfd, nu bekend als jeans. Bijna overal ter wereld is indigo tegenwoordig vervangen door een chemische kleurstof.
Indigofera tinctoria de leverancier van de indigo-kleurstof
Indigofera tinctoria, de leverancier van de indigo-kleurstof.
Ook in Kano hebben de indigo-ververs veel concurrentie gekregen van industrieel vervaardigde kleding; in de koloniale tijd uit Europa en tegenwoordig goedkope geïmporteerde kleding uit China. Er zijn nu nog maar 150 indigo-putten in Kano en de laatste indigo-ververs overleven door twee markten: het toerisme en traditionele toepassingen, want bij belangrijke gelegenheden is traditionele indigo-kleding nog ‘verplicht’.
Techniek
De techniek van het indigo-verven is waarschijnlijk zo’n 500 jaar geleden geïntroduceerd door de Arabieren. Van Kano’s 150 verfputten in het atelier Kofor Mata (sinds 1898) zijn er nog een kleine vijftig in gebruik bij circa zestig indigo-ververs.
Indigo - Hausa mannen bij de indigo-verfputten in Kano
Hausa mannen bij de indigo-verfputten in Kano.
De putten zijn zo’n 4,5 meter diep en gevuld met een verfbad bestaande uit een combinatie van natuurlijke indigo, as van hout en kalium soda, die men twaalf dagen laat trekken. Tweemaal daags wordt deze mix zo’n 15 minuten stevig aangestampt met houten palen. Aan het eind worden resterende plantresten verwijderd en is de kleurstof klaar voor gebruik. De verfstof blijft zo’n jaar goed en kan aangevuld worden met organische stoffen, zoals een gele pulp van de zaden van een lokale boomsoort.
Indigo-verfputten in Kano, Noord-Nigeria
Indigo-verfputten in Kano, Nigeria.
De patronen in de stof worden gecreëerd met twee weglaattechnieken: afbinden en soms stiksels. Het afbinden wordt gedaan door knopen in de stof af te binden met concentrische cirkels. De blauwe kleur ontstaat doordat de indigo reageert met de lucht. Nadat de stof een tijd in de verfstof heeft gelegen wordt deze 30 – 45 seconden uit de verfstof gehaald en weer ondergedompeld. Dit wordt herhaald tot de stof de gewenste kleur blauw heeft bereikt.
Om lichtblauw te bereiken wordt de stof ongeveer anderhalf uur ondergedompeld en gelucht, navyblauw vergt ongeveer drie uur, licht-zwart circa vier uur en een intens donkerblauwe kleur wordt na zes uur bereikt. Indigo is een sterke kleurstof en heeft als voordeel dat het onverwarmd verwerkt kan worden. Het gebruik van een hechtmiddel is niet nodig.
Overleven
De indigoplant komt in bijna alle tropische gebieden veel voor en de traditie van indigo-verven is dan ook oorspronkelijk in grote delen van Afrika en Azië te vinden. De concurrentie van modern geproduceerde kleding heeft het traditionele indigo-verven echter geen goed gedaan.
De regering van Nigeria ondersteunt de indigo-productie omdat het aantrekkelijk is voor het toerisme, maar met een islamitische opstand gaande in naburige staten is promotie van het toerisme sowieso een hachelijke zaak. Het is daarom te hopen dat het gebruik van indigo-geverfde kleding door de eigen bevolking bij bijzondere gelegenheden deze mooie techniek in Kano in stand mag houden.
Indigo - Kofar Mata verfputten in Kano Noord-Nigeria - foto The Guardian
Kofar Mata verfputten in Kano met een voorbeeld van indigo-geverfde stof – foto The Guardian.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Ikat-weefsels van Sumba

Op het eiland Sumba, een van de Kleine Sunda-eilanden in Indonesië, wordt prachtig ikat-weefsel gemaakt. De eeuwenoude weeftraditie op dit eiland vindt men terug in de mythologie van Sumba. Tegenwoordig haalt de Cabrejou Foundation dit weefsel naar Nederland, om uit de opbrengsten van de verkoop op Sumba kleinschalige ontwikkelingsprojecten te steunen. In dit artikel gaan we wat dieper in op de weeftraditie van Sumba.

Sumba - liggingSumba is een van de Kleine Sunda-eilanden. Het behoort tot de ruigere gebieden in Indonesië, die door toeristen nog niet ontdekt zijn. Het eiland is relatief klein, nauwelijks een derde van Nederland, maar kent toch regionaal opvallende verschillen. Het oosten is droog, kaal, bekend om zijn paarden en beroemd om zijn kleurige weefsels. Het westen is groener en vruchtbaarder en de textiel die hier geproduceerd wordt heeft nooit een Hollandse kapstok of divan gesierd, doordat de weefsels minder kleurrijk zijn. Ondanks de verschillen beschouwen oost en west zich toch uitdrukkelijk als één volk, met een gezamenlijke geschiedenis, waarin wordt verteld hoe ooit een mythische voorouder, een python, het eiland heeft geweven.

Traditioneel dorp op Sumba

De symboliek van het weven op Sumba
Niet alleen in de Sumbanese mythes is het weven belangrijk, ook in het dagelijkse leven was en is de weefkunst een belangrijk onderdeel. Door de weefkunst verwierf Sumba internationale bekendheid, net als door haar paarden en sandelhout. Mede door haar schriftloze cultuur komen ideeën en waarden tot uitdrukking in weefsels. Als voorbeeld: baren en weven zijn traditioneel de belangrijkste taken van een Sumbanese vrouw. In beide gevallen creëert zij leven, zij plakt adem en naam, katoen en geest, aan elkaar. Jagen en doden zijn mannentaken, evenals het afwerken van de franje van een weefsel. Plakken en knippen, leven en dood, worden ook uitgebeeld in belangrijke mannendoeken. Het leven, de relatie tussen mensen en huizen, bevindt zich in het veilige middendeel van het doek. De dood, de jacht en de wildernis worden verbeeld in de randen van het weefsel.

Sumba - ikatweefsel

In Indonesië zijn twee belangrijke textieltradities: ikat en batik. Bij batik wordt een stof met was behandeld, zodat de delen die met was zijn bedekt bij het verven ongekleurd blijven. Dit is met name een veelvoorkomende techniek op Java. Op Sumba gebruikt men echter de ikattechniek. Dat wil zeggen dat voorafgaand aan het weven de draad geknoopt en geverfd wordt, en de geweven motieven geen duidelijke grenzen hebben – als bij batik. Op Oost-Sumba versiert men de stof met afbeeldingen van dieren en dergelijke, op West-Sumba met geometrische motieven, zoals die van de mata kari (het buffeloog) en de hura (vleesvork). Cabrejou Foundation werkt echter samen met een groep wevers van Oost-Sumba: de wevers van Waimarangu.

Een aantal stappen bij het maken van ikat-weefsel

Wat vaak vergeten wordt is het werk dat vooraf gaat aan het ‘eigenlijke’ weven. Want eerst moet er garen gekocht worden op de markt, neutrale witte draden. Met behulp van verfstoffen worden deze draden dan gekleurd. Dit gebeurt door de verf in water te koken en daarin de draden mee te laten koken. Wanneer dat gebeurd is wordt het garen in de zon te drogen gehangen en later opgerold. Een heel enkele keer wordt er een dynamo gebruikt om de draden op te rollen, meestal is het echter handwerk. Het voorbereidende werk met uitrollen en oprollen vergt hierdoor heel wat tijd.
Verschillende weeftechnieken
Ikat weven op een heupweefgetouwWanneer de gekleurde draden opgerold zijn kan het weven beginnen. Over het algemeen zijn er drie manieren.
De schering of ketting zijn de draden in het weefsel die als eerste opgespannen worden tussen twee punten, meestal in een weefraam. Dit weefraam kan vast zijn (beide zijden zijn met elkaar verbonden) of bestaan uit een gedeelte dat aan het lichaam wordt bevestigd en een ander gedeelte dat aan een vast punt (bijvoorbeeld een boom) vast zit. De wever zelf trekt de draden strak (een heupweefraam). De inslag zijn de draden die de wever vervolgens aanbrengt (weeft) tussen de opgespannen draden (schering) door.
Er zijn drie soorten ikats, afhankelijk van de methode waarbij alleen de schering, alleen de inslag of beide uit geverfde draden bestaat.
Schering-ikat
Sumba - staand weefraam met het patroon op de scheringDit is de eenvoudigste (en primitiefste) techniek waarbij alleen de schering is geverfd en de inslag effen is. Het patroon is al voor het weven zichtbaar. Bij deze soort ikat worden in verhouding veel scheringdraden dicht op elkaar gebruikt (daar staat immers het patroon op), waardoor een stugge stof ontstaat.
Inslag-ikat
Voortdurende aandacht van de wever is vereist bij deze techniek omdat het patroon tijdens het weven pas zichtbaar wordt. Alleen de inslag die de wever aanbrengt is geverfd, de opgespannen draden zijn effen van kleur. De stof is soepeler dan de schering-ikat.
Dubbele ikat
Dit is de moeilijkste techniek, omdat zowel schering als inslag voorzien zijn van een geverfd patroon. Deze ikat is het soepelst van de drie omdat er evenveel schering- als inslagdraden zijn per cm².
Over een ‘normale’ slendang (schouderdoek) doet een weefster gemiddeld een dag, maar daar is al het voorwerk dan niet bij meegerekend.
Weven voor een beter leven
Kussen van geometrisch ikatweefselTegenwoordig haalt Cabrejou Foundation een deel van deze rijke weeftraditie naar Nederland, in de vorm van geweven kussens uit Sumba. De kussens bevatten echter niet de eeuwenoude symbolen – zoals bijvoorbeeld de python, die op veel ander Sumbanees weefwerk wel te vinden is. Cabrejou Foundation heeft samen de wevers gekozen voor relatief neutrale motieven. De techniek is echter wel dezelfde als die men al eeuwen toepast.

 

Sumba - geometrisch ikatweefselCabrejou Foundation betaalt aan de wevers een eerlijke prijs voor hun weefsels, verzendt het naar Nederland en laat er hier kussens van maken. Deze worden verkocht via de website van Cabrejou en bij Veldkamp in Apeldoorn. De opbrengst hiervan wordt gebruikt om ontwikkelingsprojecten op Sumba te steunen, zoals een ziekenhuis in Melolo op Sumba. Op deze manier draagt deze eeuwenoude weeftraditie bij aan het welzijn van de plaatselijke bevolking.
Deze video geeft een beeld van het proces van afbinden, verven en weven van ikat op Sumba.

Internet
Meer informatie over de Cabrejou Foundation vindt u op hun website.
Over het weven van ikats op Sumba bestaat een DVD: The Ikats of Sumba, verkrijgbaar via www.how2dvd.co.uk.

Sumba - ikatweefsels hangen te koop

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

De diverse Shibori-technieken nader toegelicht

Shibori is een verftechniek met een Japanse naam, die ook in een aantal andere landen wordt toegepast. Door bepaalde delen van de stof te ‘blokkeren’ voor de kleurstof, kan men bijzondere kleureffecten bereiken. In die zin lijkt het op het batik, maar terwijl bij batik delen van de stof met was worden afgedekt voor het verven, wordt bij Shibori de stof gevouwen, afgebonden of vastgenaaid om bepaalde delen voor de kleurstof onbereikbaar te houden. In dit artikel zullen we de diverse Shibori-technieken toelichten, met natuurlijk een paar voorbeelden erbij.

De Shibori-technieken worden in twee groepen verdeeld: de met naald en draad gecreëerde ontwerpen, een groep met een aantal onderverdelingen, en de overige, waarbij de stof voor het verven gevouwen, bij elkaar gebonden of geklemd wordt, zodat de verf de diepliggende delen niet bereikt.
Shibori met stikseltechnieken
Deze techniek wordt in Japan, Afrika en Indonesië gebruikt en heet aldaar respectievelijk nui shibori, adire alabere danwel tritik. De volgende gereedschappen zullen u hierbij behulpzaam zijn:
– (Transparante) liniaal
– Passer
– Papierschaar
– Markeerpen met wateroplosbare inkt
– Dunne, witte katoenen stof (om mee te beginnen, u kunt altijd later andere stoffen proberen)
– Sterk katoenen garen
– Naald, schaar en vingerhoed
Shibori met stikseltechnieken zijn onderverdeeld in de volgende soorten:
Mokume shibori
Mokume shiboriDit is een van de eenvoudigste shibori-technieken, een soort smokwerk, waarbij u de stof voor het verven plooit en de plooien vastnaait. Het effect dat u krijgt lijkt enigszins op een patroon van houtnerven. Het mooiste resultaat krijgt u wanneer u de parallelle rijen steekjes niet te dicht bij elkaar laat lopen, zodat u niet alleen een horizontaal patroon krijgt (met de plooien mee), maar ook verticaal, omdat op de plaats waar de steekjes zitten de verfstof het textiel moeilijker bereikt dan in de ruimte tussen de rijen steekjes.
Mokume shiboriVoor mokume shibori neemt u een stuk katoen, welke u aan één kant om de twee à drie cm markeert. Op deze plaats zet u de eerste steek met een knoop goed vast. Vervolgens naait u een rechte lijn steekjes naar de andere kant van de stof. Daar laat u een redelijk stuk draad over om straks de stof aan te kunnen trekken. U herhaalt dit over de hele stof totdat deze geheel is voorzien van rijen steekjes. Deze hoeven overigens niet al te regelmatig te zijn, want de charme van iedere vorm van shibori is nu juist het spontane en enigszins oncontroleerbare effect van de techniek. Vervolgens trekt u aan de losse draadeinden de plooien in de stof en knoopt u het uiteinde vast. U kunt vervolgens de stof naar eigen voorkeur verven. Nadien haalt u de draden eruit en heeft u een stuk mokume shibori.
Karamatsu shibori
Karamatsu shiboriKaramatsu betekent lariks en het met deze shibori-techniek verkregen patroon lijkt op de uitgestoken takken van de lariks. Bij deze techniek begint u met drie ronde mallen van karton te maken van respectievelijk 5, 3,5 en 2 cm diameter. Op de stof markeert u om de 5 cm een rechte vouwlijn. Leg de grootste mal op de vouwlijn en markeer een halve cirkel. Vervolgens legt u in deze halve cirkel de kleinere mal en markeert weer een halve cirkel en hetzelfde doet u met de kleinste mal. Herhaal dit langs dezelfde vouwlijn, iedere grootste cirkel 2-3 cm vanaf de vorige. Vervolgens doet u hetzelfde op de volgende vouwlijn, maar dan de cirkels om-en-om verspringend met die van de vorige rij (het hart van de cirkel ligt tegenover de ruimte tussen twee cirkels op de vorige lijn). Ga zo door tot de hele stof bedekt is.
Karamatsu shibori, boven afgebonden, onder het resultaatVervolgens vouwt u de stof langs de eerste lijn. Neem een dubbele draad in de naald, maak een knoop bij de eerste steek en maak een rij steken over de grootste halve cirkel. Laat een stukje draad vrij, maar vervolg daarna met dezelfde draad op de volgende cirkel de steken en zo verder totdat u aan het andere eind van de stof bent, waar u zo’n 10 cm draad over dient te houden. Herhaal dit bij de volgende rijen halve cirkels, maar kijk uit dat u niet de vorige rij aan de volgende vastnaait. Trek daarna de draden voorzichtig aan en zet het uiteinde van de draad goed vast. Vervolgens kunt u zoals gebruikelijk de stof verven en daarna de draden eruit halen om het resultaat te aanschouwen.
Ori-nui shibori
Ori-nui shiboriDit zijn lineaire patronen, waarmee u de stof een streep- of ruitdesign geeft. Een variant hierop is om de lijn niet recht, maar een beetje golvend te laten lopen, wat tatewaku heet. Markeer voor ori-nui shibori op een stuk stof elke 5 cm een rechte lijn. Vouw de stof over de eerste lijn en maak op de gebruikelijke wijze een rij steekjes dicht langs de vouw. Doe dit langs alle vouwen en trek vervolgens de draad aan en zet het uiteinde met een knoop goed vast. Na het verven, wassen en het verwijderen van de draden heeft u een ori-nui patroon.
Ori-nui shibori (gekruist patroon)Varianten hierop: maak kruisende rijen. Naai eerst alle horizontale lijnen en daarna alle verticale. Trek de draden in dezelfde volgorde aan. U heeft nu een soort ruitpatroon. Of teken, in plaats van rechte, enigszins golvende lijnen. U kunt hiervoor het beste een mal voor de golvende lijnen maken of een andere gebogen vorm gebruiken.
Maki-nui shibori
Maki-nui shiboriDeze techniek lijkt op Ori-nui shibori, maar hierbij maakt u geen rechte rij steken evenwijdig aan de vouw, maar haalt u de draad telkens, onder een schuine hoek, om de vouw heen. U krijgt zo een kepervormig patroon. Deze techniek wordt ook veel in Afrika gebruikt, soms met een variant waarbij een ruitpatroon wordt gevormd met in de ruiten weer een kruis.
Maki-age shibori
Maki-age shiboriDeze techniek is een buitenbeentje, want een combinatie van zowel genaaid als afgebonden shibori. U begint met het markeren van een aantal bladvormen op de stof. U naait steekjes langs de bladrand en trekt daarna de draad goed aan en knoopt deze vast. De stof binnen het stiksel steekt nu omhoog. Deze stof omwikkelt u met een draad, al dan niet door de draad er spiraalsgewijs of kruiselings er omheen te wikkelen. De draad zet u hierna vast met een knoop. Daarna verft u de stof. Experimenteert u eens met verschillende vormen en beide manieren van afbinden, om de verschillen te zien.
Andere shibori-technieken
Dit zijn dus technieken waarbij geen naald te pas komt, maar waarbij het effect verkregen wordt door afbinden, persen en vouwen van de stof.
Arashi shibori
Arashi shibori om een paal gebondenBij arashi shibori wordt de stof om een paal heen gewikkeld. Oorspronkelijk was dit een hol stuk bamboe, tegenwoordig gebruikt men meestal een stuk regenpijp van de bouwmarkt, dat hetzelfde effect geeft. Het formaat is meestal zo’n 10 cm doorsnee met een lengte tussen de 50 en 100 cm.
Kimono van arashi shiboriKnip een strook stof van ongeveer 20 cm breedte en wikkel deze diagonaal om de buis heen, zonder dat de stof over elkaar heen komt. Plak al doende de stof vast met afplaktape, zodat deze blijft zitten. Wikkel vervolgens een draad om de stof, in tegengestelde richting ervan en met een regelmatige afstand van elkaar. Terwijl u hiermee bezig bent haalt u de overbodig geworden stukjes tape weg. Werk dit af tot het einde van de stof en knoop vervolgens de draad vast. Verf de stof op de buis in een staand verfbad. Haal daarna de draad voorzichtig van de buis. Was en laat de stof vervolgens drogen. U heeft nu een patroon verkregen met diagonale strepen.
Itajime shibori
Itajime shiboriBij itajime shibori wordt de stof eerst in stroken, vervolgens in vierkanten of driehoeken gevouwen en daarna tussen twee plankjes geklemd. Doordat de stof strak tussen twee planken geklemd zit, dringt de verf alleen bij de zijkanten van het gevouwen stuk stof binnen.
Neem een stuk stof en vouw dit harmonicagewijs in gelijke stroken. Vervolgens kunt u, a. de stof zigzaggend vouwen tot een vierkante stapel of, b. een uiteinde omvouwen tot een driehoek en zo, eveneens zigzagsgewijs, verder gaan tot u een driehoekige stapel hebt. Deze stapel klemt u nu tussen twee plankjes die u met draad of een klem tegen elkaar klemt. Hoe strakker u de plankjes tegen elkaar klemt, des te minder diep dringt de verf in de stof. Verf vervolgens de stof. Hierna dient u de stof weer voorzichtig uit te vouwen en daarna bij voorkeur liggend te drogen, zodat de verf niet uitloopt. U hebt nu een patroon van vier- of achtkantjes gekregen.

Video van Laura Myriam Biran waarin de diverse Shibori-technieken worden getoond.

Tesuji shibori
Bij deze techniek plooit u de stof zigzagsgewijs, waarna u de verkregen langwerpige stapel omwind met draad. Dit kunt u, al naar gelang het gewenste effect, losjes doen met een paar aparte draadjes of dichter over de hele lengte met één lange draad. Vervolgens verft u het geheel. U krijgt een gestreept patroon.

Tesuji shibori

Dit zijn de belangrijkste shibori-technieken. Op iedere techniek zijn complexere variaties te bedenken en er zijn nog meer technieken. Toch kunt u hiermee aardig vooruit. Aarzelt u vooral niet te experimenteren, want zo doet u de interessantste ontdekkingen. Probeer het niet te mooi of te precies te doen, want juist in de speelse toepassing van de shibori-techniek vindt u de grootste charme.

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather