Category Archives: Breien

Gebreid en gehaakt voedsel: zeker geen ‘fast food’

Gebreid eten is nuttig noch kunstzinnig, maar verwarrend en vooral erg leuk

Van alle textieltechnieken is breien en haken bij uitstek een vorm van ‘toegepaste kunst’, in de zin dat het meeste wat gebreid en gehaakt wordt een gebruiksnut heeft, vooral als kleding, terwijl bij veel andere textielvormen juist de kunstvorm, het decoratieve element, prevaleert. In dit artikel besteden we aandacht aan brei- en haakwerk dat niet nuttig, en eigenlijk ook niet kunstzinnig is; gebreide etenswaren zijn met name humoristisch en zetten ons op het verkeerde been.

Uitgebreid assortiment gehaakte snacks door de Nederlandse beeldend kunstenaar Joyce Overheul.
Uitgebreid assortiment gehaakte snacks door de Nederlandse beeldend kunstenaar Joyce Overheul.
Een chocoladetaart gebreid door Bonnie Burton.
Een chocoladetaart gebreid door Bonnie Burton.
De laatste jaren hebben diverse ontwerpsters eten als inspiratiebron voor hun brei- en haakontwerpen gebruikt. Daarbij kan het om een complete gebreide maaltijd gaan, individuele gerechten, de basisingrediënten (groente, fruit en vlees) of zelfs verpakt voedsel, zoals het gebreide potje Nutella of een flesje cola.
Is het kunst?
Bij moderne kunst wordt nog wel eens de vraag gesteld of iets echt kunst is of meer een grapje of een toepassing die vooral dient om een reactie bij de toeschouwer uit te lokken. Een ieder moet daar per geval maar zelf een antwoord op geven. Ik ben nog geen tentoonstellingen van gebreid voedsel tegengekomen in de grote musea, maar gespecialiseerde galleries (en een enkele keer een restaurant!) hebben al tentoonstellingen georganiseerd van gebreid of gehaakt voedsel.
Best nog een uitdaging om zo'n potje Nutella na te breien.
Best nog een uitdaging om zo’n potje Nutella na te breien.
Met name van Engelse ontwerpers (Engeland is toch bij uitstek een land met een goed gevoel voor humor) hebben collecties van gebreid en/of gehaakt voedsel gecreëerd. Daarnaast kwam ik ook Amerikaanse, Duitse en ook een Nederlandse ontwerpster tegen die met dit onderwerp aan de slag zijn gegaan. In dit artikel vermeld ik een paar toonaangevende ontwerpers op dit gebied en laat vooral hun werk zien, ter inspiratie en vermaak.
Een typisch Engels ontbijt: bonen met tomatensaus op toast door Jessica Dance voor Stylist Magazine - foto David Sykes.
Een typisch Engels ontbijt: bonen met tomatensaus op toast door Jessica Dance voor Stylist Magazine – foto David Sykes.
Een gebreide BigMac en french fries door Jessica Dance - foto David Sykes.
Een gebreide BigMac en french fries door Jessica Dance – foto David Sykes.
Jessica Dance
De Engelse ontwerpster Jessica Dance is een textielkunstenares en modelmaker die zich specialiseert in het creëren van tactiele, handgemaakte modellen en rekwisieten. Haar werk is te vinden in de wereld van kunst, reclame, redactie en installaties.
De installaties, perfect gefotografeerd door David Sykes, geven in eerste instantie de indruk van een echte maaltijd. Alle ‘gerechten’ zijn heel precies met de hand door Dance zelf gemaakt en uitgevoerd in lamswol. Elke foto brengt een herinnering aan een lekker, huisgemaakt ontbijt of diner tot leven; je kunt het bijna ruiken. Meer werk van Dance vindt u op haar website.
Gebreide groenten door het Letse duo MappleApple.
Gebreide groenten door het Letse duo MappleApple.
MapleApple
Terwijl Dance zich specialiseert in bereide gerechten, bestaan de werkstukken van een moeder en dochter uit Letland, werkend onder de naam MapleApple, juist uit de basis: groente en fruit. Ze breien hun werkstukken van wol- en acrylgaren en verkopen zowel de werkstukken als de patronen via internet, per stuk of als set.
Vleeswaren door Clemence Joly, The Wool Butchery.
Vleeswaren door Clemence Joly, The Wool Butchery.
Varkenskop door Clemence Joly, The Wool Butchery.
Varkenskop door Clemence Joly, The Wool Butchery.
Clemence Joly
De Franse ontwerpster Clemence Joly specialiseert zich in dat andere basisingrediënt van veel maaltijden: vlees. Haar ontwerpen zijn geïnspireerd op Franse vleesspecialiteiten. Worstjes, biefstukken, kippenpoten en zelfs een varkenskop maken alle deel uit van The Wool Butchery (de Wolslager) lijn. Haar vlezig haakwerk werd tentoongesteld in de Fabrications Gallery in Broadway Market in London.
Joly ontwierp de Wool Butchery nog voordat zij afstudeerde aan de vooraanstaande Central Saint Martins College of Arts & Design in London. Eten blijft haar fascineren en heeft haar geïnspireerd tot creaties zoals gehaakte sandwiches, eieren, patates frites en zelfs sushi. Meer van haar haakwerk is te zien op haar website.
Gebreide snacks van Susie Johns.
Gebreide snacks van Susie Johns.
Susie Johns
De Engelse ontwerpster Susie Johns is actief in veel (ook niet-textiele) technieken en ontwerpt, schrijft artikelen, geeft les en heeft een hele serie van boekjes met ontwerpen van gebreide etenswaren en gerechten uitgebracht in de serie ‘20 to Make’ van de Engelse uitgever Search Press.
Bonnie Burton
De Amerikaanse Bonnie Burton is een in San Francisco wonende auteur, journaliste, comédienne en actrice. Zij is mede-eigenaresse van de breiwinkel Colorful Stitches en heeft verschillende kunst- en handwerkboeken gepubliceerd. Zij heeft ook een eigen weblog.
Gebreide kreeft door Bonnie Burton - foto Colorful Stitches.
Gebreide kreeft door Bonnie Burton – foto Colorful Stitches.
In dit artikel ziet u wat voorbeelden van smaakvol brei- en haakwerk. Op het internet is nog veel meer te vinden, inclusief uitgebreide ontwerpen met instructies. Wij wensen u smakelijk breien en haken toe.

Bovenste foto: Installatie Breakfast Buffet voor de tentoonsteliing Wool BB, Jessica Dance – foto David Sykes.

Gehaakte rode mul met doperwten en frites door Kate Jenkins. De pailletten maken de vis nog realistischer.
Gehaakte rode mul met doperwten en frites door Kate Jenkins. De pailletten maken de vis nog realistischer.
Een uitgebreid ontbijt met o.a. pannenkoeken, uitsmijter en worstjes - foto Colorful Stitches.
Een uitgebreid ontbijt met o.a. pannenkoeken, uitsmijter en worstjes – foto Colorful Stitches.
Gewoon eens kijken hoe mensen reageren op zo'n achteloos achtergelaten gebreide banaan.
Gewoon eens kijken hoe mensen reageren op zo’n achteloos achtergelaten gebreide banaan.
Een complete groente-oogst maar niet uit de groentetuin - foto The Yarn Loop.
Een complete groente-oogst maar niet uit de groentetuin – foto The Yarn Loop.
Een gebreid kaasassortiment door Jessica Dance - foto David Sykes.
Een gebreid kaasassortiment door Jessica Dance – foto David Sykes.
Gebreide lente-uien door MappleApple, een moeder en dochter uit Letland.
Gebreide lente-uien door MappleApple, een moeder en dochter uit Letland.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Fair Isle breien, ontstaan op een kruispunt van scheepvaartroutes

Fair Isle is een beroemde techniek om al rondbreiend jacquardbreiwerk te maken, waarbij het basiskenmerk is dat er nooit meer dan twee kleuren in één rij (toer) voorkomen. Deze techniek dankt zijn naam aan een piepklein eilandje in de Noordzee met tegenwoordig slechts zestig inwoners: Fair Isle. Hoe kan het dat een techniek die nu wereldwijd bekend is ontstaan is in zo een uithoek? Dat is een boeiend verhaal.

Luchtfoto van Fair Isle.
Luchtfoto van Fair Isle.
Een eilandje in de oceaan
Fair Isle is het meest zuidelijke van de Shetland Eilanden, die ongeveer op de grens van de Noordzee en de Atlantische Oceaan liggen. Fair Isle is het meest afgelegen eiland van Groot-Brittannië en ligt ongeveer even ver van het vasteland van Schotland als van Bergen in Noorwegen. Het eilandje is nog geen 8 km2 groot, maar ondanks dat al sinds het Bronzen Tijdperk bewoond. In ‘betere tijden’ woonden er meer dan 400 mensen op, tegenwoordig ongeveer zestig. Fair Isle was oorspronkelijk onderdeel van het Noors-Deense koninkrijk (de oud-Noorse naam is Friðarey), maar werd in 1648 Schots en vervolgens in 1707 Brits.
Fair Isle is van nature een arm eiland. Landbouw is alleen mogelijk binnen ommuurde percelen, om de gewassen tegen de altijd aanwezige zeewind te beschermen. Verder leven de bewoners van schapenteelt en visserij. De schapen op Fair Isle geven een mooie, zachte kwaliteit wol af, die ongeschikt is om te weven, maar waar wel heel goed mee gebreid kan worden. Al eeuwenlang wordt er hier door de vrouwelijke bevolking gebreid op alle momenten dat er geen tijd aan de landbouw besteed hoeft te worden (‘s avonds en ‘s winters). De productie overtreft de eigen behoefte verre, dus werd een groot deel geëxporteerd.
Locatie van de Shetland Eilanden.
Locatie van de Shetland Eilanden.
Inspiratie van overzee
Strategisch gelegen tussen Schotland en Noorwegen liggen de Shetlands van oudsher op een aantal belangrijke zeevaartroutes, onder andere van de Hanze, van de Nederlandse haringvloot en van ieder schip dat het Kanaal van Dover, waar menig zeeslag zich afspeelde, wilde ontlopen. Ook de beroemde Spaanse Armada kwam, op de vlucht van een gecombineerd Nederlands-Engelse vloot, om Schotland heen langs de Shetlands. Het commandoschip van de Armada, El Gran Grifón, strandde in 1588 zelfs op de kust van Fair Isle en brak in tweeën. De ongeveer 200 bemanningsleden die dit overleefden brachten een akelige winter op het eiland door, waarbij een deel door de bewoners werden vermoord.
Fair Isle trui met het bekende OXO-patroon - foto jgthi.com.
Fair Isle trui met het bekende OXO-patroon – foto jgthi.com.
Een hardnekkig verhaal doet de ronde dat de overlevenden van El Gran Grifón de bewoners van Fair Isle leerden te jacquardbreien en hen ook de kenmerkende patronen bijbrachten die nu als typisch Fair Isle breiwerk bekend staan. Alhoewel het niet ongebruikelijk was dat zeelieden breiden wanneer ze niet aan dek nodig waren, bestaat er geen wetenschappelijk bewijs dat de Spaanse zeelieden de bewoners van Fair Isle hebben geïnspireerd tot het nu bekende meerkleurige breiwerk. Er is geen enkele bron die bevestigt dat er voor 1850 op de Shetlands of Fair Isle überhaupt meerkleurig werd gebreid.
Uit nood geboren
De oudste afbeelding van Fair Isle breiwerk met het bekende OXO-patroon (zie hieronder bij ‘patronen’) stamt uit 1857. Het is een Nederlandse lithografie met de afbeelding van twee schippers die een gebreide muts met een Fair Isle-patroon dragen. Op de Shetlands werd van oudsher effen breiwerk gemaakt en veelal verhandeld met zeelui die de Shetlands aandeden en dit ruilden tegen goederen die niet op de Shetlands verkrijgbaar waren. In de 19de eeuw ontdekte men echter een methode om machinaal breiwerk te maken, waardoor de productie van effen breiwerk zich naar het vasteland van Groot-Brittannië verplaatste en de vraag naar handgebreide artikelen op de Shetlands ineenstortte.
Shetlands kantbreiwerk - foto Fiddle Stick Knitting.
Shetlands kantbreiwerk – foto Fiddle Stick Knitting.
Op ‘mainland Shetland’ stapte men toen geleidelijk over op kant- of kunstbreiwerk, dat toen nog niet machinaal gemaakt kon worden. Met name de gebreide kanten sjaals werden in het Victoriaanse tijdperk erg populair onder de gegoede burgerij. Op Fair Isle, het meest afgelegen eiland van de Shetlands, ging men het langste door met effen breiwerk. De oudste voorbeelden van Fair Isle breiwerk zoals we dat nu kennen stammen alle van rond 1850. Het bekende OXO-patroon is duidelijk herkenbaar en de breiwerken zijn technisch hoogstaand. Ze zijn echter niet gemaakt van Shetlands wol. Het meest aannemelijke is dat ze afkomstig zijn van een van de landen rond de Oostzee; Finland of Estland bijvoorbeeld.
Over het algemeen wordt nu aangenomen dat de bewoners van zeelieden enkele voorbeelden van dit Baltische breiwerk in handen kregen en hierdoor geïnspireerd raakten. Immers, ook jacquardbreiwerk kon toen nog niet machinaal gemaakt worden, dus dit was een mooie vervanging van het niet meer commerciële effen breiwerk. De eerste foto’s en schriftelijke getuigenissen van het typische Fair Isle breiwerk duiken op vanaf 1880.
De Prince of Wales in Fair Isle-trui maakte deze techniek op slag beroemd.
De Prince of Wales in Fair Isle-trui maakte deze techniek op slag beroemd.
Fair Isle wordt beroemd
Aan het begin van de 20ste eeuw was Fair Isle breiwerk nauwelijks bekend. Zeelieden en toeristen namen het soms mee als een soort exotisch souvenir van een ver weg gelegen eiland; volkskunst en dus allesbehalve modieus. Twintig jaar later wilde iedereen een Fair Isle trui. Daar lag een doorslaggevende marketingactie aan ten grondslag, iets wat we tegenwoordig ‘product placement’ zouden noemen: in 1921 bood de handelaar James A. Smith van Lerwick, Shetland, aan de Prince of Wales (de latere koning Edward VIII), een Fair Isle trui aan. De prins droeg deze trui op de St. Andrews Golf Club en is met die trui ook op een schilderij vereeuwigd. Als trendsetter op het gebied van mode is de Prince of Wales doorslaggevend geweest bij het beroemd worden van Fair Isle breiwerk.
Shetland en Fair Isle
De aanduidingen ‘Shetland’ en ‘Fair Isle’ voor breiwerk lopen op een verwarrende manier door elkaar. Toen rond het midden van de 19de eeuw de vraag naar handgebreid effen breiwerk daalde door de opkomst van machinaal breiwerk, stapten de bewoners van Shetland over op kantbreiwerk en die van Fair Isle op hun versie van jacquardbreiwerk. Medio 1910 werd het echter mogelijk om ook kantbreiwerk machinaal te maken en bleef er slechts een beperkte vraag over naar het allerfijnste handgemaakte kantbreiwerk van Shetland. Nadat in de twintiger jaren het Fair Isle breien zo populair werd ging men ook op de Shetlands dit breiwerk maken. Die hooguit 200 breisters op Fair Isle konden de vraag immers bij lange niet aan. Maar ook als dit jacquardbreiwerk in de stijl van Fair Isle van Shetland komt, noemt men dit toch Fair Isle breiwerk.
Tel het maar na: altijd slechts twee kleuren op een rij.
Tel het maar na: altijd slechts twee kleuren op een rij.
Wat weinig mensen weten is dat er ook jacquardbreiwerk bestaat in een eigen traditie van (mainland) Shetland. Het gaat hier om heel eenvoudige patronen, altijd maar één patroon per werkstuk, in maximaal twee kleuren. Dit breiwerk werd hoofdzakelijk voor eigen gebruik gemaakt.
Techniek
Het meerkleurige Fair Isle breien wordt gemaakt met een techniek die in het Engels ‘stranded knitting’ wordt genoemd en in Nederland jacquardbreiwerk of inbreiwerk. Daarbij worden twee kleuren garen afgewisseld: één wordt gebreid, de andere kleur loopt aan de achterkant mee. De gedetailleerde Fair Isle-patronen zorgen ervoor dat er vaak van kleur wordt gewisseld en de lussen aan de achterkant daardoor kort blijven. Doordat er twee draden per toer worden gebruikt levert dit extra dik en warm breiwerk op; niet echt geschikt voor dikke garens dus.


Jacquardbreien (Engels: stranded knitting) – video KnitPicks.

Fair Isle wordt per definitie rondgebreid. Dat heeft als voordeel dat de goede kant van het breiwerk tijdens het breien altijd zichtbaar blijft en er dus goed zicht is op de patronen die ontstaan. Het levert bovendien een minimum aan naden op, waardoor er een mooier eindresultaat is.
Teltekening van diverse Fair Isle motieven - afbeelding Alexandru Remus.
Teltekening van diverse Fair Isle motieven – afbeelding Alexandru Remus.
Patronen
Fair Isle patronen zijn geometrische patronen met maximaal twee kleuren op een rij; één kleur wordt gebreid, de ander loopt achterlangs. De patronen zijn zo opgebouwd dat er zeer regelmatig van kleur wordt gewisseld. De langste overspanning van één kleur is maximaal zeven steken. Zo blijven de lussen van de niet gebreide kleur aan de achterkant kort, wat een mooi, regelmatig breiwerk oplevert.
Veel gebruikte patronen is het zogenaamde OXO-patroon, achthoeken en x-en die elkaar afwisselen, en de Noorse ster. Daarnaast zijn er ontelbaar veel andere patronen, waarvan het kenmerk veelal is dat ze symmetrisch, dubbel-symmetrisch of zelfs vierzijdig symmetrisch zijn. Een ander kenmerk van Fair Isle breiwerk is dat de patronen doorlopen; ze worden niet halverwege aan het eind afgebroken. Dat betekent dat ieder patroon in een werkstuk deelbaar moet zijn op het totaal aantal steken van één rij: als de omvang van een trui 280 steken telt kunt u dus gebruik maken van patronen die 7, 8, 14 of 28 steken breed zijn, maar niet een van 16 steken. Goed rekenwerk vooraf is dus belangrijk.
Fair Isle patronen, in drie banen komt het OXO-motief voor.
Fair Isle patronen, in drie banen komt het OXO-motief voor.
Kleuren
Er liepen op Fair Isle oorspronkelijk schapen rond in allerlei kleuren, zelfs meer dan we tegenwoordig kunnen voorstellen. Met de introductie van kunstmatige kleurstoffen zijn de schapen tegenwoordig allemaal lichtbeige, een kleur die zich goed laat verven. Ondanks de oneindige beschikbaarheid van kleuren garens blijven twee regels overeind: 1) nooit meer dan twee kleuren op een rij, en 2) de kleuren volgen de symmetrie van het patroon, dus als een patroon 17 rijen hoog is en op rij 1 wordt bruin en groen gebruikt, dan komen die twee kleuren ook weer in rij 17 terug.
Fair Isle baret.
Fair Isle baret.
Binnen die twee regels is verder van alles mogelijk en deze hoeven dan ook geen beperking van uw creativiteit te zijn. Veel Fair Isle breistukken bevatten tot 20 kleuren, alhoewel een trui in slechts twee kleuren nog steeds een Fair Isle trui kan zijn. Alhoewel de mogelijkheden sinds de invoering van geverfde garens onnoemelijk vergroot zijn, geeft men over het algemeen de voorkeur aan ‘natuurlijke’ kleuren. Wat zeg nu zelf: zo’n mooie, traditionele Fair Isle trui in fluorescerende kleuren, dat geeft toch geen pas?
Boeken
Alice Starmore – Book of Fair Isle Knitting
Ann Feitelson – The Art of Fair Isle Knitting
Sheila McGregor – Traditional Fair Isle Knitting
Websites
KnitPicks – Fair Isle or Stranded Knitting
Virtual Yarns – breipakketten van o.a. Fair Isle werkstukken van Alice Starmore
Het oudst bekend boek met Fair Isle-patronen - foto Shetland Museum.
Het oudst bekend boek met Fair Isle-patronen – foto Shetland Museum.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Gebreide theemuts met kraaltjes

In 2007 verscheen in Engeland het boek Tea Cozies, een boek vol met bijzondere gebreide theemutsen van verschillende ontwerpsters, dat zowel daar als in Nederland een groot succes werd. Er zijn sindsdien nog een hele serie boeken met die titel uitgekomen; een breitrend was geboren. U ziet hier een aantal voorbeelden van gebreide theemutsen uit dit boek. Eén van de ontwerpen uit dit boek is de ‘Beaded Beauty’. Hieronder volgen de instructies.

Een collectie theemutsen uit het boek Tea Cozies.
Een collectie theemutsen uit het boek Tea Cozies.
Beaded Beauty
Het ontwerp van deze theemuts is van Margaret Kelleher. Het is een verfijnde theemuts, gesmokt met kleine kraaltjes en versierd met een zijden lint. Het leuke van dit ontwerp is dat het, door de kleur van de kraaltjes en het lint aan te passen, perfect kunt laten combineren met de kleuren van uw theeservies. Op de foto’s ziet u zowel een model uitgevoerd met zwarte en oranje kraaltjes en een groen lint door Margaret Kelleher als een door Miriam Tegels (’s werelds snelste breister) met een blauw lint en blauwe kraaltjes.
De Beaded Beauty, plat liggend.
De Beaded Beauty, plat liggend.
Benodigdheden
– 50 gr wit 4-draads babywol (155 m per 50 gr)
– Naalden nr. 3,5
– 1 m zijden lint, 1 cm breed
– 44 – 48 grote kralen voor de onderkant
– Circa 100 kleine kralen voor het smokwerk
Stekenproef
24 steken en 32 toeren is 10 x 10 cm
Speciale technieken
– Boordsteek: 3 av, 1 r – uitleg in de beschrijving
– smokken – uitleg in beschrijving
Gesmokt breien
Brei het basispatroon op de gebruikelijke wijze, in dit geval 3 av en 1 r boordsteek met extra rechte steken om te laten zien waar boordsteken samengebreid worden. De kralen worden bovenop iedere smoksteek geplaatst.
Beaded Beauty theemuts met blauw lint en kraaltjes.
Beaded Beauty theemuts met blauw lint en kraaltjes.
Kant 1
Zet 69 steken op
Toer 1: (goede kant) 1 r, (3 av, 1 r) tot het einde van de naald
Toer 2: 1 av (3 r, 1 av) tot het einde van de naald
Toer 3 en 4: als toer 1 en 2
Toer 5: als toer 1
Toer 6: 1 av, (1 r, 3 av) tot laatste 4 st, 3 r, 1 av
Toer 7: als toer 1
Toer 8 en 9: als toer 1 en 2
Toer 10: 5 av, (3 r, 5 av) tot het einde van de naald
Herhaal de toeren 1 t/m 10 tot er 50 toeren zijn gebreid.
Bovenkant
Toer 1: 1 r, 2 av, 2 st samenbr, (2 av, 2 st samenbr) tot einde van de naald
Toer 2: 3 r, 1 av, (2 r, 1 av) tot einde van de naald
Toer 3: 1 r, (1 av, draad voor de naald leggen, 2 st samenbr) tot einde van de naald
Toer 4: 1 av, 2 r tot einde van de naald
Toer 5: 2 av, 1 r tot einde van de naald
Toer 6 t/m 11: zoals toer 4 en 5, driemaal
Losjes afkanten in het patroon
Kant 2 zoals kant 1.
Afwerken
Strijk voorzichtig met een droge doek en een lauw strijkijzer. Naai de twee delen aan elkaar, daarbij een opening open houdend voor de tuit en het oor van de theepot. Haal het zijden lint door de lusjes aan de bovenkant en leg er een sierlijke knoop in.
Detailfoto van het smokwerk.
Detailfoto van het smokwerk.
De theemuts smokken
Toer 6 en 10 zijn bedoeld om het smokken makkelijk te maken.
1. Houd de naald aan de voorkant van het werkstuk aan de linkerkant van de boordsteek. Steek de naald van links in de rechte steek voorlangs in de rechte steek aan de rechter kant.
2. Haal de twee boordsteken naar elkaar toe door de steek samen te trekken.
3. Rijg een kraal op de draad en herhaal de steek.
4. Gesmokt breiwerk wordt zwaarder en steviger en is daarna ongeveer 25% compacter. Houdt u hiermee rekening door extra ruime steken te maken (als u een fijnere wolsoort gebruikt zijn extra steken noodzakelijk).
Eventueel kunt u de theemuts nog voeren.
Tea Cozies van GMC Publications.
Tea Cozies van GMC Publications.
Tea Cozies
Dit patroon is ontworpen door Margaret Kelleher en is met welwillende toestemming overgenomen uit het Engelstalige boek Tea Cozies, gepubliceerd door the Guild of Master Craftsman Publications, isbn 9781861085009.
Theemuts model Glitterball.
Theemuts model Glitterball.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Mythe en werkelijkheid rond het ontstaan van de Aran-breitechniek

Een van de populairste breitechnieken is Aran-breien, het breien van kabels en andere driedimensionale patronen, vooral gebruikt voor truien en vesten. De techniek dankt zijn naam aan de Ierse Aran-eilanden, gelegen in de Atlantische Oceaan. Deze eeuwenoude traditie wortelt in de Keltische cultuur en de verschillende gebruikte breipatronen hebben alle een speciale symboliek. De combinatie van prachtig breiwerk met een boeiende geschiedenis maakt dit een perfect onderwerp voor deze weblog. Het onderzoek naar de achtergronden van deze traditie werd een heel verrassende!

De Aran-eilanden
De Aran-eilanden in de baai van GalwayAan de westkust van Ierland, dus aan de Atlantische zijde, liggen in de baai van Galway drie eilandjes: van west naar oost Inishmoor (veruit het grootste eiland), Inishmaan en Inisheer. De eilanden zijn zeer rotsachtig en op sommige plaatsen rijzen de rotsen wel 25 meter recht uit zee omhoog. Het uiterlijk van de eilanden is gevormd in de Late IJstijd. Door het rotsachtige oppervlak groeien er geen bomen. Landbouwgrond werd van oorsprong verkregen door met losse stenen muurtjes te maken en het zo afgebakende stuk rots werd bedekt met een mengsel van zeewier en zand, waar na een tijd wat gras op wilde groeien en aardappelen werden geteeld. Aardappel- en veeteelt vormden, naast de visserij, de enige economische activiteit op de Aran-eilanden.

Aran-eiland Inishmoor

Archeologisch onderzoek toont aan dat er al 4300 jaar mensen op de eilanden woonden. Er zijn nog bouwwerken te vinden die stammen uit de periode 800 – 400 jaar voor het begin van onze jaartelling. Geschreven geschiedenis toont aan dat de Arans vanaf 1587, tijdens de regering van Elizabeth I, een kroondomein vormden, uitgegeven aan Engelse leenheren. Rond 1744 komen de eilanden in handen van de Digby-familie, totdat de Ierse regering in 1922 de familie voor £ 12.000 uitkocht en het land verdeelden onder de bewoners. Naast de uiterst benarde leefomstandigheden die de eilanden haar bewoners bood, diende zij nog een aanzienlijk deel van hun beperkte inkomsten af te staan als pacht. Door de vervolging van de katholieke Ieren door de protestante Engelsen vluchtten velen naar deze afgelegen, maar arme gebieden. In 1841, kort voor de beruchte Aardappelhongersnood, leefden op Inishmoor, verreweg het grootste eiland, 2600 mensen. Immigratie, zowel naar het vasteland van Ierland als naar de VS, en hongersnood heeft de bevolking teruggebracht naar circa 800 nu. Visvangst en toerisme (met zo’n 150.000 bezoekers per jaar) zijn tegenwoordig de belangrijkste inkomstenbronnen.
Geschiedenis van de Aran-breitraditie
Doordat de straatarme bevolking van de Arans ongeletterd was en de Engelse heren van Aran zich nooit op de eilanden vertoonden zijn er geen oude schriftelijke bronnen over de leefwijze van de bewoners, laat staan over hun breitraditie. De oudste beschrijving van Aran-Aran-wol spinnenbreitechniek zijn behoorlijk recent: boeken van Gladys Thomson (1975), Shelagh Hollingworth (1982) en onderzoek van de Duitser Heinz Edgar Kiewe, gepubliceerd in 1971. Hieruit komt het volgende beeld van een Aran-trui naar voren: een schipperstrui, gebreid van lokaal gesponnen, ongewassen wol van iets dikker dan DK-dikte, voorzien van complexe, driedimensionale, verticale motieven als kabels, ruiten en diamanten. Het basisontwerp bestaat uit een groot, verticaal paneel in het midden, symmetrisch geflankeerd door kabels aan weerszijden. De wol is traditioneel ongeverfd en dus crèmekleurig, in Iers ‘bainin’ genoemd. Opvallend is dat, in tegenstelling tot veel andere truien van de Britse eilanden, Aran-truien niet rond-, maar platgebreid worden (dus met twee eenpuntige breinaalden).
Heinz Edgar Kiewe kocht in 1936 in een winkel op het vasteland van Ierland een trui die als oudste voorbeeld van een traditionele Aran-trui kan gelden. Een afbeelding hiervan staat in het boek van Gladys Thomson, Patterns for Guernseys, Jerseys and Arans. Kiewe was, zoals hijzelf schrijft, zeer geïnspireerd door de leefwijze van de Aran-bewoners, zoals hij die had leren kennen via Robert Flaherty’s documentaire ‘Man of Aran’ uit 1934. Ondanks het gebrek aan schriftelijke bronnen construeerde hij een geschiedenis van de Aran-breitraditie, die beïnvloed werd door contacten van Aran-zeevaarders, zover als Marokko, en de invloed van de Kelten, Vikingen en zich op Aran vestigende monniken van elders uit Europa. Tevens verwees hij naar afbeeldingen in het beroemde Book of Kells uit ongeveer het jaar 800, dat breiwerk in Aran-stijl toonde.

Robert Flaherty's documentaire 'Man of Aran' uit 1934 afspelen

Hij beschreef ook hoe iedere familie op de Aran-eilanden zijn eigen, kenmerkende patronen gebruikte. Dat had een belangrijke reden. Als een zeeman in ruwe zee overboord sloeg en verdronk, en zijn lichaam uiteindelijk ergens aanspoelde, kon men het slachtoffer vaak alleen aan de hand van de specifieke patronen van de trui die hij droeg nog herkennen. De familie kon zo op de hoogte gesteld worden, waarbij het de kleding van de overledene ontving, terwijl het slachtoffer dichtbij de plaats waar hij gevonden was begraven werd.
De mythe ontrafeld
Bij het bronnenonderzoek voor dit artikel heb ik onder andere de film Man of Aran bekeken. Bij deze interessante documentaire over het leven op Aran uit 1934 viel mij één ding op: ik zag geen Aran-truien. Nu kan dit aan de kwaliteit van de film liggen: zwart/wit en uit 1934. Eén ding was echter overduidelijk: ik zag geen enkele lichte, dus bailin-gekleurde trui. Vreemd. Bij verder onderzoek kwam ik Aran - traditioneel geklede vissers (1910)meer ontkenningen van het ‘onderzoek’ van Kiewe tegen. Er bestaat een foto uit ongeveer 1910 van vier mannen van Aran in traditionele kleding van die tijd. De mannen dragen wel degelijk schipperstruien, maar zeker niet wat we tegenwoordig als Aran-truien zouden herkennen; het zijn meer ganseys, waarschijnlijk van de Schotse eilanden, duidelijk een commercieel ontwerp, want enkele hebben hetzelfde model. Aannemelijk is dus dat deze truien gekocht zijn en afkomstig van overzee, dus niet gebreid op Aran door een liefhebbende echtgenote. Ook op andere filmbeelden van Aran uit de jaren ’50, ’60 en ’70 zie ik geen schippers die Aran-truien dragen. Hoe kan dat?
Book of Kells - openingspagina evangelie van MarcusBedenkt u nog even dat er geen oude schriftelijke bronnen bestaan over de Aran-breitraditie. Hoe Heinz Edgar Kiewe zijn onderzoek verricht heeft is niet duidelijk, maar hij is in ieder geval nooit op de Arans geweest. Over de bronnen van zijn onderzoek is niets bekend, waardoor het in wetenschappelijke kringen niet serieus wordt genomen. Zijn verwijzing naar het Book of Kells als oudste ‘bewijs’ dat er al heel lang Aran-breiwerk bestaat is uiterst discutabel. Hij verwees concreet naar de openingspagina van het evangelie van Marcus, waar linksboven een man in een gebreid tuniek in Aran-stijl afgebeeld is. Wanneer u de afbeelding hiernaast vergroot ziet u inderdaad een man in een tuniek, maar nergens valt uit af te leiden dat de patronen niet geborduurd, geappliceerd, bedrukt, geweven of eventueel gebreid zijn. Bovendien zijn dit geen Aran-patronen, maar Keltische. Er is immers een duidelijk onderscheid tussen deze twee: Aran-patronen lopen recht door tot de rand van het oppervlak, Keltische patronen zijn altijd afgerond; ze hebben een duidelijk einde of het einde gaat naadloos weer over in het begin (zie het artikel over Keltische patronen op dit webmagazine). Kiewe had overigens een goede reden om het Aran-breiwerk te mythologiseren: in de veertiger jaren organiseerde hij als een van de eersten de grootschalige productie van Aran-truien. Ze werden op de Schotse eilanden gebreid, omdat er te weinig breisters waren in Ierland zelf.
Aran-truiOver de herkenbaarheid van de slachtoffers van de woeste zee aan de hand van het breisel van hun trui bestaat overigens ook geen enkele schriftelijke bewijsvoering. Er is waarschijnlijk nooit een dode schipper met een Aran-trui aan gevonden, al was het maar omdat Aran-schippers geen Aran-truien droegen. In oudere tijden droegen de mannen van Aran kleding van geweven stof in de natuurlijke wolkleur, indigo geverfd of grijze flannel, geweven met afwisselend natuurlijke en indigo-geverfde wol. In de film Man of Aran is een paar seconden een vrouw te zien die breit: ze breit een sok.
Het kenmerk van het model van een Aran-trui is dat het platgebreid is; de stukken worden daarna aan elkaar gezet. Dit in tegenstelling tot de meeste schipperstruien van de Britse eilanden, die worden rondgebreid. Met rondbreien kan men veel beter een trui op maat breien en het eindresultaat draagt comfortabeler. Bovendien zijn rondgebreide truien sterker; er zijn immers geen naden die los kunnen gaan. Het vraagt echter meer aandacht bij de constructie van de trui, wat het breien tijdrovend maakt. Het ligt voor de hand dat rondbreien gebruikt wordt wanneer de drager in de buurt is om regelmatig de trui in wording te passen. Bij een grootschalig opgezette productie is platbreien makkelijker en sneller en kan men makkelijker de standaardmaten bereiken door de losse stukken breder of smaller en korter of langer te maken.
Aran-trui door Alice Starmore, ontwerp Na CragaDe beste manier om de geschiedenis van een bepaalde kledingstijl te bestuderen, wanneer schriftelijke bronnen ontbreken, is aan de hand van de kledingstukken zelf. In het National Museum of Ireland bevinden zich enkele Aran-truien, welke uitgebreid bestudeerd en beschreven zijn door de bekende Schotse auteur van breiboeken Alice Starmore (in haar boek Aran Knitting). De Aran-truien in dit museum zijn hoogstwaarschijnlijk niet ouder dan de dertiger jaren van de vorige eeuw; de oudste donatie is van 1937. De herkomst (de naam van de maakster) van deze truien is in alle gevallen onbekend. Overeenkomst van alle onderzochte truien is dat ze (zo goed als) ongedragen zijn en dat ze gebreid zijn van gewassen wol (in tegenstelling tot wat de traditie voorschrijft). Het is onaannemelijk dat ongedragen truien vaak gewassen zijn, waardoor het natuurlijke vet van de wol verdwenen zou zijn. Aannemelijk is dus dat ze van gewassen garen gebreid zijn. De twee vermoedelijk oudste truien zijn geheel of deels rondgebreid, de andere platgebreid.
Waarschijnlijk ontstaan
Nadat Ierland in 1921 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië is de Ierse regering zich serieus gaan bezighouden met het welzijn van de bevolking van de Aran-eilanden. Eerste stap was de verlossing van het feodale juk van de Digby-familie. Daarnaast werd de economische ontwikkeling van de Arans en West-Ierland, met name op het gebied van de visvangst, sinds 1891 bevorderd door de Congested Districts Board of Ireland, in 1923 overgenomen door Department of Fisheries and Rural Industries. Deze organisatie zorgde voor de aanleg van steigers, levering van betere vissersboten en het opzetten van een visverwerkende industrie. Voor deze visverwerkende industrie werd grootschalig gebruikgemaakt van arbeidsters van het vasteland van Ierland en de Schotse eilanden. Zeer aannemelijk is dat deze dames hun breinaalden meenamen naar West-Ierland en de Arans.

Aran fishermen

Breien is een sociale activiteit. Bekend was dat wanneer door slecht weer aanvoer van verse vis niet mogelijk was, de visverwerksters (import en lokaal) in groepen samenkwamen in wat men ‘knitting courts’ noemde: breigroepen. En zoals nu een aantal breisters bij Aran-vestelkaar patronen en technieken uitwisselt, zal dat toen niet anders geweest zijn. Ongetwijfeld hebben de bewoonsters van de Aran-eilanden, waar tot dan slechts sokken werden gebreid, veel opgestoken van de dames uit Schotland en Donegal. Hoe zich uiteindelijk de typische Aran-stijl heeft ontwikkeld zal wel altijd in de mist van de geschiedenis verborgen blijven. Schriftelijke bronnen tonen echter aan dat het omslagpunt van gekopieerde Schotse ganseys naar de Aran-stijl zoals we die nu kennen, rond 1946 moet liggen. Dat slimme marketeers, waaronder Kiewe zelf, daarna met gebruikmaking van diens mythe over de eeuwenoude Aran-breitraditie, aan de haal zijn gegaan en op het vasteland van Ierland en op de Schotse eilanden een industrie van Aran-truien en -vesten hebben opgezet is inmiddels wel duidelijk. Ongetwijfeld hebben de breisters op de arme Aran-eilanden, het zullen er niet meer dan 200-300 geweest zijn, een graantje meegepikt, maar de kans dat u ooit een trui afkomstig van de Aran-eilanden in uw handen zult houden is uiterst minimaal.
Aran-trui, rondgebreid van donkerblauwe wol van Debbie BlissIn die zin is dit een beetje een teleurstellend verhaal geworden: de Aran-breitraditie is niet eeuwenoud, ze zijn zelden als schipperstrui gebruikt en de meeste Aran-truien komen niet van de Arans. Desalniettemin blijft de Aran-breitechniek een mooie breitechniek waar u prachtige truien en vesten mee kunt maken. Het goede nieuws is bovendien dat, ondanks het complex ogende eindresultaat, deze techniek eenvoudig te leren is wanneer u al een beetje brei-ervaring hebt. En bij een traditie die eigenlijk nog relatief kort bestaat, is er geen reden waarom u een Aran-trui voor uzelf of uw naaste niet zou rondbreien. Ikzelf ben in ieder geval zeer tevreden met mijn favoriete, rondgebreide Aran-trui, hierboven afgebeeld.
Bronnen
Boeken
The Sacred History of Knitting – Heinz Edgar Kiewe
Patterns for Guernseys, Jerseys and Arans – Gladys Thompson
Traditional Aran Knitting – Shelagh Hollingworth
Aran Knitting – Alice Starmore
Links
Clan Arans
Een website die de legende van iedere Aran-familie zijn eigen patroon nog levend houdt. Overigens een uitstekende bron van inspiratie.
The Aran Islands
Toeristische informatie over de Aran-eilanden.

Rondbreien van een Aran-trui; de lichte draadjes scheiden de kabelpatronen

Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather