Category Archives: Borduren

Opus anglicanum, het mooiste borduurwerk voor kerk en koningen

Momenteel (tot 5 februari 2017) vindt in het Londense Victoria & Albert Museum een grote tentoonstelling plaats over opus anglicanum, middeleeuws Engels borduurwerk uit de 12de tot 14de eeuw. Een mooie gelegenheid om wat meer te schrijven over dit rijke borduurwerk, waarmee onder andere kerkelijke en koninklijke kleding werd versierd.

Detail van een antependium, Engels, 1315-1335.
Detail van een antependium, Engels, 1315-1335.
Er is niet veel over
Kledingstukken in opus anglicanum (Latijn voor ‘Engels werk’) zijn zeldzaam; wat er nog over is zijn meestal kerkelijke kledingstukken, omdat bisschoppen vaak in rijke kleding werden begraven. Eeuwen later vond men, bij de opening van hun graven, nog goed bewaarde kledingstukken met opus anglicanum. Sommige stukken werden verborgen door Engelse katholieke families toen veel vernietigd werd tijdens de Reformatie. Delen van kazuifels en koorkappen zijn soms bewaard gebleven omdat ze in stukken werden geknipt en een andere toepassing kregen, bijvoorbeeld in een antependium (altaarkleed) of als boekomslag.
Paus Innocentius IV (1195 – 1254) was een groot verzamelaar van kerkelijke kledingstukken in opus anglicanum. Een Vaticaanse inventarislijst uit 1295 vermeldt 113 stukken in opus anglicanum.
Wereldse toepassingen van opus anglicanum zijn helemaal zeldzaam; het werd eenvoudigweg afgedragen en weggegooid. Opus anglicanum werd nogal eens als diplomatieke gift geschonken en raakte zo verspreid over Europa.
Opus anglicanum - Borduurwerk van luipaarden, gemaakt voor Edward III van Engeland - Museum van Cluny, Nationaal Museum van de Middeleeuwen, Parijs.
Opus anglicanum – Borduurwerk van luipaarden, gemaakt voor Edward III van Engeland – Museum van Cluny, Nationaal Museum van de Middeleeuwen, Parijs.
Wat is opus anglicanum?
Opus anglicanum is rijk Engels borduurwerk in glanzende zijde, goud- en zilverdraad op een ondergrond van fijn linnen en fluweel. Met het borduurwerk werden vlakken en lijnen gecreëerd die uiteindelijk afbeeldingen vormen. Door het gebruik van vuldraden onder het goud- en zilverdraad ontstaat een reliëfrijk werk, dat door het glanzende zijde-, goud- en zilverdraad een extra effect krijgt. De afbeeldingen bestaat voor de kerkelijke kleding natuurlijk uit bijbelse taferelen, voor het wereldlijke werk ook uit dierlijke, florale en heraldieke motieven.
Detail van de Syon Cope, 1310-1320 - Victoria & Albert Museum, London.
Detail van de Syon Cope, 1310-1320 – Victoria & Albert Museum, London.
Techniek
Eigenlijk bestaat opus anglicanum uit twee technieken: stiksteken waarmee met zijden garen lijntjes worden geborduurd, zowel als vlakvulling als om contouren aan te geven, en het opnaaien van goud- en zilverdraad over dikke draden katoen, zodat deze vlakken enigszins een reliëf vormen. Als ondergrond wordt een fijne, dichtgeweven linnen gebruikt. Dit werd gespannen op een borduurraam om het borduren te vergemakkelijken.
Lijntjes van stiksteken
De stiksteken voor de lijntjes worden geborduurd met een glanzende, ongetwijnde (gedraaide) zijde garen die een mooie glans geeft, kenmerkend voor opus anglicanum. De meer voorkomende getwijnde borduurgaren glanst veel minder, ook omdat deze garen vaak van een kortere vezel wordt vervaardigd.
Engel, detail van een kazuivel, Engels, 15de eeuw - Metropolitan Museum of Art, New York.
Engel, detail van een kazuivel, Engels, 15de eeuw – Metropolitan Museum of Art, New York.
De lijntjes van stiksteken worden gebruikt om de contouren van de afbeeldingen aan te geven en om kleurvlakken aan te brengen op het naturel gekleurde linnen, bijvoorbeeld vlakken in visgraat- en chevronpatroon voor de kleding van de afgebeelde personen, maar bijvoorbeeld ook lijntjes die bijvoorbeeld een gezicht meer diepte geven of de groeirichting van haar toont.
Couching
Voor het goud- en zilverborduursel wordt een techniek gebruikt die in het Engels couching heet. Hierbij wordt op het linnen in een bepaald patroon dikke, katoenen draden aangebracht. Over deze onderlaag worden vlak naast elkaar de gouden draden gelegd en deze worden met een dunne garen vastgezet op het linnen. Op deze manier liggen de gouden draden als het ware op een kussentje, wat een mooi reliëfeffect geeft. Gouddraad bestaat uit smalle strookjes bladgoud, die gewikkeld zijn om een zijden draad.
De Syon-Cope (koorkap), 1310-1320 - Victoria & Albert Museum, London.
De Syon-Cope (koorkap), 1310-1320 – Victoria & Albert Museum, London.
De Steeple-Aston-koorkap, 1310-1340, detail van een engel te paard met een luit, de oudste bestaande afbeelding van dit instrument - Victoria & Albert Museum, London.
De Steeple-Aston-koorkap, 1310-1340, detail van een engel te paard met een luit, de oudste bestaande afbeelding van dit instrument – Victoria & Albert Museum, London.
Als u deze mooie techniek zelf eens wilt beoefenen mag ik graag verwijzen naar de uitgebreide beschrijving van Sidney Eileen op haar website, waar ook verwijzingen staan naar leveranciers van de benodigde materialen. De website is in het Engels.
Vindplaats
Voorbeelden van opus anglicanum zijn in het bezit van het Cloisters Museum in New York, het Victoria & Albert Museum in London en in de kathedraal Saint-Étienne de Sens in Bourgondië, Frankrijk.

Bovenste foto: De Butler-Bowden-cope (koorkap), 1330-1350, V&A Museum.

Impressie hoe opus anglicanum wordt gemaakt – video V&A Museum.

De Chichester-Constable-kazuivel, circa 1335-1345, foto The Metropolitan Museum of Art Art.
De Chichester-Constable-kazuivel, circa 1335-1345, foto The Metropolitan Museum of Art Art.
Opus anglicanum, tentoonstelling in het Victoria & Albert Museum, overzichtsfoto.
Opus anglicanum, tentoonstelling in het Victoria & Albert Museum, overzichtsfoto.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Hoe Braziliaans is Braziliaans borduren eigenlijk?

Onder Braziliaans borduren verstaat men een driedimensionale borduurstijl waarbij veel gebruik wordt gemaakt van de bouillonsteek. Men borduurt met rayongaren op een fijne, niet-aftelbare en vaak enigszins glanzende weefstof. Rayon is een gladde, glanzende garensoort; de glans geeft het borduurwerk een extra dimensie door de weerkaatsing van het licht. Men gebruikt voor deze techniek origineel louter patronen van bloemen en planten. De gebruikte steken zijn zeker niet exclusief Braziliaans, maar zijn overgenomen van andere driedimensionale technieken, waaronder stumpwork. In welke zin is Braziliaans borduren eigenlijk wel Braziliaans?

Een grote verscheidenheid aan bloemen - foto Fun2stitch.
Een grote verscheidenheid aan bloemen – foto Fun2stitch.
Rayon
Laten we beginnen met het materiaal: rayon, vroeger wel kunstzijde en tegenwoordig vaker viscose genoemd. De belangrijkste producent van natuurzijde in Europa was vroeger Frankrijk, maar rond 1860 brak er in Frankrijk een ziekte uit die de zijderups trof. Terwijl de beroemde Pasteur onderzoek deed naar de bestrijding van de ziekte, ontdekte Graaf Hilaire de Chardonnet in 1884 een methode om een vervanging van zijde te maken op basis van cellulose, bijvoorbeeld uit houtpulp. Rayon is daarmee weliswaar een kunstmatig gemaakte garensoort, maar wel een natuurlijk materiaal, in tegenstelling tot bijvoorbeeld polyester.
In de decennia daarna ontstonden op verschillende plaatsen in de wereld fabrieken voor de productie van rayon, zoals deze garen vanaf 1924 algemeen bekend werd. In het midden van de twintigste eeuw ging ook Brazilië rayongarens produceren. Door een duistere speling van het lot ontdekte men juist in dit land dat de garens, door hun gladde oppervlak, uitstekend geschikt waren voor de diverse complexe steken die bij driedimensionaal borduren worden gebruikt. Sindsdien maakte het Braziliaanse borduren een grote bloei in dit land door. Rond de jaren ’60 werd het Braziliaans borduren ook – onder die naam – in de Verenigde Staten populair.
17de eeuws stumpwork.
17de eeuws stumpwork.
Stumpwork
Braziliaans borduren is een driedimensionale techniek (misschien kun je beter zeggen: stijl) die wel eens wordt vergeleken met stumpwork. Alhoewel er zeker steken worden gebruikt die ook bij stumpwork voorkomen, zijn er een aantal wezenlijke verschillen. Zo wordt bij stumpwork het driedimensionale effect mede bereikt met behulp van metaaldraad en het verhogen van de te borduren ondergrond met bijvoorbeeld vilt om op die manier meer reliëf in het werk te brengen. Bovendien worden er in stumpwork vaak mensen en dieren afgebeeld, wat bij Braziliaans borduurwerk niet voorkomt. Stumpwork is ook een veel oudere traditie: het stamt uit het Engeland van de 16de eeuw.
Duidelijk is te zien hoe de bloemen met een bouillonsteek zijn gemaakt.
Duidelijk is te zien hoe de bloemen met een bouillonsteek zijn gemaakt.
Kleurrijk als een Braziliaans carnaval
Het gebruik van de glanzende garens in vaak felle kleuren, vaak ook geborduurd op een glanzende ondergrond, maakt dat Braziliaans borduurwerk er nogal uitspringt. In een schemerige salon in Noord-Europa zou een object in Braziliaans borduurwerk soms wat al te opvallend zijn, maar in de felle zon van Brazilië doen deze heldere kleuren het erg goed en passen goed bij de landsaard. Wie de eerste stappen heeft gezet om materiaal, techniek en patronen samen te voegen tot wat we nu Braziliaans borduren noemen valt niet meer te achterhalen, maar feit is dat deze stijl goed bij het zonnige Brazilië past en daar bloeit als de prachtig geborduurde bloemen die het onderwerp ervan vormen.
Ontwerp van de website van de Brasilian International Guild.
Ontwerp van de website van de Brasilian International Guild.
Techniek
Braziliaans borduurwerk wordt geborduurd op een effen geweven, soms glanzende stof, gespannen in een borduurring of -raam. Er wordt een veelheid aan steken, afkomstig uit andere technieken, gebruikt, waarbij de bouillonsteek typerend is. Kenmerkend is het gebruik van rayongaren, dat in Nederland overigens niet zo makkelijk te verkrijgen is. Als alternatief kunt u zijden borduurgaren gebruiken, zoals Madeira. Belangrijk voordat u begint is dat u eerst even goed naar het garen kijkt.
S- en Z-getwijnd garen.
S- en Z-getwijnd garen.
S- en Z-getwijnd garen
Behalve het gladde oppervlak van rayongaren is een ander kenmerk namelijk de manier van twijnen, de manier waarop de draadjes, waaruit het garen bestaat, in elkaar zijn gedraaid; getwijnd. Als u een stukje garen verticaal houdt en van dichtbij bekijkt, ziet u dat het garen bestaat uit verschillende draadjes, die in elkaar zijn gedraaid, net zoals bijvoorbeeld een scheepstouw. U kunt die draadjes, door in tegengestelde richting te draaien, zelfs uit elkaar draaien. Het meeste garen, zoals bijvoorbeeld katoenen perlé, is zo getwijnd dat de draadjes van linksboven naar rechtsonder lopen: S-getwijnd garen. Bij rayondraad is dit juist andersom: van rechtsboven naar linksonder, dus Z-getwijnd. Dit is belangrijk om rekening mee te houden, want als u bijvoorbeeld een bouillonsteek maakt, kunt u het beste het garen met de klok mee om de naald wikkelen, omdat anders de draadjes, waaruit het garen bestaat, uit elkaar kunnen gaan staan, wat het effect vertroebeld.
Steken
Om blaadjes, bloemblaadjes, takjes, meeldraden en andere onderdelen van bloemen en planten zo natuurgetrouw mogelijk na te bootsen wordt gebruik gemaakt van een veelheid aan steken, waarvan we er hier een aantal laten zien:

Demonstratie van de bouillonsteek – video door Needle & Threat.

Bouillonsteek.
Bouillonsteek.
Bloem gemaakt met bouillonsteken.
Bloem gemaakt met bouillonsteken.
Bouillonsteek
Een bouillonsteek maakt u het makkelijkste met een naald waarbij het oog niet breder is dan de naald zelf. Steek naald met draad van onderaf door de stof (A) en op de gewenste afstand (5-8 mm) weer door stof (B) om de punt van de naald weer bij A naar boven te halen. Wikkel de draad zo vaak om de naald totdat u de breedte van A-B op de naald heeft, haal de naald door de zo gevormde lusjes en haal deze bij B weer door de stof. U kunt de draad strak aantrekken, zodat de bouillonsteek plat op de stof ligt, of met iets meer lusjes niet helemaal aantrekken voor een meer driedimensionaal effect.
Franse knoop-steek.
Franse knoop-steek.
Bloem gemaakt met de Franse knoop-steek.
Bloem gemaakt met de Franse knoop-steek.
Franse knoop-steek
De Franse knoop-steek lijkt wel op de bouillonsteek, maar u wikkelt de draad slechts één of twee keer om de naald en er is bijna geen afstand tussen A en B.

 

 

Madedeliefjessteek.
Madedeliefjessteek.
Madeliefjessteek (losse kettingsteek)
Breng de naald naar boven door A en steek hem vlakbij weer door de stof naar onderen. Steek de punt van de naald op de gewenste afstand bij B door de stof en haal de draad onder de punt door.
Bloemblaadjes uitgevoerd in madeliefjessteek in twee kleuren.
Bloemblaadjes uitgevoerd in madeliefjessteek in twee kleuren.
Steek de naald direct een draadje verder weer door de stof naar onder om zo te lus vast te zetten. U kunt nu de draad strak aantrekken, waardoor u een soort dubbel streepje krijgt, of wat losser, waardoor er een ovaaltje ontstaat.
Steelsteek.
Steelsteek.
Steelsteek
De steelsteek gebruikt u overal waar u een ononderbroken lijn wilt hebben en bijvoorbeeld ook voor takjes, meeldraden en dergelijke. Het werkt het beste wanneer u op de stof de lijn eerst tekent. U haalt de naald met draad door de stof naar boven bij A en op de gewenste afstand steekt u de naald bij B weer door de stof en haalt hem iets voor B weer naar boven. Door de naald telkens aan één kant van de getekende lijn naar boven te halen en aan de andere kant van de lijn naar onder verdwijnt de getekende lijn onder de draad.
Satijnsteek.
Satijnsteek.
Satijnsteek
De satijnsteek wordt gebruikt om vlakken op te vullen, bijvoorbeeld bij blaadjes. Teken de contouren van het blaadje eerst op de stof en teken de nerf in het midden. Vervolgens vult u eerst de ene helft van het blad op en daarna de andere helft. Meer diepte krijgt u wanneer u dit met twee kleuren doet: van de nerf tot halverwege het blad met een lichtere kleur en de rand van het blad met een donkerder kleur.
Aardbei in madeliefjessteken in twee kleuren.
Aardbei in madeliefjessteken in twee kleuren.
Met deze vijf steken kunt u al prachtige boeketten borduren, maar er zijn natuurlijk nog veel meer steken toe te passen. Op deze pagina van de Brazilian Dimensional Embroidery International Guild met ontwerpen voor Braziliaans borduren kunt u alvast wat inspiratie opdoen.
Links
Brazilian Dimensional Embroidery International Guild – internationale vereniging van geïnteresseerden in Braziliaans borduren.
RosalieWakefield-Millefiori – weblog over Braziliaans borduren.
EdMar Co. – fabrikant van rayon borduurgarens.
Braziliaans borduurwerk door Diana Maria Castro.
Braziliaans borduurwerk door Diana Maria Castro.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Sashiko, een eeuwenoude Japanse techniek om met stekenpatronen stof te decoreren

Sashiko is een traditionele wijze om stof te versterken met stikselpatronen, met name met wit garen op indigo stof. Het is een traditie die stamt uit de 17de eeuw en die verspreid over heel Japan voorkomt. Alhoewel we die lichte steekjes op donkerblauwe stof nu heel decoratief vinden, is de oorspronkelijke reden om dit te doen veel prozaïscher: puur ter versterking van de (handgeweven) stof, om slijtage te maskeren of om bij het watteren van de stof de diverse lagen goed aan elkaar te naaien.

Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Oorsprong
Eeuwen geleden weefden Japanse boeren hun stof met de hand van plantaardige vezels, zoals hennep. Deze stoffen waren niet erg sterk, terwijl de boerenkleding wel aan stevige slijtage onderhevig was. Ter versterking werd de stof met indigo geverfd en van fijne stekenpatronen voorzien, om de stof goed bij elkaar te houden. Sashiko betekent ‘kleine steekjes’. Daarnaast werden meerdere lagen stof op elkaar met steekjes vastgemaakt en soms gewatteerd om de kleding warmer te maken.
Alhoewel de techniek om stof te versterken met kleine steekjes in veel Aziatische culturen voorkomt, associëren we deze techniek toch vooral met China en Japan. Tegenwoordig ligt het accent vooral op het decoratieve element en wordt Sashiko ook veel toegepast op woningtextiel, zoals kussens en gordijnen. Ook zien we nu ook wel Sashiko op andere kleuren stof dan indigo toegepast worden.
Seikaiha Sashiko.
Seikaiha Sashiko.
Drie soorten Sashiko
Sashiko wordt in veel districten toegepast. Tegenwoordig onderscheiden we drie technieken die duidelijk van elkaar verschillen.
Moyouzashi of eenvoudig Sashiko
Dit is de bekendste techniek en vaak de techniek die we algemeen als Sashiko aanduiden. Afkomstig uit het noorden van Japan, bestaat deze techniek uit geborduurde rechte of gebogen rijen rijgsteken, waarbij de steken elkaar niet mogen kruisen.
Diverse voorbeelden van Hitomezashi Sashiko.
Diverse voorbeelden van Hitomezashi Sashiko.
Hitomezashi Sashiko
Bij deze techniek worden de stekenpatronen gemaakt op basis van een ruitpatroon. Daaruit volgt vanzelf dat er bij Hitomezashi Sashiko geen gebogen lijnen voorkomen. In tegenstelling tot bij Moyouzashi Sashiko mogen bij deze techniek de steken elkaar wel kruisen of elkaar raken. Terwijl Moyouzashi meer een indruk van rijen steken geeft, zie je bij Hitomezashi meer losse steekjes, waardoor dit ook wel één-steek-Sashiko genoemd wordt.
Een voorbeeld van Kogin Sashiko.
Een voorbeeld van Kogin Sashiko.
Kogin Sashiko
Bij deze techniek wordt met indigo geverfde linnen stof met linnen garen voorzien van geometrische patronen door middel van horizontale steken. Er wordt gewerkt met een lange draad en het is zaak om secuur de steken te tellen. Bij deze techniek wordt de blauwe stof het meest bedekt met stikselpatronen.
Materiaal
In het algemeen gebruikt men voor Sashiko als ondergrond gelijkmatig, vast geweven katoenen stof. Het helpt wanneer de stof aftelbaar is, zodat u de steken mooi regelmatig over telkens hetzelfde aantal draden kunt maken. Traditioneel is de stof indigoblauw. Het is verstandig om de stof voor het borduren te wassen; het is zo jammer als het contrast tussen het witte borduursel en de blauwe ondergrond vervaagd is omdat de stof tijdens de eerste wasbeurt kleur afgaf.
Hoe donkerder blauw de stof, hoe mooier de steken uitkomen.
Hoe donkerder blauw de stof, hoe mooier de steken uitkomen.
U kunt een enkele laag stof gebruiken, bijvoorbeeld wanneer u er daarna een kussen mee bekleedt, een dubbele laag of tussen de twee lagen een laag watten leggen, voor een gewatteerd jasje bijvoorbeeld. Was en strijk de stof voor gebruik. Strijk de stof aan de achterzijde, want indigostof kan soms gaan glanzen wanneer u op de goede kant strijkt.
Het garen dat speciaal voor Sashiko wordt gemaakt is zwaarder dan quiltgaren. Dit garen is via postorder en in een speciaalzaak te koop. Anders kunt u gebruik maken van fijn haakgaren of katoenen perlégaren, nr. 5 bijvoorbeeld. Meestal knipt men het garen van tevoren in draden van 45-50 cm.
Patroon op de stof brengen
Breng het patroon aan op de goede zijde van de stof. Neem een paar cm extra stof, omdat het stiksel soms veroorzaakt dat de stof wat inloopt. Teken het patroon met een kleermakerskrijt of quiltpotlood op de stof, waarbij u eventueel gebruik maakt van kleermakerscarbonpapier of een tafel met een (ver)lichte achtergrond. Wees zeer zorgvuldig met het aanbrengen van het patroon, want door de fijne stiksels wordt iedere fout direct zichtbaar. U kunt een patroon kopen of zelf een patroon ontwerpen.
Verschillende Sashiko-patronen.
Verschillende Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Tafelkleedjes met Sashiko-patronen.
Het borduren
De schoonheid van Sashiko zit in de eenvoud van de steken, een eenvoudige rijgsteek, meestal 2-4 steken per cm. Het aantal steken is afhankelijk van de stof die u gebruikt: grovere stof vraagt om grotere steken. Belangrijk is dat iedere steek een gelijke lengte heeft. Het is niet gebruikelijk bij Sashiko om een knoopje in het uiteinde te leggen; meestal begint men met een paar stiksteken en gaat er dan overheen met de rijgsteek. Een overgebleven uiteinde wordt zo kort mogelijk afgeknipt. Bent u aan het eind van de draad voor het eind van de stekenrij, dan maakt u met de volgende draad eerst een paar steekjes over het laatste stukje van de vorige draad.
Het op de stof getekende patroon wordt zorgvuldig met gelijkmatige steekjes overdekt. Let erop dat kruisende steken elkaar nooit 'overlappen'.
Het op de stof getekende patroon wordt zorgvuldig met gelijkmatige steekjes overdekt. Let erop dat kruisende steken elkaar nooit ‘overlappen’.
Het is gebruikelijk om een groot aantal steken op de naald te houden; ervaren Sashiko-makers hebben vaak 7-10 cm stof op de naald. Bij gebogen lijnen kan dat natuurlijk niet, dan houdt u slechts 2-3 steken op de naald. Als de stof gaat golven rekt u deze voorzichtig even uit totdat die weer vlak is.
De steken worden zoveel mogelijk continu gemaakt, zonder onderbrekingen. Een commercieel Sashikopatroon geeft meestal aan in welke volgorde u het patroon maakt. In de regel maakt men de steken van de buitenkant naar het midden van de stof. Bij Moyouzashi Shasiko maakt u geen steken over elkaar heen; bij kruisende stekenrijen slaat u bij het kruispunt een stukje stof over en gaat net zover van het kruispunt weer verder.
Jasje, voorzien van diverse Sashiko-patronen.
Jasje, voorzien van diverse Sashiko-patronen.
Meer informatie
Sashiko Handboek van Susan Briscoe.Susan Briscoe is een Engelse auteur die veel heeft bijgedragen aan de bekendheid van Sashiko in het westen. Van haar hand is het Sashiko Handboek ook in het Nederlands uitgebracht, door Veltman Uitgevers (isbn 9789048311156).
Sashiko and other stitching is haar weblog.
Op de website Japan is Fun! worden Sashiko-materialen en -pakketten verkocht en vindt u ook een gedetailleerde uitleg van de werkwijze met veel foto’s.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Bargello of Florentijns borduren, klassiek en eigenlijk ook heel modern

Florentijns borduren wordt meestal Bargello genoemd naar een set 17de eeuwse stoelen die in het Bargello Paleis staan, een kasteel uit 1255 en tegenwoordig museum in Florence. Deze stoelen zijn bekleed met een in platsteek in een vlammend patroon geborduurde stof, die door het museum overigens als ‘punto unghero’ wordt aangeduid; Hongaars aftelbaar borduurwerk dus. Het leuke is dat door de geometrische, vaak vlammende patronen Bargello eigenlijk heel modern aandoet. Het is bovendien een zeer eenvoudige techniek die door iedereen makkelijk te leren is.

Het Bargello Paleis in Florence.
Het Bargello Paleis in Florence.
Geschiedenis
Het ontstaan van Bargello of Florentijns borduren is niet echt goed na te vorsen. De naam punto unghero wekt de indruk dat de techniek van Hongarije naar Italië kwam en er heeft inderdaad een Hongaarse prinses bestaan die in de De Medici’s, de machtige adellijke Florentijnse familie, is getrouwd.
Drie stoelen in het Bargello Paleis in Florence, geborduurd in 'punto unghero', 17de eeuw.
Drie stoelen in het Bargello Paleis in Florence, geborduurd in ‘punto unghero’, 17de eeuw.
Er is in ieder geval Bargello-borduurwerk van de Hongaarse koningin Maria Teresa in het Hongaars Nationaal Museum en er is ook een koningin Jadwiga (1373 – 1399) van de Pools-Hongaarse dubbelmonarchie geweest die ook geborduurd zou hebben. Het is allemaal geen ijzersterk historisch bewijs, maar het maakt het aannemelijk dat Bargello oorspronkelijk uit Hongarije afkomstig is. Het is in ieder geval een eeuwenoude techniek.
Voorbeeld van Bargello borduurwerk in geschakeerde kleuren.
Voorbeeld van Bargello borduurwerk in geschakeerde kleuren.
Bargello-borduurwerk wordt traditioneel gebruikt als meubelstof: om stoelen te bekleden, kussens te maken en andere toepassingen op meubels. Kenmerkend voor Bargello is dat men geschakeerde kleuren gebruikt: van licht naar donker of vice versa binnen een bepaalde kleur, waardoor er een diepte-effect ontstaat. Met name groen- en bruintinten komen veel voor.
Techniek
Bargello wordt van oorsprong met wol op canvas geborduurd. Daarbij worden rijen verticale platsteken gemaakt die naast elkaar in een zigzag-patroon, vaak een vlampatroon, staan. Klassiek Bargello is gespiegeld; links en rechts van het werk is hetzelfde. Het oppervlak wordt geheel volgeborduurd; u ziet dus nergens nog de borduurstof. Dat maakt Florentijns borduurwerk ook zo sterk, zie de vier eeuwen oude stoelen in het Bargello Paleis.
Wijze van borduren.
Wijze van borduren.
Stoelzitting in Florentijns borduurwerk, zestiger jaren.
Stoelzitting in Florentijns borduurwerk, zestiger jaren.
Wanneer het patroon omhoog loopt maakt u iedere steek van onder naar boven, loopt het patroon naar beneden, dan maakt u iedere steek van boven naar onder. Bij de meeste oude borduurwerken in Bargello wordt er telkens over vier draden geborduurd en verspringt het patroon met twee draden tegelijkertijd naar boven of beneden.
Veel meer valt er ook niet over Florentijns borduren te vertellen: verticale platsteken van gelijke lengte in een verspringen patroon. Als u een goed voorstellingsvermogen hebt kunt u het bijna uit uw hoofd borduren, anders gebruikt u een teltekening ter oriëntatie. Het enige waar u op dient te letten is dat linker- en rechterzijde van het werk precies gespiegeld dienen te zijn. Daarom kunt u het beste in het midden beginnen en dan richting de zijkant van het werk borduren. Heeft u op een gegeven moment één kleur over de volle breedte geborduurd, dan volgen de andere kleuren als vanzelf.
Bargello - teltekening voor 'gevlamd' Bargello - ontwerp Textile Arts Now.
Bargello – teltekening voor ‘gevlamd’ Bargello – ontwerp Textile Arts Now.
Het verschil tussen punto unghero en Florentijns borduren is dat de eerste techniek gebruik maakt van verticale steken van ongelijke lengte, terwijl de Florentijse steek altijd dezelfde lengte heeft, dus over een zelfde aantal draden van de borduurstof. Bij punto unghero verspringt het patroon met twee of drie draden, met Florentijns borduren komt de volgende steek telkens twee of drie draden hoger of lager of stapsgewijs: een paar steken naast elkaar en dan twee draden hoger, waardoor u een gematigde golf krijgt.
Hedendaags, vierzijdig gespiegeld ontwerp in Bargello borduurwerk.
Hedendaags, vierzijdig gespiegeld ontwerp in Bargello borduurwerk.
Modern Bargello
Sinds de jaren ‘70 van de vorige eeuw maakt Bargello weer een opleving door, vaak niet meer als bekleding van stoelen in wol, maar gewoon als inspiratie om naar eigen inzicht iets met katoenen borduurgaren als decoratie te borduren. We zien nu ook niet meer dat het ontwerp enkel gespiegeld is (links en rechts), maar ook dubbel (onder en boven ook) of zelfs vierzijdig gespiegeld (gespiegeld langs een denkbeeldige X). We komen ook Bargello-samplers met een hele serie Bargello-ontwerpen in verlooptinten op één lap tegen, gewoon om het effect en de mogelijkheden van Florentijns borduren te laten zien.
Wanneer u met katoenen borduurgaren, zoals DMC, borduurt, bedenk dan wel dat dit een veel gladdere garensoort dan wol is en dus minder opvult. Om de gehele borduurstof goed te bedekken zult u waarschijnlijk met meer draden tegelijkertijd moeten borduren.
Bargello-quilt 'Island Sunrise', ontwerp van Eileen Wright.
Bargello-quilt ‘Island Sunrise’, ontwerp van Eileen Wright.
In het hedendaagse Bargello zien we ook wat fellere kleuren. Die passen soms beter in een modern interieur of bij moderne kleding. We zien bovendien een nieuwe ontwikkeling rond Bargello: Bargello-quilts, waarbij quilts worden gemaakt van allemaal rechthoekige lapjes stof in vlampatroon. Met al die nieuwe toepassingen van het basisprincipe zie je pas goed hoe tijdloos en tegelijkertijd modern Bargello eigenlijk oogt; je zou niet verwachten dat dit een eeuwenoude techniek is.
Als u zelf eens met Bargello aan de slag wilt vindt u hier een paar teltekeningen (links naar de teltekeningen staan bovenaan deze pagina).




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather