Category Archives: Gemengde technieken

Textielsculpturen van Janet Echelman – textielkunst op een gigantische schaal

Laatst kwam ik een paar foto’s tegen van werken van Janet Echelman, een Amerikaanse kunstenares. Deze textielsculpturen maken een overweldigende indruk. Ze zijn honderden meters groot en zweven als het ware tussen gebouwen in wereldsteden op alle continenten. Ze hebben een kant-achtige uitstraling en lijken nog het meest op enorme gekleurde visnetten. Door het gebruik van gekleurde garens krijgen ze overdag een bepaalde diepte, maar ’s nachts, wanneer ze op een speciale manier belicht worden, maken ze helemaal een overweldigende indruk.

Janet Echelman met een prototype van een sculptuur.
Janet Echelman met een prototype van een sculptuur.
Janet Echelman
Janet Echelman (1966) is een Amerikaanse kunstschilder en installatiekunstenares die moeilijk valt in te delen. Zij studeerde aan het Harvard Collega te Cambridge en ging daarna naar Hong Kong om Chinese kalligrafie te studeren. Van 1988 tot 1993 woonde ze op Bali, waar ze samenwerkte met lokale kunstenaars en traditionele textieltechnieken combineerde met moderne schilderkunst.
Na enige jaren in de Verenigde Staten aan Harvard gedoceerd te hebben vertrok ze opnieuw naar Azië op basis van een Fulbright uitwisselingsprogramma, naar Mahabalipuram, een Indiaas vissersdorp dat bekend staat om haar beeldhouwkunst. Het plan was om daar schilderles te geven, maar haar schildersmaterialen kwamen nooit aan en van de nood een deugd makende werkte ze een tijd met lokale beeldhouwers in brons. Ze vond het materiaal echter te zwaar en te kostbaar.
Bellbottoms Series - More Than U Can Chew 2, India.
Bellbottoms Series – More Than U Can Chew 2, India.
Vissersnetten als inspiratie
Al rondwandelend in het dorp vielen haar de vissersnetten op die er in de wind hingen te drogen. Ze vroeg zich af of netten een nieuwe benadering konden zijn van sculptuur. Aan het eind van het Fulbright-jaar had ze, in samenwerking met de lokale vissers, een serie sculpturen van netten gemaakt, opgehangen aan palen (de Bellbottoms Series). Opvallend was dat de wind ervoor zorgde dat de werken geen moment dezelfde vorm behielden en de sculpturen zo levendigheid gaven.
Tegenwoordig ontwikkelt Janet Echelman vanuit haar studio in Brookline, MA enorme textielsculpturen die te zien zijn in vele grote steden wereldwijd. De kunststukken worden eerst getekend, vervolgens op schaal gemaakt en uiteindelijk op ware grote van diverse zachte materialen, waaronder Spectra fiber, een garen dan vijftien keer zo sterk is als staaldraad. Hierdoor is het mogelijk grote afstanden te overbruggen en de sculpturen tussen ver uiteen staande gebouwen te hangen, waar de wind er mee kan spelen. Kleurgebruik en ’s avonds vooral de verlichting doen de rest.
Amsterdam Light Festival 2012 - 2013
Amsterdam Light Festival 2012 – 2013.
Amsterdam Light Festival
In de winter van 2012/2013 was er ook in Amsterdam een sculptuur van Echelman te zien, project 1.26, dat rondreist en inmiddels op drie continenten te zien is geweest. Dit kunstwerk hing vanaf de Stopera over de Amstel en de dynamische belichting met contrasterende kleuren weerspiegelde prachtig in het water van de Amstel, met de oude grachtenpanden als decor.
Project 1.26 is geïnspireerd door de aardbeving van 2010 in Chili, die veroorzaakte dat een dag op aarde daardoor 1,26 milliseconde korter werd. De driedimensionale vorm is Echelman’s weergave van de door een tsunami veroorzaakte golven over de oceaan.


Time-lapse video van de aanleg van 1.26 in Amsterdam, 2012.

Unnumbered Sparks, Vancouver
Echelman vindt de interactie met het publiek van haar sculpturen altijd heel belangrijk. Bij het project ‘Unnumbered Sparks’ heeft dit nog een extra dimensie gekregen door de samenwerking met Aaron Koblin van Google’s Creative Lab. Bij dit project is er een sculptuur van maar liefst 225 meter breed tussen het 24 etages hoge Fairmont Waterfront en het Vancouver Convention Center opgehangen. Het bijzondere is dat het publiek met behulp van een smartphone en een technische toepassing van Google de belichting zelf kon beïnvloeden. Het effect hiervan is op de video hieronder goed te zien.


Video van Google van het Unnumbered Sparks-project.

In tegenstelling tot de Bellbottoms Series in India zijn dit werken die alleen nog maar tot stand kunnen komen met behulp van tientallen medewerkers, hijskranen en de bijdrage van grote sponsors. Toch blijft het principe van textiele materialen, kleur en de invloed van de wind overeind, waardoor dit soort sculpturen ook op kleinere schaal is te creëren.
Bronnen
Janet Echelman Studio
Unnumbered Sparks

As if it were already here - Boston, VS, 2015.

As if it were already here – Boston, VS, 2015.

She Changes - Porto, Portugal, 2005.
She Changes – Porto, Portugal, 2005.
Line Drawing - Tampa, Florida, 2006-2007
Line Drawing – Tampa, Florida, 2006-2007.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Bloei, ondergang en wedergeboorte van de Indiase textieltraditie

Van 3 oktober 2015 tot 10 januari 2016 vindt in het Victoria & Albert Museum in Londen een tentoonstelling plaats over de rijke Indiase textieltraditie, met tweehonderd prachtige – meest handgemaakte – voorbeelden daarvan. Achter al die pracht gaat het verhaal schuil van de ondergang van een ambachtelijke industrie ten tijde van de koloniale overheersing van India. Meer dan zestig jaar na de onafhankelijkheid van India zien we pas weer een opbloei van een vakmanschap, dat eens een wereldwijde bewondering afdwong.

Stof van geweven zijde en gouddraad uit Gujarat voor de Thaise markt - Victoria & Albert Museum
Stof van geweven zijde en gouddraad uit Gujarat voor de Thaise markt.
Meer dan twee millennia werd er vanuit Zuid-Azië prachtig textiel geëxporteerd naar de hele bereikbare wereld: handgeweven stoffen, borduurwerk, chintzes en meer. Op de tentoonstelling vinden we onder andere drie van de oudste voorbeelden van Indiaas textiel uit de derde eeuw van onze jaartelling. De Indiase textielateliers stemden hun producten vaak af op hun exportmarkt. Zo zien we een ceremonieel doek in stempeltechniek uit Gujarat, gemaakt in de 14de eeuw voor de Indonesische markt en voorbeelden van zakdoeken uit de 18de en 19de eeuw, bekend onder de naam bandanas, uit Madras en Bengalen, zoals die naar het Midden Oosten, West-Afrika en Groot Brittannië werden geëxporteerd.
Europa ontdekt het Indiase textiel
In de 17de tot 19de eeuw groeide de populariteit van Indiaas textiel in Europa enorm, met name voor chintz. Een groep van prachtige muurdecoraties, beddengoed, mantels en jurken in chintz laat zien hoe traditionele Indiase technieken en patronen zo werden aangepast dat deze bij Europeanen in de smaak vielen. Als toonaangevend voorbeeld zien we een set beddengordijnen, gemaakt voor de Oostenrijkse prins Eugen (1663 – 1736), bewijs dat Indiase gekleurde katoenen stoffen tot in de hoogste kringen in Europa waren doorgedrongen.
Vloerkleed - geschilderde en geverfde katoen - Coromandelkust, ca. 1630 - Victoria & Albert Museum
Vloerkleed – geschilderde en geverfde katoen – Coromandelkust, ca. 1630.
De industriële revolutie
In de 19de eeuw werden de rollen echter geleidelijk omgedraaid. Met de opkomst van de industrialisatie in Europa werd het mogelijk om op grote schaal en tegen lage kosten imitaties van Indiase stoffen te produceren, waarmee de Indiase markt werd overstroomd. Dit had dramatische gevolgen voor de ambachtelijke Indiase textielproductie, die nog geheel op handwerk was gebaseerd. Een ontwikkeling overigens die in Nederland niet onbekend is, met de Twentse textielindustrie die op grote schaal voor Nederlands-Indië ‘katoentjes’ ging produceren.
Mahatma Gandhi spint garen voor khadi.
Beroemde foto van Mahatma Gandhi die garen spint voor khadi.
Deze ontwikkeling, waarbij de Europese industrie een zeer verstorende invloed op de Indiase lokale economie had, beïnvloede mede de ontwikkeling van een nationaal gevoel voor zelfstandigheid van India. De Swadeshi (‘eigen land’) Beweging riep de Indiase bewoners op om geen buitenlandse producten meer te kopen en de lokale productie en economie te ondersteunen. Aan het begin van de 20ste eeuw ontwikkelde Indiaas textiel zich tot een aansprekend symbool voor het verzet tegen de Britse overheersing.
In de dertiger jaren versnelde deze ontwikkeling toen Mahatma Gandhi het Indiase volk vroeg om zelf met de hand garen te spinnen en te weven om een stof te produceren die lokaal bekend stond als khadi. Spinnen, weven en het dragen van khadi werd zo een symbool van de onafhankelijksbeweging. Op de tentoonstelling wordt een selectie van hedendaagse kleding, gemaakt van khadi, getoond, waaruit blijkt dat deze invloed zich tot het heden uitstrekt.
Ajrakh-stijl jasje door Rajesh Pratap Singh, digitaal bedrukt linnen, New Delhi 2010 - Victoria & Albert Museum
Ajrakh-stijl jasje door Rajesh Pratap Singh, digitaal bedrukt linnen, New Delhi 2010.
Een nieuwe start
Sinds de vijftiger jaren zijn er initiatieven ontwikkeld om de cultuur van lokale handgemaakte textielproducten te bevorderen. Rijke trouwkleding en filmkostuums hebben het traditionele handwerk weer onder de aandacht gebracht. Als voorbeeld zien we een set trouwkleding van een van Indiase voornaamste ontwerpers, Sabyasachi Mukherjee. De invloed van traditioneel handwerk is onmiskenbaar op de hedendaagse catwalk in India, maar ook internationaal, met voorbeelden van stukken van bekende luxemerken als Hermès en Isabel Marant. Er wordt hedendaags Indiase textielkunst getoond om te illustreren hoe traditionele natuurlijke verfstoffen, borduurwerk en handmatig aangebrachte patronen worden gebruikt om decoratieve textielvormen te creëren.
Hedendaagse sari's - The Fabric of India - Victoria & Albert Museum
Hedendaagse sari’s.
De tentoonstelling rondt af met voorbeelden van de herboren Indiase textieltraditie. De sari, de traditionele kleding voor de Indiase vrouw, is door Indiase ontwerpers nieuw leven ingeblazen door een combinatie van modern design met een unieke Indiase identiteit. Een selectie van bijzondere hedendaagse sari’s vormt het bewijs van de wederopkomst van een eeuwenoude traditie.
Tent van Tipu Sultan, totaaloverzicht, laat-Mughal, ca. 1725 - 1750, Victoria & Albert Museum
Tent van Tipu Sultan, totaaloverzicht, laat-Mughal, ca. 1725 – 1750.
De tent van Tipu Sultan, 1725 – 1750
Een enorme tent, ooit gebruikt door Tipu Sultan (1750 – 1799), de koning van Mysore. De tent heeft een oppervlakte van 58 m2 en toont een prachtig ontwerp met florale motieven op bedrukte chintz. De tnet kwam in bezit van Edward Lord Clive en goeverneur van Madras na de slag bij Seringapatam in 1799, toen Tipu Sultan werd verslagen en veel van zijn bezittingen als oorlogsbuit naar Groot Brittannië werden verscheept.
Wandkleed uit Gujarat, diverse stoffen geappliceerd op katoenen ondergrond - Victoria & Albert Museum
Wandkleed uit Gujarat, diverse stoffen geappliceerd op katoenen ondergrond.
Wandbekleding, 20ste eeuw
Een enorm wandkleed uit landelijk Gujarat, per toeval ontdekt in de jaren negentig op een grote hoop op de stoep in New York en in 1994 gedoneerd aan het Victoria & Albert Musuem. Deze wandbekleding voor een gehele kamer is geconserveerd door een team van het museum en wordt voor het eerst geëxposeerd. Het stelt een parade van mensen en olifanten voor, met verschillende stoffen geappliceerd op een katoenen ondergrond.
Huwelijksensemble - Sabyasachi Mukherjee 2015 - Victoria & Albert Museum
Huwelijksensemble – Sabyasachi Mukherjee 2015.
Huwelijksensemble, Sabyasachi Mukherjee, 2015
Dit huwelijksensemble is speciaal gemaakt voor de tentoonstelling The Fabric of India door de Indiase top-designer Sabyasachi Mukherjee. Gemaakt van handgeweven stoffen, gedecoreerd met kralen en pailletten. Het borduurwerk is ambachtelijk gemaakt in West-Bengalen.

Alle tentoonstellingsfoto’s © Victoria & Albert Museum.

 

 

 

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Shwe chi doe – traditionele wandtapijten uit Myanmar

Shwe chi doe (spreek uit: Sjwee jie doo) of Kalaga is een eeuwenoude wijze van wandkleden maken, zoals die nog steeds in Myanmar (het voormalige Birma) wordt beoefend. Alhoewel Shwe chi doe letterlijk met gouddraad borduren betekent, zijn de wandtapijten met deze naam gemaakt met diverse technieken, zoals borduurwerk, applicatie en quilten. In dit artikel gebruiken we de naam voor zowel de techniek als het wandtapijt.

Oorsprong
Shwe chi doe: prins op een bootHistorische bronnen uit de Chinese Tang-dynastie en tempelinscripties in de oude hoofdstad Bagan bevestigen het bestaan van deze techniek sinds meer dan duizend jaar. De oorsprong van de Shwe chi doe stamt waarschijnlijk uit India; de vaak gebruikte naam Kalaga betekent Indiaas tempelkleed en de Indiase techniek van spiegeltjes borduren (Shisha borduurwerk) doet enigszins aan Shwe chi doe denken. Toch is Shwe chi doe een geheel unieke handwerkstijl en veel veelzijdiger dan Shisha borduurwerk.
Over het algemeen is men het erover eens dat de Shwe chi doe techniek zijn hoogtepunt bereikte tijdens de regering van koning Mindon (1853-1878). De Shwe chi doe werden gemaakt voor de koninklijke familie, de adel en de tempels van Birma. De vervaardiging vond met name plaats in Mandalay, de laatste koninklijke hoofdstad van Birma, en het belangrijkste atelier stond binnen de muren van het koninklijke paleis aldaar.

Mandalay, muur en gracht van het koninklijk paleis

Nadat Birma veroverd was door de Engelsen en de laatste koning Thibaw verbannen werd naar India, stierf de techniek zo goed als uit omdat de vervaardiging van Shwe chi doe’s onder koninklijke patronage stond. In 1954 waren er in Birma slechts 64 mensen met kennis van deze techniek en slechts één meester kunstenaar, U Khin, die nog aan het hof had gewerkt. De levering door U Khin van een aantal Shwe chi doe’s aan Jim Thompson, de beroemde zijdekoning in Thailand, heeft waarschijnlijk de doorslag gegeven bij de opleving van deze kunstvorm.
Shwe chi doe van de Birmaanse leeuw of 'chinthe'Oorspronkelijk beeldden de Shwe chi doe’s verhalen af uit de Jataka (het levensverhaal van Boeddha) en in mindere mate de Ramayana en de geschiedenis van Burma. De meeste oude Shwe chi doe’s hebben dan ook een horizontaal formaat. Tegenwoordig worden ook populaire afbeeldingen zoals de olifant, de gestileerde Birmese leeuw chinte en de Birmese sterrentekens gebruikt. Men treft nu ook vaker kleden aan die vierkant zijn. De kleinere worden soms tot kussenhoes gemaakt.
Sinds de opleving van deze techniek in de laatste decennia worden nog steeds de meeste en mooiste Shwe chi doe’s in Mandalay en omgeving gemaakt. Daarnaast vindt men ook ateliers in Yangon (Rangoon) en zelfs in Chiangmai, Thailand. Omdat Myanmar weinig toerisme kent worden de meeste Shwe chi doe’s via Thailand verkocht, waardoor ten onrechte veel mensen denken dat het om Thaise wandkleden gaat.
Techniek
Shwe chi doe is een combinatie van technieken, zoals borduren, quilten / trapunto en applicatiewerk. Oorspronkelijke Shwe chi doe’s waren zeer kostbaar door het gebruik van goud- en zilverdraad (Nagahta), gouden en zilveren lovertjes (Kyair) en edelstenen. Tegenwoordig maakt men gebruik van goud- en zilvergekleurd metaaldraad en messing lovertjes, terwijl de edelstenen zijn vervangen door al dan niet gekleurd en verhit glas. Deze materialen worden nog steeds in kleine ateliers met de hand gemaakt. Voor de basisachtergrond van het kleed wordt zwart of soms donkerblauw of donkerrood fluweel gebruikt en de centrale figuren worden gemaakt van een lichte, katoenen stof, welke nadien worden opgevuld met kapok.

Afwerking van een shwe chi doe

Een Shwe chi doe atelier wordt geleid door een meester kunstenaar, die het ontwerp maakt en leiding geeft aan een groep arbeidsters, die ieder een bepaalde techniek uitoefenen. De artiest maakt het ontwerp en tekent deze op de katoenen stof, terwijl de overige, arbeidsintensieve werkzaamheden door zijn personeel wordt verricht. In totaal werken soms wel twintig mensen aan één Shwe chi doe. De productie bestaat uit de volgende stappen:
1. Als eerste wordt de zwartfluwelen achtergrondstof gespannen op een houten frame. Het ontwerp, bestaande uit de centrale figuren, motieven en borders, wordt door de meester artiest met krijt op het fluweel getekend. Daarna worden de centrale figuren geschetst op een katoenen stof die op een ander frame gespannen is. Pas als de centrale figuren geheel zijn versierd met lovertjes en borduurwerk, worden ze uitgeknipt.
Detail van een shwe chi doe2. Het fluweel wordt versierd met gouddraad, messing lovertjes en glazen steentjes. De gouddraad kan niet door de stof getrokken worden, omdat dan de metalen bekleding van de katoenen basisdraad af zou stropen. In plaats daarvan wordt de draad met kleine steekjes op de achtergrond vastgezet. De gouddraad wordt daarvoor om een houten spoel of brodse gewikkeld. Verder worden er katoenen, wollen en zijden garens gebruikt. Borduurwerk wordt alleen toegepast voor fijne details, zoals lijnen op de centrale figuren of de haren van een danser en een paardenstaart.
3. Wanneer de centrale figuren gedecoreerd zijn, worden ze uit de katoenen stof geknipt en op het fluweel vastgezet. Aan de rand houdt men een klein gaatje open, zodat de figuren met een houten stokje met kapok gevuld kunnen worden (trapunto). Bij oude Shwe chi doe’s vindt men deze techniek overigens niet terug. Daarna wordt de achtergrond tussen de centrale figuren en de borders opgevuld met decoraties van lovertjes en dikke draden.
4. Het gereedgekomen kleed wordt vervolgens van het frame afgehaald, de rand wordt afgewerkt en de achterkant wordt voorzien van een gladde stof om het borduurwerk te beschermen.
Onderhoud
Shwe chi doe op een kussenShwe chi doe’s zijn zeer kwetsbaar; ze kunnen niet gewassen of gestoomd worden. Door het gebruik van natuurlijke materialen kunnen ze verkleuren, waardoor het aan te bevelen is om ze op te hangen op een koele en niet te lichte plaats. Omdat de kleden driedimensionaal zijn, kunnen ze veel stof verzamelen. Het beste is om ze regelmatig met een zachte borstel voorzichtig af te borstelen. De allerbeste bescherming verkrijgt u wanneer ze achter glas worden ingelijst, maar dat haalt ook de charme van het kleed enigszins weg. Bij het inlijsten is het belangrijk dat het kleed goed gespannen wordt, omdat ze door het gewicht de neiging hebben te kreukelen of uit te zakken. Het mooiste is wanneer de stof, behalve aan de rand, ook in het midden wordt vastgezet aan de harde achtergrond, zodat het gewicht goed verdeeld wordt.
Meer informatie
www.siamtraders.com/html/burma/kalaga.html
DVD: Kalagas – Burmese Embroidered Tapestries (circa 45 minuten durende DVD over het productieproces van de Shwe chi doe)
Boek: Old and New Tapestries of Mandalay door Tin Myaing Thein – Oxford University Press

 


Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather