Category Archives: Kleding

De ‘Tarkhan Dress’ uit oud-Egypte blijkt het oudste geweven kledingstuk ter wereld

Een in 1913 door de Engelse egyptoloog Flinders Petrie gevonden linnen hemd met V-hals blijkt na koolstofdatering het oudste geweven kledingstuk ter wereld te zijn. Het hemd, waarvan de oorspronkelijke lengte niet te bepalen is, werd in 1913 in een graf uit de Eerste Dynastie gevonden in het grafveld van Tarkhan, circa 50 km ten zuiden van Cairo, en naar Engeland verzonden. Het materiaal van het kledingstuk is geweven linnen, op het bovenstuk en de mouwen geplooid en door middel van naden getailleerd. Gezien de maat heeft het waarschijnlijk aan een tiener of slanke vrouw toebehoord.

Linnen tuniek, gevonden in een graf uit het einde van het Oude Koninkrijk (crica 2686 - 2181 voor het begin van onze jaartelling) - Petrie 1898.
Linnen tuniek, gevonden in een graf uit het einde van het Oude Koninkrijk (crica 2686 – 2181 voor het begin van onze jaartelling) – Petrie 1898.
Kleding uit het oude Egypte
Dankzij het droge klimaat in Egypte bestaan er nog redelijk wat voorbeelden van oud-Egyptische kledingstukken en ander textiel, met name in graven gevonden. Egyptische kleding was eenvoudig van model en bijna altijd van linnen gemaakt. Afhankelijk van de maatschappelijke klasse varieerde de fijnheid van het weefsel.
Omdat vlas, waar linnen van gemaakt wordt, moeilijk is te verven, was de meeste kleding in naturel kleur, hooguit voorzien van enkele draadjes gekleurd linnen ter decoratie. Soms werd het linnen gebleekt door de gewassen linnen in de zon te laten drogen. Pas in de nadagen van het Egyptische rijk werd kleding ook van wol gemaakt, maar linnen is, doordat het koel aanvoelt, veel geschikter in het Egyptische klimaat.
Model van een oud-Egyptische weverij, gevonden in de graftombe van Meketre - foto National Geographic.
Model van een oud-Egyptische weverij, gevonden in de graftombe van Meketre – foto National Geographic.
Techniek
Het Egyptische linnen stond bekend om zijn fijne kwaliteit; ze hadden een unieke techniek om heel fijne draden te spinnen. De vlasvezels werden daartoe eerst met de hand aan elkaar gedraaid, waarna twee van zulke draden in elkaar werden gedraaid. Vervolgens werden deze draden met een spintol gesponnen. De fijnste kwaliteit geweven linnen was soms bijna doorzichtig, zoals blijkt uit verhalen uit de oud-Egyptische mythologie.
Egyptisch linnen werd thuis geweven of in ateliers op het landgoed van rijkere families. Van oorsprong werd dit werk door vrouwen op horizontale weefgetouwen gedaan, dat met houten pinnen in de grond was verankerd. In het Nieuwe Rijk kwam het verticale weefgetouw in zwang en op dat getouw werd juist door mannen geweven.
De verschillende stadia van de productie van linnen in het oude Egypte.
De verschillende stadia van de productie van linnen in het oude Egypte.
Kledingstijl
De stijl van kleding varieerde weinig, of het nu door boeren of de rijken onder de bevolking werd gedragen. Mannen droegen over het algemeen een omslagdoek, die in het Oude Rijk boven de knie eindigde en in het Midden en Nieuwe Rijk tot aan de kuit reikte.
De kleding verschilde in model nauwelijks in de diverse maatschappelijke klassen, maar wel in de kwaliteit van het linnen.
De kleding verschilde in model nauwelijks in de diverse maatschappelijke klassen, maar wel in de kwaliteit van het linnen.
Vrouwen droegen strakke, enkellange gewaden die met banden over de schouder of om de hals omhoog werden gehouden. Sommige jurken hadden korte mouwen of de vrouwen droegen een omslagdoek over de schouders. Latere voorbeelden waren voorzien van verticale fijne plooien en soms franje aan de randen. Er kwamen zelden naden voor in Egyptische kleding; de kleding werd met een gordel samengehouden.
Farao’s, zoals bijvoorbeeld te zien in het graf van Toetanchamon, en priesters droegen soms dierenhuiden, met name luipaardvellen. Aan de voeten werden soms sandalen gedragen, gemaakt van leer of plantenvezel. Heel vaak ging men echter ook blootsvoets.
Kleding van het Oude tot het Nieuwe Rijk in Egypte - tekening Crystalinks.
Kleding van het Oude tot het Nieuwe Rijk in Egypte – tekening Crystalinks.
De Tarkhan Jurk
De unieke ouderdom van de Tarkhan Dress werd pas laat ontdekt. Na de vondst in 1913 door Flinders Petrie werd het kledingstuk naar Londen verscheept, waar het tot 1977 met wat andere kleding opgeslagen heeft gelegen. De kleding is toen naar het Victoria and Albert Museum gebracht voor conservering. Alhoewel ook toen al vermoed werd dat de Tarkhan Dress zeer oud was, was de techniek van koolstofdatering nog onvoldoende gevorderd om zekerheid te verschaffen.
Een team van de Universiteit van Oxford onder leiding van dr. Michael Dee gebruikte in 2015 een vezel van 2,24 mg om vast te stellen hoeveel koolstof-14 isotoop aanwezig was in de vezel. Koolstof-14 isotoop is aanwezig in alle organische materialen en neemt gedurende de tijd langzaam af. Hoe minder koolstof-14, hoe ouder het materiaal is. Uit dit onderzoek bleek dat de Tarkhan Dress gemaakt is tussen 3482 en 3102 voor het begin van onze jaartelling met 95% zekerheid. Recent is het onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Antiquity gepubliceerd.
De bovenkant en de mouwen van de Tarkhan Dress is van geplooid linnen.
De bovenkant en de mouwen van de Tarkhan Dress is van geplooid linnen.
Het kledingstuk stamt daarmee waarschijnlijk nog van voor de Eerste Dynastie en is met bijna 5500 jaar het oudste geweven kledingstuk bekend. De jurk is gemaakt van drie geweven stukken linnen met een lichtgrijs streepje, aan elkaar genaaid, en de mouwen en het bovenstuk zijn voorzien van plooien. Sporen tonen aan dat het kledingstuk ooit gedragen is. De Tarkhanjurk wordt momenteel tentoongesteld in het UCL Petrie Museum of Egyptian Archaeology in Londen.
Bronnen: University College London, Antiquity, Crystalinks.
Twee houten spindels, circa 1850 - 1750 voor het begin van onze jaartelling.
Twee houten spindels, circa 1850 – 1750 voor het begin van onze jaartelling.
Vier elegant geklede dames in geplooide lange jurken met een bediende - muurschildering in het graf van Nebamun, Thebe, 1400 voor het begin van onze jaartelling.
Vier elegant geklede dames in geplooide lange jurken met een bediende – muurschildering in het graf van Nebamun, Thebe, 1400 voor het begin van onze jaartelling.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Yatak, chapan en chekman: traditionele overjassen uit Centraal-Azië

In het ruige landschap van Centraal-Azië hebben sinds prehistorische tijden mensen rondgetrokken: herdersstammen met hun kudden, maar ook handelskaravanen langs de bekende zijderoute tussen China en het Midden-Oosten. Het klimaat in dit gebied kent grote uitschieters, waardoor degelijke kleding een absolute noodzaak is. De mannen in deze landen dragen lange mantels over hun kleding, waarbij de uitvoering kleurrijker en het materiaal duurder is naarmate de bezitter aanzienlijker is. U hebt allemaal wel eens zo’n jas gezien: de Afghaanse president Hamid Karzai draagt er altijd een bij officiële gelegenheden.

Kaart van de Ferghana-vallei in Oezbekistan en TadjikistanCentraal-Azië is een gebied ruwweg tussen het noorden van Iran en het westen van China. Alhoewel de definitie van het gebied varieert, gaat men over het algemeen uit van de landen die op ‘stan’ eindigen: Kazachstan, Kirgizstan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan, alle voormalige Sovjet-republieken. Het gebied is niet erg geschikt voor landbouw – het bestaat voornamelijk uit bergen, steppen en woestijnen – en wordt al duizenden jaren doorkruist door herdersvolken, op zoek naar graasgebieden voor hun kudden. Daarnaast is het een kruispunt van diverse culturen met eeuwenoude handelsroutes, bekend onder de naam zijderoute. Met iedereen altijd onderweg was het belangrijk dat alle benodigdheden voor het dagelijkse leven makkelijk vervoerd konden worden, verpakt in tassen en stoffen. Door deze behoefte ontstond hier al vroeg een textielindustrie.
Ontstaan van een ikat-traditie
Met name in de Ferghana-vallei, gelegen in het westen van het tegenwoordige Oezbekistan, ontstond zo’n 2500 jaar geleden een rijke textielindustrie, waarbij vooral katoen en zijde het basismateriaal vormde. De teelt van de zijderupsen was traditioneel vrouwenwerk, terwijl de mannen de cocons kookten om de draad af te wikkelen. De gesponnen garens werden door garenververs, vaak joden, gekleurd door middel van de ikat-afbindmethode. Hierbij worden delen van de garens afgedekt, waarbij de niet-afgedekte delen wel een kleur krijgen en de afgedekte delen hun oorspronkelijke kleur behouden. Traditioneel leverde iedere garenverver één kleur, wat maakte dat naarmate een stof meer kleuren bevatte deze steeds kostbaarder werd. De gekleurde garens gingen daarna terug naar de families die de zijde hadden geteeld, om vervolgens geweven te worden.
Hamid Karzai met een gestreepte chapanDe ikat-stoffen werden in de regel in een combinatie van zijde en katoen geweven, waarbij de ketting van ikat-gekleurde zijde was en de inslag van een monochrome katoen. Hieraan ligt een islamitische motivatie ten grondslag: men gaf er de voorkeur aan dat de huid voornamelijk met de katoen in contact kwam in plaats van met de zijde, waarvan men de aanraking te sensueel achtte. Het ontwerp van de stoffen werd in heldere kleuren uitgevoerd: roze, geel, lila, groen, rood, blauw en zwart. Daarmee contrasteerden deze kleurrijke ikat-stoffen met het wat grauwe landschap. Abstracte motieven, zoals grote concentrische cirkels en diagonale strepen, waren gebruikelijk. Eeuwenlang is deze textieltechniek in en rond de Ferghana-vallei uitgevoerd. Pas tijdens het Sovjet-tijdperk, toen grote groepen Turkmenen naar Afghanistan vluchtten, ontstond ook daar een zijde-industrie. De jas van Hamid Karzai is dus eigenlijk niet inheems.
Verschillende soorten khalat
De traditionele overjas of khalat, van voren open, lengte vaak tot over de knie en met lange mouwen, uitgevoerd in ikatstof of van geborduurd velours, was vaak een schenking van een lokale vorst aan zijn ondergeschikten en gasten, volgens de moslimtraditie om een jas als geschenk aan een welkome bezoeker te geven, een blijk van gastvrijheid. Het woord khalat stamt van het Arabische khilat, dat kledingstuk betekent. Het woord khalat wordt daarnaast ook gebruikt voor de ceremonie van het aanbieden van de mantel.

Chapan van ikat uit Oezbekistan, begin 20ste eeuw

Terwijl de gewone man meestal een gestreepte khalat droeg, toonden de voornamen hun rijkdom door diverse ikat-khalats over elkaar te dragen. Men onderscheidt drie soorten khalats:
  • de yatak, een dunne zomerjas;
  • de chapan is een gevoerde winterjas (Vergelijk de overeenkomst met het Russische woord kaftan en het Poolse woord zupan, welke in beide gevallen als kledingstuk voortkomen uit de chapan. Het woord chapan wordt ten onrechte nog wel eens voor alle Centraal-Aziatische jassen gebruikt.);
  • de chekman is een jas van schapenvel of kamelenhaar, gevoerd met katoen, zijde of een combinatie daarvan.
Afghaanse chapan uit de 20ste eeuwIn alle drie de gevallen is de khalat aan de randen afgewerkt met geweven of geborduurde banden, sheyraz geheten. De khalat wordt gedragen over een lang overhemd en een broek, terwijl als schoeisel vaak laarzen gebruikelijk zijn. Een muts van astrakan of een tyubiteika, een met borduurwerk versierd mutsje, completeert het geheel. Vaak doet men de khalat niet ‘aan’, maar slaat men deze losjes om de schouders, dus met de armen niet in de mouwen. We komen ook regelmatig khalats tegen met mouwen die bijna net zo lang als de jas zijn; bijzonder onpraktisch om daar de armen in te hebben!
Khalats hebben geen zakken. Toiletartikelen, aanstekers en kleine, bewerkte tasjes werden aan een riem gedragen. De tasjes waren meestal met borduurwerk versierd, waarbij iedere stam zijn eigen patronen had.
De uitvoering van de khalat is afhankelijk van de maatschappelijke status van de drager. Zo droegen de vroegere vorsten in deze gebieden khalats van velours, vaak versierd met borduursel van goud- en zilverdraad. Goudbrokaat khalats met zijden ikatvoering of jassen van velours waren gereserveerd voor prinsen en hoge hoffunctionarissen. Leden van de stedelijke elite droegen zijden ikatjassen. De gewone stedelingen, boeren en nomaden dragen katoenen khalats, die meestal gestreept zijn.

Khalat uit Boekhara van zijdebrocaat, laat 19de eeuw

Mohammed Alim Khan van Boekhara draagt een chapan van zijde uit eigen atelierDe indrukwekkendste khalats zijn uitgevoerd in velours van kasjmier wol, versierd met goud- en zilverborduurwerk en gevoerd met ikatstof, een symbool van rijkdom en macht van de drager. Sommige khans (plaatselijke vorsten), zoals die van Boekhara, hadden eigen ateliers waar deze vervaardigd werden. Het rijke borduurwerk met goud- en zilverdraad werd uitgevoerd door mannen, omdat men geloofde dat vrouwenhanden het gouddraad zouden aantasten. Tegenwoordig wordt het borduurwerk in deze streek in ateliers juist door vrouwen gemaakt.
Een khalat kopen
Traditionele khalats komt men nog wel eens tegen op veilingen van onder andere het veilinghuis Christies en in vooraanstaande textielgalerieën. Verkoopprijzen liggen dan tussen de € 400 en €3.000, sterk afhankelijk van ouderdom en kwaliteit. In Amsterdam verkoopt de in Centraal-Aziatische textiel gespecialiseerde galerie Shirdak khalats. Via het internet vindt u ook wel webwinkels die khalats en charpans verkopen, maar deze zijn dan meestal van met moderne technieken gefabriceerde stoffen gemaakt en dus lang niet zo interessant.
Meer informatie
Boek
Asian Costumes and Textiles, Skira Editore, Milaan, ISBN 88-8118-971-2
Internet
Artikel over alle uitingen van de Oezbeekse cultuur
Online galerie 30meeting.com, Charleston, SC, Verenigde Staten
Oezbeekse nationale kleding
Shirdak Silkroad Textile

Chapan van ikat, Oezbekistan, 19de eeuw

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Geborduurd jasje uit Noord-Thailand

In een winkel met traditionele handgemaakte artikelen op het vliegveld van Chiangrai, de meest noordelijke provincie van Thailand, vonden we een prachtig jasje, geheel bedekt met borduurwerk in kruissteek. Dit borduurwerk is duidelijk geïnspireerd op dat van de bergstammen, die nog veel in Noord-Thailand voorkomen. In dit artikel geven we graag wat meer informatie over het borduurwerk uit deze streek, en we hebben ook de teltekeningen van de gebruikte motieven voor u, om er zelf mee aan de slag te gaan.

Lan Na
Kaart van Noord ThailandHet noorden van Thailand is vanaf 1296 tot in de jaren twintig van de vorige eeuw een onafhankelijk koninkrijk geweest, waarbij de verschillende stadstaten een grote autonomie hadden ten opzichte van de koning in Chiangmai. De naam van dit koninkrijk was Lan Na, wat zich laat vertalen als land van een miljoen rijstvelden. Lan Na strekte zich in haar hoogtijdagen uit van de rivier Salween in het tegenwoordige Myanmar in het westen tot Louang Prabang in Laos in het oosten, en van Sipsong Panna in Zuid-China tot aan het koninkrijk Ayutthaya. De laatste koning van Lan Na was Kaeonawarat, die in 1939 overleed. Gedurende zijn regeringstijd werd Lan Na geleidelijk een onderdeel van Thailand.

 

Noord-Thais landschap

Noord-Thailand is een tamelijk bergachtig gebied, waar behalve de Thais ook verschillende bergstammen leven, die ieder hun eigen cultuur hebben. Het handwerk van deze bergstammen is zo bepalend voor hun cultuur en identiteit, dat in sommige delen van het voormalige Lan Na deze bergstammen alleen nog maar door hun handwerk- en klederdrachttradities zijn te onderscheiden van andere volkeren. Het borduurwerk van bergstammen zoals de Yao, Karen, Maeo en Akha staat op een hoog niveau en heeft tegenwoordig veel belangstelling van toeristen. Een groot deel van wat de vrouwen van de diverse bergstammen maken wordt dan ook verkocht aan toeristen.
Jasje in Noord-Thaise stijl
Noord-Thais jasje Het jasje dat we hier bespreken is waarschijnlijk niet door iemand van een bergstam gemaakt, maar het product van een ontwikkelingsorganisatie, die aan Thaise vrouwen in het noorden een bijverdienste bieden. Veel van deze organisaties zijn, vaak door het koningshuis, opgezet om alternatieve inkomsten te bieden voor het wegvallen van de opiumteelt, die hier vroeger veel voorkwam. De patronen zijn deels afkomstig van de Yao, maar niet de veelkleurigheid (de Yao borduren over het algemeen alleen in wit, blauw, rood en geel).
Dit jasje is geborduurd in bijna twintig verschillende kleuren. Alhoewel deze kleuren volgens westerse begrippen soms met elkaar ‘vloeken’, stoort dit op de zwarte ondergrond niet. Bijna het gehele jasje is bedekt met borduurwerk in kruissteek, geborduurd met één draad op een 11-draads aftelbare, zwarte stof. Het garen is katoen, maar wat dikker dan waar in Europa gewoonlijk mee geborduurd wordt. De kraag en de sluiting zijn afgewerkt met eveneens zwarte, geweven hennep, een stof die veel in Noord-Thailand gebruikt wordt. De sluiting is een schijnsluiting; de sierknoopjes zijn oude Chinese muntjes met een gaatje, die vastgezet zijn met satijnen lintjes. Het jasje is met een fijne katoenen stof gevoerd. Het is verder een eenvoudig, tamelijk recht model dat het borduurwerk mooi doet uitkomen.
Zelf maken
Noord-Thais jasje - detail rugpandHet is een mooie uitdaging om dit jasje zelf te maken. U zult er even mee bezig zijn, maar als het eenmaal klaar is veel bewondering mee oogsten. Het gefotografeerde model is in maat L, maar let wel: een Thaise maat L, die kleiner uitvalt dan een Nederlandse. Als u zelf het jasje gaat maken, is het verstandig eerst de stof op uw eigen maat te knippen en deze vervolgens te borduren, anders borduurt u te veel of te weinig. Als u wat langer bent dan de gemiddelde Thai, en die kans is groot, zult u een of twee geborduurde stroken extra moeten invoegen. Het borduursel van de voorpanden en de rug is gelijk, dat van de mouwen afwijkend. Als u dus dient te verlengen kunt u van de mouw een strook toevoegen aan het voorpand en vice versa.
Noord-Thais jasje - detail sluiting met Chinese muntjes als knopenOverigens kunt u met deze patronen ook een hele mooie, Thaise merklap maken. Alle patronen onder elkaar zijn ongeveer 1,30 m hoog, maar u kunt natuurlijk invoegen of weglaten naar eigen inzicht.
Maten van dit jasje
De geborduurde delen van dit jasje in maat L hebben de volgende afmetingen:
Voorpand breedte boven 15,5 cm, onder 22 cm, hoogte 65 cm (maal twee: links en rechts);
Rugbreedte boven 42 cm, onder 47 cm, hoogte 66 cm;
Mouw boven 39 cm omtrek, onder 30 cm, lengte 52 cm vanaf de schouder en 40 cm vanaf de oksel.
De teltekeningen hieronder zijn van een voorpand en van de mouw, in maat L. Voor de rug dient u dus het patroon van het voorpand te gebruiken, maar de banden wat langer door te borduren. De teltekeningen zijn op de grootste breedte gemaakt, dus circa 30 cm voor de mouw en 22 cm voor het voorpand. Met name het bovenste stukje van de mouw, bij de inzet in de schouder, is heel smal. Knipt u dus eerst de stof of teken hem af met kleermakerskrijt, anders borduurt u veel te veel.

Noord-Thais jasje - detail voorkant schouderNoord-Thais jasje - detail bovenkant schouder

Wanneer u met DMC of vergelijkbare garens borduurt, kunt u het beste twee draden gebruiken. Het originele jasje is met één draad geborduurd, maar deze is dikker dan de gebruikelijke borduurgarens hier. U borduurt op een zwarte, aftelbare 11-draads borduurstof met een naald 24 of 26.
Wij wensen u er veel succes mee.
Teltekeningen
Respectievelijk voorpand boven, voorpand onder, mouw boven en mouw onder (klik op de afbeelding voor een vergrote afbeelding).

Noord-Thais jasje - voorpand boven

Noord-Thais jasje - voorpand onder

Noord-Thais jasje - mouw onderNoord-Thais jasje - mouw boven

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Haagse Hofmode met prachtige handwerkdetails

 

Eind 2007 vond in het Haags Gemeentemuseum ‘Haagse Hofmode’ plaats, een indrukwekkende tentoonstelling over de kleding en de hofcultuur van de afgelopen eeuwen. Opvallend, naast de haast on-Nederlandse rijkdom van de kleding, zijn de prachtige ornamenten in diverse soorten handwerk waar deze kleding mee is gedecoreerd. Voor handwerksters beslist een interessante tentoonstelling, vooral ook om op de details te letten.

Kleding uit een rijk verleden
Wanneer je in Nederland rondkijkt, lijkt het er wel op of op het gebied van kleding de middelmatigheid de norm is en onze kledingcultuur zich beperkt tot de vale spijkerbroek en de slobbertrui. Dat dit ooit anders is geweest, lezen we dan wel in de Haagse romans van Louis Couperus, maar we kunnen het ons nauwelijks meer voorstellen. Op de tentoonstelling Haagse Hofmode konden we een blik werpen in de chique salons van Den Haag in het – soms zelfs recente – verleden.

Haagse Hofmode: wandelkleding

Door de aanwezigheid van hof, adel, politiek en ambassades, was La Haye mondain en internationaal georiënteerd. Het wereldse karakter van de stad blijkt uit de bewaard gebleven japonnen van hofdames, dames-du-palais en anderen die in hofkringen verkeerden.
U ziet hier prachtige kleding van toonaangevend Haagse, Indische en buitenlandse modehuizen, eens gedragen aan het hof of tijdens inhuldigingen, diners, bals, en zelfs in geval van rouw.
Subtiele regels
Haagse Hofmode: avondjapon (details)Veel stukken komen uit particuliere collecties, waaronder die van jonkvrouwe Henriëtte van de Poll, eens hofdame van koningin Emma. Haar bewaard gebleven correspondentie biedt een intieme blik achter de schermen van het paleis. Hieruit blijkt duidelijk dat mode voor dames uit de hogere kringen een serieuze zaak was. Er waren vele subtiele regels voor hoe men zich bij welke gelegenheid diende te kleden. We komen begrippen tegen die ons tegenwoordig nauwelijks meer iets zeggen, zoals manteau de cour of demi-montante. En hoe ging men eigenlijk gekleed in ‘lichte rouw’ of wat konden we verwachten wanneer ‘décolleté verplicht’ was?
Haagse Hofmode: avondjapon met sleep, gedecoreerd met goudborduurselDe kledingstukken stammen uit de 18de tot 20ste eeuw, waardoor de ontwikkeling van de mode door de jaren heen goed is te volgen. Ook bijzondere creaties van hofleveranciers, zoals het bekende Maison Kühne en Maison De Bonneterie, waren op deze tentoonstelling te zien. Ook kledingstukken van enkele sterren uit het Haagse uitgaansleven van weleer ontbraken niet, zoals van Fie Carelsen (1890 -1975), grande dame van het toneel en Else Rijkens (1898 – 1953), een concertzangeres van internationale faam.
Haagse Hofmode: galajaponBehalve de prachtige materialen die vaak gebruikt werden voor deze exclusieve kleding, verdient het de bijzondere details van deze kleding in ogenschouw te nemen, uitgevoerd in verfijnd handwerk, zoals borduurwerk, kant, applicaties en goudborduursel. Ook dat maakt deze kleding voor handwerksters zo interessant. Op de foto’s bij dit artikel krijgt u een indruk hiervan.
Bij de tentoonstelling verscheen een rijk geïllustreerde catalogus, eveneens getiteld Haagse Hofmode, welke nog steeds te koop is (Uitgeverij Waanders, ISBN-13: 9789040084133).

Haagse Hofmode - omslag van de catalogus

 

 

 

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather