Frida Hansen, Noors weefster van art nouveau wandtapijten

De in 1855 in de Noorse stad Stavanger geboren Frida Hansen (geboren Petersen) heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de Noorse textielkunst. Zij werd met name bekend door haar wandtapijten, die nu nog in verschillende Noorse en internationale musea te zien zijn. Overigens was zij in haar meest productieve tijd, rond het begin van de vorige eeuw, internationaal bekender dan in Noorwegen zelf, waar men vond dat haar textielkunst te weinig Noorse nationale elementen bevatte. Dat Noorwegen in 1905 onafhankelijk werd zal daarbij een rol hebben gespeeld.

Frida Hansen in 1896.
Frida Hansen in 1896.
Frederikke Boletta Petersen werd in 1855 geboren in de Noorse stad Stavanger. Door haar huwelijk in 1873 met Hans Wilhelm Severin Hansen kennen wij haar nu onder haar artiestennaam Frida Hansen. Voor haar huwelijk was zij vast van plan om kunstschilder te worden en volgde zij schilderlessen.
In 1888 ging echter het familiebedrijf failliet en vluchtte haar man voor enkele jaren naar het buitenland. De zorg voor haar gezin (met drie kinderen) kwam geheel op haar schouders. Om in het levensonderhoud te voorzien startte Hansen een borduuratelier vanuit huis. Een deel van het werk bestond uit restauratie van oude wandtapijten, wat haar belangstelling voor de weefkunst opwekte.
Libellenes dans (Dans van de Libellen), 1901, ruim 4 m breed.
Libellenes dans (Dans van de Libellen), 1901, ruim 4 m breed.
Deurgordijn, 1900 (V&A Museum, Londen).
Deurgordijn, 1900 (V&A Museum, Londen).
Oprichting eigen weefstudio
In 1889 nam Hansen deel aan de eerste weefcursus in Noorwegen en schafte zij een Oppstad weefgetouw aan. Al snel begon zij haar eigen wandtapijten te maken en had tentoonstellingen in verschillende plaatsen in Noorwegen. In 1892 verhuisde zij naar de hoofdstad en stichtte daar haar eigen weefstudio en garenververij ‘Det norske Billedvæveri’ (De Noorse afbeeldingweverij).
Traditiegetrouw is er in een tapijtweverij een rolverdeling van mensen die het ontwerp maakten en de kartonnen*, de wolververs, degenen die de ketting spanden, die het eigenlijke weven deden en die lesgaven aan leerlingen. Frida Hansen beheerste al deze vaardigheden zelf en voerde ze ook uit! Ze experimenteerde bovendien met diverse weeftechnieken en ontwikkelde een techniek waarmee delen transparant gemaakt konden worden, een techniek waar zij een patent op kreeg. Deze techniek werd met name toegepast bij portièregordijnen en kamerseparaties.
Juni (detail), 1918.
Juni (detail), 1918.
Creatieve invloeden
Hansen was in 1895 in de gelegenheid om naar het buitenland te gaan om zich in Keulen en Parijs verder te bekwamen. Zij kwam daardoor in contact met de stijl die toen in de mode was, de art nouveau (jugendstil). Een andere belangrijke invloed was van de Engelse kunstenaar William Morris, de grondlegger van de arts-and-craft-beweging en de fantasy-stijl en invloedrijk ontwerper van interieurs en boeken. De natuur was een belangrijke inspiratie voor Morris en dat zien we ook terug in de wandtapijten van Hansen.
De belangrijke internationale doorbraak voor Hansen kwam tijdens de Wereldtentoonstelling van Parijs, waar zij een gouden medaille won voor haar wandtapijt ‘Melkeveien’ (Melkweg, bovenste foto), een werk dat al aan een Duits museum verkocht was voor de tentoonstelling. Ook ander werk uit deze tijd is in de art nouveau-stijl uitgevoerd.
Rosenhaven (Rozentuin), 1901, Stavanger Kunstmuseum (foto Jonas Haarr Friestad).
Rosenhaven (Rozentuin), 1901, Stavanger Kunstmuseum (foto Jonas Haarr Friestad).
Frida Hansen op haar 75ste verjaardag in 1930.
Frida Hansen op haar 75ste verjaardag in 1930.
Huidige positie in de Noorse textielkunst
Na de eeuwwisseling raakte art nouveau op zijn retour en rond 1920 was het werk van Hansen niet meer in zwang. Vanaf 1926 tot aan haar dood werkte zij aan het Olav-wandtapijt, dat in de kathedraal van Stavanger hangt. Zij overleed op 12 maart 1931 te Oslo.
De generaties na haar hadden weinig belangstelling voor haar textielkunst. Pas in 1973 was er een grote overzichtstentoonstelling van haar werk in het Museum van Toegepaste Kunst in Oslo. Sindsdien realiseert men zich in Noorwegen dat Frida Hansen een zeer kundig textielkunstenares en pionier in haar tijd was en is de waardering voor haar tapisserieën weer gegroeid. Vorig jaar was er nog een grote tentoonstelling van haar werk in haar geboortestad Stavanger. Ook de florale motieven en het gebruik van plantaardig geverfde garens dragen in deze tijd van groter besef voor de waarde van de natuur bij aan haar populariteit.
Salomes dans, 1900, ongeveer 2 bij 7 meter.
Salomes dans, 1900, ongeveer 2 bij 7 meter.
Vilde Roser (papavers), 1899.
Vilde Roser (papavers), 1899.
Waar is werk van Frida Hansen te vinden?
Nationaal Museum – Museum van Toegepaste Kunst, Oslo
Drammen Museum, Noorwegen
Stavanger Art Museum
Koninklijk Paleis, Oslo
Nordiska Museet, Stockholm
Kathedraal van Stavanger
* Meer over de techniek van het wandtapijt weven vindt u in het artikel over Maximiliaan van der Gucht.
Danaids jar, 1914.
Danaids jar, 1914.
Faraos datter (Farao's dochter) 1897.
Faraos datter (Farao’s dochter) 1897.
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Chilkat-weven, een complexe weeftechniek uit Alaska

De Chilkat-deken is een traditionele dracht van de Tsimshian, Tlingit en Haida, stammen aan de noordwestkust van Alaska (VS) en Brits-Columbia (Canada), die wordt gedragen tijdens ceremoniële bijeenkomsten. De Chilkat-weeftechniek is een van de meest complexe weeftechnieken ter wereld, die tegenwoordig nog slechts door enkele weefsters beoefend wordt. Het is een soort van omslagdoek, voorzien van franje.

Locatie van Haines in Alaska.
Locatie van Haines in Alaska.
Oorsprong en traditie
De Chilkat-weeftechniek is waarschijnlijk ontstaan bij de Tsimshian en door onderlinge huwelijken ook terechtgekomen bij de Tlinggit en Haida. Vast staat dat deze weeftraditie al bestond toen de eerste westerlingen deze gebieden bereikten in de 18de eeuw. De techniek dankt zijn naam aan de Chilkat-stam, die leefde langs de Chilkat Rivier in Brits-Columbia en Zuidoost-Alaska en haar monding heeft bij Haines.
Een Chilkat-deken is altijd een kostbaarheid geweest, doordat het weven ervan vaak meer dan een jaar duurde. De dekens werden vooral gedragen door stamoudsten tijdens ceremoniële gelegenheden, zoals potlatch-feesten, waarbij geschenken werden gegeven.
Ook tegenwoordig worden Chilkats nog gedragen, zoals hier in Wrangell, Alaska.
Ook tegenwoordig worden Chilkats nog gedragen, zoals hier in Wrangell, Alaska.
Een Tlingit-vrouw is een Chilkat-deken aan het weven, een man toont het patroonbord - Klukwan, Alaska, 1909.
Een Tlingit-vrouw is een Chilkat-deken aan het weven, een man toont het patroonbord – Klukwan, Alaska, 1909.
Door mannen en vrouwen samen gemaakt
Aan de vervaardiging van een Chilkat-deken droegen zowel mannen als vrouwen bij, alhoewel het grootste deel van het werk, het weven/knopen, door vrouwen werd gedaan. Mannen ontwierpen het patroon, maakten een patroonbord, zetten het eenvoudige weefraam in elkaar en zorgden voor de vellen van de berggeiten, waar de wol vanaf kwam. Vrouwen verzamelden de cederbast, sponnen het garen en weefden de deken.
Traditioneel wordt een Chilkat-deken gemaakt van berggeitenwol en cederbast. De vachten van de berggeiten worden natgemaakt, heen en weer gerold en de wol wordt met de vingers van het vel afgedrukt. Daarna wordt de wol gekaard en vervolgens in de palm van de hand eerst losjes tot een draad gerold en vervolgens nogmaals om de draad compacter te maken. Twee draden worden ineen gedraaid voor de ketting. De vezels van de cederbast werden eveneens getwijnd en gebruikt voor de schering.
Een patroonbord op een cederhouten paneel (Portland Museum, VS)
Een patroonbord op een cederhouten paneel (Portland Museum, VS)
Kleur en ontwerp
De meeste Chilkat-weefsels zijn voornamelijk in donkerbruin/zwart en geel, soms komt er ook een blauwgroene kleur in voor. Geel werd bereikt met een kleurstof van een mossoort, donkerbruin door de garens te koken in urine en de bast van scheerling, de blauwgroene kleur door de garens te koken in urine en koper. Na 1890 is men overgegaan tot het gebruik van schapenwol en kunstmatige kleurstoffen. De ketting wordt nooit geverfd.
Het ontwerp van het patroon werd door mannen gedaan en bestaat uit sterk gestileerde symbolen, uitgevoerd in veel gebogen en ronde lijnen. De ontwerpen wortelen in mondeling overgebrachte verhalen, weergegeven met veel afbeeldingen van dieren en ogen als opvulling. Het ontwerp is altijd symmetrisch met een middenpaneel en zijpanelen. Het ontwerp werd in zwart op een paneel van cederhout geverfd; alleen het centrale deel en één zijpaneel, want het patroon is immers symmetrisch. De weefster bepaalt de invulling van de kleuren.
Een oude foto van een Chilkat in de maak. Let op de gewichten aan de losse kettingdraden.
Een oude foto van een Chilkat in de maak. Let op de gewichten aan de losse kettingdraden.
Geweven met slechts één kettingboom
Een Chilkat-deken wordt geweven op een weefraam met slechts één kettingboom; de ketting hangt dus los aan een dwarsbalk op twee staanders! Om het geheel enigszins handelbaar te maken worden de onderste uiteinden in bosjes gebonden en soms met gewichtjes verzwaard. De weefster zat voor het weefraam en weefde per patroondeel, zodat ze niet steeds hoefde op te schuiven. Het weven werd geheel met de vingers gedaan (getwijnd), zonder een spoel of klos. Met de hand werden twee of meer inslagdraden om de ketting gelegd. Onderaan het patroon werden enkele draden van hetzelfde materiaal als de ketting over de gehele breedte ingeweven en de overgebleven ketting werd als franje afgewerkt van enkele tientallen centimeters lang.
Het Chilkat-dansschort was een van de eerste toepassingen, gebruikt bij ceremoniële dansen. Daarna volgden de Chilkat-dekens, die het bekendst zijn, en tassen, beursjes, beenwindselen en tunieken.
Een chilkat-deken, in 2011 geveild voor $ 93.000.
Een chilkat-deken, in 2011 geveild voor $ 93.000.
Stamhoofd Anotklosh draagt hier een Chilkat-deken - Juneau, Alaska, circa 1913.
Stamhoofd Anotklosh draagt hier een Chilkat-deken – Juneau, Alaska, circa 1913.
Een met uitsterven bedreigde traditie
Deze bijzondere weeftechniek wordt al meer dan een eeuw bedreigd met uitsterven. In 1907 waren er nog maar 15 actieve weefsters. Weefster Jennie Thlunaut, die het weven van haar moeder leerde in de jaren ’90 van de 19de eeuw, was de laatste weefster op de traditionele manier. Tijdens haar leven (zij werd 96!) maakte zij 33 dekens en zes tunieken. In 1984 organiseerde zij een workshop in Haines waarbij zij de techniek doorgaf aan een groep van weefsters.
Tegenwoordig is Clarissa Rizal uit Juneau een van de bekendste weefsters van Chilkat-dekens. In juni 2016 werd zij benoemd tot National Heritage Fellow door het National Endowment for the Arts. Daarbij komt een beloning van $ 25.000. De prijs zal in september aan haar worden overhandigd in een ceremonie in de Library of Congress in Washington. Een mooie erkenning van deze bijzondere weeftraditie. Onderstaande video gaat over Clarissa Rizal en toont hoe Chilkats worden gemaakt.

Links
Sheldon Museum and Cultural Center – Chilkat Blanket
The Antique American Indian Art Show, Santa Fe – tentoonstellingsboek (PDF)
Burke Museum – Unpacking a Phrase: The Chilkat Blanket
Clarissa Rizal’s Blog
Chilkat deken, berggeit-wol en cederbast, 19de eeuw (Burke Museum, VS).
Chilkat deken, berggeit-wol en cederbast, 19de eeuw (Burke Museum, VS).
Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Hoe Braziliaans is Braziliaans borduren eigenlijk?

Onder Braziliaans borduren verstaat men een driedimensionale borduurstijl waarbij veel gebruik wordt gemaakt van de bouillonsteek. Men borduurt met rayongaren op een fijne, niet-aftelbare en vaak enigszins glanzende weefstof. Rayon is een gladde, glanzende garensoort; de glans geeft het borduurwerk een extra dimensie door de weerkaatsing van het licht. Men gebruikt voor deze techniek origineel louter patronen van bloemen en planten. De gebruikte steken zijn zeker niet exclusief Braziliaans, maar zijn overgenomen van andere driedimensionale technieken, waaronder stumpwork. In welke zin is Braziliaans borduren eigenlijk wel Braziliaans?

Een grote verscheidenheid aan bloemen - foto Fun2stitch.
Een grote verscheidenheid aan bloemen – foto Fun2stitch.
Rayon
Laten we beginnen met het materiaal: rayon, vroeger wel kunstzijde en tegenwoordig vaker viscose genoemd. De belangrijkste producent van natuurzijde in Europa was vroeger Frankrijk, maar rond 1860 brak er in Frankrijk een ziekte uit die de zijderups trof. Terwijl de beroemde Pasteur onderzoek deed naar de bestrijding van de ziekte, ontdekte Graaf Hilaire de Chardonnet in 1884 een methode om een vervanging van zijde te maken op basis van cellulose, bijvoorbeeld uit houtpulp. Rayon is daarmee weliswaar een kunstmatig gemaakte garensoort, maar wel een natuurlijk materiaal, in tegenstelling tot bijvoorbeeld polyester.
In de decennia daarna ontstonden op verschillende plaatsen in de wereld fabrieken voor de productie van rayon, zoals deze garen vanaf 1924 algemeen bekend werd. In het midden van de twintigste eeuw ging ook Brazilië rayongarens produceren. Door een duistere speling van het lot ontdekte men juist in dit land dat de garens, door hun gladde oppervlak, uitstekend geschikt waren voor de diverse complexe steken die bij driedimensionaal borduren worden gebruikt. Sindsdien maakte het Braziliaanse borduren een grote bloei in dit land door. Rond de jaren ’60 werd het Braziliaans borduren ook – onder die naam – in de Verenigde Staten populair.
17de eeuws stumpwork.
17de eeuws stumpwork.
Stumpwork
Braziliaans borduren is een driedimensionale techniek (misschien kun je beter zeggen: stijl) die wel eens wordt vergeleken met stumpwork. Alhoewel er zeker steken worden gebruikt die ook bij stumpwork voorkomen, zijn er een aantal wezenlijke verschillen. Zo wordt bij stumpwork het driedimensionale effect mede bereikt met behulp van metaaldraad en het verhogen van de te borduren ondergrond met bijvoorbeeld vilt om op die manier meer reliëf in het werk te brengen. Bovendien worden er in stumpwork vaak mensen en dieren afgebeeld, wat bij Braziliaans borduurwerk niet voorkomt. Stumpwork is ook een veel oudere traditie: het stamt uit het Engeland van de 16de eeuw.
Duidelijk is te zien hoe de bloemen met een bouillonsteek zijn gemaakt.
Duidelijk is te zien hoe de bloemen met een bouillonsteek zijn gemaakt.
Kleurrijk als een Braziliaans carnaval
Het gebruik van de glanzende garens in vaak felle kleuren, vaak ook geborduurd op een glanzende ondergrond, maakt dat Braziliaans borduurwerk er nogal uitspringt. In een schemerige salon in Noord-Europa zou een object in Braziliaans borduurwerk soms wat al te opvallend zijn, maar in de felle zon van Brazilië doen deze heldere kleuren het erg goed en passen goed bij de landsaard. Wie de eerste stappen heeft gezet om materiaal, techniek en patronen samen te voegen tot wat we nu Braziliaans borduren noemen valt niet meer te achterhalen, maar feit is dat deze stijl goed bij het zonnige Brazilië past en daar bloeit als de prachtig geborduurde bloemen die het onderwerp ervan vormen.
Ontwerp van de website van de Brasilian International Guild.
Ontwerp van de website van de Brasilian International Guild.
Techniek
Braziliaans borduurwerk wordt geborduurd op een effen geweven, soms glanzende stof, gespannen in een borduurring of -raam. Er wordt een veelheid aan steken, afkomstig uit andere technieken, gebruikt, waarbij de bouillonsteek typerend is. Kenmerkend is het gebruik van rayongaren, dat in Nederland overigens niet zo makkelijk te verkrijgen is. Als alternatief kunt u zijden borduurgaren gebruiken, zoals Madeira. Belangrijk voordat u begint is dat u eerst even goed naar het garen kijkt.
S- en Z-getwijnd garen.
S- en Z-getwijnd garen.
S- en Z-getwijnd garen
Behalve het gladde oppervlak van rayongaren is een ander kenmerk namelijk de manier van twijnen, de manier waarop de draadjes, waaruit het garen bestaat, in elkaar zijn gedraaid; getwijnd. Als u een stukje garen verticaal houdt en van dichtbij bekijkt, ziet u dat het garen bestaat uit verschillende draadjes, die in elkaar zijn gedraaid, net zoals bijvoorbeeld een scheepstouw. U kunt die draadjes, door in tegengestelde richting te draaien, zelfs uit elkaar draaien. Het meeste garen, zoals bijvoorbeeld katoenen perlé, is zo getwijnd dat de draadjes van linksboven naar rechtsonder lopen: S-getwijnd garen. Bij rayondraad is dit juist andersom: van rechtsboven naar linksonder, dus Z-getwijnd. Dit is belangrijk om rekening mee te houden, want als u bijvoorbeeld een bouillonsteek maakt, kunt u het beste het garen met de klok mee om de naald wikkelen, omdat anders de draadjes, waaruit het garen bestaat, uit elkaar kunnen gaan staan, wat het effect vertroebeld.
Steken
Om blaadjes, bloemblaadjes, takjes, meeldraden en andere onderdelen van bloemen en planten zo natuurgetrouw mogelijk na te bootsen wordt gebruik gemaakt van een veelheid aan steken, waarvan we er hier een aantal laten zien:

Demonstratie van de bouillonsteek – video door Needle & Threat.

Bouillonsteek.
Bouillonsteek.
Bloem gemaakt met bouillonsteken.
Bloem gemaakt met bouillonsteken.
Bouillonsteek
Een bouillonsteek maakt u het makkelijkste met een naald waarbij het oog niet breder is dan de naald zelf. Steek naald met draad van onderaf door de stof (A) en op de gewenste afstand (5-8 mm) weer door stof (B) om de punt van de naald weer bij A naar boven te halen. Wikkel de draad zo vaak om de naald totdat u de breedte van A-B op de naald heeft, haal de naald door de zo gevormde lusjes en haal deze bij B weer door de stof. U kunt de draad strak aantrekken, zodat de bouillonsteek plat op de stof ligt, of met iets meer lusjes niet helemaal aantrekken voor een meer driedimensionaal effect.
Franse knoop-steek.
Franse knoop-steek.
Bloem gemaakt met de Franse knoop-steek.
Bloem gemaakt met de Franse knoop-steek.
Franse knoop-steek
De Franse knoop-steek lijkt wel op de bouillonsteek, maar u wikkelt de draad slechts één of twee keer om de naald en er is bijna geen afstand tussen A en B.

 

 

Madedeliefjessteek.
Madedeliefjessteek.
Madeliefjessteek (losse kettingsteek)
Breng de naald naar boven door A en steek hem vlakbij weer door de stof naar onderen. Steek de punt van de naald op de gewenste afstand bij B door de stof en haal de draad onder de punt door.
Bloemblaadjes uitgevoerd in madeliefjessteek in twee kleuren.
Bloemblaadjes uitgevoerd in madeliefjessteek in twee kleuren.
Steek de naald direct een draadje verder weer door de stof naar onder om zo te lus vast te zetten. U kunt nu de draad strak aantrekken, waardoor u een soort dubbel streepje krijgt, of wat losser, waardoor er een ovaaltje ontstaat.
Steelsteek.
Steelsteek.
Steelsteek
De steelsteek gebruikt u overal waar u een ononderbroken lijn wilt hebben en bijvoorbeeld ook voor takjes, meeldraden en dergelijke. Het werkt het beste wanneer u op de stof de lijn eerst tekent. U haalt de naald met draad door de stof naar boven bij A en op de gewenste afstand steekt u de naald bij B weer door de stof en haalt hem iets voor B weer naar boven. Door de naald telkens aan één kant van de getekende lijn naar boven te halen en aan de andere kant van de lijn naar onder verdwijnt de getekende lijn onder de draad.
Satijnsteek.
Satijnsteek.
Satijnsteek
De satijnsteek wordt gebruikt om vlakken op te vullen, bijvoorbeeld bij blaadjes. Teken de contouren van het blaadje eerst op de stof en teken de nerf in het midden. Vervolgens vult u eerst de ene helft van het blad op en daarna de andere helft. Meer diepte krijgt u wanneer u dit met twee kleuren doet: van de nerf tot halverwege het blad met een lichtere kleur en de rand van het blad met een donkerder kleur.
Aardbei in madeliefjessteken in twee kleuren.
Aardbei in madeliefjessteken in twee kleuren.
Met deze vijf steken kunt u al prachtige boeketten borduren, maar er zijn natuurlijk nog veel meer steken toe te passen. Op deze pagina van de Brazilian Dimensional Embroidery International Guild met ontwerpen voor Braziliaans borduren kunt u alvast wat inspiratie opdoen.
Links
Brazilian Dimensional Embroidery International Guild – internationale vereniging van geïnteresseerden in Braziliaans borduren.
RosalieWakefield-Millefiori – weblog over Braziliaans borduren.
EdMar Co. – fabrikant van rayon borduurgarens.
Braziliaans borduurwerk door Diana Maria Castro.
Braziliaans borduurwerk door Diana Maria Castro.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather

Fair Isle breien, ontstaan op een kruispunt van scheepvaartroutes

Fair Isle is een beroemde techniek om al rondbreiend jacquardbreiwerk te maken, waarbij het basiskenmerk is dat er nooit meer dan twee kleuren in één rij (toer) voorkomen. Deze techniek dankt zijn naam aan een piepklein eilandje in de Noordzee met tegenwoordig slechts zestig inwoners: Fair Isle. Hoe kan het dat een techniek die nu wereldwijd bekend is ontstaan is in zo een uithoek? Dat is een boeiend verhaal.

Luchtfoto van Fair Isle.
Luchtfoto van Fair Isle.
Een eilandje in de oceaan
Fair Isle is het meest zuidelijke van de Shetland Eilanden, die ongeveer op de grens van de Noordzee en de Atlantische Oceaan liggen. Fair Isle is het meest afgelegen eiland van Groot-Brittannië en ligt ongeveer even ver van het vasteland van Schotland als van Bergen in Noorwegen. Het eilandje is nog geen 8 km2 groot, maar ondanks dat al sinds het Bronzen Tijdperk bewoond. In ‘betere tijden’ woonden er meer dan 400 mensen op, tegenwoordig ongeveer zestig. Fair Isle was oorspronkelijk onderdeel van het Noors-Deense koninkrijk (de oud-Noorse naam is Friðarey), maar werd in 1648 Schots en vervolgens in 1707 Brits.
Fair Isle is van nature een arm eiland. Landbouw is alleen mogelijk binnen ommuurde percelen, om de gewassen tegen de altijd aanwezige zeewind te beschermen. Verder leven de bewoners van schapenteelt en visserij. De schapen op Fair Isle geven een mooie, zachte kwaliteit wol af, die ongeschikt is om te weven, maar waar wel heel goed mee gebreid kan worden. Al eeuwenlang wordt er hier door de vrouwelijke bevolking gebreid op alle momenten dat er geen tijd aan de landbouw besteed hoeft te worden (‘s avonds en ‘s winters). De productie overtreft de eigen behoefte verre, dus werd een groot deel geëxporteerd.
Locatie van de Shetland Eilanden.
Locatie van de Shetland Eilanden.
Inspiratie van overzee
Strategisch gelegen tussen Schotland en Noorwegen liggen de Shetlands van oudsher op een aantal belangrijke zeevaartroutes, onder andere van de Hanze, van de Nederlandse haringvloot en van ieder schip dat het Kanaal van Dover, waar menig zeeslag zich afspeelde, wilde ontlopen. Ook de beroemde Spaanse Armada kwam, op de vlucht van een gecombineerd Nederlands-Engelse vloot, om Schotland heen langs de Shetlands. Het commandoschip van de Armada, El Gran Grifón, strandde in 1588 zelfs op de kust van Fair Isle en brak in tweeën. De ongeveer 200 bemanningsleden die dit overleefden brachten een akelige winter op het eiland door, waarbij een deel door de bewoners werden vermoord.
Fair Isle trui met het bekende OXO-patroon - foto jgthi.com.
Fair Isle trui met het bekende OXO-patroon – foto jgthi.com.
Een hardnekkig verhaal doet de ronde dat de overlevenden van El Gran Grifón de bewoners van Fair Isle leerden te jacquardbreien en hen ook de kenmerkende patronen bijbrachten die nu als typisch Fair Isle breiwerk bekend staan. Alhoewel het niet ongebruikelijk was dat zeelieden breiden wanneer ze niet aan dek nodig waren, bestaat er geen wetenschappelijk bewijs dat de Spaanse zeelieden de bewoners van Fair Isle hebben geïnspireerd tot het nu bekende meerkleurige breiwerk. Er is geen enkele bron die bevestigt dat er voor 1850 op de Shetlands of Fair Isle überhaupt meerkleurig werd gebreid.
Uit nood geboren
De oudste afbeelding van Fair Isle breiwerk met het bekende OXO-patroon (zie hieronder bij ‘patronen’) stamt uit 1857. Het is een Nederlandse lithografie met de afbeelding van twee schippers die een gebreide muts met een Fair Isle-patroon dragen. Op de Shetlands werd van oudsher effen breiwerk gemaakt en veelal verhandeld met zeelui die de Shetlands aandeden en dit ruilden tegen goederen die niet op de Shetlands verkrijgbaar waren. In de 19de eeuw ontdekte men echter een methode om machinaal breiwerk te maken, waardoor de productie van effen breiwerk zich naar het vasteland van Groot-Brittannië verplaatste en de vraag naar handgebreide artikelen op de Shetlands ineenstortte.
Shetlands kantbreiwerk - foto Fiddle Stick Knitting.
Shetlands kantbreiwerk – foto Fiddle Stick Knitting.
Op ‘mainland Shetland’ stapte men toen geleidelijk over op kant- of kunstbreiwerk, dat toen nog niet machinaal gemaakt kon worden. Met name de gebreide kanten sjaals werden in het Victoriaanse tijdperk erg populair onder de gegoede burgerij. Op Fair Isle, het meest afgelegen eiland van de Shetlands, ging men het langste door met effen breiwerk. De oudste voorbeelden van Fair Isle breiwerk zoals we dat nu kennen stammen alle van rond 1850. Het bekende OXO-patroon is duidelijk herkenbaar en de breiwerken zijn technisch hoogstaand. Ze zijn echter niet gemaakt van Shetlands wol. Het meest aannemelijke is dat ze afkomstig zijn van een van de landen rond de Oostzee; Finland of Estland bijvoorbeeld.
Over het algemeen wordt nu aangenomen dat de bewoners van zeelieden enkele voorbeelden van dit Baltische breiwerk in handen kregen en hierdoor geïnspireerd raakten. Immers, ook jacquardbreiwerk kon toen nog niet machinaal gemaakt worden, dus dit was een mooie vervanging van het niet meer commerciële effen breiwerk. De eerste foto’s en schriftelijke getuigenissen van het typische Fair Isle breiwerk duiken op vanaf 1880.
De Prince of Wales in Fair Isle-trui maakte deze techniek op slag beroemd.
De Prince of Wales in Fair Isle-trui maakte deze techniek op slag beroemd.
Fair Isle wordt beroemd
Aan het begin van de 20ste eeuw was Fair Isle breiwerk nauwelijks bekend. Zeelieden en toeristen namen het soms mee als een soort exotisch souvenir van een ver weg gelegen eiland; volkskunst en dus allesbehalve modieus. Twintig jaar later wilde iedereen een Fair Isle trui. Daar lag een doorslaggevende marketingactie aan ten grondslag, iets wat we tegenwoordig ‘product placement’ zouden noemen: in 1921 bood de handelaar James A. Smith van Lerwick, Shetland, aan de Prince of Wales (de latere koning Edward VIII), een Fair Isle trui aan. De prins droeg deze trui op de St. Andrews Golf Club en is met die trui ook op een schilderij vereeuwigd. Als trendsetter op het gebied van mode is de Prince of Wales doorslaggevend geweest bij het beroemd worden van Fair Isle breiwerk.
Shetland en Fair Isle
De aanduidingen ‘Shetland’ en ‘Fair Isle’ voor breiwerk lopen op een verwarrende manier door elkaar. Toen rond het midden van de 19de eeuw de vraag naar handgebreid effen breiwerk daalde door de opkomst van machinaal breiwerk, stapten de bewoners van Shetland over op kantbreiwerk en die van Fair Isle op hun versie van jacquardbreiwerk. Medio 1910 werd het echter mogelijk om ook kantbreiwerk machinaal te maken en bleef er slechts een beperkte vraag over naar het allerfijnste handgemaakte kantbreiwerk van Shetland. Nadat in de twintiger jaren het Fair Isle breien zo populair werd ging men ook op de Shetlands dit breiwerk maken. Die hooguit 200 breisters op Fair Isle konden de vraag immers bij lange niet aan. Maar ook als dit jacquardbreiwerk in de stijl van Fair Isle van Shetland komt, noemt men dit toch Fair Isle breiwerk.
Tel het maar na: altijd slechts twee kleuren op een rij.
Tel het maar na: altijd slechts twee kleuren op een rij.
Wat weinig mensen weten is dat er ook jacquardbreiwerk bestaat in een eigen traditie van (mainland) Shetland. Het gaat hier om heel eenvoudige patronen, altijd maar één patroon per werkstuk, in maximaal twee kleuren. Dit breiwerk werd hoofdzakelijk voor eigen gebruik gemaakt.
Techniek
Het meerkleurige Fair Isle breien wordt gemaakt met een techniek die in het Engels ‘stranded knitting’ wordt genoemd en in Nederland jacquardbreiwerk of inbreiwerk. Daarbij worden twee kleuren garen afgewisseld: één wordt gebreid, de andere kleur loopt aan de achterkant mee. De gedetailleerde Fair Isle-patronen zorgen ervoor dat er vaak van kleur wordt gewisseld en de lussen aan de achterkant daardoor kort blijven. Doordat er twee draden per toer worden gebruikt levert dit extra dik en warm breiwerk op; niet echt geschikt voor dikke garens dus.


Jacquardbreien (Engels: stranded knitting) – video KnitPicks.

Fair Isle wordt per definitie rondgebreid. Dat heeft als voordeel dat de goede kant van het breiwerk tijdens het breien altijd zichtbaar blijft en er dus goed zicht is op de patronen die ontstaan. Het levert bovendien een minimum aan naden op, waardoor er een mooier eindresultaat is.
Teltekening van diverse Fair Isle motieven - afbeelding Alexandru Remus.
Teltekening van diverse Fair Isle motieven – afbeelding Alexandru Remus.
Patronen
Fair Isle patronen zijn geometrische patronen met maximaal twee kleuren op een rij; één kleur wordt gebreid, de ander loopt achterlangs. De patronen zijn zo opgebouwd dat er zeer regelmatig van kleur wordt gewisseld. De langste overspanning van één kleur is maximaal zeven steken. Zo blijven de lussen van de niet gebreide kleur aan de achterkant kort, wat een mooi, regelmatig breiwerk oplevert.
Veel gebruikte patronen is het zogenaamde OXO-patroon, achthoeken en x-en die elkaar afwisselen, en de Noorse ster. Daarnaast zijn er ontelbaar veel andere patronen, waarvan het kenmerk veelal is dat ze symmetrisch, dubbel-symmetrisch of zelfs vierzijdig symmetrisch zijn. Een ander kenmerk van Fair Isle breiwerk is dat de patronen doorlopen; ze worden niet halverwege aan het eind afgebroken. Dat betekent dat ieder patroon in een werkstuk deelbaar moet zijn op het totaal aantal steken van één rij: als de omvang van een trui 280 steken telt kunt u dus gebruik maken van patronen die 7, 8, 14 of 28 steken breed zijn, maar niet een van 16 steken. Goed rekenwerk vooraf is dus belangrijk.
Fair Isle patronen, in drie banen komt het OXO-motief voor.
Fair Isle patronen, in drie banen komt het OXO-motief voor.
Kleuren
Er liepen op Fair Isle oorspronkelijk schapen rond in allerlei kleuren, zelfs meer dan we tegenwoordig kunnen voorstellen. Met de introductie van kunstmatige kleurstoffen zijn de schapen tegenwoordig allemaal lichtbeige, een kleur die zich goed laat verven. Ondanks de oneindige beschikbaarheid van kleuren garens blijven twee regels overeind: 1) nooit meer dan twee kleuren op een rij, en 2) de kleuren volgen de symmetrie van het patroon, dus als een patroon 17 rijen hoog is en op rij 1 wordt bruin en groen gebruikt, dan komen die twee kleuren ook weer in rij 17 terug.
Fair Isle baret.
Fair Isle baret.
Binnen die twee regels is verder van alles mogelijk en deze hoeven dan ook geen beperking van uw creativiteit te zijn. Veel Fair Isle breistukken bevatten tot 20 kleuren, alhoewel een trui in slechts twee kleuren nog steeds een Fair Isle trui kan zijn. Alhoewel de mogelijkheden sinds de invoering van geverfde garens onnoemelijk vergroot zijn, geeft men over het algemeen de voorkeur aan ‘natuurlijke’ kleuren. Wat zeg nu zelf: zo’n mooie, traditionele Fair Isle trui in fluorescerende kleuren, dat geeft toch geen pas?
Boeken
Alice Starmore – Book of Fair Isle Knitting
Ann Feitelson – The Art of Fair Isle Knitting
Sheila McGregor – Traditional Fair Isle Knitting
Websites
KnitPicks – Fair Isle or Stranded Knitting
Virtual Yarns – breipakketten van o.a. Fair Isle werkstukken van Alice Starmore
Het oudst bekend boek met Fair Isle-patronen - foto Shetland Museum.
Het oudst bekend boek met Fair Isle-patronen – foto Shetland Museum.




Deel dit artikel
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailFacebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmailby feather